Besluit van het college van afgevaardigden van 4 december 2014 tot vaststelling van de verordening op de advocatuur (Verordening op de advocatuur)
- BWB-id
- BWBR0035981
- Type
- pbo
- Ministerie
- Nederlandse orde van advocaten
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035981
- ELI
- /eli/nl/pbo/2015/verordening-op-de-advocatuur
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/pbo/2015/verordening-op-de-advocatuur/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035981&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035981&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035981/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/pbo/2015/verordening-op-de-advocatuur
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Definities#
Artikel 1.1 Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat; advocaat bij de Hoge Raad: artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet de advocaat, bedoeld in; advocatenpas: het door de Nederlandse orde van advocaten verstrekte authenticatiemiddel met een elektronische component dat een set van eigenschappen bevat waarmee toegang kan worden verleend tot bepaalde beveiligde internetdiensten; basistest: artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a de test, bedoeld in; beoefenaar van een toegelaten vrij beroep: artikel 5.4, eerste lid, onderdelen b en c een beroepsbeoefenaar als bedoeld in; beroepsopleiding advocaten: artikel 9c, van de Advocatenwet de opleiding, bedoeld in; buitenstagiaire: artikel 9b, derde lid, van de Advocatenwet de stagiaire aan wie op grond vanvrijstelling is verleend van de verplichting bij een patroon kantoor te houden; CCBE: Council of Bars and Law Societies of Europe; certificaat beroepsopleiding: artikel 8c, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Advocatenwet artikel 9c, eerste lid, van de Advocatenwet het bewijs, bedoeld in, dat met gunstig gevolg het inbedoelde examen is afgelegd; deken: artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet de deken van de orde in het arrondissement, bedoeld in; derdengelden: gelden die een relatie hebben met de dienst die door de advocaat wordt verleend en die niet zijn bestemd voor de advocaat in het kader van zijn optreden in die hoedanigheid, maar voor de cliënt of een derde, uitgezonderd verschotten en griffierechten; financiële resultaat: artikel 96 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek het totaal van de ontvangen hoofdsom, rente, kostenvergoedingen, inclusief vergoeding op grond vanen (proces)kostenveroordelingen; geaccrediteerde opleidingsinstelling: artikel 3.25 een opleidingsinstelling die de inbedoelde accreditatie heeft verkregen; geheimhouder: een advocaat of een persoon met een van de advocaat afgeleide geheimhoudingsplicht en afgeleid verschoningsrecht; geheimhoudernummer: een telefoon- of faxnummer dat doorgaans gebruikt wordt door geheimhouders voor vertrouwelijke communicatie; gestructureerd intercollegiaal overleg: een gestructureerd overleg over vraagstukken met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering van advocaten; houdster-rechtspersoon: een rechtspersoon die als feitelijke en statutaire activiteit heeft direct of indirect aandelen te houden in een praktijkrechtspersoon, lid te zijn van een coöperatie of op daarmee vergelijkbare wijze deel te nemen in een praktijkrechtspersoon; intervisie: een gestructureerde en periodieke bespreking in een kleine groep hiërarchische gelijkwaardige professionals waarin dilemma’s en vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering en praktijkuitoefening centraal staan; klacht: paragraaf 4 van de Advocatenwet iedere schriftelijke uiting van ongenoegen van of namens de cliënt jegens de advocaat of de onder diens verantwoordelijkheid werkzame personen over de totstandkoming en de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening of de hoogte van de declaratie, het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, niet zijnde een klacht als bedoeld in; onderwijsaanbieders: artikel 3.24 de aanbieder, bedoeld in, de uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten en een geaccrediteerde opleidingsinstelling; patroon: de advocaat onder wiens begeleiding de stagiaire de praktijk uitoefent; peer review: een gestructureerde inhoudelijke beoordeling van bij een advocaat in behandeling zijnde of behandelde dossiers door een reviewer, gevolgd door een gesprek tussen de advocaat en de reviewer; praktijk uitoefenen in dienst: een advocaat die op grond van een arbeidsovereenkomst of aanstelling een werkgever heeft; praktijkrechtspersoon: artikel 5.7 iedere op de uitoefening van de rechtspraktijk gerichte rechtspersoon die voldoet aan de ingestelde eisen, niet zijnde een houdster-rechtspersoon; raad van de orde: artikel 22, eerste lid, van de Advocatenwet de raad van de orde in het arrondissement, bedoeld in; samenwerkingsverband: artikel 5.3 een samenwerkingsverband als bedoeld in; specifieke kosten: kosten verbonden aan de behandeling van een zaak, waaronder in ieder geval a. kosten gemaakt in opdracht van de advocaat voor medische adviezen en medische informatieverstrekking, toedrachtsonderzoeken of inschakeling van rekenbureaus, arbeidsdeskundigen en schade-experts; en b. reiskosten van de advocaat, kosten van getuigen en tolken, deurwaarderskosten, kosten van gerechtelijk of buitengerechtelijk tussen partijen benoemde deskundigen, griffierecht, alsmede het bedrag van de eventuele kostenveroordeling van de rechtzoekende; stage: de uitoefening van de praktijk door een advocaat onder begeleiding van een patroon; stagiaire: een advocaat die verplicht is zijn praktijk uit te oefenen onder begeleiding van een patroon; stagiaire-ondernemer: de stagiaire die de praktijk voor eigen risico en rekening uitoefent; stichting derdengelden: een stichting die ten doel heeft de derdengelden te beheren; uitvoeringsorganisatie: artikel 3.23 de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Leden raad van advies#
Artikel 2.1 Leden raad van advies 1 De leden van de raad van advies hebben daarin zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie zonder last of ruggespraak uit. 2 Benoeming vindt plaats op grond van deskundigheid en ervaring die nodig is voor een goede vervulling van de taak van de raad van advies. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Taakomschrijving raad van advies#
Artikel 2.2 Taakomschrijving raad van advies 1 artikel 32a, tweede lid, van de Advocatenwet Onverminderd het bepaalde inheeft de raad van advies tot taak de algemene raad te adviseren over de maatschappelijke positionering van de Nederlandse orde van advocaten en over hoofdpunten van beleid die de algemene raad daartoe aan de raad van advies voorlegt. 2 artikel 32a, derde lid, van de Advocatenwet Onverminderd het bepaalde invoorziet de algemene raad in openbaarmaking van de adviesaanvraag, bedoeld in het eerste lid, en het aan het advies gegeven gevolg. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Benoeming leden raad van advies#
Artikel 2.3 Benoeming leden raad van advies 1 Op voordracht van de algemene raad benoemt het college van afgevaardigden de leden van de raad van advies voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2 Een lid kan eenmaal worden herbenoemd. 2015 46207 21-12-2015 02-12-2015 2015 46207 21-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Werkwijze raad van advies#
Artikel 2.4 Werkwijze raad van advies 1 De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan. 2 De raad van advies stelt zijn eigen werkwijze vast. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Leden dekenberaad#
Artikel 2.5 Leden dekenberaad 1 Er is een dekenberaad dat uit de dekens van de orden in de arrondissementen bestaat. 2 De deken en secretaris van de algemene raad nemen deel aan het overleg van het dekenberaad, tenzij het dekenberaad anders beslist. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Werkzaamheden dekenberaad#
Artikel 2.6 Werkzaamheden dekenberaad De werkzaamheden van het dekenberaad zijn: a. het uitwisselen van informatie en kennis met betrekking tot toezicht en klachtbehandeling; b. het signaleren en bespreken van ontwikkelingen op het gebied van toezicht en klachtbehandeling; c. het verzamelen van informatie met betrekking tot toezicht en klachtbehandeling ten behoeve van de verslaglegging, bedoeld in artikel 2.24; en d. Advocatenwet het uitwisselen van informatie en kennis ter bevordering van een uniforme uitvoering van bij of krachtens deaan de dekens en de raden van de orde opgedragen taken. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.7 — Artikel 2.7 Werkwijze dekenberaad#
Artikel 2.7 Werkwijze dekenberaad 1 Het dekenberaad kiest uit zijn leden een voorzitter. 2 Het dekenberaad stelt zijn eigen werkwijze vast. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.8 — Artikel 2.8 Leden van de commissie cassatie#
Artikel 2.8 Leden van de commissie cassatie 1 Er is een commissie cassatie die bestaat uit ten minste vijf leden die deskundig zijn op het terrein van cassatie in burgerlijke zaken. 2 Een lid van de commissie cassatie is geen lid van of niet werkzaam bij: a. de Hoge Raad; b. het parket bij de Hoge Raad; c. een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten; d. artikel 17a, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet een orgaan van de orde van advocaten in een arrondissement, uitgezonderd de jaarlijkse vergadering van de orde, bedoeld in; e. de raden van discipline; of f. het hof van discipline. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.9 — Artikel 2.9 Taakomschrijving commissie cassatie#
Artikel 2.9 Taakomschrijving commissie cassatie artikel 4.9, eerste lid, onderdeel b artikel 4.11, eerste lid Een door de algemene raad te bepalen aantal leden van de commissie cassatie heeft tot taak namens de algemene raad het mondeling examen, bedoeld in, af te nemen van advocaten die de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ wensen te verkrijgen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in, af te nemen van advocaten bij de Hoge Raad. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Benoeming leden commissie cassatie#
Artikel 2.10 Benoeming leden commissie cassatie 1 De algemene raad benoemt de leden van de commissie cassatie voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2 Een lid kan eenmaal worden herbenoemd. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Werkwijze commissie cassatie#
Artikel 2.11 Werkwijze commissie cassatie 1 De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan. 2 De commissie cassatie stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Leden delegatie, commissies en werkgroepen CCBE#
Artikel 2.12 Leden delegatie, commissies en werkgroepen CCBE 1 Er is een Nederlandse delegatie bij de CCBE die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder de algemeen secretaris, een medewerker van het bureau van de Nederlandse orde van advocaten die als information officer optreedt en een lid van de algemene raad. 2 Artikel 2.14, eerste tot en met het vierde lid , is niet van toepassing op de algemeen secretaris en de medewerker van het bureau van de Nederlandse orde van advocaten die als information officer optreedt. 3 De algemene raad wijst uit zijn midden een hoofd van de delegatie aan. 4 De algemene raad kan één of meer vertegenwoordigers namens de Nederlandse orde van advocaten laten deelnemen in door de CCBE ingestelde commissies of werkgroepen. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Taakomschrijving delegatie, commissies en werkgroepen CCBE#
Artikel 2.13 Taakomschrijving delegatie, commissies en werkgroepen CCBE 1 De delegatie bij de CCBE heeft tot taak het vertegenwoordigen van de Nederlandse orde van advocaten bij de standing committee en de plenary session van de CCBE. 2 De Nederlandse vertegenwoordiging in commissies en werkgroepen van de CCBE heeft tot taak, na afstemming met de algemene raad: a. het vertegenwoordigen van de Nederlandse orde van advocaten; b. het geven van advies aan de algemene raad over Europese wet- en regelgeving en beleidsvraagstukken die van belang zijn voor de advocatuur en de rechtzoekende in het algemeen. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 Benoeming delegatie, commissieleden en werkgroepleden CCBE#
Artikel 2.14 Benoeming delegatie, commissieleden en werkgroepleden CCBE 1 De algemene raad benoemt de leden van de delegatie voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2 De algemene raad benoemt, op verzoek van de CCBE, de Nederlandse vertegenwoordigers in commissies en werkgroepen van de CCBE voor een periode van ten hoogste vier jaar. 3 Een lid van de delegatie, commissie of werkgroep kan eenmaal worden herbenoemd. 4 Het lidmaatschap van de delegatie, een commissie of werkgroep eindigt van rechtswege bij beëindiging van het lidmaatschap van de algemene raad. 5 Het lidmaatschap van een commissie of werkgroep eindigt van rechtswege bij opheffing van de commissie of werkgroep. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 Werkwijze delegatie, commissie en werkgroep CCBE#
Artikel 2.15 Werkwijze delegatie, commissie en werkgroep CCBE 1 De Nederlandse vertegenwoordiging in een commissie of werkgroep doet na deelname aan een vergadering verslag aan de delegatie en de algemene raad. 2 artikel 2.12, eerste lid De informatie-uitwisseling vindt plaats via de information officer, bedoeld in. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 Leden adviescommissie regelgeving#
Artikel 2.16 Leden adviescommissie regelgeving 1 Er is een adviescommissie regelgeving die uit vier tot acht leden bestaat, waarvan de meerderheid, waaronder de voorzitter, advocaat is. 2 Een lid van de adviescommissie regelgeving is geen lid van of werkzaam bij: a. het college van afgevaardigden, b. de algemene raad, c. een raad van de orde in een arrondissement, d. een raad van discipline, of e. het hof van discipline. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.17 — Artikel 2.17 Taakomschrijving adviescommissie regelgeving#
Artikel 2.17 Taakomschrijving adviescommissie regelgeving 1 De adviescommissie regelgeving heeft tot taak de algemene raad gevraagd te adviseren over voorstellen van regelgeving van de Nederlandse orde van advocaten ten aanzien van de juridische en wetgevingskwaliteit van voorgenomen regelgeving van de Nederlandse orde van advocaten. 2 De algemene raad bericht de adviescommissie tot welk gevolg het advies heeft geleid en zendt het advies mee met conceptregelgeving aan het college van afgevaardigden. 3 Een lid van de algemene raad kan de vergaderingen van de commissie bijwonen. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.18 — Artikel 2.18 Benoeming leden adviescommissie regelgeving#
Artikel 2.18 Benoeming leden adviescommissie regelgeving 1 De algemene raad benoemt de leden van de adviescommissie regelgeving voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2 Een lid kan eenmaal worden herbenoemd. 2015 46207 21-12-2015 02-12-2015 2015 46207 21-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 2.19 — Artikel 2.19 Werkwijze adviescommissie regelgeving#
Artikel 2.19 Werkwijze adviescommissie regelgeving 1 De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan. 2 De adviescommissie regelgeving stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.19a — Artikel 2.19a Leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten#
Artikel 2.19a Leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten 1 Er is een adviescommissie beroepsopleiding advocaten. 2 Een lid van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten is geen lid van of werkzaam bij een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten of een orgaan van de orde van advocaten. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 2.19b — Artikel 2.19b Taakomschrijving adviescommissie beroepsopleiding advocaten#
Artikel 2.19b Taakomschrijving adviescommissie beroepsopleiding advocaten De adviescommissie beroepsopleiding advocaten heeft tot taak de algemene raad gevraagd en ongevraagd te adviseren over: a. de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten; b. de beroepsopleiding advocaten, waaronder in ieder geval de eindtermen. 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 01-01-2022
Artikel 2.19c — Artikel 2.19c Benoeming leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten#
Artikel 2.19c Benoeming leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten 1 De algemene raad benoemt de leden van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2 Bij de benoeming draagt de algemene raad er zorg voor dat in ieder geval: a. ten minste drie leden advocaat zijn; b. ten minste drie leden afkomstig zijn uit het wetenschappelijk onderwijs; c. artikelen 3.24 3.25 één lid afkomstig is per organisatie, bedoeld in deen; d. ten minste twee leden uit de rechterlijke macht. 3 Een lid kan eenmaal worden herbenoemd. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 2.19d — Artikel 2.19d Werkwijze adviescommissie beroepsopleiding advocaten#
Artikel 2.19d Werkwijze adviescommissie beroepsopleiding advocaten 1 De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan. 2 De adviescommissie beroepsopleiding advocaten stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 2.20 — Artikel 2.20 Leden overige adviescommissies#
Artikel 2.20 Leden overige adviescommissies De algemene raad kan voor een rechtsgebied of beleidsterrein een adviescommissie instellen die uit ten minste drie leden bestaat. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.21 — Artikel 2.21 Taakomschrijving overige adviescommissies#
Artikel 2.21 Taakomschrijving overige adviescommissies Een adviescommissie heeft tot taak de algemene raad gevraagd of ongevraagd te adviseren over voorstellen voor wet- en regelgeving of beleidsvraagstukken die van belang zijn voor de advocatuur en de rechtzoekende in het algemeen. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 01-01-2020
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 Benoeming leden overige adviescommissies#
Artikel 2.22 Benoeming leden overige adviescommissies 1 De algemene raad benoemt de leden voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2 Een lid kan tweemaal worden herbenoemd. 2015 46207 21-12-2015 02-12-2015 2015 46207 21-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 Werkwijze overige adviescommissies#
Artikel 2.23 Werkwijze overige adviescommissies 1 De adviescommissie kiest uit de leden een voorzitter. 2 De adviescommissie stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.23a — Artikel 2.23a Leden commissie disciplinaire rechtspraak#
Artikel 2.23a Leden commissie disciplinaire rechtspraak 1 Er is een commissie disciplinaire rechtspraak die uit drie tot zes personen bestaat, waarvan de meerderheid advocaat is. 2 Een lid van de commissie disciplinaire rechtspraak is geen lid of niet werkzaam bij: a. de algemene raad, b. een raad van de orde in een arrondissement, c. een raad van discipline, of d. het hof van discipline. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.23b — Artikel 2.23b Taakomschrijving commissie disciplinaire rechtspraak#
Artikel 2.23b Taakomschrijving commissie disciplinaire rechtspraak De commissie disciplinaire rechtspraak heeft tot taak tuchtrechtelijke beslissingen te selecteren en te annoteren voor publicatie. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.23c — Artikel 2.23c Benoeming leden commissie disciplinaire rechtspraak#
Artikel 2.23c Benoeming leden commissie disciplinaire rechtspraak 1 De algemene raad benoemt de leden van de commissie disciplinaire rechtspraak voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2 Een lid kan tweemaal worden herbenoemd. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.23d — Artikel 2.23d Werkwijze commissie disciplinaire rechtspraak#
Artikel 2.23d Werkwijze commissie disciplinaire rechtspraak 1 De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan. 2 De commissie disciplinaire rechtspraak stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 Verslag van werkzaamheden#
Artikel 2.24 Verslag van werkzaamheden 1 De raad van advies brengt jaarlijks verslag uit van zijn werkzaamheden aan de algemene raad, die dit ter kennis brengt van het college van afgevaardigden. 2 Het dekenberaad brengt jaarlijks verslag uit van zijn werkzaamheden aan het college van afgevaardigden en het college van toezicht. 3 De verslagen zijn openbaar en de algemene raad publiceert deze elektronisch. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.25 — Artikel 2.25 Secretariaat commissies#
Artikel 2.25 Secretariaat commissies 1 De algemene raad voorziet in het secretariaat van: a. het dekenberaad; b. de commissie cassatie; c. de adviescommissie regelgeving; d. de adviescommissie beroepsopleiding advocaten. 2 artikel 2.20 De algemene raad kan voorzien in het secretariaat van de raad van advies en de overige adviescommissies, bedoeld in. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 Verschuldigdheid financiële bijdrage#
Artikel 2.26 Verschuldigdheid financiële bijdrage 1 artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet De advocaat die op 1 januari van enig jaar op het tableau staat ingeschreven, is voor dat jaar de financiële bijdrage ten volle verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in. 2 artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet De advocaat die in het eerste kalenderkwartaal van enig jaar op het tableau wordt ingeschreven, is voor dat jaar de financiële bijdrage ten volle verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in. 3 artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet De advocaat die in het tweede kalenderkwartaal van enig jaar op het tableau wordt ingeschreven, is voor dat jaar 75% van de financiële bijdrage verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in. 4 artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet De advocaat die in het derde kalenderkwartaal van enig jaar op het tableau wordt ingeschreven, is voor dat jaar 50% van de financiële bijdrage verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in. 5 artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet De advocaat die in het vierde kalenderkwartaal van enig jaar op het tableau wordt ingeschreven, is voor dat jaar 25% van de financiële bijdrage verschuldigd ter dekking van de door de Nederlandse orde van advocaten te maken kosten, bedoeld in. 6 Aan de advocaat wordt in een kalenderjaar in totaal niet meer dan de eerst verschuldigde financiële bijdrage van het betreffende kalenderjaar in rekening gebracht. 7 artikel 2.27, tweede lid, aanhef en onderdeel b Met inachtneming van, brengt de algemene raad de financiële bijdrage, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, bij de advocaat in rekening. 8 artikel 32, eerste en tweede lid, van de Advocatenwet Met inachtneming vanbrengt de raad van de orde de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Advocatenwet bij de advocaat in rekening. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 Voorstel hoogte financiële bijdrage#
Artikel 2.27 Voorstel hoogte financiële bijdrage 1 De algemene raad doet het college van afgevaardigden jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de financiële bijdrage, die kan verschillen naar gelang van: a. de hoogte van het het door de Belastingdienst geregistreerde inkomen van de advocaat in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de financiële bijdrage verschuldigd is; b. de duur of voorwaardelijkheid van de inschrijving van de advocaat op 1 januari van dat jaar. 2 De algemene raad kan regels stellen over: a. de wijze van berekening van en de bewijsmiddelen voor het het door de Belastingdienst geregistreerde inkomen; b. de indeling in categorieën, afhankelijk van de hoogte van het het door de Belastingdienst geregistreerde inkomen, de duur of de voorwaardelijkheid van de inschrijving. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025 Abusievelijk is ‘het door de Belastingdienst geregistreerde
inkomen’ gepubliceerd waar ‘door de Belastingdienst geregistreerde
inkomen’ is bedoeld. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 2.28 — Artikel 2.28 Opleidings- en examengeld beroepsopleiding advocaten#
Artikel 2.28 Opleidings- en examengeld beroepsopleiding advocaten 1 artikel 3.19, eerste lid artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b artikel 3.23 De uitvoeringsorganisatie brengt aan de stagiaire die deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, respectievelijk het in, genoemde examen, opleidings- en examengeld in rekening voor het voorportaal, met uitzondering van de basistest, en de onderwijsonderdelen, bedoeld in. De aanbieder, bedoeld in, brengt aan de stagiaire, bedoeld in de eerste volzin, het verschuldigde bedrag voor de basistest in rekening. De factuur kan op naam worden gesteld van het kantoor van de stagiaire. 2 De hoogte van het opleidings- en examengeld onderscheidenlijk het verschuldigde bedrag voor de basistest wordt vastgesteld door de algemene raad. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.29 — Artikel 2.29 Kosten examen en proeve van bekwaamheid cassatie#
Artikel 2.29 Kosten examen en proeve van bekwaamheid cassatie artikel 4.9, eerste lid, onderdeel b artikel 4.11, eerste lid De advocaat is voor het examen, bedoeld in, en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in, een door de algemene raad vast te stellen vergoeding verschuldigd binnen een door de algemene raad te bepalen termijn. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 2.30 — Artikel 2.30 Vergoeding algemene raad#
Artikel 2.30 Vergoeding algemene raad Het college van afgevaardigden stelt de vergoeding vast voor de werkzaamheden van de deken en de overige leden van de algemene raad. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.31 — Artikel 2.31 Rechthebbenden vacatiegeld en reiskostenvergoeding#
Artikel 2.31 Rechthebbenden vacatiegeld en reiskostenvergoeding 1 De algemene raad kent vacatiegeld en een reiskostenvergoeding toe aan: a. de leden van een raad van discipline en het hof van discipline die tevens advocaat zijn; b. artikel 32, derde lid, van de Advocatenwet de leden en plaatsvervangende leden van het college van afgevaardigden en de leden van het college van afgevaardigden die zijn benoemd in de financiële commissie, bedoeld in; c. de leden van de raad van advies en de commissie cassatie; d. de leden van de redactie van het Advocatenblad die tevens advocaat zijn. 2 Onder plaatsvervangende leden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan: als zodanig gekozen leden. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 2.32 — Artikel 2.32 Rechthebbenden reiskostenvergoeding#
Artikel 2.32 Rechthebbenden reiskostenvergoeding De algemene raad vergoedt de reiskosten van: a. de deken en de overige leden van de algemene raad; b. de door de algemene raad benoemde leden van adviescommissies; c. de leden van de adviescommissie regelgeving; d. degene die op verzoek van de algemeen deken, de algemene raad of het college van afgevaardigden een bijeenkomst bijwoont en de Nederlandse orde van advocaten officieel vertegenwoordigt; e. de leden van een door het college van afgevaardigden ingestelde voorbereidingscommissie. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.33 — Artikel 2.33 Verblijfskostenvergoeding#
Artikel 2.33 Verblijfskostenvergoeding De algemene raad kan verblijfskosten vergoeden indien dat naar zijn oordeel doelmatig is. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.34 — Artikel 2.34 Andere rechthebbenden#
Artikel 2.34 Andere rechthebbenden artikel 2.31 artikel 2.32 De algemene raad kan in bijzondere gevallen aan anderen dan de inengenoemden vacatiegeld, een reiskostenvergoeding en een kostenvergoeding toekennen. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 2.35 — Artikel 2.35 Hoogte vacatiegeld en reiskostenvergoeding#
Artikel 2.35 Hoogte vacatiegeld en reiskostenvergoeding 1 De algemene raad stelt de hoogte van het vacatiegeld vast, die kan verschillen naar rechthebbende en tijdsduur. 2 De algemene raad stelt de hoogte van de reiskostenvergoeding vast, die kan verschillen naar transportmiddel. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.36 — Artikel 2.36 Nadere regels wijze declaratie#
Artikel 2.36 Nadere regels wijze declaratie 1 De algemene raad stelt regels vast over de wijze waarop de vergoedingen, bedoeld in deze paragraaf worden gedeclareerd. 2 De algemene raad kan bij de aanvraag voor vacatiegeld of andere vergoeding van de aanvrager nadere bewijsmiddelen verlangen. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 2.36a — Artikel 2.36a Reikwijdte#
Artikel 2.36a Reikwijdte Deze paragraaf is van toepassing op het verlenen van subsidie voor activiteiten die door de stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur worden uitgevoerd en welke passen binnen de statutaire doelstellingen van de stichting. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.36b — Artikel 2.36b Overeenkomstige toepassing#
Artikel 2.36b Overeenkomstige toepassing 1 Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op alle per boekjaar verstrekte subsidies. 2 Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.36c — Artikel 2.36c Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud#
Artikel 2.36c Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1 De algemene raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van een subsidieplafond. 2 De algemene raad wijst bij de bekendmaking van een subsidieplafond op de mogelijkheid dat dit subsidieplafond kan worden verlaagd en betrekt daarbij de gevolgen voor de reeds ingediende aanvragen. 3 Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.36d — Artikel 2.36d Subsidieaanvraag#
Artikel 2.36d Subsidieaanvraag 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij de algemene raad. 2 Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.36e — Artikel 2.36e Egalisatiereserve#
Artikel 2.36e Egalisatiereserve artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht De stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur vormt een egalisatiereserve met inachtneming van. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.36f — Artikel 2.36f Subsidieverlening#
Artikel 2.36f Subsidieverlening 1 De algemene raad kan besluiten tot het verstrekken van subsidie met inachtneming van de in de begroting van de Nederlandse orde van advocaten opgenomen financiële middelen en het subsidieplafond. 2 De algemene raad besluit op een volledige aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk vóór 31 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend. 3 De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de subsidieverlening. 4 De algemene raad geeft in het besluit tot subsidieverlening aan op welke wijze de verantwoording van de subsidie door de verkrijger plaatsvindt. 5 Indien een subsidie wordt verstrekt vindt eenmalige betaling plaats door overmaking van de gehele subsidie. 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.36g — Artikel 2.36g Verplichtingen en toestemming#
Artikel 2.36g Verplichtingen en toestemming 1 artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichtingen genoemd inopleggen. 2 artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De algemene raad kan de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen van voorafgaande toestemming voor handelingen als genoemd in. 3 Onverminderd het eerste en tweede lid kan de algemene raad verplichtingen opleggen met betrekking tot: a. het aangaan van verplichtingen met een looptijd langer dan één jaar; b. het verhogen van de personeelsformatie van de subsidieontvanger; c. het uitputten en onderling aanvullen van begrotingsposten; d. de maximale grootte en jaarlijkse toename van de egalisatiereserve; e. de berekening van uurtarieven, de gebruikmaking van kostenbegrippen en productienormen; f. de aan de subsidie gekoppelde productie gedurende een kalenderjaar; g. de wijze waarop het betalingsverkeer en de autorisatie van een betaling plaatsvindt; 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 2.36h — Artikel 2.36h Verantwoording en subsidievaststelling#
Artikel 2.36h Verantwoording en subsidievaststelling 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt schriftelijk ingediend bij de algemene raad uiterlijk dertien weken na het verrichten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. 2 De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten in een financieel verslag of jaarrekening; en c. een balans op het einde van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop. 3 De algemene raad kan afwijken van het bepaalde in het tweede lid of andere gegevens opvragen die voor de subsidievaststelling van belang zijn. 4 De algemene raad besluit op een aanvraag tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 01-01-2020
Artikel 2.37 — Artikel 2.37 Arbeidsvoorwaarden medewerkers college van toezicht#
Artikel 2.37 Arbeidsvoorwaarden medewerkers college van toezicht De arbeidsvoorwaarden van de medewerkers van het bureau van de Nederlandse orde van advocaten zijn van overeenkomstige toepassing op de secretaris en andere medewerkers van het college van toezicht. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Aanvang stage#
Artikel 3.1 Aanvang stage De stage vangt aan op het moment dat de stagiaire is beëdigd, de stage en de patroon zijn goedgekeurd en de uitoefening van de praktijk is aangevangen. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Voltooide stage#
Artikel 3.2 Voltooide stage artikel 9b, vijfde lid, van de Advocatenwet De stagiaire krijgt de verklaring, bedoeld in, op het moment waarop de termijn, bedoeld in artikel 9b, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Advocatenwet, is verstreken en: a. de stagiaire beschikt over het certificaat beroepsopleiding; b. artikel 3.9 artikel 3.10, eerste lid de stagiaire voldoet aan het bepaalde inen; en c. artikel 9b, tweede lid, van de Advocatenwet de raad van de orde, gehoord de patroon en de stagiaire, oordeelt dat de stagiaire over voldoende praktijkervaring beschikt, bedoeld in. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2020 29 31-01-2020 24-01-2020 01-03-2020 Treedt volgens Stcrt. 2020/8795 in werking op het tijdstip waarop
artikel I, onderdeel R, van de Wet positie en toezicht advocatuur en
artikel I en artikel IV van de Wet tot wijziging van de
Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Wet op het notarisambt
en de Wet positie en toezicht advocatuur in verband met het opnemen
van een grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens
ten behoeve van de uitvoering van kwaliteitstoetsen bij advocaten,
gerechtsdeurwaarders en notarissen en diverse aanpassingen van
overwegend wetstechnische aard in werking treden.
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Deeltijd#
Artikel 3.3 Deeltijd 1 De stagiaire die in deeltijd werkzaam is, oefent de praktijk uit voor ten minste 24 uur per week. 2 In afwijking van het eerste lid oefent de stagiaire-ondernemer die in deeltijd werkzaam is, de praktijk uit voor ten minste 32 uur per week. 3 De stagiaire die in deeltijd wenst te werken, informeert de raad van de orde over het voorgenomen aantal uren dat per week gewerkt zal worden, voorafgaand aan de uitoefening van de praktijk en voorafgaand aan iedere wijziging in het aantal uren dat per week gewerkt zal worden. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Stage geëindigd of opgeschort#
Artikel 3.4 Stage geëindigd of opgeschort 1 De stage eindigt zonder stageverklaring: a. met wederzijds goedvinden van patroon en stagiaire; b. door opzegging door de stagiaire; c. door opzegging door de patroon, na daartoe verkregen goedkeuring van de raad van de orde; d. door een ambtshalve beslissing van de raad van de orde. 2 De stage is van rechtswege opgeschort: a. indien de stagiaire de praktijk meer dan drie maanden niet uitoefent, tenzij dit het gevolg is van wettelijk zwangerschaps- of bevallingsverlof; b. indien de stagiaire geen patroon heeft of de praktijk niet onder zijn begeleiding uitoefent; c. indien de patroon is geschorst, de praktijk niet meer uitoefent of de stagiaire niet meer kan begeleiden; d. zodra de patroon en de stagiaire niet langer in hetzelfde arrondissement zijn ingeschreven. 3 artikel 8c, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en tweede lid, van de Advocatenwet De opzegging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, kan zonder voorafgaande goedkeuring door de raad van de orde plaatsvinden indien het certificaat beroepsopleiding niet meer kan worden overgelegd binnen het tijdvak, bedoeld in. 4 De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde goedkeuring wordt alleen geweigerd indien de opzegging onredelijk is. 5 De patroon brengt het einde van de stage of de opschorting, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en c, en tweede lid, onverwijld schriftelijk ter kennis van de raad van de orde. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2020 29 31-01-2020 24-01-2020 01-03-2020 Treedt volgens Stcrt. 2020/8795 in werking op het tijdstip waarop
artikel I, onderdeel R, van de Wet positie en toezicht advocatuur en
artikel I en artikel IV van de Wet tot wijziging van de
Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Wet op het notarisambt
en de Wet positie en toezicht advocatuur in verband met het opnemen
van een grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens
ten behoeve van de uitvoering van kwaliteitstoetsen bij advocaten,
gerechtsdeurwaarders en notarissen en diverse aanpassingen van
overwegend wetstechnische aard in werking treden.
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Goedkeuring stage en patroon#
Artikel 3.5 Goedkeuring stage en patroon 1 De raad van de orde is belast met de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon. 2 De stagiaire dient het verzoek om goedkeuring van de stage en de beoogd patroon in, door middel van een door de algemene raad vastgesteld formulier. Het formulier wordt medeondertekend door de beoogd patroon. De algemene raad stelt nadere regels met betrekking tot de bij het verzoek te verstrekken gegevens. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek van de stagiaire om wijziging van de patroon. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.5a — Artikel 3.5a Cursus voor patroons#
Artikel 3.5a Cursus voor patroons 1 artikel 3.5, tweede lid Een beoogd patroon heeft in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek om goedkeuring, bedoeld in, een cursus voor patroons gevolgd. 2 Een cursus als bedoeld in het eerste lid is gevolgd, indien de beoogd patroon ten minste zes uur onderwijs heeft gevolgd dat het patroonschap voor een stagiaire ten goede komt en: a. dat onderwijs is gegeven door een of meerdere deskundige docenten; en b. de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemers zijn vastgesteld. 3 In afwijking van het tweede lid, aanhef, geldt voor de duur van een cursus ten minste drie uur onderwijs, indien de beoogd patroon in de drie jaar voorafgaand aan de cursus reeds een in het tweede lid bedoelde cursus heeft gevolgd. 4 De algemene raad kan nadere regels stellen over de inhoud van de cursus, bedoeld in het tweede en derde lid. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Beoordeling aanvraag goedkeuring#
Artikel 3.6 Beoordeling aanvraag goedkeuring 1 artikel 3.5 De raad van de orde kan de goedkeuring, bedoeld in, onthouden indien: a. aan de beoogd patroon of zijn kantoor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties zijn opgelegd; b. over de beoogd patroon tuchtrechtelijke klachten zijn ontvangen of met betrekking tot hem of zijn kantoor onregelmatigheden of gegronde bedenkingen zijn gebleken; c. de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest; d. de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van een stagiaire-ondernemer; e. de beoogd patroon reeds patroon is van twee stagiaires; f. de beoogd patroon reeds patroon is van een stagiaire waarvan de duur van de stage korter is dan een jaar; g. de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon; g. op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de uitoefening van de praktijk. 2 artikel 2a van de Advocatenwet Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstigbedraagt de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vier jaar. 3 De raad van de orde onthoudt de goedkeuring in ieder geval: a. artikel 3.5a, eerste lid indien de beoogd patroon geen cursus als bedoeld in, heeft gevolgd; b. indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest; c. in geval van een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer, indien de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest. 4 artikel 2a van de Advocatenwet Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstigbedraagt de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, twee jaar en de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, vier jaar. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025 Abusievelijk voegt de Staatscourant voor het eerste lid een tweede
onderdeel g toe.
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Bemiddeling bij zoeken patroon#
Artikel 3.7 Bemiddeling bij zoeken patroon Indien de patroon in de uitoefening van de praktijk is geschorst, de praktijk niet meer uitoefent of de stagiaire niet meer kan begeleiden, kan de raad van de orde bemiddelen bij het zoeken van een andere patroon. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Verplichtingen stagiaire#
Artikel 3.8 Verplichtingen stagiaire 1 artikel 3.13 De stagiaire verschaft de patroon de informatie die deze nodig heeft om te voldoen aan de verplichtingen, genoemd in. 2 artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c artikel 3.13, zesde lid De stagiaire informeert de raad van de orde indien de stage tussentijds is geëindigd of van rechtswege is opgeschort, met uitzondering van de situaties, bedoeld in, en. 3 artikel 3.13, tweede lid artikel 3.13, negende lid De stagiaire verricht de hem door de patroon of werkgever opgedragen werkzaamheden, met dien verstande dat de nakoming van de verplichtingen, genoemd in, voorrang heeft. Hij verleent zijn medewerking aan de naleving van, door zijn patroon. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Praktijkervaring stagiaire#
Artikel 3.9 Praktijkervaring stagiaire De stagiaire is aan het eind van de stage in staat zelfstandig en naar behoren de praktijk uit te oefenen en heeft gedurende de stage ten minste de volgende praktijkervaring opgedaan: a. hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één mondelinge behandeling bijgewoond; b. hij heeft tien stukken, waaronder ten minste zeven processtukken, vervaardigd; c. hij heeft op twee van de drie rechtsgebieden burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, bestuursrecht en bestuursprocesrecht of strafrecht en strafprocesrecht ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere sub-rechtsgebieden binnen een van deze rechtsgebieden. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Activiteiten in arrondissement#
Artikel 3.10 Activiteiten in arrondissement 1 Aan het eind van de stage heeft de stagiaire tien opleidingspunten behaald voor activiteiten die de raad van de orde voor stagiaires aanbiedt of laat aanbieden en een voldoende behaald voor de pleitoefening. 2 De raad van de orde draagt er zorg voor dat de in het eerste lid bedoelde activiteiten en de pleitoefening bijdragen aan de professionele vorming en de ontwikkeling van de vaardigheden van de stagiaire. 3 De raad van de orde kent een punt per uur toe aan de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, niet zijnde de pleitoefening. 4 Bij de overgang naar een ander arrondissement worden de opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid, en de voldoende voor de pleitoefening meegenomen. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer#
Artikel 3.11 Buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer Een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer: a. richt de organisatie van zijn kantoor, inclusief de dienstverlening aan de cliënt en de administratie, de boekhouding daaronder begrepen, adequaat in; en b. neemt alleen zaken aan die hij gelet op zijn kantoororganisatie adequaat kan behandelen. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Liquiditeit en boekhouding stagiaire-ondernemer#
Artikel 3.12 Liquiditeit en boekhouding stagiaire-ondernemer 1 De stagiaire-ondernemer beschikt steeds over een passende kredietfaciliteit of over voldoende vermogen ter dekking van de kosten van het bruto minimumloon voor een jaar en de overige kosten van de praktijkvoering. 2 De stagiaire-ondernemer zendt aan de raad van de orde ten minste tweemaal per jaar de balans en de winst- en verliesrekening die door de patroon voor gezien ondertekend zijn. De stagiaire-ondernemer verstrekt de raad van de orde desgevraagd een toelichting of nadere inlichtingen. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Verplichtingen patroon#
Artikel 3.13 Verplichtingen patroon 1 De patroon geeft de stagiaire leiding, voorlichting en raad met betrekking tot de praktijkuitoefening in de ruimste zin van het woord. Hij schenkt daarbij bijzondere aandacht aan de introductie van de stagiaire bij en diens optreden jegens de rechterlijke macht, beroepsgenoten en cliënten. Hij bewaakt de ontwikkeling van de stagiaire op een systematische en structurele wijze. 2 artikel 3.8 tot en met artikel 3.12 artikel 3.17 tot en met artikel 3.19 artikel 2.28 De patroon draagt er zorg voor dat de stagiaire de voor hem geldende verplichtingen nakomt, waaronder de verplichtingen, bedoeld in,en, en de maatregelen die door de algemene raad zijn vastgesteld, opleidingsmaatregelen daaronder begrepen. 3 De werkgever stelt de stagiaire die bij hem de praktijk in dienst uitoefent en bij hem kantoor houdt, met behoud van diens salaris, in de gelegenheid gedurende kantooruren de in het tweede lid genoemde verplichtingen na te komen en de daarvoor noodzakelijke voorbereidingen te treffen. 4 De patroon van de stagiaire die bij hem kantoor houdt, verschaft de stagiaire passende arbeid, met inachtneming van het tweede lid. 5 De patroon schenkt bij de begeleiding van een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer bijzondere aandacht aan de inrichting van diens kantoor inclusief de dienstverlening aan de cliënt en de administratie, de boekhouding daaronder begrepen. 6 De patroon informeert de raad van de orde indien de stagiaire de praktijk enige tijd niet uitoefent. 7 De patroon van de stagiaire die: a. geen stagiaire-ondernemer is en bij hem kantoor houdt, brengt ten minste eenmaal per jaar schriftelijk verslag uit aan de raad van de orde omtrent het verloop van de stage, of zoveel vaker als de raad van de orde noodzakelijk acht; b. stagiaire-ondernemer of buitenstagiaire is, brengt ten minste eenmaal per zes maanden verslag uit aan de raad van de orde omtrent het verloop van de stage, of zoveel vaker als de raad van de orde noodzakelijk acht. 8 artikel 3.14, eerste lid De patroon werkt mee aan de opleiding van een stagiaire en verleent zijn medewerking tevens aan de opleidingsmaatregelen op grond van. 9 artikel 2a van de Advocatenwet De patroon draagt er zorg voor dat de stagiaire ten minste drie keer een optreden in rechte van een advocaat in een procedure op tegenspraak bijwoont. De advocaat, bedoeld in de eerste volzin, is ten minste een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat ingeschreven of ingeschreven geweest. Indien de advocaat, bedoeld in de eerste volzin, is ingeschreven overeenkomstig, bedraagt de periode, bedoeld in de tweede volzin, twee jaar. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 Indeling beroepsopleiding advocaten#
Artikel 3.14 Indeling beroepsopleiding advocaten 1 De beroepsopleiding advocaten omvat: a. een voorportaal, bestaande uit een basistest en eventueel studiebegeleiding; b. onderwijsonderdelen, bestaande uit: 1°. ethiek; 2°. algemene vaardigheden; 3°. kantoorspecifieke vaardigheden; 4°. juridisch-inhoudelijke kennis; en 5°. voorbereiding integratieve dagen. 2 Een negatieve uitkomst van de basistest in het voorportaal vormt geen belemmering voor het volgen van de onderwijsonderdelen van de beroepsopleiding advocaten. 3 De beroepsopleiding advocaten vangt tweemaal per jaar aan. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 Curriculum en opleidingsreglement#
Artikel 3.15 Curriculum en opleidingsreglement 1 De algemene raad stelt het curriculum vast. Het curriculum bevat: a. artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b de inhoud van de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in; b. nadere regels over de onderwijsonderdelen en de omvang ervan; c. de eindtermen; d. nadere invulling van de onderdelen van het examen. 2 De algemene raad stelt een opleidingsreglement vast met de procedures en rechten en plichten met betrekking tot de beroepsopleiding advocaten. 3 In het opleidingsreglement kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden betreffende het onderwijs worden toegekend aan onderwijsaanbieders. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.15a — Artikel 3.15a Examenreglement#
Artikel 3.15a Examenreglement 1 De algemene raad stelt een examenreglement vast over: a. artikel 3.19 de inrichting en de organisatie van de basistest en het examen, bedoeld in; b. de wijze waarop daaraan kan worden deelgenomen; c. de wijze waarop de basistest en het examen wordt afgenomen; d. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de uitslag bekend wordt gemaakt alsmede of en op welke wijze van deze termijn kan worden afgeweken; e. de wijze waarop en de termijn gedurende welke de stagiaire die de basistest of een onderdeel van het examen heeft afgelegd, inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk; f. de mogelijkheid van een herbeoordeling van het examen; g. de geldigheidsduur van de studieresultaten; h. de instelling, de samenstelling en de taken van de examencommissie. 2 artikel 3.21, eerste lid De examencommissie heeft in ieder geval tot taak op objectieve en deskundige wijze vast te stellen of een stagiaire voldoet aan de eindtermen en de uit het opleidingsreglement voortvloeiende opleidingsverplichtingen die nodig zijn voor het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in. 3 De algemene raad kan in het examenreglement bevoegdheden betreffende het examen delegeren of toekennen aan de examencommissie. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 3.16 — Artikel 3.16 Toelating tot beroepsopleiding advocaten#
Artikel 3.16 Toelating tot beroepsopleiding advocaten 1 Een stagiaire schrijft zich voor of bij aanvang van de stage bij de uitvoeringsorganisatie in voor de beroepsopleiding advocaten via de Nederlandse orde van advocaten. Indien een stagiaire voorafgaand aan de aanvang van de beroepsopleiding de basistest heeft afgelegd, legt hij bij de inschrijving, doch uiterlijk voor aanvang van de beroepsopleiding hiervan een bewijsstuk over aan de algemene raad. Het bewijsstuk dient bij aanvang van de beroepsopleiding advocaten niet ouder te zijn dan één jaar. 2 Een stagiaire is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten en wordt in staat gesteld het onderwijs te volgen indien en voor zo lang: a. hij is ingeschreven op het tableau; b. de stage voortduurt; c. het cursus- en examengeld binnen de betalingstermijn is voldaan; en d. de algemene raad de deelname aan de beroepsopleiding advocaten niet heeft beëindigd wegens fraude. 3 Een stagiaire die niet meer is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten behoudt zijn toetskansen. 4 De algemene raad stelt nadere regels vast omtrent het bewijsstuk, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin. 5 De algemene raad kan van het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, afwijken in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 01-01-2022
Artikel 3.17 — Artikel 3.17 Deelname onderwijs#
Artikel 3.17 Deelname onderwijs 1 artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b De stagiaire neemt deel aan alle in, bedoelde onderdelen van de beroepsopleiding advocaten. 2 artikel 3.16, eerste lid, tweede volzin artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b In afwijking van het eerste lid neemt de stagiaire, bedoeld in, deel aan het in, bedoelde onderdeel van de beroepsopleiding. 3 De stagiaire neemt deel aan de eerste cyclus van de beroepsopleiding advocaten die na aanvang van de stage wordt aangeboden. 4 De stagiaire die niet direct na aanvang van de stage deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, wordt geacht de aangeboden toetsen niet te hebben behaald. 5 De algemene raad kan van het derde en vierde lid afwijken indien toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.18 — Artikel 3.18 Vrijstelling deelname onderwijsonderdelen#
Artikel 3.18 Vrijstelling deelname onderwijsonderdelen Vervallen 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 3.19 — Artikel 3.19 Examinering#
Artikel 3.19 Examinering 1 Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal toetsen ten aanzien van de onderwijsonderdelen. De basistest is geen toets als bedoeld in de eerste volzin. 2 De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het onderwijsonderdeel. 3 Indien de toets, bedoeld in het tweede lid, niet is behaald, neemt de stagiaire deel aan de eerstvolgende gelegenheid die wordt geboden. 4 De stagiaire kan per onderdeel ten hoogste driemaal een toets afleggen. 5 Indien de stagiaire geen gebruik maakt van de voor hem geldende gelegenheid, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt de toets als niet behaald beschouwd. 6 De algemene raad kan afwijken van het vierde en vijfde lid in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 3.20 — Artikel 3.20 Vrijstelling van het examen#
Artikel 3.20 Vrijstelling van het examen Vervallen 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 3.21 — Artikel 3.21 Certificaat#
Artikel 3.21 Certificaat 1 De algemene raad verstrekt aan de stagiaire het certificaat beroepsopleiding advocaten. 2 De algemene raad geeft geen certificaat af dan nadat: a. artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a de algemene raad heeft vastgesteld dat de stagiaire heeft deelgenomen aan de basistest, bedoeld in; en b. artikel 3.19, eerste lid de examencommissie heeft geoordeeld dat de stagiaire alle toetsen als bedoeld in, met goed gevolg heeft afgelegd; en c. de onderwijsaanbieder of onderwijsaanbieders hebben verklaard dat de stagiaire aan alle opleidingsverplichtingen heeft voldaan. 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 2020 65318 18-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 3.22 — Artikel 3.22 Terme de grâce#
Artikel 3.22 Terme de grâce 1 artikel 8c, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet artikel 3.19, vierde lid De algemene raad kan een stagiaire die is geschrapt op grond van, op diens verzoek, binnen twee jaar na de schrapping, nog ten hoogste tweemaal toelaten tot een toets in de nog niet behaalde examenonderdelen voor de onderwijsonderdelen, tenzij daardoor het aantal gelegenheden, bedoeld in, wordt overschreden. 2 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden ingewilligd indien: a. het onderwijs in het onderdeel van de beroepsopleiding advocaten waarop het verzoek ziet, is gevolgd; en b. de afwijzing naar het oordeel van de algemene raad zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 3.22a — Artikel 3.22a#
Artikel 3.22a De algemene raad stelt een kwaliteits- en accreditatiekader vast voor de onderwijsaanbieders die de beroepsopleiding advocaten of onderdelen daarvan verzorgen. Het kwaliteits- en accreditatiekader omvat regels over: a. de beoordeling van bestaande onderwijsaanbieders; b. de accreditatie van nieuwe onderwijsaanbieders; c. beoordelingsstandaarden. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.23 — Artikel 3.23 Aanbieder basistest#
Artikel 3.23 Aanbieder basistest De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een aanbieder over de uitvoering van de basistest. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.24 — Artikel 3.24 Uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten#
Artikel 3.24 Uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een uitvoeringsorganisatie over de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten, met uitzondering van de basistest. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 3.25 — Artikel 3.25 Accreditatie beroepsopleiding advocaten#
Artikel 3.25 Accreditatie beroepsopleiding advocaten 1 artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° en 5° Een opleidingsinstelling die de onderwijsonderdelen, bedoeld in, aan wil bieden, doet een aanvraag om de opleiding te accrediteren bij de algemene raad. 2 artikel 3.22a De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van een beschrijving van de onderwerpen, bedoeld in. 3 De algemene raad verleent de accreditatie indien: a. artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° en 5° de opleiding de onderwijsonderdelen, bedoeld in, omvat; b. artikel 3.22a de opleidingsinstelling en de opleiding voldoen aan het door de algemene raad vastgestelde kwaliteits- en accreditatiekader, bedoeld in; en c. de continuïteit van het onderwijs is gewaarborgd. 4 Accreditatie wordt voor ten hoogste zes jaar verleend en kan telkens voor ten hoogste zes jaar worden verlengd. 5 De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de accreditatie. 6 De algemene raad kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure omtrent het verlenen en verlengen van de accreditatie. 7 De algemene raad kan de accreditatie intrekken indien naar zijn oordeel niet wordt voldaan aan de bij of krachtens het derde en vijfde lid gestelde regels, dan wel de opleidingsinstelling of de inhoud van de opleiding anderszins niet voldoen. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Deskundigheid#
Artikel 4.1 Deskundigheid 1 Een advocaat is bij de uitoefening van zijn beroep vakbekwaam, waaronder wordt begrepen dat de advocaat de professionele kennis en kunde bezit die nodig is voor het uitoefenen van de praktijk. 2 Een advocaat neemt alleen zaken aan waarvoor hij de deskundigheid bezit dan wel waarvoor hij gebruik maakt van de deskundigheid van een ander. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Reikwijdte#
Artikel 4.2 Reikwijdte 1 artikel 4.3a, eerste lid artikel 4.4, tweede lid Deze paragraaf is van toepassing op de advocaat die al dan niet onderbroken drie jaar of langer op het tableau is ingeschreven. In afwijking van de eerste volzin is, en, van toepassing op de advocaat die onvoorwaardelijk op het tableau is ingeschreven. 2 artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 16h van de Advocatenwet In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf van toepassing op een advocaat die is ingeschreven op basis van een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld inof op grond vanis ingeschreven. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Professionele kennis en kunde#
Artikel 4.3 Professionele kennis en kunde De advocaat onderhoudt en ontwikkelt jaarlijks aantoonbaar zijn professionele kennis en kunde op voor zijn praktijk relevante rechtsgebieden. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 4.3a — Artikel 4.3a Kwaliteitstoetsen#
Artikel 4.3a Kwaliteitstoetsen 1 Een advocaat is verplicht ieder kalenderjaar, en voor het eerst het kalenderjaar volgend op de onvoorwaardelijke inschrijving op het tableau, deel te nemen aan kwaliteitstoetsen door: a. artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet intervisie ofwel onder begeleiding van een gespreksleider ofwel als gespreksleider die is aangewezen als deskundige als bedoeld in, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag; of b. artikel 26, eerste lid, van de Advocatenwet peer review door een reviewer die is aangewezen als deskundige als bedoeld in, gedurende ten minste vier uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag. 2 De algemene raad stelt nadere regels over: a. de vereisten aan intervisie en peer review; en b. de vereisten aan de aanwijzing, de intrekking van de aanwijzing en de registratie van gespreksleiders en reviewers. 2022 11678 03-05-2022 06-04-2022 2022 11678 03-05-2022 06-04-2022 01-07-2022
Artikel 4.3b — Artikel 4.3b Gestructureerd intercollegiaal overleg#
Artikel 4.3b Gestructureerd intercollegiaal overleg 1 artikel 4.3a, eerste lid In plaats van de in, bedoelde verplichting kan een advocaat deelnemen aan gestructureerd intercollegiaal overleg onder begeleiding van een begeleider, gedurende ten minste acht uur per jaar, met ten minste twee uur en ten hoogste vier uur aaneengesloten per dag. 2 De algemene raad stelt nadere regels over: a. de vereisten aan gestructureerd intercollegiaal overleg; en b. de vereisten aan begeleiders. 2020 5089 27-01-2020 21-06-2017 2020 29 31-01-2020 24-01-2020 01-03-2020 Treedt volgens Stcrt. 2020/8795 in werking op het tijdstip waarop
artikel I, onderdeel R, van de Wet positie en toezicht advocatuur en
artikel I en artikel IV van de Wet tot wijziging van de
Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Wet op het notarisambt
en de Wet positie en toezicht advocatuur in verband met het opnemen
van een grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens
ten behoeve van de uitvoering van kwaliteitstoetsen bij advocaten,
gerechtsdeurwaarders en notarissen en diverse aanpassingen van
overwegend wetstechnische aard in werking treden.
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Opleidingspunten#
Artikel 4.4 Opleidingspunten 1 Een advocaat behaalt elk kalenderjaar ten minste twintig opleidingspunten, waarvan ten minste de helft betrekking heeft op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied. 2 artikel 6.32 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid behaalt de advocaat die ten minste zes maanden is ingeschreven, elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op ieder rechtsgebied waarop hij zich het daaropvolgende kalenderjaar gaat registreren als bedoeld in. 3 Indien deze paragraaf in een kalenderjaar korter dan elf maanden van toepassing is op een advocaat, wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid naar rato verminderd. 4 Een advocaat die ten minste tien opleidingspunten heeft behaald die betrekking hebben op juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied kan een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het eerste en tweede lid, tot een maximum van tien punten compenseren met een overschot aan punten dat hij in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald. Een tekort aan opleidingspunten als bedoeld in het tweede lid kan uitsluitend worden gecompenseerd met opleidingspunten op hetzelfde rechtsgebied. 5 Een advocaat behaalt één opleidingspunt door: a. ieder heel uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gevolgd dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt, indien: – het onderwijs gegeven is door deskundige docenten; – de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemende advocaat zijn vastgesteld; – het onderwijs niet de beroepsopleiding advocaten betreft; en – indien het onderwijs uitsluitend op afstand is gevolgd, het onderwijs is afgesloten met een toets, waarvoor een voldoende is behaald en de gemiddelde tijdsbesteding vooraf is aangegeven; b. ieder half uur dat hij academisch of postacademisch onderwijs heeft gegeven dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering ten goede komt; c. iedere 500 woorden van een juridisch artikel dat hij heeft geschreven en dat is gepubliceerd in de rechtsliteratuur; d. ieder heel uur dat hij heeft deelgenomen aan kwaliteitstoetsen in de vorm van: i. intervisie met ten hoogste vier punten per jaar; ii. peer review met ten hoogste vier punten per jaar; e. andere activiteiten, waarvoor de algemene raad nadere regels kan stellen betreffende het aantal opleidingspunten dat behaald kan worden. 6 De algemene raad stelt regels: a. die een niet-limitatieve lijst van activiteiten betreffen waarvoor geen opleidingspunten behaald kunnen worden; b. over erkenning van opleidingsinstellingen waardoor deze op voorhand kunnen aangeven hoeveel opleidingspunten toegekend worden aan een opleiding. 7 artikel 6.32 Een advocaat toont aan dat de opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken met vermelding daarbij, voor zover van toepassing, van de geregistreerde rechtsgebieden als bedoeld inwaarop de opleidingspunten betrekking hebben. 2020 36522 10-07-2020 01-07-2020 2020 36522 10-07-2020 01-07-2020 15-07-2020
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Inhaalverplichting#
Artikel 4.5 Inhaalverplichting 1 artikel 4.4, eerste, derde en vierde lid Indien een advocaat niet voldoet aan, haalt hij uiterlijk binnen twaalf maanden na afloop van het desbetreffende kalenderjaar het tekort aan opleidingspunten in. 2 artikel 4.4, eerste lid De op grond van het eerste lid ingehaalde opleidingspunten gelden niet als opleidingspunten als bedoeld in, of als overschot als bedoeld in het artikel 4.4, vierde lid. 3 artikel 46f van de Advocatenwet Dit artikel laat onverlet dat de deken een dekenbezwaar kan indienen op grond van. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 01-01-2020
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Herintredersregeling#
Artikel 4.6 Herintredersregeling 1 artikel 4.4, eerste, tweede en derde lid Een advocaat die meer dan een jaar niet ingeschreven heeft gestaan, behaalt in de twaalf maanden na zijn beëdiging twintig opleidingspunten met juridische activiteiten op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied, onverminderd het bepaalde in. 2 Een advocaat kan bij de raad van de orde binnen vier weken na beëdiging gehele of gedeeltelijke vrijstelling verzoeken van het eerste lid, waarbij hij aantoont dat hij voldoende actuele kennis heeft van de voor zijn praktijk relevante rechtsgebieden. 3 De raad van de orde kan voorwaarden verbinden aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 01-01-2020
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Langdurige ziekte of zwangerschap#
Artikel 4.7 Langdurige ziekte of zwangerschap 1 Indien een advocaat de praktijk meer dan zes maanden niet heeft uitgeoefend in verband met ziekte kan hij een beroep doen op toepassing van het tweede tot en met het vierde lid. 2 Artikel 4.3 a, eerste lid artikel 4.3 b, eerste lid 4.4, eerste en tweede lid Artikel 4.5 ,, en artikel, zijn niet van toepassing zo lang de advocaat de praktijk niet uitoefent.is niet van toepassing op een tekort aan opleidingspunten ontstaan voordat het onderhavige derde en vierde lid van toepassing werden. 3 Op het moment dat de advocaat de praktijkuitoefening geheel of gedeeltelijk hervat: a. artikel 4.4, eerste lid wordt het aantal opleidingspunten, bedoeld in, dat hij dient te behalen in het kalenderjaar dat hij de praktijkuitoefening hervat, naar rato verminderd overeenkomstig artikel 4.4, derde lid; en b. behaalt de advocaat binnen twaalf maanden op een voor zijn praktijk relevant rechtsgebied; – vijf opleidingspunten indien de advocaat minder dan twaalf maanden de praktijk niet heeft uitgeoefend; – tien opleidingspunten indien de advocaat twaalf maanden of meer maar minder dan vierentwintig maanden de praktijk niet heeft uitgeoefend; – twintig opleidingspunten indien de advocaat meer dan vierentwintig maanden de praktijk niet heeft uitgeoefend. c. artikel 4.3a, eerste lid, onderdeel a artikel 4.3b, eerste lid wordt het aantal uren, bedoeld in, en, dat de advocaat verplicht is deel te nemen, naar rato verminderd met twee uur per drie maanden waarin hij de praktijk in het kalenderjaar niet heeft uitgeoefend wegens langdurige ziekte of zwangerschap. 4 artikel 4.4, tweede lid Indien een advocaat in het kalenderjaar waarin hij de praktijkuitoefening geheel of gedeeltelijk hervat minder dan zes maanden de praktijk uitoefent, is, niet van toepassing in dat kalenderjaar. 5 Een advocaat kan binnen vier weken nadat hij de praktijk geheel of gedeeltelijk heeft hervat de raad van de orde verzoeken om gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het derde lid, onderdeel b, waarbij hij aantoont dat hij voldoende actuele kennis heeft van de voor zijn praktijk relevante rechtsgebieden. De raad van de orde kan aan de vrijstelling voorwaarden verbinden. 6 artikel 4.4, derde lid Indien een advocaat in verband met zwangerschap ten minste 16 weken de praktijk niet heeft uitgeoefend zijn het derde lid, onderdeel c, en, van toepassing. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 4.7a — Artikel 4.7a Bekwaamheid cassatie#
Artikel 4.7a Bekwaamheid cassatie Vervallen 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken#
Artikel 4.8 Aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken 1 De aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken is onvoorwaardelijk. 2 artikel 4.9, achtste lid artikel 4.11, achtste lid, eerste volzin In afwijking van het eerste lid is de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken voorwaardelijk, indien aantekening op het tableau heeft plaatsgevonden na toepassing van, en een advocaat niet in het bezit is van het bewijsstuk, bedoeld in, dat de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd. 3 artikel 4.11, achtste lid, tweede volzin Met de in, bedoelde kennisgeving van het bewijsstuk aan de secretaris van de algemene raad wordt van rechtswege het voorwaardelijke karakter aan de aantekening ontnomen. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 Verklaring ten behoeve van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken#
Artikel 4.9 Verklaring ten behoeve van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken 1 artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet De algemene raad geeft op verzoek van een onvoorwaardelijk ingeschreven advocaat de verklaring, bedoeld in, af, indien hij: a. in de twaalf maanden voorafgaand aan het verzoek ten minste tien opleidingspunten heeft behaald op terreinen die leiden tot verdieping van zijn kennis van het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht en de beheersing van de cassatietechniek; en b. met goed gevolg een mondeling examen heeft afgelegd, waardoor blijkt dat hij voldoende kennis heeft van de beginselen, uitgangspunten en regels van het burgerlijk procesrecht, in het bijzonder het appel- en cassatieprocesrecht, alsmede van onderdelen van het privaatrecht op een voor de praktijk van de advocaat relevant rechtsgebied. 2 De algemene raad kan vrijstelling verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, indien een advocaat voorafgaand aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, niet ingeschreven was als advocaat en aantoont bekwaamheid te hebben verworven die actueel is en evident gelijkwaardig is aan de in het eerste lid, onderdeel a, gestelde eisen. 3 Artikel 4.4, vijfde tot en met zevende lid , is van overeenkomstige toepassing op het behalen van de opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 4 Het examen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt afgenomen nadat een advocaat heeft aangetoond te voldoen aan het eerste lid, aanhef en onderdeel a, voor zover hij daarvoor geen vrijstelling heeft gekregen, en de voor het examen verschuldigde vergoeding heeft voldaan. 5 Indien het examen niet met goed gevolg is afgelegd, heeft een advocaat het recht op één herkansing. 6 De algemene raad stelt nadere regels over de inhoud en de stof van het examen en de wijze waarop het examen en de herkansing wordt aangevraagd en afgenomen. 7 De algemene raad beslist binnen dertien weken op het verzoek, bedoeld in het eerste lid. Deze termijn kan met ten hoogste vijf weken worden verlengd, indien een advocaat gebruik wil maken van een herkansing. 8 artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet De algemene raad geeft van de afgifte van de verklaring, bedoeld in, kennis aan de secretaris van de algemene raad en de raad van de orde. Met de kennisgeving aan de secretaris van de algemene raad wordt de advocaat geacht een verzoek aan de secretaris van de algemene raad te hebben gedaan ter verkrijging van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 Weigering nieuw verzoek tot afgifte van een verklaring ten behoeve van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken#
Artikel 4.10 Weigering nieuw verzoek tot afgifte van een verklaring ten behoeve van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken artikel 4.9, eerste lid De algemene raad kan een verzoek als bedoeld in, afwijzen, indien het verzoek wordt ingediend binnen drie jaar: a. artikel 4.11, eerste lid nadat de proeve van bekwaamheid, bedoeld in, al dan niet na herkansing, niet met goed gevolg is afgelegd; of b. na het doorhalen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 Bewijsstuk ten behoeve van de onvoorwaardelijke aantekening#
Artikel 4.11 Bewijsstuk ten behoeve van de onvoorwaardelijke aantekening 1 Een ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken legt binnen drie jaar na het verkrijgen van de voorwaardelijke aantekening met goed gevolg een proeve van bekwaamheid af. 2 artikel 4.14, eerste lid De algemene raad kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste twaalf maanden verlengen indien hij van oordeel is dat de advocaat als gevolg van bijzondere omstandigheden niet kan voldoen aan. Indien de algemene raad de termijn verlengt, wordt het in artikel 4.14, eerste lid, bedoelde tijdvak verlengd met de in die beslissing opgenomen termijn. De algemene raad geeft van de beslissing tot verlenging kennis aan de raad van de orde. 3 De proeve van bekwaamheid omvat de bespreking van twee door de advocaat overgelegde cassatiedossiers en wordt afgenomen door de algemene raad. 4 De proeve van bekwaamheid wordt in ieder geval geacht niet met goed gevolg te zijn afgelegd, indien de advocaat: a. niet de voor de proeve van bekwaamheid verschuldigde vergoeding heeft voldaan; b. artikelen 4.13, eerste lid 4.14, eerste of tweede lid niet aantoont te voldoen aan de, en; c. niet tijdig de ter bespreking vereiste cassatiedossiers heeft overgelegd of de voor hem vastgestelde gelegenheid voor het afleggen van de proeve van bekwaamheid niet heeft gebruikt. 5 Indien de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg is afgelegd, heeft de advocaat recht op één herkansing. 6 De algemene raad stelt nadere regels over de inhoud van de proeve van bekwaamheid, de wijze waarop de proeve van bekwaamheid en de herkansing wordt afgenomen en de over te leggen cassatiedossiers. 7 De algemene raad beslist binnen dertien weken op een verzoek van een ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken om de proeve van bekwaamheid af te leggen. Deze termijn kan met ten hoogste vijf weken worden verlengd, indien een advocaat gebruik wil maken van een herkansing. 8 Ten bewijze dat de proeve van bekwaamheid met goed gevolg is afgelegd, verstrekt de algemene raad een daarop betrekking hebbend bewijsstuk aan de advocaat. De algemene raad geeft van de afgifte van het bewijsstuk kennis aan de secretaris van de algemene raad. 9 De algemene raad maakt het resultaat van de proeve van bekwaamheid bekend aan de raad van de orde. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 Bekwaamheid cassatie#
Artikel 4.12 Bekwaamheid cassatie Een advocaat met de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken beschikt over de kennis en bekwaamheid om zelfstandig en naar behoren cassatieadviezen, cassatiemiddelen en cassatieverweren op te stellen. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 Opleidingseisen#
Artikel 4.13 Opleidingseisen 1 Een ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken behaalt elk kalenderjaar ten minste tien opleidingspunten op terreinen die leiden tot verdieping van zijn kennis van het burgerlijk recht, het burgerlijk procesrecht en de beheersing van de cassatietechniek. 2 artikelen 4.4, derde tot en met zevende lid 4.5, eerste en tweede lid De, en, zijn van overeenkomstige toepassing op het behalen van de opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid. 3 De algemene raad kan nadere regels stellen over de terreinen waarop de opleidingspunten, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden behaald. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 Praktijkeisen#
Artikel 4.14 Praktijkeisen 1 artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie Een ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken behandelt iedere drie jaar na het verkrijgen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken ten minste twaalf cassatiezaken waarvan er ten minste zes hebben geleid tot een beoordeling door de Hoge Raad. Hierbij worden niet meegerekend zaken waarin het cassatieberoep op grond vanniet-ontvankelijk is verklaard. 2 De algemene raad kan aan een advocaat met de onvoorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, in geval van bijzondere omstandigheden. De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de vrijstelling. 3 De vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, wordt uiterlijk acht weken vóór het verstrijken van de periode van drie jaar, bedoeld in het eerste lid, aangevraagd en geldt uitsluitend voor de periode waarin de vrijstelling is aangevraagd. De algemene raad geeft van het verlenen van vrijstelling kennis aan de raad van de orde. 4 De algemene raad kan nadere regels stellen over de mate van toerekening van een zaak aan een advocaat bij meer dan één behandelend advocaat. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 Doorhaling voorwaardelijke aantekening#
Artikel 4.15 Doorhaling voorwaardelijke aantekening 1 artikel 4.11, eerste lid De secretaris van de algemene raad haalt de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken door, indien een advocaat gedurende een onafgebroken tijdvak van drie jaar met een voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken op het tableau ingeschreven heeft gestaan zonder dat het bewijsstuk kan worden overgelegd dat de proeve van bekwaamheid, bedoeld in, met goed gevolg is afgelegd. 2 artikel 4.11, tweede lid, eerste volzin Indien de algemene raad toepassing geeft aan, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengd met de in de beslissing, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, eerste volzin, opgenomen termijn. 3 De doorhaling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door middel van een beschikking van de algemene raad met ingang van een tijdstip dat, gelet op het belang van de rechtzoekende, ten minste één maand en ten hoogste drie maanden na de datum van de beschikking gelegen is. De algemene raad geeft van de beschikking kennis aan de raad van de orde. 4 artikel 9j, tweede lid, tweede volzin, van de Advocatenwet De secretaris van de algemene raad geeft van de doorhaling binnen acht dagen kennis aan de algemene raad en de raad van de orde, onverminderd. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 Gevolg doorhaling aantekening#
Artikel 4.16 Gevolg doorhaling aantekening artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet artikel 4.11, achtste lid Indien de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken door de secretaris van de algemene raad al dan niet op verzoek van de advocaat is doorgehaald, vervalt van rechtswege de verklaring, bedoeld in, en, indien van toepassing, het bewijsstuk, bedoeld in. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 In gevaar brengen vrijheid en onafhankelijkheid#
Artikel 5.1 In gevaar brengen vrijheid en onafhankelijkheid 1 Het is de advocaat niet toegestaan rechtsverhoudingen aan te gaan of te laten voortbestaan waardoor de vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van de behartiging van het partijbelang en de daarmee samenhangende vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn cliënt, in gevaar kunnen worden gebracht. 2 Het is de advocaat niet toegestaan de praktijk uit te oefenen, al dan niet in dienst, in een vorm waardoor de vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep, met inbegrip van de behartiging van het partijbelang en de daarmee samenhangende vertrouwensrelatie tussen de advocaat en zijn cliënt, in gevaar kunnen worden gebracht. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Wijzen van uitoefening van de praktijk#
Artikel 5.2 Wijzen van uitoefening van de praktijk De advocaat oefent de praktijk uit op een of meer van de volgende wijzen: a. zelfstandig, in een eenmanszaak of in de vorm van een praktijkrechtspersoon, waarover hij zeggenschap uitoefent; b. artikel 5.3 in een samenwerkingsverband als bedoeld in, waarbij de advocaat niet in dienst is van dat samenwerkingsverband; c. artikel 5.9 in dienst van een werkgever als bedoeld in. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Samenwerkingsverband#
Artikel 5.3 Samenwerkingsverband Van een samenwerkingsverband is uitsluitend sprake indien een advocaat met een andere natuurlijk persoon, een samenwerkingsverband of een rechtspersoon: a. voor gezamenlijke rekening en risico de praktijk uitoefent; of b. de zeggenschap of eindverantwoordelijkheid over de praktijkuitoefening deelt. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Toegestane samenwerkingsverbanden#
Artikel 5.4 Toegestane samenwerkingsverbanden 1 Een advocaat kan uitsluitend een samenwerkingsverband aangaan met: a. andere advocaten, praktijkrechtspersonen en samenwerkingsverbanden; b. niet in Nederland ingeschreven advocaten die lid zijn van een door de algemene raad erkende beroepsorganisatie van advocaten in het buitenland; c. leden van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, de Orde van Octrooigemachtigden en universitair geschoolde leden van het Register Belastingadviseurs. 2 De algemene raad kan beroepsorganisaties in het buitenland als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, erkennen indien de buitenlandse beroepsbeoefenaren in vrijheid en onafhankelijkheid hun beroep uitoefenen en onderworpen zijn aan tuchtrecht vergelijkbaar met het Nederlandse tuchtrecht. De algemene raad weegt bij zijn besluit mee of advocaten die op het Nederlandse tableau ingeschreven staan, naar het recht van het andere land een samenwerkingsverband kunnen aangaan met de leden van die beroepsorganisaties. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Naamgeving#
Artikel 5.5 Naamgeving artikel 5.4, eerste lid Het is de advocaat niet toegestaan om met andere dan de in, genoemde beroepsbeoefenaren, samenwerkingsverbanden en praktijkrechtspersonen onder een gemeenschappelijke naam naar buiten op te treden. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Bestuurders van samenwerkingsverbanden en rechtspersonen#
Artikel 5.6 Bestuurders van samenwerkingsverbanden en rechtspersonen 1 Indien het samenwerkingsverband of de praktijkrechtspersoon een bestuur heeft is de meerderheid van het bestuur en de voorzitter ervan advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep. 2 Een bestuurder, die niet een advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep is: a. verkeert niet of heeft niet verkeerd in staat van faillissement of surseance van betaling en op hem is of was de schuldsanering natuurlijke personen niet van toepassing; b. is niet tuchtrechtelijk veroordeeld, waarbij: – artikel 60b van de Advocatenwet voor voormalig advocaten: schorsing of schrapping van het tableau is uitgesproken of een schorsing of maatregel op grond vanis opgelegd; – voor voormalig notarissen: schorsing of ontzetting uit het ambt is uitgesproken; – voor voormalig belastingadviseurs: schorsing of royement van het lidmaatschap van het Register Belastingadviseurs is opgelegd of een schorsing van of ontzetting uit het lidmaatschap van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs is uitgesproken; – voor voormalig octrooigemachtigden: schorsing van of ontzetting uit het recht om als octrooigemachtigde op te treden is uitgesproken; en c. artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens kan een verklaring omtrent het gedrag overleggen als bedoeld in. 3 Een bestuurder meldt een voorgenomen benoeming tot bestuurder van een niet-advocaat of iemand die geen beoefenaar is van een toegelaten vrij beroep aan de raad van de orde, waarbij wordt meegezonden een door de beoogde bestuurder ondertekende verklaring dat voldaan is aan de vereisten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, en de verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.7 — Artikel 5.7 Oprichten van praktijkrechtspersoon#
Artikel 5.7 Oprichten van praktijkrechtspersoon 1 De statuten van een praktijkrechtspersoon voldoen aan de volgende eisen: a. het doel van de rechtspersoon is beperkt tot het uitoefenen van de rechtspraktijk, het deelnemen in en het voeren van het beheer over een praktijkrechtspersoon, het beleggen van haar vermogen en het vermogen van in de groep verbonden praktijkrechtspersonen, en het verrichten van handelingen die met het vorenstaande verband houden; b. de doelomschrijving behelst dat de uitoefening van de rechtspraktijk geschiedt met inachtneming van alle op het beroep toepasselijke regelgeving; c. de statuten bepalen dat de meerderheid van de bestuurders, de voorzitter en, voor zover van toepassing, alle directe of indirecte aandeelhouders advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep zijn die de praktijk binnen de praktijkrechtspersoon uitoefenen, of houdster-rechtspersoon zijn die voldoet aan het tweede lid; d. artikel 5.8, derde lid De statuten van een praktijkrechtspersoon kunnen voorzien in de mogelijkheid, bedoeld in. 2 De statuten van een houdster-rechtspersoon voldoen aan de volgende eisen: a. het doel van de rechtspersoon is beperkt tot het deelnemen in en voeren van het beheer over een praktijkrechtspersoon, het beleggen van haar vermogen en het vermogen van in de groep verbonden praktijkrechtspersonen, en het verrichten van handelingen die met het vorenstaande verband houden; b. de statuten bepalen dat alle bestuurders en voor zover van toepassing alle directe of indirecte aandeelhouders advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep zijn die de praktijk binnen een praktijkrechtspersoon uitoefenen waarvan de houdster-rechtspersoon direct of indirect aandelen houdt of een houdster-rechtspersoon zijn die al dan niet aandelen houdt waarvoor certificaten zonder vergaderrechten zijn uitgegeven. 3 Indien de praktijkrechtspersoon een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een naamloze vennootschap is, geldt dat de statuten en de ter zake geldende regelingen tevens bepalen dat er uitsluitend aandelen en certificaten op naam worden uitgegeven. 4 Indien de praktijkrechtspersoon uit leden bestaat en geen aandeelhouders heeft, geldt dat waar in het eerste en tweede lid over aandeelhouders wordt gesproken, gelezen moet worden: de leden. 5 Indien de rechtspersoon geen statuten heeft, is het eerste lid, respectievelijk tweede lid, van toepassing op de overeenkomst die het doel en de wijze van samenwerking bepaalt. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 5.8 — Artikel 5.8 Aandeelhouderschap en stemrecht#
Artikel 5.8 Aandeelhouderschap en stemrecht 1 Alle aandelen van een praktijkrechtspersoon en een houdster-rechtspersoon met een in aandelen verdeeld kapitaal en de daarmee verbonden stemrechten of certificaten ervan zijn in handen van: a. advocaten of beoefenaren van een toegelaten vrij beroep die de praktijk binnen die praktijkrechtspersoon uitoefenen ofwel binnen een praktijkrechtspersoon waarvan de aandelen indirect door hen worden gehouden; of b. houdster-rechtspersonen, waarvan het bestuur uitsluitend bestaat uit advocaten of beoefenaren van een toegelaten vrij beroep. 2 Tot zes maanden na het defungeren of overlijden van een aandeelhouder is het eerste lid, niet van toepassing met betrekking tot die aandelen. 3 In afwijking van het eerste lid, kunnen personen die werkzaam zijn in een praktijkrechtspersoon, maar geen advocaat of beoefenaar van een toegelaten vrij beroep zijn, gezamenlijk tot ten hoogste tien procent van de winst van de praktijkrechtspersoon economische gerechtigdheid verkrijgen in die praktijkrechtspersoon. 2015 46207 21-12-2015 02-12-2015 2015 46207 21-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 5.9 — Artikel 5.9 Toegestane dienstverbanden#
Artikel 5.9 Toegestane dienstverbanden Een advocaat kan uitsluitend de praktijk uitoefenen in dienst van: a. een advocaat; b. een beoefenaar van een toegelaten vrij beroep; c. artikel 5.4 artikel 5.6 een samenwerkingsverband, zo lang is voldaan aanen; d. een praktijkrechtspersoon; e. Wet op het financieel toezicht artikel 4:65, eerste lid, onderdeel b, van die wet artikel 5.11 tot en met artikel 5.13 paragraaf 5.5.2 een verzekeraar die uitsluitend de branche rechtsbijstandsverzekering uitoefent en als zodanig voldoet aan de in degestelde voorwaarden of een juridisch zelfstandig schaderegelingkantoor als bedoeld in, is of een daarmee vergelijkbare instelling, zo lang is voldaan aan, of; f. artikel 5.10 een organisatie met een ideële doelstelling, zolang deze voldoet aan; of g. een andere werkgever, zolang de advocaat binnen dat dienstverband uitsluitend optreedt voor die werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen, en de werkzaamheden in hoofdzaak zijn gericht op de uitoefening van de rechtspraktijk. 2020 64807 11-12-2020 03-12-2020 2020 64807 11-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 5.10 — Artikel 5.10 Toegestane organisaties met ideële doelstelling#
Artikel 5.10 Toegestane organisaties met ideële doelstelling 1 artikel 5.9, onderdeel f Een organisatie met een ideële doelstelling als bedoeld in: a. beperkt haar activiteiten feitelijk en statutair tot het zonder winstoogmerk nastreven van een ideëel doel dat maatschappelijk van wezenlijke betekenis is en dat naar zijn aard parallel loopt met het gezamenlijke belang van haar leden of op vergelijkbare wijze bij de organisatie aangeslotenen; b. heeft de verlening van de rechtsbijstand ondergebracht in een organisatorische eenheid die voldoende onafhankelijk functioneert van de overige onderdelen van de organisatie; c. heeft een zodanige financieel-economische stabiliteit dat een behoorlijke praktijkuitoefening door de advocaat in dienst bij die organisatie is gewaarborgd. 2 artikel 5.9, onderdeel f De uitoefening van de praktijk in dienst van een organisatie met een ideële doelstelling als bedoeld in, is bovendien slechts toegestaan wanneer zij geschiedt ten behoeve van die werkgever of diens leden als zodanig, in het laatste geval echter uitsluitend zolang de door de advocaat verleende rechtsbijstand zich beperkt tot: a. de behartiging van de belangen van de leden welke kunnen worden geacht te vallen binnen het kader van die ideële doelstelling zonder dat zij strijdig kunnen zijn met de belangen van andere leden; en b. de behandeling van zaken waarvan naar hun aard aannemelijk is dat de wederpartij zich niet voor rechtsbijstand tot die werkgever kan wenden. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.11 — Artikel 5.11 Verzekerde rechtsbijstand#
Artikel 5.11 Verzekerde rechtsbijstand 1 artikel 5.9, onderdeel e De advocaat in dienst van een werkgever als bedoeld in, kan uitsluitend optreden in die hoedanigheid ten behoeve van de werkgever of bij die werkgever verzekerden. 2 Indien de advocaat, bedoeld in het eerste lid, wordt verzocht de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen biedt hij de verzekerde de keuze de behartiging van zijn belangen toe te vertrouwen aan een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige van zijn keuze. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.12 — Artikel 5.12 Professioneel statuut#
Artikel 5.12 Professioneel statuut 1 artikel 5.9, onderdelen e, f en g Een advocaat kan de praktijk uitsluitend in dienst uitoefenen van een werkgever als bedoeld in, indien hij een door hem en zijn werkgever ondertekend professioneel statuut heeft, gelijk aan het model, bedoeld in het derde lid. 2 artikel 5.9, onderdelen c en d Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een advocaat in dienst bij een werkgever als bedoeld in, in geval de zeggenschap over de praktijkrechtspersoon of het samenwerkingsverband in meerderheid bij niet-advocaten is belegd. 3 De algemene raad stelt een model van het professioneel statuut vast en kan bij wijzigingen in dat model bepalen wanneer een bestaand professioneel statuut moet worden aangepast. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.13 — Artikel 5.13 Voorkomen tegenstrijdige belangen#
Artikel 5.13 Voorkomen tegenstrijdige belangen 1 Het is de advocaat die de praktijk in dienst uitoefent niet toegestaan in enige zaak voor een of meer cliënten op te treden, wanneer hij daarbij uit hoofde van het dienstverband belangen in acht zou moeten nemen die strijden met het belang van die cliënt of cliënten of wanneer een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is. 2 advocaat in dienst De praktijkuitoefening van eenvan een werkgever is te verenigen met een door hem buiten dat dienstverband uitgeoefende rechtspraktijk, mits de advocaat in afdoende mate ervoor zorgdraagt dat geen belangenverstrengeling kan ontstaan, dat verwarring omtrent de hoedanigheid waarin hij optreedt is uitgesloten en hij van deze rechtspraktijk bij de deken melding maakt. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.14 — Artikel 5.14 Kenbare hoedanigheid#
Artikel 5.14 Kenbare hoedanigheid De advocaat in dienst van een werkgever behoudt bij alle binnen het dienstverband voorkomende werkzaamheden de hoedanigheid van advocaat en maakt die hoedanigheid tegenover derden steeds duidelijk kenbaar. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.15 — Artikel 5.15 Informeren deken bij praktijkuitoefening in dienst#
Artikel 5.15 Informeren deken bij praktijkuitoefening in dienst 1 artikel 5.12, eerste lid De advocaat, bedoeld in, verstrekt de deken een kopie van het door hem en zijn werkgever ondertekende professioneel statuut voorafgaand aan zijn praktijkuitoefening in dienst. 2 artikel 5.12, tweede lid De advocaat, bedoeld in, verstrekt de deken een kopie van het door hem en zijn werkgever ondertekende professioneel statuut binnen een week nadat de in dat lid bedoelde situatie zich voordoet. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 5.16 — Artikel 5.16 Experiment en voorwaarden deelname#
Artikel 5.16 Experiment en voorwaarden deelname 1 artikel 5.11, eerste lid artikel 5.9, aanhef en onderdeel e In afwijking van, kan de advocaat in dienst van een werkgever als bedoeld in, in die hoedanigheid ook optreden voor niet bij die werkgever verzekerden, indien: a. het gezag over die advocaat wordt uitgeoefend door een werkgever, waarvan de meerderheid van de leden van het bestuur en de voorzitter daarvan, advocaat is; b. in voorkomend geval een meerderheid van de aandelen van de werkgever worden gehouden door een andere rechtspersoon, de meerderheid van de leden van het bestuur en de voorzitter daarvan, advocaat is; en c. diens werkgever zich voorafgaand als deelnemer aan het experiment bij de algemene raad heeft gemeld en daarbij alle noodzakelijke gegevens over de nakoming van de voorwaarden overlegt. 2 Als lid van het bestuur heeft tevens te gelden een rechtspersoon waarvan de meerderheid van de leden en de voorzitter daarvan, advocaat is. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 5.17 — Artikel 5.17 Informeren ten behoeve van de evaluatie#
Artikel 5.17 Informeren ten behoeve van de evaluatie De advocaat in dienst van een aan het experiment deelnemende werkgever verstrekt ten behoeve van de evaluatie jaarlijks aan de algemene raad geaggregeerde en geanonimiseerde gegevens over: a. het door de advocaat behandelde aantal zaken in een kalenderjaar met een uitsplitsing tussen verzekerden en niet-verzekerde cliënten; b. de wijze waarop de kernwaarden van de advocaten in dienst zijn gewaarborgd; en c. artikel 5.16 eventuele tussentijdse wijzigingen in de nakoming van de voorwaarden, bedoeld in. 2020 64807 11-12-2020 03-12-2020 2020 64807 11-12-2020 03-12-2020 01-01-2021
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Reikwijdte#
Artikel 6.1 Reikwijdte Deze afdeling is niet van toepassing op advocaat-stagiaires, uitgezonderd stagiaire-ondernemers en buitenstagiaires. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Inrichten organisatie en dienstverlening#
Artikel 6.2 Inrichten organisatie en dienstverlening 1 De advocaat richt de organisatie van zijn kantoor, alsmede de dienstverlening aan de cliënt adequaat in. 2 De algemene raad kan, gehoord het college van afgevaardigden, over het bepaalde in het eerste lid nadere regels stellen. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Aannemen zaken#
Artikel 6.3 Aannemen zaken Een advocaat neemt alleen zaken aan die hij gelet op zijn kantoororganisatie adequaat kan behandelen. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Beschrijving werkwijze#
Artikel 6.4 Beschrijving werkwijze 1 De advocaat beschrijft de wijze waarop hij voldoet aan de voor hem geldende regels betreffende: a. de vakbekwaamheid; b. de kantoororganisatie; c. de administratie; d. derdengelden; e. Wet ter voorkoming van witwassen en financiering terrorisme de; f. het dossier- en zaaksbeheer; g. informatiemanagement; h. risico-management; i. cliënt-relatie; j. belangenverstrengeling. 2 De algemene raad kan nadere regels stellen betreffende de beschrijving, bedoeld in het eerste lid. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 Administratieplicht#
Artikel 6.5 Administratieplicht 1 artikel 10 van Boek 2 artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Voor zover niet reeds bepaald in, respectievelijk: a. voert een advocaat de administratie van zijn praktijk en bewaart hij de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen kunnen worden gekend; b. stelt een advocaat de balans en de staat van baten en lasten op schrift binnen zes maanden na afloop van het boekjaar. 2 artikelen 33 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme Onverminderd het bepaalde in deenvoert de advocaat de administratie zodanig dat blijkt dat hij voldoet aan die wet. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 6.6 — Artikel 6.6 Doel registratie#
Artikel 6.6 Doel registratie artikelen 6.7 6.8 De secretaris van de algemene raad registreert geheimhoudernummers met het oog op de verstrekking ervan aan de in deenbedoelde partijen ter waarborging van de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaat en cliënt. 2022 27636 20-10-2022 27-09-2022 2022 27636 20-10-2022 27-09-2022 01-01-2023
Artikel 6.7 — Artikel 6.7 Verstrekking aan instanties#
Artikel 6.7 Verstrekking aan instanties 1 artikel 6.6 De secretaris van de algemene raad kan geheimhoudernummers verstrekken met het oog op het ingenoemde doel aan: a. organisaties belast met de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten; b. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst; c. de Dienst Justitiële Inrichtingen. 2 De Nederlandse orde van advocaten sluit daartoe, gehoord het college van afgevaardigden, met de in het eerste lid bedoelde partijen een overeenkomst. 2022 27636 20-10-2022 27-09-2022 2022 27636 20-10-2022 27-09-2022 01-01-2023
Artikel 6.8 — Artikel 6.8 Verstrekken aan derden#
Artikel 6.8 Verstrekken aan derden 1 artikel 6.7, eerste lid artikel 6.6 De secretaris van de algemene raad kan op verzoek van een advocaat zijn geheimhoudernummers aan anderen dan de in, bedoelde partijen verstrekken met het oog op het ingenoemde doel. 2 De Nederlandse orde van advocaten sluit daartoe, gehoord het college van afgevaardigden, met deze anderen een overeenkomst. 2022 27636 20-10-2022 27-09-2022 2022 27636 20-10-2022 27-09-2022 01-01-2023
Artikel 6.9 — Artikel 6.9 Verwerking kennisgevingen geheimhoudernummers#
Artikel 6.9 Verwerking kennisgevingen geheimhoudernummers De secretaris van de algemene raad verwerkt kennisgevingen ten aanzien van geheimhoudernummers zo snel mogelijk in het register van geheimhoudernummers. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.10 — Artikel 6.10 Opgave geheimhoudernummers#
Artikel 6.10 Opgave geheimhoudernummers 1 De advocaat doet aan de secretaris van de algemene raad opgave van zijn geheimhoudernummers en van die van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht. 2 De algemene raad stelt nadere regels over de nummers die de advocaat opgeeft afhankelijk van soort praktijk, soorten geheimhouders of samenwerkingsvormen. 3 De advocaat geeft onverwijld alle wijzigingen betreffende een of meer van zijn geheimhoudernummers door aan de secretaris van de algemene raad. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.11 — Artikel 6.11 Zorgplicht geheimhoudernummers#
Artikel 6.11 Zorgplicht geheimhoudernummers 1 artikel 6.10 Een advocaat maakt gebruik van een ingevolgeopgegeven geheimhoudernummer voor de vertrouwelijke communicatie, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten. 2 artikel 6.10 De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht gebruik maakt van een ingevolgeopgegeven geheimhoudernummer voor diens vertrouwelijke communicatie. 3 De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon zonder verschoningsrecht of zonder een van hem afgeleid verschoningsrecht geen gebruik maakt van zijn geheimhoudernummer. 4 De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer niet laat gebruiken door een persoon zonder verschoningsrecht. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.12 — Artikel 6.12 Misbruik of verlies opgegeven geheimhoudernummers#
Artikel 6.12 Misbruik of verlies opgegeven geheimhoudernummers 1 De advocaat die zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer laat gebruiken of heeft laten gebruiken onder dwang meldt dat zo spoedig mogelijk aan de secretaris van de algemene raad. 2 Bij verlies of diefstal van een mobiele telefoon met geheimhoudernummer laat de advocaat het nummer zo spoedig mogelijk blokkeren en meldt hij dit zo snel mogelijk aan de secretaris van de algemene raad. 3 De advocaat draagt er zorg voor dat een persoon met een van hem afgeleid verschoningsrecht die zijn telefoon of faxapparaat met geheimhoudernummer laat gebruiken of heeft laten gebruiken onder dwang of doordat het toestel niet meer in zijn macht is door verlies of diefstal, dat zo spoedig mogelijk aan hem meldt. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.13 — Artikel 6.13 Advocatenpas#
Artikel 6.13 Advocatenpas artikel 6.16 Een advocaat beschikt over een geldige advocatenpas, uitgegeven door een leverancier die door de algemene raad is geselecteerd op grond van. 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 01-01-2022
Artikel 6.14 — Artikel 6.14 Gemachtigden#
Artikel 6.14 Gemachtigden 1 Een advocaat kan één advocatenpas aanvragen per door hem gemachtigde persoon. 2 Een advocaat kan uitsluitend een advocatenpas aanvragen voor personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn. 3 Een advocaat draagt er zorg voor dat de gemachtigde de advocatenpas gebruikt conform zijn opdracht en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling. 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 01-01-2022 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 6.15 — Artikel 6.15 Informeren bij vermissing, diefstal of schade#
Artikel 6.15 Informeren bij vermissing, diefstal of schade De advocaat informeert de leverancier van de advocatenpas onverwijld in geval van vermissing, diefstal of beschadiging van de eigen advocatenpas of van een onder zijn verantwoordelijkheid aangeschafte advocatenpas. 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 01-01-2022
Artikel 6.16 — Artikel 6.16 Selectie leveranciers en nadere regels#
Artikel 6.16 Selectie leveranciers en nadere regels 1 De algemene raad selecteert de leveranciers van de advocatenpas. 2 De algemene raad kan nadere regels stellen over de advocatenpas, onder meer met betrekking tot de aanvraag, uitgifte en de geldigheid ervan. 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 01-01-2022
Artikel 6.17 — Artikel 6.17 Informatie door secretaris van de algemene raad#
Artikel 6.17 Informatie door secretaris van de algemene raad De secretaris van de algemene raad informeert de leverancier van de advocatenpas onverwijld over schrapping of doorhaling van het tableau of schorsing in de uitoefening van de praktijk van een advocaat opdat de advocatenpas wordt geblokkeerd. 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 01-01-2022
Artikel 6.17a — Artikel 6.17a In bewaring geven advocatenpas#
Artikel 6.17a In bewaring geven advocatenpas Een advocaat aan wie de maatregel tot schorsing in de uitoefening van de praktijk is opgelegd, geeft op de datum waarop de maatregel ten uitvoer wordt gelegd de advocatenpas in fysieke vorm in bewaring bij de deken. 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 2021 49239 14-12-2021 30-11-2021 01-01-2022
Artikel 6.18 — Artikel 6.18 Reikwijdte derdengelden#
Artikel 6.18 Reikwijdte derdengelden Afdeling 6.5 is niet van toepassing op de advocaat die optreedt in een hoedanigheid die het gevolg is van een rechterlijke benoeming, indien en voor zover daarbij voorzien is in een regeling voor het beheer van derdengelden. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.19 — Artikel 6.19 Derdengelden#
Artikel 6.19 Derdengelden 1 Een advocaat draagt er zorg voor dat derdengelden worden overgemaakt hetzij rechtstreeks naar de rechthebbende, hetzij naar de bankrekening van de stichting derdengelden die hem ter beschikking staat. 2 Een advocaat die derdengelden onder zich heeft, maakt de gelden zodra de gelegenheid zich voordoet over naar de bankrekening van de stichting derdengelden of van de rechthebbende, en administreert het bedrag, de datum en wijze van ontvangst, de datum van overmaking, de begunstigde en de naam van de behandelend advocaat. 3 Een advocaat doet derdengelden niet tot zekerheid strekken van hemzelf, zijn praktijk of enige derde. 4 Een advocaat kan met de rechthebbende schriftelijk overeenkomen dat derdengelden worden aangewend ter voldoening van een eigen declaratie. Indien de rechthebbende de declaratie binnen een redelijke termijn betwist, vervalt het recht om derdengelden aan te wenden ter voldoening van deze declaratie. 5 Indien derdengelden zijn aangewend ter voldoening van een eigen declaratie, bevestigt de advocaat dit schriftelijk aan de rechthebbende. 2016 68605 20-12-2016 07-12-2016 2016 68605 20-12-2016 07-12-2016 01-01-2017
Artikel 6.20 — Artikel 6.20 Waardepapieren en kostbaarheden#
Artikel 6.20 Waardepapieren en kostbaarheden 1 Artikel 6.19 is, zo mogelijk, van overeenkomstige toepassing op waardepapieren en kostbaarheden die de advocaat bij wijze van derdengelden ontvangt. 2 De advocaat mag slechts gelden, geldswaardige papieren, kostbaarheden of andere zaken aannemen of bewaren, indien hij zich ervan heeft vergewist welke gelden, geldswaardige papieren, kostbaarheden of andere zaken het betreft en zich ervan heeft overtuigd dat dit in het kader van een door hem behandelde zaak een redelijk doel dient. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.21 — Artikel 6.21 Beschikbaarheid stichting derdengelden#
Artikel 6.21 Beschikbaarheid stichting derdengelden 1 artikel 6.22 Een advocaat heeft een stichting derdengelden ter beschikking, die voldoet aan de eisen opgenomen in. 2 In afwijking van het eerste lid, is een advocaat die in de uitoefening van zijn praktijk geen derdengelden ontvangt, vrijgesteld van de verplichting een stichting derdengelden ter beschikking te hebben. 3 Een advocaat stelt de deken schriftelijk op de hoogte van: a. het niet ter beschikking hebben van een stichting derdengelden; b. enige wijziging inzake de beschikbaarheid van een stichting derdengelden. 2016 68605 20-12-2016 07-12-2016 2016 68605 20-12-2016 07-12-2016 01-01-2017
Artikel 6.22 — Artikel 6.22 Eisen stichting derdengelden#
Artikel 6.22 Eisen stichting derdengelden 1 De stichting derdengelden heeft statuten overeenkomstig het model, bedoeld in het tiende lid; de naam van de stichting bevat ten minste de woorden 'stichting', 'beheer' en 'derdengelden'. 2 artikel 6.19 De stichting derdengelden strekt tot een goede uitvoering van. 3 De stichting derdengelden wordt voor geen ander doel gebruikt dan voor het beheer van derdengelden. 4 Indien de stichting derdengelden ontvangt, heeft de stichting daarvoor een bankrekening beschikbaar. Een stichting derdengelden die ter beschikking staat van meerdere kantoren, opent voor elk kantoor een afzonderlijke bankrekening, indien voor een kantoor derdengelden worden ontvangen. 5 Tot bestuurder van de stichting kunnen worden benoemd: a. advocaten; b. andere vrije beroepsbeoefenaren, indien het toegestaan is met hen een samenwerkingsverband aan te gaan; en c. artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep accountants in de zin van. 6 Tot bestuurder van een stichting kunnen niet worden benoemd: a. stagiaires, met uitzondering van stagiaire-ondernemers die niet werken onder begeleiding van een bestuurder van de stichting; b. diegenen die onder verantwoordelijkheid werken van of ondergeschikt zijn aan een bestuurder van de stichting; c. diegenen die in dienst zijn bij het kantoor van een bestuurder van de stichting of bij het kantoor dat is aangesloten bij de stichting. 7 Advocatenwet De stichting verbindt zich ertoe om de deken desgevraagd de informatie te verschaffen die op grond van deof deze verordening wordt verlangd van advocaten. 8 De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuursleden, van wie er ten minste een advocaat is. 9 Tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor is een overeenkomst gesloten overeenkomstig het model, bedoeld in het tiende lid. 10 De algemene raad kan modellen voor de statuten van de stichting derdengelden en voor de overeenkomst tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor vaststellen en kan bij wijzigingen van deze modellen bepalen wanneer bestaande statuten en overeenkomsten tussen de stichting en de advocaat of zijn kantoor moeten worden aangepast. 2016 68605 20-12-2016 07-12-2016 2016 68605 20-12-2016 07-12-2016 01-01-2017
Artikel 6.23 — Artikel 6.23 Bestuurder stichting derdengelden#
Artikel 6.23 Bestuurder stichting derdengelden 1 Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden is gehouden de bepalingen van deze afdeling na te leven. 2 Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden verleent geen medewerking aan handelingen die strijdig zijn met de bepalingen van deze afdeling. 3 artikel 6.22, achtste lid Een advocaat die bestuurder is van een stichting derdengelden maakt derdengelden onmiddellijk over aan de rechthebbende, zodra daartoe door of namens de behandelend advocaat opdracht is gegeven, met inachtneming van. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.24 — Artikel 6.24 Beroepsaansprakelijkheidsverzekering#
Artikel 6.24 Beroepsaansprakelijkheidsverzekering 1 De advocaat is adequaat verzekerd ter zake van het risico van zijn beroepsaansprakelijkheid. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op het risico dat een advocaat die de praktijk in dienst uitoefent schade toebrengt aan zijn werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen, voor zover de werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen hem voor deze schade op voorhand schriftelijk vrijwaart. In dat geval blijft voor de advocaat die de praktijk in dienst uitoefent de verplichting bestaan een aansprakelijkheidsverzekering te sluiten voor schade, als advocaat toegebracht aan derden. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op het risico dat een advocaat die de praktijk in dienst uitoefent schade toebrengt aan derden, indien de werkgever de Staat is en deze de advocaat hiervoor op voorhand schriftelijk vrijwaart conform het model, bedoeld in het vijfde lid. 4 De advocaat gaat de verzekering aan met een verzekeraar van wie aannemelijk is dat deze voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit. 5 De algemene raad stelt een model van de vrijwaring vast en kan bij wijzigingen van dat model bepalen wanneer bestaande vrijwaringen moeten worden aangepast. 2018 20907 11-04-2018 29-03-2018 2018 20907 11-04-2018 29-03-2018 01-01-2019
Artikel 6.25 — Artikel 6.25 Dekking van verzekering#
Artikel 6.25 Dekking van verzekering artikel 6.24, eerste lid De in, bedoelde verzekering: a. dekt per advocaat of indien van toepassing per samenwerkingsverband ten minste schade tot een bedrag van € 500.000 per aanspraak en tot ten minste twee maal dat bedrag per verzekeringsjaar; b. dekt mede de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de advocaat voor handelingen en nalatigheden van personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn; c. dekt de schade voortvloeiend uit alle werkzaamheden die gerekend kunnen worden tot de beroepsuitoefening van de advocaat, daaronder begrepen het optreden als curator in een faillissement, als bewindvoerder in een (voorlopige) surséance van betaling en in andere hoedanigheid waarin de advocaat door de rechter wordt benoemd, dan wel als mediator, bindend adviseur of arbiter; d. is ten minste van kracht voor gebeurtenissen in de lidstaten van de Europese Unie en landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland; e. omvat voor een advocaat of een samenwerkingsverband van twee advocaten geen eigen risico hoger dan € 12.500 per aanspraak; f. omvat voor een samenwerkingsverband van meer dan twee advocaten geen eigen risico per aanspraak hoger dan € 5.000 maal het aantal verzekerde advocaten, met een maximum van € 100.000 per aanspraak. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.26 — Artikel 6.26 Beperking aansprakelijkheid#
Artikel 6.26 Beperking aansprakelijkheid Een advocaat kan schriftelijk met de cliënt overeenkomen dat de beroepsaansprakelijkheid, buiten het bedrag van het eigen risico, wordt beperkt tot het bedrag waarop de verzekering aanspraak op uitkering geeft, indien: a. artikel 6.24 de advocaat voldoet aan; b. artikel 6.25 de verzekering voldoet aan. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.27 — Artikel 6.27 Betalingen aan en door advocaat#
Artikel 6.27 Betalingen aan en door advocaat 1 De advocaat verricht of aanvaardt in het kader van zijn praktijkuitoefening betalingen slechts giraal behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid. 2 De advocaat kan betalingen in het kader van zijn praktijkuitoefening alleen dan in contanten verrichten of aanvaarden, indien er feiten of omstandigheden zijn die dat rechtvaardigen en met inachtneming van het bepaalde in het derde lid. 3 Indien de advocaat in een zaak of in een periode van ten hoogste een jaar ten behoeve van dezelfde cliënt een of meer contante betalingen zal verrichten of aanvaarden met een gezamenlijke waarde van € 5.000 of meer, overlegt de advocaat hierover voorafgaand aan die verrichting of aanvaarding met de deken. Indien dit voorafgaand overleg redelijkerwijs niet mogelijk is, vindt dit overleg plaats onverwijld na de verrichting of aanvaarding van die betaling. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.28 — Artikel 6.28 Kantoorklachtenregeling#
Artikel 6.28 Kantoorklachtenregeling 1 De advocaat beschikt over een kantoorklachtenregeling die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid. De advocaat draagt er zorg voor dat klachten conform de kantoorklachtenregeling worden behandeld. 2 De in het eerste lid bedoelde kantoorklachtenregeling regelt in ieder geval: a. op welke wijze de advocaat, de praktijkrechtspersoon of het samenwerkingsverband klachten behandelt over de totstandkoming en de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratie; b. dat de kantoorklachtenregeling eveneens van toepassing is op de onder de verantwoordelijkheid van de advocaat werkzame personen; c. welke advocaat is belast met de afhandeling van de klacht, die daarmee functioneert als klachtfunctionaris. Een advocaat die zelfstandig zijn praktijk uitoefent wijst een externe advocaat aan als klachtfunctionaris; d. dat de klachtenfunctionaris binnen een maand na ontvangst van de klacht de klager en degene over wie is geklaagd schriftelijk en met redenen omkleed in kennis stelt van het oordeel over de gegrondheid van de klacht, al dan niet vergezeld van aanbevelingen; e. dat de klachtenfunctionaris bij afwijking van de termijn, bedoeld in onderdeel d, daarvan met redenen omkleed mededeling doet aan klager en degene over wie is geklaagd, onder vermelding van de termijn waarbinnen wel een oordeel over de gegrondheid van de klacht wordt gegeven; f. dat de klager en degene over wie is geklaagd in de gelegenheid worden gesteld een toelichting te geven op de klacht; g. dat de klager geen vergoeding is verschuldigd voor de kosten van de behandeling van de klacht. 3 De advocaat, de praktijkrechtspersoon of het samenwerkingsverband verklaart de kantoorklachtenregeling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing op iedere overeenkomst van opdracht die met de cliënt wordt aangegaan. 4 artikel 5.9, aanhef en onderdeel e, f of g Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op een advocaat die de praktijk uitoefent in dienst van een werkgever als bedoeld in, en uitsluitend voor de werkgever optreedt. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 6.29 — Artikel 6.29 Geschilbeslechting#
Artikel 6.29 Geschilbeslechting 1 artikel 5.9, aanhef en onderdeel e, f of g Een advocaat, de praktijkrechtspersoon of het samenwerkingsverband komt een forumkeuze met de cliënt overeen voor geschillen over de totstandkoming en de uitvoering van de overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratie. De eerste volzin is niet van toepassing op een advocaat die de praktijk uitoefent in dienst van een werkgever als bedoeld in, en uitsluitend voor de werkgever optreedt. 2 artikel 1020 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 900 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien een advocaat, praktijkrechtspersoon of samenwerkingsverband in de overeenkomst van opdracht opneemt dat geschillen over de totstandkoming en de uitvoering van deze overeenkomst, de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratie ter beslechting worden voorgelegd aan een ander dan de bevoegde rechter, dan vindt deze geschilbeslechting in ieder geval plaats door middel van een overeenkomst tot arbitrage als bedoeld inof door middel van een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 01-01-2020
Artikel 6.30 — Artikel 6.30 Klachtregistratie#
Artikel 6.30 Klachtregistratie De klachtenfunctionaris houdt een overzicht bij van alle binnengekomen klachten met daarbij het onderwerp van de klacht. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 6.31 — Artikel 6.31 Reikwijdte#
Artikel 6.31 Reikwijdte 1 Deze afdeling is van toepassing op de advocaat die onvoorwaardelijk op het tableau is ingeschreven. 2 artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 16h van de Advocatenwet In afwijking van het eerste lid is deze afdeling van toepassing op een advocaat die is ingeschreven op basis van een ten aanzien van het beroep van advocaat afgegeven erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld inof op grond van. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2020 29 31-01-2020 24-01-2020 01-03-2020 Treedt volgens Stcrt. 2020/8795 in werking op het tijdstip waarop
artikel I, onderdeel R, van de Wet positie en toezicht advocatuur en
artikel I en artikel IV van de Wet tot wijziging van de
Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Wet op het notarisambt
en de Wet positie en toezicht advocatuur in verband met het opnemen
van een grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens
ten behoeve van de uitvoering van kwaliteitstoetsen bij advocaten,
gerechtsdeurwaarders en notarissen en diverse aanpassingen van
overwegend wetstechnische aard in werking treden.
Artikel 6.32 — Artikel 6.32 Registratie rechtsgebiedenregister#
Artikel 6.32 Registratie rechtsgebiedenregister 1 artikel 4.4, tweede lid Een advocaat registreert zich op het tableau op ten minste één en ten hoogste vier rechtsgebieden waarop hij tien opleidingspunten als bedoeld in, heeft behaald, aan de hand van een lijst van rechtsgebieden, bedoeld in het vijfde lid. 2 artikel 4.4, tweede lid Een advocaat die in het voorafgaande kalenderjaar op een desbetreffend geregistreerd rechtsgebied tien opleidingspunten als bedoeld in, heeft behaald, maakt gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend dat hij staat geregistreerd op een wijze overeenkomstig een model, bedoeld in het vierde lid. 3 Een advocaat actualiseert zijn registratie op het tableau en zijn openbare bekendmaking als bedoeld in het tweede lid onverwijld bij wijzigingen. 4 De algemene raad stelt modellen vast voor het gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend maken van de registratie. 5 De algemene raad stelt een lijst van rechtsgebieden vast, waarop in ieder geval staat ‘algemene praktijk’. 6 De algemene raad stelt nadere regels over de wijze waarop de registratie op het tableau plaatsvindt en het gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk maken van de registratie. 7 artikel 4.4, tweede lid Met ingang van het moment waarop deze afdeling op een advocaat van toepassing is, kan hij zich registreren als bedoeld in het eerste lid op basis van opleidingspunten als bedoeld in, die voorafgaand aan dat moment zijn behaald, maar nadat hij in het bezit is gesteld van het certificaat beroepsopleiding advocaten. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025
Artikel 6.32a — Artikel 6.32a Controle gegevens tableau#
Artikel 6.32a Controle gegevens tableau 1 artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met g, van de Advocatenwet Een advocaat controleert elk kalenderjaar uiterlijk op 1 februari of de op hem betrekking hebbende gegevens, bedoeld in, juist, actueel en volledig zijn. 2 Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet of niet langer juist, actueel of volledig zijn, stelt een advocaat de secretaris van de algemene raad hiervan onverwijld in kennis. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 01-01-2020
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Controle identiteit cliënt en wettigheid opdracht#
Artikel 7.1 Controle identiteit cliënt en wettigheid opdracht 1 Bij aanvaarding van de opdracht vergewist de advocaat zich van de identiteit van de cliënt en in voorkomend geval tevens van de identiteit van de tussenpersoon die de opdracht namens de cliënt verstrekt, tenzij de aard of de omstandigheden van de zaak dit onmogelijk maken. 2 Bij de aanvaarding van de opdracht gaat de advocaat na of in redelijkheid aanwijzingen bestaan dat de opdracht strekt tot voorbereiding, ondersteuning of afscherming van onwettige activiteiten. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Twijfel identiteit cliënt#
Artikel 7.2 Twijfel identiteit cliënt 1 De advocaat mag afgaan op de juistheid van de hem door de cliënt verstrekte gegevens zolang in redelijkheid aanwijzingen van het tegendeel ontbreken. 2 Indien de advocaat gerede twijfel heeft, dan wel indien er omstandigheden zijn die gerede twijfel rechtvaardigen, over de juistheid van de door of namens de cliënt verschafte gegevens of de identiteit van de cliënt of de tussenpersoon, stelt de advocaat een onderzoek in naar de juistheid van de verschafte gegevens, de achtergrond van de cliënt, de tussenpersoon onderscheidenlijk het doel van de opdracht, tenzij de aard of omstandigheden van de zaak dit onmogelijk maken. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.3 — Artikel 7.3 Weigeren dienstverlening#
Artikel 7.3 Weigeren dienstverlening artikel 7.1 artikel 7.2 De advocaat onthoudt zich van de verlening van diensten of legt een opdracht neer, indien hij in redelijkheid niet in voldoende mate de gegevens, bedoeld inenheeft verkregen, of indien in redelijkheid aanwijzingen bestaan dat de opgedragen diensten strekken tot de voorbereiding, ondersteuning of afscherming van onwettige activiteiten. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.4 — Artikel 7.4 Informatieverstrekking#
Artikel 7.4 Informatieverstrekking 1 De advocaat vermijdt in zijn optreden naar buiten dat een onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven omtrent de wijze van praktijkuitoefening en omtrent enige vorm van samenwerking. 2 artikelen 230b tot en met 230e van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek De advocaat, die optreedt voor een of meer cliënten niet zijnde zijn werkgever, maakt in aanvulling op de, gemakkelijk fysiek of elektronisch toegankelijk bekend: a. met welke persoon, welk samenwerkingsverband of welke rechtspersoon de cliënt de overeenkomst van opdracht zal sluiten; b. of onder een gemeenschappelijke naam wordt opgetreden, zo ja, met wie, en of sprake is van een samenwerkingsverband, zo ja, welke rechtsvorm dit samenwerkingsverband heeft; c. de wijze waarop in beginsel de vervanging of waarneming is geregeld, tenzij deze binnen het kantoor of door een lid van het samenwerkingsverband wordt uitgeoefend; d. of de advocaat individueel of gezamenlijk met anderen voor beroepsaansprakelijkheid is verzekerd; e. artikel 6.28, eerste lid de kantoorklachtenregeling, bedoeld in; f. dat hij, indien van toepassing, geen derdengelden kan ontvangen omdat hij geen stichting derdengelden ter beschikking heeft; g. artikel 6.32, tweede lid welke rechtsgebieden de advocaat heeft geregistreerd als bedoeld in. 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 2024 41032 13-12-2024 04-12-2024 01-01-2025 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 7.5 — Artikel 7.5 Opdrachtbevestiging#
Artikel 7.5 Opdrachtbevestiging 1 De advocaat informeert zijn cliënt over de persoon, het samenwerkingsverband of de rechtspersoon met wie de cliënt de overeenkomst van opdracht sluit. 2 De advocaat informeert de cliënt wie betrokken is bij de uitvoering van de opdracht. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.6 — Artikel 7.6 Adviseren cliënt inzake civiele cassatie#
Artikel 7.6 Adviseren cliënt inzake civiele cassatie De advocaat bij de Hoge Raad adviseert de cliënt of, indien van toepassing, de advocaat die opdrachtgever is, tijdig en schriftelijk over: a. de kansen van een principaal of incidenteel cassatieberoep dan wel -verweer; b. de aan dat cassatieberoep dan wel -verweer verbonden kosten en risico's; c. de opportuniteit van het cassatieberoep dan wel -verweer, gelet op de te verwachten rechtsgang na vernietiging en eventuele verwijzing of terugwijzing. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.7 — Artikel 7.7 Verbod op resultaatgerelateerd honorarium#
Artikel 7.7 Verbod op resultaatgerelateerd honorarium 1 Het staat de advocaat niet vrij overeen te komen, dat: a. slechts bij het behalen van een bepaald gevolg honorarium in rekening wordt gebracht, of b. het honorarium een evenredig deel zal bedragen van de waarde van het door zijn bijstand te bereiken gevolg. 2 paragraaf 7.4.2 paragraaf 7.4.3 Het eerste lid is niet van toepassing in de gevallen waarin voldaan wordt aanof. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.8 — Artikel 7.8 Uitzondering incassotarief#
Artikel 7.8 Uitzondering incassotarief Een advocaat kan gebruik maken van een binnen de advocatuur gebruikelijk en aanvaard incassotarief. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.9 — Artikel 7.9 Voorwaarden letsel- en overlijdensschadezaken#
Artikel 7.9 Voorwaarden letsel- en overlijdensschadezaken Een advocaat kan de bepalingen van deze paragraaf toepassen bij letsel- en overlijdensschadezaken, indien: a. de aansprakelijkheid niet aanstonds is erkend of niet redelijkerwijs vaststaat, dan wel problemen van enige importantie voorzienbaar zijn in de sfeer van schade of causaliteit en b. de cliënt niet in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, of daar uitdrukkelijk van af ziet. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.10 — Artikel 7.10 Vergoeding advocaat#
Artikel 7.10 Vergoeding advocaat De advocaat kan met zijn cliënt overeenkomen dat hij geen honorarium in rekening brengt indien het financiële resultaat voor de cliënt minder is dan of gelijk is aan nihil, en a. indien de specifieke kosten voor rekening van de cliënt blijven, dat hij zijn gebruikelijke uurtarief vermenigvuldigt met ten hoogste factor 2, en dat hij een honorarium in rekening brengt, inclusief algemene kantoorkosten en BTW, van ten hoogste 25 procent van het financiële resultaat; of b. indien de betrokken advocaat alle specifieke kosten voldoet en deze kosten slechts aan de rechtzoekende in rekening brengt voor zover het te verkrijgen financiële resultaat daarvoor ruimte biedt, dat hij zijn gebruikelijke uurtarief vermenigvuldigt met ten hoogste factor 2,5, en dat hij een honorarium in rekening brengt, inclusief algemene kantoorkosten en BTW, van ten hoogste 35 procent van het financiële resultaat en dat toegewezen kostenvergoedingen aan hem toekomen. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 7.11 — Artikel 7.11 Bijzondere normen advocaat#
Artikel 7.11 Bijzondere normen advocaat 1 De advocaat informeert de cliënt schriftelijk voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst ten minste over: a. de mogelijkheid van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, van beroep op een particuliere rechtsbijstandverzekering en van honorering van de advocaat op basis van een te betalen uurtarief ongeacht de uitkomst van de zaak; b. het redelijkerwijs te verwachten verloop van de zaak; c. artikel 7.10 de redelijkerwijs te verwachten specifieke kosten in deze zaak en de mogelijkheden, genoemd in. 2 De advocaat verstrekt de cliënt een risico-inschatting met schriftelijke informatie betreffende de verwachting ten aanzien van de door de advocaat te verrichten arbeid en de te maken kosten. 3 De advocaat kan de rechtsbijstand slechts tussentijds beëindigen op grond van gewichtige redenen en met inachtneming van de daartoe noodzakelijke zorgvuldigheid. 4 De advocaat kan uitsluitend na schriftelijke aanvaarding door de cliënt een schikkingsovereenkomst met de wederpartij sluiten of een gerechtelijke procedure aanhangig maken of beëindigen. 5 artikel 7.9 De advocaat legt de omstandigheden van het geval vast, op grond waarvan iedere zaak voldoet aan. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 7.12 — Artikel 7.12 Inhoud overeenkomst#
Artikel 7.12 Inhoud overeenkomst Een overeenkomst die afspraken aangaande het honorarium bevat wordt door beide partijen ondertekend en bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de opdracht; b. artikel 7.11, eerste, tweede en vijfde lid de informatie, bedoeld in; c. de volgende financiële afspraken: – het percentage van het uiteindelijke financiële resultaat dat volgens de overeenkomst geldt voor de berekening van het maximaal te declareren honorarium; – het verwachte financiële resultaat; en – het overeengekomen uurtarief van de advocaat; – of de specifieke kosten voor risico van de rechtzoekende zijn of voor risico van de advocaat; d. een regeling voor het geval: – de cliënt tussentijds de opdracht intrekt zonder concreet zicht op het beschreven te behalen resultaat, inhoudende de betaling van een redelijke vergoeding voor gewerkte uren en de betaling van gemaakte kosten; – de cliënt tussentijds de opdracht intrekt met concreet zicht op het beschreven te behalen financiële resultaat; e. een regeling, die ziet op de overdracht van de zaak aan een andere advocaat in geval van tussentijdse intrekking van de opdracht; f. artikel 7.11, derde lid de bepaling, bedoeld in, dat de advocaat de rechtsbijstand slechts tussentijds kan beëindigen op grond van gewichtige redenen en met inachtneming van de daartoe noodzakelijke zorgvuldigheid, met bepaling van de wijze waarop in dat geval de honorering plaatsvindt; g. artikel 7.11, vierde lid een bepaling met de strekking van; h. een bepaling waarin is vastgelegd dat de cliënt na het tekenen van de overeenkomst deze nog eenzijdig en zonder gevolgen teniet kan doen binnen een in de overeenkomst te bepalen redelijke bedenktijd. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 7.13 — Artikel 7.13 Informeren deken over resultaatgerelateerd honorarium#
Artikel 7.13 Informeren deken over resultaatgerelateerd honorarium Vervallen 2014 36091 19-12-2014 2025 35728 28-10-2025 30-09-2025 2025 35728 28-10-2025 30-09-2025 01-01-2026 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2014/36091 gesteld op 1
januari 2019. Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2018/68013 gesteld op 1
januari 2024. Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2024/174 gesteld op 1
januari 2026.
Artikel 8.1 — Artikel 8.1 Beschikkingen onder voorwaarden#
Artikel 8.1 Beschikkingen onder voorwaarden De raad van de orde kan voorwaarden verbinden aan: a. artikel 9b, tweede, derde en vierde lid, van de Advocatenwet beschikkingen genomen op grond van; b. artikel 3.5 artikel 3.6 goedkeuringen, bedoeld inen. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 8.2 — Artikel 8.2 Uitsluiten toepassing lex silencio positivo#
Artikel 8.2 Uitsluiten toepassing lex silencio positivo artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de volgende beschikkingen: a. artikel 3.2, tweede lid de verklaring dat de stage is voltooid, bedoeld in; b. artikel 3.5, eerste lid de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon, bedoeld in; c. artikel 3.25 de accreditatie van een opleiding, bedoeld in; d. artikel 4.11, derde lid de vrijstelling van de opleidingspunten bij cassatie, bedoeld in. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 8.3 — Artikel 8.3 Administratief beroep#
Artikel 8.3 Administratief beroep 1 artikel 9b, zesde lid, van de Advocatenwet Onverminderd het bepaalde inkan een belanghebbende administratief beroep instellen bij de algemene raad tegen de volgende beschikkingen van de raad van de orde of de daaraan verbonden voorwaarden: a. artikel 9b, tweede lid, eerste volzin, respectievelijk tweede volzin, van de Advocatenwet de verlenging van de stage, bedoeld in; b. artikel 9b, derde lid, van de Advocatenwet de verlening van een vrijstelling ingevolge; c. artikel 9b, vierde lid, van de Advocatenwet de aanwijzing van een patroon, bedoeld in; d. artikel 3.2 de weigering tot afgifte van een verklaring, bedoeld in; e. artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onderdeel c de goedkeuring door de raad van de orde van de opzegging van de stage door de patroon, bedoeld in; f. artikel 3.5, eerste en tweede lid de goedkeuring van een patroon, bedoeld in; g. artikel 3.6, eerste en derde lid de weigering van de goedkeuring van een patronaat, bedoeld in. 2 artikel 4.6, tweede en derde lid artikel 4.7, vijfde lid Een belanghebbende kan administratief beroep instellen bij de algemene raad tegen een beschikking van de raad van de orde op grond van, en. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 8.4 — Artikel 8.4 Adviescommissie civiele cassatie bij bezwaar#
Artikel 8.4 Adviescommissie civiele cassatie bij bezwaar Vervallen 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 2017 29174 02-06-2017 19-04-2017 01-07-2017
Artikel 9.1 — Artikel 9.1 Overgangsrecht Stageverordening#
Artikel 9.1 Overgangsrecht Stageverordening 1 Stageverordening 2005 artikel 9c van de Advocatenwet Voor stagiaires die beschikken over een op grond van deafgegeven bewijs dat het inbedoelde examen met gunstig gevolg is afgelegd en voor stagiaires die beëdigd zijn voor 1 maart 2013, ingeschreven zijn voor de beroepsopleiding en vanaf inwerkingtreding van dit artikel zonder onderbreking op het tableau staan ingeschreven, blijven de Stageverordening 2005 en de daarop berustende bepalingen van toepassing totdat de stagiaire aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde stagiaire op 1 september 2014 niet in het bezit is van het in het eerste lid genoemde bewijs kan de algemene raad, in afwijking van het eerste lid, aan de stagiaire alternatieve maatregelen opleggen ter afronding van de beroepsopleiding. 3 artikel 11 van de Stageverordening 2005 Indien de in het eerste lid bedoelde stagiaire er niet in slaagt de stage voor 1 maart 2016 af te ronden, kan de raad van de orde, respectievelijk de algemene raad, hem in de gelegenheid stellen de opleidingsmaatregelen, bedoeld in, anderszins te voltooien. 4 Een andere dan de in het eerste lid bedoelde stagiaire kan de algemene raad verzoeken om toegelaten te worden tot de beroepsopleiding, op grond van de Stageverordening 2005, indien hij a. niet voldoet aan het vereiste van zonder onderbreking ingeschreven staan, bedoeld in het eerste lid, b. reeds beëdigd is geweest, c. Stageverordening 2005 op grond van demet de beroepsopleiding was begonnen; en d. artikel 8c, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Advocatenwet geen certificaat als bedoeld inheeft behaald. 5 Stageverordening 2005 De algemene raad kan, op verzoek van de stagiaire, bedoeld in het vierde lid, besluiten dat op hem de bepalingen van devan toepassing zijn, indien de stagiaire beëdigd is voorafgaand aan het te volgen onderwijs of het af te leggen examen dat ingevolge de Stageverordening 2005 nog wordt gegeven of wordt afgenomen. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 9.2 — Artikel 9.2 Stageverordening 2012 Omhangbepaling#
Artikel 9.2 Stageverordening 2012 Omhangbepaling Stageverordening 2012 Besluiten genomen op grond vanworden aangemerkt als besluiten op grond van deze verordening. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 9.2a — Artikel 9.2a Overgangsrecht beroepsopleiding advocaten 2020#
Artikel 9.2a Overgangsrecht beroepsopleiding advocaten 2020 1 artikelen 2.28 3.8 3.9 afdeling 3.2 Op een stagiaire die uiterlijk in september 2020 de beroepsopleiding advocaten aanvangt en met ingang van 1 oktober 2020 zonder onderbreking op het tableau staat ingeschreven, en op zijn patroon blijft het bepaalde bij of krachtens de,enen, zoals deze artikelen luidden op 30 september 2020, van toepassing totdat hij aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan. 2 In afwijking van het eerste lid kan de algemene raad de stagiaire, bedoeld in het eerste lid, die op 1 september 2023 niet in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding advocaten, alternatieve maatregelen aanbieden ter afronding van de beroepsopleiding. 3 artikel 9.1, vierde en vijfde lid Onverminderd, kan de algemene raad een stagiaire op zijn verzoek toelaten tot de beroepsopleiding op grond van de regelgeving, zoals deze gold op 30 september 2020, indien hij: a. met onderbreking staat ingeschreven op het tableau; en b. met de beroepsopleiding, op grond van de regelgeving, zoals deze gold op 30 september 2020, was begonnen. 4 artikel 9.1, eerste lid artikelen 3.2 3.8 3.9 Onverminderd, blijft op een stagiaire die in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding advocaten op grond van de beroepsopleiding advocaten, zoals deze gold tot 1 oktober 2020, het bepaalde bij of krachtens de,en, zoals deze artikelen luidden op 30 september 2020, van toepassing totdat hij aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan. 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 2020 19758 09-04-2020 26-03-2020 01-10-2020
Artikel 9.2b — Artikel 9.2b Overgangsrecht geaccrediteerde opleidingsinstelling#
Artikel 9.2b Overgangsrecht geaccrediteerde opleidingsinstelling artikel 3.15, eerste lid, onderdelen b en c artikel 3.25 Op een geaccrediteerde opleidingsinstelling die vóór 1 oktober 2020 de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, mag aanbieden, blijft het bepaalde bij of krachtens, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, van toepassing voor de resterende duur van de accreditatie. 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 2024 34162 26-11-2024 30-09-2024 01-01-2025
Artikel 9.3 — Artikel 9.3 Overgangsrecht bestuurders en statuten#
Artikel 9.3 Overgangsrecht bestuurders en statuten 1 artikel 5.6 Op een samenwerkingsverband dat of praktijkrechtspersoon die voor het moment van inwerkingtreding vaneen bestuurder heeft die niet voldoet aan artikel 5.6, tweede lid, aanhef en onderdeel b, is artikel 5.6, tweede lid, van toepassing een jaar na inwerkingtreding van dat artikel. 2 Artikel 5.7 is van toepassing op statuten van praktijk- en houdster-rechtspersonen die bestaan op het moment van inwerkingtreding van dat artikel indien deze na dat moment worden aangepast of nadat vijf jaar zijn verstreken na inwerkingtreding van dat artikel. 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 2019 65905 17-12-2019 10-12-2019 01-01-2020 Voorheen art. 9.4.
Artikel 9.3a — Artikel 9.3a Overgangsrecht cassatie in burgerlijke zaken#
Artikel 9.3a Overgangsrecht cassatie in burgerlijke zaken 1 artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet Van een voor 1 februari 2020 afgegeven verklaring als bedoeld inwordt door de algemene raad binnen twee weken na deze datum kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad. Met deze kennisgeving wordt de advocaat geacht een verzoek aan de secretaris van de algemene raad te hebben gedaan ter verkrijging van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken. 2 artikel 4.11, tweede en vierde lid Van een voor 1 februari 2020 plaatsgevonden voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken vervalt de beperkte geldigheidsduur van drie jaar als bedoeld in, zoals dat luidde op 31 januari 2020. 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 2019 70397 31-12-2019 10-12-2019 01-02-2020
Artikel 10.1 — Artikel 10.1 Intrekken van bestaande verordeningen#
Artikel 10.1 Intrekken van bestaande verordeningen De volgende verordeningen worden ingetrokken: a. Verordening op de Raad van Advies de; b. Verordening vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur de; c. Verordening op de financiële bijdrage de; d. Stageverordening 2012 de; e. Verordening op de administratie en financiële integriteit de; f. Verordening op de nummerherkenning de; g. Verordening op het landelijk dekenberaad toezicht de; h. Verordening op de vakbekwaamheid de; i. Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking de; j. Verordening op de praktijkuitoefening (onderdeel Resultaatgerelateerde Beloning) de; k. Verordening op de praktijkrechtspersoon de; l. Samenwerkingsverordening 1993 de. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.2 — Artikel 10.2 Intrekken van bestaande regelingen#
Artikel 10.2 Intrekken van bestaande regelingen De volgende regelingen worden ingetrokken: a. de Regeling vacatiegelden en kostenvergoedingen 2012; b. het Reglement van de Adviescommissie Regelgeving; c. het Reglement voor de Adviescommissies Wetgeving; d. de Regeling vakbekwaamheid; e. de Regeling erkenning opleidingsinstellingen; f. de Richtlijn Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur; g. de Richtlijn Registratie Rechtsgebieden Advocatuur; h. de Regeling Registratie Rechtsgebieden advocatuur; i. het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.3 — Artikel 10.3 Einde experiment letsel- en overlijdensschadezaken#
Artikel 10.3 Einde experiment letsel- en overlijdensschadezaken Vervallen 2025 35728 28-10-2025 30-09-2025 2025 35728 28-10-2025 30-09-2025 01-01-2026
Artikel 10.4 — Artikel 10.4 Einde experiment rechtsbijstandsverzekeraars#
Artikel 10.4 Einde experiment rechtsbijstandsverzekeraars De volgende wijzigingen treden in werking met ingang van 1 januari 2028: a. afdeling 5.5 naPraktijkuitoefening in dienst vervalt de paragraaftitel ‘Paragraaf 5.5.1 Bescherming kernwaarden bij dienstverbanden’; b. artikel 5.9, aanhef en onderdeel e in, vervalt de zinssnede ‘, of paragraaf 5.5.2’; c. paragraaf 5.5.2 vervalt. 2025 25168 29-07-2025 24-06-2025 2025 25168 29-07-2025 24-06-2025 01-01-2026
Artikel 10.5 — Artikel 10.5 Inwerkingtreding#
Artikel 10.5 Inwerkingtreding De artikelen in deze verordening treden in werking op een door de algemene raad te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015
Artikel 10.6 — Artikel 10.6 Citeertitel#
Artikel 10.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de advocatuur. 2014 36091 19-12-2014 2014 36091 19-12-2014 01-01-2015