Overeenkomst inzake het personenvervoer door middel van autobusdiensten tussen Nederland en Oostenrijk
- BWB-id
- BWBV0005302
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1960-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0005302
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1960/bwbv0005302
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1960/bwbv0005302/1960-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0005302&g=1960-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0005302&z=2026-06-06&g=1960-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0005302/1960-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1960/bwbv0005302
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 a Het vervoer door middel van autobusdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk mag alleen worden verricht op grond van vergunningen, verleend door de eigen Staat en door de andere Staat alsmede, waar nodig, door de Staten waardoorheen het vervoer zal worden verricht. Bij de verlening van de vergunningen wordt het beginsel van wederkerigheid gevolgd. b De vergunningen worden eerst dan verleend, wanneer er tussen de Overeenkomstsluitende Partijen overeenstemming heerst over de behoefte aan een autobusdienst en, waar nodig, de toestemming is verkregen van de Staten waardoorheen het vervoer zal worden verricht. c Aanvragen voor verlening van een dergelijke vergunning moeten worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de eigen Staat. Wanneer deze autoriteiten, na voorafgaand onderzoek, van mening zijn dat de aanvraag kan worden ingewilligd, zenden zij een gelijkluidend afschrift van de aanvraag, voorzien van hun oordeel, aan de bevoegde autoriteiten van de andere Staat. Nadat het bevestigend oordeel van de andere Staat is verkregen, vragen de autoriteiten van de eigen Staat de toestemming van de Staten waardoorheen het vervoer zal worden verricht. d De vergunningen staan op naam van een bepaalde onderneming (ondernemer) en kunnen niet worden overgedragen. Zij verplichten de vergunninghouder de autobusdienst uit te oefenen overeenkomstig de bepalingen van de vergunning. 1959 73 16-06-1959 1960 11 29-01-1960 01-01-1960
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 a Als transito-autobusdiensten worden beschouwd die autobusdiensten welke op het grondgebied van de ene Staat aanvangen, over het grondgebied van de andere Staat gaan zonder opnemen of afzetten van reizigers en op het grondgebied van een derde Staat eindigen. b Voor transito-autobusdiensten is eveneens een vergunning vereist. 1959 73 16-06-1959 1960 11 29-01-1960 01-01-1960
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De Overeenkomstsluitende Partijen zullen voortdurend rechtstreeks contact met elkaar onderhouden over alle problemen die uit de uitvoering van deze Overeenkomst voortvloeien. 1959 73 16-06-1959 1960 11 29-01-1960 01-01-1960
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, geldt deze Overeenkomst alleen voor het Europese gebied van het Koninkrijk. 1959 73 16-06-1959 1960 11 29-01-1960 01-01-1960
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 a Deze Overeenkomst treedt in werking op het tijdstip waarop de. Overeenkomstsluitende Partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld, dat de Overeenkomst overeenkomstig de bepalingen van hun nationale recht kan worden toegepast. b De Overeenkomst kan na verloop van een jaar worden opgezegd met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden. 1959 73 16-06-1959 1960 11 29-01-1960 01-01-1960