Wet van 4 april 1892, houdende instelling van de Orde van Oranje-Nassau
- BWB-id
- BWBR0001859
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1997-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0001859
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/1892/wet-instelling-van-de-orde-van-oranje-nassau
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/1892/wet-instelling-van-de-orde-van-oranje-nassau/1997-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0001859&g=1997-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0001859&z=2026-06-06&g=1997-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0001859/1997-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/1892/wet-instelling-van-de-orde-van-oranje-nassau
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er wordt een Orde ingesteld, strekkende tot vererende onderscheiding van Onze onderdanen of vreemdelingen, die zich jegens Ons en de staat of jegens de maatschappij op bijzondere wijze hebben verdienstelijk gemaakt. 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze Orde draagt de naam van "de Orde van Oranje-Nassau". 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het Grootmeesterschap van deze Orde is onafscheidelijk aan de Kroon der Nederlanden verbonden. 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze Orde bestaat uit zes graden. 1994 350 15-04-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Alle benoemingen in deze Orde geschieden bij koninklijk besluit. 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Ridders van de eerste graad van deze Orde dragen de naam van Ridder Grootkruis. De Ridders van de tweede graad van deze Orde dragen de naam van Grootofficier. De Ridders van de derde graad van deze Orde dragen de naam van Commandeur. De Ridders van de vierde graad van deze Orde dragen de naam van Officier. De Ridders van de vijfde graad van deze Orde dragen de naam van Ridder. De Ridders van de zesde graad van deze Orde dragen de naam van Lid. 1996 520 29-10-1996 10-10-1996 24579 1996 520 29-10-1996 10-10-1996 24579 01-01-1997
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het versiersel dezer Orde bestaat in een kruis met acht geparelde punten en een doorlopende laurierkrans tussen de armen en gedekt met een koninklijke kroon, alles van goud voor de eerste vier graden en van zilver voor de vijfde graad; de armen van het kruis zijn wit geëmailleerd met blauw geëmailleerd hart; in het midden van het kruis bevindt zich een blauw geëmailleerd rond schild, omgeven door een wit geëmailleerde rand, beide met goud omlijst, aan de ene zijde op het ronde schild de Leeuw, zoals hij in het wapen van het Rijk voorkomt, en op de rand in gouden letters de woorden "Je maintiendrai", en aan de tegenzijde op het ronde schild een met een gouden koninklijke kroon gedekte gouden W en op de rand in gouden letters de woorden "God zij met ons". 2 Voor militairen worden, instede van den laurierkrans, aan het versiersel aangebracht twee zilveren zwaarden met gouden gevest, schuin gekruist achter het ronde schild. 3 Het lint is oranje tussen twee strepen van Nassaus blauw, de kleuren gescheiden door een smalle witte streep. 1994 350 15-04-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1994 350 15-04-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1994 350 15-04-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Tot goedmaking der onkosten der Orde wordt jaarlijks een som op de staatsbegroting gebracht. 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Degene aan wie een onderscheiding in deze Orde is verleend, is indien hij ingevolge rechterlijke veroordeling rechtens van zijn vrijheid is beroofd, onbevoegd de tekenen van deze onderscheiding te dragen. 2 Een onderscheiding in deze Orde vervalt, indien degene aan wie de onderscheiding is verleend, onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar. 1994 350 15-04-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De Kanselier van de Orde van de Nederlandse Leeuw is tevens Kanselier dezer Orde. 1994 351 25-05-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Bij algemene maatregel van bestuur wordt een reglement op deze Orde vastgesteld, waarin nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen van een onderscheiding in deze Orde en de bij de onderscheiding behorende tekenen. 2 Staatsblad Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van hetwaarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 1994 350 15-04-1994 20668 1996 89 15-02-1996 05-02-1996 26-04-1996