Stageverordening 1998
- BWB-id
- BWBR0013310
- Type
- pbo
- Ministerie
- Nederlandse Orde van Advocaten
- Geldigheid
- 2010-01-01 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013310
- ELI
- /eli/nl/pbo/2002/stageverordening-2005
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2002/stageverordening-2005/2010-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013310&g=2010-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013310&z=2026-06-06&g=2010-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013310/2010-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2002/stageverordening-2005
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. Raad van Toezicht : de Raad van Toezicht in het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt; b. De advocaat artikel 2a van de wet : de in Nederland ingeschreven advocaat, alsmede de advocaat, die is ingeschreven overeenkomstig, indien deze in de lidstaat van herkomst een verklaring heeft verworven waaruit blijkt dat de stage aldaar is afgerond; c. De stagiaire artikel 10 : de advocaat die niet in het bezit is van de verklaring als bedoeld in; d. De patroon : de advocaat onder wiens toezicht de stagiaire, met goedkeuring van de Raad van Toezicht, de praktijk uitoefent; e. De stage artikel 9b van de Advocatenwet : de periode gedurende welke de verhouding tussen de patroon en de stagiaire als bedoeld invoortduurt; f. De beroepsopleiding artikel 9c van de Advocatenwet : de opleiding voor stagiaires als bedoeld in; g. De wet Advocatenwet : de; h. Opleidingsinstelling : de door de Algemene Raad als zodanig erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Iedere advocaat is verplicht naar vermogen mede te werken aan de opleiding van stagiaires en de begeleiding van hun praktijkuitoefening tijdens de stage, zoals die in deze verordening zijn geregeld. 2002 234 04-12-2002 2002 234 04-12-2002 01-12-2002 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De stage begint op de dag waarop de stagiaire de uitoefening van de praktijk onder toezicht van een in hetzelfde arrondissement gevestigde patroon heeft aangevangen. De patroon brengt dit tijdstip onverwijld schriftelijk ter kennis van de Raad van Toezicht. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Elk patronaat behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht. 2 De Raad van Toezicht verleent zijn bemiddeling bij het zoeken van een patroon. 3 artikel 2a van de wet Patroon kan slechts zijn een advocaat die gedurende ten minste zeven jaren als zodanig in Nederland ingeschreven is geweest, dan wel een advocaat die overeenkomstigis ingeschreven en die ten minste vier jaren in Nederland ingeschreven is geweest. 4 De Raad van Toezicht is bevoegd in bijzondere gevallen de in het derde lid bedoelde termijn van zeven jaren, respectievelijk vier jaren te verkorten, doch niet tot minder dan vijf jaren respectievelijk twee jaren. 5 Indien de patroon in de uitoefening van de praktijk is geschorst dan wel om andere redenen niet in staat is het patronaat uit te oefenen, kan de Raad van Toezicht ambtshalve of op verzoek van de stagiaire al dan niet tijdelijk een andere patroon aanwijzen. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De patroon verschaft de stagiaire leiding, voorlichting en raad met betrekking tot de praktijkuitoefening in de ruimste zin des woords. Hij schenkt daarbij bijzondere aandacht aan de introductie van de stagiaire bij en vervolgens aan diens optreden jegens de rechterlijke macht, beroepsgenoten en cliënten. 2 De patroon ziet er op toe dat de stagiaire alle verplichtingen nakomt die door de Algemene Raad en de Raad van Toezicht voor stagiaires zijn vastgesteld, opleidingsmaatregelen met name daaronder begrepen. 3 De patroon stelt de stagiaire die bij hem kantoor houdt, met behoud van diens salaris, in de gelegenheid gedurende kantooruren de in het eerste en tweede lid genoemde verplichtingen na te komen en de daartoe noodzakelijke voorbereiding te treffen. 4 De patroon van de stagiaire die bij hem kantoor houdt, dient de stagiaire passende arbeid te verschaffen. De patroon houdt daarbij rekening met de door de Algemene Raad en de Raad van Toezicht vastgestelde verplichtingen voor stagiaires, als bedoeld in het tweede lid. 5 artikel 9b, derde lid, van de wet De patroon schenkt bij zijn begeleiding van de stagiaire, die op de voet vanniet bij hem kantoor houdt, bijzondere aandacht aan de inrichting van diens kantoor inclusief de dienstverlening aan de cliënt en diens administratie, de boekhouding daaronder begrepen. 6 De patroon van de stagiaire die: a. bij hem kantoor houdt, brengt ten minste één maal per jaar schriftelijk verslag uit aan de Raad van Toezicht omtrent het verloop van de stage. b. artikel 9b, derde lid van de wet op de voet vanniet bij hem kantoor houdt, brengt ten minste één maal per zes maanden verslag uit aan de Raad van Toezicht omtrent het verloop van de stage. 2009 20216 30-12-2009 2009 20216 30-12-2009 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De stagiaire is, tenzij de Algemene Raad respectievelijk de Raad van Toezicht anders bepaalt, gehouden de door de Algemene Raad voor stagiaires vastgestelde verplichtingen, opleidingsmaatregelen met name daaronder begrepen, na te komen. 2 De stagiaire die bij zijn patroon kantoor houdt, dient de hem door de patroon opgedragen werkzaamheden te verrichten met dien verstande dat de nakoming van de in het eerste lid genoemde verplichtingen voorrang heeft. 3 artikel 9b, derde lid, van de wet De stagiaire, die op de voet vanniet bij zijn patroon kantoor houdt, is verplicht: a. artikel 5, eerste, tweede en vijfde lid zijn patroon in de gelegenheid te stellen te voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in. b. aantoonbaar de organisatie van zijn kantoor inclusief de dienstverlening aan de cliënt adequaat in te richten. c. alleen zaken aan te nemen die hij gelet op zijn kantoororganisatie adequaat kan behandelen en waarvoor hij de deskundigheid bezit dan wel waarvoor hij gebruik maakt van de deskundigheid van een andere advocaat. 2009 20216 30-12-2009 2009 20216 30-12-2009 01-01-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 9b derde lid van de wet De Raad van Toezicht gaat niet over tot verlening van een vrijstelling van de verplichting bij een patroon kantoor te houden als bedoeld in, dan nadat de stagiaire in voldoende mate heeft getracht een patroon te vinden bij wie hij kantoor kan houden en daarin niet of niet op voor de Raad van Toezicht aanvaardbare voorwaarden is geslaagd. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 9b tweede lid van de wet De stagiaire, die op de voet van het bepaalde inin deeltijd werkzaam wenst te zijn, dient van het voornemen daartoe kennis te geven aan de Raad van Toezicht. 2 artikel 5, tweede lid De stagiaire, die te kennen heeft gegeven in deeltijd werkzaam te zullen zijn, zal de praktijk ten minste gedurende een door de Raad van Toezicht vastgesteld minimum aantal uren per week uitoefenen. Dit aantal zal in geen geval minder zijn dan 20 uren per week. De Raad van Toezicht ziet erop toe dat de verplichting van de patroon, neergelegd in, onverminderd wordt nageleefd. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De stage eindigt tussentijds: a. Krachtens onderling goedvinden van patroon en stagiaire; b. Na opzegging door de stagiaire; c. Na opzegging door de patroon, indien deze is voorafgegaan door goedkeuring van de Raad van Toezicht; d. Door een ambtshalve beslissing van de Raad van Toezicht; e. Zodra de patroon en de stagiaire niet langer in hetzelfde arrondissement zijn ingeschreven. 2 artikel 9c van de wet artikel 8, derde lid, van de wet De opzegging, als bedoeld in het eerste lid onder c, kan in ieder geval plaatsvinden indien het bewijs dat met gunstig gevolg het inbedoelde examen, niet meer kan worden overgelegd binnen de termijn als bedoeld in. 3 De patroon brengt een tussentijdse beëindiging, als bedoeld in het eerste lid onder a, b en c, onverwijld schriftelijk ter kennis van de Raad van Toezicht. 4 De in het eerste lid onder c bedoelde goedkeuring wordt alleen geweigerd indien de opzegging onredelijk is en een voor de stagiaire aanvaardbare mogelijkheid om een andere patroon te verkrijgen niet bestaat. 5 Het bepaalde in het voorgaande lid geldt niet indien het gaat om de tussentijdse beëindiging als gevolg van een opzegging als bedoeld in het tweede lid. 6 De stage is van rechtswege geschorst gedurende de tijd dat de stagiaire a. geen patroon heeft of b. de praktijk niet onder toezicht van een patroon uitoefent of c. de praktijk niet uitoefent. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9b van de wet De verplichting de praktijk uit te oefenen onder toezicht van een patroon eindigt zodra de duur van de stage op de voet van het bepaalde inis verstreken en de Raad van Toezicht, gehoord de patroon en de stagiaire, oordeelt dat de stagiaire naar behoren aan de bij of krachtens deze verordening aan hem gestelde eisen heeft voldaan en tevens over voldoende praktijkervaring beschikt. 2 De Raad van Toezicht geeft aan de stagiaire, wiens stageverplichting overeenkomstig het vorige lid is geëindigd een verklaring dat de stage is voltooid. 3 artikel 8 derde lid van de wet De Raad van Toezicht gaat niet over tot de afgifte van een verklaring als bedoeld in het tweede lid, dan nadat de stagiaire het inbedoelde bewijs heeft overgelegd. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 15 In het kader van de opleiding van stagiaires komt aan de Algemene Raad en de Raad van Toezicht de bevoegdheid toe opleidingsmaatregelen verplicht te stellen, het afleggen van examens en toetsen daaronder begrepen. De Algemene Raad respectievelijk de Raad van Toezicht kan van de door hem verplicht gestelde opleidingsmaatregelen vrijstelling verlenen, onverminderd het bepaalde in. De Raad van Toezicht houdt bij het verplicht stellen van opleidingsmaatregelen rekening met de door de Algemene Raad verplicht gestelde maatregelen. De Raad van Toezicht stelt de Algemene Raad in kennis van de door hem verplicht gestelde opleidingsmaatregelen, alsook van de wijzigingen daarin. De Algemene Raad is bevoegd een opleidingsmaatregel van een Raad van Toezicht geheel of ten dele buiten werking te stellen, indien en voorzover deze strijdig is met opleidingsmaatregelen door de Algemene Raad genomen. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 1 sub h Erkenning van een opleidingsinstelling als bedoeld ingeschiedt uitsluitend op verzoek van die instelling. Alvorens te beslissen op dat verzoek toetst de Algemene Raad of die instelling: a. daadwerkelijk onderwijs verzorgt dat is gericht op de scholing van de cursist naar vakbekwaamheid; b. zich heeft verzekerd van de medewerking van deskundige docenten; c. het onderwijs door middel van opinieonderzoek onder de deelnemers pleegt te evalueren; d. de deelnemers steeds een bewijsstuk verstrekt voor het daadwerkelijk gevolgd en voltooid hebben van een opleiding of het succesvol hebben afgelegd van een daarop betrekking hebbende toets of examen, aan welke verstrekking telkens per deelnemer een betrouwbare aanwezigheidsregistratie ten grondslag ligt en uit welk bewijsstuk het aantal behaalde opleidingspunten eenvoudig valt af te leiden. 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de Algemene Raad aan een erkenning voorwaarden verbinden. 3 Een erkenning kan door de Algemene Raad te allen tijde worden ingetrokken. 2005 135 15-07-2005 2005 135 15-07-2005 01-07-2005 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De Algemene Raad bepaalt de inrichting van de Beroepsopleiding, de cursusonderdelen welke deze zal omvatten, de inhoud van elk cursusonderdeel, de plaatsen waar de opleiding zal worden gegeven en het aantal dagen dat met de daartoe noodzakelijke voorbereiding en het volgen van de opleiding is gemoeid. 2003 236 05-12-2003 2003 236 05-12-2003 01-01-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De stagiaire is verplicht deel te nemen aan het onderwijs in alle onderdelen van de beroepsopleiding en zich op de voorgeschreven wijze voor te bereiden. De stagiaire volgt daartoe de eerste cursuscyclus die na zijn inschrijving binnen het arrondissement wordt gehouden. Om organisatorische redenen kan hij door de Algemene Raad worden verplicht deel te nemen aan een cursuscyclus of onderdelen daarvan in een ander arrondissement. 2 Indien zijn stage van rechtswege is geschorst, zal de stagiaire niet kunnen worden toegelaten tot de Beroepsopleiding, of indien hij reeds was toegelaten, niet het onderwijs kunnen vervolgen. 3 Indien de stagiaire niet direct na inschrijving de eerste cursuscyclus of een onderdeel daarvan volgt, als bedoeld in het eerste lid, zal dit worden beschouwd als het niet behaald hebben van de toets in de niet gevolgde onderdelen van de eerste cursuscyclus van de Beroepsopleiding. 4 De Algemene Raad kan in gevallen waarin naar zijn oordeel de toepassing van het derde lid tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden, besluiten af te wijken van het gestelde in het tweede of derde lid. 2005 135 15-07-2005 2005 135 15-07-2005 01-01-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Aan de Beroepsopleiding is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal gedurende de cursuscyclus per onderdeel af te nemen toetsen. De stagiaire is verplicht aan alle toetsen deel te nemen. 2 Een stagiaire kan één keer in alle onderdelen van het examen een toets afleggen, met de mogelijkheid van twee herkansingen per onderdeel. 3 De stagiaire is verplicht deel te nemen aan de toetsmogelijkheid voor een bepaald onderdeel direct volgend op het gevolgde onderwijs voor dat onderdeel van de Beroepsopleiding in de eerste cursuscyclus. Indien vrijstelling van onderwijs is verleend, dient te worden uitgegaan van de in de voorgaande volzin bedoelde examenmogelijkheid, alsof geen vrijstelling zou zijn verleend. 4 Indien een toets in één of meer onderdelen van het examen niet is behaald, is de stagiaire verplicht deel te nemen aan de direct daaropvolgende herkansingsmogelijkheid voor het desbetreffende onderdeel. Het bepaalde in de voorgaande volzin betreft alleen de eerste herkansingsmogelijkheid. 5 artikel 13, eerste lid artikel 15, eerste lid De stagiaire wordt tot het examen respectievelijk de onderscheiden onderdelen daarvan toegelaten indien hij aan zijn verplichtingen als genoemd in, naar behoren heeft voldaan. Deze verplichting rust niet op de stagiaire voor zover hij van het volgen van het onderwijs van de Beroepsopleiding is vrijgesteld ingevolge. 6 Indien niet wordt voldaan aan de verplichting, als bedoeld in het derde en vierde lid, zal dit worden beschouwd als het niet behaald hebben van dat onderdeel van het examen. 7 De Algemene Raad stelt een examenreglement vast waarin nadere regels zijn gesteld omtrent de inrichting en de organisatie van het examen, de tijdstippen waarop daaraan kan worden deelgenomen, de wijze waarop het examen wordt afgenomen en de samenstelling en taken van een Examencommissie. 8 artikel 8, derde lid, van de wet De stagiaire die het examen met gunstig gevolg heeft afgelegd, ontvangt van de Examencommissie het bewijs als bedoeld in. 9 artikel 8, derde lid, van de wet De stagiaire die is geschrapt op grond van, kan de Algemene Raad verzoeken om binnen twee jaar na de schrapping nog maximaal twee keer een toets in de nog niet behaalde onderdelen van het examen te mogen afleggen. Met betrekking tot het bepaalde in de voorgaande volzin dient het maximum aantal keren dat een toets afgelegd kan worden, zoals bepaald in het tweede lid, in acht te worden genomen. 10 Het verzoek, als bedoeld in het voorgaande lid, wordt slechts ingewilligd indien: a. artikel 15, eerste lid het onderwijs in het onderdeel van de Beroepsopleiding waarop het verzoek ziet, is gevolgd danwel indien daarvoor een vrijstelling als bedoeld in, is verleend en b. de afwijzing daarvan naar het oordeel van de Algemene Raad zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 11 De Algemene Raad kan in gevallen waarin naar zijn oordeel de toepassing van het derde, vierde of zesde lid tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden, besluiten af te wijken van het gestelde in het zesde lid. 2005 135 15-07-2005 2005 135 15-07-2005 01-01-2007
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 13 Van de verplichting tot het volgen van onderwijs in één of meer onderdelen van de Beroepsopleiding, als bedoeld in, kan de Algemene Raad op schriftelijk verzoek van de stagiaire geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen. 2 Een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend indien de stagiaire genoegzaam aantoont op grond van opleiding en praktijkervaring op elk van de rechtsgebieden waarvoor de vrijstelling wordt verzocht een gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid te hebben verworven of binnen een redelijke termijn bij een door de Algemene Raad erkend opleidingsinstituut te zullen verwerven. 3 Alvorens te beslissen op een vrijstellingsverzoek wint de Algemene Raad, indien de aard van het verzoek daartoe aanleiding geeft, het advies in van de Examencommissie en/of de Raad van Toezicht. 4 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden kan de Algemene Raad de afdoening van vrijstellingsverzoeken opdragen aan de Raad van Toezicht onderscheidenlijk de Examencommissie. 5 Van het afleggen van de toets in één of meer onderdelen van het examen zal geen vrijstelling worden verleend, tenzij dat naar het oordeel van de Algemene Raad tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden. 6 Alle beschikkingen als bedoeld in dit artikel worden onverwijld bekend gemaakt aan de betrokkenen. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 14 De deelnemers aan de beroepsopleiding respectievelijk aan het ingenoemde examen zijn cursus- en examengeld verschuldigd. 2 De hoogte van deze bedragen en de wijze van inning worden vastgesteld door de Algemene Raad. 3 Bij voortijdige beëindiging van deelname aan de beroepsopleiding blijven reeds in rekening gebrachte cursus- en examengelden onverminderd verschuldigd. 2002 234 04-12-2002 2002 234 04-12-2002 01-12-2002 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 11 13 14 De Algemene Raad is bevoegd voorwaarden te verbinden aan een beslissing vrijstelling te verlenen van de door hem op grond van de,ofverplicht gestelde opleidingsmaatregel. 2 artikelen 9b, leden 2, 3 en 4 van de wet artikel 4, vierde lid artikel 11 artikel 11 De Raad van Toezicht is bevoegd voorwaarden te verbinden aan een beslissing genomen op grond van de,en, dit laatste voor zover het betreft de beslissing vrijstelling te verlenen van een door hem ingevolgeverplicht gestelde opleidingsmaatregel. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 9b vijfde lid van de wet Naast het bepaalde in, staat tegen de navolgende beschikkingen van de Raad van Toezicht voor belanghebbenden administratief beroep open op de Algemene Raad: b. artikel 9b derde lid van de wet artikel 17 tweede lid De verlenging van een voorwaardelijke vrijstelling ingevolgejo; b. artikel 9 eerste lid, onder d De beschikking tot beëindiging van de verhouding tussen patroon en stagiaire ingevolge; c. artikel 9b vierde lid van de wet artikel 17 tweede lid De voorwaardelijke aanwijzing van een patroon als bedoeld injo; d. artikel 4 eerste lid De weigering van de goedkeuring van een patronaat als bedoeld in. e. artikel 4 vierde lid De weigering de inschrijftermijn van zeven jaar als advocaat als bedoeld inte verkorten; f. artikel 4 vierde lid artikel 17 tweede lid De voorwaardelijke verkorting van de inschrijftermijn van zeven jaar als advocaat als bedoeld injo; g. artikel 9 eerste lid aanhef en onder c De goedkeuring door de Raad van Toezicht van de opzegging van de stageovereenkomst door de patroon als bedoeld in; h. artikel 9 eerste lid aanhef en onder d De beschikking tot beëindiging van de stage ingevolge; i. artikel 10, tweede lid De weigering tot afgifte van een verklaring als bedoeld in. 2 Alle beschikkingen bedoeld in dit artikel worden onverwijld bekend gemaakt aan de betrokkenen. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 9b vijfde lid van de wet Een beschikking van de Raad van Toezicht waartegen krachtensof het voorgaande artikel administratief beroep op de Algemene Raad open staat, wordt door de secretaris van de Raad van Toezicht onverwijld bekend gemaakt aan de betrokkenen, alsmede aan de secretaris van de Algemene Raad. 2 hoofdstukken 6 7 van de Algemene Wet Bestuursrecht Het beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de bekendmaking van de in het eerste lid bedoelde beschikking. Deenzijn van toepassing. 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 2008 141 24-07-2008 26-06-2008 01-09-2008
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 12 t/m 16 De bepalingen genoemd in dezijn van overeenkomstige toepassing op de advocaten die ingevolge de overgangsbepalingen van de wet (art. II) verplicht zijn de beroepsopleiding te volgen. 2002 234 04-12-2002 2002 234 04-12-2002 01-12-2002 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Stageverordening 2005’. 2 Deze verordening treedt in de plaats van de Stageverordening van 9 juni 1988, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening vervalt, met inachtneming van het gestelde in het derde lid laatste volzin van dit artikel. 3 Deze verordening is van toepassing op stagiaires die na inwerkingtreding van deze verordening beginnen met de Beroepsopleiding. Voor stagiaires die, op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, reeds met de Beroepsopleiding zijn begonnen of deze hebben voltooid, blijft de Stageverordening 1988 van toepassing. 2005 135 15-07-2005 2005 135 15-07-2005 01-01-2007
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De Algemene Raad bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening. 2002 234 04-12-2002 2002 234 04-12-2002 01-12-2002 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.