Besluit van 27 september 2010, houdende regeling van de materiële rechtspositie van de Gouverneur van Curaçao en de Gouverneur van Sint Maarten (Rijksbesluit rechtspositie Gouverneur van Curaçao en Gouverneur van Sint Maarten)
- BWB-id
- BWBR0028603
- Type
- rijksKB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028603
- ELI
- /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-rechtspositie-gouverneurs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-rechtspositie-gouverneurs/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028603&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028603&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028603/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkskb/2010/rijksbesluit-rechtspositie-gouverneurs
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. Reglement: Reglement voor de Gouverneur van Aruba Reglement voor de Gouverneur van Curaçao Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten ,of; c. Gouverneur: Gouverneur van Aruba, Gouverneur van Curaçao of Gouverneur van Sint Maarten; d. waarnemend Gouverneur: waarnemend Gouverneur van Aruba, waarnemend Gouverneur van Curaçao of waarnemend Gouverneur van Sint Maarten; e. kinderen: tot het gezin van de Gouverneur behorende eigen kinderen, stief- en pleegkinderen, die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn. 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 01-11-2011
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a De Gouverneur is niet tevens waarnemend Gouverneur van een ander land binnen het Koninkrijk. 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 01-11-2011
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De bezoldiging van de Gouverneur van Aruba bedraagt Afl. 30.841,28 Arubaanse courant per maand. 2 De bezoldiging van de Gouverneur van Curaçao onderscheidenlijk die van Sint Maarten bedraagt NAF. 30.841,28 Nederlands-Antilliaans courant per maand. 3 Het genot van de bezoldiging vangt aan met de datum van ingang van de benoeming en eindigt met de dag van overlijden of die, voorafgaand aan de datum van ingang van het ontslag van de Gouverneur. 4 Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk van Nederland wijziging ondergaat, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. 5 Indien aan het personeel in de sector Rijk van Nederland een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangt de Gouverneur een uitkering op gelijke voet. 2024 17611 05-06-2024 03-06-2024 2024-0000313310 2024 17611 05-06-2024 03-06-2024 2024-0000313310 01-07-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Uit hoofde van de ambtsaanvaarding wordt aan de Gouverneur een verhuiskostenvergoeding toegekend, bestaande uit: a. een bedrag voor de kosten verbonden aan het vervoer van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, welk bedrag zo nodig wordt vermeerderd met een bedrag voor reis- en verblijfkosten, welke de betrokkene en eventueel een of meer van diens gezinsleden vooraf hebben gemaakt ter bezichtiging van woonruimte; b. een bedrag voor de kosten van vervoer van de bagage en van de inboedel van de betrokkene naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken, en – indien het een verhuizing naar Aruba, Curaçao of Sint Maarten betreft – de verschuldigde invoerrechten; c. een bedrag van tien procent van de jaarlijkse bezoldiging voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten. 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 01-11-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Voor de vervulling van het ambt heeft de Gouverneur de beschikking over een gouverneurshuis en de daarin van rijkswege aangebrachte inboedel. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De Gouverneur van Aruba ontvangt een vergoeding voor aan de uitoefening van zijn ambt verbonden kosten van Afl. 2428,63 Arubaanse courant per maand. 2 De Gouverneur van Curaçao onderscheidenlijk die van Sint Maarten ontvangt een vergoeding voor aan de uitoefening van zijn ambt verbonden kosten van NAF. 2428,63 Nederlands-Antilliaans courant per maand. 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 01-11-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 In het geval van buitenlandse dienstreizen worden de noodzakelijke faciliteiten ter beschikking gesteld ten behoeve van vervoer en verblijf voor de Gouverneur. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Gouverneur heeft aanspraak op: a. een jaarlijks vakantieverlof van 25 dagen, welk verlof binnen de ambtstermijn cumulatief tot een maximum van 75 dagen kan worden genoten; b. een jaarlijkse vakantie-uitkering van 8% van de bezoldiging; c. een eindejaarsuitkering van 8,3% van de bezoldiging. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Gouverneur van Aruba heeft aanspraak op vergoeding van de werknemerspremie van de Algemene Ziektekosten Verzekering voor zichzelf, de echtgenote of echtgenoot en de kinderen. 2 De Gouverneur van Curaçao onderscheidenlijk die van Sint Maarten heeft aanspraak op een vergoeding van de helft van de premiekosten van de ziektekostenverzekering die hij sluit ten behoeve van zichzelf, zijn echtgenote of echtgenoot en zijn kinderen. 3 artikel 3, tweede, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet Voor de toepassing van dit artikel wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede degene met wie de Gouverneur ongehuwd samenleeft en een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in. 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 01-11-2011
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Uit hoofde van de ambtsbeëindiging worden aan de eervol ontslagen Gouverneur toegekend: a. artikel 3, onderdeel a een bedrag overeenkomstig; b. artikel 3, onderdeel b een bedrag overeenkomstig; en c. een bedrag van zes procent van de jaarlijkse bezoldiging. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 In geval van overlijden van de Gouverneur worden aan de weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, uitgekeerd: a. artikel 2 een bedrag gelijk aan de bezoldiging, bedoeld in, over een tijdvak van drie maanden; b. artikel 3, onderdelen a en b een bedrag wegens verhuis- en reiskosten overeenkomstig; en c. onderdeel c van artikel 9 een bedrag gelijk aan de tegemoetkoming, bedoeld in. 2 artikel 3, tweede, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden Gouverneur ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in. 3 Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar geschieden de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de kinderen. 4 Indien de overleden Gouverneur geen betrekkingen nalaat als genoemd in het derde lid, dan geschiedt de uitkering van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onder a, indien de overledene kostwinner was, aan: a. diens ouders; b. artikel 1, eerste lid, onder e andere kinderen dan bedoeld in, mits zij de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn; of c. broers en zussen. 5 Indien de overleden Gouverneur geen betrekkingen als bedoeld in de vorige leden nalaat, kan het bedrag, bedoeld in onderdeel a van het eerste lid, door Onze Minister geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 2 De waarnemend Gouverneur die krachtens de artikelen 12 en 13 van het Reglement als zodanig optreedt, geniet gedurende de waarnemingsperiode een beloning van twintig procent van de maandelijkse bezoldiging, bedoeld in. 2 artikel 2 Bij aantoonbare inkomstenderving als gevolg van de waarneming kan het bedrag van de beloning door Onze Minister worden verhoogd, echter tot maximaal een bedrag naar rato van de maandelijkse bezoldiging, bedoeld in. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De waarnemend Gouverneur heeft gedurende de uitoefening van het ambt aanspraak op: a. artikel 5 vergoeding van de representatiekosten overeenkomstig; b. artikel 6 vergoeding van reis- en verblijfkosten voor dienstreizen overeenkomstig. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 2, vierde lid 5 Onverminderd, kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 2, eerste en tweede lid, en, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, worden gewijzigd. 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 01-11-2011
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Positiebesluit Gouverneur van de Nederlandse Antillen Hetwordt ingetrokken. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Indien de eerste Gouverneur na de inwerkingtreding van dit besluit de laatste Gouverneur van de Nederlandse Antillen was, blijft het Positiebesluit Gouverneur van de Nederlandse Antillen op hem van toepassing. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waaropin werking treedt. 2010 357 01-10-2010 27-09-2010 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit besluit wordt aangehaald als: Rijksbesluit rechtspositie Gouverneurs. 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 2011 402 06-09-2011 23-08-2011 01-11-2011