Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de exploitatie van grensoverschrijdende koolwaterstoffenvelden in de Noordzee (met Bijlagen)
- BWB-id
- BWBV0007104
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-08-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0007104
- ELI
- /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0007104
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0007104/2025-08-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0007104&g=2025-08-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0007104&z=2026-06-06&g=2025-08-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0007104/2025-08-27
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/0000/bwbv0007104
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsomschrijvingen#
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van dit Verdrag: 1. betekent „vergunning” iedere vergunning, goedkeuring, toestemming, autorisatie, ontheffing of machtiging verkregen of verleend krachtens de wet- en regelgeving van een van beide verdragsluitende partijen met betrekking tot de exploitatie van koolwaterstoffen en/of de constructie en het gebruik van installaties; 2. verwijst „bevoegde autoriteit” naar een lichaam dat namens een verdragsluitende partij bepaalde taken uitvoert voor de implementatie van dit Verdrag. In de Bondsrepubliek Duitsland is dit hoofdzakelijk het Bureau van de deelstaat Nedersaksen voor Mijnbouw, Energie en Geologie en in het Koninkrijk der Nederlanden is dit de Minister van Klimaat en Groene Groei. In beide gevallen omvat dit ook alle opvolgende autoriteiten die bevoegd zijn de desbetreffende taken te verrichten die momenteel door genoemde autoriteiten worden verricht; 3. omvat „constructie en gebruik” het ontwerpen, fabriceren, plaatsen, aanleggen, gebruiken, onderhouden, repareren en ontmantelen van installaties; 4. betekent „ontwikkelingsplan” een programma waarin de desbetreffende werkzaamheden worden gespecificeerd, zoals vereist ingevolge de nationale wet- en regelgeving van de verdragsluitende partijen, dat de betreffende bevoegde autoriteit goedgekeurd of aan de vergunninghouder ter beschikking gesteld heeft voor de exploitatie van koolwaterstoffen in een grensoverschrijdend veld; 5. omvat „exploitatie” de evaluatie, winning, behandeling en verwerking van koolwaterstoffen uit een grensoverschrijdend veld en/of het injecteren, opnieuw injecteren of opslaan van een substantie die gebruikt wordt voor of afkomstig is van de exploratie, evaluatie, winning, behandeling en verwerking van deze koolwaterstoffen en de ontmanteling van een installatie; 6. betekent „hostfaciliteit” een installatie die gebruikt wordt voor de exploitatie van een grensoverschrijdend veld; 7. betekent „koolwaterstoffen” alle vloeibare en gasvormige koolwaterstoffen die zich bevinden in of gewonnen worden uit geologische strata, alsmede andere stoffen die tezamen met deze koolwaterstoffen gewonnen worden; 8. betekent „inspecteur” elke persoon die door de bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen gemachtigd is om een inspectie uit te voeren met betrekking tot: a. de constructie en het gebruik van elke installatie die betrekking heeft op een grensoverschrijdend project; of b. elk meetsysteem dat betrekking heeft op een grensoverschrijdend project; 9. betekent „installatie” elk(e) kunstmatig eiland, structuur of andere faciliteit voor de exploitatie, met inbegrip van platforms, boorinstallaties, drijvende productie-eenheden, opslageenheden, hotelschepen, boorgaten en putten, boorgatafsluiters, pijpleidingen en kabels in velden, maar uitgezonderd bevoorradings- en ondersteuningsvaartuigen, schepen die koolwaterstoffen in bulk vervoeren, overige pijpleidingen of kabels; 10. betekent „vergunninghouder” de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een vergunning heeft; 11. betekent „vergunninghoudersovereenkomst” de overeenkomst die de vergunninghouders zijn aangegaan of zullen aangaan voor de exploitatie van een grensoverschrijdend veld; 12. artikel 6 van het Verdrag van 24 oktober 2014 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen artikel 1 van het Verdrag van 1 december 1964 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust betekent „lijn” de lijnen als omschreven inen; 13. betekent „verdragsluitende partij” de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, met inbegrip van elke deelstaat („Duitse verdragsluitende partij”) of de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden („Nederlandse verdragsluitende partij”), gezamenlijk aangeduid als „verdragsluitende partijen”; 14. betekent „nieuwe vaststelling” een herziening van de volumes koolwaterstoffen die aanwezig zijn in het veld waarop de vergunninghoudersovereenkomst betrekking heeft, in overeenstemming met de vergunninghoudersovereenkomst, die gevolgd kan worden door een herverdeling van koolwaterstoffen en belangen van vergunninghouders in het eenheidsgebied; 15. betekent „grensoverschrijdend project” een van de volgende projecten: a. de constructie en het gebruik van een grensoverschrijdende put; b. de exploitatie van een grensoverschrijdend veld, met inbegrip van de constructie en het gebruik van een hostfaciliteit voor dat doel; 16. betekent „grensoverschrijdend(e) veld(en)” het N05-A-veld en elke andere geologische structuur met koolwaterstoffen, geheel of gedeeltelijk gelegen in de territoriale zee van de verdragsluitende partijen tussen 3 en 12 zeemijlen, die zich aan beide zijden van de lijn uitstrekt, met inbegrip van elke andere geologische structuur met koolwaterstoffen die in druk- en faseverbinding staat met een grensoverschrijdend veld, zelfs als deze de lijn niet overschrijdt; 17. betekent een „grensoverschrijdende put” een boorgat respectievelijk een put in een grensoverschrijdend veld, dat of die al dan niet de lijn overschrijdt; 18. betekent „eenheidsgebied” het gebied dat is aangewezen voor gezamenlijke exploitatie van een grensoverschrijdend veld, zoals omschreven in de vergunninghoudersovereenkomst die is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen; 19. artikel 19 heeft „uitvoerder van het eenheidsgebied” de betekenis die daaraan wordt gegeven in. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte en doelstelling#
Artikel 2 Reikwijdte en doelstelling 1 Dit Verdrag is van toepassing op de exploitatie van koolwaterstoffen in grensoverschrijdende velden, met als doel de optimale exploitatie van grensoverschrijdende velden te bewerkstelligen. 2 Verdrag van 1 december 1964 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust Verdrag van 28 januari 1971 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de begrenzing van het continentaal plat onder de Noordzee De bepalingen van dit Verdrag laten de posities van de verdragsluitende partijen ten aanzien van de juridische betekenis van heten het, onverlet. 3 De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de territoriale zee tussen 3 en 12 zeemijlen uit de kust. De bepalingen van dit Verdrag zijn evenmin van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de Eemsmonding. Elke verdragsluitende partij behoudt zich in dit opzicht haar rechtsstandpunt voor. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Rechtsmacht#
Artikel 3 Rechtsmacht 1 Geen van de bepalingen van dit Verdrag wordt zodanig uitgelegd dat zij afbreuk doen aan de soevereiniteit, soevereine rechten en/of rechtsmacht van de verdragsluitende partijen ingevolge het internationaal recht in haar territoriale zee en/of in haar aangrenzende of exclusieve economische zone. 2 Op alle installaties ten oosten van de lijn is uitsluitend het recht van de Bondsrepubliek Duitsland van toepassing en op alle installaties ten westen van de lijn is uitsluitend het recht van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Vergunning#
Artikel 4 Vergunning 1 De verdragsluitende partijen coördineren voor zover mogelijk hun relevante vergunningprocedures en de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen spannen zich naar beste vermogen in om deze vergunningen gelijktijdig te verlenen. 2 Een bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen zal een vergunning voor grensoverschrijdende projecten binnen de reikwijdte van dit Verdrag niet veranderen of aanpassen of gelijke rechten toekennen aan enige andere persoon of onderneming of toestemmen in de overdracht van enige rechten of verplichtingen krachtens deze vergunning wanneer dergelijke veranderingen of aanpassingen naar verwachting de belangen van de andere verdragsluitende partij wezenlijk aantasten, zonder voorafgaand overleg met die verdragsluitende partij en zonder terdege rekening te hebben gehouden met alle relevante kwesties die zij aan de orde stelt. 3 Een bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen zal met name geen vergunning verlenen voor een grensoverschrijdende put of deze vergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 veranderen of aanpassen, als daardoor gezamenlijk of verenigd eigendom ontstaat van de gehele lengte van de put, tenzij de verdragsluitende partijen anders overeenkomen. 4 Een afschrift van een vergunning die door een van de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen is verleend, wordt op verzoek beschikbaar gesteld aan de andere verdragsluitende partij. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Gezondheid, veiligheid en milieu#
Artikel 5 Gezondheid, veiligheid en milieu 1 De vereisten inzake gezondheid, veiligheid en milieu van de verdragsluitende partij die de vergunningen met betrekking tot de projecten binnen de reikwijdte van dit Verdrag verleent, moeten worden nageleefd. 2 Gelet op het feit dat: overleggen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen met elkaar over inspecties en de resultaten daarvan. 1. de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor de hostfaciliteit belang kan hebben bij de gezondheids-, veiligheids- en milieukwesties die verband houden met de exploitatie van het grensoverschrijdend veld aan de zijde van de lijn van de andere verdragsluitende partij, en 2. de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor de exploitatie van het grensoverschrijdend veld een soortgelijk belang kan hebben bij dergelijke kwesties met betrekking tot de hostfaciliteit, 3 Om hun wederzijdse en gedeelde belangen te waarborgen op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu werken de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen nauw samen en vergemakkelijken zij de uitoefening van de taken van hun inspecteurs, met name op de volgende terreinen: 1. toegang tot alle relevante informatie; 2. fysieke toegang, te allen tijde en op het grondgebied van beide verdragsluitende partijen, tot elke installatie die betrekking heeft op een grensoverschrijdend project. 4 De inspecteurs van elke bevoegde autoriteit treden op in samenwerking en in overleg met inspecteurs van de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij teneinde naleving te bereiken van de normen en/of vereisten op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu die van toepassing zijn op een grensoverschrijdend project. 5 Een inspecteur van de bevoegde autoriteiten van een van de verdragsluitende partijen kan de onmiddellijke stillegging gelasten van bepaalde of alle operaties met betrekking tot een grensoverschrijdend project om een ongeval te voorkomen dat levensgevaar of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben, of het gevaar nu acuut is of niet, of om de gevolgen van een dergelijk ongeval te minimaliseren, als hij of zij dit nodig of wenselijk acht, en de tijd en omstandigheden overleg tussen de inspecteurs van de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen niet mogelijk maken. Onmiddellijk daarna dienen het feit dat deze aanwijzing gegeven is en de redenen daarvoor te worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen, die vervolgens overleggen over de maatregelen die nodig zijn om de operaties weer veilig en snel te kunnen hervatten. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Radiocommunicatie#
Artikel 6 Radiocommunicatie De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen overleggen met elkaar over de vergunningverlening en frequentiecoördinatie die nodig is bij de installatie en het gebruik van de apparatuur voor radiocommunicatie die gebruikt wordt in verband met de exploitatie van het eenheidsgebied, en over de controle van dergelijke apparatuur. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Meetsystemen en inspectie#
Artikel 7 Meetsystemen en inspectie 1 De verdragsluitende partijen dienen elk meetsysteem goed te keuren dat betrekking heeft op een grensoverschrijdend project en dat van gemeenschappelijk belang is. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen stellen procedures vast voor de vroegtijdige goedkeuring van dergelijke systemen. 2 Bij het aannemen van normen voor dergelijke meetsystemen besteden de verdragsluitende partijen bijzondere aandacht aan de economische gevolgen van deze normen voor het betreffende grensoverschrijdende project en zorgen zij ervoor dat het aannemen van deze normen de economische levensvatbaarheid van dat project niet onredelijk belast. In het geval van een grensoverschrijdend project waarbij gebruik wordt gemaakt van een hostfaciliteit, besteden de verdragsluitende partijen terdege aandacht aan de geldende normen voor meetsystemen op die hostfaciliteit. De verdragsluitende partijen overwegen ook zorgvuldig of nieuwe meetsystemen passend zijn gezien de meetsystemen die al gebruikt worden op andere plaatsen in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone van de verdragsluitende partijen. 3 De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen maken afspraken, zodat de inspecteurs van de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen toegang hebben tot relevante meetsystemen aan beide zijden van de lijn en op het grondgebied van elke verdragsluitende partij om te waarborgen dat hun belangen zijn veiliggesteld. Dit is ook van toepassing op inspecties ten behoeve van monitoring en controle van afdrachten en belastingen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Noodgevallen#
Artikel 8 Noodgevallen Geen van de bepalingen van dit Verdrag doet afbreuk aan het uitoefenen van de bevoegdheden van elke verdragsluitende partij bij een noodgeval. Er zal zo spoedig mogelijk overleg plaatsvinden om de verdragsluitende partijen in staat te stellen overeenstemming te bereiken over passende gezamenlijke maatregelen met betrekking tot het grensoverschrijdend project teneinde de urgentie van de situatie in overeenstemming te brengen met hun gezamenlijk belang in de meest effectieve exploitatie van de grensoverschrijdende velden en het gebruik van installaties met betrekking tot een grensoverschrijdend project. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Uitwisseling van informatie#
Artikel 9 Uitwisseling van informatie Met inachtneming van de wettelijke beperkingen inzake openbaarmaking en gebruik waarborgen beide verdragsluitende partijen de deugdelijke onderlinge uitwisseling van informatie over grensoverschrijdende projecten. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 10 — Artikel 10 Belastingheffing#
Artikel 10 Belastingheffing Verdrag van 12 april 2012 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen Winsten en kapitaalopbrengsten die voortvloeien uit de grensoverschrijdende velden, worden belast in overeenstemming met de wet- en regelgeving van respectievelijk de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden, met inbegrip van het, zoals gewijzigd bij het Protocol van 11 januari 2016, het Protocol van 24 maart 2021 en het Protocol van 14 april 2025, of enig verdrag dat in de toekomst zal worden overeengekomen, tot vervanging of wijziging van dat Verdrag. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Voortzetting van het gebruik en beëindiging#
Artikel 11 Voortzetting van het gebruik en beëindiging 1 Wanneer een vergunning die rechtstreeks betrekking heeft op een grensoverschrijdend project op korte termijn afloopt, en de vergunninghouder deze wil verlengen en/of een nieuwe of gewijzigde vergunning aanvraagt, dan zal de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning deze, met inachtneming van haar wet- en regelgeving, vernieuwen of verlenen. 2 Wanneer een vergunning die rechtstreeks betrekking heeft op een grensoverschrijdend project 1. Naar verwachting wordt of reeds is ingetrokken; of 2. Naar verwachting verloopt of reeds is verlopen zonder dat om verlenging van die vergunning is verzocht; of 3. Naar verwachting wordt of reeds is teruggegeven, neemt de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning, in overleg met de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij, de economische en praktische opties voor voortgezet gebruik in overweging. Op voorwaarde dat de economische en praktische opties voor voortgezet gebruik zijn vastgesteld, verleent de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij die verantwoordelijk is voor die vergunning, in overeenstemming met haar wet- en regelgeving, een nieuwe vergunning om de voortzetting van het grensoverschrijdend project mogelijk te maken. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Ontmanteling#
Artikel 12 Ontmanteling Plannen voor ontmanteling van installaties die betrekking hebben op een grensoverschrijdend project, dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partij aan wier zijde van de lijn de installatie zich bevindt, na uitgebreid overleg met de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij. Het doel is dat de bevoegde autoriteiten van beide verdragsluitende partijen elkaar informeren over methoden en normen voor ontmanteling en de tijdsplanning van een dergelijke ontmanteling. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 13 — Artikel 13 Exploitatie als een eenheidsgebied en vergunningen#
Artikel 13 Exploitatie als een eenheidsgebied en vergunningen 1 De verdragsluitende partijen komen overeen dat de exploitatie van een grensoverschrijdend veld als een eenheidsgebied wordt uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag. 2 De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen verlenen elk afzonderlijk de vergunningen die vereist zijn volgens hun respectieve wet- en regelgeving. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Overeenkomst tussen de vergunninghouders#
Artikel 14 Overeenkomst tussen de vergunninghouders 1 Elke verdragsluitende partij vereist van haar vergunninghouders dat zij een vergunninghoudersovereenkomst sluiten om de exploitatie van een grensoverschrijdend veld te reguleren in overeenstemming met dit Verdrag. De vergunninghoudersovereenkomst dient bepalingen te bevatten die ervoor zorgen dat in geval van een conflict tussen de vergunninghoudersovereenkomst en dit Verdrag, de bepalingen van dit Verdrag voorrang hebben. 2 De verdragsluitende partijen vereisen dat de vergunninghoudersovereenkomst, alsmede elk voorstel tot het wijzigen, aanpassen of anderszins veranderen of tot het afwijken of afzien van de bepalingen van de vergunninghoudersovereenkomst, ter goedkeuring worden voorgelegd aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. Dergelijke goedkeuring wordt geacht te zijn verleend, tenzij de vergunninghouders door de bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen binnen 60 dagen nadat zij de vergunninghoudersovereenkomst ter goedkeuring hebben ontvangen, van het tegendeel in kennis zijn gesteld. 3 Alvorens de vergunninghoudersovereenkomst goed te keuren, stellen de verdragsluitende partijen vast hoe de gasreserves zijn verdeeld over hun grondgebieden en coördineren zij in dit opzicht de goedkeuring van de vergunninghoudersovereenkomst. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Vaststelling en verdeling van reserves#
Artikel 15 Vaststelling en verdeling van reserves 1 De verdragsluitende partijen vereisen dat de vergunninghoudersovereenkomst het te exploiteren grensoverschrijdend veld specificeert en voorstellen bevat voor het vaststellen van: 1. de geografische en geologische eigenschappen van het grensoverschrijdend veld; 2. de totale omvang van de reserves en de gebruikte methode om deze te berekenen; en 3. de verdeling van de reserves tussen de verdragsluitende partijen (raming hoe de gewonnen reserves worden verdeeld over de grondgebieden van de verdragsluitende partijen). 2 De verdragsluitende partijen vereisen dat de vergunninghoudersovereenkomst ook het volgende specificeert: 1. hetzij de afspraken waarbij het resultaat van een vaststelling te allen tijde van toepassing is op alle activiteiten die verband houden met de exploitatie van het grensoverschrijdend veld, hetzij de procedures, waaronder een tijdschema, voor elke nieuwe vaststelling van de in het eerste lid bedoelde onderwerpen, die uitgevoerd dienen te worden door de uitvoerder van het eenheidsgebied, op verzoek van de vergunninghouders of een van de verdragsluitende partijen; en 2. de procedures, waaronder een tijdschema, voor de regeling van geschillen tussen de vergunninghouders over alle in het eerste lid bedoelde onderwerpen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Vaststelling en deskundigenprocedure#
Artikel 16 Vaststelling en deskundigenprocedure 1 artikel 15 artikel 14, tweede lid Indien een van de verdragsluitende partijen niet kan instemmen met een voorstel voor vaststelling of nieuwe vaststelling van de inhoud van de vergunninghoudersovereenkomst als bedoeld in, stelt zij de andere verdragsluitende partij en de uitvoerder van het eenheidsgebied daarvan in kennis binnen het tijdvak voorzien in. 2 De verdragsluitende partijen stellen, gelet op de wens om tot een snelle oplossing te komen, alles in het werk om het betreffende onderwerp te regelen. De uitvoerder van het eenheidsgebied kan daartoe alternatieve voorstellen indienen. 3 artikel 14, tweede lid Bijlage 1 Bijlage 2 Indien, binnen het in, genoemde tijdvak, of een ander tijdvak dat de verdragsluitende partijen overeenkomen, de verdragsluitende partijen niet in staat zijn het betreffende onderwerp te regelen, wordt er een gemeenschappelijke deskundige benoemd om een tijdige en onafhankelijke beslissing over deze aangelegenheid tot stand te brengen. De deskundige wordt benoemd en treedt op in overeenstemming met de bepalingen vanen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Integratie van gebieden met vergunning#
Artikel 17 Integratie van gebieden met vergunning 1 artikel 14 15 Indien de verdragsluitende partijen, nadat de vergunninghoudersovereenkomst is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten, overeenkomen dat de grenzen van het grensoverschrijdend veld zich uitstrekken tot een gebied waar een natuurlijke of rechtspersoon een exploratie- of een exploitatievergunning heeft, verplichten de verdragsluitende partijen al hun respectieve vergunninghouders met een belang in het grensoverschrijdend veld dat zij regelingen overeenkomen voor de effectieve exploitatie van de koolwaterstoffen in dat gebied. Dergelijke regelingen worden getroffen binnen het door de verdragsluitende partijen afgesproken tijdvak, zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. De bepalingen vanenzijn van toepassing op alle regelingen die de vorm hebben van een vergunninghoudersovereenkomst. 2 In het geval dat regelingen niet binnen het afgesproken tijdvak worden getroffen, beslissen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen gezamenlijk over verder te nemen maatregelen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Integratie van gebieden zonder vergunning#
Artikel 18 Integratie van gebieden zonder vergunning 1 Indien de verdragsluitende partijen, nadat de vergunninghoudersovereenkomst is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten, overeenkomen dat de grenzen van het grensoverschrijdend veld zich uitstrekken tot een gebied dat niet onder een exploratie- of exploitatievergunning valt, dan spant de verdragsluitende partij aan wier zijde van de lijn het gebied is gelegen, zich zonder onredelijke vertraging in om de situatie te verhelpen door genoemd gebied voor vergunningverlening aan te bieden of door een aanvraag voor een vergunning in behandeling te nemen. 2 artikel 14 15 In het geval dat een exploitatievergunning wordt verleend die betrekking heeft op het gebied als bedoeld in het eerste lid, vereisen de verdragsluitende partijen van alle vergunninghouders met een belang in het grensoverschrijdend veld, dat zij regelingen overeenkomen voor de effectieve exploitatie van de koolwaterstoffen in dat gebied. Dergelijke regelingen worden getroffen binnen het door de verdragsluitende partijen afgesproken tijdvak, zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. De bepalingen vanenzijn van toepassing op alle regelingen die de vorm hebben van een vergunninghoudersovereenkomst. 3 Indien er geen exploitatievergunning wordt verleend of indien een exploitatievergunning wel wordt verleend, maar de regelingen niet binnen het afgesproken tijdvak worden getroffen, beslissen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen gezamenlijk over verder te nemen maatregelen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 19 — Artikel 19 Uitvoerder van het eenheidsgebied#
Artikel 19 Uitvoerder van het eenheidsgebied De vergunninghouders wijzen een uitvoerder van het eenheidsgebied aan als hun gezamenlijke vertegenwoordiger die gemachtigd is het grensoverschrijdend veld in overeenstemming met dit Verdrag te exploiteren. De aanwijzing en een eventuele vervanging van de uitvoerder van het eenheidsgebied dient vooraf te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen, indien hun respectieve wet- en regelgeving dit vereist. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 20 — Artikel 20 Ontwikkelingsplan: exploitatie van een grensoverschrijdend veld#
Artikel 20 Ontwikkelingsplan: exploitatie van een grensoverschrijdend veld 1 De verdragsluitende partijen verplichten de uitvoerder van het eenheidsgebied dat deze een ontwikkelingsplan voor de effectieve exploitatie van een grensoverschrijdend veld en voor het transport van koolwaterstoffen daarvandaan indient bij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen dat zij individueel en afzonderlijk dienen goed te keuren, indien hun respectieve wet- en regelgeving dit vereist. 2 In het geval dat er een ander grensoverschrijdend veld geëxploiteerd zal worden met gebruikmaking van een hostfaciliteit, dient het in het eerste lid genoemde ontwikkelingsplan een beschrijving te bevatten van de wijzigingen van en de operaties op de hostfaciliteit die rechtstreeks verband houden met de exploitatie van het grensoverschrijdend veld. 3 De verdragsluitende partijen verplichten de uitvoerder van het eenheidsgebied dat deze te allen tijde wijzigingen van het ontwikkelingsplan indient bij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen, indien hun respectieve wet- en regelgeving dit vereist. Alle wijzigingen van het ontwikkelingsplan dienen te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 21 — Artikel 21 Aanvang van de winning#
Artikel 21 Aanvang van de winning Tenzij anderszins wordt overeengekomen door de verdragsluitende partijen geeft geen van de verdragsluitende partijen toestemming voor aanvang van de winning van een grensoverschrijdend veld tenzij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen het volgende hebben goedgekeurd, in overeenstemming met dit Verdrag: en zij de benodigde vergunningen hebben verleend. 1. artikel 14 de ingenoemde vergunninghoudersovereenkomst; 2. artikel 19 de ingenoemde uitvoerder van het eenheidsgebied; en 3. artikel 20 het ingenoemde ontwikkelingsplan, 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 22 — Artikel 22 Gebruik van een installatie binnen een eenheidsgebied voor de exploitatie van een ander veld#
Artikel 22 Gebruik van een installatie binnen een eenheidsgebied voor de exploitatie van een ander veld artikel 20 In het geval dat een installatie, die in een eenheidsgebied is gelegen, gebruikt zal worden voor de exploitatie van een koolwaterstoffenveld buiten dat eenheidsgebied, worden alle eventueel noodzakelijke wijzigingen in het ontwikkelingsplan bedoeld inter goedkeuring ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen. Een dergelijke goedkeuring wordt niet verleend, indien dergelijk gebruik de exploitatie van het grensoverschrijdend veld in overeenstemming met dit Verdrag negatief zou kunnen beïnvloeden, tenzij de verdragsluitende partijen anderszins overeenkomen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 23 — Artikel 23 Beëindiging van de winning#
Artikel 23 Beëindiging van de winning De verdragsluitende partijen komen het tijdschema voor de beëindiging van de winning van een grensoverschrijdend veld overeen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 24 — Artikel 24 Vergunningen#
Artikel 24 Vergunningen 1 Wanneer de verdragsluitende partijen de constructie en het gebruik van een grensoverschrijdende put overeenkomen, verlenen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen individueel de vergunningen die vereist zijn volgens hun respectieve wet- en regelgeving. 2 Wanneer een in het eerste lid bedoelde vergunning door slechts een van de verdragsluitende partijen wordt vereist, raadpleegt die verdragsluitende partij de andere verdragsluitende partij voordat haar bevoegde autoriteiten een dergelijke vergunning weigeren of verlenen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 25 — Artikel 25 Consultatie#
Artikel 25 Consultatie Geschillen tussen de verdragsluitende partijen betreffende de uitleg of toepassing van dit Verdrag, alsmede hun rechten en plichten op grond van dit Verdrag, worden voor zover mogelijk door onderhandelingen tussen de Regeringen van beide verdragsluitende partijen beslecht. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 26 — Artikel 26 Arbitrage#
Artikel 26 Arbitrage 1 Elk geschil over de uitlegging en toepassing van dit Verdrag wordt op verzoek van een van de verdragsluitende partijen ter beslechting voorgelegd aan een scheidsgerecht op grond van het Facultatieve Reglement voor Arbitrage van Geschillen tussen twee Staten van het Permanente Hof van Arbitrage. 2 Het scheidsgerecht wordt per geval in het leven geroepen doordat iedere verdragsluitende partij een lid benoemt en beide leden overeenstemming bereiken over een onderdaan van een derde Staat die door de Regeringen van de verdragsluitende partijen als voorzitter wordt benoemd. De leden dienen binnen twee maanden en de voorzitter dient binnen drie maanden benoemd te worden, nadat de ene verdragsluitende partij de andere heeft medegedeeld dat zij het geschil wenst voor te leggen aan een scheidsgerecht. 3 Indien de in het tweede lid genoemde termijnen niet in acht worden genomen, kan bij gebrek aan een andere wijze van overeenstemming elke verdragsluitende partij de President van het Internationaal Gerechtshof te ’s-Gravenhage verzoeken de nodige benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan van een van de verdragsluitende partijen is of indien hij om andere redenen verhinderd is, verricht zijn vervanger de benoemingen. Indien ook de vervanger onderdaan van een van beide verdragsluitende partijen is of eveneens verhinderd is, verricht diens vervanger de benoemingen. 4 Het scheidsgerecht beslist met meerderheid van stemmen op grond van dit Verdrag en het internationaal recht. Zijn beslissingen zijn bindend en dienen door de verdragsluitende partijen geëerbiedigd te worden. Elke verdragsluitende partij draagt de kosten van de door haar benoemde scheidsman alsmede van haar vertegenwoordiging in de procedure voor het scheidsgerecht; de kosten van de voorzitter alsmede de overige kosten worden door de verdragsluitende partijen gelijkelijk gedragen. Voor het overige stelt het scheidsgerecht na overleg met de verdragsluitende partijen en met inachtneming van procedurele beginselen die internationaal aanvaard zijn, zijn eigen procedureregels vast. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 27 — Artikel 27 Bijlagen#
Artikel 27 Bijlagen 1 De Bijlagen maken een integrerend onderdeel uit van dit Verdrag. 2 artikel 29, eerste lid Wijzigingen van de Bijlagen kunnen bij diplomatieke notawisseling tussen de verdragsluitende partijen worden overeengekomen en treden in werking in overeenstemming met. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 28 — Artikel 28 Wijzigingen en beëindiging#
Artikel 28 Wijzigingen en beëindiging 1 De verdragsluitende partijen kunnen dit Verdrag te allen tijde in onderlinge overeenstemming wijzigen of beëindigen door middel van een diplomatieke notawisseling. 2 Elke verdragsluitende partij kan te allen tijde verzoeken om overleg met het doel om wijzigingen van dit Verdrag te overwegen. Dergelijk overleg vangt aan binnen twee maanden na het verzoek en wordt voortvarend uitgevoerd. Bij dergelijk overleg nemen de verdragsluitende partijen de voorstellen tot wijziging volledig en naar behoren in overweging met het doel op een zo kort mogelijke termijn een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden. 3 artikel 29, eerste lid Elke verdragsluitende partij stelt de andere verdragsluitende partij schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis, wanneer aan de interne vereisten voor de inwerkingtreding van de wijzigingen van dit Verdrag is voldaan. Wijzigingen treden in werking in overeenstemming met. 4 Dit Verdrag kan door elke verdragsluitende partij worden opgezegd door de andere verdragsluitende partij ten minste twaalf (12) maanden van tevoren schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis te stellen van haar voornemen het Verdrag te beëindigen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 29 — Artikel 29 Inwerkingtreding en voorlopige toepassing#
Artikel 29 Inwerkingtreding en voorlopige toepassing 1 Dit Verdrag treedt in werking op de datum waarop de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden elkaar door uitwisseling van diplomatieke nota's ervan in kennis hebben gesteld dat aan alle noodzakelijke interne vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan. 2 In afwachting van de inwerkingtreding in overeenstemming met het eerste lid kan elke verdragsluitende partij bij de ondertekening van dit Verdrag of te allen tijde daarna de andere verdragsluitende partij door toezending van een nota langs diplomatieke weg ervan in kennis stellen de bepalingen van dit Verdrag, binnen de grenzen van haar interne grondwettelijke vereisten, voorlopig toe te passen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 1 — Artikel 1 Begriffsbestimmungen#
Artikel 1 Begriffsbestimmungen Für die Zwecke dieses Abkommens 1. bedeutet »Genehmigung« jede Genehmigung, Bewilligung, Zustimmung, Lizenz, Ausnahme oder Erlaubnis, die im Rahmen der Gesetze und sonstigen Vorschriften einer Vertragspartei bezüglich der Erschließung von Kohlenwasserstoffen und beziehungsweise oder des Baus und Betriebs von Anlagen erteilt wird, 2. bezieht sich »zuständige Behörde« auf eine Stelle, die im Namen der Vertragspartei bestimmte Aufgaben zur Durchführung dieses Abkommens wahrnimmt. In der Bundesrepublik Deutschland ist dies vor allem das Landesamt für Bergbau, Energie und Geologie Niedersachsen und im Königreich der Niederlande ist dies der Minister oder die Ministerin für Klima und grünes Wachstum. In beiden Fällen schließt dies auch alle Nachfolgestellen ein, die befugt werden, die derzeit von den genannten Behörden ausgeübten einschlägigen Aufgaben wahrzunehmen, 3. umfasst »Bau und Betrieb« die Konstruktion, Herstellung, Installation, Anlage, Nutzung, Wartung, Instandsetzung und Stilllegung von Anlagen, 4. bedeutet »Entwicklungsplan« ein Programm, in dem gemäß den innerstaatlichen Gesetzen und sonstigen Vorschriften der Vertragsparteien die einschlägigen Arbeiten festgelegt sind und das die jeweilige zuständige Behörde genehmigt oder dem Lizenznehmer zur Erschließung von Kohlenwasserstoffen in einer grenzüberschreitenden Lagerstätte zur Verfügung gestellt hat, 5. umfasst »Erschließung« die Bewertung, Gewinnung, Aufbereitung und Verarbeitung von Kohlenwasserstoffen aus einer grenzüberschreitenden Lagerstätte und beziehungsweise oder die Einbringung, Wiedereinbringung oder Speicherung eines Stoffes, der für die Aufsuchung, Bewertung, Gewinnung, Aufbereitung und Verarbeitung dieser Kohlenwasserstoffe verwendet oder durch diese gewonnen wird, sowie die Stilllegung einer Anlage, 6. bedeutet »Host-Facility« eine zur Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte genutzte Anlage, 7. bedeutet »Kohlenwasserstoffe« alle flüssigen und gasförmigen Kohlenwasserstoffe, die in natürlichen geologischen Schichten vorkommen oder aus diesen gewonnen werden, sowie andere Stoffe, die in Verbindung mit diesen Kohlenwasserstoffen gewonnen werden, 8. bedeutet »Prüfer« oder »Prüferin« eine Person, die von der zuständigen Behörde einer Vertragspartei dazu befugt ist, Prüfaktivitäten bezüglich a) des Baus und Betriebs einer Anlage in Zusammenhang mit einem grenzüberschreitenden Projekt oder b) eines Messsystems in Zusammenhang mit einem grenzüberschreitenden Projekt durchzuführen, 9. bedeutet »Anlage« eine künstliche Insel, Struktur oder sonstige für die Erschließung bestimmte Einrichtung einschließlich Plattformen, Bohrinseln, schwimmenden Produktionseinheiten, Speichereinheiten, Hotelschiffen, Bohrungen und Bohrlöchern, Bohrlochköpfen, Rohrleitungen und Kabeln innerhalb eines Feldes, jedoch ohne Versorgungs- und Unterstützungsschiffe, Schiffe zur Beförderung von Kohlenwasserstoffen als Massengut, sonstige Rohrleitungen oder Kabel, 10. bedeutet »Lizenznehmer« die natürliche oder juristische Person, die eine Genehmigung erhalten hat, 11. bedeutet »Lizenzvereinbarung« die Vereinbarung, die die Lizenznehmer zur Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte eingehen oder eingehen werden, 12. Artikel 6 des Vertrags vom 24. Oktober 2014 zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande über die Nutzung und Verwaltung des Küstenmeers zwischen 3 und 12 Seemeilen Artikel 1 des Vertrags vom 1. Dezember 1964 zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande über die seitliche Abgrenzung des Festlandsockels in Küstennähe festgelegten Linien bedeutet »Linie« die inund, 13. bedeutet »Vertragspartei« die Regierung der Bundesrepublik Deutschland einschließlich der Bundesländer (»deutsche Vertragspartei«) oder die Regierung des Königreichs der Niederlande (»niederländische Vertragspartei«), gemeinsam als »Vertragsparteien« bezeichnet, 14. bedeutet »Neuermittlung« eine Überprüfung der Kohlenwasserstoffmengen gemäß der Lizenzvereinbarung in dem Feld, auf welches die Lizenzvereinbarung Anwendung findet, und an die sich eine Neuaufteilung der Kohlenwasserstoffe und der Beteiligungen am Verbundsgebiet zwischen den Lizenznehmern anschließen kann, 15. bedeutet »grenzüberschreitendes Projekt« eines der folgenden Projekte: a) den Bau und Betrieb eines grenzüberschreitenden Bohrlochs, b) die Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte einschließlich des Baus und Betriebs einer Host-Facility zu diesem Zweck, 16. bedeutet »grenzüberschreitende Lagerstätte(n)« die Lagerstätte N05-A und jede andere geologische Kohlenwasserstoffstruktur, die vollständig oder teilweise im Küstenmeer der Vertragsparteien zwischen drei und zwölf Seemeilen liegt und die sich auf beide Seiten der Linie erstreckt, einschließlich weiterer geologischer Kohlenwasserstoffstrukturen, die in einer Druck- und Phasenverbindung mit einer grenzüberschreitenden Lagerstätte stehen, auch wenn sie die Linie nicht überschreiten, 17. bedeutet »grenzüberschreitendes Bohrloch« eine Bohrung in eine grenzüberschreitende Lagerstätte beziehungsweise ein Bohrloch in einer grenzüberschreitenden Lagerstätte, unabhängig davon, ob diese beziehungsweise dieses die Linie überschreitet, 18. bedeutet »Verbundsgebiet« das für die gemeinsame Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte bestimmte Gebiet, das in der von den zuständigen Behörden der Vertragsparteien genehmigten Lizenzvereinbarung festgelegt ist, 19. Artikel 19 hat »Betreiber des Verbundsgebiets« die inangegebene Bedeutung. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Anwendungsbereich und Ziel#
Artikel 2 Anwendungsbereich und Ziel 1 Dieses Abkommen findet auf die Erschließung von Kohlenwasserstoffen in grenzüberschreitenden Lagerstätten Anwendung und hat das Ziel, eine optimale Erschließung grenzüberschreitender Lagerstätten zu erreichen. 2 Vertrags vom 1. Dezember 1964 zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande über die seitliche Abgrenzung des Festlandsockels in Küstennähe Vertrags vom 28. Januar 1971 zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande über die Abgrenzung des Festlandsockels unter der Nordsee Die Bestimmungen dieses Abkommens berühren nicht die Standpunkte der Vertragsparteien bezüglich der rechtlichen Bedeutung desund des. 3 Die Bestimmungen dieses Abkommens berühren nicht die Frage des Verlaufs der Staatsgrenze im Küstenmeer zwischen 3 und 12 Seemeilen vor der Küste. Die Bestimmungen dieses Abkommens berühren auch nicht die Frage des Verlaufs der Staatsgrenze in der Emsmündung. Jede Vertragspartei behält sich ihre diesbezügliche Rechtsposition vor. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Zuständigkeit#
Artikel 3 Zuständigkeit 1 Aus diesem Abkommen kann keine Beeinträchtigung der Souveränität, der Hoheitsrechte und beziehungsweise oder der völkerrechtlichen Zuständigkeit der Vertragsparteien in ihrem Küstenmeer und beziehungsweise oder ihrer Anschlusszone oder ausschließlichen Wirtschaftszone abgeleitet werden. 2 Auf alle Anlagen östlich der Linie findet ausschließlich das Recht der Bundesrepublik Deutschland Anwendung, und auf alle Anlagen westlich der Linie findet ausschließlich das Recht des Königreichs der Niederlande Anwendung. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Genehmigung#
Artikel 4 Genehmigung 1 Die Vertragsparteien stimmen ihre entsprechenden Genehmigungsverfahren soweit möglich miteinander ab, und die zuständigen Behörden der Vertragsparteien tun ihr Möglichstes, diese Genehmigungen zeitgleich auszustellen. 2 Die zuständige Behörde einer Vertragspartei darf die Genehmigung für ein in den Anwendungsbereich dieses Abkommens fallendes grenzüberschreitendes Projekt nicht ändern oder modifizieren, dieselben Rechte keiner anderen Person und keinem anderen Unternehmen einräumen und der Übertragung von Rechten oder Pflichten im Rahmen dieser Genehmigung ohne eine vorherige Abstimmung mit der anderen Vertragspartei und eine angemessene Berücksichtigung der einschlägigen, von ihr aufgeworfenen Fragen nicht zustimmen, wenn diese Änderungen oder Modifikationen die Interessen dieser Vertragspartei voraussichtlich erheblich beeinträchtigen. 3 Insbesondere darf die zuständige Behörde einer Vertragspartei keine Genehmigung erteilen und keine Genehmigung für ein grenzüberschreitendes Bohrloch nach Kapitel 3 ändern oder modifizieren, wenn dadurch gemeinsames oder verbundenes Eigentum an der gesamten Länge des Bohrlochs entsteht, soweit die Vertragsparteien nichts anderes vereinbaren. 4 Eine Abschrift der von einer zuständigen Behörde der Vertragsparteien erteilten Genehmigung wird der anderen Vertragspartei auf Verlangen zur Verfügung gestellt. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Gesundheit, Sicherheit und Umwelt#
Artikel 5 Gesundheit, Sicherheit und Umwelt 1 Die Gesundheits-, Sicherheits-, und Umweltanforderungen der Vertragspartei, welche die Genehmigungen für in den Anwendungsbereich dieses Abkommens fallende Projekte erteilt, sind zu erfüllen. 2 Angesichts der Tatsache, dass konsultieren die zuständigen Behörden der Vertragsparteien einander zu Prüfungen und deren Ergebnissen. 1. die für die Host-Facility zuständige Vertragspartei ein Interesse an Gesundheits-, Sicherheits- und Umweltangelegenheiten in Zusammenhang mit der Erschließung der grenzüberschreitenden Lagerstätte auf der Seite der Linie der anderen Vertragspartei haben kann, und 2. die für die Erschließung der grenzüberschreitenden Lagerstätte verantwortliche Vertragspartei ein ähnliches Interesse an diesen Angelegenheiten in Zusammenhang mit der Host-Facility haben kann, 3 Zur Sicherstellung ihrer gemeinsamen und geteilten Interessen bezüglich der Themen Gesundheit, Sicherheit und Umwelt arbeiten die zuständigen Behörden der Vertragsparteien eng zusammen und erleichtern ihren Prüfern die Erfüllung ihrer Aufgaben, insbesondere in den folgenden Bereichen: 1. Zugang zu allen einschlägigen Informationen, 2. physischer Zugang zu allen Anlagen eines grenzüberschreitenden Projekts zu jeder Zeit und auf dem Hoheitsgebiet jeder Vertragspartei. 4 Die Prüfer einer zuständigen Behörde arbeiten mit Prüfern der zuständigen Behörde der anderen Vertragspartei zusammen und konsultieren diese, um die Einhaltung der für ein grenzüberschreitendes Projekt geltenden Gesundheits-, Sicherheits-, und Umweltstandards und beziehungsweise oder -anforderungen sicherzustellen. 5 Der Prüfer oder die Prüferin einer zuständigen Behörde einer Vertragspartei kann die sofortige Unterbrechung einer oder aller betrieblichen Aktivitäten eines grenzüberschreitenden Projekts anordnen, wenn er dies als notwendig oder zweckmäßig erachtet, um einen Vorfall, der eine Gefahr für Leib und Leben darstellt, abzuwenden, unabhängig davon ob es sich um eine unmittelbare Gefahr handelt oder nicht, oder um die Auswirkungen dieses Vorfalls so gering wie möglich zu halten, und Konsultationen zwischen den Prüfern der zuständigen Behörden der Vertragsparteien aus Zeitgründen oder aufgrund der Umstände nicht möglich sind. Die zuständigen Behörden der Vertragsparteien sind unmittelbar danach über diese Anordnung und die entsprechenden Gründe in Kenntnis zu setzen und beraten sich anschließend zu den Maßnahmen, die für die sichere und zügige Wiederaufnahme des Betriebs erforderlich sind. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 6 — Artikel 6 Funkverkehr#
Artikel 6 Funkverkehr Die zuständigen Behörden der Vertragsparteien konsultieren einander über die Lizenzvergabe und Frequenzkoordinierung, die für die Einrichtung des Funkverkehrs und den Betrieb von Funkgeräten in Zusammenhang mit der Erschließung des Verbundsgebiets erforderlich ist, sowie über die Kontrolle dieser Geräte. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Messsysteme und Prüfung#
Artikel 7 Messsysteme und Prüfung 1 Die Vertragsparteien genehmigen jedes Messsystem, das mit einem grenzüberschreitenden Projekt in Zusammenhang steht und von gemeinsamem Interesse ist. Die zuständigen Behörden der Vertragsparteien richten Verfahren für die frühzeitige Bewilligung dieser Systeme ein. 2 Bei der Annahme von Standards für diese Messsysteme berücksichtigen die Vertragsparteien insbesondere die wirtschaftlichen Auswirkungen dieser Standards auf das betreffende grenzüberschreitende Projekt und stellen sicher, dass die Annahme dieser Standards die Wirtschaftlichkeit dieses Projekts nicht unangemessen belastet. Nutzt ein grenzüberschreitendes Projekt eine Host-Facility, so tragen die Vertragsparteien den auf dieser Host-Facility geltenden Standards für Messsysteme gebührend Rechnung. Die Vertragsparteien prüfen ferner in gebührender Weise, ob neue Messsysteme angesichts der in anderen Teilen des Küstenmeers oder der ausschließlichen Wirtschaftszone einer Vertragspartei bestehenden Regelungen zu Messsystemen angemessen sind. 3 Die zuständigen Behörden der Vertragsparteien treffen Vorkehrungen dafür, dass Prüfer der zuständigen Behörden der Vertragsparteien Zugang zu einschlägigen Messsystemen auf jeder Seite der Linie und in dem Hoheitsgebiet jeder Vertragspartei erhalten, um die Wahrung ihrer Interessen sicherzustellen. Dies gilt auch für Prüfungen zur Kontrolle und Überprüfung der Steuern und Abgaben. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Notfälle#
Artikel 8 Notfälle Dieses Abkommen berührt nicht die Ausübung der Befugnisse einer Vertragspartei in einem Notfall. Es werden zum frühestmöglichen Zeitpunkt Konsultationen abgehalten, die es den Vertragsparteien ermöglichen, angemessene gemeinsame Maßnahmen bezüglich des grenzüberschreitenden Projekts zu vereinbaren, um die Dringlichkeit der Situation mit ihrem gemeinsamen Interesse an der möglichst effektiven Erschließung der grenzüberschreitenden Lagerstätten und der Nutzung von Anlagen in Zusammenhang mit einem grenzüberschreitenden Projekt in Einklang zu bringen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Informationsaustausch#
Artikel 9 Informationsaustausch Vorbehaltlich rechtlicher Einschränkungen zu Offenlegung und Nutzung stellen die Vertragsparteien den angemessenen Informationsaustausch bezüglich grenzüberschreitender Projekte zwischen ihnen sicher. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 10 — Artikel 10 Besteuerung#
Artikel 10 Besteuerung Abkommens vom 12. April 2012 zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande zur Vermeidung der Doppelbesteuerung und zur Verhinderung der Steuerverkürzung auf dem Gebiet der Steuern vom Einkommen Gewinne und Kapitalerträge, die sich aus den grenzüberschreitenden Lagerstätten ergeben, werden in Einklang mit den Gesetzen und sonstigen Vorschriften der Bundesrepublik Deutschland beziehungsweise des Königreichs der Niederlande besteuert, einschließlich desin der durch das Protokoll vom 11. Januar 2016, das Protokoll vom 24. März 2021 und das Protokoll vom 14. April 2025 oder eine künftige, dieses Abkommen ersetzende oder ändernde Vereinbarung geänderten Fassung. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Weiternutzung und Kündigung#
Artikel 11 Weiternutzung und Kündigung 1 Läuft eine Genehmigung, die unmittelbare Auswirkungen auf ein grenzüberschreitendes Projekt hat, in Kürze aus, und ersucht der Inhaber der Genehmigung um ihre Verlängerung und beziehungsweise oder beantragt eine neue oder geänderte Genehmigung, so wird diese von der zuständigen Behörde der für diese Genehmigung verantwortlichen Vertragspartei vorbehaltlich ihrer Gesetze und sonstigen Vorschriften erneuert oder genehmigt. 2 In Fällen, in denen eine Genehmigung, die unmittelbare Auswirkungen auf ein grenzüberschreitendes Projekt hat, 1. voraussichtlich aufgehoben wird oder aufgehoben wurde oder 2. voraussichtlich abläuft oder abgelaufen ist, ohne dass um eine Verlängerung dieser Genehmigung ersucht wurde, oder 3 voraussichtlich zurückgegeben wird oder zurückgegeben wurde, erwägt die zuständige Behörde der für diese Genehmigung verantwortlichen Vertragspartei in Abstimmung mit der zuständigen Behörde der anderen Vertragspartei die wirtschaftlichen und praktischen Möglichkeiten für die Weiternutzung. Sofern wirtschaftliche und praktische Optionen für die Weiternutzung ermittelt worden sind, erteilt die zuständige Behörde der für die Genehmigung verantwortlichen Vertragspartei in Einklang mit ihren Gesetzen und sonstigen Vorschriften eine neue Genehmigung, um die Weiterführung des grenzüber-schreitenden Projekts zu ermöglichen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 12 — Artikel 12 Stilllegung#
Artikel 12 Stilllegung Pläne zur Stilllegung von Anlagen in Zusammenhang mit einem grenzüberschreitenden Projekt bedürfen der Zustimmung der zuständigen Behörde der Vertragspartei, auf deren Seite sich die Anlage befindet, nachdem vollumfängliche Konsultationen mit der zuständigen Behörde der anderen Vertragspartei stattgefunden haben. Die zuständigen Behörden der Vertragsparteien streben an, sich gegenseitig über Stilllegungsverfahren und -standards sowie den Zeitplan einer Stilllegung zu unterrichten. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 13 — Artikel 13 Erschließung im Verbund und Genehmigungen#
Artikel 13 Erschließung im Verbund und Genehmigungen 1 Die Vertragsparteien vereinbaren, dass die Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte in Einklang mit den Bestimmungen dieses Abkommens im Verbund vorzunehmen ist. 2 Die zuständigen Behörden der Vertragsparteien erteilen einzeln die nach ihren nationalen Gesetzen und sonstigen Vorschriften erforderlichen Genehmigungen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 14 — Artikel 14 Vereinbarung zwischen den Lizenznehmern#
Artikel 14 Vereinbarung zwischen den Lizenznehmern 1 Jede Vertragspartei verlangt von den Lizenznehmern zur Regelung der Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte in Einklang mit diesem Abkommen eine Lizenzvereinbarung einzugehen. Die Lizenzvereinbarung enthält Bestimmungen, die im Falle eines Widerspruchs zwischen der Lizenzvereinbarung und diesem Abkommen sicherstellen, dass die Bestimmungen dieses Abkommens Vorrang haben. 2 Die Vertragsparteien verlangen, dass die Lizenzvereinbarung sowie Vorschläge zur Änderung, Modifizierung oder anderweitigen Anpassung, oder zur Abweichung von den oder Aufhebung der Bestimmungen der Lizenzvereinbarung den zuständigen Behörden der Vertragsparteien zur Genehmigung vorgelegt werden. Diese Genehmigung gilt als erteilt, wenn den Lizenznehmern von der zuständigen Behörde einer Vertragspartei innerhalb von 60 Tagen nach Eingang der Lizenzvereinbarung zur Genehmigung nichts anderes mitgeteilt wird. 3 Die Vertragsparteien ermitteln vor der Genehmigung der Lizenzvereinbarung, wie die Gasvorkommen zwischen ihren Hoheitsgebieten verteilt sind, und werden die Genehmigung der Lizenzvereinbarung entsprechend abstimmen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 15 — Artikel 15 Ermittlung und Aufteilung der Vorkommen#
Artikel 15 Ermittlung und Aufteilung der Vorkommen 1 Die Vertragsparteien verlangen, dass die Lizenzvereinbarung die zu erschließende grenzüberschreitende Lagerstätte festlegt und Vorschläge zur Ermittlung 1. der geographischen und geologischen Eigenschaften der grenzüberschreitenden Lagerstätte, 2. der Gesamtheit der Vorkommen und der angewandten Berechnungsmethodik sowie 3. der Aufteilung der Vorkommen zwischen den Vertragsparteien (Schätzung der Verteilung der gewonnenen Ressourcen zwischen den Hoheitsgebieten der Vertragsparteien) enthält. 2 Die Vertragsparteien verlangen außerdem, dass die Lizenzvereinbarung Folgendes festlegt: 1. entweder die Regelungen für das Ergebnis einer Ermittlung, das zeitlich unbegrenzt und für alle mit der Erschließung der grenzüberschreitenden Lagerstätte verbundenen Aktivitäten gilt, oder die Verfahren, einschließlich eines Zeitplans, für eine Neuermittlung der in Absatz 1 genannten Angelegenheiten, die der Betreiber des Verbundsgebiets auf Verlangen der Lizenznehmer oder einer Vertragspartei durchzuführen hat, sowie 2. die Verfahren, einschließlich eines Zeitplans, zur Beilegung von Streitigkeiten zwischen den Lizenznehmern bezüglich der in Absatz 1 genannten Angelegenheiten. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Ermittlung und Sachverständigenverfahren#
Artikel 16 Ermittlung und Sachverständigenverfahren 1 Artikel 15 Artikel 14 Absatz 2 Kann eine Vertragspartei dem Vorschlag für die Ermittlung oder Neuermittlung eines der ingenannten Inhalte der Lizenzvereinbarung nicht zustimmen, so teilt sie dies der anderen Vertragspartei und dem Betreiber des Verbundsgebiets innerhalb der infestgelegten Frist mit. 2 In dem Wunsch eine rasche Lösung zu erreichen, bemühen sich die Vertragsparteien nach Kräften, die betreffende Angelegenheit zu klären. Der Betreiber des Verbundsgebiets kann hierzu alternative Vorschläge einreichen. 3 Artikel 14 Absatz 2 Anhang 1 Anhang 2 Können die Vertragsparteien innerhalb der infestgelegten oder einer anderen zwischen den Vertragsparteien vereinbarten Frist die betreffende Angelegenheit nicht klären, wird ein gemeinsamer Sachverständiger oder eine gemeinsame Sachverständige ernannt, um eine rechtzeitige und unabhängige Entscheidung über die Angelegenheit herbeizuführen. Die Ernennung und Tätigkeit des Sachverständigen oder der Sachverständigen erfolgen in Einklang mit den Bestimmungen vonund. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 17 — Artikel 17 Einbeziehung weiterer Lizenzgebiete#
Artikel 17 Einbeziehung weiterer Lizenzgebiete 1 Artikel 14 15 Kommen die Vertragsparteien nach Genehmigung einer Lizenzvereinbarung durch die zuständigen Behörden dahingehend überein, dass sich die grenzüberschreitende Lagerstätte in ein Gebiet erstreckt, in dem eine natürliche oder juristische Person eine Genehmigung zur Aufsuchung oder Gewinnung besitzt, so verpflichten die Vertragsparteien ihre jeweiligen Lizenznehmer, die eine Beteiligung an der grenzüberschreitenden Lagerstätte halten, Regelungen für die effektive Erschließung der Kohlenwasserstoffe in diesem Gebiet zu vereinbaren. Diese Regelungen werden innerhalb der von den Vertragsparteien festgelegten Frist getroffen, stehen in Einklang mit den Bestimmungen dieses Abkommens und bedürfen der Zustimmung der zuständigen Behörden der Vertragsparteien. Regelungen, welche die Form einer Lizenzvereinbarung annehmen, unterliegen den Bestimmungen derund. 2 Werden innerhalb der festgelegten Frist keine Regelungen getroffen, so entscheiden die zuständigen Behörden der Vertragsparteien gemeinsam über die weiteren Maßnahmen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 18 — Artikel 18 Einbeziehung von Gebieten ohne Lizenz#
Artikel 18 Einbeziehung von Gebieten ohne Lizenz 1 Kommen die Vertragsparteien nach Genehmigung einer Lizenzvereinbarung durch die zuständigen Behörden dahingehend überein, dass sich die grenzüberschreitende Lagerstätte in ein Gebiet erstreckt, in dem keine Genehmigung zur Aufsuchung oder Gewinnung erteilt wurde, so bemüht sich die Vertragspartei, auf deren Seite der Linie das Gebiet liegt, ohne unnötige Verzögerung Abhilfe zu schaffen, indem sie das betreffende Gebiet zur Genehmigung anbietet oder einen Genehmigungsantrag bearbeitet. 2 Artikel 14 15 Für den Fall, dass eine Genehmigung zur Gewinnung für das in Absatz 1 genannte Gebiet erteilt wird, verpflichten die Vertragsparteien all ihre Lizenznehmer, die eine Beteiligung an der grenzüberschreitenden Lagerstätte halten, Regelungen für die effektive Erschließung der Kohlenwasserstoffe in diesem Gebiet zu vereinbaren. Diese Regelungen werden innerhalb der von den Vertragsparteien festgelegten Frist getroffen, stehen in Einklang mit den Bestimmungen dieses Abkommens und bedürfen der Zustimmung der zuständigen Behörden der Vertragsparteien. Regelungen, welche die Form einer Lizenzvereinbarung annehmen, unterliegen den Bestimmungen derund. 3 Wird keine Genehmigung zur Gewinnung erteilt oder wird eine Genehmigung zur Gewinnung erteilt, ohne dass innerhalb der festgelegten Frist Regelungen getroffen werden, so entscheiden die zuständigen Behörden der Vertragsparteien gemeinsam über die weiteren Maßnahmen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 19 — Artikel 19 Betreiber des Verbundsgebiets#
Artikel 19 Betreiber des Verbundsgebiets Von den Lizenznehmern wird in Einklang mit diesem Abkommen ein Betreiber des Verbundsgebiets als gemeinsamer Bevollmächtigter für die Erschließung der grenzüberschreitenden Lagerstätte ernannt. Die Ernennung und jede Änderung des Betreibers des Verbundsgebiets bedürfen der vorherigen Zustimmung der zuständigen Behörden der Vertragsparteien, sofern ihre innerstaatlichen Gesetze und sonstigen Vorschriften dies erfordern. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 20 — Artikel 20 Entwicklungsplan: Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte#
Artikel 20 Entwicklungsplan: Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte 1 Die Vertragsparteien verpflichten den Betreiber des Verbundsgebiets, den zuständigen Behörden der Vertragsparteien einen Entwicklungsplan für die effektive Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte und für den Abtransport der Kohlenwasserstoffe zur individuellen und gesonderten Genehmigung vorzulegen, sofern ihre innerstaatlichen Gesetze und sonstigen Vorschriften dies erfordern. 2 Für den Fall, dass eine Host-Facility zur Erschließung einer weiteren grenzüberschreitenden Lagerstätte genutzt werden soll, enthält der in Absatz 1 genannte Entwicklungsplan eine Beschreibung der Änderungen an und der betrieblichen Aktivitäten auf der Host-Facility, die in unmittelbarem Zusammenhang mit der Erschließung der grenzüberschreitenden Lagerstätte stehen. 3 Die Vertragsparteien verpflichten den Betreiber des Verbundsgebiets, den zuständigen Behörden der Vertragsparteien jederzeit Änderungen am Entwicklungsplan vorzulegen, sofern ihre innerstaatlichen Gesetze und sonstigen Vorschriften dies erfordern. Alle Änderungen am Entwicklungsplan bedürfen der Zustimmung der zuständigen Behörden der Vertragsparteien. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 21 — Artikel 21 Beginn der Gewinnung#
Artikel 21 Beginn der Gewinnung Sofern die Vertragsparteien nichts anderes vereinbaren, darf eine Vertragspartei den Beginn der Gewinnung aus einer grenzüberschreitenden Lagerstätte nur erlauben, wenn die zuständigen Behörden der Vertragsparteien in Einklang mit diesem Abkommen zugestimmt und jeweils alle weiteren erforderlichen Genehmigungen erteilt haben. 1. Artikel 14 der ingenannten Lizenzvereinbarung, 2. Artikel 19 dem ingenannten Betreiber des Verbundsgebiets und 3. Artikel 20 dem ingenannten Entwicklungsplan 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 22 — Artikel 22 Nutzung einer Anlage innerhalb des Verbundsgebiets zur Erschließung einer anderen Lagerstätte#
Artikel 22 Nutzung einer Anlage innerhalb des Verbundsgebiets zur Erschließung einer anderen Lagerstätte Artikel 20 Für den Fall, dass eine Anlage innerhalb eines Verbundsgebiets für die Erschließung einer Kohlenwasserstofflagerstätte außerhalb dieses Verbundsgebiets genutzt werden soll, werden eventuell erforderliche Änderungen an dem ingenannten Entwicklungsplan den zuständigen Behörden der Vertragsparteien zur Genehmigung vorgelegt. Diese Genehmigung wird nicht erteilt, wenn sich diese Nutzung negativ auf die Erschließung einer grenzüberschreitenden Lagerstätte in Einklang mit diesem Abkommen auswirken könnte, sofern die Vertragsparteien nichts anderes vereinbaren. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 23 — Artikel 23 Beendigung der Gewinnung#
Artikel 23 Beendigung der Gewinnung Die Vertragsparteien verständigen sich auf den Zeitplan für die Beendigung der Gewinnung aus einer grenzüberschreitenden Lagerstätte. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 24 — Artikel 24 Genehmigungen#
Artikel 24 Genehmigungen 1 Verständigen sich die Vertragsparteien auf den Bau und Betrieb eines grenzüberschreitenden Bohrlochs, so erteilen die zuständigen Behörden der Vertragsparteien einzeln die nach ihren jeweiligen innerstaatlichen gesetzlichen Bestimmungen und sonstige Vorschriften erforderlichen Genehmigungen. 2 Ist lediglich von einer Vertragspartei eine in Absatz 1 genannte Genehmigung erforderlich, so konsultiert diese Vertragspartei die andere Vertragspartei, bevor ihre zuständigen Behörden diese Genehmigung ablehnen oder erteilen. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 25 — Artikel 25 Konsultationen#
Artikel 25 Konsultationen Streitigkeiten der Vertragsparteien über die Auslegung und Anwendung dieses Abkommens sowie ihre Rechte und Pflichten aufgrund dieses Abkommens werden, soweit möglich, durch Verhandlungen zwischen den Regierungen beider Vertragsparteien beigelegt. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 26 — Artikel 26 Schiedsgericht#
Artikel 26 Schiedsgericht 1 Jede Streitigkeit über die Auslegung und die Anwendung dieses Abkommens wird auf Verlangen einer Vertragspartei nach der Fakultativen Schiedsordnung des Ständigen Schiedshofs für Streitigkeiten zwischen zwei Staaten einem Schiedsgericht zur Entscheidung vorgelegt. 2 Das Schiedsgericht wird von Fall zu Fall gebildet, indem jede Vertragspartei ein Mitglied bestellt und beide Mitglieder sich auf den Angehörigen eines dritten Staates als Obperson einigen, die von den Regierungen der Vertragsparteien bestellt wird. Die Mitglieder sind innerhalb von zwei Monaten, die Obperson innerhalb von drei Monaten zu bestellen, nachdem die eine Vertragspartei der anderen mitgeteilt hat, dass sie die Streitigkeit einem Schiedsgericht unterbreiten will. 3 Werden die in Absatz 2 genannten Fristen nicht eingehalten, so kann in Ermangelung einer anderen Vereinbarung jede Vertragspartei den Präsidenten des Internationalen Gerichtshofs in Den Haag bitten, die erforderlichen Ernennungen vorzunehmen. Besitzt der Präsident die Staatsangehörigkeit einer der beiden Vertragsparteien oder ist er aus einem anderen Grund verhindert, so nimmt sein Vertreter die Ernennungen vor. Besitzt auch der Vertreter die Staatsangehörigkeit einer der beiden Vertragsparteien oder ist auch er verhindert, so nimmt dessen Vertreter die Ernennungen vor. 4 Das Schiedsgericht entscheidet mit Stimmenmehrheit aufgrund dieses Abkommens und des Völkerrechts. Seine Entscheidungen sind bindend und von den Vertragsparteien zu befolgen. Jede Vertragspartei trägt die Kosten des von ihr bestellten Schiedsrichters sowie ihrer Vertretung in dem Verfahren vor dem Schiedsgericht; die Kosten der Obperson sowie die sonstigen Kosten werden von den Vertragsparteien zu gleichen Teilen getragen. Im Übrigen regelt das Schiedsgericht das Verfahren nach Konsultation mit den Vertragsparteien und unter Beachtung international akzeptierter Verfahrensgrundsätze selbst. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 27 — Artikel 27 Anlagen#
Artikel 27 Anlagen 1 Die Anlagen sind integraler Bestandteil dieses Abkommens. 2 Artikel 29 Absatz 1 Änderungen an den Anlagen können von den Vertragsparteien schriftlich über diplomatischen Notenwechsel vereinbart werden und treten im Einklang mitin Kraft. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 28 — Artikel 28 Änderungen und Kündigung#
Artikel 28 Änderungen und Kündigung 1 Die Vertragsparteien können dieses Abkommen in gegenseitigem Einvernehmen jederzeit schriftlich über diplomatischen Notenwechsel ändern oder kündigen. 2 Jede Vertragspartei kann jederzeit um die Aufnahme von Konsultationen ersuchen, um Änderungen an diesem Abkommen zu erwägen. Diese Konsultationen beginnen innerhalb von zwei Monaten nach dem Ersuchen und werden zügig durchgeführt. Bei diesen Konsultationen erwägen die Vertragsparteien die Änderungsvorschläge in vollem Umfang und berücksichtigen sie angemessen, um so schnell wie möglich zu einer für beide Seiten annehmbaren Lösung zu gelangen. 3 Artikel 29 Absatz 1 Jede Vertragspartei unterrichtet die andere Vertragspartei auf diplomatischem Wege schriftlich über die Erfüllung ihrer innerstaatlichen Voraussetzungen für das Inkrafttreten der Änderungen an diesem Abkommen. Änderungen treten in Einklang mitin Kraft. 4 Jede Vertragspartei kann dieses Abkommen kündigen, indem sie der anderen Vertragspartei mindestens zwölf (12) Monate im Voraus auf diplomatischem Wege ihre Absicht, dieses zu kündigen, schriftlich mitteilt. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 29 — Artikel 29 Inkrafttreten und vorläufige Anwendung#
Artikel 29 Inkrafttreten und vorläufige Anwendung 1 Dieses Abkommen tritt an dem Tag in Kraft, an dem die Bundesrepublik Deutschland und das Königreich der Niederlande einander über diplomatischen Notenwechsel schriftlich mitgeteilt haben, dass alle erforderlichen innerstaatlichen verfassungsrechtlichen Voraussetzungen für das Inkrafttreten dieses Abkommens erfüllt sind. 2 Bis zu seinem Inkrafttreten nach Absatz 1 kann jede Vertragspartei bei der Unterzeichnung dieses Abkommens oder jederzeit danach der anderen Vertragspartei auf diplomatischem Wege schriftlich mitteilen, dass sie die Bestimmungen dieses Abkommens im Rahmen ihrer innerstaatlichen verfassungsrechtlichen Vorschriften vorläufig anwendet. 2025 68 28-08-2025 2025 68 28-08-2025 27-08-2025
Artikel 16#
Artikel 16