Besluit van 25 januari 1965, houdende vaststelling van enige termijnen als bedoeld in de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen
- BWB-id
- BWBR0002478
- Type
- rijksKB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-03-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002478
- ELI
- /eli/nl/rijkskb/1965/besluit-termijnen-rijkswet-cassatierechtspraak-voor-aruba-cu
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkskb/1965/besluit-termijnen-rijkswet-cassatierechtspraak-voor-aruba-cu/2017-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002478&g=2017-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002478&z=2026-06-06&g=2017-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002478/2017-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkskb/1965/besluit-termijnen-rijkswet-cassatierechtspraak-voor-aruba-cu
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Ter zake van een beroep in cassatie als bedoeld in § 2 van de Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba, gelden de volgende termijnen van verschijning: a. indien de verweerder een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, minimaal drie maanden en maximaal twaalf maanden. b. indien de verweerder een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in het Europese deel van het Koninkrijk of in een lidstaat van de Europese Unie of indien de woonplaats of werkelijke verblijfplaats van de verweerder onbekend is, minimaal vier weken en maximaal zes maanden. c. indien de verweerder geen bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, noch in het Europese deel van het Koninkrijk of in een andere lidstaat van de Europese Unie, maar in een andere staat een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft, minimaal drie maanden en maximaal twaalf maanden. d. indien in rechte worden opgeroepen houders van aandelen in geldleningen of maatschappijen welke niet op naam staan en waarvan de eigenaars uit dien hoofde onbekend zijn, minimaal zes weken en maximaal zes maanden. 2 De termijnen van verschijning vangen aan op de eerste dag na de dag van indiening van de procesinleiding bij de Hoge Raad. 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De in artikel 11, eerste lid, van de Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoelde termijn voor het instellen van beroep in cassatie in strafzaken bedraagt één maand voor de verdachte, die geen woonplaats heeft op het eiland waar de beslissing, tegen welke hij beroep in cassatie instelt, is uitgesproken. 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 1965. 2 Stb. Stb. Op het zelfde tijdstip treden in werking de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen (1961, 212) en de Rijkswet van 18 december 1963, houdende wijziging van de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen (1963, 546). 1965 33 25-01-1965 1965 33 25-01-1965 01-03-1965
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit termijnen Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2016 294 21-07-2016 13-07-2016 2017 17 31-01-2017 25-01-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel D,
van de Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering
procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen in werking treedt.