Verordening op de kostenvergoedingen
- BWB-id
- BWBR0033783
- Type
- pbo
- Ministerie
- Nederlandse beroepsorganisatie van accountants
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0033783
- ELI
- /eli/nl/pbo/2014/verordening-op-de-kostenvergoedingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2014/verordening-op-de-kostenvergoedingen/2023-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0033783&g=2023-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0033783&z=2026-06-06&g=2023-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0033783/2023-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2014/verordening-op-de-kostenvergoedingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De leden van het bestuur ontvangen jaarlijks een vaste vergoeding. 2 De vergoeding, bedoeld in het eerste lid bedraagt op jaarbasis voor: a. de voorzitter € 125.000,–; en b. de overige leden van het bestuur € 19.246,– waarbij geldt dat in het geval de plaatsvervangend voorzitter de voorzitter voor meer dan één maand vervangt, de plaatsvervangend voorzitter voor de volledige vervangingsperiode naar rato de vergoeding ontvangt die toekomt aan de voorzitter in plaats van de vergoeding voor de plaatsvervangend voorzitter. 3 Een lid van het bestuur heeft niet langer recht op een vaste vergoeding indien en voor zover het lid langer dan drie maanden niet betrokken is geweest bij de uitoefening van de taak van het bestuur, tenzij van het lid in de bedoelde periode geen betrokkenheid is verlangd. 4 Het derde lid wordt toegepast naar rato van de periode waarin een bestuurslid gedurende een kalenderjaar langer dan drie maanden niet betrokken is geweest bij de uitoefening van de taak van het bestuur. 5 De toepassing van het derde lid wordt beëindigd nadat het lid zijn betrokkenheid bij de uitoefening van de taak van het bestuur heeft hervat. Bij de hervatting van de uitbetaling van een vaste vergoeding worden te veel ontvangen bedragen verrekend. 6 Het bestuur kan aan de voorzitters, de plaatsvervangend voorzitters of de leden van commissies of overige gremia een jaarlijkse vaste vergoeding toekennen. 2022 34521 22-12-2022 2022 34521 22-12-2022 01-01-2023 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een lid van het bestuur, met uitzondering van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, heeft recht op presentiegeld als hij op verzoek van het bestuur deelneemt aan andere bijeenkomsten dan de vergaderingen van het bestuur tenzij hij: a. werkzaam is bij een accountantspraktijk of een accountantsafdeling waar meer dan tien accountants werkzaam zijn, het desbetreffende lid van het bestuur daaronder begrepen; b. werkzaam is bij een onderneming, anders dan een accountantspraktijk of een accountantsafdeling, met meer dan honderd werknemers; of c. Kaderwet ZBO’s werkzaam is bij het Rijk of een gemeente, een provincie, een waterschap, een gemeenschappelijke regeling, een universiteit, een academisch ziekenhuis of een zelfstandig bestuursorgaan vallend onder de werking van dewaar meer dan honderd medewerkers zijn aangesteld. 2 Het bestuur kan aan de voorzitters, de plaatsvervangend voorzitters of de leden van commissies of overige gremia voor het bijwonen van vergaderingen of bijeenkomsten het recht op presentiegeld toekennen. 2017 36842 30-06-2017 2017 36842 30-06-2017 01-07-2017
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c Een lid van het bestuur heeft recht op een vergoeding van reistijdkosten voor het bijwonen van vergaderingen van het bestuur en andere bijeenkomsten waaraan hij op verzoek van het bestuur deelneemt, tenzij op dat lid één van de uitzonderingen als bedoeld invan toepassing is. 2017 36842 30-06-2017 2017 36842 30-06-2017 01-07-2017
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 Het presentiegeld bedraagt € 306,– per dagdeel en ten hoogste € 612,– per dag. 2 Een dagdeel omvat een tijdsperiode van vier uur. 3 artikel 2a De vergoeding, bedoeld inbedraagt € 0,85 per afgelegde kilometer boven een totale reisafstand van honderd kilometer met een maximum van vijfhonderd kilometer per reis. 4 Parkeer-, tol- en veergelden en vergoedingen voor reiskosten worden geacht te zijn begrepen in de vergoedingen bedoeld in het eerste en derde lid. 2022 34521 22-12-2022 2022 34521 22-12-2022 01-01-2023
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c 1 artikel 2b, eerste lid In afwijking vanbedraagt het presentiegeld voor deelname aan een vergadering via een telefoon- of beeldverbinding € 257,– per vergadering. 2 artikel 2b, eerste lid In afwijking vanen het vorige lid bedraagt de vergoeding voor deelname aan een vergadering via een telefoon- of beeldverbinding die niet langer duurt dan een uur € 101,– per vergadering. 2022 34521 22-12-2022 2022 34521 22-12-2022 01-01-2023
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Voor buitenlandse reizen met vervoermiddelen anders dan de personenauto, worden de vervoerbewijzen verzorgd door het bureau van de NBA. 2 Het bestuur stelt vast met welk vervoermiddel buitenlandse reizen plaatsvinden. 2014 23383 19-08-2014 2014 23383 19-08-2014 01-01-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Als verblijfkosten worden vergoed de werkelijk gemaakte kosten voor consumpties, maaltijden en overnachting, voor zover deze kosten binnen de grenzen van de redelijkheid zijn gebleven en naar het oordeel van het bestuur noodzakelijk waren. 2013 23898 27-08-2013 2013 23898 27-08-2013 01-01-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 artikel 2a artikel 4 Declaraties voor vergoedingen als bedoeld in,enmoeten uiterlijk binnen één maand na afloop van het kwartaal waarin deze kosten zijn gemaakt bij het bureau van de NBA worden ingediend. 2 Het bestuur kan verlangen dat aan hem bewijsstukken worden overgelegd waaruit de juistheid van de ingediende declaratie blijkt. 2017 36842 30-06-2017 2017 36842 30-06-2017 01-07-2017
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 De bedragen, genoemd in deze verordening, worden met ingang van 1 januari 2024 ieder jaar per 1 januari aangepast overeenkomstig de ontwikkeling van de consumentenprijsindex voor het kalenderjaar waarop de aanpassing betrekking heeft ten opzichte van deze index in het voorafgaande jaar. 2 artikel 2, eerste lid van de Wet voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan De ontwikkeling van de consumentenprijsindex, bedoeld in het vorige lid, is de ontwikkeling van de geharmoniseerde consumentenprijsindex zoals deze blijkt uit de door het Centraal Planbureau, bedoeld in, laatst uitgebrachte publicatie voor 1 april van het jaar dat vooraf gaat aan het jaar waarop de aanpassing, bedoeld in het vorige lid betrekking heeft. 3 artikel 2b, derde lid De bedragen die voor enig jaar volgen uit de toepassing van het eerste lid, worden daarna naar boven afgerond op gehele euro’s nauwkeurig met uitzondering van het tarief, genoemd in, welk tarief naar boven wordt afgerond op gehele eurocenten nauwkeurig. 4 Het bestuur maakt ieder jaar zo spoedig mogelijk na 1 april de bedragen bekend die voortvloeien uit de toepassing van het eerste tot en met het derde lid en vermeldt daarbij tevens de publicatie, bedoeld in het tweede lid, die aan de toepassing van deze leden ten grondslag is gelegd. 2022 34521 22-12-2022 2022 34521 22-12-2022 01-01-2023
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b artikel 5a, tweede en derde lid artikel 1, tweede lid, onderdeel a Onverminderd de toepassing van, wordt in afwijking van artikel 5a, eerste lid, de vergoeding, bedoeld in, voor de eerste keer op 1 januari 2023 aangepast overeenkomstig de ontwikkeling van de consumentenprijsindex voor het kalenderjaar waarop de aanpassing betrekking heeft ten opzichte van deze index in 2022. 2022 34521 22-12-2022 2022 34521 22-12-2022 01-01-2023
Artikel 5c — Artikel 5c#
Artikel 5c 1 artikel 1, tweede lid, onderdeel a De vergoeding, bedoeld in, is een vergoeding voor een tijdsbesteding die gelijk staat aan 58% van een voltijdsdienstverband dat geldt voor het personeel dat werkzaam is bij de beroepsorganisatie op grond van een arbeidsovereenkomst. 2 artikel 1, tweede lid, onderdeel b De vergoeding, bedoeld in, is een vergoeding voor een tijdsbesteding die gelijk staat aan 15% van een voltijdsdienstverband dat geldt voor het personeel dat werkzaam is bij de beroepsorganisatie op grond van een arbeidsovereenkomst. 2022 34521 22-12-2022 2022 34521 22-12-2022 01-01-2023 01-01-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Verordening op de kostenvergoedingen 2013 De(Stcrt. 2012, 16005) wordt ingetrokken. Verordening op de kostenvergoedingen De(laatstelijk Stcrt. 2012, 16169) wordt ingetrokken. 2013 23898 27-08-2013 2013 23898 27-08-2013 01-01-2014
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014. 2 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de kostenvergoedingen. 2013 23898 27-08-2013 2013 23898 27-08-2013 01-01-2014