Verordening van het Productschap Tuinbouw van 25 juni 2013 houdende regels over de bestrijding van erosie in Zuid-Limburg (Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013)
- BWB-id
- BWBR0033951
- Type
- pbo
- Ministerie
- Productschap Tuinbouw
- Geldigheid
- 2014-01-01 t/m 2014-03-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033951
- ELI
- /eli/nl/pbo/2013/verordening-pt-erosiebestrijding-zuid-limburg-2013
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2013/verordening-pt-erosiebestrijding-zuid-limburg-2013/2014-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033951&g=2014-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033951&z=2026-06-06&g=2014-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033951/2014-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2013/verordening-pt-erosiebestrijding-zuid-limburg-2013
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze verordening verstaat onder: a. productschap : Productschap Tuinbouw; b. bestuur : bestuur van het productschap; c. secretaris : secretaris van het Productschap Akkerbouw; d. onderneming : onderneming waarvoor het productschap is ingesteld; e. ondernemer : de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft; f. tuinbouwgrond : grond waarop tuinbouw wordt beoefend inclusief braakliggende tuinbouwgronden; g. erosie : de afvoer van bodemmateriaal door oppervlakkig afstromend water; h. perceel : een oppervlakte grond, in eigendom of in gebruik bij een onderneming; i. hellinglengte : lengte van de zijde van het perceel, die het minst parallel loopt met de hoofdrichting van de hoogtelijnen; j. hellingspercentage : een gemiddeld in een absoluut getal uitgedrukt hellingspercentage van het perceel, weergegeven op de hellingenkaart, die beschikbaar is gesteld door provincie Limburg (http://www.productschapakkerbouw.nl/teeltlerosie-zuid-limburg); k. grondbewerking : het verplaatsen van bodemdeeltjes door middel van een werktuig als ook de verplaatsing door bijvoorbeeld een zaaicouter of mestinjectie; l. niet-kerende grondbewerking : grondbewerking, niet zijnde ploegen, waarbij de vermenging van de bodem zich beperkt tot de bovenste 12 centimeter, eventueel gecombineerd met het breken van de bodem op grotere diepte waarbij geen verstoring van de bodemopbouw plaatsvindt; m. bodembedekking : een gewas dat in het najaar direct na de oogst van het hoofdgewas wordt ingezaaid en als levend gewas of als licht dan wel niet ingewerkte gewasresten overwintert; n. hamsterovereenkomst : een overeenkomst aangegaan in het kader subsidieregelingen van de Provincie Limburg met als specifiek doel de bescherming van de habitat voor de hamster; o. directzaaimethode : teeltmethode waarbij een bodembedekking wordt toegepast en in het voorjaar zonder volledige grondbewerking het navolgende gewas wordt geteeld; p. wateropvang : een voorziening bestemd voor het tijdelijk bergen van oppervlakkig afstromend water; q. teeltjaar : de periode na oogst t/m oogst van (het) hoofdgewas(sen), waarbij bij de teelt van meerdere gewassen achter elkaar (dubbelteelten) de laatste oogst vóór 1 januari wordt bedoeld; r. (gras)ondergroei : een bodembedekker die tijdens de aanwezigheid van een (hoofd)gewas wordt ingezaaid in dit (hoofd)gewas, en bij de oogst van het hoofdgewas in stand wordt gehouden; s. hoofdgewas : een gewas geteeld met het doel de opbrengst te verhandelen of te gebruiken; t. fruitteelt : een opstand van bomen, die bedrijfsmatig is aangeplant met het doel de oogst van vruchten; u. waterdrempel : een aarden rug, dwars in de rijen van een teelt op ruggen, dat afstromend water kan bergen; v. erosiebevorderend gewas : alle eenjarige gewassen die worden gezaaid, geplant of gepoot na 1 januari van het betreffende teelt jaar. 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 21-12-2013 01-09-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze verordening is van toepassing op tuinbouwgronden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande wegen Sittard - Wehr (tot grens Nederland-Duitsland) en Sittard - Urmond (tot grens Nederland-België), met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp. 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 21-12-2013 01-09-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De ondernemer is verplicht: a. zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één maand na elke oogst van het betreffende teelt jaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarmee vooral de verslemping, verdichting, korstvorming en wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei of bij de aanwezigheid van meerjarige teelten. De genoemde diepte van vijftien centimeter mag worden beperkt tot tien centimeter indien een hamsterovereenkomst van toepassing is en b. tuinbouwgronden met een hellingspercentage van 18% of meer uitsluitend als grasland te gebruiken. 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 22-09-2013 01-09-2013
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Het is een ondernemer verboden een perceel met een hellingspercentage van 2% of meer voor fruitteelt te gebruiken. 2 De ondernemer mag van het bepaalde in het eerste lid afwijken op voorwaarde dat hij: a. het gras in de boomgaard niet korter maait dan 5 cm, en b. op een perceel met een hellingspercentage tot 5% de hellingslengte in gebruik voor fruitteelt minder bedraagt dan 300 meter, tenzij het wordt onderbroken door een niet-erosiebevorderend gewas dan wel een extra wendakker, en c. op een perceel met een hellingspercentage van 5% of meer de hellingslengte in gebruik voor fruitteelt minder bedraagt dan 200 meter, tenzij het wordt onderbroken dooreen niet-erosiebevorderend gewas dan wel een extra wendakker, en d. op een perceel met een hellingspercentage van 5% of meer het mulch/snoeihout onder de bomen niet ruimt vóór 15 juni van elk jaar. 3 Het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a. en d., geldt niet voor fruitteelt waarbij de boomrijen dwars op de helling zijn gelegen en er geen eenduidig concentratiepunt is voor het oppervlakkig afstromende water. 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 21-12-2013 01-09-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 3 3A artikel 2 bijlage Onverminderd het bepaalde in deenis de ondernemer verplicht met betrekking tot elk perceel tuinbouwgrond als bedoeld inmet een hellingspercentage van 2% of meer en met een hellingslengte van 50 meter één of meer maatregelen te treffen die zijn opgenomen in de. 2 De ondernemer is verplicht om uiterlijk 1 januari van het lopende teelt jaar melding te doen van de getroffen maatregelen. 3 bijlage De voorzitter is, namens het bestuur, bevoegd bij besluit de in degenoemde maatregelen te wijzigen of aan te vullen dan wel andere maatregelen aan te wijzen die de ondernemer dient te treffen ter voorkoming van erosie, totdat bij verordening daarin is voorzien. Als dan wordt het betreffende besluit geacht te zijn ingetrokken. 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 21-12-2013 01-09-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 3 3A Deze verordening is, onverminderd het bepaalde in deen, niet van toepassing op tuinbouwgronden indien de ondernemer: a. geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toepast en een bodembedekking inzaait, waarbij de bodembedekking achterwege kan blijven indien op 15 september nog een gewas op het land staat, of b. 3 in het teelt jaar uiterlijk op 1 januari een wateropvang heeft met een capaciteit van 100 mper hectare, voor de percelen die afwateren in deze voorziening. 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 21-12-2013 01-09-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 3 3A 4 De secretaris is, namens het bestuur, bevoegd om op schriftelijk verzoek, na overleg met het waterschap, ontheffing te verlenen van het bepaalde in de,en: a. op verzoek van één of meerdere ondernemers, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld; b. collectief, indien algemene gebeurtenissen de uitvoering van de betreffende artikelen onmogelijk maakt waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld; c. collectief, indien de belangen van de ondernemingen door de uitvoering van de betreffende artikelen ernstig worden geschaad, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven. d. collectief, naar aanleiding van andere zwaarwegende redenen, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven. 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 2013 60 20-12-2013 12-11-2013 PT31 21-12-2013 01-09-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld. 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 22-09-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2009 Dewordt ingetrokken. 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 22-09-2013 01-09-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 september 2013. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 augustus 2013, treedt zij in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij met uitzondering van artikel 7 terug tot en met 1 september 2013. 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 22-09-2013 01-09-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze verordening wordt aangehaald als Verordening PT erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013. 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 2013 44 20-09-2013 25-06-2013 PT30 22-09-2013 01-09-2013
Artikel 4#
artikel 4