Rijkswet van 8 mei 2003, houdende regeling van cassatie in Antilliaanse en Arubaanse uitleveringszaken (Cassatieregeling in uitleveringszaken voor de Nederlandse Antillen en Aruba)
- BWB-id
- BWBR0015050
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015050
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/2004/rijkswet-cassatierechtspraak-in-uitleveringszaken-voor-aruba
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/2004/rijkswet-cassatierechtspraak-in-uitleveringszaken-voor-aruba/2020-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015050&g=2020-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015050&z=2026-06-06&g=2020-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015050/2020-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/2004/rijkswet-cassatierechtspraak-in-uitleveringszaken-voor-aruba
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze rijkswet wordt verstaan onder: a. Gemeenschappelijk Hof: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. b. einduitspraak: het advies van het Gemeenschappelijk Hof, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten (Pb. 1983, 84), voor zover dit advies betreft de toelaatbaarheid van de uitlevering en de afgifte dan wel teruggave van in beslag genomen voorwerpen; c. Gouverneur: de Gouverneur van Aruba, de Gouverneur van Curaçao en de Gouverneur van Sint Maarten die op grond van artikel 18, eerste lid, van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten over het verzoek tot uitlevering beslissen; d. Wetboek van Strafvordering Wetboek: hetvan het Europese deel van het Koninkrijk. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Hoge Raad der Nederlanden neemt in uitleveringszaken kennis van het beroep in cassatie tegen de einduitspraken van het Gemeenschappelijk Hof ingesteld door de procureur-generaal van een van de landen of door de opgeëiste persoon. 2 Artikel 31, vijfde en zesde lid, van de Uitleveringswet artikelen 431 432 434, eerste lid 438 439 440, eerste lid 442 443 444 450, eerste lid 451 451a 452 453 454, eerste, tweede en derde lid 455, eerste lid artikel 6:1:16 van het Wetboek alsmede de,,,,,,,,,,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 Als raadsman van de opgeëiste persoon kunnen bij de Hoge Raad ook optreden advocaten, ingeschreven bij het Gemeenschappelijk Hof. 2020 1 13-01-2020 18-12-2019 35206 2020 89 17-03-2020 06-03-2020 01-04-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het beroep in cassatie wordt ingesteld door een verklaring, af te leggen door degene die het rechtsmiddel aanwendt op de griffie van het Gemeenschappelijk Hof. Van verklaringen waarbij afstand wordt gedaan van het recht om beroep in cassatie in te stellen, of waarbij een zodanig beroep wordt ingetrokken, geeft de griffier van het Gemeenschappelijk Hof onverwijld kennis aan de Gouverneur. 2 artikel 451, eerste lid, van het Wetboek De akte, bedoeld in, wordt door de griffier bij het Gemeenschappelijk Hof terstond bij fax toegezonden aan de griffier bij de Hoge Raad. 3 Het beroep in cassatie moet binnen veertien dagen na dagtekening van de einduitspraak worden ingesteld, tenzij de opgeëiste persoon op die dag met de einduitspraak redelijkerwijs niet bekend kon zijn. In laatstbedoeld geval moet cassatie worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de opgeëiste persoon bekend is. 4 De procureur-generaal is, op straffe van niet-ontvankelijkheid, verplicht binnen een maand nadat hij beroep in cassatie heeft ingesteld, bij de Hoge Raad een schriftuur in te dienen, houdende de middelen van cassatie. 5 De opgeëiste persoon is, op straffe van niet-ontvankelijkheid, verplicht vóór de dienende dag bij de Hoge Raad door zijn raadsman een schriftuur te doen indienen, houdende de middelen van cassatie. 6 De griffier bij het Gemeenschappelijk Hof handelt ten aanzien van de schriftuur overeenkomstig het tweede lid. 2003 204 20-05-2003 08-05-2003 27797 2003 490 01-12-2003 21-11-2003 01-01-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Indien de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, doet de Hoge Raad de zaak zelf af indien dit mogelijk is zonder in een nieuw onderzoek naar de feiten te treden; ingeval dit niet mogelijk is wijst de Hoge Raad de zaak terug. 2 Indien de beslissing van de Hoge Raad inhoudt dat de uitlevering ontoelaatbaar is, kan hij de beëindiging bevelen van de vrijheidsbeneming gedaan met het oog op de inwilliging van dat verzoek. 3 In geval van terugwijzing omschrijft de Hoge Raad in zijn opdracht het punt waarover het Gemeenschappelijk Hof opnieuw dient te beslissen. 4 De griffier bij de Hoge Raad zendt aan de Gouverneur onverwijld een gewaarmerkt afschrift van het arrest van de Hoge Raad toe. Tevens zendt hij, in geval van terugwijzing, de processtukken met een gewaarmerkt afschrift van het arrest van de Hoge Raad zo spoedig mogelijk aan de griffier bij het Gemeenschappelijk Hof. 5 Na de behandeling op terugwijzing zendt de griffier bij het Gemeenschappelijk Hof een gewaarmerkt afschrift van de einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof onverwijld aan de Gouverneur. 6 Zodra de rechterlijke uitspraak betreffende het verzoek tot uitlevering in kracht van gewijsde is gegaan, zendt de griffier van het gerecht dat de zaak het laatst heeft behandeld, dat verzoek met de daarbij behorende stukken aan de Gouverneur. 2003 204 20-05-2003 08-05-2003 27797 2003 490 01-12-2003 21-11-2003 01-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2 artikel 456, eerste lid, van het Wetboek artikelen 443 444 456, derde lid, van het Wetboek De procureur-generaal bij de Hoge Raad kan cassatie «in het belang der wet» instellen tegen de einduitspraken of enige andere beslissing of handeling van het Gemeenschappelijk Hof in de zaken, bedoeld in. Hij handelt in dat geval overeenkomstig. De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 456, vierde lid, van het Wetboek In het geval bedoeld in, zendt de procureur-generaal bij de Hoge Raad het aldaar bedoelde afschrift aan de procureur-generaal die de vordering tot het in behandeling nemen van het oorspronkelijke uitleveringsverzoek bij het Gemeenschappelijk Hof gedaan heeft. 2003 204 20-05-2003 08-05-2003 27797 2003 490 01-12-2003 21-11-2003 01-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Wijzigt de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba. 2003 204 20-05-2003 08-05-2003 27797 2003 490 01-12-2003 21-11-2003 01-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Wijzigt deze wet. 2003 204 20-05-2003 08-05-2003 27797 2003 490 01-12-2003 21-11-2003 01-01-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Hoge Raad neemt geen kennis van beroepen in cassatie in uitleveringszaken ingesteld tegen einduitspraken gewezen voordat deze rijkswet binnen de landen van het Koninkrijk in werking is getreden. 2 Artikel 6 is niet van toepassing op zaken waarin op het moment van inwerkingtreding van deze rijkswet door de verdachte reeds beroep in cassatie is ingesteld. Op deze zaken worden de bepalingen toegepast zoals die luidden voor het moment van inwerkingtreding. 2003 204 20-05-2003 08-05-2003 27797 2003 490 01-12-2003 21-11-2003 01-01-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2003 204 20-05-2003 08-05-2003 27797 2003 490 01-12-2003 21-11-2003 01-01-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze wet wordt aangehaald als: Rijkswet cassatierechtspraak in uitleveringszaken voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.