Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap
- BWB-id
- BWBR0012089
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2005-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012089
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/2001/rijkswet-tot-wijziging-rijkswet-op-het-nederlanderschap-verk
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/2001/rijkswet-tot-wijziging-rijkswet-op-het-nederlanderschap-verk/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012089&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012089&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012089/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/2001/rijkswet-tot-wijziging-rijkswet-op-het-nederlanderschap-verk
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Wijzigt de Rijkswet op het Nederlanderschap. 2000 618 28-12-2000 21-12-2000 25891 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003
Artikel IA — Artikel IA#
Artikel IA Wijzigt de Rijkswet op het Nederlanderschap. 2000 618 28-12-2000 21-12-2000 25891 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking als de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel IB — Artikel IB#
Artikel IB Wijzigt de Wet conflictenrecht namen. 2000 618 28-12-2000 21-12-2000 25891 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003
Artikel IC — Artikel IC#
Artikel IC Wijzigt de Wet betreffende de positie van Molukkers. 2000 618 28-12-2000 21-12-2000 25891 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 artikel 14, eerste lid De intrekking van het Nederlanderschap op grond van, werkt niet verder terug dan tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze Rijkswet, indien het Nederlanderschap voor dat tijdstip is verleend. 2 artikel 6, eerste lid, onder f artikel 8, tweede lid artikel 14, eerste lid Voor de toepassing van, en, wordt hij wiens Nederlanderschap is ingetrokken op grond van, juncto het eerste lid van dit artikel, niet geacht het Nederlanderschap te hebben bezeten. 2000 618 28-12-2000 21-12-2000 25891 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003
Artikel III — Artikel III#
Artikel III artikelen 14, lid 2 16, tweede lid, onder a, b, c en d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap Rijkswet op het Nederlanderschap De, enzoals zij op grond van deze Rijkswet komen te luiden, hebben terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop dein werking is getreden. 2000 618 28-12-2000 21-12-2000 25891 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV artikel 15, eerste lid, onder c De in, genoemde periode vangt niet eerder aan dan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Rijkswet. 2004 335 15-07-2004 06-07-2004 28836 2004 622 07-12-2004 30-11-2004 01-01-2005
Artikel V — Artikel V#
Artikel V 1 artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap Artikel 6, tweede en vierde lid artikel 11, achtste lid artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c artikel 6, tweede lid De meerderjarige die vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Rijkswet op grond van of, als minderjarige, wegenszijn Nederlanderschap heeft verloren, herkrijgt het Nederlanderschap door het afleggen van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring binnen een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van deze Rijkswet. Deze herkrijging werkt terug tot het moment van verlies., zijn van overeenkomstige toepassing. Het minderjarige niet-Nederlandse kind van de vader, moeder of adoptiefouder als bedoeld in, die een verklaring tot herkrijging van het Nederlanderschap aflegt, deelt in die verkrijging, indien het in de verklaring tot dat doel is vermeld. Kinderen van een kind dat in die verkrijging deelt, delen onder dezelfde voorwaarden in die verkrijging. Een kind dat ten tijde van het afleggen van de verklaring de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, deelt slechts in de verkrijging, indien het daarmee uitdrukkelijk instemt. De in, genoemde periode vangt aan op de dag van de bevestiging als bedoeld in. 2 artikel 15, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap Paspoortwet Hij die op grond van, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze Rijkswet, zijn Nederlanderschap heeft verloren en aan wie na 1 januari 1990 een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap dan wel een reisdocument in de zin van deis verstrekt, wordt geacht het Nederlanderschap niet te hebben verloren. 2004 335 15-07-2004 06-07-2004 28836 2004 622 07-12-2004 30-11-2004 01-01-2005 01-02-2001
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI De Rijkswet van 14 november 1963, Stb. 467, houdende wijziging van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (Stb.1892, 268) in verband met het huwelijk wordt ingetrokken. 2000 618 28-12-2000 21-12-2000 25891 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII 1 De artikelen van deze Rijkswet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. 2 onderdelen c en d van artikel 8, eerste lid artikel I, onderdeel J De, zoals deze komen te luiden ingevolgevan deze rijkswet zijn niet van toepassing op verzoeken ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit onderdeel. 2000 618 28-12-2000 21-12-2000 25891 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003 2002 222 21-05-2002 18-04-2002 28039 2003 118 25-03-2003 15-03-2003 01-04-2003