Rijkswet van 26 september 1991, houdende het stellen van regelen betreffende de verstrekking van reisdocumenten
- BWB-id
- BWBR0005212
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005212
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/1992/paspoortwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/1992/paspoortwet/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005212&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005212&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005212/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/1992/paspoortwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanvraag: het verzoek tot verstrekking van een reisdocument of tot wijziging van gegevens vermeld in een eerder verstrekt reisdocument; b. aanvrager: degene die een aanvraag als bedoeld in onderdeel a indient of op wie een dergelijke aanvraag betrekking heeft; c. weigering: de afwijzende beslissing op de aanvraag, die in behandeling is genomen; d. verstrekking: de beslissing tot uitreiking van een nieuw reisdocument; e. uitreiking: het feitelijk ter beschikking van de aanvrager stellen van het op zijn naam gesteld reisdocument; f. houder: degene op wiens naam het reisdocument is gesteld en ten behoeve van wie het is uitgereikt; g. wijziging: het in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet bepaalde aanbrengen van een of meer aantekeningen in een reisdocument, strekkende tot verandering dan wel aanvulling van daarin vermelde gegevens; h. inhouding: het feitelijk aan de beschikking van de houder onttrekken van een op zijn naam gesteld reisdocument; i. vervallen of vervallenverklaring: het ongeldig worden of de beslissing tot het ongeldig verklaren van een reisdocument; j. definitief aan het verkeer onttrekken: het deugdelijk vernietigen, dan wel het geheel of gedeeltelijk onbruikbaar maken en aan de houder teruggeven van het reisdocument; k. vermissing: ieder geval waarin de houder niet meer de feitelijke beschikking heeft over een op zijn naam gesteld reisdocument, anders dan door of ten behoeve van handelingen van een daartoe bevoegde autoriteit; l. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk; m. Onze Minister die het aangaat: Onze Minister in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten die het aangaat; n. Gouverneur: Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten; o. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; p. artikel 2, eerste lid reisdocument: een document als bedoeld in; q. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; r. publiek identificatiemiddel: een van rijkswege uitgegeven en aan een natuurlijk persoon verstrekt elektronisch middel dat persoonsidentificatiegegevens bevat en wordt gebruikt voor de authenticatie van een natuurlijke persoon die toegang wenst tot elektronische dienstverlening; s. artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht elektronische dienstverlening: verlening van elektronische diensten aan natuurlijke personen, ondernemingen of rechtspersonen ter uitoefening van een publieke taak, in het algemeen belang of waarbij het burgerservicenummer wordt verwerkt, door een bestuursorgaan als bedoeld inof een bij of krachtens de Wet digitale overheid aangewezen organisatie, waarvoor authenticatie op betrouwbaarheidsniveau substantieel of hoog als bedoeld in de Wet digitale overheid is vereist; t. artikelen 18 tot en met 24 van deze wet tot signalering bevoegd orgaan: een autoriteit of orgaan als bedoeld in een van de. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden zijn: a. nationaal paspoort; b. diplomatiek paspoort; c. dienstpaspoort; d. reisdocument voor vluchtelingen; e. reisdocument voor vreemdelingen; f. nooddocument: laissez-passer of noodpaspoort; g. andere reisdocumenten, bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur vast te stellen. 2 Identiteitskaarten van het Europese deel van Nederland zijn de Nederlandse identiteitskaart en de vervangende Nederlandse identiteitskaart. Hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van reisdocumenten is van overeenkomstige toepassing op de Nederlandse identiteitskaart en de vervangende Nederlandse identiteitskaart, tenzij anders is bepaald. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt van de in het eerste en tweede lid bedoelde documenten de geldigheidsduur en het model vastgesteld. Van de in het eerste lid bedoelde reisdocumenten wordt bij algemene maatregel van rijksbestuur tevens de territoriale geldigheid vastgesteld. 4 Onze Minister draagt zorg voor de vervaardiging van de in het eerste en tweede lid bedoelde documenten. 5 Elk reisdocument blijft na uitreiking rijkseigendom. Onze Minister oefent het eigendomsrecht uit. 2021 351 16-07-2021 14-07-2021 35552 2021 353 16-07-2021 14-07-2021 02-08-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Elk reisdocument vermeldt de volgende persoonsgegevens van de houder: geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, woonplaats, adres en lengte. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan worden bepaald in welke gevallen wordt afgezien van vermelding van respectievelijk geboorteplaats, woonplaats, adres en lengte. 2 Een reisdocument is voorzien van de gezichtsopname, twee vingerafdrukken en de handtekening van de houder volgens nader bij regeling van Onze Minister te stellen regels. De vervangende Nederlandse identiteitskaart is niet voorzien van vingerafdrukken. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen reisdocumenten worden aangewezen die niet worden voorzien van een of meer van de in het tweede lid genoemde gegevens en kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin kan worden afgezien van het opnemen van de gezichtsopname, vingerafdrukken of de handtekening in het aangevraagde reisdocument indien deze gegevens niet van de houder kunnen worden verkregen. 4 In bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen gevallen wordt in een reisdocument het burgerservicenummer van de houder vermeld. 5 Elk reisdocument vermeldt het documentnummer, de autoriteit die het document heeft verstrekt, de datum van verstrekking en het einde van de geldigheidsduur, alsmede de territoriale geldigheid. De territoriale geldigheid wordt niet vermeld in een Nederlandse identiteitskaart. 6 In reisdocumenten die aan Nederlanders worden verstrekt, wordt de Nederlandse nationaliteit vermeld. In reisdocumenten voor vluchtelingen en in reisdocumenten die aan staatlozen worden verstrekt, wordt de status van de houder vermeld. 7 Op verzoek van de houder kan in diens reisdocument tevens de geslachtsnaam worden vermeld van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner, dan wel, indien de houder geen echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner meer heeft, de geslachtsnaam van de gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner met wie het huwelijk of het geregistreerd partnerschap laatstelijk is geëindigd, voor zover het model van het reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat. Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de wijze waarop de naamsvermelding plaatsvindt. 8 De tot uitreiking bevoegde autoriteiten voeren een reisdocumentenadministratie ten behoeve van de aanvraag, verstrekking en uitreiking van reisdocumenten. De administratie bevat de gegevens bedoeld in het eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, alsmede andere gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd. De administratie is zowel op naam als op documentnummer toegankelijk. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verwerking van gegevens in de administratie. 9 De bij de aanvraag van een reisdocument opgenomen vingerafdrukken worden bewaard totdat de uitreiking van het aangevraagde reisdocument, dan wel de reden voor het niet uitreiken daarvan, in de administratie, bedoeld in het achtste lid, is geregistreerd en gedurende die periode uitsluitend verwerkt ten behoeve van de verstrekking en de uitreiking van het reisdocument. 2021 351 16-07-2021 14-07-2021 35552 2021 353 16-07-2021 14-07-2021 02-08-2021
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 2 Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen documenten als bedoeld inworden aangewezen waar het publiek identificatiemiddel op wordt geplaatst. 2 Het publiek identificatiemiddel dat krachtens het eerste lid op het document is geplaatst, bevat de bij algemene maatregel van rijksbestuur vast te stellen gegevens. 3 Gebruik van het publiek identificatiemiddel is alleen mogelijk indien de houder van het document beschikt over een burgerservicenummer. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld omtrent de technische en organisatorische inrichting van de voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de vervaardiging en het kunnen gebruiken van het publiek identificatiemiddel en de daarmee samenhangende verwerking van gegevens. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld omtrent de kosten die ten laste worden gebracht voor vervaardiging en verstrekking van een publiek identificatiemiddel en voor de handelingen die door Onze Minister worden verricht voor het gebruik kunnen maken van dit middel. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Er is een register vermiste of vervallen reisdocumenten. Onze Minister is verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens in dit register. 2 Het register heeft tot doel het voorkomen en bestrijden van fraude met en misbruik van reisdocumenten door het vastleggen van gegevens met betrekking tot de in het derde lid bedoelde documenten en de verstrekking van die gegevens aan daartoe ingevolge deze wet bevoegde autoriteiten en derden. 3 artikel 2 In het register worden gegevens opgenomen met betrekking tot reisdocumenten, bedoeld in, die: zijn ontvreemd of anderszins als vermist zijn opgegeven; artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f, h, i of j ingevolge, van rechtswege zijn vervallen. 4 De in het register op te nemen gegevens, bedoeld in het derde lid, worden verstrekt door de autoriteiten, belast met de uitvoering van deze wet. 5 In het register kunnen in verband met een reisdocument de volgende gegevens worden vermeld: a. artikel 3, eerste, vierde en zesde lid de persoonsgegevens, bedoeld in; b. het administratienummer waarmee de houder van een reisdocument is vermeld in de basisregistratie personen in het Europese deel van Nederland of in de bevolkingsadministratie van een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten; c. artikel 3, vijfde lid het soort reisdocument, het documentnummer en de andere documentgegevens, bedoeld in; d. de reden van de opneming van gegevens met betrekking tot het reisdocument in het register, de datum waarop het reisdocument is ontvreemd, anderszins is vermist of van rechtswege is vervallen, de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt en de datum waarop de gegevens zijn verstrekt; e. andere bij regeling van Onze Minister te bepalen administratieve gegevens die noodzakelijk zijn voor de gegevensverwerking in het register. 6 De in het register opgenomen gegevens worden verstrekt aan instellingen en personen, belast met een publiekrechtelijke taak, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taak. 7 Onze Minister kan andere instellingen en personen aanwijzen die een gerechtvaardigd belang hebben bij verstrekking van gegevens uit het register. De gegevensverstrekking beperkt zich in dat geval uitsluitend tot de mededeling of in het register gegevens zijn opgenomen met betrekking tot een reisdocument, waarvan de instelling of persoon het documentnummer heeft opgegeven. 8 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de in het register op te nemen gegevens, de vastlegging van gegevens in het register, de verwijdering van gegevens uit het register en de verstrekking van gegevens. 9 Onze Minister treft maatregelen met betrekking tot het beheer en de beveiliging van het register. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c 1 Er is een basisregister reisdocumenten. Onze Minister is verantwoordelijk voor de gegevensverwerkingen in dit register. 2 artikel 4e Het basisregister reisdocumenten heeft tot doel de autoriteiten, instellingen en personen bedoeld inte voorzien van de in het basisregister reisdocumenten opgenomen gegevens voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taken en werkzaamheden bedoeld in dat artikel. Het basisregister reisdocumenten heeft mede tot doel om organen en instellingen te voorzien van de in het register opgenomen gegevens in overige bij algemene maatregel van rijkbestuur aan te wijzen gevallen. 3 Onze Minister stelt regels over het beheer, de beveiliging en de betrouwbaarheid van het register. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d 1 In het basisregister reisdocumenten worden uitsluitend de volgende gegevens opgenomen: a. artikel 3, eerste, vierde, vijfde, zesde en zevende lid gegevens als bedoeld in; b. gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd, niet zijnde de gezichtsopname, handtekening dan wel vingerafdruk van de aanvrager, en gegevens die betrekking hebben op de status van een reisdocument, alsmede de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt en de datum waarop de gegevens zijn verstrekt; c. gegevens met betrekking tot de status van het reisdocument als publiek identificatiemiddel. 2 De autoriteiten, belast met de uitvoering van deze wet, en de bestuursorganen en aangewezen organisaties bedoeld in de Wet digitale overheid verstrekken de in het basisregister reisdocumenten op te nemen gegevens aan Onze Minister. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen andere organen, instellingen en personen voor verstrekking worden aangewezen die bij de uitoefening van hun wettelijke taak over gegevens komen te beschikken die van belang zijn voor de bijhouding van het basisregister reisdocumenten. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden nadere regels gesteld omtrent de gegevensverwerking in het basisregister reisdocumenten, alsmede de bewaartermijn, de verwijdering en de vernietiging van de in het basisregister reisdocumenten opgenomen gegevens. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 4e — Artikel 4e#
Artikel 4e 1 De gegevens uit het basisregister reisdocumenten kunnen worden verstrekt ten behoeve van de volgende taken of werkzaamheden aan de daarmee belaste organen en instellingen: a. artikel 2 voor het in ontvangst nemen van aanvragen en het uitreiken, verstrekken, weigeren, wijzigen, vervallen verklaren, inhouden, dan wel definitief aan het verkeer onttrekken van documenten als bedoeld invan deze wet: de autoriteiten die belast zijn met deze taken; b. artikel 25 voor het uitvoeren vanvan deze wet: Onze Minister, de Gouverneurs en de tot signalering bevoegde organen; c. voor het laten functioneren van de voorzieningen ten behoeve van elektronisch berichtenverkeer, elektronische informatieverschaffing en elektronische authenticatie: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; d. ter voorkoming en bestrijding van misbruik van of fraude met reisdocumenten: de organen, instellingen en personen met een wettelijke verplichting of een gerechtvaardigd belang daartoe; e. voor de taken in het belang van de nationale veiligheid: de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst; f. voor opsporing of voor toezicht op naleving van wettelijke voorschriften: organen en personen met een publiekrechtelijke opsporingstaak, onderscheidenlijk met een toezichthoudende taak; g. ter identificatie van slachtoffers als gevolg van rampen of strafbare feiten: organen en personen die op grond van een wettelijk voorschrift zijn belast met deze taak; h. ter uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap: Onze Minister van Justitie en Veiligheid; i. ter uitvoerlegging van strafvonnissen: Onze Minister die het aangaat. 2 De gegevens uit het basisregister reisdocumenten kunnen ook worden verstrekt ten behoeve van aanvullende bij algemene maatregel van rijksbestuur aan te wijzen gevallen. 3 Ten aanzien van de verstrekkingen bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dit artikel wordt bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur bepaald welke gegevens worden verstrekt en op welke wijze deze verstrekkingen plaatsvinden. 4 Alle overige verstrekkingen uit het basisregister reisdocumenten vinden plaats op grond van een besluit van Onze Minister naar aanleiding van een daartoe in te dienen aanvraag. In dit besluit wordt bepaald welke gegevens worden verstrekt en de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt. Van dit besluit wordt mededeling gedaan op een voor eenieder kenbare wijze. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Een ieder die, anders dan voor ambtelijke doeleinden of ter voldoening aan een wettelijk voorschrift, in het bezit is van een reisdocument waarvan hij niet de houder is, draagt zorg dat het onverwijld ter beschikking komt van een ingevolge deze wet tot inhouding bevoegde autoriteit. 2001 132 22-03-2001 08-03-2001 26977 2001 147 27-03-2001 19-03-2001 01-04-2001
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a De houder wiens reisdocument is vermist of mogelijk voorwerp is van fraude, kan dat op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze melden. 2017 217 06-06-2017 17-05-2017 34519 2017 284 30-06-2017 15-06-2017 01-10-2017
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet in een openbaar lichaam en in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels vastgesteld omtrent: a. de door een gemeente, een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten ter zake van reisdocumenten aan het Rijk verschuldigde kosten, de afdracht daarvan en de wijze waarop deze dient te geschieden, indien de aanvraag is ingediend bij de burgemeester, de gezaghebber dan wel de daartoe door de Gouverneur aangewezen autoriteit; b. de door de aanvrager aan het Rijk verschuldigde rechten en de wijze waarop deze moeten worden voldaan, wegens handelingen ten behoeve van de aanvraag van reisdocumenten indien de aanvraag bij een andere daartoe bevoegde autoriteit dan die, bedoeld onder a is ingediend; c. de gevallen waarin van de plicht tot betaling van de kosten, bedoeld in onderdeel a, onderscheidenlijk van de rechten bedoeld in onderdeel b, geheel of gedeeltelijk ontheffing kan worden verleend. 2 Voor het verrichten van handelingen door de burgemeester van een gemeente of de gezaghebber van een openbaar lichaam ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument kunnen rechten worden geheven. Voor die handelingen kunnen geen andere dan deze rechten worden geheven. Het tarief van de rechten kan verschillen al naar gelang de leeftijd van de aanvrager, het feit of deze in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven, de soort en de geldigheidsduur van het reisdocument en de snelheid en de wijze van uitreiking. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kan met betrekking tot een in Nederland aangevraagd reisdocument worden bepaald dat de door de aanvrager bij de aanvraag aan het Rijk, een gemeente of een openbaar lichaam verschuldigde rechten of leges een in of krachtens die algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen bedrag niet te boven gaan. 4 Hoofdstuk XV, paragraaf 1 4, van de Gemeentewet artikelen 229b 229c van de Gemeentewet Indien de aanvraag wordt gedaan bij de burgemeester van een gemeente worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.enis van toepassing. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 5 Hoofdstuk IV, paragraaf 1 4, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba artikelen 64 65 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Indien de aanvraag wordt gedaan bij de gezaghebber van een openbaar lichaam worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als eilandbelastingen.enis van toepassing. Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 6 Hetgeen krachtens het eerste tot en met vijfde lid bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur, bij gemeentelijke verordening of bij eilandsraadsverordening is geregeld voor de Nederlandse identiteitskaart met een geldigheidsduur van vijf jaren is mede van toepassing op de vervangende Nederlandse identiteitskaart, tenzij krachtens dat eerste tot en met vijfde lid bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur, bij gemeentelijke verordening of bij eilandsraadsverordening anders is bepaald. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken in bijzondere omstandigheden voor de uitoefening van bevoegdheden ingevolge deze wet, mandaat verlenen aan autoriteiten van met het Koninkrijk bevriende mogendheden. Het desbetreffende besluit vermeldt de redenen van deze bevoegdheidsverlening en de termijn waarvoor zij geldt. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de uitoefening van de bevoegdheden, waarbij het bepaalde in deze wet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is. 2014 10 17-01-2014 18-12-2013 33440 2014 97 06-03-2014 01-03-2014 09-03-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Iedere Nederlander heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een nationaal paspoort, geldig voor tien jaren en voor alle landen. 2 In afwijking van het eerste lid heeft een Nederlander die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, recht op een nationaal paspoort geldig voor vijf jaren en voor alle landen. 2014 10 17-01-2014 18-12-2013 33440 2014 97 06-03-2014 01-03-2014 09-03-2014
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Aan Nederlanders die zich ten behoeve van het Koninkrijk of een der landen van het Koninkrijk naar het buitenland begeven wordt, binnen de grenzen bij deze wet bepaald, een diplomatiek paspoort dan wel een dienstpaspoort verstrekt indien en voor zolang Onze Minister van Buitenlandse Zaken zulks noodzakelijk acht. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 Iedere vreemdeling die ingevolgetot het Europese deel van Nederland dan wel iedere vluchteling die als zodanig tot een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vluchtelingen, geldig voor vijf jaren. 2 artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 Iedere vreemdeling die ingevolgetot het Europese deel van Nederland is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vluchtelingen, geldig voor ten minste een jaar en ten hoogste drie jaren. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Aan de erkende vluchteling die niet als zodanig tot een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, kan binnen de grenzen bij deze wet bepaald, een reisdocument voor vluchtelingen worden verstrekt. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 4 5 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid Iedere vreemdeling die ofwel als staatloos kan worden beschouwd op grond vanofen tot het Europese deel van Nederland is toegelaten, ofwel door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd en tot het Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vreemdelingen, geldig voor ten minste drie maanden en voor alle landen. 2023 229 28-06-2023 07-06-2023 35688 2023 259 13-07-2023 07-06-2023 01-10-2023 Artikel V van Stb. 2023/229 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 11 12 13 Aan andere in het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten toegelaten vreemdelingen dan bedoeld in de,en, die geen reisdocument van een ander land kunnen verkrijgen dan wel die kunnen aantonen dat van hen redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat zij van een ander land een reisdocument aanvragen, kan binnen de grenzen bij deze wet bepaald, een reisdocument voor vreemdelingen worden verstrekt. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 11 tot en met 14 In bijzondere gevallen kan een reisdocument als bedoeld in deworden verstrekt aan een tot het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten toegelaten vreemdeling, die tijdelijk buiten het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten verblijft. 2 artikel 14 In bijzondere gevallen kan aan een vreemdeling die zich tijdelijk op het grondgebied van het Europese of Caribische deel van Nederland, dan wel Aruba, Curaçao of Sint Maarten mag bevinden en niet in aanmerking komt voor verstrekking van een reisdocument op grond van, een nooddocument dan wel een reisdocument voor vreemdelingen worden verstrekt. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Aan degene die ingevolge deze wet recht heeft op een nationaal paspoort, een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen en op het moment van vertrek niet in het bezit blijkt van een geldig of voor de reis bruikbaar reisdocument, wordt indien hij aantoont zwaarwegende belangen te hebben bij de reis, na een daartoe strekkende aanvraag binnen de grenzen bij deze wet bepaald een nooddocument verstrekt met een zodanige tijdelijke en territoriale geldigheid als daarvoor vereist is. 2 artikel 2, eerste lid, onder g Ten aanzien van elke categorie van reisdocumenten als bedoeld in, wordt bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur bepaald aan wie en onder welke voorwaarden deze documenten kunnen worden verstrekt. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 Iedere Nederlander die in de basisregistratie personen is ingeschreven of die woonachtig is buiten het Koninkrijk heeft, binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een Nederlandse identiteitskaart, geldig voor tien jaren. 2 In afwijking van het eerste lid heeft een Nederlander als bedoeld in het eerste lid, die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, recht op een Nederlandse identiteitskaart geldig voor vijf jaren. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16a, eerste lid artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding Aan een Nederlander als bedoeld in, aan wie een verbod is opgelegd als bedoeld inwordt na een daartoe strekkende aanvraag binnen de grenzen van deze wet bepaald een vervangende Nederlandse identiteitskaart verstrekt geldig voor de duur van vijf jaren. 2 artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding Het eerste lid is niet van toepassing op de persoon die verblijft in een land, tot welke het verbod, bedoeld in, zich uitstrekt. 2017 53 22-02-2017 10-02-2017 34358 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3 van de
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in
werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van het openbaar ministerie van een van de landen van het Koninkrijk, dan wel van een van de openbare lichamen, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk aan vervolging zal onttrekken, terwijl die persoon wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit waarvoor een bevel tot voorlopige hechtenis is toegelaten. 2 Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister van Justitie en Veiligheid in het Europese deel van Nederland, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk aan tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken, terwijl die persoon in het Europese deel van Nederland: a. onherroepelijk is veroordeeld tot: 1°. een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel van vier maanden of meer, 2°. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht artikel 36e artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht een geldboete van meer dan het bedrag dat ten hoogste kan worden opgelegd voor een feit van de tweede categorie, als bedoeld in, of tot betaling van een daarmee overeenkomend geldbedrag op grond vanof, of b. de bijzondere voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijke veroordeling, een terbeschikkingstelling met voorwaarden, een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen of een voorwaardelijke gratieverlening niet naleeft. 3 Weigering of vervallenverklaring kan voorts geschieden op verzoek van het openbaar ministerie van een van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel van een van de openbare lichamen, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken, terwijl die persoon in de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel in een van de openbare lichamen: a. onherroepelijk is veroordeeld tot: 1°. een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel van vier maanden of meer, 2°. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht een geldelijke sanctie die overeenkomt met een bedrag dat hoger is dan het bedrag dat ten hoogste kan worden opgelegd voor een feit van de tweede categorie, als bedoeld in, of b. de bijzondere voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijke veroordeling, een terbeschikkingstelling met voorwaarden, een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen of een voorwaardelijke gratieverlening niet naleeft. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2023 474 19-12-2023 12-12-2023 01-01-2024
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 106 van de Faillissementswet Stb. Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van de rechter-commissaris, indien de betrokken persoon in staat van faillissement verkeert dan wel op hem het bepaalde in(1893, 140) of een overeenkomstige regeling in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten van toepassing is. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon zich door verblijf buiten het Koninkrijk zal onttrekken aan zijn militaire verplichtingen, dan wel zijn vervangende dienstplicht. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon ten aanzien van wie in buitengewone omstandigheden krachtens de wet of landsverordening een verbod geldt het land te verlaten, dit verbod zal overtreden. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, het bestuurscollege dan wel een ander tot invordering bevoegd orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, dat het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon, zich door verblijf buiten de grenzen van een der landen van het Koninkrijk aan de wettelijke mogelijkheden tot invordering van de verschuldigde gelden zal onttrekken. a. die nalatig is in het nakomen van zijn verplichting tot betaling van in een der landen van het Koninkrijk verschuldigde belastingen of premies inzake sociale verzekeringen, of b. die nalatig is in het nakomen van zijn verplichting tot terugbetaling van door de overheid aan hem verstrekte geldleningen, subsidies of renteloze voorschotten, of c. die nalatig is in het nakomen van een wettelijk op hem rustende dan wel bij uitspraak van een rechter in het Koninkrijk vastgestelde verplichting tot betaling van op hem verhaalbare uitkeringen, door de overheid gemaakte, op hem verhaalbare kosten, dan wel voorgefinancierde of anderszins verstrekte gelden, of d. die nalatig is in het nakomen van een wettelijk op hem rustende onderhoudsverplichting dan wel een bij uitspraak van een rechter in het Koninkrijk vastgestelde onderhoudsverplichting, 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon buiten het Koninkrijk handelingen zal verrichten, die een bedreiging vormen voor de veiligheid en andere gewichtige belangen van het Koninkrijk of een of meerdere landen van het Koninkrijk dan wel de veiligheid van met het Koninkrijk bevriende mogendheden. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien naar aanleiding van een daarop betrekking hebbende kennisgeving door een bevoegde autoriteit van een met het Koninkrijk bevriende mogendheid het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon zich in dat land zal onttrekken aan een tegen hem ingestelde strafvervolging of tenuitvoerlegging van een hem opgelegde straf of maatregel in verband met gedragingen die naar het recht van een van de landen binnen het Koninkrijk een misdrijf opleveren waarvoor een vrijheidsstraf van een jaar of van langere duur kan worden opgelegd. 2010 756 16-11-2010 28-10-2010 32309 2010 756 16-11-2010 28-10-2010 32309 01-01-2011
Artikel 23b — Artikel 23b#
Artikel 23b artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding Weigering geschiedt op verzoek van Onze Minister die het aangaat, indien de betrokken persoon een verbod is opgelegd als bedoeld in. 2017 53 22-02-2017 10-02-2017 34358 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3 van de
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in
werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, onderscheidenlijk een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit die het aangaat, indien: a. het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon zich schuldig zal maken aan gedragingen welke naar het recht geldend in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten misdrijven opleveren en tot de strafbaarstelling waarvan een het Koninkrijk bindend verdrag verplicht en hij binnen of buiten het Koninkrijk in de voorafgaande tien jaar wegens zodanige gedragingen of medeplichtigheid daaraan onherroepelijk is veroordeeld; b. het gegronde vermoeden bestaat dat de betrokken persoon handelingen heeft verricht of zal verrichten met of met betrekking tot reisdocumenten die het vertrouwen in reisdocumenten hebben geschaad of zullen schaden dan wel opzettelijk een ander in de gelegenheid heeft gesteld of zal stellen om zulke handelingen te verrichten met of met betrekking tot een aan de betrokken persoon verstrekt reisdocument. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikelen 18 tot en met 24 artikelen 18 20 tot en met 23a 24 De autoriteiten, bedoeld in de, richten het verzoek tot weigering onderscheidenlijk vervallenverklaring onder vermelding van de bezwaren die tegen een persoon bestaan en de gronden die hebben geleid tot het vermoeden, bedoeld in de,en, aan Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur. 2 Indien deze gronden zijn vervallen, geeft de autoriteit die een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur, daarvan onverwijld kennis. De Gouverneur draagt zorg, dat de aan hem gedane mededeling dat de gronden zijn vervallen, onverwijld ter kennis komt van Onze Minister. 3 artikelen 18 tot en met 24 artikel 3 paragraaf 1 van dit hoofdstuk Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur vermeldt, indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de voorwaarden van een van de, de persoon op wie het verzoek betrekking heeft dan wel de persoon ten aanzien van wie bij hem, onderscheidenlijk de Gouverneur, gronden tot weigering of vervallenverklaring bestaan, in een door Onze Minister bij te houden register. In dat geval vermeldt dit register geen andere gegevens van de betrokken persoon dan die, bedoeld in, vanwege welke autoriteit, krachtens welke bepaling vanen om welke reden de betrokken persoon in het register is vermeld, alsmede de datum van vermelding in het register. 4 Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur, deelt de autoriteiten die bevoegd zijn een reisdocument te verstrekken dan wel in te houden, mede, aan welke personen die ingevolge het bepaalde in het derde lid in het register zijn vermeld, een reisdocument kan worden geweigerd, moet worden geweigerd, dan wel van wie het reisdocument moet worden ingehouden. De autoriteiten die bevoegd zijn een reisdocument te verstrekken dan wel in te houden, houden een administratie bij van de mededelingen die zij op grond van de vorige volzin ontvangen. 5 Onze Minister verwijdert onverwijld een vermelding als bedoeld in het derde lid uit het register, indien hij een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft ontvangen of indien twee jaar nadat een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan een zodanige kennisgeving niet is ontvangen, dan wel zodra de gronden ten aanzien van de betrokken personen bij Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur niet meer bestaan. Hij geeft daarvan terstond kennis aan de autoriteiten aan wie hij de mededeling als bedoeld in het vierde lid heeft gedaan. Deze autoriteiten verwijderen terstond nadat zij een kennisgeving als bedoeld in de vorige volzin hebben ontvangen de vermelding uit de administratie, bedoeld in het vierde lid. 2017 53 22-02-2017 10-02-2017 34358 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3 van de
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in
werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor nationale paspoorten, reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen zijn: a. in het Europese deel van Nederland: de burgemeester, voor zover het personen betreft die als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven met een adres in zijn gemeente; b. in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur en, voor zover het personen betreft die in de bevolkingsadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn opgenomen, de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten; c. in een openbaar lichaam: de gezaghebber, voor zover het personen betreft die in de bevolkingsadministratie van het openbaar lichaam zijn opgenomen, en in bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen gevallen; d. in het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken, voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden; e. in bijzondere gevallen: de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten en de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten. 2 Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor diplomatieke paspoorten en voor dienstpaspoorten is Onze Minister van Buitenlandse Zaken en in bijzondere gevallen de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten. 3 artikel 2, eerste lid, onder f en g Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor reisdocumenten als bedoeld in, zijn: a. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur en de door hem na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten; b. In het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden; c. In overige gevallen: De bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten. 4 Bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor Nederlandse identiteitskaarten en vervangende Nederlandse identiteitskaarten zijn de daartoe bij of krachtens het eerste lid onder a, c, d en e aangewezen autoriteiten. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26 Een reisdocument kan slechts worden verstrekt, nadat een aanvraag is ingediend bij een inbedoelde autoriteit. 2 artikel 26 Een aanvraag ingediend bij een inbedoelde autoriteit in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten wordt slechts in behandeling genomen als is voldaan aan het in of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. De aanvrager wordt van het niet in behandeling nemen van de aanvraag terstond op de hoogte gesteld. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 26 De inbedoelde autoriteit verschaft zich de nodige zekerheid over de identiteit en de nationaliteit van de aanvrager, en indien deze geen Nederlander is, tevens met betrekking tot diens verblijfstitel. 2 De aanvrager kan worden verzocht in verband met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de nodige bewijsstukken over te leggen. 3 De aanvrager dient persoonlijk voor de bovenbedoelde autoriteit te verschijnen, tenzij zulks om zwaarwegende redenen niet van hem kan worden gevergd, de aanvrager geen Nederlandse identiteitskaart aanvraagt en de betreffende autoriteit van oordeel is dat op andere wijze voldoende zekerheid kan worden verkregen over de identiteit, de nationaliteit en de verblijfstitel van de aanvrager. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld over de gegevens die in de aanvraag worden opgenomen en de wijze waarop dit gebeurt, over de door de betrokkene in het kader van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten over te leggen bescheiden en de beoordeling daarvan, alsmede over de beveiliging van dit proces. 2021 351 16-07-2021 14-07-2021 35552 2021 353 16-07-2021 14-07-2021 02-08-2021
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De aanvrager dient bij zijn aanvraag alle Nederlandse of buitenlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld ter inzage over te leggen, ongeacht of hun geldigheidsduur is verstreken. 2 De aanvrager die in een buitenlands reisdocument staat vermeld, doet hiervan bij zijn aanvraag mededeling. 2012 107 16-03-2012 08-03-2012 32860 2012 107 16-03-2012 08-03-2012 32860 26-06-2012
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De aanvrager die houder wenst te blijven van een geldig Nederlands reisdocument naast het aangevraagde reisdocument, kan daartoe een verzoek doen aan de autoriteit die bevoegd is de aanvraag in ontvangst te nemen. Deze autoriteit beslist op het verzoek volgens nader door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken te stellen regelen. 2 Een verzoek als bedoeld in het eerste lid behoeft niet te worden gedaan, indien hetzij het aangevraagde document hetzij het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven, een Nederlandse identiteitskaart is. 3 Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval afgewezen, indien: a. zowel het aangevraagde document als het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven, een Nederlandse identiteitskaart is; b. het geldig Nederlands document waarvan de aanvrager houder wenst te blijven een vervangende Nederlandse identiteitskaart is. 2017 53 22-02-2017 10-02-2017 34358 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3 van de
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in
werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 5a De aanvrager wiens eerder uitgereikt reisdocument is vermist of mogelijk voorwerp is van fraude, meldt dat op de krachtensbepaalde wijze. 2 De aanvrager wiens eerder uitgereikt reisdocument is ingenomen door een daartoe bevoegde autoriteit, legt bij het indienen van zijn aanvraag een door de desbetreffende autoriteit afgegeven schriftelijke verklaring over omtrent de inname. 2017 217 06-06-2017 17-05-2017 34519 2017 284 30-06-2017 15-06-2017 01-10-2017
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 30 31 De aanvrager dient alle Nederlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld in te leveren, tenzijofvan toepassing is. 2 De inlevering als bedoeld in het eerste lid dient te geschieden bij de uitreiking. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De rechten die verschuldigd zijn of worden geheven in verband met handelingen ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument, worden bij de indiening van de aanvraag voldaan. 2014 10 17-01-2014 18-12-2013 33440 2014 97 06-03-2014 01-03-2014 09-03-2014
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 1.1 van de Jeugdwet Bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige wordt een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Indien de minderjarige onder voorlopige voogdij is geplaatst van een gecertificeerde instelling als bedoeld inin het Europese deel van Nederland onderscheidenlijk voorlopig is toevertrouwd aan een Voogdijraad in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, wordt evenwel een verklaring van toestemming van de desbetreffende gecertificeerde instelling dan wel van de desbetreffende Voogdijraad overgelegd. 2 Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening een van de personen die het gezag uitoefenen, weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, af te geven, kan deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen de beide personen beproeft. 3 Indien een persoon die het gezag uitoefent, de desbetreffende gecertificeerde instelling of de desbetreffende Voogdijraad een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid weigert, kan deze op verzoek van de minderjarige van twaalf jaren of ouder worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter. 4 Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening het als gevolg van oorlog, oproer, natuurrampen of daaraan verwante dan wel daarmee samenhangende omstandigheden feitelijk onmogelijk is een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, te verkrijgen van de andere persoon die het gezag uitoefent, kan deze in afwijking van het eerste lid worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter. 5 De rechter geeft in de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt. 6 Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een vervangende Nederlandse identiteitskaart door of ten behoeve van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt. 2017 217 06-06-2017 17-05-2017 34519 2017 284 30-06-2017 15-06-2017 01-10-2017
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Aan de minderjarige die in werkelijke militaire dienst is, wordt een reisdocument verstrekt indien en voor zolang de daartoe aangewezen militaire autoriteit verklaart, dat zulks in het belang van de dienst is. Dit reisdocument geldt uiterlijk tot het tijdstip waarop de dienst wordt verlaten. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 34, eerste lid Bij een aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, kan, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd. 2 artikel 34, derde lid artikel 1.1 van de Jeugdwet Onverminderd, kan de rechter een verklaring van toestemming afgeven op verzoek van een gecertificeerde instelling als bedoeld inof een gezinsvoogdij-instelling in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint-Maarten. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt. 2017 217 06-06-2017 17-05-2017 34519 2017 284 30-06-2017 15-06-2017 01-10-2017
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Bij een aanvraag door of ten behoeve van een onder curatele gestelde, wordt een verklaring van toestemming van de curator overgelegd. 2 Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een vervangende Nederlandse identiteitskaart. 3 Indien de curator weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, af te geven, kan deze op verzoek van de onder curatele gestelde worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter. Deze neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van de onder curatele gestelde wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt. 2017 53 22-02-2017 10-02-2017 34358 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3 van de
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in
werking treedt.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikelen 34 36 37 derde titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 278, derde lid Op de procedure ingevolge de,enis in het Europese deel van Nederland de, met uitzondering van, van toepassing. 2 artikel 34, tweede, derde en vierde lid artikel 36 De bevoegde rechter, genoemd in, en in, is in het Europese deel van Nederland de kinderrechter, in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao en Sint Maarten de rechter in eerste aanleg. 3 Vervallen. 4 artikel 37, derde lid De bevoegde rechter, genoemd in, is in het Europese deel van Nederland de kantonrechter, in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao en Sint Maarten de rechter in eerste aanleg. 5 De rechter beslist met de meeste spoed. 6 Bij een aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame wordt deze als aanvrager beschouwd. 7 artikel 34, derde lid, en de onder De minderjarige, bedoeld incuratele gestelde zijn bekwaam in rechte op te treden en tegen een uitspraak beroep in te stellen. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 34, eerste lid artikel 37, eerste lid f, artikel 2, eerste lid, onder Aan de handelingsonbekwame die zich buiten het Koninkrijk bevindt en bij wiens aanvraag geen verklaring van toestemming kan worden overgelegd als bedoeld in, onderscheidenlijk, kan vooruitlopend op een rechterlijke uitspraak of beschikking ter zake van een vervangende verklaring van toestemming, in bijzondere gevallen een reisdocument als bedoeld inworden verstrekt. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Bevoegd tot het verstrekken van nationale paspoorten, reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen, zijn: a. in het Europese deel van Nederland: de burgemeester, voor zover het personen betreft die als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven met een adres in zijn gemeente; b. in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur en, voor zover het om verstrekking van nationale paspoorten gaat aan personen die in de bevolkingsadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn opgenomen, de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten; c. in een openbaar lichaam: de gezaghebber, voor zover het personen betreft die in de bevolkingsadministratie van het openbaar lichaam zijn opgenomen, en in bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen gevallen; d. in het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken, voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden; e. in bijzondere gevallen: de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten en de door de Gouverneur na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten. 2 Bevoegd tot het verstrekken van diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten is Onze Minister van Buitenlandse Zaken en in bijzondere gevallen de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten. 3 artikel 2, eerste lid, onder f en g Bevoegd tot het verstrekken van reisdocumenten als bedoeld in, zijn: a. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur en de door hem na overleg met Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten; b. In het buitenland: Onze Minister van Buitenlandse Zaken voor zover het personen betreft die zich buiten het Koninkrijk bevinden; c. In overige gevallen: De bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur daartoe aangewezen autoriteiten. 4 Bevoegd tot verstrekken van Nederlandse identiteitskaarten en vervangende Nederlandse identiteitskaarten zijn de daartoe bij of krachtens het eerste lid onder a, c, d en e aangewezen autoriteiten. 5 artikel 14 15 Verstrekking van een reisdocument op grond vanofaan een persoon die in het Europese deel van Nederland is toegelaten, vindt slechts plaats nadat Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden voor een aanspraak in de genoemde artikelen is voldaan. 6 artikel 12 14 15 Verstrekking van een reisdocument op grond van,ofaan een persoon die in een openbaar lichaam is toegelaten, vindt slechts plaats nadat Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden voor een aanspraak in de genoemde artikelen is voldaan. 7 artikelen 11 tot en met 15 Verstrekking van een reisdocument op grond van deaan een persoon die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, vindt slechts plaats nadat door de Gouverneur is vastgesteld dat aan de daar geldende voorwaarden voor een aanspraak op grond van de artikelen 11 tot en met 15 is voldaan. 8 artikelen 12 14 15 Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en met Onze Minister van Buitenlandse Zaken kunnen regels worden gesteld over de verstrekking van reisdocumenten op grond van de,ofaan personen die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten zijn toegelaten. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 40 artikel 25, vierde lid De inbedoelde autoriteiten verstrekken het aangevraagde reisdocument zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de dag van de aanvraag, tenzij de aanvraag een persoon betreft op wie een mededeling als bedoeld in, van toepassing is. 2 De termijn genoemd in het eerste lid, kan in bijzondere gevallen met hoogstens vier weken worden verlengd. De aanvrager wordt daarvan zo spoedig mogelijk doch in ieder geval voor de afloop van de eerste termijn, schriftelijk in kennis gesteld. 3 artikel 25, vierde lid artikel 40 Indien de aanvraag een persoon betreft op wie een mededeling als bedoeld in, van toepassing is en de autoriteit in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten die de aanvraag in ontvangst heeft genomen niet tevens de ingevolgetot verstrekking bevoegde autoriteit is, legt hij de aanvraag onverwijld voor aan de tot verstrekking van dat reisdocument bevoegde autoriteit. Van de voorlegging wordt de aanvrager terstond in kennis gesteld. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijnen van of de procedures ten aanzien van de verstrekking van reisdocumenten. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 41a — Artikel 41a#
Artikel 41a Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 26 Bevoegd tot uitreiking van reisdocumenten zijn de autoriteiten, die ingevolgebevoegd zijn de aanvragen daarvoor in ontvangst te nemen. 2 De uitreiking volgt in het Koninkrijk uiterlijk binnen twee weken, buiten het Koninkrijk uiterlijk binnen vier weken na de verstrekking. 3 Uitreiking van het reisdocument vindt niet plaats, indien: a. artikel 32, tweede lid de aanvrager niet, ingevolge het bepaalde in, alle Nederlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld inlevert bij de uitreiking; b. artikel 25, vierde lid de tot uitreiking bevoegde autoriteit een mededeling heeft ontvangen tot inhouding als bedoeld in; c. artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f, h of i ten aanzien van de aanvrager van het uit te reiken reisdocument zich een omstandigheid als bedoeld in, blijkt voor te doen. 4 Het reisdocument dat niet binnen drie maanden nadat het voor uitreiking beschikbaar is gesteld, door de aanvrager in ontvangst is genomen, wordt door de daartoe bevoegde autoriteit definitief aan het verkeer onttrokken. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijnen van of de procedures ten aanzien van de uitreiking van reisdocumenten. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 42, eerste lid De autoriteiten, bedoeld in, alsmede andere door Onze Minister daartoe aangewezen autoriteiten zijn, volgens bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur vast te stellen regels, bevoegd tot wijziging van reisdocumenten. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 hoofdstuk III artikel 40 Bevoegd tot weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten op de gronden genoemd inzijn de autoriteiten bedoeld in. 2 artikel 25, vierde lid artikel 52 53 De tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit die een aanvraag in behandeling neemt betreffende een persoon ten aanzien van wie een mededeling als bedoeld in, is gedaan, of die een ingevolgeofingehouden reisdocument heeft ontvangen, overtuigt zich er terstond van of de gronden tot weigering of vervallenverklaring ten aanzien van betrokkene nog bestaan. 3 Op verzoek van de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit zendt Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur aan deze de in het register opgenomen gegevens van de betrokkene toe. 4 Indien de gronden tot weigering of vervallenverklaring nog blijken te bestaan, deelt de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit de aanvrager respectievelijk de houder terstond doch in ieder geval binnen vier weken na de aanvraag onderscheidenlijk de inhouding mede dat hij voornemens is de verstrekking van het aangevraagde reisdocument te weigeren dan wel het ingehouden reisdocument vervallen te verklaren, tenzij de aanvrager respectievelijk de houder hem binnen twee weken verzoekt de beslissing gedurende acht weken aan te houden, ten einde met de autoriteit bij wie de gronden bestaan een zodanige overeenstemming te bereiken dat tot verstrekking van het aangevraagde reisdocument of teruggave van het ingehouden reisdocument dan wel verstrekking van een reisdocument, waarvan de geldigheidsduur onderscheidenlijk de territoriale geldigheid beperkter is dan de bij of krachtens de wet vastgestelde, kan worden overgegaan. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 44, vierde lid Indien binnen de periode van acht weken, bedoeld in, door de autoriteit bij wie de gronden tot weigering of vervallenverklaring bestaan aan de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit wordt medegedeeld, dat overeenstemming is bereikt met de aanvrager respectievelijk de houder, dan wel indien de gronden bij de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit zelf bestaan, door deze een dergelijke overeenstemming is bereikt, wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken overeenkomstig de bereikte overeenstemming het aangevraagde reisdocument verstrekt of het ingehouden reisdocument teruggegeven dan wel het reisdocument, waarvan de geldigheidsduur onderscheidenlijk de territoriale geldigheid beperkter is dan de bij of krachtens de wet vastgestelde, verstrekt. 2 artikel 44, vierde lid artikel 44, vierde lid Indien binnen de periode van acht weken, bedoeld in, geen mededeling wordt gedaan als bedoeld in het eerste lid, dan wel de aanvrager respectievelijk de houder geen verzoek doet als bedoeld in, gaat de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit tot weigering of vervallenverklaring over, tenzij hij van oordeel is dat de aanvrager respectievelijk de houder door deze beslissing onevenredig zou worden benadeeld. In dat geval verstrekt de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit na overleg met de autoriteit bij wie de gronden tot weigering of vervallenverklaring bestaan het aangevraagde reisdocument of geeft hij het ingehouden reisdocument terug dan wel verstrekt hij een reisdocument, waarvan de geldigheidsduur onderscheidenlijk de territoriale geldigheid beperkter is dan de bij of krachtens de wet vastgestelde. 3 artikel 25, derde lid De tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit doet van zijn beslissing, bedoeld in het tweede lid, onverwijld mededeling aan Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur. Bij deze mededeling vermeldt hij het oordeel van de autoriteit bij wie de gronden tot weigering of vervallenverklaring bestaan. De Gouverneur draagt zorg dat de aan hem gedane mededeling ter kennis komt van Onze Minister. Onze Minister neemt deze mededeling op in het register, bedoeld in. 2001 132 22-03-2001 08-03-2001 26977 2001 147 27-03-2001 19-03-2001 01-04-2001
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 45, tweede lid De beschikking tot weigering of vervallenverklaring wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na het verstrijken van de termijn, bedoeld in, gegeven. In de openbare lichamen, Aruba, Curaçao en Sint Maarten wordt de beschikking schriftelijk aan de aanvrager, onderscheidenlijk de houder bekendgemaakt. 2 artikel 2, eerste lid, onder f Aan de Nederlander buiten het Koninkrijk die voornemens is zich naar het Koninkrijk te begeven en aan wie de verstrekking van een reisdocument moet worden geweigerd respectievelijk wiens ingehouden reisdocument moet worden vervallen verklaard op grond van de voorgaande bepalingen, kan een reisdocument worden verstrekt als bedoeld in, met een zodanige tijdelijke en territoriale geldigheid als vereist is voor een rechtstreekse reis naar zijn land in het Koninkrijk. Voor de toepassing van de eerste volzin worden het Europese deel van Nederland en een openbaar lichaam als aparte landen beschouwd. 3 artikelen 11 tot en met 15 Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de vreemdelingen aan wie op grond van deeen Nederlands reisdocument is verstrekt, voor zover zij nog beschikken over een geldige titel tot verblijf in een der landen van het Koninkrijk. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 46a0 — Artikel 46a0#
Artikel 46a0 1 artikelen 44, vierde lid 45 46 artikel 23b De,enzijn niet van toepassing indien de weigering geschiedt op de grond, genoemd in. 2 artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding artikel 23b artikel 2, eerste lid, onder a of onder f Aan de Nederlander aan wie ontheffing is verleend van het uitreisverbod, bedoeld in, maar aan wie de verstrekking van een reisdocument moet worden geweigerd op grond van, kan een reisdocument worden verstrekt als bedoeld in, met een zodanige beperkte tijdelijke en territoriale geldigheid als de ontheffing vereist. 2017 53 22-02-2017 10-02-2017 34358 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3 van de
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in
werking treedt.
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a 1 artikel 23b Een Nederlandse identiteitskaart kan niet vervallen worden verklaard en kan uitsluitend worden geweigerd op de grond, genoemd in. 2 Een vervangende Nederlandse identiteitskaart kan niet worden geweigerd of vervallen verklaard. 2017 53 22-02-2017 10-02-2017 34358 2017 65 27-02-2017 17-02-2017 01-03-2017 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 3 van de
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in
werking treedt.
Artikel 46b — Artikel 46b#
Artikel 46b Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijnen of de procedures ten aanzien van de weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Een reisdocument vervalt van rechtswege, indien: a. de houder van het reisdocument, waarin staat vermeld dat deze de Nederlandse nationaliteit bezit, het Nederlanderschap heeft verloren; b. artikel 12 14 15 de houder van het reisdocument voor vluchtelingen of van het reisdocument voor vreemdelingen niet meer beschikt over de status of verblijfstitel op grond waarvan hem het reisdocument is verstrekt, het Nederlanderschap dan wel de nationaliteit van een ander land heeft verkregen of, houder zijnde van een reisdocument als bedoeld in,of, door een ander land van een reisdocument is voorzien; c. artikel 2, eerste lid, onder f en g de redenen die tot de verstrekking van het diplomatiek paspoort, het dienstpaspoort of het reisdocument als bedoeld in, hebben geleid, zijn vervallen; d. de geldigheidsduur daarvan is verstreken; e. de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht of het burgerservicenummer van de houder zijn gewijzigd; f. de houder is overleden; g. artikel 31 ingevolgeschriftelijk is verklaard dat het door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen; h. door een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit is vastgesteld dat bij de aanvraag gebruik is gemaakt van onjuiste gegevens, die hebben geleid tot het verstrekken van het reisdocument; i. artikel 3 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding aan de houder van het reisdocument een verbod is opgelegd als bedoeld inen dat reisdocument geen vervangende Nederlandse identiteitskaart is; j. artikel 5a de houder op de krachtensbepaalde wijze heeft verklaard dat het reisdocument is vermist of mogelijk voorwerp is van fraude. 2 artikel 25, derde lid artikel 3 Artikel 25, vierde lid Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur kan, al dan niet op verzoek van een met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit die het aangaat, besluiten dat de houder van een reisdocument dat op grond van het bepaalde in het eerste lid, onder a, b, c, e, g, h, i of j, van rechtswege is vervallen, wordt vermeld in het register, bedoeld in. Deze vermelding kan geen andere gegevens van de betrokken persoon omvatten dan die, bedoeld in., is van overeenkomstige toepassing. De Gouverneur geeft van zijn besluit dat tot vermelding moet worden overgegaan onverwijld kennis aan Onze Minister. 3 Onze Minister draagt zorg voor de vermelding, bedoeld in het tweede lid, alsmede voor de verwijdering daarvan, zodra het desbetreffende reisdocument door hem, de Gouverneur dan wel de met de uitvoering van deze wet belaste autoriteit die het verzoek tot de vermelding, bedoeld in het tweede lid, heeft gedaan, is ontvangen of ingehouden. De Gouverneur dan wel de autoriteit die het verzoek tot vermelding, bedoeld in het tweede lid, heeft gedaan, geeft van de ontvangst of de inhouding van het reisdocument onverwijld kennis aan Onze Minister. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de vermelding bedoeld in het tweede lid, alsmede over de verwijdering daarvan. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikelen 34, eerste lid 37, eerste lid Degene, die de verklaring van toestemming als bedoeld in deen, intrekt, geeft hiervan onverwijld schriftelijk kennis aan de ten aanzien van de houder tot verstrekking bevoegde autoriteit dan wel, indien deze autoriteit niet bekend is, aan Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur. 2 De in het eerste lid bedoelde autoriteit deelt de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger schriftelijk mede dat het reisdocument wegens intrekking van de verklaring van toestemming van rechtswege vervalt, indien: a. artikel 34, tweede of derde lid artikel 37, derde lid artikel 36, eerste lid de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger niet binnen vier weken na deze mededeling gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot het doen van het verzoek om een vervangende verklaring van toestemming ingevolge, of, en hem daarvan schriftelijke mededeling heeft gedaan, dan wel indien geen verzoek als bedoeld in, is gedaan; b. de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger het verzoek tot het verkrijgen van een vervangende verklaring van toestemming als bedoeld onder a, intrekt dan wel de afwijzende beschikking van de rechter op dit verzoek in kracht van gewijsde is gegaan. 2006 352 01-08-2006 28-06-2006 30381 2006 352 01-08-2006 28-06-2006 30381 02-08-2006
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 48, tweede lid artikel 48, eerste lid Bij de mededeling, bedoeld in, wijst de in, bedoelde autoriteit de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger erop, dat deze verplicht is het reisdocument bij hem in te leveren. 2 artikel 48, eerste lid Indien de houder een minderjarige is van twaalf jaren of ouder, dan wel een onder curatele gestelde, kan de in, bedoelde autoriteit in bijzondere gevallen bepalen, dat het reisdocument in afwachting van de rechterlijke uitspraak of beschikking terzake, niet ingeleverd behoeft te worden. 3 artikel 48, eerste lid artikel 25, derde lid artikel 3 Artikel 25, vierde lid De in, bedoelde autoriteit draagt zorg dat de houder wiens reisdocument ingevolge het eerste lid moet worden ingeleverd onverwijld in het register, bedoeld in, wordt vermeld. Deze vermelding kan geen andere gegevens van de betrokken persoon omvatten dan die, bedoeld in., is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 53 artikel 48, eerste lid Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur, draagt zorg dat het ingevolgeingehouden reisdocument onverwijld wordt toegezonden aan de in, bedoelde autoriteit. 2017 217 06-06-2017 17-05-2017 34519 2017 284 30-06-2017 15-06-2017 01-10-2017
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 48, tweede lid, onder a artikel 49, eerste lid artikel 53 Zodra de vervangende verklaring van toestemming op de wijze, bedoeld in, wordt overgelegd, wordt het reisdocument indien dit ingevolge, is ingeleverd, dan wel ingevolgeis ingehouden, aan de houder teruggegeven. 2 Indien het eerder uitgereikte reisdocument buiten schuld van de houder niet is ingeleverd of ingehouden, wordt hem met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid op zijn aanvraag een nieuw reisdocument verstrekt. Het eerder uitgereikte reisdocument vervalt in dat geval van rechtswege. 3 artikel 48, eerste lid Artikel 25, vijfde lid, tweede volzin De in, bedoelde autoriteit draagt zorg voor de verwijdering van de vermelding van de houder uit het daarbedoelde register, zodra ingevolge het eerste lid het reisdocument aan de houder is teruggegeven, dan wel ingevolge het tweede lid aan de houder een nieuw reisdocument is verstrekt en het eerder uitgereikt reisdocument door hem is ontvangen., is van overeenkomstige toepassing. 2001 132 22-03-2001 08-03-2001 26977 2001 147 27-03-2001 19-03-2001 01-04-2001
Artikel 50a — Artikel 50a#
Artikel 50a Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de procedures ten aanzien van het vervallen van rechtswege van reisdocumenten van handelingsonbekwamen. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 50b — Artikel 50b#
Artikel 50b Bevoegd tot het inhouden van reisdocumenten zijn: a. de autoriteiten, die bevoegd zijn tot het in ontvangst nemen van een aanvraag voor reisdocumenten; b. de autoriteiten belast met de grensbewaking, de politie en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen; c. artikelen 18 19 artikel 52 de autoriteiten, bedoeld in deen, in de situatie bedoeld in. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Een reisdocument kan worden ingehouden door Onze Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk de Gouverneur, die aan de houder een geldlening heeft verstrekt of ten behoeve van de houder kosten heeft gemaakt. De houder wordt hiervan terstond in kennis gesteld. Het reisdocument wordt teruggegeven wanneer de betrokken houder in zijn woonplaats is teruggekeerd. 2 artikel 2, eerste lid, onder f Aan de houder wordt een reisdocument als bedoeld in, verstrekt met een zodanige tijdelijke en territoriale geldigheid als vereist is voor een rechtstreekse reis naar zijn woonplaats. 2014 10 17-01-2014 18-12-2013 33440 2014 97 06-03-2014 01-03-2014 09-03-2014
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikelen 18 19 artikel 25, eerste lid Een reisdocument kan worden ingehouden door de autoriteiten, bedoeld in deenop het moment dat zij het verzoek doen ingevolge. Het ingehouden reisdocument wordt uiterlijk binnen twee weken toegezonden aan de tot vervallenverklaring bevoegde autoriteit, dan wel aan de houder teruggegeven. Van de doorzending wordt de houder terstond in kennis gesteld. 1993 692 30-12-1993 22-12-1993 23252 1993 694 22-12-1993 01-01-1994
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 25, vierde lid Een reisdocument dat vervallen kan worden verklaard, wordt door de tot inhouding bevoegde autoriteiten ingehouden, indien zij van Onze Minister een mededeling hebben ontvangen als bedoeld in. Indien de autoriteit die het reisdocument heeft ingehouden niet tevens de tot vervallenverklaring bevoegde autoriteit is, zendt hij het ingehouden reisdocument onverwijld aan laatstgenoemde autoriteit toe. De houder wordt hiervan terstond in kennis gesteld. 2 artikel 46, tweede en derde lid Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 2001 132 22-03-2001 08-03-2001 26977 2001 147 27-03-2001 19-03-2001 01-04-2001
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Een reisdocument wordt ingehouden, indien: a. artikel 47 48 het van rechtswege is vervallen ingevolgeof; b. het zodanig is beschadigd dat daarin opgenomen beveiligingskenmerken zijn aangetast, gegevens niet meer leesbaar zijn of een deel ervan ontbreekt; c. in of aan het document wijzigingen zijn aangebracht of aantekeningen zijn gesteld door een onbevoegde; d. de gezichtsopname van de houder niet langer voldoende gelijkenis vertoont; e. blijkt dat daarin abusievelijk verkeerde gegevens zijn vermeld dan wel anderszins fouten zijn gemaakt bij de vervaardiging van het reisdocument. 2 artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, h of i De houder van een reisdocument dat van rechtswege is vervallen ingevolge het bepaalde in, wordt hiervan op het moment van de inhouding in kennis gesteld door de tot inhouding van het reisdocument bevoegde autoriteit. 3 De daartoe bevoegde autoriteit onttrekt het ingehouden reisdocument definitief aan het verkeer, tenzij nog een beroepstermijn openstaat, een beroepsprocedure aanhangig is of het reisdocument anderszins in een gerechtelijke procedure nodig is. 4 Indien de autoriteit die het reisdocument heeft ingehouden, niet bevoegd is tot definitieve onttrekking van reisdocumenten aan het verkeer, zendt hij het ingehouden reisdocument onverwijld aan een daartoe wel bevoegde autoriteit. De houder wordt hiervan terstond in kennis gesteld. 5 artikel 25, vierde lid Indien het van rechtswege vervallen reisdocument is ingehouden naar aanleiding van een mededeling van Onze Minister als bedoeld in, wordt Onze Minister van de inhouding onverwijld in kennis gesteld. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de procedures ten aanzien van de inhouding van reisdocumenten. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikelen 49 51 52 53 54 De houder van een reisdocument levert dit zo spoedig mogelijk in bij een tot inhouding bevoegde autoriteit, indien het reisdocument van rechtswege is vervallen dan wel deze autoriteit om inlevering daarvan ter inhouding als bedoeld in de,,,enverzoekt. 2012 107 16-03-2012 08-03-2012 32860 2012 107 16-03-2012 08-03-2012 32860 26-06-2012
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Bevoegd tot het definitief aan het verkeer onttrekken van reisdocumenten zijn de autoriteiten die bevoegd zijn tot verstrekking, weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld over de gronden voor en de wijze van het onttrekken aan het verkeer. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Het toezicht op de uitvoering van deze wet berust bij Onze Minister. Aan hem en aan door hem aangewezen ambtenaren worden door de autoriteiten belast met de uitvoering van deze wet alle inlichtingen verstrekt welke zij in verband met de uitoefening van hun taak nodig hebben en wordt inzage verleend in alle bescheiden die verband houden met de uitvoering van deze wet. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het aanvraag- en uitgifteproces en over verwerking van gegevens in het kader daarvan. 2 Onze Minister kan regels vaststellen voor de nadere uitwerking van de procedures betreffende het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten, alsmede over de technische uitwerking en de beveiliging van dit proces. 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Het is een ieder verboden een reisdocument valselijk op te maken of te vervalsen, of een zodanig stuk op grond van valse gegevens te doen verstrekken dan wel een aan hem of een ander verstrekt reisdocument ter beschikking te stellen van derden, met het oogmerk het door dezen te doen gebruiken als ware het aan hen verstrekt. 2 Het is een ieder verboden: a. een reisdocument af te leveren of voorhanden te hebben waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals of vervalst is, dan wel opzettelijk gebruik te maken van een vals of vervalst reisdocument; b. opzettelijk en wederrechtelijk gebruik te maken van een bij het bevoegd gezag als vermist opgegeven reisdocument; c. opzettelijk en wederrechtelijk gebruik te maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument. 2017 217 06-06-2017 17-05-2017 34519 2017 284 30-06-2017 15-06-2017 01-10-2017
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Het is een ieder verboden drukwerken of andere voorwerpen in een vorm die ze op reisdocumenten doet gelijken, te vervaardigen, te verspreiden of ter verspreiding in voorraad te hebben. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 artikel 56 Ieder is verplicht een reisdocument dat hij voorhanden heeft, maar waarvan hij niet de houder is, of dat ingevolge het bepaalde inmoet worden ingeleverd, terstond wanneer hem dit mondeling door een tot inhouding bevoegde ambtenaar is bevolen, dan wel binnen veertien dagen, nadat hem dit bij aangetekend schrijven in persoon is medegedeeld, in te leveren. 2017 217 06-06-2017 17-05-2017 34519 2017 284 30-06-2017 15-06-2017 01-10-2017
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikelen 60 61 62 Bij wet onderscheidenlijk bij landsverordening wordt overtreding van het in de,enbepaalde strafbaar gesteld. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Bij landsverordening wordt geregeld de mogelijkheid voorziening te vragen tegen de op grond van deze wet genomen beschikkingen. 1997 511 18-11-1997 06-11-1997 25319 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 65a — Artikel 65a#
Artikel 65a Vervallen 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2020 104 31-03-2020 06-03-2020 35047 2020 484 01-12-2020 26-10-2020 01-01-2021
Artikel 66a — Artikel 66a#
Artikel 66a 1 artikel I, onderdeel F, respectievelijk artikel I, onderdeel G van de Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart Nationale paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten, verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van, behouden de geldigheid die daarin is vermeld. 2 artikel 2, tweede lid artikel 3, tweede en vijfde lid artikel 65 Op Nederlandse identiteitskaarten, verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart, zijn,envan toepassing zoals deze luidden voor die datum. 2014 10 17-01-2014 18-12-2013 33440 2014 11 17-01-2014 09-01-2014 18-01-2014
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 artikel 3, eerste lid artikel 56 d, artikel 47, eerste lid, onder Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Bij koninklijk besluit kunnen verschillende tijdstippen worden vastgesteld, waarop, voor zover het betreft de vermelding van het geslacht als persoonsgegeven van de houder, respectievelijk, voor zover het betreft de inlevering van reisdocumenten die ingevolgevan rechtswege zijn vervallen, in werking treden. 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Deze rijkswet kan worden aangehaald als "Paspoortwet". 1991 498 26-09-1991 20393 1991 564 08-11-1991 01-01-1992