Besluit van de algemene raad van 1 december 2014 tot vaststelling van de regeling op de advocatuur (Regeling op de advocatuur)
- BWB-id
- BWBR0046271
- Type
- pbo
- Ministerie
- Nederlandse Orde van Advocaten
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046271
- ELI
- /eli/nl/pbo/2015/regeling-op-de-advocatuur
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2015/regeling-op-de-advocatuur/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046271&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046271&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046271/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2015/regeling-op-de-advocatuur
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities Verordening op de advocatuur In deze regeling wordt verstaan onder: Verordening: de. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2 — Artikel 2 Indeling en inkomen#
Artikel 2 Indeling en inkomen 1 artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet Voor de financiële bijdrage, bedoeld in, wordt ingedeeld in: a. artikel 1, derde lid, van de Advocatenwet categorie 1 de advocaat die op grond vanvoorwaardelijk op het tableau staat ingeschreven (de advocaat-stagiaire) of die in het lopende jaar onvoorwaardelijk op het tableau wordt ingeschreven; b. categorie 2 de advocaat die heeft opgegeven dat diens inkomen in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de financiële bijdrage is verschuldigd gelijk was aan dan wel lager was dan € 40.000; c. categorie 3 de advocaat die heeft opgegeven dat diens inkomen in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de financiële bijdrage is verschuldigd hoger was dan € 40.000 en gelijk aan dan wel lager was dan € 80.000; d. categorie 4 de advocaat die heeft opgegeven dat diens inkomen in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de financiële bijdrage is verschuldigd hoger was dan € 80.000 en gelijk aan dan wel lager was dan € 120.000; e. categorie 5 de advocaat die heeft opgegeven dat diens inkomen in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de financiële bijdrage is verschuldigd hoger was dan € 120.000. 2 Het inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld aan het door de Belastingdienst in de basisregistratie inkomen (BRI) geregistreerde inkomen. 3 De advocaat die buiten Nederland belastingplichtig was doet de in het eerste lid bedoelde opgave op basis van het inkomen waarover in het desbetreffende land belasting is geheven. 2024 40851 13-12-2024 04-12-2024 2024 40851 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Procedure voor opgave van de inkomenscategorie#
Artikel 3 Procedure voor opgave van de inkomenscategorie 1 artikel 2, eerste lid De advocaat geeft binnen een door de algemene raad kenbaar gemaakte termijn op elektronische wijze via het door de algemene raad beschikbaar gestelde middel aan welke van de in, genoemde inkomenscategorieën van toepassing is. 2 De advocaat gaat bij deze opgave uit van het geregistreerde inkomen op basis van het aangifteformulier inkomstenbelasting, aangeduid met het begrip verzamelinkomen. Indien de belastingdienst dit inkomen op een later tijdstip bij voorlopige of definitieve aanslag dan wel bij herziening hoger of lager vaststelt dan wijzigt dat de inkomenscategorie voor het desbetreffende jaar waarover de financiële bijdrage verschuldigd was niet. 3 De algemene raad kan de tweede zin van het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de advocaat zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 4 Na opgave van de inkomenscategorie ontvangt de advocaat een besluit waarin de algemene raad de inkomenscategorie vaststelt. De advocaat die niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn heeft aangegeven welke inkomenscategorie van toepassing is, wordt ingedeeld in categorie 5. 5 De algemene raad kan de juistheid van de opgave van de inkomenscategorie (laten) controleren door bij de advocaat een door de algemene raad vast te stellen bewijsmiddel op te vragen. Wanneer blijkt dat de opgegeven inkomenscategorie en het geregistreerde inkomen dat uit het bewijsmiddel blijkt niet overeenstemmen zal de algemene raad een nieuw besluit nemen op basis van het uit het bewijsmiddel gebleken geregistreerde inkomen. 6 De berichten en besluiten met betrekking tot de financiële bijdrage worden uitsluitend elektronisch verzonden aan het op het tableau geregistreerde e-mailadres van de advocaat. De advocaat draagt de verantwoordelijkheid voor het tijdig doorgeven van een wijziging van dit e-mailadres. 7 De berichten en besluiten die op grond van dit artikel automatisch worden gegenereerd bevatten geen handtekening. 2024 40851 13-12-2024 04-12-2024 2024 40851 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Bewijsmiddelen bruto-inkomen#
Artikel 4 Bewijsmiddelen bruto-inkomen Vervallen 2024 40851 13-12-2024 04-12-2024 2024 40851 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Hoogte vacatiegeld#
Artikel 5 Hoogte vacatiegeld 1 artikel 2.31, eerste lid, van de Verordening Het vacatiegeld, bedoeld in, bedraagt: a. per vergadering van de raad van advies: € 500; b. per vergadering van het college van afgevaardigden of de financiële commissie: € 275; c. per zitting van het hof van discipline: € 400; d. per vergadering van de afgevaardigden van de agendacommissie van het college van afgevaardigden ter voorbereiding op het college van afgevaardigden of op verzoek van de algemene raad: € 275; e. per zitting van de raad van discipline: € 300; f. per vergadering van de redactie van het Advocatenblad: € 160; g. per toets door de commissie cassatie voor een: – examen: € 500; – proeve van bekwaamheid: € 750. 2 Meerdere vergaderingen, zittingen, selectiegesprekken of toetsen op één dag worden als één vergadering, zitting, gesprek of toets gezien. 3 Indien op één dag verschillende vacatiegelden van toepassing zijn, wordt slechts eenmaal het hoogste bedrag toegekend. 4 In afwijking van het tweede en derde lid komen meerdere vergaderingen plaatsvindend op verzoek van de algemene raad op één dag in aanmerking voor een vacatiegeld per vergadering. 2024 40637 12-12-2024 02-12-2024 2024 40637 12-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Vergoeding griffier raad van discipline#
Artikel 6 Vergoeding griffier raad van discipline artikel 50a, tweede lid, van de Advocatenwet De griffier van de raad van discipline ontvangt de vergoedingen en verdere verschotten, bedoeld in, van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 7 — Artikel 7 Vergoeding griffier hof van discipline#
Artikel 7 Vergoeding griffier hof van discipline artikel 60, tweede lid, van de Advocatenwet De griffier van het hof van discipline ontvangt de vergoedingen en verdere verschotten, bedoeld in, van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8 — Artikel 8 Reiskostenvergoeding#
Artikel 8 Reiskostenvergoeding 1 Ter zake van de reiskosten in het binnenland worden ten hoogste vergoed: a. indien per trein wordt gereisd: de treinkosten eerste klas; b. indien per auto wordt gereisd: € 0,39 vergoeding per kilometer, alsmede de parkeerkosten; c. de tram-, bus-, metro- of taxikosten in de plaats van vertrek en aankomst en tijdens het verblijf. 2 Ter zake van de reiskosten in het buitenland worden ten hoogste vergoed: a. indien per trein wordt gereisd: de treinkosten eerste klas met toeslag voor internationale treinen en slaapwagens; b. indien per vliegtuig wordt gereisd: de kosten van een vliegticket (premium) economy class, tenzij de algemene raad van oordeel is dat, het doel van de reis en de overige omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, de kosten van reizen in een andere klasse behoren te worden vergoed, alsmede de kosten van het parkeren op luchthavens; c. indien per auto wordt gereisd: € 0,39 vergoeding per kilometer, met dien verstande dat voor reizen van meer dan 700 kilometer slechts de kosten van het openbaar vervoer worden vergoed; d. de tram-, bus-, metro- of taxikosten in de plaats van vertrek en aankomst en tijdens verblijf. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 9 — Artikel 9 Declaratiewijze#
Artikel 9 Declaratiewijze 1 paragraaf 2.2.3 van de Verordening Degenen die recht hebben op vergoeding als bedoeld in, dienen bij de algemene raad een declaratie in ter betaling van die vergoeding. 2 De declaratie wordt ingediend uiterlijk binnen zes maanden na afloop van een kwartaal waarin kosten zijn gemaakt of het recht op vergoeding of vacatiegeld is ontstaan. Declaraties die later worden ingediend worden niet in behandeling genomen. 3 De declaratie gaat vergezeld van genoegzame bescheiden. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 10 — Artikel 10 Vergoeding examen cassatie#
Artikel 10 Vergoeding examen cassatie artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening De advocaat is voor het afleggen van het examen, bedoeld in, per (her)examen, aan de algemene raad een vergoeding verschuldigd van € 1.100. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11 — Artikel 11 Vergoeding proeve van bekwaamheid civiele cassatie#
Artikel 11 Vergoeding proeve van bekwaamheid civiele cassatie artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening De advocaat is voor het afleggen van de proeve van bekwaamheid, bedoeld in, per (her)proeve, aan de algemene raad een vergoeding verschuldigd van € 1.700. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 12 — Artikel 12 Formulier goedkeuring stage#
Artikel 12 Formulier goedkeuring stage artikel 3.5, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur De algemene raad stelt vast als het formulier, bedoeld in: a. bijlage 1a voor de stagiaire-ondernemer: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon voor stagiaire-ondernemer, bedoeld invan deze regeling; b. bijlage 1b voor de buitenstagiaire: het Formulier verzoek tot vrijstelling kantoor te houden bij de patroon en goedkeuring stage en patroon, bedoeld invan deze regeling; c. bijlage 1c voor de stagiaire in dienst bij een werkgever als bedoeld in artikel 5.9, onderdelen e, f, en g: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon ‘stage in dienst’, bedoeld invan deze regeling; d. bijlage 1d voor andere stagiaires: het Formulier verzoek tot goedkeuring stage en patroon, bedoeld invan deze regeling; e. bijlage 1e voor de wijziging van patroon: het Formulier verzoek tot wijziging patroon, bedoeld invan deze regeling. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 12a — Artikel 12a Nadere vereisten patroonscursus#
Artikel 12a Nadere vereisten patroonscursus artikel 3.5a, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur De cursus voor patroons bedoeld inomvat in elk geval: – coaching- en begeleidingsvaardigheden en ontwikkeling van andere persoonlijke kwaliteiten van de patroon; – gespreksvaardigheden en het geven van feedback; – bewustwording van de belangrijke rol van patroon en erkenning van die rol; – inzicht in ontwikkelingspaden en -stappen van de stagiaire; – timemanagement en coachen op stressbestendigheid; – begeleiding van jonge professionals, omgang met deze generatie stagiaires; en – kennis van de vernieuwde beroepsopleiding advocaten en aansluiting op de kantoorpraktijk. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 13 — Artikel 13 Accreditatie- en kwaliteitskader#
Artikel 13 Accreditatie- en kwaliteitskader artikel 3.22a van de Verordening op de advocatuur bijlage 2 De algemene raad stelt vast als het accreditatiekader, bedoeld in: het accreditatie- en kwaliteitskader beroepsopleiding advocaten, bedoeld in. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 13a — Artikel 13a Vereisten aan vormen van kwaliteitstoetsen#
Artikel 13a Vereisten aan vormen van kwaliteitstoetsen 1 artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening Intervisie als bedoeld involdoet aan de volgende vereisten: a. intervisie vindt plaats in een groep van ten minste drie en ten hoogste tien advocaten; b. deelnemende advocaten en de gespreksleider bespreken voorafgaand aan de intervisie de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens de intervisie wordt besproken; c. de advocaten brengen ieder in één of meer dilemma’s of vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering of de praktijkuitoefening in; en d. de gespreksleider bevestigt ieders deelname in een bewijs van deelname met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen. 2 artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening Peer review als bedoeld involdoet aan volgende vereisten: a. de peer review wordt uitgevoerd door een reviewer die werkzaam is op hetzelfde rechtsgebied of dezelfde rechtsgebieden als de gereviewde advocaat; b. de advocaat en de reviewer reviewen elkaar niet over en weer; c. de advocaat en de reviewer bespreken voorafgaand aan de review de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens de review wordt besproken of wordt ingezien; d. voorafgaand aan de peer review voert de advocaat een zelfevaluatie uit ter voorbereiding op de review; e. bijlage 10 de review omvat ten minste vijf dossiers die door de reviewer worden geselecteerd in overleg met de advocaat. De reviewer maakt bij de review gebruik van de door de algemene raad vastgestelde beoordelingscriteria in; f. de review wordt afgesloten door een gesprek tussen de reviewer en de advocaat; en g. de reviewer bevestigt in een verslag dat peer review heeft plaatsgevonden met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen. 2024 173 04-01-2024 11-12-2023 2024 173 04-01-2024 11-12-2023 01-01-2024
Artikel 13b — Artikel 13b Vereisten aan gestructureerd intercollegiaal overleg#
Artikel 13b Vereisten aan gestructureerd intercollegiaal overleg artikel 4.3b van de Verordening Gestructureerd intercollegiaal overleg, als bedoeld involdoet aan de volgende vereisten: a. gestructureerd intercollegiaal overleg vindt plaats in een groep van ten minste drie en ten hoogste tien advocaten; b. voorafgaand aan ieder overleg wordt een deelnemer als begeleider aangewezen; c. de advocaten en de begeleider bespreken voorafgaand aan het overleg de reikwijdte van de geheimhouding van hetgeen tijdens het overleg wordt besproken; d. de advocaten brengen ieder in één of meer vragen met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering; en e. de begeleider bevestigt ieders deelname in een bewijs van deelname met een korte, niet inhoudelijke, omschrijving van hetgeen aan de orde is gekomen. 2024 173 04-01-2024 11-12-2023 2024 173 04-01-2024 11-12-2023 01-01-2024
Artikel 13c — Artikel 13c Gespreksleider, reviewer en begeleider#
Artikel 13c Gespreksleider, reviewer en begeleider 1 artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet Een gespreksleider wordt uitsluitend als deskundige als bedoeld inaangewezen indien deze: a. academisch is geschoold; en b. in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag een cursus heeft gevolgd op het gebied van gespreksleiding voor intervisie bestaande uit ten minste twee dagdelen en een terugkombijeenkomst. 2 artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet Een reviewer wordt uitsluitend als deskundige als bedoeld inaangewezen indien deze: a. een advocaat is die langer dan zeven jaar op het tableau is ingeschreven; b. werkzaam is op het rechtsgebied waarop hij de review doet; en c. in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag een cursus heeft gevolgd op het gebied van peer review bestaande uit ten minste twee dagdelen en een terugkombijeenkomst. 3 artikel 4.3b, eerste lid, van de Verordening De begeleider, bedoeld in, is een advocaat. 4 Met een cursus wordt gelijkgesteld het hebben gevolgd of gegeven van een opleiding waarin vergelijkbare kennis is opgedaan, en waarbij bovendien in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag ingeval een aanvraag gespreksleider ieder jaar ten minste eenmaal per jaar een intervisiebijeenkomst is verzorgd, of ingeval een aanvraag reviewer ten minste twee reviews zijn verzorgd. 5 De aanwijzing van de gespreksleider of de reviewer geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar, met de mogelijkheid tot verlenging van telkens een periode van vijf jaar. 6 Deze periode wordt uitsluitend verlengd indien de aanvrager kan aantonen dat hij in de afgelopen vijf jaar voor de datum van de aanvraag ten minste heeft verzorgd: a. als gespreksleider vijf intervisiebijeenkomsten; of b. als reviewer twee reviews. 7 artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet Een aanwijzing als deskundige als bedoeld in, kan worden ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor aanwijzing en vervalt van rechtswege indien een reviewer niet langer als advocaat op het tableau is ingeschreven. 8 De secretaris van de algemene raad houdt een overzicht bij van de aangewezen deskundigen. 2024 23207 17-07-2024 05-07-2024 2024 23207 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Opleidingspuntwaardige activiteiten#
Artikel 14 Opleidingspuntwaardige activiteiten artikel 4.4, vijfde lid, aanhef en onderdeel e artikel 4.13, derde lid, van de Verordening De advocaat kan ingevolge, en, een of meer opleidingspunten behalen door: a. het schrijven van juridische adviezen voor een adviescommissie van de Nederlandse orde van advocaten, met ten hoogste een punt per advies; b. het verrichten van werkzaamheden in een zaak als rechter-plaatsvervanger, arbiter of lid van een raad van discipline of het hof van discipline, met ten hoogste een punt per zaak in het jaar dat de zaak is beëindigd en ten hoogste vier punten per jaar; c. deelname aan jurisprudentiebijeenkomsten, met ten hoogste vier punten per jaar; d. het maken van toetsen voor de beroepsopleiding advocaten, met ten hoogste een punt per toets en vier punten per jaar; e. artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening het met goed gevolg afleggen van het mondeling examen, bedoeld in, met een punt; f. artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening het met goed gevolg afleggen van de proeve van bekwaamheid, bedoeld in, met een punt; g. artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening het afnemen van het mondeling examen, bedoeld inof de proeve van bekwaamheid, bedoeld in, met ten hoogste een punt per afgenomen examen of proeve van bekwaamheid en ten hoogste vier punten per jaar; h. het afleggen van een door de algemene raad aangeboden self-assessment, met een punt per jaar; i. aantoonbaar op vergelijkbare wijze de professionele kennis en kunde te onderhouden. 2024 40637 12-12-2024 02-12-2024 2024 40637 12-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Niet opleidingspuntwaardige activiteiten#
Artikel 15 Niet opleidingspuntwaardige activiteiten artikel 4.4, zesde lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening De advocaat kan, ingevolge, geen opleidingspunten behalen door: a. het lidmaatschap van een van de organen van de Nederlandse orde van advocaten of de orde in het arrondissement; b. het volgen van de beroepsopleiding advocaten; c. artikel 3.10 van de Verordening deelname aan lokale activiteiten, bedoeld in, die uitsluitend in het kader van de stage worden georganiseerd. d. deelname aan gestructureerd intercollegiaal overleg. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 16 — Artikel 16 Aanvraag erkenning#
Artikel 16 Aanvraag erkenning 1 artikel 4.4, zesde lid, van de Verordening Een opleidingsinstelling kan de algemene raad verzoeken om erkenning als bedoeld inwaardoor de opleidingsinstelling: a. aan haar (potentiële) deelnemers kan meedelen hoeveel opleidingspunten behaald kunnen worden met het volgen van de aangeboden opleidingen; b. bijlage 3 het beeldmerk uitmag gebruiken voor zijn opleidingen. 2 De opleidingsinstelling doet het verzoek om erkenning door middel van een door de algemene raad beschikbaar gesteld formulier en voegt daarbij de volgende documenten: a. een kwaliteitsplan waarin is beschreven: i. de visie en strategie van de opleidingsinstelling; ii. op welke wijze een cursus bijdraagt aan het onderhouden of ontwikkelen van de professionele kennis en kunde van advocaten, en hoe een cursus hiertoe vorm krijgt; iii. op welke wijze wordt getoetst dat kennisoverdracht heeft plaatsgevonden; iv. op welke wijze het academische niveau van een cursus wordt geborgd; v. op welke wijze de opleidingsinstelling gebruik maakt van de inbreng van advocaten bij de totstandkoming, evaluatie en verbetering van een cursus; vi. de cursusorganisatie; vii. het cursusaanbod; viii. op welke wijze de docenten van de cursussen worden geselecteerd en begeleid; ix. hoe de kwaliteit van opleiding wordt geborgd; b. informatie over de voorgenomen opleidingen. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 17 — Artikel 17 Weigeringsgronden#
Artikel 17 Weigeringsgronden 1 De algemene raad wijst het verzoek om erkenning af indien: a. de opleidingsinstelling i. in surseance van betaling verkeert of over de instelling het faillissement is uitgesproken; ii. opleiden niet als hoofdactiviteit heeft en evenmin een aparte afdeling heeft die opleiden als hoofdactiviteit heeft; b. de opleidingen i. niet gericht zijn op de doelgroepen: – advocaten; – academisch geschoolde juristen; – beoefenaren van een toegelaten vrij beroep; – een combinatie van deze doelgroepen. ii. niet of onvoldoende bijdragen aan de vakbekwaamheid van de advocaat; c. het kwaliteitsplan i. naar het oordeel van de algemene raad onvoldoende bijdraagt aan de verbetering en het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijs; ii. onvoldoende waarborg biedt dat de opleiding van academisch niveau is en aansluit bij de praktijk van advocaten; iii. onvoldoende waarborg biedt dat er kennisoverdracht plaatsvindt. 2 artikel 18 De algemene raad kan een verzoek om erkenning afwijzen indien naar zijn overtuiging de instelling niet voldoet of kan voldoen aan de bepalingen van. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 18 — Artikel 18 Verplichtingen erkende instellingen#
Artikel 18 Verplichtingen erkende instellingen 1 De erkende opleidingsinstelling draagt zorg voor continuïteit van de opleiding en wijst een vaste contactpersoon aan. 2 De erkende opleidingsinstelling laat jaarlijks ten minste vijf cursussen plaatsvinden die van academisch niveau zijn en de praktijkvoering en -uitoefening van advocaten ten goede komen. 3 De erkende opleidingsinstelling vult de door de Nederlandse orde van advocaten ter beschikking gestelde kwaliteitsmonitor binnen twee maanden na erkenning in en daarna ten minste eenmaal per jaar. 4 De erkende opleidingsinstelling geeft de algemene raad desgevraagd inzage in de resultaten van de door haar ingevulde kwaliteitsmonitor. 5 De erkende opleidingsinstelling evalueert het onderwijs en houdt rekening met de resultaten van de kwaliteitsmonitor en de evaluatie. 6 De erkende opleidingsinstelling waarborgt en verbetert waar mogelijk het niveau van de opleiding en de aansluiting daarvan op de praktijk van de advocaat. 7 De erkende opleidingsinstelling heeft een schriftelijke klachtenregeling. 8 De erkende opleidingsinstelling die het opleiden heeft ondergebracht bij een aparte opleidingsafdeling neemt het kwaliteitsplan en de monitor op in haar jaarplan en draagt zorg dat deze werkzaamheden worden afgebakend van de overige werkzaamheden van die instelling. 9 bijlage 3 De erkende opleidingsinstelling stelt per deelnemer de deelname aan een opleiding vast en verstrekt deelnemers een bewijsstuk met het aantal daadwerkelijk behaalde opleidingspunten voor het gevolgde onderwijs en het inopgenomen beeldmerk, waarin het aantal daadwerkelijk behaalde punten is vermeld. 10 artikel 4.4, vijfde lid, onderdeel a, van de Verordening De erkende opleidingsinstelling kent uitsluitend opleidingspunten toe aan de opleidingen die voldoen aan. 11 bijlage 3 De erkende opleidingsinstelling gebruikt waar mogelijk en waar relevant het inopgenomen beeldmerk, waarin zij het aantal punten vermeldt dat een advocaat met de betrokken opleiding kan behalen. 12 De erkende opleidingsinstelling is jaarlijks een vergoeding verschuldigd van € 300. 13 De erkende opleidingsinstelling werkt mee aan onderzoek door de algemene raad naar het naleven van de in dit artikel genoemde verplichtingen. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 19 — Artikel 19 Geldigheid en intrekking van erkenning#
Artikel 19 Geldigheid en intrekking van erkenning De algemene raad kan de erkenning intrekken indien: a. artikel 18 de opleidingsinstelling de verplichtingen, bedoeld in, niet nakomt; b. artikel 17, eerste lid zich een van de weigeringsgronden in, voordoet; c. artikel 17, eerste lid, onderdeel c het kwaliteitsplan niet nageleefd wordt of gewijzigd wordt, zodat het niet bijdraagt aan de doelstellingen, bedoeld in; d. de opleidingsinstelling daar schriftelijk om verzoekt. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 20 — Artikel 20 Aanvragen examen of proeve van bekwaamheid#
Artikel 20 Aanvragen examen of proeve van bekwaamheid 1 artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening artikel 4.11, eerste lid, van de Verordening De advocaat kan verzoeken om het examen, bedoeld in, of de proeve van bekwaamheid, bedoeld in, af te leggen. Binnen twaalf weken na het verzoek wordt de advocaat daartoe in de gelegenheid gesteld. De algemene raad deelt de advocaat binnen vier weken mee wanneer het examen of de proeve wordt afgenomen. 2 Voor het afleggen van het examen dan wel de proeve dient de advocaat onderscheidenlijk de advocaat bij de Hoge Raad: a. zich uiterlijk twaalf weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid aan te melden bij de commissie cassatie; b. artikel 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening artikelen 4.13, eerste lid 4.14, van de Verordening uiterlijk zes weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid aan de commissie cassatie de gegevens te verstrekken ten behoeve van de vaststelling dat de advocaat heeft voldaan aan het vereiste vanrespectievelijk de vereisten van de, en; c. artikelen 10 11 uiterlijk zes weken voor de datum van de desbetreffende toetsingsmogelijkheid het door de algemene raad vastgestelde bedrag te hebben voldaan, bedoeld in deenvan deze regeling voor het afleggen van het examen onderscheidenlijk de proeve. 3 De voorzitter van de commissie cassatie is in voorkomend geval bevoegd om af te wijken van de termijn, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel a. 4 artikel 21, aanhef en onderdeel b, tweede subonderdeel Bij aanmelding voor het examen geeft de advocaat een uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze op als bedoeld in. 5 Op verzoek legitimeert de advocaat onderscheidenlijk de advocaat bij de Hoge Raad zich met een geldig legitimatiebewijs, bijvoorbeeld zijn advocatenpas. 6 Op de herkansing van het examen en van de proeve van bekwaamheid zijn het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 21 — Artikel 21 Stof examen civiele cassatie#
Artikel 21 Stof examen civiele cassatie artikel 4.9, vijfde lid, van de Verordening De examenstof, bedoeld inbestaat uit de volgende onderdelen: a. de laatste druk van: – Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4, Kluwer Deventer; – Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes-Groen 7, met uitzondering van Hoofdstuk I (geschiedenis en rechtsvergelijking), Kluwer Deventer; b. jurisprudentie: – een viertal op de website van de Nederlandse orde van advocaten per toetsingsmogelijkheid door de commissie opgegeven uitspraken van de Hoge Raad; – een in de NJ gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad naar eigen keuze, representatief voor de eigen praktijk; c. administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk, in het bijzonder betreffende griffierechten en toevoegingszaken. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 22 — Artikel 22 Afleggen examen#
Artikel 22 Afleggen examen 1 artikel 21 Tijdens het examen wordt de inomschreven kennis getoetst, waarbij als richtlijn de navolgende indeling wordt gehanteerd: a. burgerlijk procesrecht, daaronder begrepen appel- en cassatieprocesrecht in samenhang met het privaatrecht en de voorgeschreven jurisprudentie; b. cassatietechniek; c. administratieve en financiële aspecten van de cassatiepraktijk. 2 Het examen is met goed gevolg afgelegd indien het resultaat van elk van de in het vorige lid opgenomen onderdelen als voldoende kan worden aangemerkt. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 23 — Artikel 23 Afleggen proeve van bekwaamheid cassatie#
Artikel 23 Afleggen proeve van bekwaamheid cassatie 1 De advocaat bij de Hoge Raad stelt de commissie cassatie twee volledige dossiers van bij de Hoge Raad afgeronde procedures ter hand, één waarin hij namens de eisende partij heeft opgetreden en één waarin hij namens de verwerende partij heeft opgetreden. 2 Onderdeel van het dossier vormt het cassatieadvies. 3 Op de herkansing van de proeve van bekwaamheid zijn het eerste en tweede lid van toepassing. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 24 — Artikel 24 Opgave en toerekening van cassatiezaken#
Artikel 24 Opgave en toerekening van cassatiezaken 1 artikel 4.14, eerste lid, van de Verordening De advocaat doet opgave van de door hem behandelde cassatiezaken bedoeld in. 2 De opgave houdt in: a. de zaaknamen; b. of is opgetreden namens eiser of namens verweerder; c. de ECLI-, rol- of rekestnummers waar het betreft zaken die tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid; d. de datum van de adviezen, e. of meer dan een advocaat de zaak heeft behandeld; f. de inhoud van de aan hem verleende vrijstelling, indien van toepassing. 3 Indien de cassatiezaak door twee advocaten is behandeld en beiden hebben een min of meer gelijkwaardige inbreng gehad, kan ieder van de advocaten een halve cassatiezaak opvoeren. 4 Indien een cassatiezaak door meer dan twee advocaten is behandeld, kunnen slechts twee advocaten ieder een halve cassatiezaak opvoeren. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 25 — Artikel 25 Model professioneel statuut#
Artikel 25 Model professioneel statuut 1 bijlage 4 De algemene raad stelt als het model voor het professioneel statuut vast, het model in. 2 Het in het eerste lid bedoelde model is van toepassing op professionele statuten die overeengekomen zijn voor het moment van inwerkingtreding van dit artikel, indien deze worden gewijzigd. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 26 — Artikel 26 Aanvraag advocatenpas#
Artikel 26 Aanvraag advocatenpas 1 Bij de aanvraag geeft de advocaat de namen van de eventuele gemachtigden op voor de uitgifte van de advocatenpas. 2 Bij de aanvraag geeft de advocaat een persoonlijk e-mailadres op voor ieder authenticatiemiddel. 3 Bij de aanvraag maakt de advocaat gebruik van de door de algemene raad beschikbaar gestelde website. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 27 — Artikel 27 Geldigheid advocatenpas en authenticatiemiddel#
Artikel 27 Geldigheid advocatenpas en authenticatiemiddel De advocatenpas en het authenticatiemiddel zijn ten hoogste vijf jaar geldig. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 28 — Artikel 28 Op te geven nummers voor alle advocaten#
Artikel 28 Op te geven nummers voor alle advocaten Iedere advocaat geeft op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad, indien hij over de genoemde apparatuur beschikt: a. het doorkiesnummer van zijn vaste telefoon; b. het nummer van zijn mobiele telefoon; c. het doorkiesnummer van het faxapparaat dat alleen door de advocaat, andere geheimhouders of personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht wordt gebruikt; d. het doorkiesnummer van de secretaresse van de advocaat die een van hem afgeleid verschoningsrecht heeft; e. het nummer van een vaste (afzonderlijke) telefoonaansluiting in het woonhuis van de advocaat, voor zover deze aansluiting alleen voor zakelijk gebruik is bestemd en wordt gebruikt, en de advocaat een andere (vaste) aansluiting heeft die voor privégebruik is bestemd en wordt gebruikt. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 29 — Artikel 29 Alle advocaten uitgezonderd die met een dienstverband of op gemengde kantoren#
Artikel 29 Alle advocaten uitgezonderd die met een dienstverband of op gemengde kantoren De advocaat, niet zijnde een advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders of een advocaat met een dienstverband, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad: a. het (vaste) algemene nummer(s) van zijn kantoor; b. het algemene faxnummer van zijn kantoor; c. het bundelnummer(s); d. het doorkiesnummer van paralegals, studentstagiaires en medewerkers van de financiële administratie met een van hem afgeleid verschoningsrecht. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 30 — Artikel 30 Advocaten op gemengde kantoren#
Artikel 30 Advocaten op gemengde kantoren De advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders, niet zijnde een advocaat met een dienstverband, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de algemene raad: a. het doorkiesnummer van paralegals en studentstagiaires met een van hem afgeleid verschoningsrecht; b. indien in de telefooncentrale scheiding tussen geheimhouders en niet-geheimhouders op het niveau van bundelnummers is gerealiseerd, het bundelnummer waar uitsluitend geheimhouders en personen met een van de geheimhouder afgeleid verschoningsrecht van gebruik maken. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 31 — Artikel 31 Dossierbeheer#
Artikel 31 Dossierbeheer De advocaat zorgt ervoor dat dossiers snel te vinden zijn en relevante gegevens overzichtelijk en toegankelijk weergeven, ook voor bevoegde derden. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 32 — Artikel 32 Kantoorhandboek#
Artikel 32 Kantoorhandboek artikel 6.4 van de Verordening De advocaat beschrijft, op grond van, ten minste de volgende aspecten: a. de vakbekwaamheid: i. hoe de advocaat of het kantoor aandacht besteedt aan vakbekwaamheid van de advocaten; b. de kantoororganisatie: i. welke gemachtigden binnen het kantoor over een authenticatiemiddel beschikken en hoe met de advocatenpas en het authenticatiemiddel moet worden omgegaan bij verlies, vermissing of beschadiging van het authenticatiemiddel of de advocatenpas; ii. hoe en bij wie de beroepsaansprakelijkheid is verzekerd; iii. artikel 6.26 van de Verordening of en zo ja op welke wijze met cliënten overeengekomen is dat de beroepsaansprakelijkheid is beperkt conform, en op welke wijze dat anderszins bekendgemaakt wordt; iv. welke procedures gelden met betrekking tot het verrichten of aanvaarden van betalingen, waaronder contante betalingen en de procedures met betrekking tot het in ontvangst nemen van waardepapieren en kostbaarheden; c. de administratie: i. artikelen 2:10 3:15a van het BW artikel 6.5 van de Verordening op welke wijze de advocaat uitvoering geeft aan deenen, indien en voor zover deze op hem van toepassing zijn; ii. de wijze waarop de advocaat, respectievelijk het kantoor, zorg draagt dat de administratieve gegevens over de zaak zodanig worden beheerd dat zij snel te vinden zijn en voor de uitoefening van het beroep relevante informatie bevatten; iii. Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme de wijze waarop de advocaat de administratie heeft ingericht zodat daaruit blijkt dat hij voldoet aan het bepaalde in de; d. derdengelden: i. welke stichting tot zijn beschikking staat; ii. welke procedures gelden met betrekking tot derdengelden; iii. of de stichting een bankrekening heeft en zo ja, wat het nummer daarvan is; iv. of, en zo ja, welk bankrekeningnummer op het briefpapier wordt vermeld; e. Wet ter voorkoming witwassen en financiering terrorisme de; i. Wet ter voorkoming van witwassen en financiering terrorisme of het kantoor diensten aanbiedt die vallen onder deen, zo ja, ii. welke procedures het kantoor heeft met betrekking tot de identificatie van de cliënt en eventuele tussenperso(o)n(en), het aanvaarden van opdrachten en het melden van ongebruikelijke transacties; iii. Wet ter voorkoming van witwassen en financiering terrorisme hoe het kantoor waarborgt dat de advocaat en andere medewerkers goed geïnformeerd zijn over deen de procedures, bedoeld in dit onderdeel, punt ii. f. het dossier- en zaaksbeheer: i. de wijze waarop de advocaat de dossiers beheert; ii. de wijze waarop de advocaat zijn bereikbaarheid heeft afgestemd op de verwachtingen van de cliënt en gegeven de rechtspraktijk die de advocaat uitoefent; iii. de wijze waarop de advocaat zich inspant de zaak tijdig af te handelen en waarborgt dat termijnen niet worden overschreden; iv. de wijze waarop de advocaat bij zijn afwezigheid zorgt voor een goede vervanging door een advocaat of voor overdracht van een dossier; v. de wijze waarop de advocaat zorg draagt voor een zorgvuldige afsluiting en archivering van het dossier; g. informatiemanagement: i. de wijze waarop – voor zover van toepassing – het informatiemanagement wordt toegepast ten aanzien van e-mails, de kantoorwebsite en de bescherming van persoonsgegevens; h. risicomanagement: i. de wijze waarop de risicoanalyse en het melden van risico’s plaatsvindt en wat de procedures zijn; ii. welk werk een kantoor niet zal verrichten in verband met de voor het kantoor niet-aanvaardbare risico’s; iii. een overzicht van de algemene risico’s en oorzaken van claims in relatie tot de gebieden waarop het kantoor werkzaam is; en iv. een instructie voor werkzaamheden die wel worden verricht hoewel ze een hoger dan normaal risico voor het kantoor met zich meebrengen, inclusief afwijkend toezicht en meldplicht; i. relatie met de cliënt: i. artikelen 7.1 7.2 van de Verordening artikel 7.3 van de Verordening op welke wijze de advocaat zich vergewist van de identiteit van de cliënt en de wettigheid van de opdracht conform deenen deze zo nodig weigert conform; ii. op welke wijze de opdracht wordt bevestigd en wat gebruikelijk in de opdrachtbevestiging is opgenomen; iii. de wijze waarop de advocaat tijdens het eerste contact met de cliënt vaststelt wat de aard en omvang van de zaak is en, indien mogelijk, een inschatting van de haalbaarheid maakt van hetgeen de cliënt verlangt; iv. de wijze waarop de advocaat bij aanvang de financiële consequenties met de cliënt bespreekt, zodat de cliënt zich bewust is van de consequenties van het geven van de opdracht; v. de wijze waarop de advocaat de vertrouwelijkheid van gegevens omtrent zijn cliënt en de aan hem toevertrouwde zaken waarborgt; vi. de wijze waarop de advocaat de cliënt, gevraagd en ongevraagd, tijdig voorziet van alle voor de cliënt belangrijke (financiële) informatie; vii. de wijze waarop de advocaat de kwaliteit van de ingeschakelde derden waarborgt en de cliënt van de inschakeling van tevoren op de hoogte brengt; viii. de wijze waarop de advocaat het oordeel van cliënten bij het verbeteren van zijn dienstverlening betrekt; j. belangenverstrengeling i. de wijze waarop belangenverstrengeling wordt geïdentificeerd en hoe wordt opgetreden als hiervan sprake is. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 33 — Artikel 33 Modelstatuten stichting derdengelden#
Artikel 33 Modelstatuten stichting derdengelden 1 bijlage 5 De algemene raad stelt als het model voor de statuten vast, het model in. 2 Het in het eerste lid bedoelde model geldt voor stichtingen die worden opgericht en statuten die anderszins worden gewijzigd na inwerkingtreding van dit artikel. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 34 — Artikel 34 Overeenkomst stichting derdengelden#
Artikel 34 Overeenkomst stichting derdengelden 1 bijlage 6 De algemene raad stelt vast als het model voor de overeenkomst tussen de stichting derdengelden en de advocaat of zijn kantoor, het model in. 2 Het in het eerste lid bedoelde model geldt voor overeenkomsten die gesloten of gewijzigd worden na inwerkingtreding van dit artikel. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 35 — Artikel 35 Vrijwaring van beroepsaansprakelijkheid#
Artikel 35 Vrijwaring van beroepsaansprakelijkheid bijlage 7 De algemene raad stelt als het model vrijwaringsovereenkomst beroepsaansprakelijkheid door de Staat vast, het model in. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 35a — Artikel 35a Registratie rechtsgebieden#
Artikel 35a Registratie rechtsgebieden 1 artikel 6.32, eerste lid, van de Verordening De advocaat registreert de rechtsgebieden, als bedoeld in, direct na het behalen van de bedoelde opleidingspunten, doch uiterlijk 1 maart na het kalenderjaar waarin de vereiste opleidingspunten zijn behaald. 2 artikel 6.32, tweede lid, van de Verordening De advocaat maakt de registratie bekend, als bedoeld in, binnen een maand na zijn registratie. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 35b — Artikel 35b Modellen bekendmaking en lijst van rechtsgebieden#
Artikel 35b Modellen bekendmaking en lijst van rechtsgebieden 1 bijlage 8 De algemene raad stelt vast als modellen voor het gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekendmaken, de modellen in. 2 bijlage 9 De algemene raad stelt vast als lijst van rechtsgebieden, de lijst in. 2024 40637 12-12-2024 02-12-2024 2024 40637 12-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 36 — Artikel 36 artikel 8c, eerste lid, onderdeel c, van de Advocatenwet Termijn herintreden na schrapping op grond van#
Artikel 36 artikel 8c, eerste lid, onderdeel c, van de Advocatenwet Termijn herintreden na schrapping op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet De algemene raad stelt de termijn, bedoeld in, op vijf jaar. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 37 — Artikel 37 Inwerkingtredingsbepalingen#
Artikel 37 Inwerkingtredingsbepalingen 1 Verordening op de advocatuur Detreedt in werking met ingang van 1 januari 2015. 2 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 38 — Artikel 38 Citeertitel#
Artikel 38 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling op de advocatuur. 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 2022 744 04-02-2022 01-12-2014 01-01-2015 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 12#
artikel 12
Artikel 12a#
artikel 12a
Artikel 12#
artikel 12
Artikel 12a#
artikel 12a
Artikel 12#
artikel 12
Artikel 12a#
artikel 12a
Artikel 12#
artikel 12
Artikel 12a#
artikel 12a
Artikel 12#
artikel 12
Artikel 12a#
artikel 12a
Artikel 16#
artikel 16, eerste lid, onderdeel b
Artikel 18#
artikel 18, elfde lid
Artikel 25#
artikel 25
Artikel 33#
artikel 33
Artikel 34#
artikel 34
Artikel 35#
artikel 35
Artikel 35b#
artikel 35b, eerste lid
Artikel 35b#
artikel 35b, tweede lid