Overeenkomst ter uitvoering van artikel 37, lid 2 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie
- BWB-id
- BWBV0004288
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0004288
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1966/bwbv0004288
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1966/bwbv0004288/2013-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0004288&g=2013-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0004288&z=2026-06-06&g=2013-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0004288/2013-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1966/bwbv0004288
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Ten einde het toezicht op de uitvoering van de begroting van de instellingen van de Unie, met uitzondering van de Raadgevende Interparlementaire Raad en de Economische en Sociale Raad van Advies, mogelijk te maken, stelt de Raad van de Economische Unie het Financieel Reglement van het Secretariaat-Generaal op en legt dit ter goedkeuring voor aan het Comité van Ministers. Dit reglement bevat in het bijzonder bepalingen omtrent: a) de kenmerken van de begroting met betrekking tot de universaliteit en de verdeling in artikelen; b) de data waarop de ontwerp-begroting door de Secretaris-Generaal wordt ingediend en door elk der organen welke belast zijn met het onderzoek daarvan, wordt doorgezonden; c) de regelen voor het financiële en het administratieve beheer; d) het aanbrengen van wijzigingen in de begroting in de loop van het jaar. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Ten behoeve van het toezicht op de uitvoering van de begroting wijst het Comité van Ministers drie commissarissen aan, respectievelijk van Belgische, Luxemburgse en Nederlandse nationaliteit. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De commissarissen controleren zowel de rechtmatigheid als de doelmatigheid van de beheershandelingen. Zij oefenen hun toezicht ter plaatse uit. Hiertoe hebben zij gedurende de voorgeschreven werktijd vrije toegang tot de lokalen van het Secretariaat-Generaal. Zij kunnen zich door het Secretariaat-Generaal alle bescheiden, inlichtingen en toelichtingen met betrekking tot de inkomsten en de uitgaven doen verstrekken. Zij mogen zich niet mengen in het beheer van het Secretariaat-Generaal, noch opdrachten geven om de werkzaamheden te verhinderen of op te schorten. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 In de tweede maand van elk kwartaal brengen de commissarissen rapport uit over de uitvoering van de begroting gedurende het voorafgaande kwartaal. Zij nemen in hun rapporten alle opmerkingen en aanbevelingen op, die kunnen bijdragen tot besparingen, tot een doelmatiger organisatie van het Secretariaat-Generaal of tot een zuiniger werkwijze daarvan. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De commissarissen zenden hun rapporten aan de Raad van de Economische Unie, door tussenkomst van het Secretariaat-Generaal. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Secretaris-Generaal zendt de rapporten van de commissarissen binnen 14 dagen door. Hij kan daarbij zijn zienswijze omtrent de opmerkingen en aanbevelingen kenbaar maken. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Raad van de Economische Unie legt de rapporten van de commissarissen, samen met zijn beschouwingen, voor aan het Comité van Ministers. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Zo spoedig mogelijk na afloop van elk kwartaal zendt het Comité van Ministers, onder mededeling van de ter zake genomen beslissingen, een exemplaar van het rapport van de commissarissen aan het Belgische Rekenhof, aan de Luxemburgse Rekenkamer en aan de Nederlandse Algemene Rekenkamer. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Voor zover zij zulks nodig oordelen, kunnen het Belgische Rekenhof, de Luxemburgse Rekenkamer en de Nederlandse Algemene Rekenkamer zich door onderzoek ter plaatse alle nadere gegevens verschaffen. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 26, lid 2, van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie De commissarissen brengen elke ernstige onregelmatigheid die bij hun onderzoek blijkt, terstond ter kennis van de personen genoemd in. Deze personen doen in voorkomend geval aan het Comité van Ministers voorstellen voor de ter zake te nemen maatregelen. In geval van misdaad of wanbedrijf in de zin van de Belgische strafwet, geeft het Comité van Ministers daarvan kennis aan de Belgische Minister van Justitie. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De Secretaris-Generaal legt jaarlijks vóór 31 januari rekening en verantwoording af van zijn beheer. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De rekening houdt in: a) het saldo der vlottende middelen op 1 januari van het afgelopen jaar; b) alle ontvangsten en uitgaven gedaan in de loop van het jaar, gerangschikt en gespecificeerd naar de onderverdeling van de begroting; c) het saldo der vlottende middelen op 31 december; d) een vergelijkende staat van de in de begroting opgenomen bedragen en van de werkelijke ontvangsten en betalingen; e) een staat van de verplichtingen waarvoor op 31 december nog geen betaling is geschied. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De rekening en verantwoording wordt aan de commissarissen voorgelegd ter bijvoeging bij hun rapport over het vierde kwartaal. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De artikelen 11, 12 en 13 zijn van overeenkomstige toepassing bij het beëindigen van de ambtsbezigheden van de Secretaris-Generaal in de loop van een jaar. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het afsluiten van de rekening geschiedt door het Comité van Ministers, dat aan de Secretaris-Generaal décharge kan verlenen. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De beslissing tot het afsluiten van de rekening wordt vóór 16 juni van elk jaar ter kennis gebracht van het Belgische Rekenhof, van de Luxemburgse Rekenkamer en van de Nederlandse Algemene Rekenkamer. Indien aan de Secretaris-Generaal geen décharge kan worden verleend, stelt het Comité van Ministers het Rekenhof en de Rekenkamers op de hoogte van het gevolg dat aan zijn beslissing is gegeven. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De Belgische Regering verleent aan het Secretariaat-Generaal een voorschot tot ten hoogste een derde deel van de in de laatste goedgekeurde begroting toegestane uitgaven. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vóór de zestiende van de eerste maand van elk kwartaal stort elke Regering bij het Secretariaat-Generaal een vierde deel van haar aandeel in het bedrag waarmede in de begroting van het lopende jaar de uitgaven de ontvangsten overschrijden. Na het afsluiten van de rekening wordt het in voorkomend geval te veel gestorte in mindering gebracht op de storting voor het volgende kwartaal. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Over elk jaar wordt het bedrag, waarmede, blijkens de door het Comité van Ministers afgesloten rekening, de uitgaven de ontvangsten overschrijden, in de volgende verhouding tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen verdeeld: België 41 procent Luxemburg 6 procent Nederland 53 procent 2012 108 27-06-2012 2013 114 15-07-2013 01-08-2013 01-01-2012
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen bij het Secretariaat-Generaal van de Benelux Economische Unie worden nedergelegd. Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie Zij zal in werking treden op de dag volgende op de nederlegging van de derde akte van bekrachtiging en zij zal even lang van kracht blijven als het. Het bepaalde in artikel 19 wordt evenwel voor de eerste maal toegepast over het jaar 1962. 1964 32 25-03-1964 1966 147 18-05-1966 03-03-1966