Verordening van het Productschap Zuivel van 19 september 2001, houdende regels ter zake van de gewichtsbepaling van boerderijmelk bij gebruik van melkontvangsten met mobiel weegsysteem (Zuivelverordening 2001, Gewichtsbepaling boerderijmelk bij gebruik rijdende melkontvangsten met mobiel weegsysteem)
- BWB-id
- BWBR0012830
- Type
- pbo
- Ministerie
- Productschap Zuivel
- Geldigheid
- 2006-01-01 t/m 2009-01-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012830
- ELI
- /eli/nl/pbo/2002/zuivelverordening-2001-gewichtsbepaling-boerderijmelk-bij-ge
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2002/zuivelverordening-2001-gewichtsbepaling-boerderijmelk-bij-ge/2006-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012830&g=2006-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012830&z=2026-06-06&g=2006-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012830/2006-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2002/zuivelverordening-2001-gewichtsbepaling-boerderijmelk-bij-ge
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Zuivelverordening 2005, Grondslag uitbetaling boerderijmelk In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van deen voorts verstaan onder: IJkwet typegoedkeuring : keuring van het type weegsysteem overeenkomstig de(Stb. 1997, 693); RMO : rijdende melkontvangst; mobiel weegsysteem : een RMO uitgerust met een weegsysteem waarmee het mogelijk is om direct de ingenomen kilogrammen melk te bepalen; voorinregeling : het inregelen van een RMO voorzien van een type goedgekeurd mobiel weegsysteem voorafgaand aan de periode van setting; setting : de periode waarin het mobiel weegsysteem wordt gebruikt voor het innemen van boerderijmelk voorafgaand aan de eerste keuring; fijninregeling : het inregelen van een RMO voorzien van een mobiel weegsysteem; IJkwet eerste keuring : eerste individuele keuring overeenkomstig de; IJkwet reguliere keuring : periodieke keuring in het kader van de uitvoering van het toezicht op de naleving van de; IJkwet herkeuring : herkeuring van een gewijzigde RMO overeenkomstig de; zuivelkeuring : keuring van een mobiel weegsysteem zoals vastgelegd in deze verordening; nieuwnorm : de bandbreedte van de weegcurve vereist bij nieuwe RMO's die wordt toegepast bij de eerste keuring; gebruiksnorm : de bandbreedte van de weegcurve bij in gebruik zijnde RMO's en die wordt toegepast bij de reguliere keuring en de herkeuring; gewijzigde RMO : een in gebruik zijnde RMO waaraan wijzigingen hebben plaatsgevonden, die het weegresultaat kunnen beïnvloeden, of een RMO waarbij schending van ijkmerken heeft plaatsgevonden; in gebruik zijnde RMO : een RMO die, met goed resultaat, een eerste keuring heeft ondergaan; maximale belasting : maximale belasting van het weegsysteem, zoals aangegeven op de opschriftenplaat; opbouwvoorschriften : eisen die worden gesteld aan de opbouw van een mobiel weegsysteem; e : de ijkeenheid zoals is vermeld op de opschriftenplaat van het mobiele weegsysteem; keuringsinstelling : een door het bestuur erkende instelling voor de keuring van mobiele weegsystemen; IJkwet zuivelgekeurde weegbrug : een weegbrug die is voorzien van de wettelijk vereiste ijkmerken en voldoet aan de nauwkeurigheidseisen voor de ingebruikname van nieuwe weegwerktuigen, zoals neergelegd in de; IJkwet IJkwet tanksnelweger : weegtank met een afleeseenheid groter dan of gelijk aan 10 kg die is voorzien van de wettelijk vereiste ijkmerken en die voldoet aan de nauwkeurigheidseisen voor de ingebruikname van nieuwe weegwerktuigen, zoals neergelegd in deof een weegtank met een afleeseenheid kleiner dan 10 kg die is voorzien van wettelijk vereiste ijkmerken en die voldoet aan de nauwkeurigheidseisen voor de keuring van reeds in gebruik zijnde weegwerktuigen, zoals is neergelegd in de; opweging : weging met toenemende belasting; neerweging : weging met afnemende belasting. 2005 67 25-11-2005 15-09-2004 PZ18 2005 67 25-11-2005 15-09-2004 PZ18 01-01-2006 2005 67 25-11-2005 15-09-2004 PZ18 Inwerkingtreding voorheen door Pbo-blad 2005/67 gesteld op 26 november 2005.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 7 van de Zuivelverordening 2005, Grondslag uitbetaling boerderijmelk Indien voor de bepaling van het gewicht van de geleverde hoeveelheid boerderijmelk, als bedoeld in, gebruik wordt gemaakt van mobiele weegsystemen, wordt het bepaalde in deze verordening in acht genomen. 2 Met de in deze verordening bedoelde RMO's met mobiel weegsysteem worden gelijkgesteld RMO's met mobiel weegsysteem, die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Ruimte, en die aan ten minste gelijkwaardige technische eisen voldoen. 2005 67 25-11-2005 15-09-2004 PZ18 2005 67 25-11-2005 15-09-2004 PZ18 01-01-2006 2005 67 25-11-2005 15-09-2004 PZ18 Inwerkingtreding voorheen door Pbo-blad 2005/67 gesteld op 26 november 2005.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De ontvanger van boerderijmelk maakt gebruik van RMO's voorzien van een mobiel weegsysteem dat voldoet aan de hiernavolgende eisen. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De RMO’s zijn : a) artikel 5 voorzien van een mobiel weegsysteem dat voldoet aan de ingenoemde eisen; b) voorzien van een doelmatige ruimte, waarin de monsters diepgekoelde boerderijmelk kunnen worden gekoeld en bewaard op een temperatuur van tenminste 0,0° C en ten hoogste 4,0° C; c) Richtlijn 90/384/EEG op een duidelijk zichtbare plaats voorzien van een verzegelbare opschriftenplaat, waarop de merktekens en de vereiste aanvullende gegevens als bedoeld in bijlage IV, punt 1 van devan de Raad van 20 juni 1990 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake niet-automatische weegwerktuigen (PbEG L 189). 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De RMO is voorzien van een mobiel weegsysteem overeenkomstig de door de leverancier van het weegsysteem omgestelde voorschriften. Deze voorschriften moeten doelmatig zijn in relatie tot het realiseren van de wegingen en moeten voldoen aan de eisen bij of krachtens deze verordening. 2 Voorts worden de navolgende eisen in acht genomen : a) de RMO moet zijn geconstrueerd overeenkomstig de door de leverancier van het weegsysteem opgestelde voorschriften; b) onderdeel van deze voorschriften is een checklist, waarin de eisen zijn vastgelegd die bij ingebruikname van een nieuw weegsysteem door de ontvanger van boerderijmelk moeten worden getoetst. De checklist bevat minimaal de kritische punten en eisen die een invloed kunnen hebben op de nauwkeurigheid van het weegsysteem; c) de ontvanger van boerderijmelk is in het bezit van een door de bouwer en de leverancier van het weegsysteem ondertekende verklaring dat het weegsysteem door hen is geïnspecteerd en aan de opbouwvoorschriften voldoet; d) bij onderhoud of reparatie aan de RMO is door middel van een door de ontvanger van boerderijmelk vastgestelde procedure duidelijk aantoonbaar dat de onder a. vermelde voorschriften in acht worden genomen; e) wanneer de maximale belasting wordt overschreden vindt een signalering en registratie hiervan plaats; wanneer de overschrijding van de maximale belasting meer dan 9e bedraagt wordt de inname geblokkeerd. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het mobiel weegsysteem is voorzien van een typegoedkeuring. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voordat een nieuwe RMO in gebruik wordt genomen wordt een voorinregeling van het weegsysteem door de ontvanger van boerderijmelk uitgevoerd. Hierbij wordt de instructie van de leverancier van het weegsysteem gevolgd. 2 artikel 5 De ontvanger van boerderijmelk controleert voorafgaand aan de voor inregeling of is voldaan aan het bepaalde in. 3 Voor de uitvoering van de voor inregeling maakt de ontvanger van boerderijmelk gebruik van een keuringsinstelling. 4 Voorafgaand aan de uitvoering van de eerste keuring ondergaat de RMO een setting. De setting duurt minimaal twee weken en maximaal zes weken. In deze periode legt de RMO onder praktijkomstandigheden minimaal 2000 km af. Bij aanvang van de setting moet de eerste keuring bij de keuringsinstelling zijn aangevraagd. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, vierde lid Na de in, genoemde periode van setting wordt door de ontvanger van boerderijmelk voorafgaand aan de eerste keuring een fijninregeling uitgevoerd. Hierbij worden de instructies van de leverancier van het weegsysteem gevolgd. 2 Voor de fijninregeling maakt de ontvanger van boerderijmelk gebruik van de diensten van een keuringsinstelling. 3 IJkwet Voor de eerste keuring maakt de ontvanger van boerderijmelk eveneens gebruik van de diensten van een keuringsinstelling. De eerste keuring wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in de. Bij de eerste keuring voldoet de RMO voorzien van een mobiel weegsysteem aan de nieuwnorm. De hierbij te hanteren maximale fouten zijn vastgelegd in EG-IJkbesluit niet automatische weegwerktuigen bijlage 1, tabel 3, en de keuring wordt uitgevoerd conform EN 45501 1992; punt 8.2. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Na de eerste keuring of na een herkeuring wordt door de ontvanger van boerderijmelk elk half jaar een zuivelkeuring overeenkomstig het bepaalde in dit artikel uitgevoerd. Wanneer na twee opeenvolgende halfjaarlijkse zuivelkeuringen aan de normen wordt voldaan, kan de frequentie van de zuivelkeuring worden verminderd tot eenmaal per jaar. Voor de zuivelkeuring maakt de ontvanger van boerderijmelk gebruik van de diensten van een keuringsinstelling. 2 Bij de zuivelkeuring wordt, voor de beoordeling van de weegnauwkeurigheid van het weegsysteem, de gebruiksnorm gehanteerd, bovendien moet de afwijking per 2000 kg inname gelijk aan of minder zijn dan 6 kg; 3 Wanneer de weegresultaten van het weegsysteem tijdens de zuivelkeuring niet voldoen aan het bepaalde in het tweede lid, dient de afwijking te worden opgespoord en worden verholpen. Zodra de verzegeling is verbroken moet een reguliere keuring worden uitgevoerd. 4 artikel 5, tweede lid Voorafgaand aan de zuivelkeuring wordt onderzocht of de checklist, als bedoeld in, bij de opbouw, wijziging of onderhoud van de RMO is ingevuld en is ondertekend door de leverancier van het weegsysteem en de bouwer van de RMO. 5 artikel 5, tweede lid Voorafgaand aan de zuivelkeuring wordt aan de hand van de checklist, als bedoeld in, onderzocht in hoeverre de RMO nog steeds aan de opbouwvoorschriften voldoet. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 Wanneer een reguliere keuring wordt uitgevoerd kan dit in de plaats worden gesteld van een zuivelkeuring als bedoeld in. 2 artikel 9, vierde en vijfde lid Indien een reguliere keuring wordt uitgevoerd, worden ook die onderdelen van de zuivelkeuring uitgevoerd, als bedoeld in, die geen onderdeel uitmaken van de reguliere keuring. 3 Bij de reguliere keuring voldoet het weegsysteem aan de gebruiksnorm. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 7 8 Een gewijzigde RMO wordt door de ontvanger van boerderijmelk binnen een periode van veertien dagen aan een herkeuring onderworpen. Voorafgaand aan de uitvoering van een herkeuring kan het noodzakelijk zijn dat de in deenbeschreven procedure van voor inregeling, setting en fijninregeling moet worden doorlopen. 2 De herkeuring wordt uitgevoerd door de keuringsinstelling. De RMO wordt bij de herkeuring getoetst aan de gebruiksnorm. 3 Een herkeuring is in ieder geval aan de orde: a) indien een weegcel is vervangen; b) bij schade aan het chassis, waardoor de weegframes een andere stand hebben aangenomen. In dergelijke gevallen zal het chassis uitgelijnd moeten worden; c) bij schade aan de tank tussen de weegcellen, waardoor de ruimte tussen de weegcellen is gewijzigd; d) indien er zegelverbreking heeft plaatsgevonden, tenzij onder toezicht van de ijkbevoegde; e) na een reparatie die van invloed is op het weegresultaat. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Minimaal één keer per maand wordt van elke in gebruik zijnde RMO die is voorzien van een mobiel weegsysteem, een tussentijdse meting uitgevoerd. De tussentijdse meting wordt uitgevoerd door de ontvanger van boerderijmelk. 2 Voor de uitvoering van de tussentijdse meting kan gebruik worden gemaakt van een zuivelgekeurde weegbrug dan wel tanksnelweger. 3 Voor de uitvoering van een tussentijdse meting moet de volgende werkwijze worden gevolgd: a) na beëindiging van een melkrit wordt eerst het gewicht van een geladen RMO vastgesteld, alvorens het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) te bepalen, of b) voor de aanvang van een melkrit wordt het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) vastgesteld en na beëindiging van de melkrit het gewicht van de geladen RMO bepaald; c) bij de vaststelling van de afwijking wordt rekening gehouden met het verbruik van dieselolie door de RMO; hierbij wordt uitgegaan van een verbruik van 1 kg op 3 kilometer. 4 Het verschil tussen de gemeten hoeveelheid door de RMO en de gemeten hoeveelheid door middel van de weegbrug/tanksnelweger mag niet meer zijn dan 0,5 %. 5 Als het verschil tussen de gemeten hoeveelheid door de RMO en de gemeten hoeveelheid door middel van de weegbrug/ tanksnelweger meer is dan 0,5 % vindt opnieuw een weging op een weegbrug dan wel tanksnelweger plaats. 6 Wanneer wederom een verschil groter dan 0,5 % wordt gevonden, moet zo snel mogelijk een zuivelkeuring uitgevoerd worden. 7 De gegevens van de tussentijdse metingen worden door de ontvanger van boerderijmelk bewaard en zijn ter inzage van het COKZ. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De ontvanger van boerderijmelk beschikt over een kwaliteitssysteem waarmee hij aantoonbaar voldoet aan de bepalingen bij deze verordening. Dit kwaliteitssysteem is vastgelegd in een door de ontvanger van boerderijmelk opgesteld handboek. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 15 tot en met 19 Aan de erkenning van de keuringsinstelling wordt de voorwaarde verbonden dat deze instelling de in deomschreven bepalingen in acht neemt. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De keuringsinstelling toont ten genoegen van het bestuur, gehoord het COKZ, aan dat het beschikt over een terzake deskundige leiding, over een voor het te verrichten onderzoek voldoende outillage, alsmede over een gedocumenteerd en adequaat functionerend kwaliteitssysteem. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De keuringsinstelling verricht de keuringen overeenkomstig het bepaalde in deze verordening. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De resultaten van de keuringen worden vastgelegd op een voor het COKZ toegankelijke en overzichtelijke wijze. De resultaten worden gedurende ten minste vier jaar bewaard. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De keuringsinstelling verleent aan het COKZ alle medewerking en verstrekt alle gegevens welke het voor een goede controle noodzakelijk acht. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Voor het verzegelen of het aanbrengen van ijkmerken is de keuringsinstelling in het bezit van een door het NMI verleende ijkbevoegdheid; het door het NMI goed te keuren kwaliteitshandboek is hiervan een onderdeel. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 15 tot en met 19 De erkenning van de keuringsinstelling kan worden ingetrokken, indien niet aan de in degestelde voorwaarden wordt voldaan. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2001, Gewichtsbepaling boerderijmelk bij gebruik rijdende melkontvangsten met mobiel weegsysteem. 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 2002 3 18-01-2002 19-09-2001 PZ 2 19-01-2002