Besluit van 15 april 2002, houdende regels ter uitvoering van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Besluit naturalisatietoets)
- BWB-id
- BWBR0013604
- Type
- rijksKB
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-05-26
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013604
- ELI
- /eli/nl/rijkskb/2003/besluit-naturalisatietoets
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkskb/2003/besluit-naturalisatietoets/2022-05-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013604&g=2022-05-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013604&z=2026-06-06&g=2022-05-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013604/2022-05-26
Absolute ELI: /eli/nl/rijkskb/2003/besluit-naturalisatietoets
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk; b. Rijkswet op het Nederlanderschap verzoeker: vreemdeling die op grond van deverzoekt om verlening van het Nederlanderschap; c. artikel 2, tweede lid de naturalisatietoets: de toets, genoemd in; d. openbaar lichaam: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2022 115 18-03-2022 10-03-2022 2022 195 25-05-2022 17-05-2022 26-05-2022 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap Een verzoeker beschikt over voldoende kennis van de taal alsmede van de staatsinrichting en maatschappij als bedoeld in, indien hij beschikt over een zodanige mate van kennis van de taal alsmede van de staatsinrichting en maatschappij, dat hij zelfstandig in de samenleving van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan functioneren. 2 Of hij beschikt over de mate van kennis van de taal alsmede van de staatsinrichting en maatschappij, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld aan de hand van een door Onze Minister op te stellen naturalisatietoets. Onze Minister stelt de naturalisatietoets voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten vast na overleg met de Minister van Justitie van het betrokken land. 3 De toets van de kennis van de taal omvat een onderzoek naar: a. spreekvaardigheid; b. luistervaardigheid; c. schrijfvaardigheid; en d. leesvaardigheid. 4 Onze Minister wijst de ambtenaren, autoriteiten of instellingen aan die de naturalisatietoets afnemen. Indien de plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan Onze Minister in overeenstemming met de Minister die het aangaat de beoordeling of de verzoeker beschikt over de mate van kennis van de taal alsmede van de staatsinrichting en maatschappij, bedoeld in het eerste lid, opdragen aan de autoriteit of ambtenaar die het verzoek om verlening van het Nederlanderschap in ontvangst neemt. 2012 521 31-10-2012 25-10-2012 2012 589 27-11-2012 07-11-2012 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Van het afleggen van een naturalisatietoets is vrijgesteld de verzoeker die kan aantonen dat: a. Wet van 9 september 1976 (Stb. 1976, 468) betreffende de positie van Molukkers hij valt onder de; b. hij, na onderwijs te hebben gevolgd in de Nederlandse taal, dan wel – indien de verzoeker in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten hoofdverblijf heeft – in de taal die op het eiland van hoofdverblijf naast het Nederlands gangbaar is, in het bezit is gesteld van een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van afronding van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of leerlingwezen. De verzoeker, bedoeld in de voorgaande zin, die in de taal die op het eiland van hoofdverblijf naast het Nederlands gangbaar is onderwijs heeft gevolgd, toont tevens aan dat hij in een vak Nederlandse taal is onderwezen en voor dat vak een voldoende heeft behaald; c. artikel 7.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs hij in het bezit is van een diploma staatsexamen Nederlands als Tweede taal, programma I dan wel programma II als bedoeld in; d. artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers hij in het bezit is van een certificaat als bedoeld in, indien uit de vermelding daarop blijkt dat tenminste de volgende niveaus zijn behaald: 1°. voor de onderdelen «Luisteren», «Spreken» en «Lezen» en «Schrijven» van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal: niveau 2: 2°. artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet voor het onderdeel «Maatschappij Oriëntatie»: het niveau van; e. artikel 5, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers met toepassing vanten aanzien van hem is besloten het vaststellen van een inburgeringsprogramma achterwege te laten, omdat tijdens het inburgeringsonderzoek aannemelijk is geworden dat hij de kennis, het inzicht en de vaardigheden die hij door het deelnemen aan een inburgeringsprogramma zou kunnen verwerven, reeds in voldoende mate op een andere wijze heeft verworven; f. artikel 5, vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers hij een toets als bedoeld inmet goed gevolg heeft afgelegd, als gevolg waarvan hij beschikt over een besluit, inhoudende dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma achterwege wordt gelaten; g. artikel 3, derde lid, onder a, van de Wet inburgering nieuwkomers hij met toepassing vanwegens psychische of lichamelijke redenen voor onbepaalde duur is ontheven van de verplichting een inburgeringsprogramma te volgen; h. hij in het bezit is van: 1°. artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering Wet inburgering 2021 het diploma bedoeld in, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dein werking treedt»; of 2°. artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige het inburgeringsdiploma, bedoeld inzoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de(Stb. 2012, 430) met daarop de vermelding dat de vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen zijn verworven; i. artikel 2.7, tweede lid, van het Besluit inburgering besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige hij in het bezit is van het document, bedoeld in, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van het(Stb. 2012, 432); j. artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering Wet inburgering 2021 hij ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in het Europese deel van Nederland heeft verbleven als bedoeld in, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dein werking treedt; k. hij in het bezit is van een met een van de in onderdeel b genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of een ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in België, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal; l. hij in het bezit is van een met een van de in onderdeel b genoemde diploma’s of getuigschriften vergelijkbaar diploma of een ander document, behaald in het Nederlandstalig onderwijs in Suriname, mits een voldoende is behaald voor het vak Nederlands; m. hij in het bezit is van het diploma van het Europees baccalaureaat van de Europese school (Trb. 1957, 246), voorzover dat baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald; of n. hij in het bezit is van het getuigschrift Internationaal Baccalaureate Middle Years Certificate, International General Certificate of Secondary Education of Internationaal Baccalaureaat, indien daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal Baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en voor dat vak een voldoende is behaald. 2 Bij een certificaat als bedoeld in het eerste lid, onder d, legt de verzoeker de verklaring over van het Regionaal Opleidingencentrum op grond waarvan het certificaat is afgegeven. 3 Bij ministeriële regeling kan worden voorzien in gedeeltelijke vrijstelling van de naturalisatietoets op grond van andere diploma’s, certificaten of documenten dan genoemd in het eerste en het tweede lid. 2022 115 18-03-2022 10-03-2022 2022 195 25-05-2022 17-05-2022 26-05-2022 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het verzoek wordt niet afgewezen om de reden dat de naturalisatietoets niet is behaald, indien ten genoegen van Onze Minister is aangetoond dat: a. de verzoeker door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, niet binnen vijf jaar in staat is de naturalisatietoets te behalen; of b. het op grond van door de verzoeker geleverde inspanningen voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is de naturalisatietoets te behalen. 2007 15 16-01-2007 03-01-2007 2007 15 16-01-2007 03-01-2007 01-04-2007 In Stb. 2007/15 is in artikel V een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering Wet inburgering 2021 artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige Indien de verzoeker de naturalisatietoets met goed gevolg heeft afgelegd, wordt hem in het Europese deel van Nederland uitgereikt het diploma, bedoeld in, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dein werking treedt dan wel het inburgeringsdiploma, bedoeld inzoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de(Stb. 2012, 430) met daarop de vermelding dat de vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen zijn verworven, en in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten een certificaat. Op het certificaat worden de onderdelen vermeld, die door de verzoeker met goed gevolg zijn afgelegd. Bij ministeriële regeling wordt voor het certificaat een model vastgesteld. 2 Het in het eerste lid bedoelde diploma alsmede het certificaat met de aantekening dat de verzoeker beschikt over de vereiste kennis van de Nederlandse taal worden in het kader van een verzoek om naturalisatie in het gehele Koninkrijk erkend. 3 Het certificaat met de aantekening dat de verzoeker beschikt over de vereiste kennis van de Engelse of Papiamentse taal wordt in het kader van zijn verzoek om naturalisatie alleen erkend op de eilanden waar die taal naast het Nederlands gangbaar is. 2022 115 18-03-2022 10-03-2022 2022 195 25-05-2022 17-05-2022 26-05-2022 01-01-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij ministeriële regeling kunnen, de Ministers van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten gehoord, ter uitvoering van dit besluit nadere regels worden gesteld. 2010 343 01-09-2010 20-08-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit is van toepassing op verzoeken om verlening van het Nederlanderschap die op of na de datum van inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend. 2002 197 25-04-2002 15-04-2002 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003 Treedt in werking voor Nederland. Treedt op 1 mei 2006 in werking voor Aruba (Stb. 2006/202). Treedt op 1 oktober 2007 in werking voor de Nederlandse Antillen (Stb. 2007/310).
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Rijkswet van 21 december 2000 artikelen 8, eerste lid, aanhef en onder d 23 van de Rijkswet op het Nederlanderschap De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan en voor elk van de landen van het Koninkrijk verschillend kan worden vastgesteld. Dit besluit treedt niet eerder in werking dan de bij(Stb. 618) gewijzigde, en. 2002 197 25-04-2002 15-04-2002 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003 Treedt in werking voor Nederland. Treedt op 1 mei 2006 in werking voor Aruba (Stb. 2006/202). Treedt op 1 oktober 2007 in werking voor de Nederlandse Antillen (Stb. 2007/310).
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit naturalisatietoets. 2002 197 25-04-2002 15-04-2002 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003 Treedt in werking voor Nederland. Treedt op 1 mei 2006 in werking voor Aruba (Stb. 2006/202). Treedt op 1 oktober 2007 in werking voor de Nederlandse Antillen (Stb. 2007/310).