Overeenkomst tussen de Regering van het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden voor de instelling en het onderhouden van geregelde luchtdiensten tussen en via hun onderscheidene grondgebieden
- BWB-id
- BWBV0004388
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1962-06-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0004388
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1962/bwbv0004388
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1962/bwbv0004388/1962-06-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0004388&g=1962-06-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0004388&z=2026-06-06&g=1962-06-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0004388/1962-06-25
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1962/bwbv0004388
Artikel 1 — Article 1#
Article 1 Each Contracting Party grants to the other Contracting Party the rights specified in the Annex to this Agreement for the purpose of the establishment of air services (hereinafter referred to as “agreed services”), on the routes described therein (hereinafter referred to as “specified routes”). 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 2 — Article 2#
Article 2 1 The agreed services may be inaugurated immediately or at a later date at the option of the Contracting Party to whom the rights are granted, but not before: a. The Contracting Party to whom the rights have been granted has designated an air carrier or carriers (hereinafter referred to as “designated air carrier(s)”) for the specified routes, and, b. The Contracting Party granting the rights has given the appropriate operating permission to the air carrier(s) concerned which it shall subject to the provisions of paragraph (2) of this Article and of Article 5, be bound to grant without undue delay. 2 Each of the designated air carriers may be required to satisfy the aeronautical authorities of the other Contracting Party that it is qualified to fulfil the conditions prescribed by or under the laws and regulations normally applied by those authorities to the operation of international air services. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90). 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90).
Artikel 3 — Article 3#
Article 3 In order to prevent discriminatory practices and to assure equality of treatment, it is agreed that: — a. Supplies of fuel, lubricating oils, spare parts, regular equipment and aircraft stores on board an aircraft of the designated air carrier(s) of one Contracting Party on arrival in the territory of the other Contracting Party shall be exempted from all national duties and charges including customs duties and inspection fees even though such supplies are used by such aircraft on flights in that territory, subject to compliance with the regulations of the Contracting Party. The goods, so exempted shall not be unloaded except with the approval of the customs authorities of the other Contracting Party, and if unloaded shall be kept under customs supervision until required for use of the aircraft in question or reexportation; b. Supplies of fuel, lubricating oils, spare parts, regular equipment and aircraft stores introduced into or taken on board aircraft of one Contracting Party in the territory of the second Contracting Party by or on behalf of the designated air carrier(s) of the first Contracting Party and intended solely for use in the operation of an agreed service shall be exempted from all national duties and charges including customs duties and inspection fees subject to compliance with the regulations of the Contracting Party, even though such supplies are used by such aircraft on flights in that territory. The goods so introduced shall be kept under customs supervision until required for the use in question or reexportation. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 4, tweede lid, van
de Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90). 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961 Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 4, tweede lid, van
de Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90).
Artikel 4 — Article 4#
Article 4 a The laws and regulations of one Contracting Party relating to the admission to or departure from its territory of aircraft engaged in international air navigation, or to the operation and navigation of such aircraft while within its territory shall be equally applied to the aircraft of the designated air carrier(s) of the other Contracting Party without distinction as to nationality and shall be complied with by such aircraft upon entering or departing from or while within the territory of the former Party. b The laws and regulations of one Contracting Party as to the admission to or departure from its territory of passengers, crew or cargo of aircraft, such as regulations relating to entry, clearance, immigration, passports, customs and quarantine, shall be complied with by or on behalf of the passengers, crew and cargo of aircraft used by the designated air carrier(s) of the other Contracting Party upon entrance into, departure from or while within the territory of the former Party. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 5 — Article 5#
Article 5 Each Contracting Party reserves the right to withhold or revoke the exercise of the rights specified in the Annex to this Agreement by a designated air carrier of the other Contracting Party in any case where it is not satisfied, that substantial ownership and effective control of that air carrier are vested in nationals of the other Contracting Party, or in case of failure of that air carrier to comply with the laws and regulations of the Contracting Party over which it operates, as described in Article 4 hereof or to perform its obligations under this agreement and its Annex. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 zal, wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen
naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden
begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de
Europese Unie (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90). 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961 Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 zal, wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen
naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden
begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de
Europese Unie (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90).
Artikel 6 — Article 6#
Article 6 1 The rates to be charged by the designated air carrier(s) of either Contracting Party for the carriage of passengers and cargo on any of the specified routes shall be fixed at reasonable levels due regard being paid to all relevant factors (including economic operation and reasonable profit) and the rates charged by other air carriers on the routes or any section thereof, 2 The rates to be charged by the designated air carrier(s) of either Contracting Party shall be fixed: a. Either in conformity with resolutions dealing with rates that would be adopted by an association of air carriers of which the designated air carriers are members and which association would be accepted by both Contracting Parties; b. a Or by Agreement between the designated air carriers if they would not be members of the same association of air carriers, or in case no resolution as mentioned in para. a) would exist, provided that, if either Contracting Party has not designated an airline in respect of any of the specified air routes, and rates for that route have not been fixed in accordance with para. (2) () above, the airlines designated by the other Contracting Party to operate on that route may fix the rates hereof. 3 b Rates fixed in accordance with para. (2) () shall be submitted to the aeronautical authorities of both Contracting Parties and will enter into force 45 days after receipt by these authorities unless one of the Contracting Parties has notified its disapproval. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Overeenkomst van 25
februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 5, tweede lid, van de
Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op dit artikel
(Trb. 2019/90). 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961 Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Overeenkomst van 25
februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 5, tweede lid, van de
Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op dit artikel
(Trb. 2019/90).
Artikel 7 — Article 7#
Article 7 This Agreement and all contracts connected therewith shall be registered with the International Civil Aviation Organization. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 8 — Article 8#
Article 8 a If either of the Contracting Parties considers it desirable to modify provision or provisions of the Agreement, or its Annex, the competent aeronautical authorities of the Contracting Parties shall consult in order to realise such modification(s). Such consultation shall begin within a period of 60 days from the date of the request. In case the said authorities arrive at an understanding about the modifications to be made, said modifications shall come into force after having been confirmed by an exchange of diplomatic notes. b Changes made by either Contracting Party in the specified routes except the change of points served by its designated air carrier(s) in the territory of the other Contracting Party, shall not be considered as modifications of this Agreement. The aeronautical authorities of either Contracting Party may therefore proceed unilaterally to make such changes provided however, that notice of any change shall be given without delay to the aeronautical authorities of the other Contracting Party. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 9 — Article 9#
Article 9 Any dispute between the Contracting Parties relating to the interpretation or application of the present Agreement or its Annex that cannot be settled by direct negotiations, shall be referred for decision to an Arbitral Tribunal appointed by agreement between the Contracting Parties or to the International Court of Justice. The Contracting Parties undertake to comply with any decision given by said Arbitral Tribunal or by the International Court of Justice. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 10 — Article 10#
Article 10 Each Contracting Party may at any time give notice to the other of its desire to terminate this Agreement. Such notice shall be given simultaneously communicated to the International Civil Aviation Organization. The present Agreement shall terminate not less than twelve months after the date of receipt of the notice by the other Contracting Party, unless the notice is withdrawn by mutual agreement before the expiration of the said period. In the absence of acknowledgement of receipt by the other Contracting Party notice shall be deemed to have been received fourteen days after the receipt of the notice by the International Civil Aviation Organization. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 11 — Article 11#
Article 11 For the purpose of this Agreement the terms “aeronautical authorities” shall mean in the case of the Jordanian Government, the Director General of Civil Aviation, and any person or body authorised to perform any functions presently exercised by the said Director General, and in the case of the Government of the Kingdom of the Netherlands the Director General of Civil Aviation and any person or body authorised to perform any functions presently exercised by the said Director General. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 12 — Article 12#
Article 12 The present Agreement shall be provisionally applicable from the date of its signature and shall come into force on a date to be laid down in an exchange of notes stating that the formalities required by the national legislation of each Contracting Party have been accomplished. As regards the Kingdom of the Netherlands the Agreement shall be applicable to the territory in Europe only. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij de rechten omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst, ten behoeve van de instelling van luchtdiensten (hierna te noemen „overeengekomen diensten”) op de daarin omschreven routes (hierna te noemen „omschreven routes”). 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De overeengekomen diensten kunnen onmiddellijk, dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de Overeenkomstsluitende Partij waaraan de rechten worden verleend, worden geopend, maar niet voordat a. De Overeenkomstsluitende Partij waaraan de rechten zijn verleend, een of meer luchtvaartmaatschappijen (hierna te noemen „aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen”) voor de omschreven routes heeft aangewezen, en b. De Overeenkomstsluitende Partij welke de rechten verleent de desbetreffende exploitatievergunning aan de betrokken luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen heeft afgegeven, hetgeen zij behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel en in artikel 5 zonder onnodig uitstel dient te doen. 2 Van elk der aangewezen luchtvaartmaatschappijen kan worden verlangd dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij aantoont dat zij in staat is de voorwaarden na te komen welke worden gesteld bij of krachtens de wetten en voorschriften welke gewoonlijk door die autoriteiten met betrekking tot de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90). 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90).
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Teneinde bevoorrechtende praktijken te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren wordt overeengekomen dat: a. Voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand welke aan boord zijn van een luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van een Overeenkomstsluitende Partij bij aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zijn van alle nationale rechten en heffingen, daarbij inbegrepen douanerechten en inspectiekosten, zelfs wanneer deze voorraden door dat luchtvaartuig worden gebruikt tijdens vluchten binnen dat grondgebied, mits de voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij in acht worden genomen. De aldus vrijgestelde goederen worden niet gelost dan met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij en, indien zij gelost zijn, blijven zij onder douanetoezicht totdat zij voor gebruik door het betrokken luchtvaartuig benodigd zijn, dan wel totdat zij wederuitgevoerd worden; b. Voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand, ingevoerd in of aan boord genomen van luchtvaartuigen van de ene Overeenkomstsluitende Partij binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij door of ten behoeve van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van de eerste Overeenkomstsluitende Partij en uitsluitend bestemd voor gebruik bij de exploitatie van een overeengekomen dienst, vrijgesteld zijn van alle nationale rechten en heffingen met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, mits de voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij in acht genomen worden, zelfs indien zodanige voorraden door die luchtvaartuigen worden gebruikt tijdens vluchten binnen dat grondgebied. De aldus ingevoerde goederen blijven onder douanetoezicht totdat zij voor het betrokken gebruik benodigd zijn dan wel totdat zij wederuitgevoerd worden. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 4, tweede lid, van
de Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90). 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961 Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 4, tweede lid, van
de Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90).
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 a De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de binnenkomst in of het vertrek uit haar grondgebied van lucht vaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied zijn zonder onderscheid van nationaliteit van toepassing op de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zullen door deze luchtvaartuigen moeten worden nageleefd bij het binnenkomen in of het verlaten van of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste Partij. b De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de binnenkomst in of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningen of lading van luchtvaartuigen, zoals voorschriften betreffende de binnenkomst, in- en uitklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, worden door of vanwege de passagiers, bemanningen en lading van luchtvaartuigen, gebruikt door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij bij het binnenkomen in, het vertrek uit of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste Partij nageleefd. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor geen toestemming te verlenen voor de uitoefening van de in de bij deze Overeenkomst behorende Bijlage omschreven rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij of deze in te trekken in elk geval waarin niet tot haar genoegen is gebleken dat het overwegende eigendomsrecht en het daadwerkelijk toezicht op deze luchtvaartmaatschappij berusten bij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, dan wel in geval deze luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij over wier grondgebied zij luchtdiensten onderhoudt, als omschreven in artikel 4 van deze Overeenkomst, na te leven of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst en de Bijlage te voldoen. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 zal, wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen
naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden
begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de
Europese Unie (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90). 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961 Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 zal, wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen
naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden
begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de
Europese Unie (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde
lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90).
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De tarieven welke door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen voor het vervoer van passagiers en vracht op een der omschreven routes worden geheven, worden op redelijk niveau vastgesteld, waarbij behoorlijk rekening wordt gehouden met alle terzake dienende factoren (daarbij inbegrepen een economische exploitatie en een redelijke winst) en de tarieven welke door andere luchtvaartmaatschappijen op de routes of enig gedeelte daarvan worden geheven. 2 De tarieven welke door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden geheven, worden vastgesteld: a. hetzij in overeenstemming met besluiten welke betrekking hebben op tarieven welke aangenomen zouden worden door een vereniging van luchtvaartmaatschappijen waarvan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen lid zijn en welke vereniging aanvaard zou worden door beide Overeenkomstsluitende Partijen; b. a a hetzij in onderlinge overeenstemming tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen, indien zij geen lid zouden zijn van dezelfde vereniging van luchtvaartmaatschappijen, of indien er geen besluit als vermeld onderzou bestaan, met dien verstande dat, indien een der Overeenkomstsluitende Partijen geen luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen voor een der omschreven routes, en de tarieven voor die route niet zijn vastgesteld overeenkomstig lid 2hierboven, de door de andere Overeenkomstsluitende Partij voor het exploiteren van die route aangewezen luchtvaartmaatschappijen de tarieven daarvan kunnen vaststellen. 3 b Overeenkomstig lid 2vastgestelde tarieven worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen en worden van kracht 45 dagen na de ontvangst door die autoriteiten, tenzij een van de Overeenkomstsluitende Partijen mededeling heeft gedaan dat zij niet haar goedkeuring hebben. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Overeenkomst van 25
februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 5, tweede lid, van de
Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op dit artikel
(Trb. 2019/90). 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961 Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Overeenkomst van 25
februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 5, tweede lid, van de
Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op dit artikel
(Trb. 2019/90).
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze Overeenkomst en alle daarmede verband houdende contracten worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 a Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling of bepalingen van de Overeenkomst, of haar Bijlage, te wijzigen, plegen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen overleg teneinde zodanige wijziging (en) tot stand te brengen. Dit overleg vangt aan binnen een periode van 60 dagen te rekenen van de datum van het verzoek. In geval de genoemde autoriteiten tot overeenstemming komen inzake de aan te brengen wijzigingen, worden bedoelde wijzigingen van kracht nadat zij door een diplomatieke notawisseling bevestigd zijn. b Door elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen aangebrachte wijzigingen in de omschreven routes, met uitzondering van de verandering van punten welke aangedaan worden door haar aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, worden niet beschouwd als wijzigingen van deze Overeenkomst. De luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen mogen derhalve eenzijdig overgaan tot het aanbrengen van zodanige wijzigingen, mits evenwel van iedere wijziging onverwijld mededeling wordt gedaan aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst of haar Bijlage dat niet geregeld kan worden door middel van directe onderhandelingen, wordt ter beslissing voorgelegd aan een in onderlinge overeenstemming tussen de Overeenkomstsluitende Partijen samen te stellen Scheidsgerecht of aan het Internationale Gerechtshof. De Overeenkomstsluitende Partijen nemen op zich, zich te houden aan elke door bedoeld Scheidsgerecht of het Internationale Gerechtshof te geven beslissing. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde aan de andere mededeling doen van haar wens deze Overeenkomst te beëindigen. Een zodanige mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. Deze Overeenkomst eindigt niet eerder dan twaalf maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij deze mededeling in onderling overleg vóór het verstrijken van die termijn wordt ingetrokken. Bij ontbreken van ontvangstbevestiging door de andere Overeenkomstsluitende Partij wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Met betrekking tot deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „luchtvaartautoriteiten” voor wat betreft de Jordaanse Regering, de Directeur-Generaal van de Burgerluchtvaart en enig persoon of lichaam gemachtigd om de thans door genoemde Directeur-Generaal uitgeoefende functies te vervullen, en voor wat betreft de Regering van Nederland, de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst en enig persoon of lichaam gemachtigd om de thans door genoemde Directeur-Generaal uitgeoefende functies te vervullen. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze Overeenkomst is voorlopig van toepassing van de datum van haar ondertekening af en zij treedt in werking op een datum welke zal worden vastgelegd in een notawisseling waarin wordt vermeld dat aan de krachtens de nationale wetgeving van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten is voldaan. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is de Overeenkomst slechts van toepassing op het grondgebied in Europa. 1961 118 10-10-1961 1962 107 03-10-1962 25-06-1962 1961 118 10-10-1961 1961 118 10-10-1961 24-08-1961