Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
- BWB-id
- BWBV0003476
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1998-12-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0003476
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1975/bwbv0003476
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1975/bwbv0003476/1998-12-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0003476&g=1998-12-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0003476&z=2026-06-06&g=1998-12-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0003476/1998-12-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1975/bwbv0003476
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken protocol Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van heten van het aan dat Verdrag gehechte, beide ondertekend te Brussel op 27 september 1968, alsmede van het onderhavige protocol. Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het Verdrag van 27 september 1968 en tot dit Protocol Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is ook bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van het. Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek tot het Verdrag van 27 september 1968 en tot dit Protocol, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag van 1978 Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is ook bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van het. Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot het Verdrag van 27 september 1968 en tot dit Protocol, zoals deze zijn gewijzigd bij de Verdragen van 1978 en 1982 Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is ook bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van het. Verdrag inzake de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag van 27 september 1968 en tot dit Protocol, zoals deze zijn gewijzigd bij de Verdragen van 1978, 1982 en 1989 Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is ook bevoegd om uitspraak te doen over de uitlegging van het. 1997 69 18-03-1997 04-07-1997 1999 104 21-06-1999 01-12-1998 Is van toepassing op rechtsvorderingen ingesteld en op
authentieke akten verleden na de inwerkingtreding van dit Verdrag in de Staat
van herkomst en, wanneer wordt verzocht om erkenning of tenuitvoerlegging
van een beslissing of een authentieke akte, in de aangezochte Staat. Evenwel worden de beslissingen, gegeven na de dag van inwerkingtreding
van dit Verdrag in de betrekkingen tussen de Staat van herkomst en de aangezochte
Staat naar aanleiding van vóór deze dag ingestelde vorderingen,
erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van titel III van
het Verdrag van 1968, als gewijzigd bij het Verdrag van 1978, bij het Verdrag
van 1982, het Verdrag van 1989 en bij het onderhavige Verdrag, indien de bevoegdheid
berustte op regels die overeenkomen met de bepalingen van de gewijzigde titel
II van het Verdrag van 1968, of met de bepalingen neergelegd in een verdrag
dat tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat van kracht was op
het ogenblik dat de vordering werd ingesteld (Trb. 1997/69).
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De volgende rechterlijke instanties kunnen het Hof van Justitie verzoeken, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak te doen over een vraagstuk van uitlegging: 1. - in België: het Hof van Cassatie - la Cour de Cassation en de Raad van State - le Conseil d'Etat, - in Denemarken: højesteret, - in de Bondsrepubliek Duitsland: die obersten Gerichtshöfe des Bundes, - in Griekenland: τα ανώτατα Δίκαστήρια, - in Spanje: el Tribunal Supremo, - in Frankrijk: la Cour de Cassation alsmede le Conseil d'Etat, - in Ierland: the Supreme Court, - in Italië: la Corte Suprema di Cassazione, - in Luxemburg: la Cour supérieure de Justice siégeant comme cour de cassation, - het Oberste Gerichtshof, het Verwaltungsgerichtshof en het Verfassungsgerichtshof in Oostenrijk:, - in Nederland: de Hoge Raad, - korkein oikeus/högsta domstolen korkein hallinto-oikeus/högsta förvaltningsdomstolen in Finland:en, - Högsta Domstolen Regeringsrätten, Arbetsdomstolen Marknadsdomstolen in Zweden:,en, - in Portugal: o Supremo Tribunal de justiça en o Supremo Tribunal Administrativo, - artikel 37, tweede lid artikel 41 van het Verdrag in het Verenigd Koninkrijk: the House of Lords en de rechterlijke instanties die op grond van, ofzijn aangeroepen; 2. de rechterlijke instanties van de verdragsluitende Staten, wanneer zij recht spreken in hoger beroep; 3. artikel 37 van het Verdrag in de gevallen, bedoeld in, de in dat artikel genoemde rechterlijke instanties. 1997 69 18-03-1997 04-07-1997 1999 104 21-06-1999 01-12-1998 Is van toepassing op rechtsvorderingen ingesteld en op
authentieke akten verleden na de inwerkingtreding van dit Verdrag in de Staat
van herkomst en, wanneer wordt verzocht om erkenning of tenuitvoerlegging
van een beslissing of een authentieke akte, in de aangezochte Staat. Evenwel worden de beslissingen, gegeven na de dag van inwerkingtreding
van dit Verdrag in de betrekkingen tussen de Staat van herkomst en de aangezochte
Staat naar aanleiding van vóór deze dag ingestelde vorderingen,
erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van titel III van
het Verdrag van 1968, als gewijzigd bij het Verdrag van 1978, bij het Verdrag
van 1982, het Verdrag van 1989 en bij het onderhavige Verdrag, indien de bevoegdheid
berustte op regels die overeenkomen met de bepalingen van de gewijzigde titel
II van het Verdrag van 1968, of met de bepalingen neergelegd in een verdrag
dat tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat van kracht was op
het ogenblik dat de vordering werd ingesteld (Trb. 1997/69).
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Verdrag Indien een vraag betreffende de uitlegging van heten van de andere in artikel 1 genoemde teksten wordt opgeworpen in een zaak aanhangig bij een rechterlijke instantie genoemd onder punt 1 van artikel 2, is deze instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, gehouden het Hof van Justitie te verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen. 2 Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen voor een onder de punten 2 en 3 van artikel 2 genoemde rechterlijke instantie, kan deze instantie, onder de in lid 1 bepaalde voorwaarden, het Hof van Justitie verzoeken uitspraak te doen. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Verdrag De bevoegde autoriteit van een verdragsluitende Staat kan aan het Hof van Justitie verzoeken zich uit te spreken over een vraagstuk betreffende de uitlegging van heten van de andere in artikel 1 genoemde teksten, indien de door de rechterlijke instanties van deze Staat gegeven beslissingen in strijd zijn met de door het Hof van Justitie of in een uitspraak van een rechterlijke instantie van een andere verdragsluitende Staat, genoemd onder de punten 1 en 2 van artikel 2, gegeven uitlegging. De bepalingen van dit lid zijn slechts van toepassing op uitspraken die kracht van gewijsde hebben verkregen. 2 De door het Hof van Justitie naar aanleiding van een dergelijk verzoek gegeven uitlegging heeft geen gevolg ten aanzien van de uitspraken ter gelegenheid waarvan het Hof om uitlegging is verzocht. 3 De Procureurs-Generaal bij de Hoven van Cassatie van de verdragsluitende Staten of elke andere door een verdragsluitende Staat aangewezen autoriteit zijn bevoegd, zich met een verzoek om uitlegging als bedoeld in lid 1 tot het Hof van Justitie te wenden. 4 De Griffier van het Hof van Justitie geeft kennis van het verzoek aan de verdragsluitende Staten, aan de Commissie en aan de Raad van de Europese Gemeenschappen, die het recht hebben binnen twee maanden te rekenen vanaf deze kennisgeving bij het Hof memories of schriftelijke opmerkingen in te dienen. 5 De in het onderhavige artikel omschreven procedure geeft geen aanleiding tot inning noch tot vergoeding van kosten of uitgaven. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap verdrag Voor zover dit protocol niet anders bepaalt, zijn de bepalingen van heten die van het daaraan gehechte protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie, die van toepassing zijn wanneer het Hof bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak dient te doen, tevens van toepassing op de procedure inzake de uitlegging van heten van de andere in artikel 1 genoemde teksten. 2 artikel 188 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap Het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie zal zo nodig worden aangepast en aangevuld overeenkomstig. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1989 142 31-10-1989 1991 15 28-01-1991 01-02-1991 Is van toepassing op rechtsvorderingen ingesteld en op authentieke akten verleden na de inwerkingtreding van dit Verdrag in de Staat van herkomst en, wanneer wordt verzocht om erkenning of tenuitvoerlegging van een beslissing of een authentieke akte, in de aangezochte Staat. Evenwel worden de beslissingen, gegeven na de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag in de betrekkingen tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat naar aanleiding van vóór deze dag ingestelde vorderingen, erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van titel III van het Verdrag van 1968, als gewijzigd bij het Verdrag van 1978, bij het Verdrag van 1982 en het onderhavige Verdrag, indien de bevoegdheid berustte op regels die overeenkomen met de bepalingen van de gewijzigde titel II van het Verdrag van 1968, of met de bepalingen neergelegd in een verdrag dat tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat van kracht was op het ogenblik dat de vordering werd ingesteld (Trb. 1989/142).
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit protocol wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende Staat, die als laatste deze handeling verricht. Het protocol treedt evenwel niet eerder in werking dan het. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 63 van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken De verdragsluitende partijen erkennen dat elke Staat die lid wordt van de Europese Economische Gemeenschap en waaropvan toepassing is de bepalingen van het onderhavige protocol dient te aanvaarden onder voorbehoud van de noodzakelijke aanpassingen. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staten in kennis van: a) het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging; b) de datum van inwerkingtreding van dit Protocol; c) de ingevolge artikel 4, lid 3, ontvangen verklaringen. 1989 142 31-10-1989 1991 15 28-01-1991 01-02-1991 Is van toepassing op rechtsvorderingen ingesteld en op authentieke akten verleden na de inwerkingtreding van dit Verdrag in de Staat van herkomst en, wanneer wordt verzocht om erkenning of tenuitvoerlegging van een beslissing of een authentieke akte, in de aangezochte Staat. Evenwel worden de beslissingen, gegeven na de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag in de betrekkingen tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat naar aanleiding van vóór deze dag ingestelde vorderingen, erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van titel III van het Verdrag van 1968, als gewijzigd bij het Verdrag van 1978, bij het Verdrag van 1982 en het onderhavige Verdrag, indien de bevoegdheid berustte op regels die overeenkomen met de bepalingen van de gewijzigde titel II van het Verdrag van 1968, of met de bepalingen neergelegd in een verdrag dat tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat van kracht was op het ogenblik dat de vordering werd ingesteld (Trb. 1989/142).
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De verdragsluitende Staten doen aan de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen mededeling van de teksten van hun wettelijke bepalingen die een wijziging van de lijst van de in artikel 2, punt 1, genoemde rechterlijke instanties met zich medebrengen. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit Protocol wordt voor onbeperkte tijd gesloten. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Iedere verdragsluitende Staat kan verzoeken om herziening van dit Protocol. In dat geval roept de Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen een conferentie voor de herziening bijeen. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit Protocol, opgesteld in één exemplaar, in de Duitse, de Franse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, welke vier teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Raad van de Europese Gemeenschappen. De Secretaris-Generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat. 1971 140 12-08-1971 1975 85 19-08-1975 01-09-1975