Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (Lid-Staten van de Europese Unie) en het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, betreffende de toetreding van het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie
- BWB-id
- BWBV0006519
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1995-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0006519
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1995/bwbv0006519
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1995/bwbv0006519/1995-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0006519&g=1995-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0006519&z=2026-06-06&g=1995-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0006519/1995-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1995/bwbv0006519
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden worden lid van de Europese Unie en worden Partij bij de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld. 2 Akte De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest zijn neergelegd in de bij dit Verdrag gevoegde. De bepalingen van deze Akte maken een integrerend deel van dit Verdrag uit. 3 De in de in lid 1 genoemde Verdragen voorkomende bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de Lid-Staten, alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Unie, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De akten van bekrachtiging zullen uiterlijk 31 december 1994 worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek. 2 Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 1995, mits alle akten van bekrachtiging voor dit tijdstip zijn neergelegd. artikel 1, lid 1 artikel 3 artikelen 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 25 26 156 157 158 159 160 161 162 170 176 van de Toetredingsakte bijlage I bij die Akte Protocollen nr. 1 nr. 6 Indien echter niet alle in, genoemde Staten tijdig hun akten van bekrachtiging hebben neergelegd, treedt het Verdrag in werking voor de Staten die tot de nederlegging zijn overgegaan. In dit geval besluit de Raad van de Europese Unie, met eenparigheid van stemmen, onmiddellijk over de hierdoor noodzakelijk geworden aanpassingen vanvan het onderhavige Verdrag en van de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, vanen van deendie daaraan zijn gehecht; de Raad kan eveneens, met eenparigheid van stemmen, de bepalingen van voornoemde Akte, met inbegrip van de daaraan gehechte bijlagen en Protocollen, waarin een Staat die zijn akte van bekrachtiging niet heeft neergelegd, met name wordt genoemd, vervallen verklaren of aanpassen. 3 artikelen 30 39 42 43 44 45 46 47 48 53 57 59 62 74 75 76 92 93 94 95 100 102 105 119 120 121 122 127 128 131 142, lid 2 en lid 3, tweede alinea 145 148 149 150 151 169 van de Toetredingsakte artikelen 11, lid 6 12, lid 2, van Protocol nr. 9 In afwijking van lid 2 kunnen de Instellingen van de Unie voor de toetreding de maatregelen vaststellen bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,enen de, en. Deze maatregelen treden slechts in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige Verdrag. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de lerse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Noorse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de lerse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse tekst gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In de zin van deze Akte: - worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Verdragen” bedoeld: = Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS-Verdrag), het(EG-Verdrag) en het(Euratom-Verdrag), zoals deze Verdragen zijn aangevuld of gewijzigd bij Verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden, = Verdrag betreffende de Europese Unie het(het EU-Verdrag); - worden met de uitdrukking „huidige Lid-Staten” bedoeld het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland; - wordt met de uitdrukking „de Unie” bedoeld de Unie zoals tot stand gebracht bij het EU-Verdrag; - wordt met de uitdrukking „de Gemeenschap” bedoeld één of meer van de in het eerste streepje vermelde Gemeenschappen, naargelang van het geval; - worden met de uitdrukking „nieuwe Lid-Staten" bedoeld de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden; - worden met de uitdrukking „Instellingen” bedoeld de bij de oorspronkelijke Verdragen opgerichte Instellingen. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Onmiddellijk bij de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor de nieuwe Lid-Staten en in deze Staten toepasselijk onder de voorwaarden voorzien in deze Verdragen en in deze Akte. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 EU-Verdrag De nieuwe Lid-Staten verbinden zich ertoe met betrekking tot die overeenkomsten of instrumenten op het gebied van Justitie en Binnenlandse zaken welke onlosmakelijk zijn verbonden met de doelstellingen van het: - Titel VI van het EU-Verdrag toe te treden tot de overeenkomsten of instrumenten die vóór de datum van toetreding zijn opengesteld voor ondertekening door de huidige Lid-Staten, alsmede tot de overeenkomsten of instrumenten die door de Raad overeenkomstigzijn opgesteld en waarvan hij de aanneming aan de Lid-Staten heeft aanbevolen. - administratieve en andere regelingen in te voeren in de trant van de regelingen die de huidige Lid-Staten of de Raad reeds hebben aangenomen ter vergemakkelijking van de praktische samenwerking tussen de instellingen en organisaties van de Lid-Staten die actief zijn op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij deze Akte treden de nieuwe Lid-Staten toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten. Zij verbinden zich ertoe op het tijdstip van de toetreding ook toe te treden tot elke andere door de huidige Lid-Staten gesloten overeenkomst die de werking van de Unie betreft of in nauw verband staat met het optreden van deze Unie. 2 artikel 220 van het EG-Verdrag EG-Verdrag De nieuwe Lid-Staten verbinden zich ertoe toe te treden tot de overeenkomsten bedoeld inen tot de overeenkomsten die niet te scheiden zijn van het bereiken van de doelstellingen van het, alsmede tot de Protocollen betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van deze overeenkomsten, die door de Lid-Staten zijn ondertekend, en te dien einde onderhandelingen aan te knopen met de huidige Lid-Staten om daarin de vereiste aanpassingen aan te brengen. 3 De nieuwe Lid-Staten bevinden zich ten aanzien van de verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen van de Europese Raad of de Raad, alsmede ten aanzien van die welke betrekking hebben op de Gemeenschappen of de Unie en in onderling overleg tussen de Lid-Staten zijn aanvaard, in dezelfde situatie als de huidige Lid-Staten; zij zullen derhalve de beginselen en beleidslijnen die hieruit voortvloeien eerbiedigen en de maatregelen treffen die nodig zouden kunnen blijken ter verzekering van de toepassing daarvan. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De door één van de Gemeenschappen met een of meer derde Staten, met een internationale organisatie dan wel met een onderdaan van een derde Staat gesloten overeenkomsten of akkoorden, zijn verbindend voor de nieuwe Lid-Staten, en wel onder de in de oorspronkelijke Verdragen en in deze Akte neergelegde voorwaarden. 2 De nieuwe Lid-Staten verplichten zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de door de huidige Lid-Staten en één van de Gemeenschappen gezamenlijk gesloten overeenkomsten of akkoorden, alsmede tot de door deze Staten gesloten overeenkomsten die verband houden met deze overeenkomsten of akkoorden. De Gemeenschap en de huidige Lid-Staten in het kader van de Unie zijn de nieuwe Lid-Staten hierbij behulpzaam. 3 Bij deze Akte en onder de daarin neergelegde voorwaarden treden de nieuwe Lid-Staten toe tot de interne overeenkomsten welke door de Lid-Staten werden gesloten voor de toepassing van de in lid 2 bedoelde overeenkomsten en akkoorden. 4 De nieuwe Lid-Staten treffen de passende maatregelen om zo nodig hun positie ten aanzien van internationale organisaties en internationale overeenkomsten waarbij één van de Gemeenschappen of andere Lid-Staten eveneens partij zijn, aan te passen aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit hun toetreding tot de Unie. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Artikel 234 van het EG-Verdrag artikelen 105 106 van het Euratom-Verdrag en deenzijn voor de nieuwe Lid-Staten van toepassing op de overeenkomsten en akkoorden gesloten vóór hun toetreding. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De bepalingen van deze Akte kunnen, tenzij anders is bepaald, uitsluitend worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken door middel van de procedures voorzien in de oorspronkelijke Verdragen die het mogelijk maken tot een herziening van die Verdragen te komen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De door de Instellingen genomen besluiten waarop de in deze Akte vastgestelde overgangsmaatregelen zijn gebaseerd, behouden hun eigen rechtskarakter; met name blijven de voor deze besluiten geldende wijzigingsprocedures van toepassing. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De bepalingen van deze Akte waarvan het doel of het gevolg is dat besluiten van de Instellingen anders dan bij wijze van overgangsmaatregel worden ingetrokken of gewijzigd, verkrijgen hetzelfde rechtskarakter als de daardoor ingetrokken of gewijzigde bepalingen en zijn onderworpen aan dezelfde regels als laatstgenoemde bepalingen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en van de door de Instellingen genomen besluiten gelden, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen; Brussel, 20 september 1976. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957, en het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Brussel, 17 april 1957. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Brussel, 17 april 1957, het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap; Brussel, 17 april 1957, en het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Brussel, 17 april 1957. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Wijzigt het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Wijzigt het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Wijzigt het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 bijlage I Ten aanzien van de besluiten genoemd in de lijst die voorkomt invan deze Akte vinden de aanpassingen plaats die in die bijlage worden omschreven. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 bijlage II artikel 168 De ingevolge de toetreding noodzakelijke aanpassingen van de in de lijst die voorkomt invan deze Akte genoemde besluiten, worden verricht overeenkomstig de in die bijlage vervatte richtsnoeren en volgende de procedure en op de wijze bepaald in. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 11 Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen In de loop van de eerste twee jaren volgend op de toetreding gaat elk van de nieuwe Lid-Staten over tot de verkiezing door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen van het invan deze Akte vastgestelde aantal vertegenwoordigers van hun volk in het Europees Parlement, overeenkomstig het bepaalde in de. 2 Onmiddellijk bij de toetreding en voor de periode die verstrijkt ten tijde van elk der in lid 1 bedoelde verkiezingen, worden de vertegenwoordigers in het Europees Parlement van het volk van de nieuwe Lid-Staten aangewezen door de volksvertegenwoordigingen van deze Staten uit hun midden, zulks volgens de door elk dezer Staten vastgestelde procedure. 3 Toetredingsverdrag Protocol nr. 8 De nieuwe Lid-Staten mogen evenwel verkiezingen voor het Europees Parlement evenwel tussen de ondertekening en de inwerkingtreding van hetorganiseren, overeenkomstig het aan deze Akte gehechte. 4 Het mandaat van de overeenkomstig lid 1 of lid 3 verkozen vertegenwoordigers eindigt terzelfdertijd als dat van de vertegenwoordigers die in de huidige Lid-Staten voor de periode van vijfjaar van 1994-1999 zijn gekozen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 bijlage VIII Gedurende een tijdvak van vier jaar, te rekenen vanaf de datum van toetreding, is het bepaalde in, overeenkomstig die bijlage en onder de daarin gestelde voorwaarden, niet van toepassing op Oostenrijk. 2 Het bepaalde in lid 1 zal binnen dat tijdvak worden herzien overeenkomstig de EG-procedures. Onverminderd de resultaten van die herziening is het acquis communautaire aan het einde van de in lid 1 bedoelde overgangsperiode op de nieuwe Lid-Staten onder dezelfde voorwaarden als in de huidige Lid-Staten van toepassing. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Onverminderd de verplichting op grond van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, mag de Republiek Oostenrijk zijn bestaande wetgeving inzake tweede woningen gedurende vijf jaar na de toetreding handhaven. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 artikel 37, lid 1, van het EG-Verdrag Onverminderd de leden 2 en 3 van dit artikel past de Republiek Oostenrijk zijn monopolie voor bereide tabak van commerciële aard in de zin vanvanaf de datum van toetreding geleidelijk aan om te waarborgen dat er uiterlijk drie jaar na de datum van toetreding geen discriminatie tussen de onderdanen van de Lid-Staten meer bestaat wat betreft de voorwaarden waaronder goederen worden geleverd en op de markt worden gebracht. 2 bijlage IX Voor de produkten op de lijst inwordt het exclusieve invoerrecht uiterlijk na drie jaar vanaf de datum van toetreding afgeschaft. Deze afschaffing geschiedt via het geleidelijk openen, vanaf de datum van toetreding, van contingenten voor de invoer van produkten uit de Lid-Staten. Aan het begin van elk van de drie bedoelde jaren opent de Republiek Oostenrijk een contingent dat is berekend op basis van de volgende percentages van het nationale verbruik: 15% voor het eerste jaar, 40% voor het tweede jaar en 70% voor het derde jaar. De volumes die overeenkomen met de percentages voor elk van deze drie jaren worden in de lijst in bijlage IX vermeld. De hiervoor bedoelde contingenten staan open voor alle ondernemers, zonder enige beperking, en voor in het kader van deze contingenten ingevoerde produkten mag in de Republiek Oostenrijk op groothandelsniveau geen exclusief recht voor het op de markt brengen gelden; in de detailhandel moeten in het kader van contingenten ingevoerde produkten op niet-discriminerende wijze ter verkoop aan de consument worden aangeboden. 3 EG-Verdrag Uiterlijk één jaar na haar toetreding roept de Republiek Oostenrijk een onafhankelijke instantie in het leven die verantwoordelijk is voor het toekennen van detailhandelsvergunningen, in overeenstemming met het. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 De Republiek Oostenrijk mag ten aanzien van andere Lid-Staten tot 1 januari 1996 de douanerechten en stelsels van vergunningen handhaven zoals zij die op de datum van toetreding toepaste op gedistilleerde dranken en niet-gedenatureerde ethylalcohol met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80% vol van post 22.08 van het GS. Deze stelsels van vergunningen moeten op niet-discriminatoire wijze worden toegepast. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 bijlage VI De inbij deze Akte vermelde besluiten zijn ten aanzien van Oostenrijk van toepassing onder de in die bijlage neergelegde voorwaarden. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 De Republiek Oostenrijk kan tot en met 31 december 1996 ten aanzien van de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Slowaakse Republiek, de Tsjechische Republiek, Roemenië en Bulgarije de invoerbeperkingen handhaven die zij op het tijdstip van haar toetreding toepaste op bruinkool van GN-code 27 02 10 00. De noodzakelijke aanpassingen van de met deze landen gesloten Europa-overeenkomsten en, zonodig, de Interimovereenkomsten worden aangebracht volgens artikel 76. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Met ingang van 1 januari 1995 gaat de Republiek Oostenrijk over tot toepassing van: a. Overeenkomst inzake textiel en kledingstukken de Regeling van 20 december 1973 betreffende de internationale handel in textiel, uitgebreid bij de Protocollen van 31 juli 1986, 31 juli 1991, 9 december 1992 en 9 december 1993 of dedie voortvloeien uit de Uruguay-Ronde van de GATT-handelsbesprekingen, indien die Overeenkomst op de datum van toetreding van kracht is; b. de bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen die door de Gemeenschap met derde landen zijn gesloten. 2 Over protocollen bij de bilaterale overeenkomsten en regelingen bedoeld in lid 1, wordt door de Gemeenschap met de betrokken derde landen onderhandeld om te voorzien in een passende aanpassing van de kwantitatieve beperkingen van de uitvoer van textiel en kledingprodukten naar de Gemeenschap. 3 Indien de in lid 2 bedoelde protocollen niet op 1 januari 1995 zijn gesloten, neemt de Gemeenschap maatregelen om aan deze situatie het hoofd te bieden; deze maatregelen behelzen de noodzakelijke overgangsaanpassingen om ervoor te zorgen dat de overeenkomsten door de Gemeenschap ten uitvoer worden gelegd. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 77 Met ingang van 1 januari 1995 past de Republiek Oostenrijk de bepalingen toe van de inbedoelde overeenkomsten. 2 Eventuele aanpassingen zullen het onderwerp vormen van met de medeovereenkomstsluitende landen te sluiten protocollen die aan voornoemde overeenkomsten zullen worden gehecht. 3 Indien de in lid 2 bedoelde protocollen op 1 januari 1995 niet zijn gesloten, neemt de Gemeenschap de noodzakelijke maatregelen om op het tijdstip van de toetreding het hoofd te bieden aan die situatie. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Artikel 76 is van toepassing op: - bijlage II van het EG-Verdrag de overeenkomsten met Andorra, Algerije, Bulgarije, de voormalige Tsjechische en Slowaakse Federale Republiek en haar opvolgerstaten (de Tsjechische Republiek en de Slowaakse Republiek). Cyprus, Egypte, Hongarije, IJsland, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Noorwegen, Polen, Roemenië, Slovenië, Zwitserland, Syrië, Tunesië en Turkije, alsmede op andere overeenkomsten met derde landen die uitsluitend betrekking hebben op de handel in de produkten van; - de vierde ACS-EEG-Overeenkomst ondertekend op 15 december 1989; - andere dergelijke overeenkomsten die nog voor de toetreding worden gesloten. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Met ingang van 1 januari 1995 trekt de Republiek Oostenrijk zich onder andere terug uit de Overeenkomst tot oprichting van de Europese Vrijhandelsassociatie, ondertekend op 4 januari 1960. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Elke verwijzing naar het besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen geldt als een verwijzing naar het Besluit van de Raad van 24 juni 1988, zoals van tijd tot tijd gewijzigd, of naar andere besluiten die dit besluit vervangen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 De „douanerechten ingevolge het Gemeenschappelijke Douanetarief en andere douanerechten” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van het Besluit van de Raad betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Gemeenschap, of de overeenkomstige bepalingen in enig besluit dat dit vervangt, omvatten de douanerechten die worden berekend op basis van de rechten die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en alle daarmee samenhangende tariefconcessies die de Gemeenschap in het handelsverkeer van Oostenrijk met derde landen toepast. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 De Gemeenschap stort op de eerste werkdag van elke maand aan de Republiek Oostenrijk uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een twaalfde van de volgende bedragen: - 583 miljoen ecu in 1995, - 106 miljoen ecu in 1996, - 71 miljoen ecu in 1997, - 35 miljoen ecu in 1998. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 artikel 82 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte Het aandeel van de Republiek Oostenrijk in de financiering van de betalingen die na haar toetreding nog moeten worden gedaan voor de verplichtingen aangegaan krachtens, komt ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 artikel 116 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte Het aandeel van de Republiek Oostenrijk in de financiering van het financieel mechanisme bedoeld in, komt ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 bijlage X Gedurende een tijdvak van vier jaar, te rekenen vanaf de datum van toetreding, is het bepaalde in, overeenkomstig die bijlage en onder de daarin gestelde voorwaarden, niet van toepassing op Finland. 2 Het bepaalde in lid 1 zal binnen dat tijdvak worden herzien overeenkomstig de EG-procedures. Onverminderd de resultaten van die herziening is het acquis communautaire aan het einde van de in lid 1 bedoelde overgangsperiode op de nieuwe Lid-Staten onder dezelfde voorwaarden als in de huidige Lid-Staten van toepassing. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 De Republiek Finland mag gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van toetreding zijn huidig nationaal stelsel voor de indeling van onbewerkt hout blijven toepassen, voor zover zijn nationale wetgeving en zijn desbetreffende administratieve regelingen niet in strijd zijn met de communautaire wetgeving inzake de interne markt of de handel met derde landen, inzonderheid artikel 6 van Richtlijn 68/89/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout. Gedurende dezelfde periode zal Richtlijn 68/89/EEG overeenkomstig de procedures van het EG-Verdrag worden herzien. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 artikel 73 B van het EG-Verdrag In afwijking vanmag de Republiek Finland het bepaalde in Wet nr. 1612 van 30 december 1992 betreffende de verkrijging van Finse ondernemingen door buitenlanders tot en met 31 december 1995 toepassen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Onverminderd de verplichting op grond van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, mag de Republiek Finland zijn bestaande wetgeving inzake tweede woningen gedurende vijf jaar na de toetreding handhaven. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk, zijn de voorschriften van deze akte van toepassing op de sector visserij. 2 Artikel 148 artikel 149 enzijn van toepassing op visserijprodukten. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk, blijft de in deze afdeling bedoelde toegangsregeling van toepassing gedurende een overgangsperiode waarvan het einde wordt bepaald door de datum waarop de communautaire regeling inzake het visdocument wordt toegepast, welke datum in geen geval later mag zijn dan de datum waarop de in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 bedoelde periode verstrijkt. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Met het oog op de integratie in de bij Verordening (EEG) nr. 3760/92 ingestelde communautaire visserij- en aquacultuurregeling, is de toegang tot de wateren die onder de soevereiniteit of jurisdictie van de Lid-Staten van de Unie in haar huidige samenstelling vallen voor vaartuigen die de vlag van Finland voeren en in een Finse haven zijn ingeschreven en/of geregistreerd, hierna „vaartuigen van Finland” te noemen, onderworpen aan de in deze onder-afdeling vastgestelde regeling. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Toetredingsverdrag Vanaf de datum van toetreding tot de datum waarop de communautaire regeling inzake het visdocument van toepassing wordt, mogen de vaartuigen van Finland vissen in de wateren die onder de soevereiniteit of jurisdictie van de Lid-Staten van de Unie in haar huidige samenstelling vallen in ICES-sector IIId, zulks onder voorwaarden die identiek zijn aan die welke onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van hetvan toepassing waren. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 artikel 91 De technische voorschriften die nodig zijn met het oog op de toepassing van, worden vóór 1 januari 1995 vastgesteld volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Toetredingsverdrag Vanaf de datum van toetreding tot de datum waarop de communautaire regeling inzake het visdocument van toepassing wordt, mogen de vaartuigen van Finland vissen in de wateren die onder de soevereiniteit of jurisdictie van Zweden vallen, zulks onder voorwaarden die identiek zijn aan die welke onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van hetvan toepassing waren. De toepassingsvoorschriften van dit artikel worden vóór 1 januari 1995 vastgesteld volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 Het aan Finland toe te kennen aandeel in de communautaire vangstmogelijkheden in bestanden waarvan de bevissingsgraad door een vangstbeperking is gereglementeerd, wordt als volgt vastgesteld per soort en per gebied: (1) Als omschreven in de IBSFC. (2) Wateren van de Gemeenschap. (3) Onderafdeling 32 van de IBSFC. (4) Dit percentage geldt voor de eerste 50.000 ton van de communautaire vangstmogelijkheden. Voor de communautaire vangstmogelijkheden boven 50.000 ton, bedraagt het Finse aandeel 2,161%. Soort ICES- of IBSFC-gebied Referentiezones voor de vaststelling van de TAC's Aandeel van Finland (%) Haring III b, c, d behalve „Management Unit 3” van de IBSFC 11,840 Haring „Management Unit 3” van de IBSFC 81,986 Sprot III b, c, d 12,798 Zalm III b, c, d behalve de Golf van Finland 33,611 Zalm Golf van Finland 100,000 Kabeljauw III b, c, d (4) 2,339 2 De aan Finland toe te wijzen aandelen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3760/92, en voor de eerste maal vóór 31.12.1994. 3 artikel 91 Toetredingsverdrag Tot de communautaire regeling inzake het visdocument van toepassing wordt, en uiterlijk tot 31 december 1997, mogen de visserijinspanningen van de vaartuigen van Finland wat betreft de niet gereglementeerde en niet toegewezen soorten die ondervallen, niet groter zijn dan het niveau dat onmiddellijk voor de inwerkingtreding van hetwordt bereikt. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Toetredingsverdrag Vanaf de datum van toetreding en tot de datum waarop de communautaire regeling inzake het visdocument van toepassing wordt, mogen de vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat van de huidige Unie voeren in de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Finland vallen, visserijactiviteiten uitoefenen onder voorwaarden die identiek zijn aan die welke onmiddellijk voor de inwerkingtreding van hetvan toepassing waren. De praktische regels betreffende de toepassing van dit artikel worden vóór 1 januari 1995 vastgesteld volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 1 Onmiddellijk bij de toetreding wordt het beheer van de visserijovereenkomsten tussen de Republiek Finland en derde landen door de Gemeenschap waargenomen. 2 De rechten en plichten die voor de Republiek Finland voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde overeenkomsten blijven onverlet gedurende een periode waarin de bepalingen van deze overeenkomsten voorlopig worden gehandhaafd. 3 Zo spoedig mogelijk en in ieder geval vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten, stelt de Raad, in elk apart geval, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de passende besluiten vast voor het voortduren van de daaruit voortvloeiende visserijactiviteiten, met inbegrip van de mogelijkheid om bepaalde van deze overeenkomsten met ten hoogste een jaar te verlengen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 bijlage VI De inbij deze Akte vermelde besluiten zijn ten aanzien van Finland van toepassing onder de in die bijlage neergelegde voorwaarden. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 artikel 99 Het basisrecht dat wordt gebruikt voor de geleidelijke aanpassing aan het gemeenschappelijk douanetarief overeenkomstigis voor elk produkt het recht dat door de Republiek Finland op 1 januari 1994 daadwerkelijk werd toegepast. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 bijlage XI De Republiek Finland mag gedurende drie jaar vanaf de toetreding voor de ingenoemde produkten zijn douanetarief ten aanzien van derde landen handhaven. Gedurende deze periode vermindert de Republiek Finland het verschil tussen zijn basisrecht en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief volgens het volgende tijdschema: De Republiek Finland past het gemeenschappelijk douanetarief vanaf 1 januari 1998 volledig toe. - op 1 januari 1996 wordt elk verschil tussen het basisrecht en het GDT-recht verminderd tot 75%; - op 1 januari 1997 wordt elk verschil tussen het basisrecht en het GDT-recht verminderd tot 40%; 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 1 Met ingang van 1 januari 1995 gaat de Republiek Finland over tot toepassing van: a. Overeenkomst inzake textiel en kledingstukken de Regeling van 20 december 1973 betreffende de internationale handel in textiel, uitgebreid bij de Protocollen van 31 juli 1986, 31 juli 1991, 9 december 1992 en 9 december 1993 of dedie voortvloeien uit de Uruguay-Ronde van de GATT-handelsbesprekingen, indien die overeenkomst op de datum van toetreding van kracht is. b. de bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen die door de Gemeenschap met derde landen zijn gesloten. 2 Over protocollen bij de bilaterale overeenkomsten en regelingen bedoeld in lid 1, wordt door de Gemeenschap met de betrokken derde landen onderhandeld om te voorzien in een passende aanpassing van de kwantitatieve beperkingen van de uitvoer van textiel- en kledingprodukten naar de Gemeenschap. 3 Indien de in lid 2 bedoelde protocollen niet op 1 januari 1995 zijn gesloten, neemt de Gemeenschap maatregelen om aan deze situatie het hoofd te bieden; deze maatregelen behelzen de noodzakelijke overgangsaanpassingen om ervoor te zorgen dat de overeenkomsten door de Gemeenschap ten uitvoer worden gelegd. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 1 De Republiek Finland mag tot en met 31 december 1999 een jaarlijks tariefcontingent tegen nulrecht voor styreen (GN-code 2902 50 00) van 21.000 ton openen, mits de betrokken goederen: - in het vrije verkeer worden gebracht op het grondgebied van Finland en aldaar worden verbruikt, of worden verwerkt waardoor zij aldaar de Gemeenschapsoorsprong verkrijgen, - onder douanetoezicht blijven overeenkomstig de betreffende Gemeenschapsbepalingen inzake eindverbruik (Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, artikelen 21 en 82). 2 Het bepaalde in lid 1 is alleen van toepassing indien, ter staving van de invoeraangifte voor het vrije verkeer, een door de betrokken Finse autoriteiten afgegeven vergunning wordt overgelegd waaruit blijkt dat de betrokken goederen aan het bepaalde in lid 1 voldoen. 3 De Commissie en de bevoegde Finse autoriteiten nemen alle noodzakelijke maatregelen om er voor te zorgen dat het eindverbruik van het betrokken produkt, of de verwerking waardoor het de Gemeenschapsoorsprong verkrijgt, plaatsvindt op het grondgebied van Finland. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 artikel 103 Met ingang van 1 januari 1995 past de Republiek Finland de bepalingen toe van de inbedoelde overeenkomsten. 2 Eventuele aanpassingen zullen het onderwerp vormen van met de medeovereenkomstsluitende landen te sluiten protocollen die aan voornoemde overeenkomsten zullen worden gehecht. 3 Indien de in lid 2 bedoelde protocollen op 1 januari 1995 niet zijn gesloten, neemt de Gemeenschap de noodzakelijke maatregelen om op het tijdstip van de toetreding het hoofd te bieden aan die situatie. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Artikel 102 is van toepassing op: - bijlage ll van het EG-Verdrag de overeenkomsten met Andorra, Algerije, Bulgarije, de voormalige Tsjechische en Slowaakse Federale Republiek en haar opvolgerstaten (de Tsjechische Republiek en de Slowaakse Republiek). Cyprus, Egypte, Hongarije, IJsland, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Noorwegen, Polen, Roemenië, Slovenië, Zwitserland, Syrië, Tunesië en Turkije, alsmede op andere overeenkomsten met derde landen die uitsluitend betrekking hebben op de handel in de produkten van; - de vierde ACS-EEG-Overeenkomst ondertekend op 15 december 1989; - andere dergelijke overeenkomsten die nog voor de toetreding worden gesloten. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Met ingang van 1 januari 1995 trekt de Republiek Finland zich onder andere terug uit de Overeenkomst tot oprichting van de Europese Vrijhandelsassociatie, ondertekend op 4 januari 1960 en uit de Vrijhandelsovereenkomsten die in 1992 met Estland, Letland en Litouwen werden ondertekend. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Indien de tussen de Gemeenschap en Estland, Letland en Litouwen gesloten nieuwe handelsovereenkomsten op de datum van toetreding nog niet in inwerking zijn getreden, treft de Gemeenschap de maatregelen die nodig zijn om er voor te zorgen dat bij de toetreding het bestaande niveau van toegang van produkten uit die Baltische Staten tot de Finse markt in stand blijft. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Elke verwijzing naar het besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen geldt als een verwijzing naar het Besluit van de Raad van 24 juni 1988, zoals van tijd tot tijd gewijzigd, of naar andere besluiten die dit besluit vervangen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 De „douanerechten ingevolge het Gemeenschappelijke Douanetarief en andere douanerechten” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van het Besluit van de Raad betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Gemeenschap, of de overeenkomstige bepalingen in enig besluit dat dit vervangt, omvatten de douanerechten die worden berekend op basis van de rechten die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en alle daarmee samenhangende tariefconcessies die de Gemeenschap in het handelsverkeer van Finland met derde landen toepast. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 De eigen ontvangsteen afkomstig uit de BTW worden berekend en gecontroleerd alsof de Åland-eilanden onder het territoriale toepassingsgebied vielen van de Zesde Richtlijn van de Raad (77/388/EEG) van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 De Gemeenschap stort op de eerste werkdag van elke maand aan de Republiek Finland uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een twaalfde van de volgende bedragen: - 476 miljoen ecu in 1995, - 163 miljoen ecu in 1996, - 65 miljoen ecu in 1997, - 33 miljoen ecu in 1998. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 artikel 82 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte Het aandeel van de Republiek Finland in de financiering van de betalingen die na haar toetreding nog moeten worden gedaan voor de verplichtingen aangegaan krachtens, komt ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 artikel 116 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte Het aandeel van de Republiek Finland in de financiering van het financieel mechanisme bedoeld in, komt ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 1 bijlage XII Gedurende een tijdvak van vier jaar, te rekenen vanaf de datum van toetreding, is het bepaalde in, overeenkomstig die bijlage en onder de daarin gestelde voorwaarden, niet van toepassing op Zweden. 2 Het bepaalde in lid 1 zal binnen dat tijdvak worden herzien overeenkomstig de EG-procedures. Onverminderd de resultaten van die herziening is het acquis communautaire aan het einde van de in lid 1 bedoelde overgangsperiode op de nieuwe Lid-Staten onder dezelfde voorwaarden als in de huidige Lid-Staten van toepassing. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Het Koninkrijk Zweden mag gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van toetreding zijn huidig nationaal stelsel voor de indeling van onbewerkt hout blijven toepassen, voor zover zijn nationale wetgeving en zijn desbetreffende administratieve regelingen niet in strijd zijn met de communautaire wetgeving inzake de interne markt of de handel met derde landen, inzonderheid artikel 6 van Richtlijn 68/89/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout. Gedurende dezelfde periode zal Richtlijn 68/89/EEG overeenkomstig de procedures van het EG-Verdrag worden herzien. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 Onverminderd de verplichting op grond van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, mag het Koninkrijk Zweden zijn bestaande wetgeving inzake tweede woningen gedurende vijf jaar na de toetreding handhaven. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk, zijn de voorschriften van deze akte van toepassing op de sector visserij. 2 Artikel 148 artikel 149 enzijn van toepassing op visserijprodukten. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk, blijft de in deze afdeling bedoelde toegangsregeling van toepassing gedurende een overgangsperiode waarvan het einde wordt bepaald door de datum waarop de communautaire regeling inzake het visdocument wordt toegepast, welke datum in geen geval later mag zijn dan de datum waarop de in artikel 14, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3760/92 van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur bedoelde periode verstrijkt. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 Met het oog op de integratie in de bij Verordening (EEG) nr. 3760/92 ingestelde communautaire visserij- en aquacultuurregeling, is de toegang tot de onder de soevereiniteit of jurisdictie van de Lid-Staten van de Unie in haar huidige samenstelling vallende wateren voor vaartuigen die de vlag van Zweden voeren en in een Zweedse haven zijn ingeschreven of geregistreerd, hierna „vaartuigen van Zweden” te noemen, onderworpen aan de in deze onderafdeling vastgestelde regeling. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 Toetredingsverdrag Vanaf de datum van toetreding tot en met de datum waarop de communautaire regeling inzake het visdocument van toepassing wordt, mogen de vaartuigen van Zweden vissen in de wateren die onder de soevereiniteit of jurisdictie van de huidige Unie vallen in de ICES-sectoren III en IV, zulks onder voorwaarden die identiek zijn aan die welke onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van hetvan toepassing waren en zijn vervat in de betreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 3682/93. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 artikel 118 De technische voorschriften die nodig zijn met het oog op de toepassing van, worden vóór 1 januari 1995 vastgesteld volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Toetredingsverdrag Vanaf de datum van toetreding tot de datum waarop de communautaire regeling inzake het visdocument van toepassing wordt, mogen de vaartuigen van Zweden vissen in de wateren die onder de soevereiniteit of jurisdictie van Finland vallen, zulks onder voorwaarden die identiek zijn aan die welke onmiddellijk voor de inwerkingtreding van hetvan toepassing waren. De toepassingsvoorschriften van dit artikel worden vóór 1 januari 1995 vastgesteld volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 Het aan Zweden toe te kennen aandeel in de communautaire vismogelijkheden waarvan de bevissingsgraad door een vangstbeperking is gereglementeerd, wordt als volgt vastgesteld per soort en per gebied: 1) IBSFC: Internationale Commissie voor de Visserij in de Oostzee. 2) Wateren van de Gemeenschap. 3) IBSFC-omschrijving. 4) Onderafdeling 32 van de IBSFC. 5) Het Skagerrak wordt omschreven als het gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn die loopt van de vuurtoren van Hanstholm naar de vuurtoren van Lindesnes en in het zuiden door een lijn die loopt van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijzijnde punt van de Zweedse kust. 6) Omschreven als het gedeelte van IIl a dat niet valt onder de in voetnoot (5) gegeven omschrijving van Skagerrak. 7) Dit percentage geldt voor de eerste 50.000 ton van de communautaire vangstmogelijkheden. Voor de communautaire vangstmogelijkheden die de 50.000 ton overschrijden, bedraagt het Zweedse aandeel 40,000 %. Deze toegewezen hoeveelheden houden geen rekening met de voortdurende overdracht van quota tussen Zweden en de huidige Lid-Staten van de Unie, die voortvloeien uit de EER-Overeenkomst van 1992. Soort 1) ICES- of IBSFC-gebied Referentiezones voor de vaststelling van de TAC's Aandeel van Zweden (%) Haring III a 50,729 Haring 2) 3) II b c dbehalve „Management Unit 3” van de IBSFC 46,044 Haring Management Unit 3” van de IBSFC 18,014 Haring 2) II a, IV, Vll d 1,433 Sprot IIIa 27,409 Sprot 2) III b c d 47,264 Zalm 2) 4) III b c dbehalve de Finse Golf 36,435 Kabeljauw 5) III a Skagerrak 14,469 Kabeljauw 6) III a Kattegat 37,027 Kabeljauw 2) III b c d 7) 35,037 Kabeljauw 2) II a, IV 0,136 Schelvis 2) III a, III b c d 9,942 Schelvis 2) II aIV 0,514 Koolvis 2) II a,III a, III b c d2, IV 1,187 Wijting III a 9,647 Wijting 2) II alV 0,018 Heek 2) III a, III b c d 7,844 Makreel 2) II a 2, III a, III b c d, IV 19,165 Schol III a Skagerrak 4,256 Schol III a Kattegat 10,000 Schol 2) III b c d 6,356 Tong 2) III a, III b c d 3,162 Noorse garnaal III a 35,006 Langoestine 2) III a, III b c d 26,295 2 De aan Zweden toe te wijzen aandelen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3760/92, en voor de eerste maal vóór 31.12.1994. 3 Het aan Zweden toe te wijzen aandeel voor soorten waarvoor geen beperking van de bevissingsgraad onder de vorm van een vangstbeperking geldt, of waarvoor TAC's gelden zonder een verdeling van quota tussen de Lid-Staten van de huidige Unie, wordt als volgt forfaitair vastgesteld per soort en per gebied: (1) Wateren van de Gemeenschap. (2) Bijvangsten van andere soorten dan die waarvoor aan Zweden een specifiek quotum of een forfaitaire hoeveelheid is toegewezen. (3) Met inbegrip van zand-aal. Soort ICES-gebied Referentiezones voor de vaststelling van de TAC's Aandeel van Zweden (t) Sprot (1) (1) IIa, IV 1 330 (2) Overige soorten (1) (1) IIa, IV 1 000 4 artikel 117 Toetredingsverdrag Tot de communautaire regeling inzake het visdocument van toepassing wordt, en uiterlijk tot en met 31 december 1997, mogen de visserij-inspanningen van de vaartuigen van Zweden in de wateren van de Gemeenschap wat betreft de niet gereglementeerde en niet toegewezen soorten die ondervallen, niet groter zijn dan het niveau dat onmiddellijk voor de inwerkingtreding van hetwordt bereikt. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 1 artikel 121 Toetredingsverdrag Behalve andersluidende bepalingen in de onderhavige Akte blijven de voorwaarden waaronder de toegewezen hoeveelheden, als bepaald in, mogen worden gevangen gelijk aan die welke onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van hetgelden. 2 Deze voorwaarden worden voor de eerste keer vóór 1 januari 1995, overeenkomstig de procedure van artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3760/92 vastgesteld. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Toetredingsverdrag 1) PB nr. 1.341 van 31-12-1993. blz. 104. Vanaf de datum van toetreding en tot de datum waarop de communautaire regeling inzake het visdocument van toepassing wordt, mogen de vaartuigen van de huidige Unie visserij-activiteiten uitoefenen in de wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Zweden vallen in de ICES-gebieden III a, b en d onder voorwaarden die identiek zijn aan die welke onmiddellijk voor de inwerkingtreding van hetvan toepassing waren en waarin wordt voorzien door de relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 3683/93. De voorschriften voor de toepassing van dit artikel worden vóór 1 januari 1995 vastgesteld volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 1 Onmiddellijk bij de toetreding wordt het beheer van de visserijovereenkomsten tussen het Koninkrijk Zweden en derde landen door de Gemeenschap waargenomen. 2 De rechten en plichten die voor het Koninkrijk Zweden voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde overeenkomsten blijven onverlet gedurende een periode waarin de bepalingen van deze overeenkomsten voorlopig worden gehandhaafd. 3 Zo spoedig mogelijk en in ieder geval vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten stelt de Raad, in elk apart geval, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de passende besluiten vast voor het voortduren van de daaruit voortvloeiende visserij-activiteiten, met inbegrip van de mogelijkheid om bepaalde van deze overeenkomsten met ten hoogste een jaar te verlengen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 Gedurende een periode van ten hoogste drie jaar vanaf de datum van toetreding stelt de Raad jaarlijks met een gekwalificeerde meerderheid en op voorstel van de Commissie het bedrag vast van de financiële bijdrage van de Unie tot het uitzetten van jonge zalm door de bevoegde Zweedse autoriteiten. Deze financiële compensatie zal worden beoordeeld in het licht van de evenwichten die onmiddellijk voor de toetreding bestaan. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 bijlage VI De inbij deze Akte vermelde besluiten zijn ten aanzien van Zweden van toepassing onder de in die bijlage neergelegde voorwaarden. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 1 Met ingang van 1 januari 1995 gaat het Koninkrijk Zweden over tot toepassing van: a. Overeenkomst inzake textiel- en kledingstukken de Regeling van 20 december 1973 betreffende de internationale handel in textiel, uitgebreid bij de Protocollen van 31 juli 1986, 31 juli 1991, 9 december 1992 en 9 december 1993 of dedie voortvloeien uit de Uruguay-Ronde van de GATT-handelsbesprekingen, indien die overeenkomst op de datum van toetreding van kracht is; b. de bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen die door de Gemeenschap met derde landen zijn gesloten. 2 Over protocollen bij de bilaterale overeenkomsten en regelingen bedoeld in lid 1, wordt door de Gemeenschap na ondertekening van deze Akte met derde landen onderhandeld om te voorzien in een passende aanpassing van de kwantitatieve beperkingen van de invoer van textiel- en kledingprodukten in de Gemeenschap op een dusdanige wijze dat rekening wordt gehouden met de handelspatronen die bestaan tussen Zweden en zijn toeleverende landen. 3 Indien de in lid 2 bedoelde protocollen niet op 1 januari 1995 zijn gesloten, neemt de Gemeenschap maatregelen om aan deze situatie het hoofd te bieden; deze maatregelen behelzen de noodzakelijke overgangsaanpassingen om ervoor te zorgen dat de overeenkomsten door de Gemeenschap ten uitvoer worden gelegd. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 1 artikel 129 Met ingang van 1 januari 1995 past het Koninkrijk Zweden de bepalingen toe van de inbedoelde overeenkomsten. 2 Eventuele aanpassingen zullen het onderwerp vormen van met de medeovereenkomstsluitende landen te sluiten protocollen die aan voornoemde overeenkomsten zullen worden gehecht. 3 Indien de in lid 2 bedoelde protocollen op 1 januari 1995 niet zijn gesloten, neemt de Gemeenschap de noodzakelijke maatregelen om op het tijdstip van de toetreding het hoofd te bieden aan die situatie. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 Artikel 128 is van toepassing op: - bijlage ll van het EG-Verdrag de overeenkomsten met Andorra, Algerije, Bulgarije, de voormalige Tsjechische en Slowaakse Federale Republiek en haar opvolgerstaten (de Tsjechische Republiek en de Slowaakse Republiek). Cyprus, Egypte, Hongarije, IJsland, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Noorwegen, Polen, Roemenië, Slovenië, Zwitserland, Syrië, Tunesië en Turkije, alsmede op andere overeenkomsten met derde landen die uitsluitend betrekking hebben op de handel in de produkten van; - de vierde ACS-EEG-Overeenkomst ondertekend op 15 december 1989; - andere dergelijke overeenkomsten die nog voor de toetreding worden gesloten. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 Met ingang van 1 januari 1995 trekt het Koninkrijk Zweden zich onder andere terug uit de Overeenkomst tot oprichting van de Europese Vrijhandelsassociatie, ondertekend op 4 januari 1960 en uit de Vrijhandelsovereenkomsten die in 1992 met Estland, Letland en Litouwen werden ondertekend. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 Indien de tussen de Gemeenschap en Estland, Letland en Litouwen te sluiten nieuwe handelsovereenkomsten op de datum van toetreding nog niet in werking zijn getreden, treft de Gemeenschap de maatregelen die nodig zijn om er voor te zorgen dat bij de toetreding het bestaande niveau van toegang van produkten uit die Baltische Staten tot de Zweedse markt in stand blijft. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 Elke verwijzing naar het besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen geldt als een verwijzing naar het Besluit van de Raad van 24 juni 1988, zoals tussentijds gewijzigd, of naar andere besluiten die dit besluit vervangen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 De „douanerechten ingevolge het Gemeenschappelijke Douanetarief en andere douanerechten” genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b) van het Besluit van de Raad betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Gemeenschap, of de overeenkomstige bepalingen in enig besluit dat dit vervangt, omvatten de douanerechten die worden berekend op basis van de rechten die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en alle daarmee samenhangende tariefconcessies die de Gemeenschap in het handelsverkeer van Zweden met derde landen toepast. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 De Gemeenschap stort op de eerste werkdag van elke maand aan het Koninkrijk Zweden uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen een twaalfde van de volgende bedragen: - 488 miljoen ecu in 1995, - 432 miljoen ecu in 1996, - 76 miljoen ecu in 1997, - 31 miljoen ecu in 1998. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 artikel 82 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte Het aandeel van het Koninkrijk Zweden in de financiering van de betalingen die na haar toetreding nog moeten worden gedaan voor de verplichtingen aangegaan krachtens, komt ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 artikel 116 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte Het aandeel van het Koninkrijk Zweden in de financiering van het financieel mechanisme bedoeld in, komt ten laste van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 1 Deze Titel heeft betrekking op landbouwprodukten met uitzondering van de produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 3759/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten. 2 Behoudens andersluidende bepalingen in deze Akte: - is het handelsverkeer van de nieuwe Lid-Staten onderling, met derde landen of met de huidige Lid-Staten onderworpen aan de regeling die van toepassing is in de laatstgenoemde Lid-Staten. De regeling die van toepassing is in de Gemeenschap in haar huidige samenstelling op het gebied van invoerrechten en heffingen van gelijke werking, kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking, is van toepassing op de nieuwe Lid-Staten; - de rechten en plichten voortvloeiende uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn volledig van toepassing in de nieuwe Lid-Staten. 3 Behoudens bijzondere bepalingen van deze titel inzake afwijkende data of termijnen, verstrijkt de toepassing van de overgangsmaatregelen voor de in lid 1 bedoelde landbouwprodukten aan het einde van het vijfde jaar volgend op de toetreding van Oostenrijk en Finland. Bij de vaststelling van deze maatregelen wordt niettemin voor elk produkt rekening gehouden met de totale produktie van 1999. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 138 — Artikel 138#
Artikel 138 1 Gedurende de overgangsperiode mogen Oostenrijk en Finland, onder voorbehoud van machtiging van de Commissie, in een passende vorm tijdelijke en degressieve nationale steun verlenen aan de producenten van landbouwgrondstoffen die onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen. Deze steun mag worden gedifferentieerd, met name per regio. 2 De Commissie verleent machtiging voor de in lid 1 bedoelde steun: Aanvankelijke verschillen van minder dan 10% worden niet beschouwd als aanzienlijk. De machtigingen van de Commissie: - wanneer de door een nieuwe Lid-Staat verstrekte gegevens aantonen dat er wezenlijke verschillen bestaan tussen het niveau van de steun die vóór de toetreding per produkt aan zijn producenten werd verleend en de steun die krachtens het gemeenschappelijk landbouwbeleid kan worden verleend; - binnen de grenzen van een aanvankelijk bedrag dat ten hoogste gelijk is aan het verschil. - worden evenwel toegekend overeenkomstig de internationale verbintenissen van de verruimde Gemeenschap; - houden, wat varkensvlees, eieren en pluimvee betreft, rekening met de prijsaanpassing van voeders; - worden evenwel niet verleend voor tabak. 3 Het in lid 2 bedoelde steunbedrag wordt berekend per landbouwgrondstof. Bij deze berekening wordt met name rekening gehouden met prijsondersteuningsmaatregelen van interventiemechanismen of andere mechanismen, de toekenning van steun gelieerd aan de oppervlakte, de prijzen, de geproduceerde hoeveelheid of de produktie-eenheid en de toekenning van steun aan bedrijven voor specifieke produkten. 4 De machtiging van de Commissie: Indien deze aanpassingen noodzakelijk blijken, word het bedrag van de steun of de voorwaarden waaronder steun word verleend op verzoek van de Commissie of op grond van een besluit van deze Instelling, gewijzigd. • bevat voorschriften inzake het maximale aanvangsniveau van de steun, het tempo waarin deze steun wordt verlaagd en, in voorkomend geval, de voorwaarden waaronder deze steun wordt verleend, waarbij mede rekening wordt gehouden met andere steunmaatregelen die voortvloeien uit de communautaire wetgeving en die niet in het onderhavige artikel zijn vermeld; • wordt verleend onder voorbehoud van de aanpassingen die nodig zouden kunnen zijn: - in verband met ontwikkeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid; - in verband met de ontwikkeling van het prijspeil in de Gemeenschap. 5 bijlage XIII Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 verleent de Commissie krachtens lid 1 in het bijzonder machtiging voor de inbedoelde nationale steun, zulks binnen de grenzen en onder de voorwaarden als neergelegd in die bijlage. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 139 — Artikel 139#
Artikel 139 1 artikel 138, lid 3 De Commissie machtigt Oostenrijk en Finland tot de handhaving van steunmaatregelen die geen verband houden met een bijzondere produktie en die derhalve niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het steunbedrag krachtens. Uit dien hoofde zijn met name steunmaatregelen voor bedrijven toegestaan. 2 artikel 138, lid 4 De in lid 1 bedoelde steunmaatregelen zijn onderworpen aan het bepaalde in. Steunmaatregelen van dezelfde aard die voortvloeien uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid of verenigbaar zijn met de communautaire wetgeving, worden daarop in mindering gebracht. 3 Steunmaatregelen waarvoor op grond van dit artikel machtiging is verleend, worden uiterlijk aan het einde van de overgangsperiode afgeschaft. 4 Investeringssteun valt niet onder lid 1. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 140 — Artikel 140#
Artikel 140 bijlage XIV De Commissie machtigt Oostenrijk en Finland om de inbedoelde nationale overgangssteun te verlenen binnen de grenzen en onder de voorwaarden neergelegd in die bijlage. In haar machtiging bepaalt de Commissie het aanvangsniveau van de steun, voor zover dat niet reeds voortvloeit uit de bepalingen van die bijlage, alsmede het tempo waarin de steun wordt verlaagd. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 141 — Artikel 141#
Artikel 141 artikelen 138 139 140 142 Indien ten gevolge van de toetreding ernstige moeilijkheden blijven bestaan ook nadat het bepaalde in de,,enen in de andere maatregelen voortvloeiende uit de Gemeenschap bestaande voorschriften volledig zijn toegepast, kan de Commissie Finland machtiging verlenen om nationale steun aan producenten toe te kennen ten einde hun volledige integratie in het gemeenschappelijk landbouwbeleid te vergemakkelijken. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 142 — Artikel 142#
Artikel 142 1 De Commissie machtigt Finland en Zweden om nationale steun op lange termijn te verlenen met het oog op de handhaving van de landbouwactiviteiten in specifieke gebieden. Deze gebieden omvatten de landbouwarealen benoorden de 62 °N en bepaalde aangrenzende gebieden ten zuiden van deze breedtegraad die te kampen hebben met vergelijkbare klimatologische omstandigheden die de landbouwactiviteit bijzonder moeilijk maken. 2 De in lid 1 bedoelde gebieden worden door de Commissie vastgesteld, waarbij zij met name rekening houdt met: - de geringe bevolkingsdichtheid; - het aandeel van de landbouwoppervlakte in de totale oppervlakte; - het aandeel van de landbouwoppervlakte waarop akkerbouwgewassen voor menselijke voeding worden gekweekt in de gebruikte landbouwoppervlakte. 3 De in lid 1 bedoelde steun kan worden gerelateerd aan fysieke produktiefactoren, zoals de oppervlakte landbouwgrond of het aantal dieren, rekening houdend met de in de gemeenschappelijke marktordeningen neergelegde beperkingen, alsmede met de historische produktiepatronen van elk bedrijf, maar mogen niet: De steun kan per gebied worden gedifferentieerd. De steun kan met name worden verleend om: - gekoppeld zijn aan de toekomstige produktie, - of leiden tot een verhoging van de produktie of van het algemene steunniveau, geconstateerd tijdens een door de Commissie vast te stellen referentieperiode die vóór de toetreding is gelegen. - traditionele grondstoffenproduktie en verwerkingsactiviteiten die passen bij de klimatologische omstandigheden van de betrokken gebieden, in stand te houden; - de produktie-, afzet- en verwerkingsstructuren van de landbouwprodukten te verbeteren; - de afzet van die produkten te vergemakkelijken; - het milieu te beschermen en de natuurlijke omgeving in stand te houden. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 143 — Artikel 143#
Artikel 143 1 artikelen 138 tot en met 142 Van de in debedoelde steun alsmede van elke andere nationale steun waarvoor in het kader van deze akte machtiging van de Commissie is vereist, wordt kennis gegeven aan deze Instelling. Steun kan niet worden verleend zolang deze machtiging niet is verleend. Door de nieuwe Lid-Staten voor de toetreding gedane mededelingen van bestaande of overwogen steunmaatregelen worden beschouwd als kennisgevingen die op de dag van toetreding zijn gedaan. 2 artikel 142 Wat de inbedoelde steun betreft, dient de Commissie bij de Raad één jaar na de toetreding en vervolgens om de vijfjaar een verslag in over: Met het oog op de opstelling van dit verslag verschaffen de Lid-Staten waarvoor de machtigingen zijn bestemd, de Commissie tijdig gegevens over de gevolgen van de verleende steun, waarbij zij een beeld verstrekken van de ontwikkeling die in de landbouweconomie van de betrokken gebieden is geconstateerd. de verleende machtigingen; de resultaten van de steun waarvoor deze machtigingen zijn verleend. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 144 — Artikel 144#
Artikel 144 artikelen 92 93 van het EG-Verdrag Wat de in deenbedoelde steunmaatregelen betreft: a. artikel 93, lid 1, van het EG-Verdrag worden van de voor de toetreding in de nieuwe Lid-Staten toepasselijke steunmaatregelen alleen die maatregelen die vóór 30 april 1995 aan de Commissie mede zijn gedeeld, beschouwd als „bestaande” steunmaatregelen in de zin van; b. worden bestaande steunmaatregelen en plannen om steunmaatregelen in te voeren of te wijzigen, welke vóór de toetreding ter kennis van de Commissie zijn gebracht, beschouwd als steunmaatregelen en plannen waarvan op de datum van toetreding kennis is gegeven. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 145 — Artikel 145#
Artikel 145 1 Alle openbare voorraden die op 1 januari 1995 door de nieuwe Lid-Staten worden aangehouden ingevolge hun marktondersteuningsbeleid, worden door de Gemeenschap overgenomen tegen de waarde voortvloeiend uit de toepassing van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1883/78 betreffende de algemene regels voor de financiering van de interventies door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie. 2 artikel 149, lid 1 Alle voorraden produkten die zich op 1 januari 1995 op het grondgebied van de nieuwe Lid-Staten in het vrije verkeer bevinden en die de normaal geachte overdrachtshoeveelheid overschrijden, moeten door deze Lid-Staten te hunnen laste worden afgebouwd in het kader van nader te omschrijven communautaire procedures en binnen termijnen die moeten worden bepaald volgens de procedure van. Het begrip „normale overdrachtshoeveelheid” wordt voor elk produkt omschreven aan de hand van de criteria en doelstellingen van elke gemeenschappelijke marktordening. 3 De in lid 1 bedoelde voorraden worden in mindering gebracht op de hoeveelheid die de normale overdrachtshoeveelheid overschrijdt. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 147 — Artikel 147#
Artikel 147 Indien in de landbouwsector de handel tussen een of meer nieuwe Lid-Staten en de Gemeenschap in haar huidige samenstelling of de handel tussen de nieuwe Lid-Staten onderling tot ernstige verstoringen leidt op de markt van Oostenrijk of Finland voor 1 januari 2000, neemt de Commissie op verzoek van de betrokken Lid-Staat, binnen 24 uur na de ontvangst van zo'n verzoek, een beslissing over de door haar noodzakelijk geachte vrijwaringsmaatregelen. De aldus getroffen maatregelen zijn onmiddellijk van toepassing, houden rekening met de belangen van alle betrokken partijen en leiden niet tot grenscontroles. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 148 — Artikel 148#
Artikel 148 1 Behoudens andersluidende bepalingen voor specifieke gevallen, stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de bepalingen vast die nodig zijn ter uitvoering van deze Titel. 2 De Raad kan, op voorstel van de Commissie, en na raadpleging van het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen overgaan tot aanpassing van de in deze titel neergelegde regels die noodzakelijk kunnen blijken ingeval van wijzigingen van communautaire regelingen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 149 — Artikel 149#
Artikel 149 1 Indien overgangsmaatregelen nodig zijn ter vergemakkelijking van de overgang van de in de nieuwe Lid-Staten bestaande regeling naar die welke voortvloeit uit de toepassing van de gemeenschappelijke ordening der markten overeenkomstig het bepaalde in deze titel, worden deze maatregelen vastgesteld volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG of, naargelang van het geval, van de desbetreffende artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten. Deze maatregelen kunnen worden genomen gedurende een tijdvak dat verstrijkt op 31 december 1997; de toepassing ervan is beperkt tot die datum. 2 De Raad kan met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie, en na raadpleging van het Europees Parlement het in lid 1 bedoelde tijdvak verlengen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 150 — Artikel 150#
Artikel 150 1 De overgangsmaatregelen betreffende de toepassing van de besluiten inzake het gemeenschappelijk landbouwbeleid, die niet in deze akte zijn vermeld, met inbegrip van de maatregelen op structuurgebied, die noodzakelijk zijn geworden door de toetreding, worden vóór de toetreding vastgesteld volgens de procedure van lid 3, en treden ten vroegste op de datum van toetreding in werking. 2 De in lid 1 bedoelde overgangsmaatregelen omvatten met name de aanpassing van de besluiten die ten gunste van de huidige Lid-Staten voorzien in de co-financiering van bepaalde acties op het gebied van de statistiek en de uitgavencontrole. artikel 138, lid 1 Zij kunnen onder bepaalde voorwaarden ook voorzien in een nationale steun die ten hoogste gelijk is aan het verschil tussen de vóór de toetreding in een nieuwe Lid-Staat geconstateerde prijs en de prijs die voortvloeit uit de toepassing van deze akte, welke steun kan worden verleend aan privé-ondernemers - natuurlijke of rechtspersonen - die op 1 januari 1995 voorraden aanhouden van produkten als bedoeld in, of voortvloeiende uit de verwerking van die produkten. 3 artikel 149, lid 1 De in lid 1 en 2 bedoelde overgangsmaatregelen worden door de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld. Maatregelen inzake oorspronkelijk door de Commissie vastgestelde besluiten worden echter door deze Instelling vastgesteld overeenkomstig de procedure als bedoeld in. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 151 — Artikel 151#
Artikel 151 1 bijlage XV De in de lijst invan deze Akte genoemde besluiten zijn ten aanzien van de nieuwe Lid-Staten van toepassing op de wijze als bepaald in die bijlage. 2 Toetredingsverdrag Naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van de nieuwe Lid-Staten kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen voor 1 januari 1995 maatregelen nemen houdende tijdelijke afwijkingen van de besluiten van de Instellingen die tussen 1 januari 1994 en de datum van ondertekening van hetzijn vastgesteld. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 152 — Artikel 152#
Artikel 152 1 Tot 1 januari 1996 kan een nieuwe Lid-Staat, in geval van ernstige en mogelijk aanhoudende moeilijkheden in een sector van het economische leven, alsmede van moeilijkheden die de economische toestand van een bepaalde streek ernstig kunnen verstoren, machtiging vragen om vrijwaringsmaatregelen te nemen, waardoor de toestand wederom in evenwicht kan worden gebracht en de betrokken sector kan worden aangepast aan de economie van de gemeenschappelijke markt. Onder dezelfde voorwaarden kan een van de huidige Lid-Staten verzoeken gemachtigd te worden vrijwaringsmaatregelen te nemen ten opzichte van een of meer van de nieuwe Lid-Staten. 2 Op verzoek van de betrokken Staat stelt de Commissie door middel van een spoedprocedure onverwijld de vrijwaringsmaatregelen vast welke zij noodzakelijk acht, waarbij zij de voorwaarden en praktische regels voor de toepassing ervan aangeeft. In geval van ernstige economische moeilijkheden spreekt de Commissie zich op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken Lid-Staat uit binnen een termijn van vijf werkdagen na de ontvangst van het met redenen omkleed verzoek. De aldus genomen maatregelen zijn onmiddellijk van toepassing, houden rekening met de belangen van alle betrokken partijen en leiden niet tot grenscontroles. 3 EG-Verdrag De overeenkomstig lid 2 toegestane maatregelen kunnen afwijkingen van de regels van het, het EGKS-Verdrag en deze Akte inhouden, voor zover en voor zolang deze strikt noodzakelijk zijn ter bereiking van de in lid 1 bedoelde doelstellingen. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de gemeenschappelijke markt het minst verstoren. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 153 — Artikel 153#
Artikel 153 Teneinde de goede werking van de interne markt niet te verstoren mag de tenuitvoerlegging van de nationale voorschriften van de nieuwe Lid-Staten gedurende de in deze Akte bedoelde overgangsperioden niet leiden tot grenscontroles tussen de Lid-Staten. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 154 — Artikel 154#
Artikel 154 Het Europees Parlement komt uiterlijk een maand na de toetreding bijeen. Het brengt in zijn Reglement van Orde de wijzigingen aan die noodzakelijk zijn geworden door deze toetreding. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 155 — Artikel 155#
Artikel 155 De Raad brengt in zijn Reglement van Orde de aanpassingen aan welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 156 — Artikel 156#
Artikel 156 1 Onmiddellijk bij de toetreding wordt de Commissie aangevuld door de benoeming van drie extra leden. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 2 De Commissie brengt in haar Reglement van Orde de aanpassingen aan welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 157 — Artikel 157#
Artikel 157 1 Onmiddellijk bij de toetreding worden bij het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg drie rechters benoemd. 2 a. De ambtstermijn van een van de overeenkomstig lid 1 benoemde rechters bij het Hof van Justitie loopt op 6 oktober 1997 af. Deze rechter wordt door het lot aangewezen. De ambtstermijn van de andere twee rechters loopt op 6 oktober 2000 af. b. De ambtstermijn van een van de overeenkomstig lid 1 benoemde rechters bij het Gerecht van eerste aanleg loopt op 31 augustus 1995 af. Deze rechter wordt door het lot aangewezen. De ambtstermijn van de andere twee rechters loopt op 31 augustus 1998 af. 3 Onmiddellijk bij de toetreding worden die extra advocaten-generaal benoemd. 4 De ambtstermijn van een van de overeenkomstig lid 3 benoemde advocaten-generaal loopt op 6 oktober 1997 af. De ambtstermijn van de andere advocaten-generaal loopt op 6 oktober 2000 af. 5 a. Het Hof brengt in zijn reglement voor de procesvoering de aanpassingen aan welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. b. Het Gerecht van eerste aanleg brengt in overeenstemming met het Hof van Justitie in zijn reglement voor de procesvoering de aanpassingen aan welke door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. c. Het aldus aangepaste reglement voor de procesvoering moet door de Raad met eenparigheid van stemmen worden goedgekeurd. 6 Voor het wijzen van vonnis in zaken die op 1 januari 1995 bij het Hof of het Gerecht aanhangig zijn en waarvoor de mondelinge procedure voor deze datum is geopend, komen het Hof en het Gerecht in voltallige zitting of de Kamers bijeen in de samenstelling van voor de toetreding en passen zij het reglement voor de procesvoering toe zoals dit op 31 december 1994 gold. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 158 — Artikel 158#
Artikel 158 Onmiddellijk bij de toetreding wordt de Rekenkamer aangevuld door de benoeming van drie nieuwe leden. De ambtstermijn van één van de aldus benoemde leden loopt op 20 december 1995 af. Dit lid wordt door het lot aangewezen. De ambtstermijn van de andere leden loopt op 9 februari 2000 af. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 159 — Artikel 159#
Artikel 159 Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Economisch en Sociaal Comité aangevuld door de benoeming van 33 leden die de verschillende sectoren van het economische en sociale leven van de nieuwe Lid-Staten vertegenwoordigen. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 160 — Artikel 160#
Artikel 160 Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Comité van de Regio's aangevuld door de benoeming van 33 leden die de regionale en lokale lichamen in de nieuwe Lid-Staten vertegenwoordigen. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 161 — Artikel 161#
Artikel 161 Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Raadgevend Comité van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal aangevuld door de benoeming van twaalf extra leden. Voor Oostenrijk, Finland en Zweden worden vier nieuwe leden benoemd. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 162 — Artikel 162#
Artikel 162 Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Wetenschappelijk en Technisch Comité aangevuld door de benoeming van vijf nieuwe leden. Voor Oostenrijk en Zweden worden twee leden benoemd en voor Finland één. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt op hetzelfde tijdstip als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 163 — Artikel 163#
Artikel 163 Onmiddellijk bij de toetreding wordt het Monetair Comité aangevuld door de benoeming van twee leden voor elk van de nieuwe Lid-Staten. Hun mandaat verstrijkt terzelfder tijd als het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 164 — Artikel 164#
Artikel 164 De door de toetreding noodzakelijk geworden aanpassingen van de Statuten en van de Reglementen van Orde van de bij de oorspronkelijke Verdragen ingestelde Comités geschieden zo spoedig mogelijk na de toetreding. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 165 — Artikel 165#
Artikel 165 1 bijlage XVI Voor wat de invermelde Comités betreft, verstrijkt het mandaat der nieuwe leden tegelijk met dat van de leden die op het tijdstip van de toetreding zitting hebben in die Comités. 2 bijlage XVII De invermelde Comités worden volledig vernieuwd op het tijdstip van de toetreding. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 166 — Artikel 166#
Artikel 166 artikel 189 van het EG-Verdrag artikel 161 van het Euratom-Verdrag artikel 191, leden 1 en 2, van het EG-Verdrag Vanaf het tijdstip van toetreding wordt ervan uitgegaan dat de richtlijnen en beschikkingen in de zin vanen van, alsmede de aanbevelingen en beschikkingen in de zin van artikel 14 van het EGKS-Verdrag, eveneens tot de nieuwe Lid-Staten zijn gericht, en dat daarvan kennis is gegeven aan deze Staten, voor zover van deze richtlijnen, aanbevelingen en beschikkingen aan alle huidige Lid-Staten kennis is gegeven. Behoudens wat betreft richtlijnen en beschikkingen die in werking treden overeenkomstig, wordt ervan uitgegaan dat van deze richtlijnen, aanbevelingen en beschikkingen onmiddellijk bij de toetreding kennis is gegeven aan de nieuwe Lid-Staten. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 167 — Artikel 167#
Artikel 167 bijlage XVIII De toepassing in elk der nieuwe Lid-Staten van de in de lijst die is opgenomen invan deze Akte voorkomende besluiten kan worden uitgesteld tot de in die lijst vermelde data, en onder de in die lijst gestelde voorwaarden. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 168 — Artikel 168#
Artikel 168 artikel 189 van het EG-Verdrag artikel 161 van het Euratom-Verdrag bijlage XIX De nieuwe Lid-Staten stellen de maatregelen in werking die nodig zijn om vanaf het tijdstip van toetreding uitvoering te geven aan de richtlijnen en beschikkingen in de zin vanen vanalsmede aan de beschikkingen en aanbevelingen in de zin van artikel 14 van het EGKS-Verdrag, tenzij in de lijst die is opgenomen inof in andere bepalingen van de onderhavige Akte een bepaalde termijn is vastgesteld. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 169 — Artikel 169#
Artikel 169 1 Indien besluiten van de Instellingen van vóór de toetreding in verband met de toetreding moeten worden aangepast, en de noodzakelijke aanpassingen niet in deze Akte of de bijlagen daarvan zijn voorzien, worden deze aanpassingen aangebracht overeenkomstig de procedure van lid 2. Deze aanpassingen treden onmiddellijk bij de toetreding in werking. 2 De daartoe noodzakelijke teksten worden, op voorstel van de Commissie, door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, of door de Commissie vastgesteld, naar gelang de oorspronkelijke besluiten door de ene dan wel door de andere Instelling zijn aangenomen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 170 — Artikel 170#
Artikel 170 De voor de toetreding aanvaarde teksten van de besluiten van de Instellingen die door de Raad of de Commissie in de Finse en de Zweedse taal zijn vastgesteld, zijn vanaf het tijdstip van toetreding op gelijke wijze authentiek als de in de huidige negen talen vastgestelde teksten. Zij worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt, wanneer de teksten in de huidige talen aldus zijn bekendgemaakt. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 171 — Artikel 171#
Artikel 171 artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 25 bij de EER-Overeenkomst Van de op het tijdstip van toetreding bestaande overeenkomsten, besluiten en onderling samenhangende gedragingen die ingevolge de toetreding onder de werkingssfeer van artikel 65 van het EGKS-Verdrag vallen, moet aan de Commissie kennis worden gegeven binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding. Alleen overeenkomsten en besluiten waarvan kennis is gegeven, blijven voorlopig van kracht totdat de Commissie heeft beslist. Dit artikel is evenwel niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en onderling samenhangende gedragingen die op de datum van toetreding reeds onder devallen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 172 — Artikel 172#
Artikel 172 1 EER-Overeenkomst Vanaf de datum van toetreding dragen de nieuwe Lid-Staten er zorg voor dat alle relevante kennisgevingen of informatie die vóór de toetreding krachtens deaan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA of aan het Permanent Comité van de EVA-Staten is toegezonden, onverwijld aan de Commissie wordt doorgezonden. Voor de toepassing van de betreffende Gemeenschapsbepalingen wordt deze doorzending beschouwd als kennisgeving of informatie aan de Commissie. 2 artikelen 53 54 57 61 62 65 van de EER-Overeenkomst Vanaf de datum van toetreding dragen de nieuwe Lid-Staten er zorg voor dat gevallen die onmiddellijk vóór de toetreding krachtens de,,,enofof de artikelen 1 of 2 van Protocol nr. 25 bij die Overeenkomst door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA worden behandeld en die ingevolge de toetreding onder de bevoegdheid van de Commissie vallen, met inbegrip van gevallen waarin de feiten dateren van vóór de datum van toetreding, onverwijld worden doorgezonden aan de Commissie, die deze gevallen zal blijven behandelen als gevallen die onder de desbetreffende Gemeenschapsbepalingen vallen, een en ander met inachtneming van het recht van de verdediging. 3 artikel 53 54 van de EER-Overeenkomst artikel 85 86 van het EG-Verdrag Gevallen die krachtensofof de artikelen 1 of 2 van Protocol nr. 25 bij die Overeenkomst door de Commissie worden behandeld en die ingevolge de toetreding onderofof artikel 65 of 66 van het EGKS-Verdrag vallen, met inbegrip van gevallen waarvan de feiten van vóór de datum van toetreding dateren, worden door de Commissie behandeld als gevallen die onder de desbetreffende Gemeenschapsbepalingen vallen. 4 artikel 53 van de EER-Overeenkomst artikel 85 van het EG-Verdrag Individuele vrijstellingsbeschikkingen en beschikkingen waarin geen vrijstelling wordt verleend, die voor de datum van toetreding krachtensof artikel 1 van Protocol nr. 25 bij die Overeenkomst zijn vastgesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA of de Commissie en die betrekking hebben op gevallen die ingevolge de toetreding onderof artikel 65 van het EGKS-Verdrag vallen, blijven, na de toetreding, ten aanzien van artikel 85 van het EG-Verdrag, of, naargelang van het geval, artikel 65 van het EGKS-Verdrag, van kracht tot de in die beschikkingen vermelde datum of totdat de Commissie overeenkomstig de grondbeginselen van het Gemeenschapsrecht een met redenen omkleed andersluidend besluit neemt. 5 artikel 61 van de EER-Overeenkomst artikel 92 van het EG-Verdrag artikel 93 van het EG-Verdrag artikel 64 van de EER-Overeenkomst EER-Overeenkomst De door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA krachtensvóór de toetreding vastgestelde beschikkingen die ingevolge de toetreding ondervallen, blijven vanaf de toetreding ten aanzien van artikel 92 van het EG-Verdrag van kracht tenzij de Commissie een andersluidende besluit neemt uit hoofde van. Het bepaalde in dit lid geldt niet voor beschikkingen die onder de procedure vanvallen. Onverminderd lid 2, wordt staatssteun die in 1994 door de nieuwe Lid-Staten is verleend, maar waarvan in strijd met deof daaruit voortvloeiende regelingen geen kennis is gegeven aan de Toezichthoudende Autoriteit of waarvan wel kennis is gegeven maar waarvan de verlening heeft plaatsgevonden voordat de Toezichthoudende Autoriteit een beschikking had vastgesteld, niet beschouwd als bestaande staatssteun op grond van artikel 93, lid 1, van het EG-Verdrag. 6 EER-Overeenkomst Vanaf de datum van toetreding dragen de nieuwe Lid-Staten er zorg voor dat alle andere gevallen waarin de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA in het kader van de toezichtsprocedure uit hoofde van devóór de toetreding is ingeschakeld, onverwijld aan de Commissie worden toegezonden. De Commissie behandelt deze gevallen als gevallen die onder de desbetreffende Gemeenschapsbepalingen vallen, een en ander met inachtneming van het recht van de verdediging. 7 Onverminderd de leden 4 en 5 blijven beschikkingen van de Toezichthoudende Autoriteit na de toetreding van toepassing tenzij de Commissie overeenkomstig de grondbeginselen van het Gemeenschapsrecht, een met redenen omkleed andersluidend besluit neemt. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 173 — Artikel 173#
Artikel 173 artikel 33 van het Euratom-Verdrag De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de bescherming van de gezondheid van de werknemers en van de bevolking op het grondgebied van de nieuwe Lid-Staten tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren worden overeenkomstig, door deze Staten aan de Commissie medegedeeld binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 174 — Artikel 174#
Artikel 174 bijlagen I tot en met XIX Protocollen nr. 1 tot en met nr. 10 De aan deze Akte gehechteen demaken daar een integrerend deel van uit. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 175 — Artikel 175#
Artikel 175 De Regering van de Franse Republiek zendt aan de Regeringen van de nieuwe Lid-Staten een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toe van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van die bij haar nedergelegde verdragen waarbij dit Verdrag is gewijzigd. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 176 — Artikel 176#
Artikel 176 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van de nieuwe Lid-Staten een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Portugese, de Nederlandse en de Spaanse taal toe van het, heten de Verdragen tot wijziging of aanvulling daarvan, met inbegrip van de Verdragen betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, van de Helleense Republiek en van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en het Verdrag betreffende de Europese Unie. De teksten van deze Verdragen die zijn opgesteld in de Finse en de Zweedse taal, worden aan de onderhavige Akte gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van de in de eerste alinea genoemde Verdragen die zijn opgesteld in de negen huidige talen. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 177 — Artikel 177#
Artikel 177 De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie zal een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de internationale overeenkomsten die zijn nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal, aan de Regeringen van de nieuwe Lid-Staten toezenden. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 7 februari 1992. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De nieuwe Lid-Staten storten de volgende bedragen overeenkomende met hun aandeel in het kapitaal dat door de Lid-Staten op 1 januari 1995 is gestort: Deze bedragen worden gestort in vijf gelijke halfjaarlijkse termijnen die telkens vervallen op 30 april en 31 oktober. De eerste termijn dient te worden voldaan op de eerstvolgende van de twee genoemde data na de datum van toetreding. Zweden Oostenrijk Finland 137.913.558 ecu, 103.196.917 ecu, 59.290.577 ecu. 2 Wat betreft het gedeelte dat op de datum van toetreding nog moet worden gestort uit hoofde van de kapitaalsverhoging en waartoe op 11 juni 1990 is besloten, zullen de nieuwe Lid-Staten deelnemen met de volgende bedragen: Deze bedragen worden betaald in acht halfjaarlijkse termijnen die telkens vervallen op de data waarop deze kapitaalsverhoging moet plaatsvinden, te beginnen op 30 april 1995. Zweden Oostenrijk Finland 14.069.444 ecu, 10.527.778 ecu, 6.048.611 ecu 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De nieuwe Lid-Staten dragen in vijf gelijke halfjaarlijkse termijnen die vervallen op de in artikel 6, lid 1, vermelde data bij tot het reservefonds, de aanvullende reserve, de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze zijn vastgesteld op 31 december van het jaar voorafgaande aan de toetreding en zoals deze voorkomen in de balans van de Bank, een en ander voor bedragen die overeenkomen met de volgende percentages van de reserves en voorzieningen: Zweden Oostenrijk Finland 3,51736111%, 2,63194444%, 1,51215278. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De in de artikelen 6 en 7 van dit Protocol bedoelde stortingen worden door de nieuwe Lid-Staten verricht in ecu of in hun nationale valuta. Indien een nationale valuta voor de betaling wordt gebruikt, worden de bedragen berekend op de basis van de koers van de omrekening van de ecu die geldt op de laatste werkdag van de maand voorafgaande aan de betrokken stortingen. Deze berekeningswijze wordt ook gebruikt voor de aanpassing van het kapitaal als bedoeld in artikel 7 van het Protocol betreffende de statuten van de Bank. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Onmiddellijk bij de toetreding vult de Raad van Gouverneurs de Raad van Bewind aan door de benoeming van drie bewindvoerders aangewezen door de respectieve nieuwe Lid-Staten, alsmede één plaatsvervanger aangewezen in onderlinge overeenstemming door de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden. 2 De ambtsperiode van de aldus benoemde bewindvoerders en plaatsvervanger loopt af aan het einde van de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs tijdens welke het jaarverslag over het boekjaar 1997 wordt behandeld. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Het bepaalde in het EG-Verdrag staat niet in de weg aan de toepassing van de per 1 januari 1994 op de Åland-eilanden bestaande bepalingen inzake: - beperkingen, op niet-discriminatoire basis, van het recht van natuurlijke personen die niet het regionale burgerschap hembygdsrätt/ kotiseutuoikeus (regional citizenship) in Åland genieten, en voor rechtspersonen, om onroerend goed te verkrijgen en in eigendom te hebben op de Åland-eilanden zonder de toestemming van de bevoegde autoriteiten van de Åland-eilanden; - beperkingen, op niet discriminatoire basis, van het recht van vestiging en het recht diensten te verlenen door natuurlijke personen die niet het regionale burgerschap hembygdsrätt/ kotiseutuoikeus (regional citizenship) in Åland genieten, of door rechtspersonen, zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten van de Åland-eilanden. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 a Het gebied van de Åland-eilanden - beschouwd als een derde grondgebied in de zin van artikel 3, lid 1, derde streepje van Richtlijn 77/388/EEG van de Raad als gewijzigd, en als een nationaal gebied dat buiten het toepassingsgebied valt van de richtlijnen inzake de harmonisatie van accijnzen als omschreven in artikel 2 van Richtlijn 92/12/EEG van de Raad - valt buiten de territoriale toepassing van de EG-bepalingen op het gebied van de harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake omzetbelastingen en accijnzen en andere vormen van indirecte belastingen. Deze uitzondering heeft geen gevolgen voor de eigen middelen van de Gemeenschap. Deze bepaling is niet van toepassing op het bepaalde in Richtlijn 69/335/EEG van de Raad, als gewijzigd, betreffende kapitaalrecht. b Deze afwijking heeft ten doel een leefbare lokale economie op de eilanden in stand te houden en zal geen negatieve gevolgen hebben voor de belangen van de Unie noch haar gemeenschappelijk beleid op diverse terreinen. Indien de Commissie van oordeel is dat het bepaalde onder a) niet langer gerechtvaardigd is, met name in verband met eerlijke concurrentie of de eigen middelen, zal zij passende voorstellen aan de Raad voorleggen die een besluit zal nemen overeenkomstig de desbetreffende artikelen van het EG-Verdrag. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Finland draagt er zorg voor dat alle natuurlijke en rechtspersonen van de Lid-Staten op de Åland-eilanden op dezelfde wijze worden behandeld. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Niettegenstaande de bepalingen van het EG-Verdrag, kunnen exclusieve rechten inzake rendierhouderij binnen de traditionele Sami-gebieden aan de Sami-bevolking worden toegekend. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit Protocol kan worden uitgebreid om rekening te houden met eventuele toekomstige ontwikkelingen van de exclusieve Sami-rechten in verband met hun traditionele middelen van bestaan. De Raad kan, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement en het Comité van de Regio's, met eenparigheid van stemmen de nodige wijzigingen van dit Protocol vaststellen. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Tot en met 31 december 1999 dragen de Structuurfondsen, het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) en de Europese Investeringsbank elk op passende wijze bij tot de verwezenlijking van een nieuwe prioritaire doelstelling naast de vijf doelstellingen van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad, als gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2081/93 van de Raad. Met die doelstelling wordt het volgende beoogd: bevordering van de ontwikkeling en de structurele aanpassing van regio's met een buitengewoon geringe bevolkingsdichtheid (hierna te noemen “doelstelling 6” ). 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 2 De onder doelstelling 6 vallende regio's vertegenwoordigen of behoren in principe tot regio's van niveau II van NUTS met een bevolkingsdichtheid van ten hoogste 8 personen per km. De bijstandsverlening van de Gemeenschap kan bovendien, op voorwaarde dat zij daadwerkelijk wordt geconcentreerd, ook worden uitgebreid tot aangrenzende en kleinere gebieden die aan hetzelfde criterium inzake bevolkingsdichtheid voldoen. Dergelijke regio's en gebieden, in dit Protocol „regio's van doelstelling 6” genoemd, staan in de lijst van bijlage 1. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor de periode 1995 tot en met 1999 wordt een bedrag van 741 miljoen ecu, tegen prijzen van 1995, aan communautaire middelen passend geacht voor de vastleggingen uit hoofde van de Structuurfondsen en het FIOV ten behoeve van de in bijlage I opgesomde regio's van doelstelling 6. In bijlage 2 staat de verdeling van die middelen per jaar en per Lid-Staat. Deze middelen vormen een aanvulling op de middelen die reeds zijn vastgelegd uit hoofde van de Structuurfondsen en het FIOV krachtens Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad, als gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2081/93 van de Raad. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3, gelden de bepalingen van onderstaande verordeningen, en in het bijzonder de bepalingen betreffende doelstelling 1, eveneens voor doelstelling 6: – Verordening (EEG) nr. 2080/93 van de Raad; – Verordeningen (EEG) nr. 2052/88, nr. 4253/88, nr. 4254/88, nr. 4255/88 en nr. 4256/88 van de Raad, als gewijzigd bij Verordeningen (EEG) nr. 2081/93, nr. 2082/93. nr. 2083/93, nr. 2084/93 en nr. 2085/93 van de Raad. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het bepaalde in dit Protocol, met inbegrip van de bepalingen betreffende eventuele steunverlening uit hoofde van de Structuurfondsen aan de in bijlage I opgenomen regio's, wordt in 1999 samen met de Kaderverordening (EEG) nr. 2052/88, als gewijzigd bij nr. 2081/93, betreffende de structuurinstrumenten en de structurele maatregelen herzien volgens de procedures van die verordening. 1995 64 02-03-1995 1995 64 02-03-1995 01-01-1995 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Elke nieuwe Lid-Staat mag overeenkomstig artikel 31, lid 3, van deze Toetredingsakte, verkiezingen voor het Europees Parlement houden tijdens de interimperiode tussen de ondertekening van de Toetredingsakte en de inwerkingtreding ervan met betrekking tot die Staat. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De desbetreffende bepalingen van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, die is opgenomen als bijlage bij Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom, laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte, worden geacht van toepassing te zijn op de overeenkomstig dit Protocol te houden verkiezingen. De verkiezingen worden gehouden overeenkomstig de regelingen in de bijlage bij dit Protocol. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De uitslag van de overeenkomstig de artikelen 1 en 2 gehouden verkiezingen treedt in werking vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag met betrekking tot de nieuwe Lid-Staten die dergelijke verkiezingen hebben gehouden. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Met betrekking tot de overeenkomstig dit Protocol verkozen vertegenwoordigers en vanaf de datum van toetreding van de betrokken Lid-Staten: - heeft het Europees Parlement de bevoegdheden bedoeld in artikel 11 van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen; - heeft het Hof van Justitie dezelfde bevoegdheden alsof deze verkiezingen zouden zijn gehouden overeenkomstig artikel 31, lid 1, van de Toetredingsakte. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze richtlijn wordt verstaan onder: - „verkiezingen voor het Europees Parlement”: de verkiezing door middel van rechtstreekse en algemene verkiezingen van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement overeenkomstig de Akte van 20 september 1976 (PB nr. L 278 van 8.10.1976, blz. 5); - „kiesgebied”: het grondgebied van de nieuwe Lid-Staat, waar overeenkomstig bovengenoemde Akte en, binnen het kader daarvan, overeenkomstig de kieswet van deze Staat, de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door het volk van deze Staat worden verkozen; - „kandidaat-Staat”: de nieuwe Lid-Staat die vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag verkiezingen voor het Europees Parlement houdt overeenkomstig dit Protocol; - „kandidaat-Staat van verblijf”: een kandidaat-Staat waar een burger van de Unie verblijft zonder dat hij de nationaliteit van deze Staat bezit; - „Lid-Staat van herkomst”: de Lid-Staat waarvan een burger van de Unie onderdaan is; - „communautaire kiezer”: elke burger van de Unie die overeenkomstig deze bijlage van deze regeling in de kandidaat-Staat van verblijf actief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement heeft; - „communautair verkiesbaar persoon”: elke burger van de Unie die overeenkomstig de bepalingen van deze regeling in de kandidaat-Staat van verblijf passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement heeft; - „kiezerslijst”: het officiële register van alle personen die in een bepaalde kieskring of een bepaald onder een lokale overheid ressorterend gebied kiesgerechtigd zijn, dat overeenkomstig de kieswet van de kandidaat-Staat van verblijf door de bevoegde autoriteit wordt opgesteld en bijgewerkt, of het bevolkingsregister indien daarin de hoedanigheid van kiezer is vermeld; - „referentiedag”: de dag/de dagen waarop de burgers van de Unie volgens het recht van de kandidaat-Staat van verblijf moeten voldoen aan de voorwaarden om aldaar kiesgerechtigd of verkiesbaar te zijn; - „formele verklaring”: de verklaring van de betrokkene, op de onjuistheid waarvan in de desbetreffende nationale wet sancties zijn gesteld. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Een ieder die op de referentiedag Indien de onderdanen van de kandidaat-Staat van verblijf, om verkozen te kunnen worden, hun nationaliteit sedert een bepaalde minimumperiode moeten bezitten, worden burgers van de Unie geacht aan die voorwaarde te voldoen wanneer zij de nationaliteit van een Lid-Staat sedert diezelfde periode bezitten. a. burger is van de Unie in de zin van artikel 8, lid 1, tweede alinea, van het EG-Verdrag, en b. zonder de nationaliteit van de kandidaat-Staat van verblijf te bezitten voor het overige aan alle voorwaarden voldoet waaraan de wetgeving van deze Staat het actief en passief kiesrecht van zijn onderdanen onderwerpt, heeft in de kandidaat-Staat van verblijf het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement, tenzij hij uit hoofde van de artikelen 5 of 6 deze rechten heeft verloren. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Niemand mag in de kandidaat-Staat zijn stem uitbrengen indien hij in een van de Lid-Staten zijn stem heeft uitgebracht in de verkiezingen van 1994. 2 Niemand is verkiesbaar in de kandidaat-Staat indien hij in 1994 in een van de Lid-Staten verkiesbaar was. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Indien de onderdanen van de kandidaat-Staat van verblijf, om kiezer of verkiesbaar te kunnen zijn, sedert een bepaalde minimumperiode in het kiesgebied van deze Staat moeten hebben verbleven, worden de communautaire kiezers en verkiesbare personen geacht aan deze voorwaarde te voldoen, indien hun verblijf in andere Lid-Staten van gelijke duur was. Deze bepaling laat de bijzondere voorwaarden in verband met de duur van het verblijf in een bepaalde kieskring of bepaald onder een lokale overheid ressorterend gebied, onverlet. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een burger van de Unie die in een kandidaat-Staat verblijf houdt zonder dat hij de nationaliteit van deze Staat bezit, en die ingevolge een individuele strafrechtelijke of civielrechtelijke beslissing, hetzij overeenkomstig het recht van de kandidaat-Staat van verblijf, hetzij overeenkomstig het recht van zijn Staat van herkomst, het passief kiesrecht heeft verloren, is bij de verkiezingen voor het Europees Parlement uitgesloten van de uitoefening van dat recht in de kandidaat-Staat van verblijf. 2 De kandidaatstelling van een burger van de Unie bij verkiezingen voor het Europees Parlement in de kandidaat-Staat van verblijf wordt onontvankelijk verklaard indien de burger de in artikel 9, lid 2, bedoelde verklaring niet kan overleggen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De kandidaat-Staat van verblijf kan zich ervan vergewissen dat de burger van de Unie die blijk heeft gegeven van zijn wil zijn actief kiesrecht aldaar uit te oefenen, dat recht in de Lid-Staat van herkomst niet ingevolge een individuele strafrechtelijke of civielrechtelijke beslissing heeft verloren. 2 Voor de toepassing van lid 1 kan de kandidaat-Staat van verblijf de in artikel 8, lid 2, bedoelde verklaring aan de Lid-Staat van herkomst toezenden. De relevante en normaal beschikbare gegevens uit de Lid-Staat van herkomst worden daartoe op passende wijze en binnen een passende termijn toegezonden; die gegevens mogen alleen de informatie bevatten die absoluut noodzakelijk is voor de toepassing van dit artikel en mogen alleen voor dat doel worden gebruikt. Indien de verstrekte gegevens de inhoud van de verklaring ontkrachten, neemt de Lid-Staat van verblijf de nodige maatregelen om te voorkomen dat de betrokkene zijn stem uitbrengt. 3 De Lid-Staat van oorsprong kan bovendien op passende wijze en binnen een passende termijn aan de kandidaat-Staat van verblijf alle informatie verstrekken die nodig is voor de toepassing van dit artikel. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een communautair kiezer oefent het actief kiesrecht in de kandidaat-Staat van verblijf uit indien hij blijk heeft gegeven van de wil daartoe. 2 Indien in de kandidaat-Staat van verblijf stemplicht bestaat, geldt deze voor de communautaire kiezers die blijk hebben gegeven van de wil tot uitoefening van het actief kiesrecht. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De kandidaat-Staat treft de nodige maatregelen om communautaire kiezers die blijk hebben gegeven van de wil daartoe, de mogelijkheid te bieden tijdig voor de verkiezingen op een kiezerslijst te worden ingeschreven. 2 Om op een kiezerslijst te worden ingeschreven moet een communautaire kiezer dezelfde bewijzen overleggen als een nationale kiezer. Hij moet bovendien een formele verklaring overleggen waarin hij: a. zijn nationaliteit en zijn adres in het kiesgebied van de kandidaat-Staat van verblijf vermeldt, b. in voorkomend geval aangeeft, op de kiezerslijst van welk onder een lokale overheid ressorterend gebied of van welke kieskring in een andere Lid-Staat hij de laatste maal was ingeschreven, en c. verklaart zijn kiesrecht in de verkiezingen van 1994 niet in een andere Lid-Staat te hebben uitgeoefend. 3 De kandidaat-Staat van verblijf kan bovendien eisen dat de communautaire kiezer a. in diens in lid 2 bedoelde verklaring aangeeft dat hij in de Lid-Staat van herkomst zijn actief kiesrecht niet verloren heeft, b. een geldig identiteitsbewijs voorlegt, c. aangeeft sedert wanneer hij in die Staat of in een andere Lid-Staat verblijft. 4 De communautaire kiezers die op de kiezerslijst zijn ingeschreven, blijven onder dezelfde voorwaarden als de nationale kiezers daarop ingeschreven totdat zij verzoeken daarvan te worden geschrapt, of totdat zij ambtshalve daarvan worden geschrapt omdat zij niet langer aan de voorwaarden voor uitoefening van het actief kiesrecht voldoen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een communautair verkiesbaar persoon moet bij het indienen van zijn kandidaatstelling dezelfde bewijzen overleggen als een nationaal kandidaat. Hij moet bovendien een formele verklaring overleggen waarin hij: a. zijn nationaliteit en zijn adres in het kiesgebied van de kandidaat-Staat van verblijf vermeldt, b. te kennen geeft dat hij niet tegelijkertijd in een andere Lid-Staat kandidaat bij de verkiezingen in 1994 voor het Europees Parlement was, c. in voorkomend geval aangeeft, op de kiezerslijst van welk onder een lokale overheid ressorterend gebied of van welke kieskring in een andere Lid-Staat hij de laatste maal was ingeschreven. 2 Een communautair verkiesbaar persoon moet bij zijn kandidaatstelling tevens een verklaring overleggen van de bevoegde administratieve autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst waaruit blijkt dat hij zijn passief kiesrecht in die Lid-Staat niet verloren heeft of dat deze autoriteiten daarvan niets bekend is. 3 De kandidaat-Staat van verblijf kan bovendien eisen dat een communautair verkiesbaar persoon een geldig identiteitsbewijs voorlegt; hij kan eveneens verlangen dat de verkiesbare persoon aangeeft sedert wanneer hij onderdaan van een Lid-Staat is. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De kandidaat-Staat van verblijf deelt de betrokkene mee welk gevolg aan zijn verzoek om inschrijving op de kiezerslijst is gegeven of welk besluit inzake de ontvankelijkheid van zijn kandidaatstelling is genomen. 2 Wordt de betrokkene inschrijving op de kiezerslijst ontzegd of wordt zijn kandidaatstelling verworpen, dan kan hij de beroepsprocedures instellen die volgens de wetgeving van de kandidaat-Staat van verblijf in hetzelfde geval voor de nationale kiezers en verkiesbare personen openstaat. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De kandidaat-Staat van verblijf stelt de communautaire kiezers en verkiesbare personen tijdig en op passende wijze in kennis van de voorwaarden en nadere bepalingen die gelden voor de uitoefening van het actief en passief kiesrecht in die Staat. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De huidige Lid-Staten en de kandidaat-Staten wisselen de voor de toepassing van artikel 3 vereiste gegevens uit. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Indien in een kandidaat-Staat op 1 januari 1993 het aantal burgers van de Unie die aldaar verblijf houden zonder de nationaliteit van deze Lid-Staat te bezitten en die de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt, meer bedraagt dan 20% van het totale aantal personen die de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt, kan de kandidaat-Staat in afwijking van de artikelen 2, 8 en 9: Deze bepalingen laten de maatregelen onverlet die de kandidaat-Staat ten aanzien van de samenstelling van de kandidatenlijsten kan treffen, met name om de integratie van de burgers van de Unie die geen onderdaan van die Lid-Staat zijn, te vergemakkelijken. De in de eerste alinea bedoelde voorwaarden inzake verblijfsduur zijn evenwel niet van toepassing op de communautaire kiezers en verkiesbare personen die ingevolge hun verblijf buiten hun Lid-Staat van herkomst, of ingevolge de duur van dit verblijf, aldaar niet het actief of passief kiesrecht hebben. a. het actief kiesrecht uitsluitend toekennen aan de communautaire kiezers die ten minste sedert een bepaalde tijd, welke op niet meer dan vijf jaar mag worden vastgesteld, in de kandidaat-Staat verblijf houden, b. het passief kiesrecht uitsluitend toekennen aan de communautaire verkiesbare personen die ten minste sedert een bepaalde tijd, die op niet meer dan tien jaar mag worden vastgesteld, in deze kandidaat-Staat verblijf houden. 2 De kandidaat-Staten die overeenkomstig lid 1 afwijkende bepalingen vaststellen, verstrekken de Commissie alle nodige gegevens ter rechtvaardiging hiervan. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit Protocol zijn de volgende definities van toepassing: a. „voertuig”: een voertuig als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 881/92, zoals die van toepassing is op de datum van ondertekening van het Toetredingsverdrag; b. „internationaal vervoer”: internationaal vervoer als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 881/92, zoals die van toepassing is op de datum van ondertekening van het Toetredingsverdrag; c. „transitovervoer door Oostenrijk”: vervoer over Oostenrijks grondgebied van en naar een plaats buiten Oostenrijk; d. „vrachtwagen”: een in een Lid-Staat geregistreerd motorvoertuig met een maximaal toegestaan gewicht van meer van 7,5 ton, bestemd voor het vervoer van goederen of het trekken van aanhangwagens, met inbegrip van trekkers van opleggers, en trekkers met een maximaal toegestaan gewicht van meer van 7,5 ton, getrokken door een in een Lid-Staat geregistreerd motorvoertuig met een maximaal toegelaten gewicht van ten hoogste 7,5 ton; e. „transitogoederenvervoer over de weg door Oostenrijk”: transitovervoer door Oostenrijk met vrachtwagens, ongeacht of zij met of zonder lading rijden; f. „gecombineerd vervoer”: vervoer door vrachtwagens of ladingeenheden, dat gedeeltelijk plaatsvindt per spoor en waarbij het begin- of het eindtraject plaatsvindt over de weg, met dien verstande dat het transitovervoer over Oostenrijks grondgebied tijdens het begin- en het eindtraject in geen geval uitsluitend over de weg mag plaatsvinden; g. „bilaterale rit”: een internationale vervoersrit met een voertuig waarbij het begin- of eindpunt in Oostenrijk en het eind- of beginpunt respectievelijk in een andere Lid-Staat is gelegen, alsmede vervoersritten zonder lading in verband met voornoemde ritten. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit Deel is van toepassing op maatregelen betreffende vervoer per spoor en gecombineerd vervoer over het grondgebied van Oostenrijk. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De Gemeenschap en de betrokken Lid-Staten treffen, in het kader van hun onderscheiden bevoegdheden, maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en het gecombineerd vervoer voor het vervoeren van goederen door de Alpen; zij stemmen deze maatregelen nauw op elkaar af. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij de vaststelling van de in artikel 129 C van het EG-Verdrag bedoelde richtsnoeren, draagt de Gemeenschap er zorg voor dat de in bijlage 1 vermelde hoofdroutes deel uitmaken van de Transeuropese Netwerken voor vervoer per spoor en gecombineerd vervoer en tevens worden aangemerkt als projecten van gemeenschappelijk belang. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De Gemeenschap en de betrokken Lid-Staten leggen in het kader van hun onderscheiden bevoegdheden de in bijlage 2 vermelde maatregelen ten uitvoer. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De Gemeenschap en de betrokken Lid-Staten stellen alles in het werk om de in bijlage 3 bedoelde aanvullende spoorwegcapaciteit te ontwikkelen en te gebruiken. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Gemeenschap en de betrokken Lid-Staten nemen maatregelen ter bevordering van het vervoer per spoor en gecombineerd vervoer; indien passend worden deze maatregelen, behoudens andere bepalingen van het EG-Verdrag, vastgesteld in nauwe samenwerking met spoorwegondernemingen en andere instellingen die vervoer per spoor aanbieden. Er zal voorrang worden gegeven aan de in het Gemeenschapsrecht vervatte maatregelen betreffende vervoer per spoor en gecombineerd vervoer. Bij de tenuitvoerlegging van deze maatregelen wordt bijzondere aandacht besteed aan het concurrentievermogen, de doeltreffendheid en de kostentransparantie van het vervoer per spoor en het gecombineerd vervoer. De Lid-Staten richten hun aandacht inzonderheid op maatregelen om ervoor te zorgen dat de prijzen voor gecombineerd vervoer concurrerend zijn met de prijzen van andere wijzen van vervoer. Eventuele steun in dit verband moet verenigbaar zijn met de Gemeenschapsvoorschriften. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De Gemeenschap en de betrokken Lid-Staten treden, ingeval van een ernstige verstoring van het transitovervoer per spoor, bijvoorbeeld bij natuurrampen, zoveel mogelijk gezamenlijk op om de verkeersstroom in stand te houden. Daarbij moet voorrang worden gegeven aan gevoelige ladingen, zoals bederfelijke levensmiddelen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De Commissie evalueert de tenuitvoerlegging van dit Deel volgens de procedure van artikel 16. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit Deel is van toepassing op het vervoer van goederen over de weg binnen het grondgebied van de Gemeenschap. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Op ritten waarbij transitogoederenvervoer over de weg door Oostenrijk is betrokken, is de regeling van toepassing die is vastgesteld bij de Eerste Richtlijn van de Raad van 23 juli 1962 en Verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad voor ritten voor eigen rekening en voor ritten met gehuurde voertuigen of tegen betaling, behoudens het bepaalde in dit artikel. 2 Tot 1 januari 1998 zijn de volgende bepalingen van toepassing: a. x de totale NO-uitstoot van vrachtwagens in transito op Oostenrijks grondgebied wordt tussen 1 januari 1992 en 31 december 2003 met 60 % verlaagd volgens de tabel in bijlage 4. b. x x De verlaging van de totale NO-uitstoot van vrachtwagens wordt geadministreerd via een ecopuntensysteem. Volgens dit systeem moet elke vrachtwagen in transito op Oostenrijks grondgebied een aantal ecopunten hebben dat overeenstemt met het niveau van de NO-uitstoot van dat type vrachtwagen (ingeschreven op grond van zijn Conformity of Production (COP)-niveau, afgeleid van de type-goedkeuring). De toewijzing van de punten en de werking van het stelsel worden in bijlage 5 beschreven. c. Indien het aantal transitoritten in een jaar het voor 1991 bepaalde referentieaantal met meer 8% overschrijdt, treft de Commissie, volgens de procedure van artikel 16, passende maatregelen overeenkomstig bijlage 5, punt 3. d. Oostenrijk stelt een ecopuntenkaart op en stelt deze tijdig ter beschikking voor vrachtwagens in transito door Oostenrijk met het oog op het administreren van het ecopuntensysteem overeenkomstig bijlage 5. e. De ecopunten worden door de Commissie verdeeld over de Lid-Staten overeenkomstig volgens lid 6 vast te stellen bepalingen. 3 Vóór 1 januari 1998 evalueert de Raad, aan de hand van een verslag van de Commissie, de tenuitvoerlegging van de bepalingen betreffende het transitogoederenvervoer over de weg door Oostenrijk. Deze evaluatie vindt plaats overeenkomstig de grondbeginselen van het Gemeenschapsrecht, zoals de goede werking van de interne markt, inzonderheid het vrije verkeer van goederen en de vrijheid van dienstverrichting, de milieubescherming in het belang van de Gemeenschap in haar geheel en de verkeersveiligheid. Tenzij de Raad, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen, een andere beslissing neemt, wordt de overgangsperiode verlengd en wel tot 1 januari 2001, tijdens welke periode het bepaalde in lid 2 van toepassing is. 4 Vóór 1 januari 2001 maakt de Commissie, in samenwerking met het Europees Milieuagentschap, een wetenschappelijke studie over de mate waarin de in lid 2, onder a., bedoelde doelstelling betreffende de vermindering van de vervuiling is verwezenlijkt. Indien de Commissie tot de conclusie komt dat deze doelstelling op permanente grondslag is verwezenlijkt, treedt lid 2 op 1 januari 2001 buiten werking. Indien de Commissie tot de conclusie komt dat dit niet het geval is, kan de Raad, overeenkomstig artikel 75 van het EG-Verdrag, in een communautair kader, maatregelen treffen met het oog op een gelijkwaardige bescherming van het milieu, inzonderheid een vermindering van de vervuiling met 60%. Indien de Raad deze maatregelen niet aanneemt, wordt de overgangsperiode automatisch verlengd met een laatste tijdvak van 3 jaar, tijdens welk tijdvak het bepaalde in lid 2 van toepassing is. 5 Aan het einde van de overgangsperiode wordt het acquis communautaire volledig toegepast. 6 De Commissie neemt overeenkomstig de procedure van artikel 16 gedetailleerde maatregelen betreffende de procedures inzake het ecopuntensysteem, de verdeling van de ecopunten en technische kwesties betreffende de toepassing van dit artikel. Deze maatregelen treden in werking op de datum van toetreding van Oostenrijk. De in de eerste alinea bedoelde maatregelen moeten ervoor zorgen dat de feitelijke situatie die voor de huidige Lid-Staten voortvloeit uit de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3637/92 van de Raad en van de op 23 december 1992 ondertekende Administratieve Overeenkomst betreffende de datum van inwerkingtreding en de procedures voor de invoering van het ecopuntensysteem als bedoeld in de Transitoovereenkomst, gehandhaafd blijft. Daarbij zal alles in het werk worden gesteld om ervoor te zorgen dat bij de toekenning van ecopunten aan Griekenland in voldoende mate rekening wordt gehouden met de Griekse behoeften in dit verband. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Voor het internationale goederenvervoer op ritten tussen Lid-Staten is de regeling van Verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van toepassing, behoudens het bepaalde in dit artikel. Deze bepalingen zijn van toepassing tot en met 31 december 1996. 2 Voor bilaterale ritten worden de bestaande contingenten geleidelijk geliberaliseerd; de volledige vrijheid om vervoerdiensten aan te bieden moet op 1 januari 1997 een feit zijn. Een eerst etappe van vrijmaking vangt aan op de datum van toetreding van Oostenrijk, een tweede op 1 januari 1996. Zo nodig kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, passende maatregelen te dien einde treffen. 3 De Raad treft, uiterlijk op 1 januari 1997, overeenkomstig artikel 75 van het EG-Verdrag, passende en eenvoudige maatregelen om te voorkomen dat het bepaalde in artikel 11 wordt ontdoken. 4 Zolang het bepaalde in artikel 11, lid 2, van toepassing is, treffen de Lid-Staten in het kader van hun onderlinge samenwerking zo nodig maatregelen, verenigbaar met het EG-Verdrag, tegen misbruik van het ecopuntensysteem. 5 Trekkers met een Gemeenschapsvergunning, afgegeven door de bevoegde instanties in Oostenrijk, mogen geen internationaal goederenvervoer verrichten op ritten waarbij in Oostenrijk noch geladen noch gelost wordt, behoudens op ritten met transito door Oostenrijk. Al deze ritten waarbij transitovervoer door Oostenrijk is betrokken zijn evenwel onderworpen.aan het bepaalde in artikel 11 en ook, behalve wat de ritten tussen Duitsland en Italië betreft, aan bestaande quota die zijn onderworpen aan het bepaalde in lid 2 van het onderhavige artikel. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Tot en met 31 december 1996, is Verordening (EEG) nr. 3118/93 niet van toepassing op trekkers met een Gemeenschapsvergunning, afgegeven door de bevoegde instanties in Oostenrijk, voor het verrichten van nationaal wegvervoer in andere Lid-Staten. 2 Gedurende dat tijdvak is Verordening (EEG) nr. 3118/93 niet van toepassing op trekkers met een Gemeenschapsvergunning, afgegeven door de bevoegde instanties in een andere Lid-Staat voor het verrichten van nationaal wegvervoer in Oostenrijk. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Aan de grenzen van Oostenrijk en andere Lid-Staten vinden geen controles plaats. In afwijking van de Verordeningen (EEG) nr. 4060/89 en nr. 3912/92 mogen, niettegenstaande artikel 153 van de Toetredingsakte, tot en met 31 december 1996, niet-discriminatoire fysieke controles worden uitgevoerd waarbij voertuigen tot stilstand mogen worden gebracht, zulks uitsluitend ter verificatie van de krachtens artikel 11 verstrekte ecopunten en de in artikel 12 van dit protocol bedoelde vervoersvergunningen. Deze controles mogen de normale verkeersstroom niet onnodig vertragen. 2 Voor zover nodig worden voor de periode na 31 december 1996 controlemethoden, met inbegrip van geautomatiseerde systemen, met het oog op de toepassing van artikel 11 vastgesteld volgens de procedure van artikel 16. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Oostenrijk mag in afwijking van artikel 7, onder f., van Richtlijn 93/89/EEG tot en met 31 december 1995 gebruiksrechten van ten hoogste 3.750 ecu per jaar, met inbegrip van de administratieve kosten, en tot en met 31 december 1996 gebruiksrechten van ten hoogste 2.500 ecu per jaar, met inbegrip van de administratieve kosten, toepassen. 2 Indien Oostenrijk gebruik maakt van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid, past het overeenkomstig artikel 7, onder g., eerste zin, van Richtlijn 93/89/EEG tot en met 31 december 1995 een gebruiksrecht van ten hoogste 18 ecu per dag, 99 ecu per week en 375 ecu per maand met inbegrip van de administratieve kosten, toe en, tot en met 31 december 1996, gebruiksrechten van ten hoogste 12 ecu per dag, 66 ecu per week en 250 ecu per maand, met inbegrip van de administratieve kosten. 3 Oostenrijk past op de in de leden 1 en 2 bedoelde gebruiksrechten tot en met 31 december 1996, een verlaging van 50% toe voor voertuigen geregistreerd in Ierland en Portugal, en tot en met 31 december 1997 voor voertuigen geregistreerd in Griekenland. 4 Tot en met 31 december 1995 mag Italië op in Oostenrijk geregistreerde voertuigen een gebruiksrecht van ten hoogste 6,5 ecu per binnenkomst, met inbegrip van de administratieve kosten toepassen en, tot en met 31 december 1996 van ten hoogste 3,5 ecu per binnenkomst, met inbegrip van de administratieve kosten. Dit recht wordt beheerd op een wijze die overeenstemt met artikel 7, onder c., van Richtlijn 93/89/EEG. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De Commissie wordt bijgestaan door een Comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. 2 Indien wordt verwezen naar de procedure van dit artikel, dient de vertegenwoordiger van de Commissie een ontwerp in van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt over deze maatregelen advies uit binnen een termijn die de Voorzitter kan bepalen naargelang van de urgentie van het vraagstuk. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid bedoeld in artikel 148, lid 2, van het EG-Verdrag in de gevallen waarin de Raad moet besluiten op voorstel van de Commissie. De stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten in het Comité worden gewogen op de wijze als vermeld in dat artikel. De Voorzitter neemt niet deel aan de stemming. 3 De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité. Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies, doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. 4 Indien na verloop van een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van indiening van het voorstel bij de Raad, deze geen maatregelen heeft vastgesteld, stelt de Commissie de voorgestelde maatregelen vast. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 1 — 1#
1 De specifieke Oostenrijkse termen binnen de Duitse taal die zijn opgenomen in het Oostenrijks rechtsstelsel en die in de bijlage bij dit Protocol worden genoemd hebben dezelfde status en dezelfde rechtsgevolgen als de daarmee overeenkomende, in Duitsland gebruikte termen die in die bijlage worden genoemd. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995
Artikel 2 — 2#
2 In de Duitse taalversie van nieuwe rechtshandelingen worden de in de bijlage bij dit Protocol genoemde specifieke Oostenrijkse termen in de juiste vorm toegevoegd aan de daarmee overeenkomende, in Duitsland gebruikte termen. 1994 200 27-10-1994 1995 64 02-03-1995 01-01-1995