Briefwisseling tussen de regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, enerzijds, en de regering van Letland, anderzijds, houdende een overeenkomst inzake de afschaffing van de visumplicht
- BWB-id
- BWBV0001403
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1999-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0001403
- ELI
- /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0001403
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0001403/1999-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0001403&g=1999-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0001403&z=2026-06-06&g=1999-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0001403/1999-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0001403
Artikel 1 — 1#
1 In deze overeenkomst wordt verstaan: onder «de Beneluxstaten»: het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden; Onder het „Beneluxgebied": het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 2 — 2#
2 De onderdanen van de Republiek Letland kunnen het Beneluxgebied zonder visum op uitsluitend vertoon van een geldig nationaal paspoort binnenkomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden te rekenen vanaf het tijdstip van eerste binnenkomst op het grondgebied van een van de Staten die de op 19 juni 1990 ondertekende Uitvoeringsovereenkomst van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen in werking hebben gesteld. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 3 — 3#
3 De onderdanen van de Beneluxstaten kunnen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden het grondgebied van Letland zonder visum binnenkomen op uitsluitend vertoon van een geldig nationaal paspoort. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 4 — 4#
4 Voor een verblijf van meer dan drie maanden dienen de in deze overeenkomst bedoelde onderdanen voor hun vertrek de daartoe vereiste machtiging te hebben verkregen via de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van het land waarheen zij zich wensen te begeven. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 5 — 5#
5 De onderdanen van de Beneluxstaten die zich op regelmatige wijze in Letland ophouden en onderdanen van Letland die zich op regelmatige wijze in één der Beneluxstaten ophouden, kunnen het land waar zij zich bevinden zonder visum verlaten en weder binnenkomen op vertoon van een geldig nationaal paspoort en een geldige verblijfstitel. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 6 — 6#
6 Elke Regering behoudt zich het recht voor de toegang te weigeren aan personen die niet in het bezit zijn van de vereiste inreispapieren, die niet beschikken over voldoende middelen van bestaan, die als ongewenst zijn gesignaleerd of die beschouwd worden als personen die de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 7 — 7#
7 Behoudens de voorgaande bepalingen blijven de in de Beneluxstaten en in Letland van kracht zijnde wetten en voorschriften met betrekking tot de binnenkomst, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsmede met betrekking tot het verrichten van enigerlei arbeid, onverlet. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 8 — 8#
8 Elke Regering verplicht zich te allen tijde en zonder formaliteiten weder tot het grondgebied van haar Staat toe te laten: a) de onderdanen van haar eigen Staat, die zich op het grondgebied van een van de bij deze overeenkomst Partij zijnde Staten bevinden; b) personen die dat grondgebied binnengekomen zijn op vertoon van een door de Belgische, Luxemburgse, Nederlandse of Letse autoriteiten afgegeven geldig nationaal paspoort, zelfs indien de nationaliteit van die personen betwist wordt. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 9 — 9#
9 Deze overeenkomst in de vorm van een briefwisseling treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de Nota waarbij de laatste van de overeenkomstsluitende Partijen de Belgische Regering kennis heeft gegeven de voor de inwerkingtreding vereiste interne juridische formaliteiten te hebben nageleefd. De Belgische Regering stelt ieder der overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de in het eerste lid bedoelde notificaties en van de datum van inwerkingtreding van bedoelde overeenkomst. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 10 — 10#
10 Elk der Partijen kan deze overeenkomst opzeggen door dertig dagen van tevoren de Belgische Regering daarvan mededeling te doen. De opzegging door één der Regeringen heeft de beëindiging van de overeenkomst tot gevolg. De Belgische Regering stelt de andere ondertekenende Regeringen in kennis van de ontvangst van de in deze bepaling bedoelde mededeling. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 11 — 11#
11 De toepassing van deze overeenkomst kan door elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden opgeschort. Van deze opschorting dient onverwijld via de diplomatieke kanalen kennis gegeven te worden aan de Belgische Regering. Deze zal de andere ondertekenende Regeringen van de ontvangst van deze kennisgeving op de hoogte brengen. Hetzelfde geldt voor het ongedaan maken van de opschorting. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999
Artikel 12 — 12#
12 Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba worden uitgebreid door kennisgeving van de Nederlandse Regering aan de Belgische Regering die de overige overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt. 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 1999 118 30-06-1999 01-07-1999 01-07-1999