Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Noorwegen betreffende het internationale personen- en goederenvervoer over de weg
- BWB-id
- BWBV0003727
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1972-04-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0003727
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1972/bwbv0003727
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1972/bwbv0003727/1972-04-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0003727&g=1972-04-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0003727&z=2026-06-06&g=1972-04-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0003727/1972-04-06
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1972/bwbv0003727
Artikel 1 — Article 1#
Article 1 Each of the Contracting Parties shall allow any carrier established in the territory of the other Contracting Party to engage in the international transport of passengers not being regular services, between any point in its territory and any point outside that territory as well as in transit through its territory, without any special licence. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 2 — Article 2#
Article 2 1 International passenger transport by regular services between the two countries is subject to licensing in accordance with the national laws and regulations in force in each of the two Contracting Parties. 2 Regular services are those which are carried out in accordance with fixed timetables on fixed routes, advertised publicly, and available, without the need for a transport contract being concluded before bounding the vehicle, to all passengers who can be accomodated. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 3 — Article 3#
Article 3 Applications for licences for the international transport of passengers by regular services must be submitted to the competent authorities of the Contracting Party in whose territory the carrier is established, who transmit these applications to the competent authorities of the other Contracting Party together with their remarks. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 4 — Article 4#
Article 4 Each of the Contracting Parties shall allow any carrier established in the territory of the other Contracting Party and holding a national licence for the international transport of goods, to carry out transport of goods between any point in its territory and any point outside that territory as well as in transit through its territory, without any special licence. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 5 — Article 5#
Article 5 Nothing in this Agreement shall be held to permit carriers established in the territory of one of the Contracting Parties to carry goods which are loaded at any point in the territory of the other Contracting Party to any other point in the same territory. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 6 — Article 6#
Article 6 Except as otherwise provided in this Agreement, carriers established in the territory of one of the Contracting Parties have to comply with the laws in force in the territory of the other Contracting Party. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 7 — Article 7#
Article 7 In the event of any infringement of the provisions of this Agreement by a carrier established in the territory of one of the Contracting Parties, the Contracting Party in whose territory the infringement occurred may notify the other Contracting Party, which will take such steps as are provided by its national laws. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 8 — Article 8#
Article 8 The provisions of article 4 up to and including article 7 of this Agreement are equally applicable to the transport of goods on own account. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 9 — Article 9#
Article 9 The competent authorities of the two Contracting Parties shall consult each other on all problems arising from the implementation of this Agreement. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 10 — Article 10#
Article 10 With respect to the Kingdom of the Netherlands this Agreement shall apply only to the territory of the Kingdom in Europe. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 11 — Article 11#
Article 11 1 This Agreement shall enter into force thirty days after the Contracting Parties have informed each other in writing that the measures necessary to give effect to the Agreement in their respective territories have been taken. 2 The Agreement shall remain in force for a period of one year after its entry into force, and shall continue in force from year to year unless denounced by one of the Contracting Parties. A Contracting Party desirous of terminating the Agreement shall give three months' notice thereof to the other Contracting Party. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Elk der Overeenkomstsluitende Partijen staat vervoerders die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn gevestigd toe zonder bijzondere vergunningen deel te nemen aam het internationale vervoer van personen in niet geregelde diensten tussen enige plaats op haar grondgebied en enige plaats buiten dat grondgebied, alsmede in doorvoer over haar grondgebied. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Internationaal personenvervoer in geregelde diensten tussen de beide landen is onderworpen aan een vergunning overeenkomstig de nationale wetten en voorschriften die in elk van de beide Overeenkomstsluitende landen van kracht zijn. 2 Geregelde diensten zijn diensten die uitgevoerd worden volgens vaste dienstregelingen langs vastgestelde reisroutes, die openlijk zijn aangekondigd, en waarvan, zonder dat een vervoersovereenkomst is gesloten voordat men in het voertuig stapt, gebruik kan worden gemaakt door alle passagiers voor wie plaats beschikbaar is. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Aanvragen voor vergunningen voor het internationale personenvervoer in geregelde diensten dienen te worden gericht aan de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de vervoerder is gevestigd, die deze aanvragen doorzenden aan de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij te zamen met hun opmerkingen. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Elk der Overeenkomstsluitende Partijen staat vervoerders die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn gevestigd en die in het bezit zijn van een nationale vergunning voor het internationale goederenvervoer toe zonder bijzondere vergunningen goederenvervoer te verrichten tussen enige plaats op haar grondgebied en enige plaats buiten dat grondgebied, alsmede in doorvoer over haar grondgebied. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Niets in deze Overeenkomst wordt geacht vervoerders die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen gevestigd zijn toe te staan goederen te vervoeren die zijn geladen op enige plaats op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij naar enige andere plaats op hetzelfde grondgebied. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Tenzij in deze Overeenkomst anders bepaald, dienen vervoerders die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen gevestigd zijn de wetten die van kracht zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij na te leven. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 In geval van overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen is gevestigd, kan de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding plaatsvond, hiervan kennisgeven aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, die de maatregelen kan nemen waarin haar nationale wetgeving voorziet. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De bepalingen van de artikelen 4 tot en met 7 van deze Overeenkomst zijn eveneens van toepassing op het eigen vervoer van goederen. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen elkaar raadplegen over alle vraagstukken die uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Deze Overeenkomst treedt in werking dertig dagen nadat de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat de in hun onderscheiden gebieden noodzakelijke maatregelen voor de inwerkingstelling van de Overeenkomst zijn genomen. 2 Deze Overeenkomst zal voor een tijdvak van een jaar na haar inwerkingtreding van kracht zijn en zal van jaar tot jaar van kracht blijven behoudens opzegging door een der Overeenkomstsluitende Partijen. Een Overeenkomstsluitende Partij die deze Overeenkomst wenst te beëindigen zal dit drie maanden tevoren aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededelen. 1971 102 10-06-1971 1972 42 17-04-1972 06-04-1972