Besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren van 11 december 2003
- BWB-id
- BWBR0016094
- Type
- pbo
- Ministerie
- Productschap Pluimvee en Eieren
- Geldigheid
- 2005-12-18 t/m 2007-08-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016094
- ELI
- /eli/nl/pbo/2004/hygi-nebesluit-vermeerderingsbedrijven-pluimveevleessector-2
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2004/hygi-nebesluit-vermeerderingsbedrijven-pluimveevleessector-2/2005-12-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016094&g=2005-12-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016094&z=2026-06-06&g=2005-12-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016094/2005-12-18
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2004/hygi-nebesluit-vermeerderingsbedrijven-pluimveevleessector-2
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999 Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in, over en verstaat daarnaast onder: PPE/IKB-erkenning: een erkenning in het kader van het Integraal Keten Beheersingsprogramma voor de kip- en eisector "PPE/IKB 1997" zoals deze nu luidt of in de toekomst komt te luiden. 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 24-01-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een hygiëne-onderzoek dient een score te hebben die kleiner of gelijk is aan 1,5. 2 Indien de score groter dan 1,5 maar kleiner of gelijk aan 3,0 is dan dient door een professioneel ontsmettingsbedrijf de betreffende stal opnieuw te worden ontsmet. Na de volgende leegstandsperiode mogen pas nieuwe dieren geplaatst worden indien de uitslag van het onderzoek kleiner of gelijk is aan 1,5. 3 Indien de score groter dan 3,0 is dan dient de betreffende stal opnieuw te worden gereinigd en ontsmet. Na het reinigen en ontsmetten dient opnieuw een hygiëne-onderzoek te worden verricht. Een koppel pluimvee mag alleen dan worden opgezet als de uitslag van het onderzoek kleiner of gelijk is aan 1,5. 4 bijlage III onder b. van het Besluit protocollen hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999 Wanneer overeenkomstigde uitkomst van twee van de vijf onderdelen van de visuele controle slecht is, worden na de volgende ronde nogmaals een hygiëneonderzoek en een visuele controle uitgevoerd. 2005 72 16-12-2005 15-09-2005 PPE50 2005 72 16-12-2005 15-09-2005 PPE50 18-12-2005
Artikel 2A — Artikel 2A#
Artikel 2A Bijlage I Bijlage II Indien bij het pluimvee op een (opfok-)vermeerderingsbedrijf in de pluimveevleessector op de wijze zoals beschreven in het inopgenomen programma Salmonella is aangetoond, moet het (opfok-)vermeerderingsbedrijf een tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan overeenkomstig het model inopstellen en het betreffende plan uitvoeren. 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 44 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 44 10-10-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Bijlage I Het pluimvee op een vermeerderingsbedrijf en het pluimvee op een opfokbedrijf bestemd voor een vermeerderingsbedrijf dienen op de wijze als omschreven in het inopgenomen programma bemonsterd te worden. 2 bijlage I In het geval dat in het in het eerste lid bedoelde onderzoek Salmonella wordt aangetoond dan dient de betreffende ondernemer de maatregelen te nemen als omschreven in. 3 bijlage I De monsters, waarvan de wijze van monstername en analyse in deis omschreven, moeten geanalyseerd worden op alle typen Salmonella. Bij een besmetting moet geanalyseerd worden om welk serotype het gaat. 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 44 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 44 10-10-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De ondernemer die een opfokbedrijf bestemd voor een vermeerderingsbedrijf uitoefent en zijn pluimvee ent tegen Salmonella enteritidis is verplicht dit schriftelijk door te geven aan het Productschap. 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 24-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De informatie die verkregen is uit het onderzoek van de monsters dient schriftelijk te worden vastgelegd en te worden doorgegeven aan de afnemer. 2 bijlage I Zodra op het (opfok)-vermeerderingsbedrijf bij een koppel een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting is geconstateerd via het onderzoek dat conformis uitgevoerd, moet de pluimveehouder iedere bezoeker hierover informeren zodra de afspraak voor het maken van een bezoek wordt gemaakt. De bezoeker zal na het betreffende bedrijf te hebben bezocht op die dag geen andere bedrijven meer bezoeken. 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 44 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 44 10-10-2004 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Na het reinigen en ontsmetten, bedoeld in artikel 6, lid 1 van de verordening, dient de stal te worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella. 2 In het geval dat in het in het eerste lid bedoelde onderzoek Salmonella wordt aangetoond, dient de ondernemer, die een vermeerderingsbedrijf of een opfokbedrijf bestemd voor een vermeerderingsbedrijf uitoefent, de stal opnieuw te ontsmetten en de stal op de aanwezigheid van Salmonella te laten onderzoeken. Een nieuw koppel mag pas worden geplaatst wanneer geen Salmonella wordt aangetoond. 3 bijlage I bijlage III Nadat op het (opfok-)vermeerderingsbedrijf bij een koppel een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting is geconstateerd via het onderzoek dat conformis uitgevoerd, moet de stal worden gereinigd en ontsmet op de wijze zoals inis omschreven. 4 bijlage IV Na de constatering van een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting, moet de stal tijdens de leegstandperiode door een erkende instantie worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella spp. op de wijze zoals inis omschreven. Indien na de leegstandperiode de stal nog altijd besmet is met Salmonella spp. moet de pluimveehouder in overleg met externe deskundigen de verdere aanpak bepalen. 5 Nadat op een (opfok)vermeerderingsbedrijf in een stal een Salmonella paratyphi B var. Java besmetting is geconstateerd dient het voersysteem gereinigd en ontsmet te worden en dient tijdens de volgende ronde gedurende twee weken aan het drinkwater voor de (opfok)-vermeerderingsdieren een middel met bacteriedodende werking te worden toegediend. Deze middelen zijn in de handel vrij verkrijgbaar. De wijze en de toe te dienen hoeveelheid geschiedt volgens de aanwijzingen van de fabrikant. 6 bijlage I Nadat op basis van de onderzoeken, omschreven in, geen Salmonella paratyphi B var. Java meer wordt aangetroffen, moeten enkele maatregelen gedurende de volgende ronde worden uitgevoerd. Na de volgende ronde dient door een erkende instantie het hygiëne-onderzoek te worden uitgevoerd en dient de stal door een erkende instantie te worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella spp. 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 44 2004 61 08-10-2004 10-06-2004 PPE 44 10-10-2004
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 Op het bedrijf dienen bedrijfseigen vangkooien aanwezig te zijn. 2 Indien de ondernemer bij de aflevering van de dieren constateert dat de kratten en/of containers waarin een koppel pluimvee wordt vervoerd niet schoon zijn, is de betreffende ondernemer verplicht hiervan direct melding te maken bij het Productschap. 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 24-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien tussentijds pluimvee van een vermeerderingsbedrijf wordt afgevoerd is de ondernemer verplicht het betreffende pluimvee af te voeren in bedrijfseigen kratten of containers. 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 24-01-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Dit besluit kan worden aangehaald als "Hygiënebesluit vermeerderingsbedrijven pluimveevleessector 2003". 2 Dit besluit treedt in werking op de dag na die van zijn publicatie in het Verordeningen blad Bedrijfsorganisatie. 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 2004 4 23-01-2004 11-12-2003 PPE 5 24-01-2004