Rijkswet van 22 januari 1992, houdende regels betreffende de rechtspositie van enige militair-rechterlijke ambtenaren
- BWB-id
- BWBR0005399
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-10-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005399
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/1992/rijkswet-houdende-regels-betreffende-de-rechtspositie-van-en
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/1992/rijkswet-houdende-regels-betreffende-de-rechtspositie-van-en/2010-10-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005399&g=2010-10-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005399&z=2026-06-06&g=2010-10-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005399/2010-10-10
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/1992/rijkswet-houdende-regels-betreffende-de-rechtspositie-van-en
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Stb. Aan de leden van de gewone rechterlijke macht en de leden van het openbaar ministerie bij de gewone rechterlijke macht in Nederland, in Aruba, in Curaçao, in Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die op grond van de Wet van 3 april 1968 (180), houdende regeling van de bezoldiging van de militair-rechterlijke ambtenaren, een salarisvermeerdering hebben genoten tot het tijdstip waarop die wet buiten werking treedt, wordt met ingang van dat tijdstip per maand een salarisvermeerdering toegekend, gelijk aan de salarisvermeerdering die de betrokkenen op grond van die wet zouden hebben genoten. 2 Stb. Indien de bezoldiging van de in het eerste lid bedoelde personen op of na het tijdstip waarop de in dat lid bedoelde wet buiten werking treedt, wordt verhoogd als gevolg van de aanvaarding van een hoger bezoldigde functie binnen de rechterlijke macht, dan wel als gevolg van een salarisvermeerdering als bedoeld in de artikelen 3 en 5 van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren (1972, 464), wordt het verschil in bezoldiging verrekend met de salarisvermeerdering die deze personen op grond van het eerste lid ontvangen. Deze verrekening geschiedt aldus, dat de laatstbedoelde salarisvermeerdering vervalt indien het verschil gelijk is aan of groter is dan deze salarisvermeerdering en dat de salarisvermeerdering wordt verminderd met het verschil, indien dit kleiner is dan deze salarisvermeerdering. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De militair-rechterlijke ambtenaren die op grond van artikel 2 van de Wet van 3 april 1968, houdende regeling van de bezoldiging van de militair-rechterlijke ambtenaren, in bezoldiging waren gelijkgesteld met de rechterlijke ambtenaren, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel F, van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren, blijven in bezoldiging gelijkgesteld met de in dat artikel genoemde rechterlijke ambtenaren, indien en voor zolang zij ingevolge een opvolgende benoeming tot rechterlijke ambtenaar een lagere bezoldiging ontvangen. 1992 51 22-01-1992 22154 1992 51 22-01-1992 22154 08-03-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Staatsblad artikel 1, eerste lid artikel 2 Deze Rijkswet treedt in werking met ingang van de een en dertigste dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst, en werkt wat, betreft terug tot en met het tijdstip waarop de Wet van 3 april 1968, houdende regeling van de bezoldiging van de militair-rechterlijke ambtenaren, buiten werking treedt en watbetreft tot en met het tijdstip waarop een opvolgende benoeming als bedoeld in dat artikel heeft plaatsgevonden, indien dat tijdstip is gelegen vóór het tijdstip waarop de Wet van 3 april, houdende regeling van de bezoldiging van de militair-rechterlijke ambtenaren, buiten werking is getreden. 1992 51 22-01-1992 22154 1992 51 22-01-1992 22154 08-03-1992