Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie inzake de Nederlandse assistentie bij de vernietiging van voorraden chemische wapens in de Russische Federatie
- BWB-id
- BWBV0001367
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2003-03-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0001367
- ELI
- /eli/nl/verdrag/1999/bwbv0001367
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/1999/bwbv0001367/2003-03-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0001367&g=2003-03-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0001367&z=2026-06-06&g=2003-03-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0001367/2003-03-18
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/1999/bwbv0001367
Artikel I — Artikel I#
Artikel I 1 De Nederlandse Partij verleent de Russische Partij kosteloos assistentie bij specifieke projecten in de vorm van materialen en andere middelen, voor de tijdige, veilige en uit milieu-oogpunt verantwoorde vernietiging nabij Kambarka, Republiek Oedmoertië, of in elke andere daarvoor in aanmerking komende regio, van chemische wapens die daar zijn opgeslagen, met inachtneming van de doelstellingen van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens. 2 De assistentie verleend door de Nederlandse Partij voorziet in de uitvoering van het eerste project en een of meerdere opvolgende projecten. De door Nederland te dragen kosten van het eerste project worden vastgesteld op 10 miljoen gulden (€ 4.537.802,16) en zullen dit bedrag niet te boven gaan. Het eerste project kan bestaan uit meerdere deelprojecten. De Nederlandse en de Russische Partijen bepalen in een afzonderlijke overeenkomst de regio of regio's voor de uitvoering van het eerste project en van een of meerdere opvolgende projecten. De toekenning van middelen voor de uitvoering van ieder opvolgend project wordt in de toekomst bepaald door een dienovereenkomstig besluit door de Nederlandse Regering. De totale waarde van de materiële en technische assistentie die door Nederland in het kader van dit Verdrag kan worden verleend wordt vastgesteld op 25 miljoen gulden (€ 11.344.505,40) en zal dit bedrag niet te boven gaan. 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 2003 52 25-04-2003 18-03-2003 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 27-02-2002
Artikel II — Artikel II#
Artikel II 1 Het doel van de samenwerking van de Partijen is de bouw van een installatie voor de vernietiging van chemische wapens nabij Kambarka, Republiek Oedmoertië, of in elke andere daarvoor in aanmerking komende regio. 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 2003 52 25-04-2003 18-03-2003 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 27-02-2002
Artikel III — Artikel III#
Artikel III 1 Voor de uitvoering van dit Verdrag zullen bevoegde instanties worden benoemd: – Voor de Nederlandse Partij: het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden; – Voor de Russische Partij: het Russische Wapenagentschap. 2 De bevoegde instanties zullen een uitvoeringsovereenkomst aangaan voor ieder project. De verdere invulling van de samenwerking zal door de bevoegde instanties gezamenlijk worden ontwikkeld. In het belang van een spoedige uitvoering van dit Verdrag hebben de uitvoeringsovereenkomsten die door de bevoegde instanties zullen worden ondertekend niet het karakter van verplichtingen waarvoor goedkeuring door de regering vereist is. 3 De Nederlandse bevoegde instantie overlegt met de Russische bevoegde instantie over de te stellen voorwaarden voor de aanbesteding van de in het kader van dit Verdrag te verrichten werkzaamheden. Russische bedrijven kunnen in aanmerking komen voor onderaannemingscontracten voor de uitvoering van de projecten. Van Nederlandse zijde wordt ernaar gestreefd dat Russische bedrijven bij de uitvoering van de projecten worden betrokken. 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 2003 52 25-04-2003 18-03-2003 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 2002 78 15-04-2002 27-02-2002 27-02-2002
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV De Russische Partij verstrekt in overeenstemming met de nationale wetgeving de functionarissen van de Nederlandse Partij die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van dit Verdrag, onverwijld en kosteloos de benodigde visa en verleent hen toegang tot de locatie voor de uitvoering van de projecten ingevolge dit Verdrag. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999
Artikel V — Artikel V#
Artikel V De Partijen garanderen dat de in het kader van dit Verdrag of toekomstige uitvoeringsovereenkomsten verleende assistentie alleen wordt aangewend voor de daarin genoemde doelen. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI 1 De bevoegde instanties van de Partijen verstrekken elkaar de technische en andere informatie die door beide Partijen als relevant wordt beschouwd, om de juiste uitvoering van elk specifiek project mogelijk te maken. 2 De Partijen garanderen de bescherming van de in het kader van deze samenwerking ontvangen vertrouwelijke informatie, respecteren de aangegeven rubricering daarvan en laten niet toe dat deze informatie aan een derde partij toekomt zonder de schriftelijke toestemming hiertoe van de andere Partij. 3 Alle krachtens dit Verdrag verstrekte informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de in dit Verdrag genoemde doeleinden. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII 1 De Russische Partij stelt de uitrusting en andere door de Nederlandse Partij met betrekking tot een project in het kader van dit Verdrag beschikbaar gestelde materialen vrij van alle douanerechten en andere belastingen en heffingen. 2 De eigendom van alle door de Nederlandse Partij geleverde uitrusting en materialen wordt na de beëindiging van het project aan de Russische Federatie overgedragen, tenzij beide Partijen anders overeenkomen. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII 1 De Nederlandse Partij en haar officiële vertegenwoordigers die deelnemen aan het verlenen van technische samenwerking in overeenstemming met dit Verdrag zijn niet aansprakelijk voor het veroorzaken van de dood of lichamelijk letsel van derden of van schade aan de eigendom van derden als gevolg van elk handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie op het grondgebied van de Russische Federatie, behalve in het geval van letsel of schade als gevolg van: a) opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid; b) een ongeval veroorzaakt door een voertuig dat eigendom is van of dat werd bestuurd door een officiële vertegenwoordiger van de Nederlandse Partij, wanneer de schade niet kan worden verhaald op de WA-verzekering. 2 De Russische Partij spant geen civiele procedure aan tegen de Nederlandse Partij en haar officiële vertegenwoordigers die deelnemen aan het verlenen van technische samenwerking in overeenstemming met dit Verdrag en verplicht zich een claim van derden in alle gevallen genoemd in het eerste lid van dit artikel te schikken. 3 Dit artikel is niet van toepassing in het geval van schending van contractuele verplichtingen. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX Dit Verdrag laat onverlet de rechten en plichten van de Partijen krachtens andere door hen gesloten internationale overeenkomsten. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999
Artikel X — Artikel X#
Artikel X Het Verdrag kan bij overeenstemming tussen de Partijen worden herzien. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI 1 Dit Verdrag is voor onbepaalde tijd van kracht. Elke Partij kan het Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving hiervan aan de andere Partij, vijf jaar nadat het in werking is getreden. In geval van opzegging houdt het Verdrag op van kracht te zijn zes maanden na de datum van kennisgeving. 2 De beëindiging van dit Verdrag doet geen afbreuk aan de verbintenissen die zijn aangegaan met betrekking tot een project dat tijdens de werking van dit Verdrag is begonnen. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII Dit Verdrag wordt voorlopig toegepast vanaf de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop het is ondertekend en het treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de laatste schriftelijke kennisgeving dat de Partijen de voor de inwerkingtreding benodigde interne procedures hebben afgerond. 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 179 11-10-1999 01-11-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 1999 19 25-01-1999 01-02-1999 01-02-1999