Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied
- BWB-id
- BWBV0005246
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1974-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0005246
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1960/bwbv0005246
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1960/bwbv0005246/1974-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0005246&g=1974-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0005246&z=2026-06-06&g=1974-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0005246/1974-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1960/bwbv0005246
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze Overeenkomst dient te worden verstaan: 1) onder „Beneluxgebied”: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden; 2) onder „derde landen”: elk land dat geen Beneluxland is; 3) onder „vreemdeling”: een ieder die geen onderdaan is van één der Beneluxlanden; 4) onder „buitengrenzen”: a) de grens tussen het Beneluxgebied en het gebied van een derde land of de volle zee; b) iedere binnen het Beneluxgebied gelegen lucht- of zeehaven, waar personenverkeer van of naar een derde land plaatsvindt; 5) onder „binnengrenzen”: de grenzen tussen de gebieden der Beneluxlanden; 6) artikel 21 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie onder „Werkgroep”: een overeenkomstigingestelde Ministeriële Werkgroep; 7) artikel 31 van hetzelfde Verdrag onder „Bijzondere Commissie”: een overeenkomstigingestelde Bijzondere Commissie. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst heft ieder der Hoge Overeenkomstsluitende Partijen de personencontrole aan de binnengrenzen op en oefent aan zijn buitengrenzen een controle uit, geldig voor het Beneluxgebied. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De Hoge Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich zowel nationaal als ten aanzien van derde landen een gemeenschappelijk beleid te volgen met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst. Zij verlenen elkander daartoe wederzijds bijstand. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Er wordt een visum ingesteld, geldig voor het Beneluxgebied. Het visum wordt in onderlinge overeenstemming afgegeven op grond van de door de Werkgroep vastgestelde instructies. In door de Werkgroep te bepalen gevallen of, indien geen onderlinge overeenstemming wordt bereikt in uitzonderingsgevallen, kan het gebied waarvoor het visum geldig is worden beperkt. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vreemdelingen, die in het bezit zijn van de vereiste bescheiden en over voldoende middelen van bestaan beschikken, dan wel deze door wettelijk geoorloofde arbeid kunnen verkrijgen, kunnen het Beneluxgebied binnenkomen, tenzij zij als ongewenst zijn gesignaleerd in dit gebied of geacht worden de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid in gevaar te kunnen brengen. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Werkgroep stelt de voornaamste regels vast, volgens welke de personencontrole aan de buitengrenzen wordt uitgeoefend. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vreemdelingen, die één der Beneluxlanden zijn binnengekomen, zijn verplicht hiervan melding te maken bij de bevoegde autoriteiten van dat land. Al naar gelang de onderscheiden groepen van vreemdelingen, stelt de Werkgroep vast binnen welke termijnen en onder welke voorwaarden aan deze verplichting dient te worden voldaan. Zij kan bepaalde groepen vreemdelingen ontheffing verlenen van de verplichting tot aanmelding. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vreemdelingen, die op regelmatige wijze het Beneluxgebied zijn binnengekomen, kunnen, mits zij de in artikel 7 bedoelde verplichting in acht nemen en voorzover zij blijven voldoen aan de in artikel 5 bedoelde voorwaarden, zich gedurende een door de Werkgroep te bepalen tijdsduur vrijelijk in ieder der Beneluxlanden verplaatsen. Onverminderd de toepassing van artikel 7 kunnen vreemdelingen die houder zijn van een in één der Beneluxlanden afgegeven vergunning tot verblijf zich op grond van dit document eveneens vrijelijk in de beide andere Beneluxlanden verplaatsen, mits zij voldoen aan de overige voorwaarden, bedoeld in artikel 5. De Werkgroep bepaalt welke vergunningen tot verblijf tot dit doel geldig zijn en stelt de tijdsduur vast gedurende welke vreemdelingen, die houder van deze vergunning zijn, zich vrijelijk in de beide andere Beneluxlanden mogen verplaatsen. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Ieder der Hoge Overeenkomstsluitende Partijen verbindt zich in de gevallen en onder de voorwaarden, welke door de Werkgroep worden bepaald, de vreemdelingen terug te nemen, die uit hun gebied het gebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij zijn binnengekomen en die aldaar ongewenst zijn. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Een vreemdeling, die ongewenst is in één der Beneluxlanden, kan op een door de Minister van Justitie van dat land aan de Ministers van Justitie van de beide andere landen gericht, met redenen omkleed verzoek, als ongewenst worden aangemerkt voor het Beneluxgebied, voor zover de op deze vreemdeling betrekking hebbende maatregel werd genomen: Dit verzoek wordt ingewilligd tenzij bijzondere redenen zich daartegen verzetten. a) als gevolg van een veroordeling van deze vreemdeling wegens een misdrijf of een misdaad, waarvoor uitlevering kan plaatsvinden; b) op grond van het feit dat de aanwezigheid van deze vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De Hoge Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich hun wetten en voorschriften met betrekking tot de bestrijding van overtreding der bepalingen inzake de binnenkomst en het verkeer van vreemdelingen te harmoniseren. De onregelmatige binnenkomst en het onregelmatige verkeer van een vreemdeling in één der Beneluxlanden worden, ongeacht de toepassing van de in dat land terzake geldende strafbepalingen, geacht een reden op te leveren tot verwijdering van de vreemdeling door de autoriteiten van alle Beneluxlanden. De overtreding van een besluit tot verwijdering, waarvan de werking overeenkomstig artikel 10 tot het gebied van de Benelux is uitgebreid, wordt beschouwd een overtreding te zijn van de overeenkomstige wettelijke of uitvoerende bepalingen van het land waar de overtreding werd vastgesteld. De bevoegde autoriteiten van elk der landen verstrekken elkander inzake de binnenkomst, het verkeer en het verblijf van vreemdelingen alle van belang zijnde inlichtingen over begane overtredingen of over feiten op grond waarvan kan worden aangenomen dat een overtreding is of zal worden begaan. Bovendien verstrekken zij elkander inlichtingen over de feiten die aanleiding kunnen geven tot toepassing van een administratieve sanctie tegen een vreemdeling. Van de op grond van het derde lid verkregen inlichtingen mag slechts gebruik worden gemaakt met het oog op de toepassing van de wetten en voorschriften inzake de binnenkomst, het verkeer en het verblijf van vreemdelingen, tenzij de autoriteiten, die deze inlichtingen hebben verstrekt, anders zijn overeengekomen. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Ieder der Hoge Overeenkomstsluitende Partijen behoudt zich het recht voor de personencontrole aan de binnengrenzen geheel of gedeeltelijk tijdelijk weder in te stellen, om redenen verband houdende met de openbare orde of de nationale veiligheid. De Werkgroep bepaalt de wijze waarop van deze bevoegdheid gebruik zal worden gemaakt. Het Comité van Ministers brengt op korte termijn verslag uit aan de Raadgevende Interparlementaire Raad zowel betreffende de genomen maatregelen als ten aanzien van de redenen welke hiertoe hebben geleid. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De Werkgroep ziet toe op de toepassing van deze Overeenkomst en op de verwezenlijking van de daarin vervatte doelstellingen en neemt de hiertoe noodzakelijke besluiten. De besluiten worden met algemene stemmen genomen. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Ieder der Hoge Overeenkomstsluitende Partijen verbindt zich de noodzakelijke maatregelen te nemen ten einde zijn voorschriften in overeenstemming te brengen met de door de Werkgroep genomen besluiten. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De Bijzondere Commissie heeft tot taak: De Bijzondere Commissie wendt zich rechtstreeks tot de Werkgroep, aan welke de uitsluitende bevoegdheid toekomt haar richtlijnen te geven. De Bijzondere Commissie stelt haar reglement van orde vast en legt dit ter goedkeuring voor aan de Werkgroep. 1) de gemeenschappelijke regels op te stellen voor de uitvoering van deze Overeenkomst; 2) de Werkgroep de voorstellen te doen welke verbetering kunnen brengen in de wijze waarop deze Overeenkomst wordt toegepast en, voor zover nodig tot wijziging of ter aanvulling van haar bepalingen; 3) de Werkgroep de voorstellen te doen aangaande de wenselijkheid met derde landen onderhandelingen aan te knopen ten einde overeenkomsten te sluiten op het gebied dat onderwerp uitmaakt van deze Overeenkomst; 4) uitvoering te geven aan de besluiten van de Werkgroep of de uitvoering daarvan te bevorderen en de uitvoering van de genomen besluiten door de nationale administraties na te gaan. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Benelux Economische Unieverdrag Geschillen welke zich tussen de Hoge Overeenkomstsluitende Partijen zouden kunnen voordoen met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst, worden voorgelegd aan het krachtens hetingestelde College van Scheidsrechters. 1969 127 15-08-1969 1973 175 21-12-1973 01-01-1974
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Belgische Regering, die deze onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst aan het Secretariaat-Generaal van de Benelux Economische Unie zal overdragen. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie Deze Overeenkomst treedt in werking de dag, volgende op de dag van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging en blijft evenlang van kracht als het. 1960 40 25-04-1960 1960 102 24-08-1960 01-07-1960