Verordening van het Productschap Diervoeder van 11 april 2003 inzake een nieuwe erkenningsregeling GMP diervoedersector
- BWB-id
- BWBR0014959
- Type
- pbo
- Ministerie
- Productschap Diervoeder
- Geldigheid
- 2005-06-05 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014959
- ELI
- /eli/nl/pbo/2004/verordening-pdv-certificatie-gmp-diervoedersector-2003
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2004/verordening-pdv-certificatie-gmp-diervoedersector-2003/2005-06-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014959&g=2005-06-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014959&z=2026-06-06&g=2005-06-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014959/2005-06-05
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2004/verordening-pdv-certificatie-gmp-diervoedersector-2003
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Verordening PDV bevoegdheden en werkwijze organen en inrichting secretariaat 1999 Deze verordening neemt over de terminologie van de Richtlijnen 701524lEEG. 79/373EEG, 82/471/EEG, 90/167/EG, 92/117/EEG, 93/113/EG, 95/69/EG, 96/251/EEG, 2002/32/EG, enig nadere wettelijke regeling van de Europese Gemeenschap van toepassing voor de diervoedersector, en deen verstaat voorts onder: a. GMP-standaard : bijlagen GMP01 tot en met GMP12 Good Manufacturing/Managing Practice standaard, zijnde de voorwaarden en criteria met betrekking tot bedrijfsinrichting, bedrijfsvoering, procescondities, processen, procedures, verantwoordelijkheden en voorzieningen zoals aangegeven in debij deze verordening, waaraan moet worden voldaan om te waarborgen dat de kwaliteit wordt gerealiseerd; b. QC-standaard : bijlage GMP13 Standard Quality Control of Feed Materials for Animal Feed, zijnde de voorwaarden en criteria met betrekking tot bedrijfsinrichting, bedrijfsvoering, procescondities, processen, procedures, verantwoordelijkheden en voorzieningen zoals aangegeven in debij deze verordening, waaraan de goedgekeurde leverancier dient te voldoen; c. onderneming : de aan het economisch verkeer deelnemende technisch-organisatorische eenheid die activiteiten verricht met betrekking tot op- en overslag, be- en verwerking, productie, handel dan wel vervoer van voedermiddelen, voormengsels, toevoegingsmiddelen of diervoeders (incl. mengvoeders); d. bedrijfseenheid : iedere naar locatie of functie te onderscheiden eenheid binnen een onderneming als bedoeld onder b. waarbinnen activiteiten worden verricht waarvoor een GMP-standaard bestaat, met dien verstande dat alle locaties van een onderneming welke uitsluitend handel drijft als een bedrijfseenheid worden aangemerkt; e. ondernemer : de natuurlijke- of rechtspersoon ongeacht nationaliteit, woon- of vestigingsplaats die een onderneming drijft als bedoeld onder c.; f. deelnemer : de ondernemer aan wie overeenkomstig het bepaalde bij deze verordening een erkenningscertificaat is verleend; g. kritische punten : die punten in het totale proces van voortbrenging en behandeling, die een rechtstreekse nadelige invloed hebben op de basiskwaliteit van voedermiddelen, voormengsels, toevoegingsmiddelen of diervoeders; h. certificatie-instelling : paragraaf 5 de gespecialiseerde instelling die ingevolgevan deze verordening door het productschap als zodanig is geaccepteerd; i. basiskwaliteit : de kenmerken van toevoegingen diergeneesmiddelen, voormengsels, voedermiddelen en diervoeders, die: a. ten behoeve van de veiligheid van het dier, de consument van voedermiddelen van dierlijke oorsprong en/of het milieu in wetgeving (in Europese Unie en aanvullend nationaal) zijn vastgelegd, b. in aanvulling op a) zijn geformuleerd op basis van consensus in de diervoedersector na overleg met de organisaties van de betreffende veehouderijsectoren en daar achterliggende (verwerkende) sectoren; j. norm : bijlage GMP14 iedere norm met betrekking tot basiskwaliteit als bedoeld onder i, zoals genoemd, dan wel vastgesteld inbij deze verordening; k. actiegrens : waarde bij overschrijding waarvan onderzoek dient te worden gedaan naar de oorzaak en corrigerende maatregelen dienen te worden genomen om de oorzaak weg te nemen of te beperken; 1. afkeurgrens : waarde bij overschrijding waarvan het product ongeschikt wordt geacht om te worden gebruikt als voedermiddel of diervoeder; m. GMP-regeling : het geheel van voorwaarden en criteria omtrent het kwaliteitssysteem zoals vastgelegd in de GMP- standaarden, alsmede van de normen met betrekking tot basiskwaliteit en de daarbij behorende nader vastgestelde beheersingsmaatregelen, bij of krachtens deze verordening van toepassing zijnde; n. College : Besluit PW College van Deskundigen Diervoedersector 2000 het college als bedoeld in het; o. goedgekeurde leverancier : bijlage GMP13 de buitenlandse leverancier van voedermiddelen waarvan een certificatie-instelling heeft vastgesteld dat het toegepaste kwaliteitssysteem voldoet aan de Standard Quality Control of Feed Materials als opgenomen in de. p. collectieve beeldmerken : bijlage GMP15 het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd bedrijf", het collectieve beeldmerk "GMP+HACCP-gecertificeerd bedrijf", het collectieve beeldmerk "HACCP", het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd transportbedrijf', en het collectieve beeldmerk "QC-bedrijf", als opgenomen in de; 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, onderdeel j. Onverminderd de normen als bedoeld in, worden toevoegings- en diergeneesmiddelen, voormengsels, voedermiddelen en diervoeders waarin stoffen aanwezig zijn die kennelijk dienen om de aanwezigheid van andere stoffen te maskeren in het kader van de GMP-regeling als ondeugdelijk aangemerkt. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De ondernemer die de basiskwaliteit jegens zijn afnemers wil borgen overeenkomstig de GMP-regeling kan een erkenningscertificaat aanvragen. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 10 Een erkenningscertificaat wordt aangevraagd bij een door het productschap ingevolgegeaccepteerde certificatie-instelling. 2 Een erkenningscertificaat wordt afgegeven indien: ten genoegen van de certificatie-instelling wordt aangetoond dat in elke bedrijfseenheid alle activiteiten waarvoor een GMP-standaard of de QC-standaard van toepassing is daaraan voldoen en over alle wettelijk voorgeschreven registraties, erkenningen en vergunningen wordt beschikt en opgave wordt gedaan van de zeggenschapsverhoudingen binnen de onderneming, alsmede het samenstel van ondernemingen waarvan de onderneming deel uitmaakt. 3 Indien op één locatie meerdere ondernemers activiteiten uitoefenen waarvoor een GMP-standaard bestaat, dient ieder van hen voor deze activiteiten over een erkenningscertificaat te beschikken. 4 Indien de acceptatie van de certificatie-instelling van wie de deelnemer een erkenningscertificaat heeft, wordt ingetrokken, is de deelnemer verplicht binnen drie maanden een overeenkomst met een andere geaccepteerde certificatie-instelling te sluiten. Deze CI dient vervolgens binnen 3 maanden na het sluiten van de overeenkomst een nieuw erkenningscertificaat af te geven. 2005 29 03-06-2005 16-02-2005 PDV7 2005 29 03-06-2005 16-02-2005 PDV7 05-06-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien ten genoegen van de certificatie-instelling is aangetoond dat aan de voorwaarden van de toepasselijke GMP-standaard dan wel de QC-standaard wordt voldaan, verleent de certificatie-instelling aan de ondernemer per bedrijfseenheid een erkenningscertificaat waarin de GMP-standaarden worden genoemd, die ZW beoordeeld en waaraan wordt voldaan. 2 Het erkenningscertificaat heeft een geldigheidsduur van drie jaar. De geldigheidsduur wordt telkenmale met drie jaar verlengd tenzij: a. de deelnemer uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur schriftelijk te kennen heeft gegeven van verlenging af te zien, of b. de beoordeling als bedoeld in het derde lid tot een negatieve uitkomst leidt, of c. artikel 13, eerste lid toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in. 3 Alvorens de certificatie-instelling tot verlenging van het erkenningscertificaat overgaat, voert hij een herbeoordeling uit ten aanzien van het voldoen aan de GMP-regeling. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 GMP-standaard GMP02 GMP04 Een deelnemer die diervoeders produceert kan voor een niet-gecertificeerde tussenhandelaar garant staan, indien hij via deze tussenhandelaar aflevert aan een veehouder en wil waarborgen dat alle diervoeder van deze tussenhandelaar overeenkomstig deof overeenkomstigvoor zover van toepassing is geproduceerd. 2 De in het eerste lid bedoelde tussenhandelaar mag geen etiket of begeleidend document wijzigen, geen tussenopslag in bulk en geen bulktransport verrichten en slechts overwegend van één producent diervoeders afnemen. 3 De deelnemer houdt een lijst bij van tussenhandelaren en producten waarvoor hij garant staat en deelt iedere wijziging binnen één maand mee aan de certificatie-instelling. 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 15-05-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 7, vierde lid De certificatie-instelling doet aan de secretaris onverwijld opgave van de naam, het adres en de vestigingsplaats, voor zover nodig met vermelding van bedrijfseenheden, van elke ondernemer waaraan hij een erkenningscertificaat verleent, alsmede voor welke GMP-standaard(en) en aanvullende aanduidingen als bedoeld in, dan wel de QC-standaard het erkenningscertificaat is verleend. 2 De certificatie-instelling stelt de secretaris binnen één maand schriftelijk in kennis van iedere wijziging van de gegevens als bedoeld in het eerste lid. 3 De certificatie-instelling stelt de secretaris binnen 24 uur schriftelijk in kennis van de namen, adressen en vestigingsplaatsen van de ondernemers waarvan het erkenningscertificaat is geschorst, ingetrokken of niet is verlengd. De secretaris is gerechtigd om belanghebbenden hierover actief te informeren. 4 artikel 5a De certificatie-instelling doet aan de secretaris onverwijld opgave van de tussenhandelaren en de producten waarvoor overeenkomstigdeelnemers garant staan. 5 De secretaris legt de in de voorgaande leden bedoelde gegevens vast in een openbaar register. 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 15-05-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De deelnemer is gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd bedrijf': a. op of bij de bedrijfseenheid waarvoor de erkenning is verleend; b. op of bij de producten afkomstig van de onder a. bedoelde bedrijfseenheid, mits de handel in, op- en overslag, be- en verwerking dan wel productie van de producten heeft plaatsgevonden overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde GMP-standaarden; c. op bescheiden afgegeven door de onder a. bedoelde bedrijfseenheid. 2 bijlage GMP01, paragraaf 1 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is de deelnemer die blijkens zijn erkenningscertificaat voldoet aan het bepaalde in, gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP+HACCP-gecertificeerd bedrijf' en het collectieve beeldmerk "HACCP op de wijze als genoemd in het eerste lid. 3 bijlage GMP07 Onverminderd het bepaalde in het eerste en het tweede lid is de deelnemer die blijkens zijn erkenningscertificaat ten aanzien van transport voldoet aan het bepaalde ingerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "GMP-gecertificeerd transportbedrijf' op de wijze als genoemd in het eerste lid. 4 bijlage GMP14 De deelnemer is gerechtigd een of meer aanvullende aanduidingen te vermelden, indien hij voldoet aan de desbetreffende aanvullende criteria voor productkenmerken vermeld in. 5 bijlage GMP15 De goedgekeurde leverancier is gerechtigd tot het gebruik van het collectieve beeldmerk "QC-bedrijf' opgenomen inop de wijze als genoemd in het eerste lid. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 bijlage GMP15 Iedere deelnemer is gerechtigd de collectieve beeldmerken in een vertaalde versie in het Duits, Engels, Frans, Grieks, Italiaans of Spaans te gebruiken. De vertaalde beeldmerken moeten overeenkomen met de beeldmerken, afgebeeld inbij deze verordening. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Iedere gebruiker van één van de collectieve beeldmerken is verplicht iedere inbreuk die hem ter kennis komt mede te delen aan zijn certificatie-instelling, of het productschap. 2 Onverminderd de bevoegdheid van het productschap is iedere certificatie-instelling zelfstandig bevoegd tot het instellen van een vordering tegen een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van een collectief beeldmerk of van een daarmee overeenstemmend teken. 3 Iedere gebruiker van één van de collectieve beeldmerken is bevoegd om zich te voegen of tussen te komen in een geding als bedoeld in het tweede lid. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Het verzoek tot acceptatie als certificatie-instelling wordt ingediend bij het productschap. 2 Het bestuur stelt, gehoord het College, bij besluit de procedure en voorwaarden voor acceptatie van een certificatie-instelling vast. 3 Na indiening van de aanvraag tot acceptatie beoordeelt het productschap binnen een termijn van drie maanden of de certificatie-instelling voldoet aan de voorwaarden bedoeld in het tweede lid. 4 De acceptatie van een certificatie-instelling wordt namens het bestuur verleend door de secretaris bij wederzijdse overeenkomst met een duur van vier jaren. 5 paragraaf 2 Bij acceptatie verkrijgt de certificatie-instelling het niet exclusieve recht, onder de bij de in het vierde lid genoemde overeenkomst nader te stellen voorwaarden, met inachtneming van het bepaalde inaan ondernemers in de diervoedersector erkenningscertificaten te verlenen. 6 De namen, adressen en vestigingsplaatsen van de geaccepteerde certificatie instellingen worden door de secretaris vastgelegd in een openbaar register. 7 Bij wijziging van de naam, het adres of de vestigingsplaats dan wel bij opheffing is de certificatie-instelling verplicht het productschap binnen één maand vooraf daarvan in kennis te stellen. 8 De certificatie-instelling die een verzoek tot acceptatie indient als bedoeld in het eerste lid, is aan het productschap een door het bestuur vast te stellen vergoeding verschuldigd. De geaccepteerde certificatie-instellingen zijn jaarlijks een door het bestuur vast te stellen licentievergoeding aan het productschap verschuldigd, dat bestaat uit een vast bedrag per certificatie-instelling en een bedrag per door deze erkende deelnemer. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Een certificatie-instelling neemt bij de beoordeling van ondernemers, alsmede bij de verlening, verlenging, opschorting en intrekking van een erkenningscertificaat strikt in acht het bepaalde in deze verordening, alsmede de door het bestuur, gehoord het College, bij besluit vastgestelde richtlijnen voor beoordeling en certificatie. 2 Het Bureau Coördinatie Diervoedercertificatie en -controle houdt toezicht op de naleving door de certificatie-instellingen van de verplichtingen bedoeld in het voorgaande lid. 3 Het productschap neemt bij de beoordeling van certificatie-instellingen strikt in acht het bepaalde in deze verordening, alsmede de door het bestuur, gehoord het College, bij besluit vastgestelde richtlijnen voor beoordeling en sanctionering van certificatie-instellingen. 4 Indien de certificatie-instelling de verplichtingen in of krachtens deze verordening niet naleeft, kan de secretaris namens het bestuur: en dit besluit bekend maken. artikel 10, vierde lid geen verlenging van de erkenning, als bedoeld in, verlenen, of de erkenning schorsen of de erkenning intrekken 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 15-05-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 De deelnemer is verplicht alle medewerking te verlenen aan de controle bedoeld inen aan het toezicht door of vanwege het productschap op de naleving van de voorwaarden en voorschriften bij of krachtens deze verordening gesteld. 2 De deelnemer is verplicht het bepaalde bij of krachtens deze verordening na te leven. 3 De deelnemer dient bij wijziging van de GMP-regeling binnen één jaar na bekendmaking daarvan aan de wijziging te voldoen, tenzij het bestuur, gehoord het College, een kortere termijn bepaalt. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12 artikel 4, derde lid Indien de deelnemer de verplichtingen uitniet naleeft, dan wel bij de herbeoordeling als bedoeld in, niet aan de voorwaarden en criteria van de GMP-regeling blijkt te voldoen, kan de certificatieinstelling: artikel 4, tweede lid geen verlenging van het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard als bedoeld in, verlenen, of het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard, schorsen voor de duur van maximaal drie maanden, en het certificaat, betrekking hebbend op alle voor de onderneming van toepassing zijnde GMP-standaarden en QC-standaard, intrekken indien na afloop van de in het voorgaande gedachtestreepje genoemde schorsing de tekortkomingen niet ten genoegen van de certificatie-instelling aantoonbaar zijn opgeheven. 2 Na het intrekken dan wel het niet verlengen van een erkenning is de ondernemer gedurende een periode van een jaar uitgesloten van de mogelijkheid tot het aanvragen van een erkenning. 3 Indien daartoe naar het oordeel van het productschap gehoord het College aanleiding bestaat, kan de in het voorgaande lid bedoelde uitsluiting tevens iedere andere ondernemer betreffen waarin al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap wordt uitgeoefend of verkregen door: artikel 6, derde en vierde lid Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. de uitgesloten ondernemer, of een rechtspersoon die in de uitgesloten ondernemer al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap uitoefent of in de erkenningsperiode heeft uitgeoefend, of een natuurlijke persoon die in de uitgesloten ondernemer al dan niet middellijk en op welke wijze ook beslissende zeggenschap uitoefent of in de erkenningsperiode heeft uitgeoefend. 4 Op grond van redelijkheid en billijkheid kan de certificatie-instelling besluiten de niet-verlenging, schorsing of intrekking van het certificaat, als bedoeld in het eerste lid, op één of meer GMP-standaarden betrekking te laten hebben. 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 15-05-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 5, eerste lid artikel 13, eerste lid bijlage GMP16 In aanvulling op de eigen geschillenregeling van de certificatie-instelling is op geschillen tussen deelnemers en certificatie-instellingen inzake het gebruik door de certificatieinstelling van zijn bevoegdheden ingevolgeen, van toepassing het alsbij deze verordening opgenomen geschillenreglement. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 bijlage 1 bij de "GMP- standaard wegtransport diervoedersector, GMP 07 De voorzitter is bevoegd, namens het bestuur, bij besluit" te wijzigen. 2 Productnormen GMP-regeling diervoedersector, GMP 14 De voorzitter is bevoegd, namens het bestuur, bij besluit de bijlage "" te wijzigen, indien het gaat om normen of verboden producten die reeds nationaal of communautair bij een wettelijke regeling geregeld zijn. 3 artikel 10, tweede lid artikel 11, eerste lid artikel 15, eerste en tweede lid Besluiten van het bestuur en de voorzitter als bedoeld in,en, alsmede de besluiten bedoeld in de bijlagen bij deze verordening, worden bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treden in werking op de tweede dag na publicatie, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt. 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 15-05-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De volgende verordeningen en besluiten worden ingetrokken: Verordening PDV erkenningsregeling GMP diervoedersector 2000 ; Verordening Vvr regeling diervoeders voor de productie van varkensvlees volgens Japanstandaard 1994 ; Besluit WR erkenningsregeling laboratoria bedrijfsinterne controle diervoedersector 1996 ; Besluit PDV normen GMP diervoedersector 1999 ; Besluit Vvr regeling leveranciers voeders voor scharreldieren 1995 ; Besluit Vvr regeling leveranciers voeders voor grasmerk 1995 ; Besluit PDV transport diervoeders GMP 2000 ; Besluit PDV gebruik en toezicht collectieve beeldmerken GMP diervoedersector 2001 ; Besluit Vvr nadere voorschriften GMP-erkenning ; Besluit PDV beoordelings- en toezichtsprocedure GMP diervoedersector 1998 ; Besluit PDV gebruik Quality Control beeldmerk 2002 . 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Verordening PDV erkenningsregeling GMP diervoedersector 2000 artikel 11, eerste lid De op de dag van inwerkingtreding van deze verordening bestaande erkenningen op grond van deblijven van kracht en erkenningen die vanaf 1 december 2002 tot de dag van inwerkingtreding zijn verlopen worden geacht te zijn verlengd met één jaar, onder voorwaarde dat de deelnemer vóór 1 augustus 2003 een overeenkomst met een geaccepteerde certificatie-instelling sluit voor uitvoering van een beoordeling als bedoeld in. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze verordening wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van 1 juli 2003. Bij publicatie op of na 30 juni 2003 treedt deze verordening in werking op de tweede dag na publicatie en werkt terug tot en met 1 juli 2003. 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 2004 35 11-06-2004 11-04-2003 PDV 8 01-07-2004
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PDV certificatie GMP diervoedersector 2003. 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 2005 26 13-05-2005 12-11-2003 PDV6 15-05-2005
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Dit reglement neem over de terminologie van de Verordening PDV erkenningsregeling GMP diervoedersector 2003, en verstaat voorts onder: a. Geschillencommissie: de in artikel 2 bedoelde geschillencommissie; b. secretaris: de fungerend secretaris van de geschillencommissie
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Geschillencommissie GMP, welke zetelt ten kantore van het Productschap Diervoeder. 2 De Geschillencommissie is met uitzondering van de civiele rechter belast met de beslissing in alle geschillen, ontstaan tussen ondernemers en certificatie-instellingen. 3 Het productschap benoemt ten minste zeven personen die als lid van de Geschillencommissie kunnen fungeren. Deze personen hebben geen binding met de certificatie-instellingen anders dan voortvloeiend uit dit reglement. Tevens benoemt het productschap een voorzitter die de hoedanigheid van meester in de rechten bezit. 4 De Geschillencommissie bestaat uit de voorzitter en twee leden die door de voorzitter worden aangewezen uit de overeenkomstig het derde lid benoemde personen. 5 Indien de voorzitter van oordeel is dat een geschil van een zodanige aard is dat zijn aanwezigheid bij de behandeling ervan niet noodzakelijk is, zal hij, in afwijking van het gestelde in het vierde lid, drie leden aanwijzen uit de overeenkomstig het derde benoemde personen. Deze drie leden zullen alsdan in het geschil optreden als Geschillencommissie. Deze Geschillencommissie zal uit haar midden één van de leden aanwijzen die als plaatsvervangend voorzitter zal fungeren. 6 Als secretaris van de Geschillencommissie treedt op een functionaris die in dienst is van het productschap en die de hoedanigheid van meester in de rechten bezit. 7 Als vice-voorzitter van de Geschillencommissie treedt op een lid van de Geschillencommissie, daartoe aangewezen door de voorzitter.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een aanvraag om geschilbeslechting dient schriftelijk en bij aangetekende post bij de Geschillencommissie te worden ingediend. Een zodanige aanvraag is slechts ontvankelijk indien deze ter post wordt bezorgd binnen zes weken na de dag waarop de bestreden beslissing van de certificatie-instelling is medegedeeld, uitgereikt of verzonden respectievelijk na de dag waarop de bestreden handeling van de certificatie-instelling is verricht. 2 Een aanvraag om geschilbeslechting wegens het niet nemen van een besluit of het niet verrichten van een handeling dient ter post te worden bezorgd binnen drie maanden nadat de belanghebbende schriftelijk om het nemen van het besluit respectievelijk om het verrichten van de handeling heeft verzocht. 3 Termijnoverschrijding leidt niet tot niet- ontvankelijkheid, indien de belanghebbende ten genoegen van de geschillencommissie aantoont dat hem terzake van de overschrijding redelijkerwijze geen verwijt treft.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De aanvraag bevat de navolgende gegevens: a. de namen en adressen van de betrokken partijen; b. een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van het geschil; c. een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de vordering. 2 Elke aanvraag dient vergezeld te gaan van schriftelijke bewijsstukken, voorzover de aanvrager daarover de beschikking heeft, alsmede van storting van een bedrag ad EUR 135,- op een nader aan te geven bankrekening. 3 De secretaris zal, indien naar zijn oordeel niet voldoende gegevens door de aanvrager zijn verstrekt, de aanvrager in de gelegenheid stellen zijn aanvraag te completeren binnen een door de secretaris te stellen en op straffe van niet-ontvankelijkheid in acht te nemen termijn. 4 De aanvraag wordt niet in behandeling genomen zolang deze naar het oordeel van de secretaris niet compleet is. 5 De secretaris verklaart de aanvraag om geschil beslechting niet-ontvankelijk in het geval dat de aanvraag niet vergezeld gaat van een storting als bedoeld in het tweede lid. Voor het overige oordeelt de voorzitter over de ontvankelijkheid.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Zodra bekend is welke personen tot lid van de Geschillencommissie zijn aangewezen stelt de secretaris de betrokken partijen hiervan op de hoogte. 2 De betrokken partijen kunnen één of meer leden van de Geschillencommissie wraken in gerechtvaardigde twijfel bestaat aan zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid. 3 Een lid van de Geschillencommissie kan ook worden gewraakt om redenen die voorafgaand aan zijn benoeming zijn opgekomen. 4 De wrakende partij brengt de wraking, onder opgave van redenen, schriftelijk ter kennis van het betreffende lid, de andere leden van de Geschillencommissie en de wederpartij. Deze kennisgeving wordt gedaan binnen 14 dagen nadat de wrakende partij kennis heeft gekregen van de redenen voor wraking. 5 De zaak kan door de Geschillencommissie worden geschorst vanaf de dag van ontvangst van de kennisgeving. 6 Trekt het gewraakte lid zich niet binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving terug, dan wordt over de wraking op verzoek van de meest gerede partij door de President van de Rechtbank beslist.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De secretaris zendt een exemplaar van de aanvraag zo spoedig mogelijk aan de gedaagde partij en wijst hem op de mogelijkheid om binnen veertien dagen bij de secretaris een schriftelijk verweer in te dienen. 2 De secretaris zal zo spoedig mogelijk een exemplaar van het verweerschrift aan de eisende partij toezenden en deze, zo de secretaris daartoe termen aanwezig acht, in de gelegenheid stellen om binnen een door hem te bepalen termijn bij hem een conclusie van repliek in te dienen. 3 Indien de eisende partij van deze gelegenheid gebruik maakt, zal de secretaris onder toezending van een exemplaar van de conclusie van repliek aan de gedaagde partij deze op overeenkomstige wijze in staat stellen tot het indienen van een conclusie van dupliek.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Geschillencommissie bepaalt de dag en het tijdstip van de zitting, waarop partijen hun standpunten mondeling kunnen toelichten. De secretaris roept de leden onder toezending van de stukken en de partijen tot deze zitting op evenals tot eventuele volgende zittingen. 2 Indien één der partijen daarom verzoekt en de Geschillencommissie termen aanwezig acht aan dit verzoek te voldoen, kan de behandeling van een geschil geheel of voor een gedeelte achter gesloten deuren plaatsvinden. 3 De (fungerend) voorzitter van de Geschillencommissie is bevoegd de bij of krachtens dit reglement gestelde termijnen te verlengen. 4 De Geschillencommissie is bevoegd getuigen en deskundigen te horen. 5 Partijen zijn bevoegd zich door een raadsman te doen bijstaan. 6 In die gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de (fungerend) voorzitter van de Geschillencommissie.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De Geschillencommissie beslist bij wege van bindend advies en bij meerderheid van stemmen. De schriftelijke uitspraak bevat onder meer de gronden voor de gegeven beslissing. Van de mening van een eventuele minderheid wordt in de uitspraak geen melding gemaakt leder der betrokken partijen ontvangt van de secretaris zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De Geschillencommissie zal in haar beslissing mede bepalen hoe hoog de kosten van de behandeling van het geding zijn en wie deze kosten zal hebben te dragen, met dien verstande dat degene die geheel of grotendeels in het gelijk wordt gesteld, niet in de kosten van het geding kan worden veroordeeld. Onder kosten zijn mede begrepen de honorering en de verschotten van de leden van de Geschillencommissie. Het ingevolge artikel 4, tweede lid, gestorte bedrag wordt afhankelijk van de beslissing verrekend dan wel teruggestort.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De certificatie-instelling is verplicht aan de Geschillencommissie alle gewenste inlichtingen te verstrekken en bescheiden te overleggen.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De leden van de Geschillencommissie zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken- en bedrijfsgeheimen welke zij in hun hoedanigheid vernemen en voorts van alle aangelegenheden ten aanzien waarvan de Geschillencommissie geheimhouding heeft opgelegd, of waarvan zij het vertrouwelijk karakter moeten begrijpen. 2 Indien een lid van de Geschillencommissie in strijd met het in het eerste lid bepaalde handelt, ka dit lid door het bestuur geschorst of ontslagen worden. Een zodanige beslissing wordt niet genomen, dan nadat de betrokkene in de gelegenheid is gesteld zich ter zake te verantwoorden.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De hoogte van de vacatiegelden voor de leden van de Geschillencommissie wordt bij besluit van het bestuur van het productschap vastgesteld.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit reglement wordt aangehaald als "Geschillenreglement GMP".