Besluit van 27 september 2010, houdende een onderlinge regeling met betrekking tot de overname door de Staat der Nederlanden van door het land de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten aangegane geldleningen (Rijksbesluit overname geldleningen Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten)
- BWB-id
- BWBR0028560
- Type
- rijksKB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-10-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028560
- ELI
- /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-overname-geldleningen-nederlandse-antillen-cura
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-overname-geldleningen-nederlandse-antillen-cura/2010-10-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028560&g=2010-10-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028560&z=2026-06-06&g=2010-10-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028560/2010-10-10
Absolute ELI: /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-overname-geldleningen-nederlandse-antillen-cura
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. geldlening: obligatielening, schatkistpromesse of onderhandse lening; b. collectieve sector: artikel 23 van het Besluit tijdelijk financieel toezicht Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten het land de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk het eilandgebied Curaçao of Sint Maarten, tezamen met de ingevolgeals behorend tot de collectieve sector van het land, onderscheidenlijk eilandgebied, aangewezen rechtspersonen. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De door het land de Nederlandse Antillen, het eilandgebied Curaçao of het eilandgebied Sint Maarten aangegane geldleningen en de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen gaan, voor zover die leningen op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog niet of niet volledig zijn afgelost, met ingang van dat tijdstip over op de Staat der Nederlanden, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Na de overgang van de inbedoelde geldleningen blijft op die leningen het recht van de Nederlandse Antillen, zoals dat onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit luidde, van toepassing. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 63 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie artikel 2 Behoudens de gevallen, bedoeld in, is het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao bevoegd tot kennisneming van geschillen ter zake van de inbedoelde geldleningen, voor zover het betreft geldleningen die zijn aangegaan door het land de Nederlandse Antillen of het eilandgebied Curaçao, en is het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten bevoegd tot kennisneming van geschillen, voor zover het betreft geldleningen die zijn aangegaan door het eilandgebied Sint Maarten. 2 artikel 2 Indien ten tijde van de inwerkingtreding van dit besluit het land de Nederlandse Antillen, het eilandgebied Curaçao of het eilandgebied Sint Maarten als partij betrokken is bij een geschil of rechtsgeding ter zake van een inbedoelde geldlening, treedt na de inwerkingtreding van dit besluit de Staat der Nederlanden als partij in de plaats van het land de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk het eilandgebied Curaçao of het eilandgebied Sint Maarten. 3 Ten aanzien van rechtsgedingen als bedoeld in het tweede lid, is de elfde afdeling van de tweede titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen, zoals die afdeling onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit luidde, van overeenkomstige toepassing. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 In verband met de overgang van de inbedoelde geldleningen op de Staat der Nederlanden, verkrijgt de Staat der Nederlanden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit: a. met betrekking tot de geldleningen, aangegaan door het land de Nederlandse Antillen: 1°. een vordering op het land Curaçao, gelijk aan 74,3 procent van het bedrag van de na sanering resterende schuldenlast; 2°. een vordering op het land Sint Maarten, gelijk aan 17,7 procent van het bedrag van de na sanering resterende schuldenlast; b. met betrekking tot de geldleningen, aangegaan door het eilandgebied Curaçao of het eilandgebied Sint Maarten: een vordering op het land Curaçao, onderscheidenlijk het land Sint Maarten, gelijk aan het bedrag van de na sanering resterende schuldenlast. 2 artikel 8 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vorderingen wordt vermenigvuldigd met de op grond vanvastgestelde correctiefactor. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 De inbedoelde vorderingen luiden in Nederlands-Antilliaanse guldens. 2 artikel 2 Voor zover de geldleningen die ingevolgeop de Staat der Nederlanden overgaan, in euro luiden, wordt van die leningen de tegenwaarde in Nederlands-Antilliaanse guldens bepaald, overeenkomstig de op 31 december 2005 geldende wisselkoers van EUR 1 = NAf. 2,1011. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, eerste lid artikel 2 De na sanering resterende schuldenlast, bedoeld in, is het bedrag waarmee de totale nominale waarde van de door de desbetreffende entiteit aangegane geldleningen die ingevolgeovergaan op de Staat der Nederlanden, het bedrag waarvoor de Staat der Nederlanden de sanering van de door de collectieve sector van die entiteit aangegane geldleningen op zich neemt, te boven gaat. 2 Het in het eerste lid bedoelde bedrag waarvoor de Staat der Nederlanden de sanering van de door de collectieve sector van de desbetreffende entiteit aangegane geldleningen op zich neemt, bedraagt: a. voor het land de Nederlandse Antillen: NAf. 1.539.348.403; b. voor het eilandgebied Curaçao: NAf. 1.894.555.638; c. voor het eilandgebied Sint Maarten: nihil. 3 Alvorens de in het eerste lid bedoelde na sanering resterende schuldenlast te berekenen worden op de bedragen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, de reeds voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit door de Staat der Nederlanden betaalde aflossingen van geldleningen, aangegaan door de collectieve sector van de desbetreffende entiteit, in mindering gebracht. 4 Het derde lid geldt niet voor aflossingen van in geldleningen omgezette betalingsachterstanden. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 5, tweede lid artikel 2 De correctiefactor, bedoeld in, is gelijk aan het volgende quotiënt: de contante waarde van alle door de betrokken entiteit in Nederlands-Antilliaanse guldens aangegane geldleningen die ingevolgeovergaan op de Staat der Nederlanden, gedeeld door de nominale waarde van die leningen. 2 De contante waarde van de in het eerste lid bedoelde geldleningen is de som van alle uit die leningen voortvloeiende, per kalenderjaar contant gemaakte rente- en aflossingsverplichtingen. Als discontovoet worden de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geldende renten, behorende bij in euro uitgegeven Nederlandse staatsleningen met vergelijkbare resterende looptijden, genomen. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 5 artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Over het ingevolgedoor het land Curaçao, onderscheidenlijk het land Sint Maarten, verschuldigde bedrag is met ingang van de tweede werkdag na de dag waarop dit besluit in werking treedt, rente verschuldigd, gelijk aan de wettelijk rente, bedoeld invan Nederland. 2 artikel 5 Betaling van de ingevolgeverschuldigde bedragen, vermeerderd met de in voorkomend geval op grond van het eerste lid verschuldigde rente, geschiedt uiterlijk op de vijftiende werkdag na de dag waarop dit besluit in werking treedt, tenzij de landen Nederland en Curaçao, onderscheidenlijk Nederland en Sint Maarten, in onderling overleg anders overeenkomen. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 2 artikel 5 Indien op of na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit de Nederlands-Antilliaanse gulden als munteenheid van Curaçao wordt vervangen door een andere munteenheid, komen de inbedoelde geldleningen, voor zover het geldleningen betreft die zijn aangegaan door het land de Nederlandse Antillen of het eilandgebied Curaçao, en de inbedoelde vorderingen op het land Curaçao, voor zover die vorderingen nog niet zijn betaald, te luiden in de nieuwe munteenheid van Curaçao. 2 artikel 2 artikel 5 Indien op of na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit de Nederlands-Antilliaanse gulden als munteenheid van Sint Maarten wordt vervangen door een andere munteenheid, komen de inbedoelde geldleningen, voor zover het geldleningen betreft die zijn aangegaan door het eilandgebied Sint Maarten, en de inbedoelde vorderingen op het land Sint Maarten, voor zover die vorderingen nog niet zijn betaald, te luiden in de nieuwe munteenheid van Sint Maarten. 3 Indien voor de toepassing van het eerste of tweede lid een omrekening van bedragen in Nederlands-Antilliaanse guldens naar bedragen in de nieuwe munteenheid nodig is, geschiedt die omrekening overeenkomstig de voor een ieder geldende omrekenregels die met het oog op de invoering van de nieuwe munteenheid door de wetgever van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, zijn vastgesteld. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel I, derde lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waaropin werking treedt. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit wordt aangehaald als: Rijksbesluit overname geldleningen Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten. 2010 354 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.