Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen
- BWB-id
- BWBV0003398
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2009-06-03
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0003398
- ELI
- /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0003398
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0003398/2009-06-03
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0003398&g=2009-06-03
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0003398&z=2026-06-06&g=2009-06-03
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0003398/2009-06-03
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0003398
Artikel 1 — Artikel 1 Definities en werkingssfeer#
Artikel 1 Definities en werkingssfeer 1 In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder grondgebied van 1. de Benelux: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden; 2. de Republiek Armenië: het grondgebied van de Republiek Armenië. 2 In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder: 1. „onregelmatig verblijvende persoon”: eenieder die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf; 2. „derde Staat”: elke Staat dat geen Benelux-Staat en niet de Republiek Armenië is; 3. „onderdaan van een derde Staat”: eenieder die geen onderdaan van één der Benelux-Staten of van de Republiek Armenië is; 4. Verdrag betreffende de status van staatlozen „staatloze”: de persoon waarvan de status door hetvan 28 september 1954 bepaald wordt; 5. „grenzen”: – de eerst overschreden grens die niet een gemeenschappelijke grens van de Overeenkomstsluitende Partijen is; – iedere binnen het Benelux-gebied of op het grondgebied van de Republiek Armenië gelegen lucht- of zeehaven, waar personenverkeer van of naar een derde land plaatsvindt. 2009 124 16-09-2009
Artikel 2 — Artikel 2 Overname van eigen onderdanen#
Artikel 2 Overname van eigen onderdanen 1 Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de onregelmatig verblijvende persoon over wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft. 2 artikel 4 De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen vanbinnen een termijn van drie werkdagen de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten. 3 De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden over, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had. 2009 124 16-09-2009
Artikel 3 — Artikel 3 Overname van onderdanen van een derde Staat of van staatlozen#
Artikel 3 Overname van onderdanen van een derde Staat of van staatlozen 1 Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zonder formaliteiten de onderdanen van een derde Staat of staatlozen over die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze personen, op het ogenblik waarop hun onregelmatig verblijf op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is vastgesteld, het recht hadden om regelmatig op het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij te verblijven. 2 artikel 4 De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen vanbinnen een termijn van drie werkdagen de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten. 2009 124 16-09-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Identiteit en nationaliteit#
Artikel 4 Identiteit en nationaliteit 1 lid (1) van artikel 2 lid (1) van artikel 3 De identiteit en de nationaliteit van een overeenkomstig de inenopgenomen procedures over te nemen persoon kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten: – een geldig nationaal identiteitsbewijs; – een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer); – een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder; – een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname. 2 De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten: – een ander officieel document dan zoals beschreven in het vorige lid, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs e.a.); – een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand. 3 Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen: – een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; – andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt; – fotokopieën van bovengenoemde documenten; – de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; – de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt. 2009 124 16-09-2009
Artikel 5 — Artikel 5 Indiening van het verzoek om overname#
Artikel 5 Indiening van het verzoek om overname 1 Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat: 1. de personalia van de betrokkene (naam, voornaam, eventueel vroegere namen, bijnamen en pseudoniemen, alias, geboortedatum en -plaats, geslacht en laatste verblijfplaats); 2. de beschrijving van het paspoort of het paspoortvervangend reisdocument (onder meer serienummer, plaats en datum van afgifte, geldigheidsduur, afgevende autoriteit) en/of enig ander bewijs waaruit de nationaliteit van de betrokkene blijkt of door middel waarvan zijn nationaliteit kan worden aangetoond; 3. twee pasfoto’s. 2 De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken. 3 Het verzoek om overname wordt bij de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ingediend en omvat de in het verzoek om overname opgesomde documenten. Er wordt een verslag van indiening/ontvangst van het verzoek en van de bij het verzoek gevoegde stukken opgesteld. 2009 124 16-09-2009
Artikel 6 — Artikel 6 Termijnen#
Artikel 6 Termijnen 1 De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt onverwijld, en in ieder geval binnen een termijn van maximaal 30 dagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname. 2 De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij neemt de persoon wiens overname werd aanvaard onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van één maand, over. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij worden verlengd voor de tijd dat er nog juridische of praktische belemmeringen zijn. 2009 124 16-09-2009
Artikel 7 — Artikel 7 Verval van de verplichting tot overname#
Artikel 7 Verval van de verplichting tot overname 1 Het verzoek om overname van een onderdaan van één der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde worden ingediend. 2 Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat of een staatloze dient uiterlijk binnen één jaar na vaststelling door de Overeenkomstsluitende Partij van de binnenkomst en de aanwezigheid van deze persoon op haar grondgebied te worden ingediend. 2009 124 16-09-2009
Artikel 8 — Artikel 8 Doorgeleiding#
Artikel 8 Doorgeleiding 1 artikel 12 Onverminderdstaan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat of staatlozen over hun grondgebied toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis door eventuele derde Staten en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd is. 2 Het is niet absoluut noodzakelijk dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een transitvisum afgeeft. 3 De doorgeleiding kan door de Overeenkomstsluitende Partijen worden geweigerd wanneer de onderdanen van een derde Staat of staatlozen in de Staat van bestemming of in een andere Staat van doorreis dreigen blootgesteld te worden aan marteling, onmenselijke of onterende behandeling, doodstraf, vervolging op grond van ras, godsdienst, herkomst of nationaliteit, lidmaatschap van een maatschappelijke groepering of politieke overtuiging. 4 artikel 12 Ondanks verleende toestemming kunnen voor doorgeleiding overgenomen personen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij worden teruggegeven, indien zich later omstandigheden als bedoeld in lid (3), van dit artikel of invoordoen of bekend worden, die doorgeleiding in de weg staan, of indien de verdere reis of de overname door de Staat van bestemming niet meer verzekerd is. 5 De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid (1) hierboven, te beperken tot onderdanen van een derde Staat of staatlozen voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar de Staat van bestemming niet mogelijk is. 2009 124 16-09-2009
Artikel 9 — Artikel 9 Gegevensbescherming#
Artikel 9 Gegevensbescherming Richtlijn 95/46/EG De verstrekking van persoonsgegevens geschiedt uitsluitend wanneer deze verstrekking noodzakelijk is voor de toepassing van deze Overeenkomst door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen. Het gebruik van persoonsgegevens met betrekking tot een individueel geval wordt aan de interne wetgeving van de Republiek Armenië onderworpen en wanneer de controle door een bevoegde autoriteit van één der Benelux-Staten uitgeoefend wordt, aan de bepalingen vanvan 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en aan de nationale wetgeving van die Staat die ter uitvoering van genoemde Richtlijn is vastgesteld. Bovendien gelden hierbij de volgende uitgangspunten: 1. de persoonsgegevens worden overeenkomstig de wet en in billijkheid verwerkt; 2. de persoonsgegevens worden verzameld met het duidelijke, uitdrukkelijke en verantwoorde doel bij te dragen tot de toepassing van deze Overeenkomst; deze gegevens worden noch door de autoriteit die ze heeft verstrekt noch door die welke ze ontvangen heeft op een wijze verwerkt die met dit doel onverenigbaar is; 3. de persoonsgegevens moeten passend, relevant en niet overmatig zijn ten opzichte van het doel waarvoor ze zijn verzameld en/of gebruikt; de verstrekte persoonsgegevens zullen in het bijzonder slechts op het volgende betrekking hebben: – concrete gegevens m.b.t. de over te nemen persoon (bv. naam, voornaam, elke vroegere naam, bijnaam of alias; geboortedatum en -plaats, geslacht, huidige of vroegere nationaliteit); – identiteitskaart of paspoort (serienummer, geldigheidsduur, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van afgifte); – doorreisplaatsen en gevolgde routes; – elke andere informatie die nodig is voor de identificatie van de over te nemen persoon of de behandeling van de verzoeken om overname, overeenkomstig deze Overeenkomst. 4. de persoonsgegevens moeten nauwkeurig zijn en in voorkomend geval bijgewerkt worden; 5. de persoonsgegevens die in een vorm verstrekt worden waardoor identificatie van de betrokken personen mogelijk is kunnen niet langer bewaard worden dan de tijd nodig voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor ze verzameld en gebruikt zijn; 6. zowel de autoriteit die de gegevens verstrekt als die welke ze ontvangt nemen iedere redelijke maatregel om ervoor te zorgen dat persoonsgegevens zo nodig rechtgezet, vernietigd of afgeschermd worden wanneer de verwerking ervan niet aan de bepalingen van dit artikel voldoet; in het bijzonder, wanneer de persoonsgegevens niet passend, relevant of nauwkeurig zijn of wanneer ze overmatig zijn ten opzichte van het met hun verwerking nagestreefde doel. Dit houdt eveneens in dat de andere Overeenkomstsluitende Partij van elke rechtzetting, vernietiging of afscherming in kennis wordt gesteld; 7. indien de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt hierom verzoekt, stelt de autoriteit die ze ontvangen heeft haar in kennis van het gebruik dat van deze gegevens is gemaakt en van het verkregen resultaat; 8. persoonsgegevens kunnen alleen aan de bevoegde autoriteiten worden verstrekt. Elke andere verstrekking aan andere instanties wordt afhankelijk gesteld van de voorafgaande toestemming van de autoriteit die ze heeft verstrekt; 9. zowel de autoriteit die gegevens verstrekt als die welke ze ontvangt zijn verplicht de verstrekking en de ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te registreren. 2009 124 16-09-2009
Artikel 10 — Artikel 10 Kosten#
Artikel 10 Kosten 1 artikelen 2 3 artikel 2, lid (3) De kosten verbonden aan het overbrengen van personen die volgens deenworden overgenomen komen tot aan de grens van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, alsmede de kosten in verband met de overname als bedoeld in. 2 artikel 8 De kosten verbonden aan de doorgeleiding tot aan de grens van de Staat van bestemming, alsmede de eventueel uit de teruggeleiding voortvloeiende kosten, komen overeenkomstigten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij. 2009 124 16-09-2009
Artikel 11 — Artikel 11 Comité van deskundigen#
Artikel 11 Comité van deskundigen 1 De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een Comité van deskundigen in dat: 1. de toepassing van deze Overeenkomst volgt; 2. voorstellen doet om vraagstukken in verband met de toepassing van deze Overeenkomst op te lossen; 3. wijzigingen van en aanvullingen op deze Overeenkomst voorstelt; 4. passende maatregelen ter bestrijding van illegale immigratie uitwerkt en aanbeveelt. 2 De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor, de voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren. 3 Het Comité bestaat uit drie vertegenwoordigers voor de Benelux en een vertegenwoordiger voor de Republiek Armenië. De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervangers aan en wijzen tegelijkertijd plaatsvervangende leden aan. Bij het overleg kunnen nog andere deskundigen worden betrokken. 4 Het Comité komt, zo nodig, op voorstel van één der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen. 2009 124 16-09-2009
Artikel 12 — Artikel 12 Betrekking tot andere verdragen#
Artikel 12 Betrekking tot andere verdragen De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit: 1. Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingenen Verdrag van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen het, als gewijzigd bij hethet; 2. verdragen inzake uitlevering en doorgeleiding; 3. Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het; 4. het Europees gemeenschapsrecht voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden; 5. Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen Overeenkomst ter uitvoering van genoemd Akkoord van Schengen het op 14 juni 1985 te Schengen geslotenen de op 19 juni 1990 gesloten; 6. Verordening (EG) nr. 343/2003 internationale asielovereenkomsten, en devan de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke Lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij één van de Lidstaten wordt ingediend; 7. internationale conventies en overeenkomsten betreffende de overname van vreemdelingen. 2009 124 16-09-2009
Artikel 13 — Artikel 13 Uitvoeringsprotocol#
Artikel 13 Uitvoeringsprotocol Uitvoeringsprotocol Alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in hetvastgelegd. 2009 124 16-09-2009
Artikel 14 — Artikel 14 Territoriale toepassing#
Artikel 14 Territoriale toepassing Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door een kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt. 2009 124 16-09-2009
Artikel 15 — Artikel 15 Inwerkingtreding#
Artikel 15 Inwerkingtreding 1 Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de nota waarbij de laatste van de Overeenkomstsluitende Partijen de Regering van het Koninkrijk België ter kennis heeft gegeven de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten te hebben nageleefd. 2 De Regering van het Koninkrijk België stelt ieder der Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de in lid (1) bedoelde notificaties en van de datum van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. 2009 124 16-09-2009
Artikel 16 — Artikel 16 Schorsing, opzegging#
Artikel 16 Schorsing, opzegging 1 Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten. 2 Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk, en de Republiek Armenië kunnen deze Overeenkomst, na kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel, brengen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar onverwijld via diplomatieke weg op de hoogte. 3 Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk, en de Republiek Armenië kunnen deze Overeenkomst, na mededeling aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen opzeggen met inachtneming van de volkenrechtelijke bepalingen en beginselen. 4 De schorsing of opzegging van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de kennisgeving bedoeld in respectievelijk lid (2) en lid (3) door de Regering van het Koninkrijk België is ontvangen. 2009 124 16-09-2009
Artikel 17 — Artikel 17 Depositaris#
Artikel 17 Depositaris De Regering van het Koninkrijk België is depositaris van deze Overeenkomst. 2009 124 16-09-2009
Artikel 1 — Artikel 1 Verzoek#
Artikel 1 Verzoek 1 artikel 4 van de Overeenkomst artikel 5 van de Overeenkomst De verzoeken om overname worden gedaan, wanneer de identiteit en de nationaliteit van de over te nemen persoon zijn aangetoond of aannemelijk gemaakt krachtens. Deze verzoeken dienen te worden ingediend conform. 2 De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij richt een verzoek tot de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij. 3 Het verzoek bevat: – naam en adres van de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, nummer van het dossier en datum van het verzoek; – naam en adres van de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij; – artikel 2 3 van de Overeenkomst de inleidende tekst die luidt: „Wij vragen dat de persoon ten aanzien van wie kan worden aangenomen dat voor hem/haar de overnameverplichting conformofbestaat, op het grondgebied van het Koninkrijk België (het Groothertogdom Luxemburg/het Koninkrijk der Nederlanden/de Republiek Armenië) wordt overgenomen”; – gegevens inzake de over te nemen persoon; – zo nodig, gegevens betreffende de minderjarige kinderen; – handtekening van de vertegenwoordiger en de officiële stempel van de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij. 4 De te verstrekken gegevens over de over te nemen persoon zijn de volgende: 1. personalia: – naam en voornamen; – geboortedatum; – geboorteplaats en -land; – geslacht; – plaats van de laatste woonplaats op het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij; – zo nodig, vroegere namen, bijnamen of pseudoniemen; 2. beschrijving van het paspoort of paspoortvervangend reisdocument (onder meer het serienummer, plaats en datum van afgifte, geldigheidsduur, afgevende autoriteit) en/of elk ander document dat het mogelijk maakt om de nationaliteit van de betrokkene aan te tonen of aannemelijk te maken; 3. twee (2) pasfoto’s. 5 Gegevens betreffende de minderjarige kinderen: Bijgevoegd worden: – naam en voornamen; – verwantschap met de houder van het reisdocument; – geboortedag, -maand en -jaar; – geboorteplaats. – geboorteakte voor een op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geboren kind; – zo mogelijk, de geboorteakte voor een op het grondgebied van een andere Staat geboren kind; – een foto voor elk kind van vijf (5) jaar of ouder. 2009 124 16-09-2009
Artikel 2 — Artikel 2 Antwoord op het verzoek#
Artikel 2 Antwoord op het verzoek 1 artikel 6 van de Overeenkomst Het antwoord op het verzoek wordt door de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij aan de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij conform de ingestelde termijnen overgemaakt. 2 Het antwoord op het verzoek bevat: of – naam en adres van de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij, nummer van het dossier en datum van het antwoord op het verzoek; – naam en adres van de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; – naam en voornamen, geboorteplaats en -datum van de betrokkene; – artikel 2 3 van de Overeenkomst verklaring ter bevestiging dat er voor de betrokkene een overnameverplichting bestaat conform de bepalingen vanof – artikel 2 3 ingeval van een negatief antwoord een verklarende nota waarin wordt aangegeven waarom voor de betrokkene de identiteit niet kon worden aangetoond en/of dat de overnameverplichting conform de bepalingen vanofniet op hem/haar van toepassing is. 2009 124 16-09-2009
Artikel 3 — Artikel 3 Reisdocument#
Artikel 3 Reisdocument 1 De bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij overhandigt de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij het positieve antwoord op het verzoek met het oog op de afgifte van het reisdocument. 2 De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij geeft op grond van het positieve antwoord op het verzoek het reisdocument af voor de persoon van wie de overname is toegestaan. 3 Het reisdocument heeft een geldigheidsduur van tenminste één (1) maand. 4 Wanneer de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet in staat is een persoon vóór de datum waarop het reisdocument verloopt over te dragen dient zij de betrokken bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarvan in kennis te stellen. Zodra de effectieve overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden dient de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een nieuw reisdocument te verstrekken met opnieuw een geldigheidsduur van één (1) maand en dit binnen de vijf (5) werkdagen die volgen op een verzoek daartoe van de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij. 2009 124 16-09-2009
Artikel 4 — Artikel 4 Overnameprocedure#
Artikel 4 Overnameprocedure 1 De bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij zal de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij van de teruggeleiding van de betrokkene drie (3) werkdagen vóór de geplande teruggeleiding in kennis stellen. 2 Deze inkennisstelling geschiedt schriftelijk met opgave van de onderstaande gegevens: – naam en adres van de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, nummer van het dossier en datum van de inkennisstelling van de teruggeleiding; – naam en adres van de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij: 1. ingeval van vervoer met een vliegtuig dient de inleidende tekst als volgt te luiden: „Wij hebben de eer u mede te delen dat de persoon die aan de onderstaande gegevens beantwoordt naar het Koninkrijk België (het Groot-hertogdom Luxemburg/het Koninkrijk der Nederlanden/de Republiek Armenië) op ........ (dag, maand, jaar), van het vliegveld ............ met de vlucht .......... van ....... uur, aankomst op het vliegveld ........... om ......... uur zal worden teruggestuurd.”; 2. indien het vervoer om gegronde medische redenen over de weg plaatsvindt, dan luidt de inleidende tekst van de inkennisstelling over de teruggeleiding van betrokkene als volgt: „Wij hebben de eer u mede te delen dat de persoon die aan de onderstaande gegevens beantwoordt naar het Koninkrijk België (het Groot-hertogdom Luxemburg/het Koninkrijk der Nederlanden/de Republiek Armenië) op .......... (dag, maand, jaar), via de internationale grenspost van ........... zal worden teruggestuurd; – naam, voornamen, geboortedatum en -plaats van de persoon; – nummer van het dossier en datum van het antwoord op het verzoek; – in voorkomend geval aangeven dat betrokkene om redenen van gezondheidstoestand of leeftijd een behandeling of specifieke zorg behoeft; – in voorkomend geval aangeven dat betrokkene incidenten zou kunnen veroorzaken opdat de nodige begeleiding kan worden voorzien. 3 artikel 6, lid (2), van de Overeenkomst Indien de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in de onmogelijkheid verkeert de invermelde termijn voor de overdracht van de betrokkene in acht te nemen, dient zij de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarvan onverwijld in kennis te stellen. Zodra de effectieve overdracht van betrokkene kan plaatsvinden, dient de bevoegde instantie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de bevoegde instantie van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarvan binnen de onder lid (1) van dit artikel gestelde termijnen in kennis te stellen. 2009 124 16-09-2009
Artikel 5 — Artikel 5 Grensovergangen#
Artikel 5 Grensovergangen Overeenkomst De plaatsen waar personen daadwerkelijk kunnen worden overdragen en overgenomen krachtens dezijn: 1. Voor het Koninkrijk België: – via de lucht: de luchthaven Brussel Nationaal – over de weg: de door de Dienst Vreemdelingenzaken te bepalen grensposten 2. Voor het Groothertogdom Luxemburg: – via de lucht: de luchthaven van Luxemburg – over de weg: 3. Voor het Koninkrijk der Nederlanden: – via de lucht: het vliegveld Schiphol te Amsterdam – over de weg: 4. Voor de Republiek Armenië: – via de lucht: de luchthaven van Zvartnots van Erevan – over de weg: 2009 124 16-09-2009
Artikel 6 — Artikel 6 Bevoegde instanties#
Artikel 6 Bevoegde instanties 1 De bevoegde instanties van de Belgische Overeenkomstsluitende Partij zijn: 1. voor het voorleggen van de verzoeken aan de bevoegde instanties van de Republiek Armenië, de ontvangst van de antwoorden op de verzoeken, het verkrijgen bij de Ambassade van de Republiek Armenië van de nodige reisdocumenten evenals voor het toezenden van de inkennisstellingen van de teruggeleiding van betrokkenen: – Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken van het Koninkrijk België Algemeen Bestuur Dienst Vreemdelingenzaken WTC II Antwerpsesteenweg 59 b 1000 Brussel Telefoon: ++ 32 2 206 15 84 cel „identificatie” ++ 32 2 206 15 46 cel „identificatie” Fax: ++ 32 2 274 66 17 2. voor de ontvangst van de verzoeken afkomstig van de bevoegde Armeense instanties, het antwoord op de verzoeken evenals voor de ontvangst van de inkennisstellingen van de teruggeleiding van betrokkenen: – Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken van het Koninkrijk België Algemeen Bestuur Dienst Vreemdelingenzaken WTC II Antwerpsesteenweg 59 b 1000 Brussel Telefoon: ++ 32 2 206 15 91 Bureau C ++ 32 2 206 15 92 Bureau C ++ 32 2 206 15 94 Bureau C ++ 32 2 206 15 51 Bureau C Fax: ++ 32 2 274 66 11 Bureau C 2 De bevoegde instantie van de Luxemburgse Overeenkomstsluitende Partij is: Ministère des Affaires étrangères et de l’Immigration Direction de l’Immigration Boîte postale 752 L – 2017 Luxembourg Telefoon: ++ 352 478 45 74 ++ 352 478 45 46 Fax: ++ 352 22 16 08 3 De bevoegde instantie van de Nederlandse Overeenkomstsluitende Partij is: Ministerie van Justitie IND – Immigratie- en Naturalisatiedienst Bureau Dublin Postbus 449 NL – 6900 AK Zevenaar Telefoon: ++ 31 31 636 87 24 Fax: ++ 31 31 636 86 49 4 De bevoegde instantie van de Armeense Overeenkomstsluitende Partij is: Ministère des Affaires étrangères Place de la République Maison de Gouvernement – 2, Erevan 0010 République d’Arménie Telefoon: ++ 37410 544041 (301) Fax: ++ 37410 543925 2009 124 16-09-2009
Artikel 7 — Artikel 7 Comité van deskundigen#
Artikel 7 Comité van deskundigen Overeenkomst artikel 11 van de Overeenkomst De bevoegde instanties van de Overeenkomstsluitende Partijen stellen elkaar binnen de dertig (30) dagen na de inwerkingtreding van dein kennis van de samenstelling van hun delegatie in het krachtensingestelde Comité van deskundigen. 2009 124 16-09-2009
Artikel 8 — Artikel 8 Taal#
Artikel 8 Taal De Overeenkomstsluitende Partijen communiceren met elkaar in de Franse taal. 2009 124 16-09-2009
Artikel 9 — Artikel 9 Slotbepaling#
Artikel 9 Slotbepaling Dit Protocol zal van toepassing zijn vanaf de dag van de inwerkingtreding van de Overeenkomst, gesloten tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen. 2009 124 16-09-2009