Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van de artikelen 55 en 56 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie
- BWB-id
- BWBV0005296
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1963-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0005296
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1963/bwbv0005296
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1963/bwbv0005296/1963-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0005296&g=1963-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0005296&z=2026-06-06&g=1963-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0005296/1963-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1963/bwbv0005296
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De onderdanen van elk der Verdragsluitende Partijen kunnen het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partijen binnenkomen, mits zij in het bezit zijn van een identiteitsbewijs. artikel 15 van het Unieverdrag De aard van dit document zal worden bepaald door het Comité van Ministers, ingesteld bij. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het is de onderdanen van elk der Verdragsluitende Partijen toegestaan zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partijen te vestigen, indien zij over voldoende middelen van bestaan beschikken en van goed zedelijk gedrag zijn. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die verblijven of zich vestigen op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, zijn slechts verplicht zich te voegen naar de op dat grondgebied van kracht zijnde wettelijke en uitvoerende voorschriften aangaande de controle op buitenlanders voor zoverre deze betrekking hebben op de inschrijving in de gemeentelijke bevolkingsregisters, de verlenging, de vernieuwing, de vervanging, het bij zich dragen en het tonen van verblijfsvergunningen alsmede op de vereiste formaliteiten in geval van verandering van verblijfplaats of vertrek uit het land. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Onverminderd de bepalingen van artikel 5 kunnen tegen de onderdanen van elk der Verdragsluitende Partijen, die verblijven op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan wel aldaar met toestemming gevestigd zijn, geen maatregelen van verwijdering worden getroffen, dan wanneer zij gevaar opleveren voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Voor de toepassing van dit artikel wordt het enkele feit, dat niet over middelen van bestaan wordt beschikt, niet beschouwd als een gevaar voor de openbare orde. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Tegen de onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die sedert drie jaar op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij gevestigd zijn, kunnen slechts maatregelen tot verwijdering worden getroffen wanneer zij gevaar opleveren voor de nationale veiligheid, of indien zij, bij gewijsde veroordeeld wegens een bijzonder ernstig misdrijf, een bedreiging vormen voor de gemeenschap van dat land. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 In de gevallen bedoeld in de artikelen 4 en 5, kunnen onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die verblijven op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, dan wel aldaar met toestemming gevestigd zijn, in stede van verwijderd te worden van het grondgebied, gedwongen worden bepaalde plaatsen of streken te verlaten en daarvan verwijderd te blijven, dan wel op een bepaalde plaats te verblijven, onverminderd de middelen van beroep, die in de wetgeving van het land van inwoning voorzien mochten zijn. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Tegen de onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die met toestemming gevestigd zijn op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij, kunnen geen maatregelen tot verwijdering worden getroffen dan nadat hieromtrent aan de Minister van Justitie van het land van verblijf advies is uitgebracht door een bevoegde autoriteit van dat land, ten overstaan van wie betrokkenen hun verweermiddelen kunnen doen gelden en zich kunnen doen vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat hunner keuze. Bovendien wordt de maatregel tot verwijdering, alvorens tot tenuitvoerlegging daarvan wordt overgegaan, rechtstreeks ter kennis gebracht van de bevoegde diensten van de Verdragsluitende Partij, waarvan betrokkene onderdaan is. Deze kennisgeving vermeldt de redenen van de maatregel tot verwijdering. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 31 van het Unieverdrag Overeenkomstigwordt een Commissie voor het vrije verkeer en de vestiging van personen ingesteld. artikel 30 van het Unieverdrag Onverminderd de bepalingen vanheeft deze Commissie tot taak toezicht uit te oefenen op de toepassing van deze Overeenkomst. Voorts bestaat haar taak in het doen van alle voorstellen aan het Comité van Ministers tot verbetering van de wijze van toepassing van de Overeenkomst, en, zo nodig, tot herziening of aanvulling van de bepalingen daarvan. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 2 § 2 g van het Unieverdrag Niettegenstaande het bepaalde bij, kan ieder der Verdragsluitende partijen de door haar nuttig geachte beperkingen opleggen betreffend de vervreemding — zelfs per aandeel in de eigendom — de verhuur of elke andere wijze van terbeschikkingstelling van nationale zeeschepen of binnenschepen, alsmede betreffende de verwerving van binnenschepen door haar onderdanen en van zeeschepen bestemd om onder nationale vlag te varen. Artikel 2 § 2 g van het Unieverdrag doet niet af aan de regeling inzake de vordering en onteigening van zeeschepen, binnenschepen en luchtvaartuigen alsmede hun ladingen. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie tussen België, Nederland en Luxemburg gesloten Arbeidsverdrag Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze Overeenkomst komen te vervallen, de bepalingen van het op 20 februari 1933 te Genève tussen Nederland en België gesloten Vestigings- en Arbeidsverdrag alsmede van het op 1 april 1933 te 's-Gravenhage tussen Nederland en Luxemburg gesloten Vestigings- en Arbeidsverdrag, voor zover niet reeds buiten werking gesneld door het op 3 februari 1958 ondertekendeof door het op 7 juni 1956. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen bij het Secretariaat-Generaal van de Benelux Economische Unie worden neergelegd. Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie Zij zal in werking treden op de eerste dag van de tweede maand volgende op de nederlegging van de derde akte van bekrachtiging en zij zal even lang van kracht blijven als het. 1960 135 26-10-1960 1963 164 23-10-1963 01-10-1963