Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur
- BWB-id
- BWBR0030681
- Type
- pbo
- Ministerie
- Nederlandse Orde van Advocaten
- Geldigheid
- 2012-07-01 t/m 2014-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0030681
- ELI
- /eli/nl/pbo/2012/verordening-vakbekwaamheidseisen-civiele-cassatieadvocatuur
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2012/verordening-vakbekwaamheidseisen-civiele-cassatieadvocatuur/2012-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0030681&g=2012-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0030681&z=2026-06-06&g=2012-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0030681/2012-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2012/verordening-vakbekwaamheidseisen-civiele-cassatieadvocatuur
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. de advocaat: artikel 10 van de Stageverordening 2005 artikel 16h van de Advocatenwet de in Nederland ingeschreven advocaat die in het bezit is van een stageverklaring als bedoeld in, alsmede de advocaat als bedoeld in; b. de advocaat bij de Hoge Raad: artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet de advocaat als bedoeld indie civiele cassatiezaken behandelt; c. de Algemene Raad: artikel 18, eerste lid, van de Advocatenwet de Algemene Raad als bedoeld in; d. de secretaris: artikel 34 van de Advocatenwet de secretaris als bedoeld in; e. het tableau: artikel 1, eerste lid, van de Advocatenwet het tableau als bedoeld in; f. de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur: artikel 9 de Commissie als bedoeld invan deze verordening; g. de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur: artikel 10 de Commissie als bedoeld invan deze verordening. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Op schriftelijk verzoek van de advocaat gaat de secretaris over tot diens voorlopige inschrijving, inschrijving of tot verlenging van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad. 2 De voorlopige inschrijving, de inschrijving of de verlenging van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad bestaat uit een aantekening op het tableau met vermelding van de termijn waarvoor de voorlopige inschrijving, de inschrijving of de verlengde inschrijving van de advocaat bij de Hoge Raad geldt. 3 artikel 4, eerste lid Voorlopige inschrijving vindt pas plaats nadat de advocaat de verklaring omtrent het examen als bedoeld in, heeft overgelegd. De voorlopige inschrijving heeft een geldingsduur van drie jaar. 4 De secretaris bericht de voorlopig ingeschreven advocaat ten hoogste zes en uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de voorlopige inschrijving dat deze zal verlopen. 5 artikel 5, tweede lid artikel 6, tweede lid Inschrijving vindt plaats nadat de advocaat uiterlijk een maand voor het verlopen van de voorlopige inschrijving de verklaring omtrent de proeve van bekwaamheid als bedoeld in, en de verklaring omtrent de beoordeling als bedoeld in, heeft overgelegd. De inschrijving heeft een geldingsduur van drie jaar. 6 De secretaris bericht de ingeschreven advocaat ten hoogste zes en uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de inschrijving dat deze zal verlopen. 7 artikel 6, tweede lid Verlenging van de inschrijving vindt pas plaats nadat de advocaat uiterlijk een maand voor het verlopen van de inschrijving de verklaring als bedoeld in, heeft overgelegd. De inschrijving wordt voor de duur van drie jaar verlengd. 8 artikel 5 Indien de advocaat niet tijdig het verzoek tot inschrijving of verlenging van de inschrijving doet, kan de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur besluiten dat de advocaat de proeve van bekwaamheid als bedoeld inopnieuw moet afleggen. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 artikel 3, tweede lid, van de Verordening op de vakbekwaamheid Onverminderd het bepaalde ingaat de secretaris pas tot voorlopige inschrijving, inschrijving of verlenging van de inschrijving over nadat de advocaat eveneens een verklaring van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij een op voorstel van die Commissie door de Algemene Raad vast te stellen aantal punten per jaar als bedoeld inheeft behaald door het volgen of geven van door die Commissie aangewezen opleidingen of cursussen dan wel door het publiceren van artikelen in voor de (cassatie)rechtspraktijk of rechtswetenschap relevante boeken of tijdschriften. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het examen ten behoeve van de voorlopige inschrijving omvat toetsing door ten minste twee leden van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur van de kennis die nodig is voor de behoorlijke uitoefening van de civiele cassatiepraktijk. Het examen wordt mondeling afgenomen. 2 De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur geeft de advocaat die het examen met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan een verklaring af. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De proeve van bekwaamheid ten behoeve van de inschrijving bestaat uit toetsing door ten minste twee leden van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur van het vermogen zelfstandig naar behoren cassatieadviezen, cassatiemiddelen en cassatieverweren op te stellen. Bedoelde stukken worden opgesteld aan de hand van door die Commissie verschafte dossiers van ten minste twee cassatiezaken dan wel van een gelijk aantal door de advocaat aangebrachte en door die Commissie goedgekeurde cassatiedossiers. Van de proeve maakt een mondelinge nabespreking van de opgestelde stukken deel uit. 2 De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur geeft de advocaat die de proeve met goed gevolg heeft afgelegd, daarvan een verklaring af. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie De advocaat die inschrijving of verlenging van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad verzoekt, dient gedurende de aan het verzoek voorafgaande periode van drie jaar zelfstandig ten minste twaalf civiele cassatiezaken te hebben behandeld, waarvan ten minste zes zaken tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid. Hierbij worden niet meegerekend zaken waarin het cassatieberoep op grond vanniet-ontvankelijk is verklaard. 2 De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur beoordeelt of aan de in het vorige lid gestelde eis is voldaan en geeft in het bevestigend geval de advocaat daarvan een verklaring af. 3 De Algemene Raad kan, gehoord de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur en de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van het in het eerste lid vereiste aantal van twaalf respectievelijk zes cassatiezaken. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De secretaris gaat over tot doorhaling van de voorlopige inschrijving, inschrijving of verlengde inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad: a. op verzoek van de advocaat; b. indien de geldigheidsduur van de voorlopige inschrijving, inschrijving, of de verlenging van de inschrijving is verstreken; c. artikel 9k, eerste lid, van de Advocatenwet ter uitvoering van de onherroepelijk geworden beslissing als bedoeld invan de raad van discipline respectievelijk het hof van discipline tot doorhaling van de inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De Algemene Raad stelt, op voorstel van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur en gehoord de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur vast. Hierin worden ten minste regels gesteld over: a. de inrichting, omvang en leerstof van het examen, alsmede de inrichting, omvang, en voorwaarden van de proeve van bekwaamheid; b. de tijden waarop het examen en de proeve van bekwaamheid kunnen worden afgelegd; c. de mogelijkheid van het opnieuw afleggen van het examen en van de proeve van bekwaamheid; d. artikelen 3 tot en met 5 de mogelijkheid van vrijstelling voor bepaalde onderdelen van de in degestelde eisen; e. het in rekening te brengen bedrag voor – artikel 3 de verklaring als bedoeld in – het afleggen van het examen, van de proeve van bekwaamheid – het verkrijgen van de verklaring nodig voor voorlopige inschrijving, inschrijving of verlenging van de inschrijving; f. artikel 3 opleidingsverplichtingen voortvloeiend uit het bepaalde in. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Er is een Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur. 2 De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur heeft tot taak: a. artikel 4, eerste lid artikel 5, eerste lid het afnemen van het examen als bedoeld in, en van de proeve van bekwaamheid als bedoeld in; b. artikelen 3 tot en met 6, eerste lid de beoordeling of voldaan is aan het bepaalde in de, en het op basis daarvan afgeven van de desbetreffende verklaringen; c. artikelen 3 tot en met 5 het nemen van besluiten over verzoeken tot vrijstelling voor bepaalde onderdelen van de in degestelde eisen; d. artikel 8 het doen van een voorstel voor het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur als bedoeld invan deze verordening; e. het zo nodig organiseren of doen organiseren van onderwijs op het gebied van de civiele cassatiepraktijk; f. al het nodige te doen ter uitvoering van deze verordening, waaronder begrepen het nemen van besluiten krachtens mandaat van de Algemene Raad, alsmede het adviseren van de Algemene Raad; g. het verschaffen van alle gewenste inlichtingen aan de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur. 3 De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur bestaat uit ten minste vijf op het terrein van de civiele cassatie deskundige leden. 4 De Algemene Raad benoemt, gehoord de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, de voorzitter en leden van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming voor ten hoogste vier jaar is een maal mogelijk. De Algemene Raad voorziet in het secretariaat. 5 De Algemene Raad draagt de door de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur gemaakte kosten. De leden ontvangen vacatiegeld op de voet van de Regeling vacatiegelden en reis- en verblijfkosten Nederlandse Orde van Advocaten. 6 De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur stelt een huishoudelijk reglement op, dat de goedkeuring van de Algemene Raad, gehoord het advies van de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur, behoeft. 7 De leden en de secretaris van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur die niet tevens advocaat zijn, zijn tot geheimhouding gehouden ten aanzien van hun in die functie ter kennis gekomen gegevens die onder de geheimhoudingsplicht van de advocaat vallen. 8 De Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur brengt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden uit aan de Algemene Raad, die dit ter kennis van het College van Afgevaardigden brengt. Het jaarverslag is openbaar en wordt op de website van de Nederlandse Orde van Advocaten gepubliceerd. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Er is een Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur. 2 artikel 11, eerste lid De Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur houdt toezicht op de wijze waarop de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur haar taken uitoefent en adviseert de Algemene Raad over een ingevolge, ingediend bezwaar. De Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur rapporteert en, zo nodig, adviseert over haar toezichthoudende taak aan de Algemene Raad onder gelijktijdige toezending van haar rapportage of advies aan de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur. 3 De Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden, van wie de meerderheid bestaat uit leden die bij de civiele cassatiepraktijk zijn betrokken. De leden zijn niet tegelijkertijd lid van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur. 4 De Algemene Raad benoemt de voorzitter en de leden voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming voor ten hoogste vier jaar is een maal mogelijk. De Algemene Raad voorziet in het secretariaat. 5 Artikel 9, vijfde, zevende en achtste lid , is van overeenkomstige toepassing. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 3 tot en met 6, eerste lid artikelen 3 tot en met 5 Ter zake van de beslissing van de Commissie vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur inhoudende dat de advocaat respectievelijk de advocaat bij de Hoge Raad het examen of de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft afgelegd, of niet heeft voldaan aan de eisen gesteld in detot het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in deze artikelen, alsmede tegen de beslissing tot weigering van een verzoek om vrijstelling voor bepaalde onderdelen van de in degestelde eisen, kan de advocaat respectievelijk de advocaat bij de Hoge Raad binnen zes weken een bezwaarschrift indienen bij de Algemene Raad. 2 De Algemene Raad beslist op het bezwaar met inachtneming van het door de Commissie van toezicht en advies civiele cassatieadvocatuur over het bezwaar uitgebrachte advies. 3 artikel 6, derde lid Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de beslissing van de Algemene Raad, inhoudende de gehele of gedeeltelijke weigering van de vrijstelling als bedoeld in. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De advocaat bij de Hoge Raad adviseert de cliënt zo tijdig mogelijk schriftelijk over: a. de kansen van een principaal of incidenteel cassatieberoep dan wel -verweer, b. de daaraan verbonden kosten en risico’s en c. de opportuniteit van het cassatieberoep dan wel het cassatieverweer gelet op de na vernietiging en eventuele verwijzing of terugverwijzing te verwachten rechtsgang. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 4 De advocaat die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening gedurende de daaraan voorafgaande periode van drie jaar zelfstandig ten minste twaalf civiele cassatiezaken heeft behandeld, waarvan ten minste zes zaken tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid, is vrijgesteld van het afleggen van het examen als bedoeld inen wordt op diens verzoek voorlopig ingeschreven als advocaat bij de Hoge Raad. Een voorlopige inschrijving op deze grond is twee jaar geldig. 2 Artikel 6, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur. 2 artikel I van het wetsvoorstel 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (Wet versterking cassatierechtspraak Deze verordening treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van). 3 Evaluatie van de werking van deze verordening, mede met het oog op regels voor het optreden bij de Hoge Raad in strafzaken en belastingzaken, vindt plaats uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding. 2011 20846 28-11-2011 2012 175 26-04-2012 18-04-2012 01-07-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet versterking cassatierechtspraak in werking treedt.