Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België strekkende om wederkerig ingezetenen, onderdanen van het andere land, toe te laten om kosteloos te procederen
- BWB-id
- BWBV0006131
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1894-01-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0006131
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1894/bwbv0006131
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1894/bwbv0006131/1894-01-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0006131&g=1894-01-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0006131&z=2026-06-06&g=1894-01-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0006131/1894-01-30
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1894/bwbv0006131
Artikel I — Article I#
Article I Les Néerlandais résidant depuis au moins dix-huit mois en Belgique et les Belges résidant depuis au moins dix-huit mois dans les Pays-Bas seront réciproquement admis au bénéfice de l'assistance judiciaire gratuite sur le même pied que les nationaux et en se conformant à la législation de l'Etat où l'assistance judiciaire gratuite est réclamée. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel II — Article II#
Article II L'autorité chargée de délivrer le certificat d'indigence pourra faire prendre, par rapport à l'état de fortune de l'étranger qui demande l'assistance, des renseignements auprès des autorités de l'Etat auquel celui-ci appartient. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel III — Article III#
Article III L'admission au bénéfice de l'assistance judiciaire gratuite, accordée en vertu de l'article premier entraine de plein droit la dispense de toute caution ou dépôt, qui, sous quelque dénomination que ce soit, peut être exigée aux termes de la législation de l'Etat où l'action est introduite, des étrangers plaidant contre les nationaux de cet Etat. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel IV — Article IV#
Article IV Dans le cas où quelque difficulté surgirait au sujet de l'interprétation de la présente Convention, les Hautes Parties Contractantes s'engagent à se soumettre à la décision d'une commission d'arbitres. Cette commission sera composée d'un nombre égal d'arbitres choisis par les Hautes Parties Contractantes et d'un arbritre désigné par ces arbitres. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel V — Article V#
Article V La présente Convention est conclue pour cinq années, à partir du jour de l'échange des actes de ratification. Dans le cas où aucune des deux Hautes Parties Contractantes n'aurait notifié une année avant l'expiration de ce terme son intention d'en faire cesser les effets, la Convention continuera à être obligatoire encore une année et ainsi de suite d'année en année à compter du jour où l'une des Parties l'aura dénoncée. La présente Convention sera ratifiée et les ratifications en seront échangées à Bruxelles aussitôt que possible après l'accomplissement des formalités constitutionnelles dans les deux Pays. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel I — Artikel I#
Artikel I België Nederland De Nederlanders sedert ten minste achttien maanden inhunne woonplaats hebbende en de Belgen sedert ten minste achttien maanden hunne woonplaats inhebbende, zullen wederkeerig worden toegelaten tot het voorrecht van den kosteloozen rechtsbijstand op denzelfden voet als de eigen onderdanen en onder naleving van de wetgeving van den Staat, waar de kostelooze rechtsbijstand wordt verlangd. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel II — Artikel II#
Artikel II De overheid belast met de afgifte van de verklaring van onvermogen zal bevoegd zijn omtrent den vermogenstoestand van den vreemdeling die den bijstand verzoekt, inlichtingen te doen inwinnen bij de overheden van den Staat, waartoe deze behoort. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel III — Artikel III#
Artikel III De toelating tot het voorrecht van den kosteloozen rechtsbijstand, verleend op grond van artikel één, heeft van rechtswege ten gevolge de vrijstelling van het geven van elke zekerheidsstelling of voorafgaande storting, die, onder welke benaming ook, krachtens de wetgeving van den Staat alwaar de eisch wordt ingesteld, gevorderd kan worden van de vreemdelingen die een rechtsgeding voeren tegen de onderdanen van dien Staat. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Ingeval zich eenige moeilijkheid mocht voordoen ten opzichte der uitlegging van de tegenwoordige Overeenkomst, verbinden zich de Hooge Contracteerende Partijen zich te onderwerpen aan de beslissing eener commissie van scheidslieden. Deze commissie zal zijn samengesteld uit een gelijk getal scheidslieden gekozen door de Hooge Contracteerende Partijen en een scheidsman door deze scheidslieden aangewezen. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894
Artikel V — Artikel V#
Artikel V De tegenwoordige Overeenkomst wordt gesloten voor vijf jaren, te rekenen van den dag der uitwisseling van de akten van bekrachtiging. Ingeval geen der beide Hooge Contracteerende Partijen één jaar vóór het verstrijken van dat tijdsverloop het voornemen heeft te kennen gegeven haar buiten werking te stellen, zal de Overeenkomst van kracht blijven gedurende nog een jaar, en zoo vervolgens van jaar tot jaar, te rekenen van den dag waarop eene der Partijen haar zal hebben opgezegd. Brussel De tegenwoordige Overeenkomst zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen teworden uitgewisseld zoodra mogelijk na de vervulling der grondwettelijke formaliteiten in de beide Landen. 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 1894 10 07-02-1894 01-02-1894 30-01-1894