Rijkswet van 8 juli 2020, houdende tijdelijke voorzieningen voor de Rijksoctrooiwet 1995 in verband met de uitbraak van COVID-19 (Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19)
- BWB-id
- BWBR0043910
- Type
- rijkswet
- Ministerie
- Economische Zaken en Klimaat
- Geldigheid
- 2020-07-21 t/m 2023-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0043910
- ELI
- /eli/nl/rijkswet/2020/tijdelijke-rijkswet-voorziening-rijksoctrooiwet-1995-covid-1
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/rijkswet/2020/tijdelijke-rijkswet-voorziening-rijksoctrooiwet-1995-covid-1/2020-07-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0043910&g=2020-07-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0043910&z=2026-06-06&g=2020-07-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0043910/2020-07-21
Absolute ELI: /eli/nl/rijkswet/2020/tijdelijke-rijkswet-voorziening-rijksoctrooiwet-1995-covid-1
Artikel 1 — Artikel 1 Rijksoctrooiwet 1995 (bevoegdheid opschorting termijnen)#
Artikel 1 Rijksoctrooiwet 1995 (bevoegdheid opschorting termijnen) 1 artikel 15 van de Rijksoctrooiwet 1995 Rijksoctrooiwet 1995 De directeur van het bureau, bedoeld in, kan bij besluit een termijn die bij of krachtens deis gesteld voor een bij dat besluit te bepalen duur verlengen, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is in verband met het door octrooihouders of aanvragers van octrooien niet kunnen voldoen aan die termijn als gevolg van maatregelen die verband houden met de bestrijding van de verspreiding van COVID-19. 2 artikelen 61, eerste en tweede lid 62 van de Rijksoctrooiwet 1995 Het eerste lid is niet van toepassing op de termijnen, bedoeld in de, en. 3 De directeur kan aan een besluit als bedoeld in het eerste lid terugwerkende kracht toekennen tot en met uiterlijk 12 maart 2020, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is in verband met het door octrooihouders of aanvragers van octrooien niet kunnen voldoen aan die termijn als gevolg van maatregelen die verband houden met de bestrijding van de verspreiding van COVID-19. 4 artikel 20, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 De directeur maakt melding van een besluit als bedoeld in het eerste lid in het door het bureau periodiek uit te geven blad, bedoeld in. 5 Artikel 81 van de Rijksoctrooiwet 1995 is van overeenkomstige toepassing op krachtens het eerste lid genomen besluiten. 2020 273 20-07-2020 08-07-2020 35449 2020 274 20-07-2020 16-07-2020 21-07-2020
Artikel 2 — Artikel 2 artikel 61, derde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 (toeslagop nihil)#
Artikel 2 artikel 61, derde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 (toeslagop nihil) 1 artikel 61, derde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 Het ingevolgeverschuldigde bedrag wordt op nihil gesteld voor octrooien waarvan de vervaldag, bedoeld in artikel 61, eerste of tweede lid, is gelegen in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 augustus 2020. 2 Bij koninklijk besluit kan de periode, bedoeld in het eerste lid, steeds met ten hoogste twee maanden worden verlengd, indien die verlenging noodzakelijk is in verband met COVID-19 of de ter bestrijding van de verspreiding daarvan getroffen maatregelen. 2020 273 20-07-2020 08-07-2020 35449 2020 274 20-07-2020 16-07-2020 21-07-2020 Door Stb. 2020/304 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 30 september 2020. Door Stb. 2020/364 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 30 november 2020. Door Stb. 2020/480 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 31 januari 2021. Door Stb. 2021/35 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 31 maart 2021. Door Stb. 2021/161 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 31 mei 2021. Door Stb. 2021/237 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 31 juli 2021. Door Stb. 2021/387 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 30 september 2021. Door Stb. 2021/447 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 30 november 2021. Door Stb. 2021/577 is de periode bedoeld in het eerste lid
verlengd tot en met 31 januari 2022.
Artikel 3 — Artikel 3 (inwerkingtreding en vervallen)#
Artikel 3 (inwerkingtreding en vervallen) 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 Deze wet vervalt met ingang van 1 september 2020. Het tijdstip waarop deze wet vervalt kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste twee maanden ligt na het tijdstip waarop de wet zou vervallen. 2020 273 20-07-2020 08-07-2020 35449 2020 274 20-07-2020 16-07-2020 21-07-2020
Artikel 4 — Artikel 4 (citeertitel)#
Artikel 4 (citeertitel) Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19. 2020 273 20-07-2020 08-07-2020 35449 2020 274 20-07-2020 16-07-2020 21-07-2020