Besluit van 21 september 2010, houdende regels met betrekking tot de opvolging onder algemene titel in de rechten en verplichtingen van het land de Nederlandse Antillen naar burgerlijk recht (Rijksbesluit rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen)
- BWB-id
- BWBR0028594
- Type
- rijksKB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-10-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028594
- ELI
- /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-rechtsopvolging-burgerlijke-rechten-en-verplich
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-rechtsopvolging-burgerlijke-rechten-en-verplich/2010-10-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028594&g=2010-10-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028594&z=2026-06-06&g=2010-10-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028594/2010-10-10
Absolute ELI: /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-rechtsopvolging-burgerlijke-rechten-en-verplich
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: land: Curaçao, Sint Maarten of, met betrekking tot Bonaire, Sint Eustatius en Saba, Nederland, dan wel de met die landen corresponderende rechtspersonen land Curaçao, land Sint Maarten of Staat der Nederlanden; land Nederlandse Antillen: de rechtspersoon land Nederlandse Antillen; tijdstip van transitie: artikel 11, eerste lid het tijdstip, genoemd in; verkrijgende land: het land waarop een recht of verplichting naar burgerlijk recht overgaat. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 3 tot en met 6 Overeenkomstig degaan op het tijdstip van transitie alle rechten en verplichtingen van het land Nederlandse Antillen naar burgerlijk recht over op de landen, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd. 2 artikelen 3 tot en met 5 artikel 6 Dezijn niet van toepassing op aandelen en deelnemingen als bedoeld inen de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De eigendom van aan het land Nederlandse Antillen toebehorende zaken gaat over op: a. indien het onroerende zaken betreft: het land waar de zaak is gelegen; b. indien het roerende zaken betreft: het land waar de zaak zich op het tijdstip van transitie bevindt. 2 Indien een aan het land Nederlandse Antillen toebehorende zaak buiten het grondgebied van de Nederlandse Antillen is gelegen of zich op het tijdstip van transitie buiten dat grondgebied bevindt, gaat de eigendom van de zaak over op het land Curaçao. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op aan het land Nederlandse Antillen toebehorende beperkte rechten waaraan zaken zijn onderworpen. 4 Tezamen met de eigendom van een zaak of het beperkte recht waaraan een zaak is onderworpen, gaan op het verkrijgende land alle met betrekking tot die zaak of dat beperkte recht op het land Nederlandse Antillen rustende rechten en verplichtingen over. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Rechten en verplichtingen van het land Nederlandse Antillen, voortvloeiend uit een door of namens dat land gesloten overeenkomst, gaan over op: a. indien is overeengekomen dat de kenmerkende prestatie in een bepaald land moet worden geleverd: het land waar die prestatie moet worden geleverd; b. indien uit de overeenkomst anderszins voortvloeit dat de kenmerkende prestatie naar haar aard uitsluitend in of door een bepaald land kan worden geleverd: het land waarin of waardoor die prestatie uitsluitend kan worden geleverd; c. in alle overige gevallen: het land Curaçao. 2 artikel 3 Het eerste lid is niet van toepassing op rechten en verplichtingen als bedoeld in. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Overige rechten en verplichtingen van het land Nederlandse Antillen naar burgerlijk recht gaan over op het land Curacao, tenzij uit de aard van het recht of de verplichting voortvloeit dat het recht uitsluitend kan worden uitgeoefend, dan wel de verplichting uitsluitend kan worden nagekomen, in of door een ander land. Alsdan gaat het recht of de verplichting over op dat andere land. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 bijlage De aan het land Nederlandse Antillen toebehorende aandelen in de naamloze vennootschappen, genoemd in debij dit besluit, gaan over op de in die bijlage genoemde rechtsopvolger of rechtsopvolgers. 2 Tezamen met de in het eerste lid bedoelde aandelen gaan op het verkrijgende land over alle met betrekking tot die aandelen op het land Nederlandse Antillen rustende rechten en verplichtingen naar burgerlijk recht. 3 Voor de toepassing van het eerste lid worden met aandelen gelijkgesteld certificaten van aandelen, alsmede opties ter verwerving van aandelen of certificaten van aandelen. 4 De uit de deelneming van het land Nederlandse Antillen in de commanditaire vennootschap Antilliaanse Luchtvaartmaatschappij CV voortvloeiende rechten en verplichtingen gaan over op het land Curaçao. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikelen 3 tot en met 5 artikel 6 Op de in debedoelde rechten en verplichtingen is, tenzij door partijen anders is overeengekomen of uit internationaal privaatrecht anders voortvloeit, na het tijdstip van transitie het recht van het verkrijgende land van toepassing. Op de inbedoelde rechten en verplichtingen is het recht van toepassing van het land van de statutaire zetel van de desbetreffende vennootschap. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt, indien het rechten en verplichtingen betreft die overgaan op de Staat der Nederlanden, onder recht van het verkrijgende land verstaan: het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende recht. Indien een vennootschap haar statutaire zetel heeft in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt onder het recht van het land van de statutaire zetel verstaan: het recht van genoemde openbare lichamen. 3 Indien op het tijdstip van transitie het land Nederlandse Antillen als partij betrokken is bij een geschil of rechtsgeding ter zake van rechten of verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, treedt met ingang van het tijdstip van transitie het verkrijgende land in de plaats van het land Nederlandse Antillen. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Alle rechten en verplichtingen naar burgerlijk recht van de in het tweede lid genoemde, bij landsverordening van de Nederlandse Antillen ingestelde, rechtspersonen gaan op het tijdstip van transitie over op de door Curaçao in te stellen of aan te wijzen rechtsopvolgers van de desbetreffende rechtspersonen, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd. 2 De in het eerste lid bedoelde rechtspersonen zijn: a. de Postspaarbank; b. de Universiteit van de Nederlandse Antillen; c. het Bureau Telecommunicatie en Post; d. het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen e. het werkliedenpensioenfonds. 3 Voor zover op het tijdstip van transitie nog geen rechtsopvolgers zijn aangewezen voor een of meer van de in het tweede lid genoemde rechtspersonen gaan alle rechten en verplichtingen naar burgerlijk recht van de desbetreffende rechtspersonen op het tijdstip van transitie over op het land Curaçao. 4 Alle rechten en verplichtingen naar burgerlijk recht van de Bank van de Nederlandse Antillen gaan op het tijdstip van transitie over op de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt gevorderd. 5 Artikel 7, eerste en tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 6 Indien op het tijdstip van transitie een in het tweede of vierde lid genoemde rechtspersoon als partij betrokken is bij een geschil of rechtsgeding ter zake van rechten of verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, treedt met ingang van het tijdstip van transitie de rechtsopvolger van die rechtspersoon in zijn plaats. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De landen Curaçao en Sint Maarten en de Staat der Nederlanden hebben elk recht op een aandeel in het vermogen van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen, naar de waarde van dat vermogen op de dag voorafgaand aan het tijdstip van transitie. De vaststelling van de omvang en de verdeling van dat vermogen geschieden overeenkomstig de daartoe in de Onderlinge regeling opvolging en boedelscheiding Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen en opvolging van enkele andere aanverwante regelingen vastgelegde afspraken. 2 Het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen en, vanaf het tijdstip van transitie, zijn rechtsopvolger reserveren, bij wijze van voorschot op de in het eerste lid bedoelde verdeling, een bedrag van ANG 291.594.000 ten behoeve van het Pensioenfonds Sint Maarten. Het gereserveerde bedrag wordt op daartoe strekkend verzoek uitbetaald aan het land Sint Maarten. 3 artikel 11, tweede lid Het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen betaalt zo spoedig mogelijk na het tijdstip, bedoeld in, doch uiterlijk op de dag voorafgaand aan het tijdstip van transitie, de Staat der Nederlanden ten behoeve van het Pensioenfonds BES een bedrag van ANG 241.607.000 als voorschot op de in het eerste lid bedoelde verdeling. 4 Na betaling van het in het derde lid bedoelde bedrag heeft het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen een vordering van gelijke omvang op de Staat der Nederlanden. Bedoelde vordering vervalt op het tijdstip van transitie. 5 De in het tweede lid bedoelde verplichtingen rusten, indien voor het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen geen rechtsopvolger is aangewezen, vanaf het tijdstip van transitie op het land Curaçao. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 02-10-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 2 van het Rijksbesluit overname geldleningen Nederlandse Antillen, Curacao en Sint Maarten Dit besluit is niet van toepassing op geldleningen als bedoeld in. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel I, derde lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waaropin werking treedt. 2 artikel 9 In afwijking van het eerste lid treedtin werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit wordt aangehaald als: Rijksbesluit rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen. 2010 355 01-10-2010 21-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, derde lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 6#
artikel 6