Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Brazilië betreffende kosteloze rechtsbijstand
- BWB-id
- BWBV0004993
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1964-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0004993
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1964/bwbv0004993
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1964/bwbv0004993/1964-04-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0004993&g=1964-04-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0004993&z=2026-06-06&g=1964-04-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0004993/1964-04-30
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1964/bwbv0004993
Artikel I — Article I#
Article I Les nationaux de chacune des Hautes Parties Contractantes jouiront, sur le territoire de l'autre, du bénéfice de l'assistance judiciaire gratuite; celle-ci sera accordée dans les mêmes conditions en matière de législation pénale, civile, militaire et du travail devant les tribunaux aux nationaux de chacune des Hautes Parties Contractantes. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel II — Article II#
Article II 1 La personne se trouvant au Brésil, qui sollicite le bénéfice de l'assistance judiciaire gratuite devra prouver, au moyen d'un certificat délivré au Brésil par l'autorité de la Police ou par le Préfet Municipal, que sa situation financière ne lui permet ni de supporter les frais du procès ni de payer les honoraires d'un avocat sans compromettre sa subsistance et celle de sa famille. Dans le District Fédéral et dans les capitales des Etats et Territoires, le certificat pourra être délivré par les autorités expressément désignées par le Préfet. 2 La personne résidant aux Pays-Bas, qui sollicite le bénéfice de l'assistance judiciaire gratuite devra prouver ne pas pouvoir faire face aux frais d'une procédure judiciaire et aux honoraires d'un avocat, par une déclaration délivrée par les autorités municipales contenant pour autant que possible des données relatives à la profession, à la famille, aux revenus et au patrimoine de l'intéressé. Lorsque le requérant ne réside pas aux Pays-Bas, il doit produire des documents analogues à ceux mentionnés ci-dessus. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel III — Article III#
Article III 1 Si, dans la localité, il n'y a pas d'autorité habilitée à délivrer le certificat visé dans le précédent article, le certificat sera remplacé par une déclaration émanant d'un fonctionnaire consulaire ou de la Mission Diplomatique du pays du requérant. 2 Au cas où le requérant ne résiderait pas sur le territoire d'une des Hautes Parties Contractantes, les documents justificatifs de son indigence seront ceux exigés par la loi du pays où il réside. Si dans ce pays aucune loi ne règle la question ou s'il n'est pas possible de se conformer à la loi qui y est en vigueur, il joint à sa demande une déclaration faite devant le fonctionnaire consulaire du ressort de sa résidence; cette déclaration contient l'indication de la résidence du requérant et l'énumération détaillée de ses moyens d'existence et de ses charges. 3 Si le requérant ne réside pas dans le pays dont il sollicite l'assistance judiciaire gratuite, il appartiendra au fonctionnaire consulaire ou à la Mission Diplomatique du pays destinataire de légaliser gratuitement le certificat délivré par l'autorité compétente locale de la résidence du requérant. 4 L'autorité à qui est adressée une demande de certificat d'indigence pourra, aux fins du présent article, procéder aux investigations nécessaires sur la situation financière du requérant. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel IV — Article IV#
Article IV La demande d'assistance judiciaire gratuite, qui sera adressée, au Brésil, au juge compétent en la matière, et, aux Pays-Bas, au Bureau de l'assistance judiciaire soit en matière pénale soit en matière civile du lieu où l'assistance doit être accordée, sera régie par la loi locale et le requérant bénéficiera des avantages accordés aux nationaux par cette loi. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel V — Article V#
Article V Toutes les décisions, tous les certificats, documents et actes se rapportant à la demande et à l'octroi de l'assistance judiciaire gratuite seront exempts de frais, taxes et charges quelconques. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel VI — Article VI#
Article VI En ce qui concerne le Royaume des Pays-Bas, la présente Convention ne sera applicable qu'au territoire en Europe. Elle pourra, telle quelle ou avec des modifications appropriées, être étendue au Surinam, aux Antilles Néerlandaises ou à la Nouvelle Guinée Néerlandaise. Sur cette extension, les deux Hautes Parties Contractantes s'entendront par un échange de notes. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel VII — Article VII#
Article VII 1 La présente Convention sera ratifiée après qu'auront été remplies les formalités légales en usage sur le territoire de chacune des Hautes Parties Contractantes et elle entrera en vigueur un mois après l'échange des instruments de ratification, échange qui aura lieu à La Haye dans le plus court délai possible. 2 Chacune des Hautes Parties Contractantes pourra la dénoncer à tout moment, mais elle ne cessera de sortir ses effets que trois mois après la dénonciation. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel I — Artikel I#
Artikel I De onderdanen van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen zullen op het grondgebied van de andere kosteloze rechtsbijstand genieten; deze zal onder dezelfde voorwaarden op het stuk van de strafwetgeving en de burgerlijke, militaire en arbeidswetgeving voor de rechterlijke colleges worden verleend aan de onderdanen van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 Hij die zich in Brazilië bevindt en die kosteloze rechtsbijstand verzoekt, zal moeten aantonen, door middel van een in Brazilië door de politieautoriteiten of het hoofd der gemeente afgegeven bewijs, dat zijn financiële omstandigheden hem niet veroorloven de proceskosten en het honorarium van een advocaat te betalen zonder zijn bestaan en dat van zijn gezin in gevaar te brengen. In het Federale District en in de hoofdsteden der Staten en Gebieden zal de verklaring kunnen worden afgegeven door uitdrukkelijk door het Hoofd der gemeente aangewezen autoriteiten. 2 Hij die in Nederland verblijft en die kosteloze rechtsbijstand verzoekt, zal moeten bewijzen niet de kosten van een proces en het honorarium van een advocaat te kunnen betalen, door middel van een bewijs afgegeven door de gemeentelijke autoriteiten, behelzende voor zover mogelijk gegevens betreffende het beroep, het gezin, de inkomsten en het vermogen van de belanghebbende. Wanneer de verzoeker niet in Nederland verblijft, moet hij bescheiden overleggen van gelijke aard als de hierboven genoemde. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 Indien ter plaatse geen autoriteit aanwezig is, bevoegd tot het afgeven van het bewijs in het vorige artikel bedoeld, wordt dit bewijs vervangen door een verklaring afkomstig van een consulaire ambtenaar of de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van de verzoeker. 2 In het geval dat de verzoeker niet verblijft op het grondgebied van een der Hoge Verdragsluitende Partijen, zullen als bewijs van zijn behoeftigheid de bescheiden dienen, die vereist zijn krachtens de wetgeving van het land waar hij verblijft. Indien in dit land geen wetgeving op dit gebied bestaat of wanneer het niet mogelijk is aan de daar geldende wetgeving te voldoen, zal hij bij zijn verzoek een verklaring voegen, afgelegd voor de consulaire ambtenaar binnen wiens ressort zijn verblijfplaats is gelegen; deze verklaring bevat een aanduiding van de verblijfplaats van de verzoeker en een uitvoerig overzicht van zijn bestaansmiddelen en zijn lasten. 3 Indien de verzoeker niet verblijft in het land waar hij kosteloze bijstand inroept, moet de verklaring, afgegeven door de bevoegde plaatselijke autoriteit van de verblijfplaats van de verzoeker, kosteloos worden gelegaliseerd door een consulaire ambtenaar of de diplomatieke vertegenwoordiging van het land tot hetwelk het verzoek is gericht. 4 De autoriteit tot wie een verzoek tot afgifte van een verklaring van onvermogen wordt gericht, zal met het oog op het bepaalde in dit artikel de nodige nasporingen naar de financiële omstandigheden van de verzoeker kunnen doen. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Het verzoek om kosteloze rechtsbijstand moet in Brazilië worden gericht tot de ter zake bevoegde rechter en in Nederland hetzij tot het bureau voor rechtsbijstand in strafzaken, hetzij tot het bureau van consultatie in burgerlijke zaken van de plaats waar de bijstand moet worden verleend, en zal beheerst worden door de ter plaatse geldende wetgeving; de verzoeker zal de voorrechten genieten die deze wetgeving aan de eigen onderdanen toekent. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel V — Artikel V#
Artikel V Alle beschikkingen, bewijzen, bescheiden en akten betreffende het aanvragen en verlenen van kosteloze rechtsbijstand zullen vrijgesteld zijn van kosten, rechten en heffingen hoe ook genaamd. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden zal dit Verdrag slechts gelden voor het grondgebied in Europa. Het zal, hetzij ongewijzigd hetzij met de vereiste wijzigingen, kunnen worden uitgebreid tot Suriname, de Nederlandse Antillen of Nederlands-Nieuw-Guinea. De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen zich over deze uitbreiding verstaan door middel van een notawisseling. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII 1 Dit Verdrag zal worden bekrachtigd nadat aan de voor het gebied van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen geldende wettelijke vereisten zal zijn voldaan en het zal in werking treden één maand na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging, die zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage zal plaats hebben. 2 Elk der Hoge Verdragsluitende Partijen zal op ieder ogenblik het Verdrag kunnen opzeggen, maar het zal eerst drie maanden na de opzegging buiten werking treden. 1960 21 21-03-1960 1964 60 28-04-1964 30-04-1964