Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije
- BWB-id
- BWBV0004316
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2004-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0004316
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1964/bwbv0004316
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1964/bwbv0004316/2004-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0004316&g=2004-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0004316&z=2026-06-06&g=2004-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0004316/2004-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1964/bwbv0004316
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Bij deze Overeenkomst wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Overeenkomst heeft ten doel de gestadige en evenwichtige versterking van de commerciële en economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen, met volledige inachtneming van de noodzaak de versnelde ontwikkeling van de economie van Turkije en de verruiming van de werkgelegenheid en de verbetering der levensomstandigheden van het Turkse volk te verzekeren. 2 Ten einde de in het voorgaande lid genoemde doelstellingen te verwezenlijken, wordt in de geleidelijke totstandbrenging van een douane-unie voorzien, volgens de in de artikelen 3, 4 en 5 vermelde voorwaarden en uitvoeringsbepalingen. 3 De Associatie omvat: a) een voorbereidende fase; b) een overgangsfase; c) een definitieve fase. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Tijdens de voorbereidende fase versterkt Turkije zijn economie met steun van de Europese Gemeenschap ten einde de verplichtingen op zich te kunnen nemen die tijdens de overgangsfase en de definitieve fase op dit land zullen rusten. De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot deze voorbereidende fase, en met name betreffende de steun van de Europese Gemeenschap, zijn omschreven in het Voorlopige Protocol en in het Financiële Protocol, die aan de Overeenkomst zijn gehecht. 2 De voorbereidende fase duurt vijf jaar, behoudens verlenging volgens de in het Voorlopige Protocol vastgestelde uitvoeringsbepalingen. De overgang naar de overgangsfase vindt plaats onder de voorwaarden en volgens de bepalingen, als vastgesteld in artikel 1 van het Voorlopige Protocol. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Gedurende de overgangsfase dragen de Overeenkomstsluitende Partijen op de grondslag van wederkerige en tegen elkaar opwegende verplichtingen zorg voor: - het geleidelijk tot stand brengen van een douane-unie tussen Turkije en de Europese Gemeenschap; - het nader tot elkaar brengen van het economische beleid van Turkije en dat van de Europese Gemeenschap, ten einde de goede werking van de Associatie en de ontwikkeling van de hiertoe benodigde gemeenschappelijke maatregelen te verzekeren. 2 De duur van deze fase mag niet langer zijn dan twaalf jaar, behoudens uitzonderingen die in onderling overleg kunnen worden vastgesteld. Deze uitzonderingen mogen geen beletsel vormen voor het voltooien van de douane-unie binnen een redelijke termijn. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De definitieve fase is gegrondvest op de douane-unie en houdt de versterking in van de coördinatie van het economische beleid der Overeenkomstsluitende Partijen. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Ten einde de toepassing en de geleidelijke ontwikkeling van de associatieregeling te verzekeren, verenigen de Overeenkomstsluitende Partijen zich in een Associatieraad, die handelt binnen de grenzen van de hem door de Overeenkomst verleende bevoegdheden. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Overeenkomstsluitende Partijen nemen alle algemene of bijzondere maatregelen die geschikt zijn om de nakoming van de uit de Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te verzekeren. Zij onthouden zich van alle maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen der Overeenkomst in gevaar kunnen brengen. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Ten einde de in artikel 4 genoemde doelstellingen te verwezenlijken, stelt de Associatieraad voor de aanvang van de overgangsfase, en volgens de in artikel 1 van het Voorlopige Protocol vermelde procedure, de voorwaarden van, de wijze waarop en het ritme voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen vast betreffende de in hetbedoelde onderwerpen die in aanmerking genomen moeten worden, met name die welke zijn bedoeld in deze Titel, alsmede elke vrijwaringsclausule die dienstig zou kunnen blijken. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 7 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De Overeenkomstsluitende Partijen erkennen, dat binnen de werkingssfeer van de Overeenkomst, en onverminderd de bijzondere bepalingen die krachtens artikel 8 zouden kunnen worden vastgesteld, elke discriminatie uit hoofde van nationaliteit is verboden, overeenkomstig het invermelde beginsel. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De in artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde douane-unie strekt zich uit over het gehele goederenverkeer. 2 De douane-unie houdt in: - het verbod tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en Turkije, bij invoer en bij uitvoer, van douanierechten, van heffingen van gelijke werking en van kwantitatieve beperkingen, alsmede van alle andere maatregelen van gelijke werking, die ten doel hebben aan de nationale produktie een bescherming te verlenen, die in strijd is met de doelstellingen van de Overeenkomst; - het aanvaarden, in de betrekkingen van Turkije met derde landen, van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap, alsmede een aanpassing aan de overige door de Europese Gemeenschap op het gebied van de buitenlandse handel toegepaste regelingen. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De associatieregeling omvat mede de landbouw en de handel in landbouwprodukten, volgens bijzondere bepalingen, waarbij rekening wordt gehouden met het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Gemeenschap. 2 Bijlage II aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap artikel 38, lid 3, van genoemd Verdrag Onder landbouwprodukten wordt verstaan de produkten vermeld in de lijst die alsis gehecht, zoals deze thans is aangevuld krachtens. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikelen 48 49 50 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen zich te laten leiden door de,en, ten einde onderling geleidelijk het vrije verkeer van werknemers tot stand te brengen. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikelen 52 tot en met 56 artikel 58 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen zich te laten leiden door deen door, ten einde onderling de beperkingen van de vrijheid van vestiging op te heffen. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 55 56 58 tot en met 65 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen zich te laten leiden door de,en, ten einde onderling de beperkingen van het vrij verrichten van diensten op te heffen. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De voorwaarden waaronder, en de wijze waarop de bepalingen van het, en de besluiten, genomen krachtens deze bepalingen met betrekking tot het vervoer, tot Turkije worden uitgebreid, zullen worden vastgesteld met inachtneming van de aardrijkskundige ligging van Turkije. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Titel I van het derde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De Overeenkomstsluitende Partijen erkennen dat de beginselen neergelegd in de bepalingen betreffende de mededinging, het belastingwezen en de aanpassing van de wetgevingen, vervat in, in hun associatiebetrekkingen dienen te worden toegepast. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Elke Staat die Partij is bij de Overeenkomst voert het economische beleid dat noodzakelijk is om het evenwicht van zijn betalingsbalans in haar geheel te verzekeren en het vertrouwen in zijn valuta te handhaven, en draagt daarbij tevens zorg voor een voortdurende en evenwichtige groei van zijn economie bij een stabiel prijspeil. Hij voert die conjunctuurpolitiek, en met name dat financiële en monetaire beleid, die het mogelijk maken deze doelstellingen te verwezenlijken. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Elke Staat die Partij is bij de Overeenkomst voert inzake de wisselkoers een politiek waardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Associatie verzekerd kan worden. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en Turkije staan in de valuta van het land, waarin de schuldeiser of de begunstigden verblijf houden, de betalingen of overmakingen toe die betrekking hebben op het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer, alsmede de overmaking van kapitaal en lonen, voor zover het goederen-, diensten-, kapitaal- en personenverkeer tussen de Lid-Staten en Turkije krachtens de Overeenkomst is vrijgemaakt. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De Overeenkomstsluitende Partijen plegen met elkaar overleg ten einde tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en Turkije het kapitaalverkeer, dat de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst bevordert, te vergemakkelijken. Zij streven ernaar, te zoeken naar alle middelen ter bevordering van de investeringen in Turkije van kapitaal uit de landen van de Europese Gemeenschap, die tot de ontwikkeling van de Turkse economie kunnen bijdragen. De ingezetenen van elke Lid-Staat kunnen aanspraak maken op alle voordelen, met name wat betreft de deviezen en op fiscaal gebied, die ten aanzien van buitenlands kapitaal door Turkije aan een andere Lid-Staat of aan een derde land worden toegekend. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen een procedure van overleg uit te werken, ten einde de coördinatie van hun handelspolitiek ten opzichte van derde landen en het in acht nemen van hun wederzijdse belangen op dit gebied te verzekeren, onder andere ingeval derde landen op een later tijdstip tot de Europese Gemeenschap toetreden of zich met haar associëren. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Voor de verwezenlijking van de in de Overeenkomst vermelde doelstellingen en in de in de Overeenkomst bedoelde gevallen is de Associatieraad bevoegd tot het nemen van besluiten. Ieder der beide Partijen is verplicht de maatregelen te nemen, nodig voor de tenuitvoerlegging van de genomen besluiten. De Associatieraad kan eveneens dienstige aanbevelingen doen. 2 De Associatieraad onderwerpt op gezette tijden de resultaten van de associatieregeling aan een onderzoek en houdt daarbij rekening met de doelstellingen van de Overeenkomst. Gedurende de voorbereidende fase is dit onderzoek evenwel beperkt tot een gedachtenwisseling. 3 Bij de aanvang van de overgangsfase neemt de Associatieraad de passende besluiten ingeval een gemeenschappelijk optreden van de Overeenkomstsluitende Partijen noodzakelijk blijkt om bij de uitvoering van de associatieregeling een van de doelstellingen van de Overeenkomst te bereiken, zonder dat in de Overeenkomst de bevoegdheid tot optreden is gegeven, die daartoe vereist is. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De Associatieraad bestaat enerzijds uit leden van de Regeringen der Lid-Staten, van de Raad en van de Commissie der Europese Gemeenschap en anderzijds uit leden van de Turkse Regering. De leden van de Associatieraad kunnen zich doen vertegenwoordigen volgens de bepalingen van het reglement van orde. De Associatieraad spreekt zich uit met eenparigheid van stemmen. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Het voorzitterschap van de Associatieraad wordt bij toerbeurt voor de tijd van zes maanden uitgeoefend door een vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en een vertegenwoordiger van Turkije. De duur van het eerste voorzitterschap kan bij besluit van de Associatieraad worden verkort. De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast. De Associatieraad kan besluiten ieder comité in te stellen dat hem kan bijstaan bij de vervulling van zijn taak, en met name een comité dat zorg draagt voor de voortdurende samenwerking die noodzakelijk is voor de goede werking van de Overeenkomst. De Associatieraad stelt de taak en de bevoegdheden van deze comités vast. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan aan de Associatieraad elk geschil voorleggen inzake de toepassing of uitlegging van de Overeenkomst, dat de Europese Gemeenschap, een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap of Turkije betreft. 2 De Associatieraad kan het geschil beslechten door middel van een beslissing; hij kan eveneens besluiten het geschil voor te leggen aan het Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen of aan elke andere bestaande rechterlijke instantie. 3 Iedere Partij is verplicht de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de beslissing of de uitspraak. 4 De Associatieraad stelt, overeenkomstig artikel 8 van de Overeenkomst, de bepalingen vast van een scheidsrechterlijke procedure of van elke andere gerechtelijke procedure waarvan de Overeenkomstsluitende Partijen gedurende de overgangsfase en de definitieve fase gebruik zullen kunnen maken, ingeval het geschil niet overeenkomstig lid 2 van dit artikel beslecht kan worden. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De bepalingen van de Overeenkomst zijn niet van toepassing op produkten die onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De Associatieraad neemt alle dienstige maatregelen ten einde de samenwerking en de nodige contacten tussen het Europese Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en de andere organen van de Europese Gemeenschap, enerzijds, en het Turkse Parlement en de overeenkomstige organen van Turkije, anderzijds, te vergemakkelijken. Tijdens de voorbereidende fase zijn deze contacten evenwel beperkt tot betrekkingen tussen het Europese Parlement en het Turkse Parlement. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Wanneer de werking van de Overeenkomst het toelaat de algehele aanvaarding door Turkije van de uit hetvoortvloeiende verplichtingen te overwegen, onderzoeken de Overeenkomstsluitende Partijen de mogelijkheid van een toetreding van Turkije tot de Europese Gemeenschap. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De overeenkomst is van toepassing op het gebied waar hetvan toepassing is, op de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en op het grondgebied van de Republiek Turkije. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 De Protocollen, die ingevolge tussen de Overeenkomstsluitende Partijen bereikte overeenstemming aan de Overeenkomst zijn gehecht, maken een integrerend deel daarvan uit. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De Overeenkomst dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke voorschriften en, wat de Gemeenschap betreft, rechtsgeldig te worden gesloten bij een besluit van de Raad, genomen overeenkomstig de bepalingen van het, dat ter kennis wordt gebracht van de Partijen bij de Overeenkomst. De boven bedoelde akten van bekrachtiging en akte van kennisgeving van sluiting worden te Brussel uitgewisseld. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van uitwisseling van de akten van bekrachtiging en van de akte van kennisgeving, genoemd in artikel 31. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De Overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren, in de Duitse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse en de Turkse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst onderzoekt de Associatieraad, of hij, rekening houdend met de economische toestand van Turkije, in de vorm van een Aanvullend Protocol, de bepalingen betreffende de voorwaarden van, de wijze waarop en het ritme voor de verwezenlijking der in artikel 4 van de Associatieovereenkomst vermelde overgangsfase kan vaststellen. Dit Aanvullende Protocol wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen ondertekend en het treedt in werking, nadat de in elk der betrokken landen vereiste grondwettelijke procedures zijn voltooid. 2 Indien men het Aanvullende Protocol aan het einde van het vijfde jaar niet heeft kunnen vaststellen, wordt opnieuw de in lid 1 vermelde procedure ingeleid na een door de Associatieraad te bepalen termijn die niet langer mag duren dan drie jaar. 3 De bepalingen van dit Protocol blijven van toepassing tot de inwerkingtreding van het Aanvullende Protocol, en uiterlijk tot het einde van het tiende jaar. Ingeval evenwel het Aanvullende Protocol is vastgesteld, maar aan het einde van het tiende jaar niet in werking kan treden, wordt het Voorlopige Protocol verlengd voor een periode van ten hoogste een jaar. Ingeval het Aanvullende Protocol aan het einde van het negende jaar niet kan worden vastgesteld, neemt de Associatieraad een besluit met betrekking tot de verdere regeling inzake de voorbereidende fase, die van toepassing is met ingang van het einde van het tiende jaar. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Met ingang van de inwerkingtreding van dit Protocol, openen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor hun invoer van oorsprong en van herkomst uit Turkije, de volgende jaarlijkse tariefcontingenten: a) 24.01 - Ruwe en niet tot verbruik bereide tabak; afvallen van tabak Binnen de grenzen van deze tariefcontingenten past elke Lid-Staat een douanerecht toe dat gelijk is aan het recht dat hij toepast op de invoer van dezelfde produkten, in het kader van de door de Europese Gemeenschap op 9 juli 1961 ondertekende Associatie-overeenkomst. Belgisch-Luxemburgse Economische Unie 1.250 ton Bondsrepubliek Duitsland 6.600 ton Frankrijk 2.550 ton Italië 1.500 ton Nederland 600 ton b) ex 08.04 - Rozijnen en krenten (in verpakkingen met een inhoud van 15 kilogram of minder) Binnen de grenzen van deze tariefcontingenten past elke Lid-Staat een douanerecht toe dat gelijk is aan het recht dat hij toepast op de invoer van dezelfde produkten, in het kader van de door de Europese Gemeenschap op 9 juli 1961 ondertekende Associatie-overeenkomst. Belgisch-Luxemburgse Economische Unie 3.250 ton Bondsrepubliek Duitsland 9.750 ton Frankrijk 2.800 ton Italië 7.700 ton Nederland 6.500 ton c) ex 08.03 - Gedroogde vijgen )(in verpakkingen met een inhoud van 15 kilogram of minder) artikel 14, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap In het kader van deze tariefcontingenten past elke Lid-Staat tot aan het tijdstip van de uiteindelijke aanpassing van de nationale rechten van de Lid-Staten der Europese Gemeenschap aan het gemeenschappelijk douanetarief voor gedroogde vijgen een douanerecht toe dat gelijk is aan het basisrecht in de zin van, verminderd met de helft der verlagingen die de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap elkaar onderling toekennen. Mochten de bepalingen van het Voorlopige Protocol nog van kracht zijn op het tijdstip van de uiteindelijke aanpassing van de nationale rechten van de Lid-Staten der Europese Gemeenschap aan het gemeenschappelijk douanetarief voor gedroogde vijgen, dan neemt de Europese Gemeenschap de nodige tariefmaatregelen ten einde voor Turkije commerciële voordelen te behouden die gelijkwaardig zijn aan de voordelen die dit land krachtens het voorgaande lid zijn verzekerd, rekening houdende met artikel 3. Belgisch-Luxemburgse Economische Unie 840 ton Bondsrepubliek Duitsland 5.000 ton Frankrijk 7.000 ton Nederland 160 ton d) ex 08.05 - Noten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal, al dan niet gepeld: hazelnoten In het kader van dit tariefcontingent past elke Lid-Staat van de Europese Gemeenschap een ad valoremrecht toe van 2,5%. Bovendien gaan de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor dit produkt, bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst, over tot volledige afschaffing van de intra-communautaire douanerechten en de algehele toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief. Belgisch-Luxemburgse Economische Unie 540 ton Bondsrepubliek Duitsland 14.500 ton Frankrijk 1.250 ton Nederland 710 ton 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vanaf het tijdstip van de uiteindelijke aanpassing van de nationale rechten van de Lid-Staten der Europese Gemeenschap aan het gemeenschappelijk douanetarief voor de in artikel 2 genoemde produkten, zal de Europese Gemeenschap jaarlijks ten behoeve van Turkije tariefcontingenten openen van een omvang die overeenkomt met de totale omvang van de op die datum geopende nationale contingenten. Deze procedure wordt toegepast onverminderd de besluiten die door de Associatieraad krachtens artikel 4 voor het volgende kalenderjaar zijn genomen. Met betrekking tot hazelnoten evenwel wordt deze procedure eerst toegepast op het tijdstip waarop voor de drie andere produkten tezamen de aanpassing van de nationale rechten van de Lid-Staten der Europese Gemeenschap aan het gemeenschappelijk douanetarief tot stand zal zijn gebracht. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Met ingang van het tweede jaar volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan de Associatieraad besluiten tot verruiming van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde omvang van de tariefcontingenten. Behoudens een andersluidend besluit van de Associatieraad blijven deze verruimingen behouden. Elke verruiming wordt eerst van kracht met ingang van het daarop volgende kalenderjaar. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Ingeval de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst niet samenvalt met de aanvang van het kalenderjaar, openen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap, voor het tijdvak lopende van de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de aanvang van het daarop volgende kalenderjaar, tariefcontingenten van een omvang die overeenkomt met een twaalfde van de in artikel 2 genoemde hoeveelheden voor elke maand die ligt tussen de datum van de inwerkingtreding van de Overeenkomst en de aanvang van het daarop volgende kalenderjaar. Met ingang van de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan de Associatieraad evenwel de omvang der tariefcontingenten die voortvloeien uit de toepassing van de voorgaande alinea verruimen, ten einde rekening te houden met het seizoenkarakter van de uitvoer der betrokken produkten. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Aan het einde van het derde jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst, kan de Associatieraad maatregelen treffen die de afzet op de markt van de Europese Gemeenschap van andere produkten dan die vermeld in artikel 2 kunnen bevorderen. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Bij de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor tabak, hazelnoten en gedroogde vijgen, neemt de Europese Gemeenschap de maatregelen die eventueel noodzakelijk zijn ten einde voor Turkije, rekening houdende met de voor dit gemeenschappelijk landbouwbeleid vastgestelde regeling, uitvoermogelijkheden te behouden die overeenkomen met die welke voor dit land verzekerd zijn krachtens dit Protocol. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Ingeval de Europese Gemeenschap tariefcontingenten opent voor de in artikel 2 van dit Protocol genoemde produkten, zal Turkije niet minder gunstig behandeld worden met betrekking tot de hoogte van de douanerechten die in het kader van deze tariefcontingenten van toepassing zijn, dan een land dat geen partij is bij de Overeenkomst. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Turkije streeft ernaar de meest gunstige behandeling die het land aan een of meer Lid-Staten van de Europese Gemeenschap toekent, op alle Lid-Staten toe te passen. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan met ingang van de voorbereidende fase aan de Associatieraad elke moeilijkheid voorleggen betreffende het vestigingsrecht, dienstverlening, vervoer en mededinging. Eventueel kan de Associatieraad tot de Overeenkomstsluitende Partijen elke dienstige aanbeveling richten om deze moeilijkheden uit de weg te ruimen. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit Protocol wordt aan de Overeenkomst gehecht. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De Turkse Staat en Turkse ondernemingen kunnen verzoeken om financiering van investeringsprojecten die bijdragen tot verhoging van de produktiviteit der Turkse economie, die de verwezenlijking van de doelstellingen der Overeenkomst bevorderen en die een onderdeel vormen van het Turkse ontwikkelingsplan, indienen bij de Europese Investeringsbank, die hen in kennis stelt van het aan hun verzoeken gegeven gevolg. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Met betrekking tot de verzoeken waarop gunstig is beschikt, geschiedt de financiering door middel van leningen. Het totale bedrag van deze leningen kan 175 miljoen rekeneenheden belopen en vastgelegd worden in de loop van de vijf jaren volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Op de verzoeken om financiering, die ingediend worden door Turkse ondernemingen, kan slechts gunstig worden beschikt met toestemming van de Turkse Regering. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De leningen worden verstrekt op de grondslag van de economische kenmerken van de projecten tot financiering waarvan zij dienen. 2 Aan de leningen, met name betreffende investeringen die een niet onmiddellijk aanwijsbare rentabiliteit hebben en eerst in de loop van de tijd rendabel worden, kunnen bijzondere voorwaarden worden verbonden, zoals verlaagde rentevoet, verlenging van de aflossingstermijn, perioden van vrijstelling van rechten en eventueel andere bijzondere bepalingen betreffende de aflossing waardoor voor Turkije de dienst van deze leningen kan worden vergemakkelijkt. 3 Wanneer wordt toegestemd in een lening aan een onderneming of aan een ander lichaam dan de Turkse Staat, is de toekenning van deze lening afhankelijk van de garantie van de Turkse Staat. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De Bank kan de toekenning der leningen afhankelijk stellen van het houden van aanbestedingen of van inschrijvingen. De deelneming aan deze aanbestedingen of aan deze inschrijvingen staat onder gelijke mededinging open voor alle onderdanen of rechtspersonen van Turkije en van de Lid-Staten der Europese Gemeenschap. 2 De leningen kunnen worden aangewend voor de dekking van uitgaven voor invoer en uitgaven voor binnenlandse betalingen, indien die uitgaven nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van goedgekeurde investeringsprojecten. 3 De Bank ziet erop toe dat de fondsen op de meest rationele wijze en overeenkomstig de doelstellingen van de Overeenkomst worden gebruikt. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Turkije verplicht zich om de debiteuren aan wie deze leningen verstrekt worden, in staat te stellen tot het verkrijgen van de nodige deviezen voor aflossing en rentebetaling op deze leningen. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De in het kader van dit Protocol verleende bijstand voor de tenuitvoerlegging van bepaalde projecten kan de vorm aannemen van deelneming in financieringen waaraan met name derde Staten, internationale financiële instellingen dan wel autoriteiten en instellingen op het gebied van kredietverlening en ontwikkeling van Turkije of van de Lid-Staten der Europese Gemeenschap, deelnemen. 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De aan de economische en sociale ontwikkeling van Turkije verleende steun volgens de in de Overeenkomst en in dit Protocol vermelde voorwaarden, vormt een aanvulling op hetgeen door de Turkse Staat wordt verricht. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit Protocol wordt aan de Overeenkomst gehecht. 1963 184 24-12-1963 1964 171 10-12-1964 01-12-1964
Artikel 1 — 1 Verklaring betreffende de latere vervanging van de huidige nationale contingenten door communautaire tariefcontingenten (artikel 2, lid 3, van het Voorlopige Protocol) gehecht aan de Associatieovereenkomst met Turkije.#
1 Verklaring betreffende de latere vervanging van de huidige nationale contingenten door communautaire tariefcontingenten (artikel 2, lid 3, van het Voorlopige Protocol) gehecht aan de Associatieovereenkomst met Turkije. „De Raad heeft – tijdens zijn 103e zitting van 30/31 mei 1963 – geconstateerd dat op het interne niveau van de Zes is overeengekomen, dat de bepalingen van artikel 2, lid 3, van het Voorlopige Protocol eigen zijn aan de Associatieovereenkomst met Turkije en in geen enkel opzicht vooruitlopen op de beantwoording van de vraag of en wanneer communautaire contingenten in de plaats komen van de nationale contingenten in de Europese Gemeenschap.” 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 2 — 2 Interpreterende verklaring inzake artikel 5 van het Financieel Protocol gehecht aan de Associatieovereenkomst met Turkije.#
2 Interpreterende verklaring inzake artikel 5 van het Financieel Protocol gehecht aan de Associatieovereenkomst met Turkije. Tijdens zijn 103e zitting van 30/31 mei 1963 heeft de Raad de tekst goedgekeurd van het Financieel Protocol gehecht aan de Overeenkomst waarbij een Associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije, mits in de notulen de volgende interpreterende verklaring zou worden opgenomen: „Overeengekomen wordt dat door de bepalingen van artikel 5, lid 1, van het aan de Associatieovereenkomst tussen Turkije en de Europese Gemeenschap gehechte Financieel Protocol geenszins wordt vooruitgelopen op de kwestie der uitbreiding tot derde landen van het recht om, onder gelijke mededingingsvoorwaarden, deel te nemen aan aanbestedingen, inschrijvingen, koop- en aannemingscontracten en andere overeenkomsten, bedoeld in deze leden, die voor de uitvoering van de in het kader van deze Overeenkomst goedgekeurde investeringsprojecten worden uitgeschreven.” 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004
Artikel 3 — 3 Interpreterende verklaring inzake de waarde van de rekeneenheid bedoeld in artikel 2 van het Financiële Protocol en gehecht aan de Slotakte van de Overeenkomst waarbij een Associatie wordt tot stand gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije.#
3 Interpreterende verklaring inzake de waarde van de rekeneenheid bedoeld in artikel 2 van het Financiële Protocol en gehecht aan de Slotakte van de Overeenkomst waarbij een Associatie wordt tot stand gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije. Tijdens de 109e Raadzitting van 29/30 juli 1963 hebben de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, de volgende interpreterende verklaring goedgekeurd: „De Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, verklaren eenstemmig dat de gekwalificeerde meerderheid bedoeld in lid 3, tweede alinea, van de interpreterende verklaring gehecht aan de Slotakte van de Overeenkomst waarbij een Associatie wordt tot stand gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije, de meerderheid is, welke wordt bedoeld in artikel 10, zesde alinea, van de Interne Overeenkomst inzake het Financiële Protocol gehecht aan deze Overeenkomst.” 2007 160 24-08-2007 2007 160 24-08-2007 01-05-2004