Protocol betreffende de nationale behandeling bij de aanbesteding van werken en de aankoop van goederen
- BWB-id
- BWBV0004734
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1960-11-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0004734
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1958/bwbv0004734
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1958/bwbv0004734/1960-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0004734&g=1960-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0004734&z=2026-06-06&g=1960-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0004734/1960-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1958/bwbv0004734
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Vervallen 1960 167 22-12-1960 1960 167 22-12-1960 01-11-1960
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 1960 167 22-12-1960 1960 167 22-12-1960 01-11-1960
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 A De ondernemingen, welke wensen deel te nemen aan onderhandse aanbestedingen, worden op haar verzoek door de overheidsinstellingen op de lijsten van gegadigden geplaatst. De keuze van de tot inschrijving uit te nodigen gegadigden wordt gemaakt zonder dat tussen de ondernemingen uit de drie landen wordt gediscrimineerd; B Voor zover de belanghebbenden niet in de gelegenheid worden gesteld aanwezig te zijn bij de opening der inschrijvingsbiljetten, maken de overheidsinstellingen het resultaat der door hen gehouden onderhandse aanbestedingen bekend, indien deze een bedrag van f 40.000 of 500.000 F te boven gaan doch met uitzondering van de gevallen, waarin de betrokken overheidsinstellingen een dringende reden hebben zulks niet te doen. De hiervoor genoemde bedragen kunnen worden gewijzigd door het Comité van Ministers. Deze bekendmaking behelst het bedrag, waartegen de order is gegund en geschiedt hetzij in de pers, hetzij schriftelijk aan de inschrijvers wier aanbod niet werd aanvaard. 1956 76 30-07-1956 1958 137 08-10-1958 29-08-1958 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137. 1956 76 30-07-1956 1956 76 30-07-1956 06-07-1956 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 A De Nederlandse aannemers, die in België of Luxemburg werken wensen uit te voeren, dienen hun aanvraag tot het verkrijgen van de vereiste vergunning in bij de betrokken Belgische of Luxemburgse instanties, door tussenkomst van het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken. Deze aanvragen gaan vergezeld van een advies van het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken gehoord de betrokken beroepsorganisatie. Bij het opstellen van dit advies wordt rekening gehouden met de ter zake geldende Belgische of Luxemburgse normen. B De Belgische en Luxemburgse aannemers, die in Nederland werken wensen uit te voeren, dienen hun aanvraag tot het verkrijgen van een vestigingsvergunning bij het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken in, door tussenkomst van het betrokken Belgische of Luxemburgse Ministerie. De aanvraag van de Belgische aannemer gaat vergezeld van een advies van het Belgische Ministerie van Economische Zaken opgesteld volgens een door het Belgische Ministerie van Openbare Werken afgegeven verklaring. De aanvraag van de Luxemburgse aannemer gaat vergezeld van een advies van het Luxemburgse Ministerie van Economische Zaken. Deze adviezen worden afgegeven, nadat de bevoegde Belgische of Luxemburgse organisaties zijn gehoord. Bij het opstellen van dit advies wordt rekening gehouden met de ter zake geldende Nederlandse normen. C Voor de toepassing van hun nationale normen houden de bevoegde autoriteiten van ieder land rekening met de sub A en B van dit artikel bedoelde adviezen voor wat betreft vakbekwaamheid en ervaring. D De beslissingen op de sub A en B van dit artikel bedoelde aanvragen worden genomen binnen een maand nadat deze door de nationale administraties zijn ontvangen en worden terstond aan de betrokkenen medegedeeld. E Iedere Regering waakt er voor, dat de aannemers uit de partnerlanden bij de toepassing van eventuele particuliere mededingingsregelingen even gunstig behandeld worden als de nationale aannemers. 1956 76 30-07-1956 1958 137 08-10-1958 29-08-1958 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137. 1956 76 30-07-1956 1956 76 30-07-1956 06-07-1956 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De aannemers en leveranciers uit de partnerlanden worden vrijgesteld van de verplichting, vóór de aanbesteding een waarborgsom te storten. 1956 76 30-07-1956 1958 137 08-10-1958 29-08-1958 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137. 1956 76 30-07-1956 1956 76 30-07-1956 06-07-1956 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De termijnen, gedurende welke de inschrijver gehouden is tot gestanddoening van zijn aanbieding, zullen in de drie landen met elkaar in overeenstemming worden gebracht. 1956 76 30-07-1956 1958 137 08-10-1958 29-08-1958 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137. 1956 76 30-07-1956 1956 76 30-07-1956 06-07-1956 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De inschrijving dient te geschieden in de valuta van het land waar de aanbesteding plaats vindt. 1956 76 30-07-1956 1958 137 08-10-1958 29-08-1958 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137. 1956 76 30-07-1956 1956 76 30-07-1956 06-07-1956 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De instelling van de bijzondere gemengde Commissie bedoeld in hoofdstuk IV, punt 3 van het Protocol van Oostende van 31 juli 1950 wordt bevestigd. Deze Commissie te noemen „Commissie voor de Aanbestedingen” zal hierna worden aangeduid met: de Commissie. De Commissie ressorteert rechtstreeks onder de Vergadering van de Voorzitters der Raden. Zij heeft tot algemene opdracht ervoor te waken, dat de bepalingen van dit Protocol worden toegepast en brengt jaarlijks verslag uit. Hiertoe verzamelt zij alle gegevens ter verkrijging van een overzicht van de ontwikkeling van de toestand op het gebied van de aanbestedingen en ter vaststelling van de eventuele ongelijkheid als bedoeld in artikel 9 van dit Protocol. De Commissie is belast met de behandeling van verzoeken om inlichtingen en het onderzoek van klachten. Zij bevestigt de belanghebbenden de ontvangst der klachten en brengt de conclusies van haar onderzoeken met redenen omkleed ter kennis van de Minister, onder wie de overheidsinstellingen die de betreffende aanbestedingen hebben gehouden, ressorteren. De adressen waaraan in elk der drie landen de verzoeken om inlichtingen en de klachten kunnen worden gezonden zullen worden openbaar gemaakt. De Commissie is verplicht tot geheimhouding van alle gegevens van bijzondere of individuele aard welke haar uit hoofde van de uitoefening van haar taak bekend zijn geworden. 1956 76 30-07-1956 1958 137 08-10-1958 29-08-1958 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137. 1956 76 30-07-1956 1956 76 30-07-1956 06-07-1956 Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1958/137.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1960 167 22-12-1960 1960 167 22-12-1960 01-11-1960
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1960 167 22-12-1960 1960 167 22-12-1960 01-11-1960
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1960 167 22-12-1960 1960 167 22-12-1960 01-11-1960
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit Protocol zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden neder gelegd bij de Regering van België. Het zal in werking treden de dag na nederlegging van de derde akte van bekrachtiging. 1960 167 22-12-1960 1960 167 22-12-1960 01-11-1960