Akkoord inzake de vaststelling van een gedeelte van het gemeenschappelijk douanetarief met betrekking tot de produkten van lijst G opgenomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap
- BWB-id
- BWBV0005328
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1962-12-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0005328
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1962/bwbv0005328
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1962/bwbv0005328/1962-12-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0005328&g=1962-12-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0005328&z=2026-06-06&g=1962-12-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0005328/1962-12-07
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1962/bwbv0005328
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Het tarief dat betrekking heeft op de produkten van lijst G welke als bijlage voorkomen in dit Akkoord, wordt vastgesteld zoals is aangegeven in deze bijlage. Deze maakt een wezenlijk bestanddeel uit van het gemeenschappelijke douanetarief zoals bedoeld in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap. 1960 80 28-07-1960 1963 1 14-01-1963 07-12-1962
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De protocollen die aan dit Akkoord zijn gehecht, maken hiervan een wezenlijk bestanddeel uit. 1960 80 28-07-1960 1963 1 14-01-1963 07-12-1962
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit Akkoord zal definitief van kracht worden op de datum waarop alle Lid-Staten de Raad der Europese Economische Gemeenschap ervan in kennis zullen hebben gesteld dat de in de zin van hun onderscheiden nationale recht vereiste formaliteiten zijn vervuld. 1960 80 28-07-1960 1963 1 14-01-1963 07-12-1962
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit Akkoord, opgesteld in één exemplaar, in de Duitse, de Franse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd in het archief van de Raad die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der Lid-Staten en aan de Commissie. 1960 80 28-07-1960 1963 1 14-01-1963 07-12-1962
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 a) Te rekenen vanaf de eerste aanpassing aan het gemeenschappelijk douanetarief tot aan het einde van de tweede etappe der overgangsperiode, machtigt de Commissie de onderstaande Lid-Staten, op hun verzoek, tot het instellen van tariefcontingenten met vrijdom van recht in overeenstemming met de eigen behoeften van hun verbruikende industrieën: 1. de Beneluxlanden voor de volgende ferrolegeringen: ferrosilicium, ferromangaan (ander dan dat hetwelk meer dan twee gewichtspercenten koolstof bevat), ferrosilicomangaan, ferrochroom, ferromolybdeen, ferrowolfram en ferrovanadium; 2. de Bondsrepubliek Duitsland voor ferrosilicomangaan; 3. Italië voor ferrochroom, dubbel gezuiverd. b) Te rekenen vanaf het begin van de derde etappe der overgangsperiode kent de Commissie aan de hierbovenvermelde Lid-Staten, op hun verzoek, en voor dezelfde produkten, tariefcontingenten toe tegen een verlaagd recht of met vrijdom van recht, indien een wijziging in de voorzieningsbronnen of een onvoldoende voorziening binnen de Gemeenschap nadelige gevolgen voor de verwerkende industrieën van de betrokken Lid-Staat zou kunnen medebrengen. Aan deze contingenten mag niet een zodanige omvang worden gegeven dat voor verplaatsing van bedrijvigheid ten nadele van andere Lid-Staten moet worden gevreesd. c) De Commissie onderwerpt op gezette tijden de met toepassing van dit artikel geopende tariefcontingenten aan een onderzoek. 1960 80 28-07-1960 1963 1 14-01-1963 07-12-1962
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Wat ferronikkel betreft zijn de volgende bepalingen vastgesteld: a) Het recht van 7 % zal, op basis van de procedure van artikel 28 van het Verdrag, aan een nieuw onderzoek worden onderworpen met het oog op de verlaging daarvan, voor zover de studie van de economische en sociale problemen die op de produktie van deze ferrolegering betrekking hebben, zou aantonen dat voor deze problemen een bevredigende oplossing in gemeenschapsverband kan worden gevonden. b) Indien het gebruik maken van de bepalingen van artikel 28 niet tot de hierboven bedoelde verlaging of vrijstelling leidt, kent de Commissie aan iedere belanghebbende Lid-Staat, op zijn verzoek, tariefcontingenten toe tegen een verlaagd recht of met vrijdom van recht, indien een wijziging in de voorzieningsbronnen of een onvoldoende voorziening binnen de Gemeenschap nadelige gevolgen voor de verwerkende industrieën van de betrokken Lid-Staat zou kunnen medebrengen. Aan deze contingenten mag niet een zodanige omvang worden gegeven dat voor verplaatsing van bedrijvigheid ten nadele van andere Lid-Staten moet worden gevreesd. De Commissie onderwerpt op gezette tijden de uit hoofde van dit artikel toegekende tariefcontingenten aan een onderzoek. 1960 80 28-07-1960 1963 1 14-01-1963 07-12-1962