Rijkswet van 14 juni 1990, houdende nieuwe regels inzake de militaire strafrechtspraak
- BWB-id
- BWBR0004789
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004789
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/1991/wet-militaire-strafrechtspraak
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/1991/wet-militaire-strafrechtspraak/2020-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004789&g=2020-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004789&z=2026-06-06&g=2020-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004789/2020-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/1991/wet-militaire-strafrechtspraak
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Wetboek van Militair Strafrecht Artikel 61 van het Wetboek van Militair Strafrecht De zowel in deze rijkswet als in hetvoorkomende uitdrukkingen hebben in beide dezelfde betekenis met dien verstande dat in deze rijkswet onder militairen niet worden begrepen militairen die Gouverneur, minister, staatssecretaris, lid van de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten of lid van de Staten-Generaal zijn.is van toepassing. 2 In deze rijkswet wordt verstaan onder: a. Wetboek van Strafvordering: Wetboek van Strafvordering hetvan het Europese deel van Nederland; b. Wetboek van Strafrecht: Wetboek van Strafrecht hetvan het Europese deel van Nederland; c. Gemeenschappelijk Hof van Justitie: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; d. Gerechten in eerste aanleg: het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten en het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; e. Militaire kamers: artikelen 49 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie de kamers, bedoeld in deen. 3 Wetboek van Strafvordering Hetis van toepassing, tenzij daarvan in deze rijkswet wordt afgeweken. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 10 17 Onverminderd deenen behoudens de uitzonderingen bij de wet gemaakt, berust de bevoegdheid tot kennisneming in eerste aanleg van strafbare feiten, begaan door militairen en door hen die ten aanzien van zodanige feiten bij of krachtens de wet met Nederlandse militairen zijn gelijkgesteld, bij de rechtbank Gelderland. 2 artikel 382 van het Wetboek van Strafvordering Zaken betreffende strafbare feiten als bedoeld inworden behandeld en beslist door de militaire kantonrechter van de rechtbank Gelderland. De overige zaken worden behandeld en beslist door de militaire kamers van de rechtbank Gelderland. 3 In tijd van oorlog is het tweede lid niet van toepassing en nemen de militaire kamers van de rechtbank Gelderland, onverminderd het eerste lid, in eerste aanleg kennis van: 1°. strafbare feiten begaan door militairen, door hen die ten aanzien van zodanige feiten bij of krachtens de wet met Nederlandse militairen zijn gelijkgesteld en door hen die binnen de Nederlandse krijgsmacht een bij koninklijk besluit aan te wijzen vitale functie vervullen; 2°. strafbare feiten begaan door hen die buiten het grondgebied van het Koninkrijk deel uitmaken van de Nederlandse krijgsmacht; 3°. Trb. strafbare feiten begaan door personen als bedoeld onder 4 van onderdeel A van artikel 4 van het Verdrag van Genève, betreffende de behandeling van krijgsgevangenen van 12 augustus 1949 (1951, nr. 74) voor zover die personen de Nederlandse krijgsmacht volgen buiten het grondgebied van het Koninkrijk; 4°. strafbare feiten door wie ook begaan in door de Nederlandse krijgsmacht bezet gebied, voorzover kennisneming daarvan in overeenstemming is met de regels door het volkenrecht erkend. 4 Wet op de economische delicten artikel 38, tweede volzin, van de Wet op de economische delicten De rechtsmacht van de rechtbank Gelderland strekt zich eveneens uit over de strafbare feiten, omschreven in de. In afwijking vanworden deze zaken behandeld en beslist door de militaire kamers van de rechtbank Gelderland. 5 Artikel 45, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van toepassing. 6 Onder oorlog als bedoeld in het derde lid wordt mede verstaan: een gewapend conflict dat niet als oorlog kan worden aangemerkt en waarbij het Koninkrijk is betrokken, hetzij ter individuele of collectieve zelfverdediging, hetzij tot herstel van internationale vrede en veiligheid. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Het rechtsgebied van de rechtbank Gelderland is met betrekking tot de inomschreven rechtsmacht onbegrensd, doch strekt zich niet uit over het rechtsgebied van enig ander bij of krachtens deze rijkswet aangewezen gerecht, tot de uitoefening van de in artikel 2 omschreven rechtsmacht bevoegd. 2 De militaire kamers van de rechtbank Gelderland kunnen zitting houden buiten de zittingsplaatsen van de rechtbank. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 De ingevolge de voorgaande artikelen toegekende bevoegdheden lijden uitzondering in het geval van deelneming aan strafbare feiten van iemand die niet valt onder de rechtsmacht, inomschreven. 2 In dat geval vindt vervolging bij voorkeur plaats voor de rechter in Nederland, tot kennisneming van door de deelnemer begane feiten bevoegd. 3 Vervolging vindt in elk geval steeds plaats bij de militaire kamers van de rechtbank Gelderland, indien: a. Wetboek van Militair Strafrecht artikel 6 van het Wetboek van Strafvordering het betreft een feit strafbaar gesteld in het, in welk gevalniet van toepassing is; b. ten aanzien van de deelnemers geen vervolging wordt ingesteld, van verdere vervolging wordt afgezien of berechting door de kinderrechter plaatsvindt. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 55, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De militaire leden, bedoeld inworden op voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, bij koninklijk besluit benoemd. 2 artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Om te kunnen worden benoemd tot militair lid, moet men militair zijn en voldoen aan de bij of krachtensgestelde beroepsvereisten en niet behoren tot de Koninklijke marechaussee. 3 De militaire leden worden voor de tijd van vier jaren benoemd. Zij zijn bij hun aftreden tweemaal herbenoembaar. Het militaire lid wordt op eigen verzoek bij koninklijk besluit ontslagen. Indien het militair lid niet meer voldoet aan een van de eisen, genoemd in het tweede lid, heeft dit van rechtswege ontslag als militair lid tot gevolg. 4 artikelen 4 5g 46c tot en met 46g 46i 46j 46l 46m 46o 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Op de militaire leden zijn de,,,met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c,,,,envan overeenkomstige toepassing. 5 De militaire leden genieten vergoeding voor reis- en verblijfkosten volgens bij algemene maatregel van Rijksbestuur te stellen regelen. 6 Alles wat de wijze van eedsaflegging, het kostuum van de militaire leden alsmede de werkwijze van de militaire kamers aangaat, wordt geregeld bij algemene maatregel van Rijksbestuur. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is bevoegd tot het oordeel in hoger beroep over de daarvoor vatbare vonnissen van de militaire kamers van de rechtbank Gelderland. 2 De militaire kamer van het gerechtshof kan zitting houden buiten de zittingsplaatsen van het gerechtshof. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 68, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie De militaire leden, bedoeld inworden op voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie bij koninklijk besluit benoemd. 2 artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Tot militair lid wordt slechts benoemd een militair die voldoet aan de bij of krachtensgestelde beroepsvereisten, die ten minste de rang van kapitein ter zee of kolonel bekleedt en die niet behoort tot de Koninklijke marechaussee. 3 Aan militairen met de rang van kapitein ter zee of kolonel wordt als militair lid de titulaire rang van commandeur, brigade-generaal of commodore toegekend. 4 Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Bij koninklijk besluit kunnen op voordracht van Onze Ministers van Justitie en Veiligheid en van Defensie, in het gebied waarvoor een uitzonderingstoestand is afgekondigd, of voor de berechting buiten het Koninkrijk een of meer mobiele rechtbanken worden ingesteld. 2 Bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat een daarbij aan te wijzen militaire autoriteit in het gebied waarvoor een uitzonderingstoestand is afgekondigd, een of meer mobiele rechtbanken kan instellen. 3 Artikel 2 , met uitzondering van het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een mobiele rechtbank. 4 Indien meer dan een mobiele rechtbank worden ingesteld wordt bij het ingevolge het eerste of tweede lid genomen koninklijk besluit hun onderlinge betrekkelijke bevoegdheid geregeld. De militaire kamers van de rechtbank Gelderland nemen bij voorkeur geen kennis van een feit waarvan ook een mobiele rechtbank kan kennis nemen. 5 Zodra de omstandigheden die tot de instelling van een mobiele rechtbank hebben geleid, hebben opgehouden te bestaan, of zoveel eerder als dienstig wordt geoordeeld, wordt die mobiele rechtbank bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Ministers van Justitie en Veiligheid en van Defensie opgeheven. In het koninklijk besluit wordt tevens de afdoening van de nog bij die rechtbank aanhangige zaken geregeld. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie Een mobiele rechtbank houdt zitting en beslist met drie leden, van wie twee, onder wie de voorzitter, rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast als bedoeld inzijn en één militair lid is. 2 Indien een of twee rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, bedoeld in het eerste lid, niet beschikbaar zijn, wordt hun plaats ingenomen door militaire leden. Ingeval slechts één rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast aanwezig is, fungeert deze als voorzitter. Indien geen rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, aanwezig is, wordt de rechtbank voorgezeten door het militaire lid dat het oudste is in benoeming als militair lid. 3 artikel 6, tweede, vierde, vijfde en zesde lid artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikelen 7, derde lid 12 13 van de Wet op de rechterlijke organisatie Op de militaire leden, bedoeld in het eerste en tweede lid, is, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat aan de bij of krachtensgestelde beroepsvereisten bij voorkeur dient te worden voldaan. Tevens zijn de,envan overeenkomstige toepassing. 4 artikel 10, tweede lid Indien een mobiele rechtbank is ingesteld, worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, de voorzitter en zoveel leden als dienstig wordt geoordeeld, benoemd. Ingeval de in, bedoelde militaire autoriteit de rechtbank heeft ingesteld, benoemt hij de voorzitter en zoveel leden als hij dienstig oordeelt. Hij voert inzake die benoemingen zo mogelijk overleg met de genoemde ministers en de voorzitter van de mobiele rechtbank. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Zodra een mobiele rechtbank feitelijk optreedt, kunnen zaken die bij de militaire kamers van de rechtbank Gelderland aanhangig zijn en tot de bevoegdheid van die mobiele rechtbank behoren, aan deze worden overgedragen in de stand, waarin zij zich op dat ogenblik bevinden. 2 Overdracht van een zaak die bij een mobiele rechtbank aanhangig is, naar een andere mobiele rechtbank of naar de militaire kamers van de rechtbank Gelderland kan plaatsvinden in de stand, waarin zij zich op dat ogenblik bevindt. 3 Uitvoering van dit artikel geschiedt door het openbaar ministerie. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikelen 2, derde lid 5 5f van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 136, vijfde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 11, vierde lid Bij een mobiele rechtbank zijn met de handhaving van de wetten, met de vervolging van strafbare feiten en het doen uitvoeren van de vonnissen belast leden van het openbaar ministerie. De,, enenzijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de benoeming geschiedt op de wijze in, voorzien. 2 Bij afwezigheid van leden van het openbaar ministerie kunnen met de waarneming van de taak van het openbaar ministerie militairen worden belast. Het daartoe strekkend besluit wordt bij koninklijk besluit genomen op voordracht van Onze Ministers van Justitie en Veiligheid en Defensie, of indien zodanig besluit niet kan worden afgewacht, door de voorzitter van de rechtbank. 3 artikel 6, vijfde en zesde lid artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 13 van de Wet op de rechterlijke organisatie Op de waarnemende militairen, bedoeld in het tweede lid, is, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat zij bij voorkeur dienen te voldoen aan de bij of krachtensgestelde beroepsvereisten. Tevens isvan overeenkomstige toepassing. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 11, vierde lid Bij een mobiele rechtbank worden op de wijze, in, voorzien, gerechtsambtenaren, rechterlijke ambtenaren in opleiding of gerechtsauditeurs benoemd die de werkzaamheden verrichten die bij of krachtens de wet aan de griffier zijn opgedragen. 2 Bij afwezigheid van de gerechtsambtenaren, rechterlijke ambtenaren in opleiding of gerechtsauditeurs kunnen met de waarneming van de griffierstaken militairen worden belast. Het daartoe strekkend besluit wordt bij koninklijk besluit genomen op voordracht van Onze Ministers van Justitie en Veiligheid en Defensie, of, indien zodanig besluit niet kan worden afgewacht, door de voorzitter van de mobiele rechtbank. 3 artikelen 6, vijfde en zesde lid van deze rijkswet 13 14, zevende lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 1 van het Besluit beëdiging en vergoeding buitengriffiers en waarnemend griffiers Op de waarnemende militairen, bedoeld in het tweede lid, zijn de, enenvan overeenkomstige toepassing. Tevens isvan overeenkomstige toepassing. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Indien de omstandigheden ter plaatse dit nodig maken, kan de voorzitter van de mobiele rechtbank een of meer enkelvoudige kamers instellen onder de benaming van mobiele politierechter. 2 Als mobiele politierechter fungeert een door de voorzitter van de mobiele rechtbank aan te wijzen lid van die rechtbank, welk lid bij voorkeur is een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op de vonnissen van de mobiele rechtbank. 2 Artikel 78, eerste, zesde en zevende lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de mobiele rechtbank. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 2 Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten en het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba oefenen de rechtsmacht omschreven inuit voorzover de verdachte zich bevindt binnen het bij koninklijk besluit vast te stellen bevelsgebied van de hoogste bevelvoerende militair in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2 Het Gerecht in eerste aanleg van het in het eerste lid genoemde land waar de verdachte zich bevindt, oefent de in het eerste lid omschreven rechtsmacht uit. 3 Bij de Gerechten in eerste aanleg zijn een meervoudige en een enkelvoudige kamer onder de benaming militaire kamers. Het lid van een enkelvoudige kamer draagt de titel van militaire politierechter. 4 De behandeling van de in het eerste lid bedoelde zaken geschiedt bij uitsluiting door een militaire kamer. 5 Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van zich binnen het in het eerste lid bedoelde bevelsgebied bevindende personen. 6 Artikel 55, tweede en derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat twee leden van een meervoudige kamer, onder wie de voorzitter, lid zijn van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en dat de functie van militaire politierechter wordt vervuld door een lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. 7 Artikel 10, tweede en derde lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie , is van overeenkomstige toepassing. 8 artikel 23 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie artikel 24, eerste lid, onder a en b, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie Artikel 6, derde lid De benoeming van een militair lid in de militaire kamer van het Gerecht in eerste aanleg geschiedt op de wijze zoals neergelegd in. Om te kunnen worden benoemd tot militair lid moet men militair zijn en niet behoren tot de Koninklijke marechaussee., is van overeenkomstige toepassing. Aan de vereisten omschreven indient bij voorkeur te worden voldaan. 9 artikelen 6 12, vierde lid 13, derde lid 27 tot en met 34 36 46 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie Op de militaire leden zijn de,,,,envan overeenkomstige toepassing, voor zover die artikelen niet afwijken van het in deze wet bepaalde. 10 Artikel 6, vijfde en zesde lid artikel 28 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie , is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de eedaflegging door de militaire leden geschiedt op de wijze zoals is vastgelegd in. 11 Overdracht van een zaak die in eerste aanleg bij een militaire kamer van de rechtbank Gelderland of bij een mobiele rechtbank aanhangig is met betrekking tot een persoon die zich bevindt binnen het in het eerste lid bedoelde bevelsgebied, dan wel overdracht van een zaak die bij een militaire kamer van een der in het eerste lid genoemde gerechten in eerste aanleg aanhangig is met betrekking tot een persoon die zich niet meer in het rechtsgebied van deze gerechten bevindt, naar de militaire kamer van de rechtbank Gelderland of naar een mobiele rechtbank, kan plaatsvinden in de stand waarin de zaak zich op dat ogenblik bevindt. Uitvoering van deze overdracht geschiedt door het openbaar ministerie. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie oordeelt in hoger beroep over de daarvoor vatbare vonnissen van de gerechten in eerste aanleg. 2 Bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is een meervoudige kamer onder de benaming van militaire kamer. 3 artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering artikel 17, eerste lid De behandeling van de in het eerste lid bedoelde zaken geschiedt bij uitsluiting door een militaire kamer. Deze kamer oordeelt over het beklag bedoeld in, indien de persoon wiens vervolging wordt verlangd zich bevindt in binnen het in, bedoelde bevelsgebied. 4 Artikel 68, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 23 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie artikel 24 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie artikelen 8, tweede lid 9, eerste en tweede lid , en de, en, van deze rijkswet zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de benoeming geschiedt overeenkomstig, aan de eisen vanzoveel mogelijk wordt voldaan en de militair tenminste een hoofdofficiersrang bekleedt. 5 Artikel 6, derde, vijfde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 6 Artikel 17, negende lid , is van overeenkomstige toepassing. 7 artikel 17, eerste lid Overdracht van een zaak die bij de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aanhangig is met betrekking tot een persoon die zich bevindt binnen het in, bedoelde bevelsgebied, naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, dan wel overdracht van een zaak die bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie aanhangig is met betrekking tot een persoon die zich niet meer in het rechtsgebied van dit gerecht bevindt, naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan plaatsvinden in de stand waarin de zaak zich op dat ogenblik bevindt. Uitvoering van deze overdracht geschiedt door het openbaar ministerie. Het hof waaraan de zaak wordt overgedragen is bevoegd in hoger beroep over de zaak te oordelen. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Artikel 77 van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gerechten in eerste aanleg als rechtbank en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie als gerechtshof worden aangemerkt. 2 artikelen 75 78, eerste, zesde en zevende lid 79 83 van de Wet op de rechterlijke organisatie De,,enzijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de gerechten in eerste aanleg en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Wetboek van Strafvordering Onder leden en rechters in hetworden begrepen leden van een militaire kamer als bedoeld in deze rijkswet. 2 artikel 141 142 van het Wetboek van Strafvordering Onder opsporingsambtenaren in de zin vanenworden mede begrepen de in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als zodanig bevoegde ambtsdragers. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 2 In zaken betreffende strafbare feiten als bedoeld intreedt als raadkamer een meervoudige militaire kamer op. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 10 artikel 17, eerste lid De raadkamer van een gerecht bedoeld in deze rijkswet kan een verhoor van een persoon die zich buiten het Europese deel van Nederland bevindt, opdragen aan een van de leden van een militaire kamer van de rechtbank Gelderland van een krachtensingestelde mobiele rechtbank of van een militaire kamer van het gerecht in eerste aanleg bedoeld in. 2 Een opdracht als bedoeld in het eerste lid wordt bij voorkeur niet gegeven aan een lid, dat op enigerlei wijze bij de behandeling van een zaak betrokken is geweest. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 37 van het Wetboek van Strafvordering Als raadslieden kunnen worden toegelaten degenen die worden genoemd in, alsmede officieren, met dien verstande dat dezen niet worden toegelaten bij beroep in cassatie. 2 Voor het optreden buiten het Europese deel van Nederland kan een advocaat alleen worden toegevoegd, indien hij zich daartoe bereid heeft verklaard. 3 artikel 28a van het Wetboek van Strafvordering artikel 44 van het Wetboek van Strafvordering Een officier kan alleen in plaats van een advocaat worden toegevoegd, indien de verdachte daarom uitdrukkelijk verzoekt en hij overeenkomstigvrijwillig en ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht op een advocaat. De toevoeging van een officier geschiedt door de voorzitter van de militaire kamer van de rechtbank, dan wel van het gerechtshof, waarvoor de zaak moet dienen. In het Europese deel van Nederland kan een officier alleen worden toegevoegd, indien hij zich daartoe bereid heeft verklaard. Een toegevoegde officier is, onverminderd het bepaalde in, verplicht als raadsman op te treden. 4 Wetboek van Strafvordering artikelen 37 39 43, eerste en tweede lid van dat wetboek Onder advocaat in hetwordt begrepen een officier die als raadsman optreedt. Het bepaalde in de,enis echter niet van toepassing op een officier die als raadsman optreedt. 5 Een officier die als raadsman optreedt, geniet vergoeding voor reis- en verblijfskosten volgens bij algemene maatregel van Rijksbestuur te stellen regelen. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De militair die ingeval van ontdekking op heterdaad van een misdrijf een mindere als verdachte aanhoudt, heeft het recht daarbij de hulp in te roepen van andere militairen. Deze zijn verplicht aan de vordering onmiddellijk te voldoen. 2 artikel 53, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering De militair die ingeval van ontdekking op heterdaad van een misdrijf een mindere als verdachte aanhoudt, kan hem indien zijn overlevering aan een opsporingsambtenaar niet kan worden afgewacht, overleveren of doen overleveren aan de bevelvoerende militair van de eenheid waartoe de verdachte behoort of aan een andere door Onze Minister van Defensie aan te wijzen bevelvoerende militair. De verplichting omschreven ingaat in dat geval over op die bevelvoerende militair. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 96-104 109 110 van het Wetboek van Militair Strafrecht Onverminderd het bepaalde inkan de officier van justitie of de hulpofficier van justitie voor wie degene, die verdacht wordt van een van de misdrijven omschreven in de,of, wordt geleid of die zelf die verdachte heeft aangehouden, na hem te hebben gehoord, bevelen dat hij naar zijn eenheid zal worden overgebracht, teneinde aldaar ter beschikking van de bevelvoerende militair van de eenheid waartoe de verdachte behoort te worden gesteld. Het bevel kan slechts worden gegeven, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de verdachte niet uit eigen beweging naar zijn eenheid zal terugkeren. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering Onverminderd het bepaalde inkan een bevel tot voorlopige hechtenis eveneens worden gegeven in geval van verdenking van: a. Wetboek van Militair Strafrecht een misdrijf omschreven in hetwaarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twee jaren of meer is gesteld; b. artikelen 98 106, eerste lid 127, eerste lid 136, eerste lid, aanhef en onder 1 van het Wetboek van Militair Strafrecht een der misdrijven omschreven in de,,, en. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 a artikel 67van het Wetboek van Strafvordering artikel 67 van dat wetboek Onverminderd het bepaalde inkan een op het voorgaand artikel of opgegrond bevel eveneens worden gegeven, indien uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van militaire veiligheid, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert. 2 Een gewichtige reden van militaire veiligheid kan voor de toepassing van het vorige lid slechts in aanmerking worden genomen: 1°. indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden, dat de verdachte een misdrijf zal begaan als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg waarvan schade ontstaat aan of te duchten is voor de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie of oefening van enig onderdeel van de krijgsmacht; 2°. indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat zonder onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte andere militairen een misdrijf zullen begaan als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg waarvan schade ontstaat aan of te duchten is voor de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie of oefening van enig onderdeel van de krijgsmacht. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Wetboek van Militair Strafrecht Wet militair tuchtrecht De strafbepalingen van heten de gedragsregels van dezijn niet van toepassing op de schending van een bevel, dat aan de verdachte is gegeven ingevolge een bij de wet in het belang van strafvordering toegekende bevoegdheid. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Artikel 46 van de Wet op de rechterlijke organisatie artikel 2 van deze rijkswet is van toepassing met dien verstande, dat de rechters-commissarissen, belast met de behandeling van zaken betreffende strafbare feiten als bedoeld in, worden benoemd uit de leden en plaatsvervangende leden van de militaire kamers. 2 Een militair lid, dat ingevolge het eerste lid is benoemd tot rechter-commissaris, treedt als zodanig op met dien verstande dat hij: a. artikelen 63 206 214 221 van het Wetboek van Strafvordering niet bevoegd is bevelen als bedoeld in de,,ente geven; b. alleen kan optreden indien het onderzoek van de zaak geheel of overwegend buiten Nederland plaatsvindt; c. buiten het geval bedoeld onder b, kan optreden, indien de zaak naar het oordeel van de voorzitter van de militaire kamer van zodanige aard is dat onderzoek door een militair lid de voorkeur verdient. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Ingeval van overdracht van een zaak aan een ander gerecht na aanvang van het onderzoek op de terechtzitting, zal dat gerecht het onderzoek opnieuw aanvangen. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering In afwijking van het bepaalde inkan de verklaring van een meerdere of gewezen meerdere volledig bewijs van schuld opleveren, indien zij betrekking heeft op de schending van een door hem gegeven dienstbevel, dan wel op een tegen hem gepleegde feitelijke insubordinatie of muiterij. 2 artikelen 40-43 van het Wetboek van Strafrecht De militair die zich beroept op een grond die overeenkomstig een van dede strafbaarheid van een door hem als schildwacht gepleegd feit zou uitsluiten, wordt geacht rechtmatig te hebben gehandeld, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 De termijn van dagvaarding voor de militaire politierechter en de militaire kantonrechter is tenminste vijf dagen. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Bij algemene maatregel van Rijksbestuur worden regels gesteld met betrekking tot de vergoeding voor reis- en verblijfkosten van de verdachte die in verband met de uitoefening van de dienst in een ander land verblijft dan waarin de rechter zitting houdt, voorzover de rechter zijn verschijning in persoon heeft bevolen. 2 Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan aan de verdachte een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten verlenen, indien de rechter zijn verschijning in persoon heeft bevolen en betrokkene naar het oordeel van Onze Minister zeer hoge kosten heeft moeten maken. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 In geval van hoger beroep is de vorige titel van overeenkomstige toepassing. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 440, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering In geval van verwijzing als bedoeld in, wordt de zaak verwezen: De verwezen zaak wordt behandeld door de militaire kamer. Aan de behandeling van de verwezen zaak nemen bij voorkeur geen leden deel die op enigerlei wijze bij de behandeling van de zaak betrokken zijn geweest. a. wanneer de vernietigde uitspraak is gedaan door een militaire kamer van de rechtbank Gelderland, naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden; b. wanneer zij is gedaan door de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, naar datzelfde gerechtshof. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 471, eerste lid artikel 472, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering artikel 2 Bij toepassing van, envindt, indien de in die artikelen bedoelde gevallen betrekking hebben op zaken als bedoeld in, verwijzing plaats naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. 2 artikel 482g, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering artikel 2 Bij toepassing vanvindt, indien de in die artikelen bedoelde gevallen betrekking hebben op zaken als bedoeld in, verwijzing plaats naar de rechtbank Gelderland. 3 Aan de behandeling van de verwezen zaak nemen bij voorkeur geen leden deel die op enigerlei wijze bij de behandeling van die zaak betrokken zijn geweest. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 473, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering artikelen 26 27 Bij de toepassing vanzijn deenmede van overeenkomstige toepassing. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikelen 495 499 500 van het Wetboek van Strafvordering De,enzijn niet van toepassing. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikelen 510 511 van het Wetboek van Strafvordering Deenvinden geen toepassing ten aanzien van de militaire leden van een militaire kamer of van een mobiele rechtbank. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering Eerste Titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Militair Strafrecht De bevoegdheden bedoeld inkunnen mede worden uitgeoefend in geval van een strafbaar feit als omschreven in de. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 36e, eerste lid, aanhef en onder b, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering In afwijking van het bepaalde inkan het gerechtelijk schrijven bestemd voor hen die feitelijk in werkelijke dienst verblijven worden uitgereikt op het adres van het onderdeel of dienstvak, waarbij zij zijn ingedeeld. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Op de mobiele rechtbank en de ambtsdragers bij dat college zijn van overeenkomstige toepassing: a. Wetboek van Strafvordering het bepaalde in hetmet betrekking tot de rechtbank en de ambtsdragers daarbij; b. de titels I-V VIII van dit hoofdstuk het bepaalde inenmet betrekking tot de rechtbank, de militaire kamers en de ambtsdragers daarbij voorzover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken. 1999 343 12-08-1999 02-06-1999 25454 1999 496 30-11-1999 26-11-1999 01-01-2000
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Wet op de rechterlijke organisatie Indien de benoeming van de rechter-commissaris niet kan geschieden op de wijze als in devoorzien, benoemt de voorzitter van de mobiele rechtbank een of meer leden tot rechter-commissaris voor de tijd van één jaar. Deze is steeds weer dadelijk benoembaar. 2 artikel 29, tweede lid artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie Het bepaalde in, is niet van toepassing indien er geen rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast als bedoeld inbeschikbaar zijn om tot rechter-commissaris te worden benoemd. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Noodwet rechtspleging Deis niet van toepassing op de mobiele rechtbank. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Indien zulks noodzakelijk is om de militaire strafrechtspraak te waarborgen, kan Onze Minister van Justitie en Veiligheid bepalen dat: a. in het rechtsgebied van een mobiele rechtbank: 1°. artikelen 58 64 van het Wetboek van Strafvordering de termijnen genoemd in deentijdelijk zijn verdubbeld; 2°. artikel 265 van het Wetboek van Strafvordering artikel 32 van deze rijkswet tijdelijk bij dagvaarding betreffende een strafbaar feit kan worden volstaan met een korte aanduiding van het feit dat te laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, en de termijnen genoemd inenook zonder toestemming van de verdachte tijdelijk kunnen worden verkort, een en ander voorzover de verdachte daardoor naar het oordeel van de rechtbank niet in zijn verdediging wordt geschaad; b. de mobiele rechtbank wettelijke voorschriften betreffende de termijnen en vormen, indien deze ten gevolge van de bijzondere omstandigheden in redelijkheid niet konden of kunnen worden in acht genomen, buiten beschouwing kan laten; c. artikelen 6:1:16 6:7:1 tot en met 6:7:5 van het Wetboek van Strafvordering de beslissingen in zaken van bepaalde mobiele rechtbanken niettegenstaande deenten uitvoer kunnen worden gelegd. Zodra de uitvoering van een beslissing een aanvang heeft genomen, vervallen de gewone rechtsmiddelen. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 artikel 46 De krachtensgetroffen voorzieningen worden ingetrokken zodra de omstandigheden dit toelaten. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikelen 46 47 Krachtens deendoor Onze Minister van Justitie en Veiligheid te nemen besluiten treden, tenzij daarbij anders is bepaald, in werking met ingang van de dag na die van hun bekendmaking. Daarin kan worden bepaald dat zij onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikelen 46 47 48 Krachtens de,endoor Onze Minister van Justitie en Veiligheid te nemen besluiten worden bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant. 2 Indien het landsbelang dit naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, kan de Minister van Justitie en Veiligheid een besluit als bedoeld in het voorgaande lid op andere wijze bekend maken. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 10, tweede lid artikelen 46 47 Indien en voor zolang de verbinding met Onze Minister van Justitie en Veiligheid is verbroken, oefent de in, bedoelde militaire autoriteit, ten aanzien van een door hem ingestelde mobiele rechtbank, de bevoegdheden uit, die in deenaan Onze Minister van Justitie en Veiligheid zijn toegekend. 2 artikelen 48 49 Deenzijn in dat geval van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de Minister van Justitie en Veiligheid wordt gelezen de in het eerste lid bedoelde militaire autoriteit. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikel 17, eerste lid Op de Gerechten in eerste aanleg en op het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de militaire kamers van die colleges en de ambtsdragers daarbij zijn in zaken betreffende personen, die vallen onder de in, bedoelde rechtsmacht, van overeenkomstige toepassing: a. Wetboek van Strafvordering het bepaalde in hetmet betrekking tot de rechtbank, onderscheidenlijk het gerechtshof en de ambtsdragers bij die colleges; b. titels I-V VIII van dit hoofdstuk het bepaalde in deenmet betrekking tot de rechtbank onderscheidenlijk het gerechtshof, de militaire kamers van die colleges en de ambtsdragers daarbij voorzover daarvan in deze titel niet wordt afgeweken. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het verhoor van een persoon die zich buiten Aruba, Curaçao of Sint Maarten of buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 23 Onverminderd het bepaalde inkunnen in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ook als raadsman worden toegelaten personen die bevoegd zijn om aldaar als raadsman in strafzaken op te treden. 2 Als raadsman van de verdachte kunnen bij de Hoge Raad ook optreden advocaten, ingeschreven bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 29 Onverminderd het bepaalde inkan een militair lid als rechter-commissaris optreden indien het onderzoek van de zaak geheel of overwegend buiten Aruba, Curaçao of Sint Maarten of buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba plaatsvindt. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering artikel 382, onder b, onder 1° tot en met 6°, van het Wetboek van Strafvordering Onverminderd het bepaalde inkan in zaken betreffende overtredingen, met uitzondering van die bedoeld in, de verdachte zich op de terechtzitting doen vertegenwoordigen door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijke gemachtigde, tenzij de rechter beveelt dat hij in persoon zal verschijnen. 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikelen 36, eerste volzin 37, eerste volzin artikel 36, tweede volzin In de gevallen van verwijzing als bedoeld in de, en, vindt de behandeling van de zaak door de militaire kamer van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie plaats op de wijze als voorzien in. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Artikel 344, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op geschriften opgemaakt door de in dat artikel bedoelde colleges, ambtenaren of personen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2 Artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 artikel 2 In Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kunnen opsporingsambtenaren bij de uitoefening van hun bevoegdheden niet dan met inachtneming van de grenzen in de ter plaatse geldende wetgeving voor de gewone strafvordering gesteld, inbreuk maken op de rechten van niet aan de inbedoelde rechtsmacht onderworpen personen. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Wetboek van Strafvordering Buiten het Koninkrijk of binnen de territoriale zee kunnen door Onze Ministers van Justitie en Veiligheid en van Defensie aan te wijzen bevelvoerende militairen, indien en zolang geen hulpofficier van justitie aanwezig is en diens komst niet kan worden afgewacht, de bevoegdheden uitoefenen welke hettoekent aan de hulpofficier van justitie. 2 Wetboek van Strafvordering Indien en zolang geen opsporingsambtenaar aanwezig is en diens komst niet kan worden afgewacht, kunnen de krachtens het voorgaande lid aangewezen militairen de bevoegdheden uitoefenen welke hettoekent aan de opsporingsambtenaar. 3 Artikel 539b, eerste, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 539e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering artikel 57, eerste lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de verrichting bedoeld inniet kan worden opgedragen. 5 Artikel 539f, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. 6 Artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op het proces-verbaal van een krachtens het eerste lid aangewezen militair. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 In geval een verdachte buiten het Koninkrijk of binnen de territoriale zee in verzekering is gesteld, stelt degene die het bevel daartoe heeft gegeven, de officier van justitie hiervan onverwijld en op snelst mogelijke wijze in kennis. De officier van justitie doet, tenzij hij in het belang van het onderzoek anders beslist, de verdachte zo spoedig mogelijk voor zich geleiden. 2 Indien en zolang de verbinding met de officier van justitie niet mogelijk is, blijft het bevel tot inverzekeringstelling van kracht tot het moment dat de verbinding is hersteld. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 Wetboek van Strafvordering Buiten het Koninkrijk kunnen opsporingsambtenaren de bevoegdheden uitoefenen welke aan hen zijn toegekend bij enige bepaling van een andere wet dan deze of het, indien dat bij algemene maatregel van Rijksbestuur is bepaald. 2 Artikel 59 is van overeenkomstige toepassing. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Buiten het Koninkrijk kunnen bevoegdheden inzake opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten en tenuitvoerlegging van vonnissen slechts worden uitgeoefend voorzover het volkenrecht dit toelaat. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Deze Rijkswet kan worden aangehaald als "Wet militaire strafrechtspraak". 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 Deze Rijkswet treedt in werking met ingang van een nader bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 Titel IIB van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering die Titel Bij koninklijk besluit kan voordien een tijdstip worden bepaald met ingang waarvantoepassing vindt op aan de militaire rechtsmacht onderworpen personen, met dien verstande dat waar in enige bepaling vanvan "rechtbank" wordt gesproken, daaronder "krijgsraad" wordt verstaan. 1990 370 14-06-1990 17804 1990 583 18-12-1990 30-11-1990 01-01-1991
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2013 25 24-01-2013 13-12-2012 33429 2013 51 15-02-2013 08-02-2013 01-07-2013