Rijkswet van 18 april 2002, houdende bepalingen omtrent de tarieven voor consulaire dienstverlening
- BWB-id
- BWBR0013618
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-10-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013618
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/2004/rijkswet-op-de-consulaire-tarieven
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/2004/rijkswet-op-de-consulaire-tarieven/2010-10-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013618&g=2010-10-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013618&z=2026-06-06&g=2010-10-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013618/2010-10-10
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/2004/rijkswet-op-de-consulaire-tarieven
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder 1°. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken, 2°. de Gevolmachtigde Minister: de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten in Nederland. 2010 339 01-09-2010 07-07-2010 32186 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De belanghebbende is aan Onze Minister dan wel indien dat bij algemene maatregel van rijksbestuur is bepaald aan de Gevolmachtigde Minister een bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen vergoeding verschuldigd voor het verlenen van de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur aangeduide diensten met betrekking tot: a. Consulaire Wet de uitoefening van de bij of krachtens deaan consulaire ambtenaren verleende bevoegdheden, b. het verstrekken van consulaire verklaringen met het oog op het vervoeren van een stoffelijk overschot of een urn, c. het verstrekken van verklaringen omtrent de burgerlijke staat en andere de persoon betreffende gegevens die tot bewijs strekken, d. het verlenen van bijstand, zoals bemiddeling bij het oplossen van financiële en andere de belanghebbende betreffende problemen die verband houden met het verblijf in het buitenland, e. Wet openbaarheid van bestuur het verschaffen van informatie en het bemiddelen bij het verkrijgen daarvan anders dan in het kader van de toepassing van de, f. het legaliseren en verifiëren van documenten en het bemiddelen bij het doen legaliseren en verifiëren van documenten, g. het bemiddelen met het oog op het verrichten van rechtshandelingen en het verstrekken van verklaringen en andere documenten ten behoeve van belanghebbende door de bevoegde instanties van andere mogendheden, h. de verlening van visa en i. overige diensten verleend door Onze Minister dan wel de Gevolmachtigde Minister. 2 De bepaling van de onderscheiden vergoedingen op grond van het eerste lid geschiedt zoveel mogelijk op grondslag van de werkelijke kosten die de gebruikelijke dienstverrichting meebrengt. 3 In afwijking van het eerste lid kunnen de diensten en de daarvoor in rekening te brengen vergoeding bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aangeduid respectievelijk vastgesteld, indien Onze Minister de dienst in Nederland verricht. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De vergoeding op grond vanwordt verhoogd met een vergoeding voor: a. reis- en verblijfskosten indien de dienst is verricht buiten de daartoe door Onze Minister dan wel de Gevolmachtigde Minister bestemde gebouwen en plaatsen, b. kosten die niet zijn begrepen in de gebruikelijke dienstverrichting en c. kosten die voortvloeien uit de inschakeling van derden bij het verrichten van de dienst. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 2 3 De vergoeding op grond van deenis verschuldigd, ook als de dienst door omstandigheden die niet aan Onze Minister dan wel de Gevolmachtigde Minister kunnen worden toegerekend niet is voltooid of de dienst niet tot het beoogde resultaat heeft geleid. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 2 3 Onze Minister dan wel de Gevolmachtigde Minister kan bepalen dat de vergoeding op grond van deenniet of niet geheel verschuldigd is, op verzoek van de belanghebbende die voor aanvang van de dienstverrichting zijn onvermogen aannemelijk maakt. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2 De vergoeding wordt vastgesteld en is verschuldigd in de valuta, waarin de bedragen bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur dan wel algemene maatregel van bestuur op grond vanzijn uitgedrukt. 2 In afwijking van het eerste lid kan de vergoeding worden betaald in de valuta van het land waar de dienstverrichting heeft plaatsgevonden. 3 Indien de omstandigheden in een land daartoe aanleiding geven, kan bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden bepaald dat de vergoeding wordt betaald in andere valuta dan de valuta, bedoeld in het tweede lid. 4 artikel 2 De omrekening uit of naar de valuta, waarin de bedragen bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur op grond vanzijn uitgedrukt, geschiedt overeenkomstig de bij de vaststelling van de vergoeding bepaalde wisselkoers. Deze wisselkoers wordt zo veel mogelijk op grondslag van de koers van de dag bepaald. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2 De vergoeding op grond vanis bij vooruitbetaling verschuldigd. 2 artikel 3 De vergoeding op grond vanwordt vastgesteld na beëindiging van de dienstverrichting. Onze Minister dan wel de Gevolmachtigde Minister kan verlangen dat voor de aanvang van de dienstverrichting zekerheid wordt gesteld en kan betaling van een of meer voorschotten vorderen. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 2, derde lid Nadere voorschriften voor de vaststelling en de betaling van de vergoeding kunnen worden vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur dan wel, indien toepassing is gegeven aan, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Onze Minister zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid, doelmatigheid en de effecten van de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wet op de kanselarijrechten 1948 Dewordt ingetrokken. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze wet wordt aangehaald als: Rijkswet op de consulaire tarieven. 2002 251 04-06-2002 18-04-2002 27217 2003 507 16-12-2003 19-11-2003 01-01-2004