Rijkswet van 23 augustus 2016, houdende bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet)
- BWB-id
- BWBR0038494
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2018-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0038494
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/2018/rijksvisumwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/2018/rijksvisumwet/2018-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0038494&g=2018-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0038494&z=2026-06-06&g=2018-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0038494/2018-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/2018/rijksvisumwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. Vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld; b. Nederland: het land Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; c. Landen: de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten; d. Openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; e. Visum voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen: beslissing van de bevoegde autoriteit dat op het moment van afgifte geen bezwaar bestaat tegen de toegang tot de landen en openbare lichamen; f. Bevoegde autoriteit: − wat betreft de openbare lichamen: Onze Minister van Buitenlandse Zaken; − wat betreft de landen: de Minister van het desbetreffende land wie het aangaat; g. Geldigheidsduur van een visum: het tijdvak waarbinnen na afgifte van een visum daarvan gebruik kan worden gemaakt voor het verkrijgen van toegang; h. Verblijfstermijn: artikel 5, eerste lid de maximale duur van het geoorloofd verblijf op grond van; i. Landsregelgeving: − wat betreft de openbare lichamen: regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken; − wat betreft de landen: algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan van het desbetreffende land. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze wet is van toepassing op de verlening van visa voor de toegang tot de landen en de openbare lichamen. 2 Onze Minister van Buitenlandse Zaken is belast met de verlening van de visa, bedoeld in artikel 2 van de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 2001, nr. 539/2001/EG (Pb EU L81) voor de toegang tot Nederland. Bepalingen omtrent andere visa voor de toegang tot Nederland dan bedoeld in de eerste volzin worden bij of krachtens de wet vastgesteld. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De bevoegde autoriteit van elk van de landen neemt bij de uitoefening van haar bevoegdheden het door Onze Minister van Buitenlandse Zaken gevoerde beleid inzake de buitenlandse betrekkingen, daaronder begrepen het visumbeleid, in acht. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De hoofden van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van het Koninkrijk zijn belast met de behandeling van visumaanvragen namens de bevoegde autoriteiten. In overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken kunnen de bevoegde autoriteiten van de landen aan de hoofden van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk aanwijzingen geven over de uitvoering van deze wet ten aanzien van het desbetreffende land door de ambtenaren werkzaam op die vertegenwoordiging. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een visum, verleend op grond van deze rijkswet, is vereist voor het verkrijgen van een of meer malen toegang van vreemdelingen tot de landen en de openbare lichamen. Bij of krachtens landsregelgeving kan worden bepaald dat aan het visum een verblijfstermijn kan worden verbonden. De eerste volzin laat onverlet hetgeen overigens bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is bepaald omtrent de toegang en de toelating tot de landen en de openbare lichamen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van vreemdelingen die: a. krachtens verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie daarvan zijn vrijgesteld, b. drager zijn van een bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de bevoegde autoriteit aangewezen nationaliteit, c. behoren tot een bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de bevoegde autoriteit aangeduide categorie of d. Wet toelating en uitzetting BES beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, verleend op grond van de. 3 Bij de vaststelling van de regelingen, bedoeld in het tweede lid, neemt Onze Minister van Buitenlandse Zaken het belang van harmonisatie van het visumbeleid binnen het Koninkrijk en de belangen van de landen en de openbare lichamen, met name hun economische belangen, in acht. 4 De bevoegde autoriteit kan in aanvulling op het bepaalde krachtens het tweede lid in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de visumplicht. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Een voor toegang tot een van de landen of openbare lichamen verleend visum geldt mede als visum voor de toegang tot de overige landen en openbare lichamen, tenzij de bevoegde autoriteit van een van de overige landen of openbare lichamen uit oogpunt van openbare orde of nationale veiligheid geen medegelding toestaat. In het geval geen medegelding wordt toegestaan, verbindt de bevoegde autoriteit die op de aanvraag beslist een territoriale beperking aan het visum. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een visum wordt door de vreemdeling in persoon, indien de bevoegde autoriteit dat verlangt in aanwezigheid van diens wettelijke vertegenwoordiger, aangevraagd bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk met gebruikmaking van het door Onze Minister van Buitenlandse Zaken daartoe vastgestelde formulier. 2 De bevoegde autoriteit kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de verplichting tot persoonlijke verschijning, bedoeld in het eerste lid. 3 Bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan in aanvulling op het eerste lid worden bepaald dat een visum elders dan bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het Koninkrijk kan worden aangevraagd. 4 In afwijking van het eerste lid kan bij regeling van Onze Minister van Buitenlandse Zaken worden bepaald dat een visum langs elektronische weg kan worden aangevraagd. In deze regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend, alsmede met betrekking tot het beheer van bij de aanvraag verstrekte gegevens en bescheiden. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bij of krachtens deze rijkswet bepaalde voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kan de bevoegde autoriteit besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door de bevoegde autoriteit gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. 2 In afwijking van het eerste lid kan de bevoegde autoriteit besluiten een aanvraag niet te behandelen zonder de aanvrager in de gelegenheid te hebben gesteld de aanvraag aan te vullen indien: a. artikel 7, tweede lid de aanvraag niet door de vreemdeling in persoon is ingediend, onverminderd, b. voor de aanvraag geen gebruik is gemaakt van het voorgeschreven formulier dat volledig is ingevuld en ondertekend, c. de aanvraag niet is gesteld in de Nederlandse, Franse, Engelse of Spaanse taal of d. de voor de behandeling van de aanvraag verschuldigde vergoeding niet is voldaan. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De bevoegde autoriteit kan op aanvraag van de vreemdeling een visum verlenen indien de vreemdeling: a. beschikt over een geldig reisdocument, b. geen gevaar oplevert voor de openbare orde, c. geen gevaar oplevert voor de nationale veiligheid, d. geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid, e. geen gevaar oplevert voor de internationale betrekkingen en f. beschikt over voldoende middelen van bestaan, zowel voor het voorgenomen verblijf als voor de terugreis of de doorreis naar een derde Staat waar de toegang is gewaarborgd. 2 artikel 13 De bevoegde autoriteit kan in afwijking van het eerste lid en onverminderdeen visum verlenen indien daarmee een wezenlijk belang van de landen of de openbare lichamen is gediend of klemmende redenen van humanitaire aard daartoe nopen dan wel het belang van de internationale betrekkingen de verlening van een visum vordert. Bij toepassing van de eerste volzin verbindt de bevoegde autoriteit in voorkomend geval een territoriale beperking aan het visum. 3 Bij landsregelgeving kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid, onder b, c, d en f, en het tweede lid. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Ten behoeve van de beoordeling van een visumaanvraag verlangt de bevoegde autoriteit van de vreemdeling dat deze het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf op een door de bevoegde autoriteit te bepalen wijze aannemelijk maakt. 2 Bij landsregelgeving kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De bevoegde autoriteit weigert het visum indien: a. artikel 9, eerste lid artikel 10, eerste lid de vreemdeling niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in, onverminderd artikel 9, tweede lid, dan wel niet voldoet aan, of b. het reisdocument zijn geldigheid zal verliezen binnen drie maanden, in bijzondere gevallen binnen een maand, na afloop van het ten hoogste toegestane verblijf. 2 Voorts kan een visum worden geweigerd indien: a. de vreemdeling een aanvraag om een verblijfsrecht heeft gedaan waarop nog niet is beslist, b. de vreemdeling voorafgaand aan diens visumaanvraag in een van de landen of openbare lichamen verblijf hield zonder daartoe geldige titel, c. de vreemdeling bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt of d. grond bestaat om aan te nemen dat de vreemdeling de verplichtingen verbonden aan het visum of het daarmee verband houdende verblijf niet zal nakomen; zulke grond bestaat in elk geval indien de vreemdeling de verplichtingen verbonden aan een eerder verleend visum of verblijfsrecht niet is nagekomen. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 5, eerste lid De bevoegde autoriteit stelt de geldigheidsduur van het visum vast, kan daaraan overeenkomstig de regels, bedoeld in, een verblijfstermijn verbinden en kan met het oog op de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen of met het oog op het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze rijkswet: a. het visum onder beperkingen verlenen, b. voorschriften aan het visum verbinden. 2 artikel 5, eerste lid De bevoegde autoriteit kan een reeds verleend visum waarvan de geldigheidsduur of de op grond van, daaraan verbonden verblijfstermijn niet is verstreken, wijzigen of intrekken indien de visumverlening onjuist was, gewijzigde omstandigheden zich tegen handhaving van het visum verzetten of de vreemdeling de aan het visum verbonden verplichtingen niet naleeft. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Indien het belang van de internationale betrekkingen betrokken kan zijn bij een besluit van de bevoegde autoriteit inzake visumverlening stelt de bevoegde autoriteit Onze Minister van Buitenlandse Zaken in de gelegenheid om zijn zienswijze aan de bevoegde autoriteit kenbaar te maken. De bevoegde autoriteit neemt diens zienswijze in acht bij zijn besluit. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De bevoegde autoriteit brengt het visum aan in het reisdocument. Indien het reisdocument is afgegeven door een autoriteit van een niet als zodanig door het Koninkrijk der Nederlanden erkende staat of andere omstandigheden in de weg staan aan toepassing van de eerste volzin wordt het visum afzonderlijk verstrekt. 2 Onze Minister van Buitenlandse Zaken stelt het model van het visum vast. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Onze Minister van Buitenlandse Zaken en de bevoegde autoriteiten van de landen voeren regelmatig overleg over aangelegenheden die de toepassing van deze wet ten aanzien van de landen en de openbare lichamen betreffen. Het overleg is gericht op bevordering van de eenheid van het visumbeleid, in aanmerking genomen de belangen van de landen en de openbare lichamen. 2 paragraaf 2 van het Statuut voor het Koninkrijk Indien naar het oordeel van Onze Minister van Buitenlandse Zaken of de bevoegde autoriteiten ten aanzien van een aangelegenheid, bedoeld in het eerste lid, sprake is van ernstige bezwaren voor de buitenlandse betrekkingen, de eenheid van het visumbeleid, de doelmatigheid van de uitvoering of de belangen van de landen of de openbare lichamen en het overleg leidt niet tot overeenstemming dan kan het geschilpunt met overeenkomstige toepassing vanaan de raad van ministers van het Koninkrijk worden voorgelegd. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Besluit afschaffing binnenlandse paspoorten en verdere reglementaire bepalingen ten aanzien van binnen- en buitenlandse paspoorten Hetwordt ingetrokken. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Besluit afschaffing binnenlandse paspoorten en verdere reglementaire bepalingen ten aanzien van binnen- en buitenlandse paspoorten Een op grond van hetverleend visum voor de toegang tot de landen of de openbare lichamen geldt als een visum, verleend op grond van deze rijkswet. 2 Op de behandeling van visumaanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze rijkswet blijft het recht dat voor dat tijdstip gold van toepassing. 3 De bij inwerkingtreding van deze rijkswet geldende landsregelgeving met betrekking tot onderwerpen die bij deze rijkswet ter regeling aan landsregelgeving is overgelaten, geldt vanaf inwerkingtreding van deze rijkswet ten aanzien van die onderwerpen als landsregelgeving ingevolge deze rijkswet. Bepalingen die niet verenigbaar zijn met deze rijkswet of met het door Onze Minister van Buitenlandse Zaken bepaalde krachtens deze rijkswet blijven buiten toepassing. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor invoering van de verschillende artikelen of onderdelen voor de afzonderlijke landen of openbare lichamen verschillend kan worden vastgesteld. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze rijkswet wordt aangehaald als: Rijksvisumwet. 2016 320 08-09-2016 23-08-2016 32415 2018 178 21-06-2018 04-06-2018 01-07-2018