Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 21 november 2003 houdende regelen terzake van de bezoldiging van de voorzitter, de leden en de secretaris van een tuchtgerecht op grond van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002 (Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO)
- BWB-id
- BWBR0015930
- Type
- pbo
- Ministerie
- Sociaal-Economische Raad
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2004-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015930
- ELI
- /eli/nl/pbo/2004/verordening-bezoldiging-tuchtgerechten-pbo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2004/verordening-bezoldiging-tuchtgerechten-pbo/2004-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015930&g=2004-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015930&z=2026-06-06&g=2004-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015930/2004-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2004/verordening-bezoldiging-tuchtgerechten-pbo
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. artikel 7 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002 tuchtgerecht: een tuchtgerecht als bedoeld in; b. Raad: Sociaal-Economische Raad; c. artikel 19 van de Wet op de bedrijfsorganisatie Bestuurskamer: commissie van de Raad, ingesteld op grond van; d. zitting: terechtzitting ter mondelinge behandeling van zaken. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De bezoldiging van de voorzitter van een tuchtgerecht houdt in: a. bijlage per jaar een bedrag ter hoogte van twee-, drie-, dan wel viermaal de voor leden van de Raad vastgestelde forfaitaire vergoeding voor representatiekosten, afhankelijk van het aantal zaken dat door het tuchtgerecht is behandeld in het kalenderjaar dat aan het desbetreffende jaar is voorafgegaan, overeenkomstig de tabel die alsbij deze verordening is gevoegd; b. per zitting een bedrag ter hoogte van driemaal de voor leden van de Raad vastgestelde vacatievergoeding; c. per zaak die zonder zitting wordt afgedaan een bedrag ter hoogte van de helft van de voor leden van de Raad vastgestelde vacatievergoeding; en d. een vergoeding voor reis- en verblijfkosten, overeenkomstig de voor leden van de Raad geldende regeling. 2 Het eerste lid is, met uitzondering van onderdeel a, van toepassing op de plaatsvervangend voorzitter die als voorzitter optreedt. 3 Het eerste lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangend voorzitter die tevens fungeert als voorzitter van een kamer van het tuchtgerecht. 4 De Bestuurskamer kan bij besluit een bedrijfslichaam toestaan af te wijken van de grenswaarden in de tabel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De bezoldiging van de leden van een tuchtgerecht en hun plaatsvervangers houdt in: a. per zitting een bedrag ter hoogte van tweemaal de voor leden van de Raad vastgestelde vacatievergoeding; en b. een vergoeding voor reis- en verblijfkosten, overeenkomstig de voor leden van de Raad geldende regeling. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2, eerste lid, onder b artikel 3, onder a Indien een zitting niet langer duurt dan vier uren, worden de in, en, bedoelde bedragen gehalveerd. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De bezoldiging van de secretaris van een tuchtgerecht en van zijn plaatsvervanger is gebaseerd op de beloningsparagraaf van de geldende collectieve arbeidsovereenkomst voor de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, met dien verstande dat de hoogte van de beloning ten minste overeenkomt met het minimum van salarisschaal 11 en ten hoogste met het maximum van salarisschaal 14. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 2, eerste lid, onder a Voor de periode die aanvangt met de inwerkingtreding van dit besluit en die eindigt op 31 december van het daaropvolgende jaar, stelt de Bestuurskamer het aantal zaken, bedoeld in, bij besluit vast. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze verordening wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002 Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bezoldiging tuchtgerechten PBO. 2004 16 19-03-2004 21-11-2003 RE 2 2004 84 04-03-2004 23-02-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tuchtrechtspraak
bedrijfsorganisatie 2002 in werking treedt.
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdeel a