Besluit van 30 januari 1958, tot vaststelling van een algemene maatregel van rijksbestuur als bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet
- BWB-id
- BWBR0002271
- Type
- rijksKB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002271
- ELI
- /eli/nl/rijkskb/1958/instructie-ambtenaren-scheepvaartinspectie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkskb/1958/instructie-ambtenaren-scheepvaartinspectie/2020-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002271&g=2020-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002271&z=2026-06-06&g=2020-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002271/2020-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkskb/1958/instructie-ambtenaren-scheepvaartinspectie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "Onze Minister", Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 1958 74 30-01-1958 1958 74 30-01-1958 19-02-1958
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 5 6, eerste lid 19, tweede lid 20 21 22 23 Het bepaalde in de,,,,,envan dit besluit is niet van toepassing op de door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten benoemde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie. De in de artikelen behandelde onderwerpen worden, voor zover het betreft de door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten benoemde ambtenaren, geregeld bij landsverordening of landsbesluit, houdende algemene maatregelen. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie dragen de titel van Inspecteur-Generaal, Hoofdinspecteur, Inspecteur, Adjunct-Inspecteur, Expert, Adjunct-Expert, Scheepsbouwkundig Adviseur, Scheepsbouwkundig Hoofdingenieur en Scheepsbouwkundig Ingenieur. 2 De Inspecteur-Generaal, in dit besluit verder te noemen Hoofd van de Scheepvaartinspectie, is verantwoordelijk voor en belast met de algemene leiding van de dienst der Scheepvaartinspectie, onder de bevelen van Onze Minister. 3 Onze Minister wijst elke ambtenaar van de Scheepvaartinspectie een standplaats aan. Voor zover het betreft de door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten benoemde ambtenaren, geschiedt deze aanwijzing door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten. 4 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie en de aan deze toegevoegde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie hebben hun standplaats te 's-Gravenhage. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Ten aanzien van alle schepen, waar deze zich ook bevinden, hetzij in het binnenland, hetzij in het buitenland zijn de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie belast met: a. Schepenwet het toezicht op de naleving van het bij of krachtens debepaalde; b. Schepenwet het opsporen van overtredingen van het bij of krachtens debepaalde; c. artikel 16 van de Schepenwet het uitvoeren van. 2000 12 18-01-2000 24-12-1999 2000 12 18-01-2000 24-12-1999 01-03-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie leggen bij de aanvaarding van hun ambt in handen van Onze Minister de eed of de belofte af, dat zij de plichten van hun ambt getrouw zullen vervullen. 1972 755 18-12-1972 1972 755 18-12-1972 07-02-1973
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Behoudens het bepaalde op grond van voor Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels en voor die ambtenaren geldende collectieve arbeidsovereenkomst mogen de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, tenzij met bijzondere vergunning van Onze Minister, geen particuliere betrekking waarnemen, onder welke benaming of van welke aard ook, en geen opdracht aanvaarden tot het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van derden. 2 De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de ambtenaren van andere diensttakken, die ter beschikking van de dienst der Scheepvaartinspectie zijn gesteld, mogen rechtstreeks noch middellijk deelnemen aan scheepvaart- of aanverwante ondernemingen. 2019 303 26-09-2019 06-09-2019 2019 384 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Voor het toezicht op de naleving worden in Nederland de volgende districten gevormd: a. het eerste district, omvattende: de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland benoorden de spoorlijn Leiden-Utrecht, Utrecht, Noord-Brabant beoosten de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Tilburg, Gelderland en Limburg; b. het tweede district, omvattende: de provincies Zuid-Holland bezuiden de spoorlijn Leiden-Utrecht, Zeeland en Noord-Brabant bewesten de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Tilburg; c. het derde district, omvattende: de provincies Groningen, Friesland, Drente en Overijssel; d. het vierde district, omvattende: geheel Nederland, doch alleen voor zover het de zeevissersvaartuigen betreft. 2000 12 18-01-2000 24-12-1999 2000 12 18-01-2000 24-12-1999 01-03-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend onder leiding van een door Onze Minister voor elk district aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie (Districtshoofd), onder wiens bevelen de andere ambtenaren van het district werkzaam zijn. Het toezicht op de naleving in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt uitgeoefend onder leiding van een door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie (Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten) onder wiens bevelen de andere ambtenaren aldaar werkzaam zijn. 2 Bij ontstentenis van het Districtshoofd wordt deze door een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie aangewezen ambtenaar vervangen. Bij ontstentenis van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt deze vervangen door een door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten aangewezen ambtenaar. 3 Het districtshoofd en het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten verrichten hun taak onder de bevelen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. 4 De bemoeiingen van het Districtshoofd en van de aan hem toegevoegde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie strekken zich uit over alle schepen, welke in het district, waarin zij geplaatst zijn, thuisbehoren, dan wel zich aldaar bevinden. De bemoeiingen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten en van de aan hem toegevoegde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie strekken zich uit over alle schepen die zijn voorzien van een zeebrief van de Nederlandse Antillen en over alle schepen die zich in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten bevinden. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is, indien het in het belang van de uitoefening van de dienst wenselijk is, bevoegd: a. aan ambtenaren van het eerste, tweede en derde district het toezicht op te dragen op tot het vierde district behorende zeevissersvaartuigen in plaatsen binnen het district, waarin hun standplaats is gelegen; b. aan ambtenaren van het vierde district het toezicht op de naleving op te dragen op schepen, geen zeevissersvaartuigen zijnde, in plaatsen binnen het eerste, tweede of derde district, al naar gelang de standplaats van de betrokken ambtenaar; c. aan ambtenaren van het eerste, tweede, derde of vierde district werkzaamheden op te dragen in een ander district; d. aan ambtenaren van het eerste, tweede of derde district het toezicht op te dragen op schepen voorzien van een zeebrief van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten; e. aan ambtenaren in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten het toezicht op te dragen op schepen thuisbehorende in een der districten in Nederland; f. c aan ambtenaren welke aan hem zijn toegevoegd werkzaamheden op te dragen in een der ondergenoemde districten, dan wel hen ter beschikking te stellen van het Districtshoofd. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Schepenwet De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie houden doorlopend toezicht op de toestand waarin de schepen waarover hun bemoeiingen zich uitstrekken, zich bevinden, op hun uitrusting, belading en bemanning in zoverre het toezicht op deze zaken bij en krachtens deis voorgeschreven. 2 Voor de uitoefening van het in het vorige lid bedoelde toezicht begeven zij zich op ongezette tijden aan boord van de aan het toezicht onderworpen schepen en op de werven en in de dokken, waar deze schepen zich bevinden. 3 Zij overtuigen zich of de schepen op merkbare wijze in sterkte zijn achteruit gegaan, dan wel schade hebben belopen en of herstellingen op afdoende wijze en met deugdelijk materiaal worden en zijn verricht. 4 artikel 4 der Schepenwet artikel 5 Zij overtuigen zich of is of zal worden voldaan aan de voorschriften inbedoeld, of krachtensdier Wet gesteld of gegeven. 5 Schepenbesluit 1965 Zij zijn bevoegd zich alle in hetgenoemde voorwerpen te doen vertonen, inzage te nemen van de dagboeken, van de registers van waarnemingen betreffende kompassen en tijdmeters, van de certificaten en bewijzen, afgegeven bij het onderzoeken van lantaarns, instrumenten, enz. en in het algemeen van alle bescheiden welke kunnen dienen om te beoordelen of de voorschriften zijn of worden nageleefd. 6 Hoofdstuk IV van het Schepenbesluit 1965 Ter juiste beoordeling en toepassing van het voorkomende inzal zo nodig, en meer in het bijzonder op scheepsbouwkundig gebied, het advies van de Scheepsbouwkundig Adviseur of van diens vervanger worden ingewonnen. 7 artikelen 95 96 97 100, van het Schepenbesluit 1965 In geval van twijfel of de voorschriften van de,,enbehoorlijk worden nageleefd, wordt door hen de voorlichting ingeroepen van een door Onze Minister aangewezen bevoegd persoon, dan wel van een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie erkende deskundige, al naar gelang van deze personen in bovengenoemde artikelen melding wordt gemaakt. 8 Zij doen van tijd tot tijd de scheepsboten te water brengen en de brandblusmiddelen en lensinrichtingen te werk stellen om zich van de goede werking te overtuigen. 9 De ambtenaren van andere diensttakken, die ter beschikking van de dienst der Scheepvaartinspectie zijn gesteld, gedragen zich naar de in het eerste tot en met het vijfde lid gegeven voorschriften, met dien verstande, dat zij hun bemoeiingen slechts uitstrekken tot de werkzaamheden, waarvoor zij zijn aangewezen. 1974 479 02-08-1974 1974 479 02-08-1974 02-09-1974
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Bemerkt een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie of een ambtenaar van een andere diensttak, die ter beschikking van de dienst der Scheepvaartinspectie is gesteld, dat aan een of meer voorschriften niet is voldaan, dan maakt hij de kapitein hierop opmerkzaam. 2 artikel 15 van de Schepenwet Blijkt hem uit het ontvangen antwoord, dat het voornemen niet bestaat, aan de opmerking gevolg te geven, is de tijd van vertrek van het schip zo na op handen, dat wellicht de tijd hiervoor zal ontbreken of ziet hij bij een nader bezoek, dat er nog geen gevolg aan gegeven is, dan handelt hij onverwijld overeenkomstig het bepaalde in. 1958 74 30-01-1958 1958 74 30-01-1958 19-02-1958
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de ambtenaren van andere diensttakken, die ter beschikking van de dienst der Scheepvaartinspectie zijn gesteld, zijn verplicht van alle belangrijke zaken, welke zich bij hun inspecties voordoen, aantekening te houden en daarvan geregeld mededeling te doen aan hun onmiddellijke chef. 2 De Districtshoofden en het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten zenden zo spoedig mogelijk doordrukken van de in het eerste lid bedoelde aantekeningen aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De Districtshoofden en het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten zien toe op de nauwgezette plichtsbetrachting van de onder hun bevelen gestelde ambtenaren. 2 Hiertoe begeven zij zich ook aan boord van de schepen, op de werven en in de dokken waar zich onder toezicht staande schepen bevinden. 3 Door tussenkomst van de onder hun bevelen gestelde ambtenaren en door andere doeltreffende middelen zorgen zij steeds op de hoogte te blijven van de toestand van de schepen, waarover hun bemoeiingen zich uitstrekken. 4 Indien een schip uit hun district naar een ander wordt overgebracht, dan wel het toezicht op de naleving op bepaalde schepen wordt opgedragen aan het Hoofd van een ander district, worden de van deze schepen beschikbare gegevens aan dit Districtshoofd overgedragen, waarbij op bijzonderheden wordt gewezen. Het bepaalde in dit lid is van overeenkomstige toepassing voor gevallen waarbij het toezicht op de naleving van een schip uit een der districten wordt opgedragen aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten onderscheidenlijk het toezicht op de naleving van een schip voorzien van een zeebrief van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt opgedragen aan een der Districtshoofden in Nederland. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wanneer een Districtshoofd dan wel het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten van oordeel is, dat het nodig zal zijn een schip te doen dokken of op andere wijze te doen droogzetten, geeft hij hiervan zo tijdig mogelijk kennis aan de eigenaar en de kapitein, opdat deze bij het regelen der werkzaamheden hiermede rekening kunnen houden. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 11, eerste lid Wanneer een Districtshoofd dan wel het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten verneemt, dat in de gevallen bedoeld in, meningsverschil bestaat tussen de ambtenaar en de kapitein of de eigenaar, dan stelt hij zich op de hoogte en tracht overeenstemming te bereiken, teneinde verdere moeilijkheden te voorkomen. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Wanneer een Districtshoofd dan wel het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten van oordeel is dat gevaarlijke stoffen op ongeoorloofde wijze zijn geladen of de stabiliteit van het schip gevaar loopt door ondoelmatige belading, kan hij de lading geheel of gedeeltelijk doen lossen dan wel, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, een stabiliteitsproef doen nemen. Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie die werkzaam is onder de bevelen van een Districtshoofd dan wel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, zal deze maatregel slechts kunnen nemen na machtiging van zijn onmiddellijke chef. 2 Tot het nemen van een stabiliteitsproef, hetzij met het ledige, hetzij met het geladen schip, zal intussen niet worden overgegaan voordat de Scheepsbouwkundig Adviseur of diens vervanger is geraadpleegd. 3 artikel 14 In de in het eerste lid bedoelde gevallen, zomede in het geval bedoeld in, wordt onverwijld mededeling gedaan aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Hierbij wordt tevens vermeld of van de zijde van de eigenaar of van de kapitein tegen de lastgeving bezwaar is gemaakt. De werking van de lastgeving wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar of beroep is ingesteld, op het bezwaar onderscheidenlijk beroep is beslist. 4 In afwijking van het bepaalde in het tweede lid en de laatste zin van het derde lid van dit artikel, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten nalaten de Scheepsbouwkundig Adviseur te raadplegen, onderscheidenlijk een beslissing van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie af te wachten, indien daardoor naar zijn mening ongewenst oponthoud zou ontstaan. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1971 591 16-09-1971 1971 591 16-09-1971 01-11-1971
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Jaarlijks zendt het Hoofd van de Scheepvaartinspectie aan Onze Minister een gedrukt verslag betreffende de werking en de toepassing van de wettelijke voorschriften en de gang van de dienst in de districten en in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, aangevuld met statistische opgaven. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is bevoegd binnenlands die reizen te doen, welke voor de goede uitoefening van de hem opgedragen dienst noodzakelijk zijn. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan de aan hem toegevoegde ambtenaren machtigen tot een gelijk doel. Voor reizen buiten Nederland dient vooraf toestemming van Onze Minister te zijn verkregen. 2 De Hoofden van de districten zijn bevoegd binnenlands die reizen te doen, welke voor de goede uitoefening van de hun opgedragen dienst noodzakelijk zijn. De Districtshoofden kunnen de onder hun bevelen staande ambtenaren van de Scheepvaartinspectie machtigen tot een gelijk doel. Voor reizen buiten Nederland moet vooraf de toestemming van Onze Minister of, wanneer de reis niet op kosten van het Rijk geschiedt, van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn verkregen. 1971 591 16-09-1971 1971 591 16-09-1971 01-11-1971
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie behoeft voor elke afwezigheid van zijn standplaats, welke niet met de dienst in verband staat en langer dan twee weken duurt, verlof van Onze Minister. 2 Verlof tot afwezigheid van de overige ambtenaren van de Scheepvaartinspectie zal worden verleend door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie overeenkomstig de hiervoor bestaande algemene voorschriften voor personen in dienst van het Rijk. 3 Bij afwezigheid wordt het Hoofd van de Scheepvaartinspectie vervangen door een, door hem aangewezen, ambtenaar van de Scheepvaartinspectie. 1993 689 17-12-1993 1993 694 22-12-1993 01-01-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 159 van het Wetboek van Strafvordering De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de ambtenaren van andere diensttakken, die ter beschikking van de dienst der Scheepvaartinspectie zijn gesteld, doen onverminderd het bepaalde bij, een afschrift van de door hen opgemaakte processen-verbaal - de ambtenaren onder de bevelen van een Districtshoofd werkzaam, door diens tussenkomst - toekomen aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. 2 Op gelijke wijze wordt zo mogelijk het gevolg, dat een proces-verbaal heeft gehad, ter kennis van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie gebracht. 1958 74 30-01-1958 1958 74 30-01-1958 19-02-1958
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bij de uitoefening van hun ambt zijn de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie steeds voorzien van een hun door Onze Minister af te geven legitimatiekaart. 1958 74 30-01-1958 1958 74 30-01-1958 19-02-1958
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Disciplinaire straffen op grond van voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels worden opgelegd door het gezag, dat bevoegd is tot benoeming tot het door de betrokkene beklede ambt. 2019 303 26-09-2019 06-09-2019 2019 384 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel van "Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie". 1958 74 30-01-1958 1958 74 30-01-1958 19-02-1958
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Stb. Ons besluit van de 17de december 1932 (nr. 620), zoals dat sedert is gewijzigd, wordt ingetrokken. Staatsblad Publicatieblad van de Nederlandse Antillen, Dit besluit treedt in werking in Nederland en de Nederlandse Antillen met ingang van de dag na de datum van uitgifte onderscheidenlijk van heten hetwaarin het wordt geplaatst. 1958 74 30-01-1958 1958 74 30-01-1958 19-02-1958