Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
- BWB-id
- BWBV0001474
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-10-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0001474
- ELI
- /eli/nl/verdrag/2002/bwbv0001474
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/2002/bwbv0001474/2002-10-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0001474&g=2002-10-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0001474&z=2026-06-06&g=2002-10-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0001474/2002-10-17
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/2002/bwbv0001474
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen Protocol 2) PB nr. C 313, 23.10.1996, blz. 1. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is onder de in dit Protocol vastgestelde voorwaarden bevoegd bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak te doen over de uitlegging van deen van het op 27 september 1996opgesteldedaarbij, hierna te noemen „eerste Protocol”. 1997 40 20-02-1997 16-02-2001 2002 171 27-09-2002 17-10-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Verdrag Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen eerste Protocol Elke Lid-Staat kan door middel van een bij de ondertekening van hetafgelegde verklaring of te allen tijde na de ondertekening ervan de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om, bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak te doen over de uitlegging van deen van hetdaarbij erkennen op de in lid 2, onder a, of in lid 2, onder b, vermelde voorwaarden. 2 Elke Lid-Staat die een verklaring in de zin van lid 1 aflegt, kan daarbij aangeven dat a. Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen eerste Protocol elke rechterlijke instantie van die Lid-Staat waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen kan verzoeken, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak te doen over een vraag die in een bij deze instantie aanhangige zaak aan de orde is gekomen en die betrekking heeft op de uitlegging van deen van hetdaarbij, indien deze rechterlijke instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, of b. Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen eerste Protocol elke rechterlijke instantie van die Lid-Staat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen kan verzoeken, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak te doen over een vraag die in een bij deze instantie aanhangige zaak aan de orde is gekomen en die betrekking heeft op de uitlegging van deen van hetdaarbij, indien deze rechterlijke instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis. 1997 40 20-02-1997 16-02-2001 2002 171 27-09-2002 17-10-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie Het, en het reglement voor de procesvoering van het Hof zijn van toepassing. 2 Overeenkomstig het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft elke Lid-Staat, ongeacht of deze een verklaring in de zin van artikel 2 heeft afgelegd, het recht memoriën of schriftelijke opmerkingen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voor te leggen in zaken die uit hoofde van artikel 1 aanhangig gemaakt worden. 1997 40 20-02-1997 16-02-2001 2002 171 27-09-2002 17-10-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Dit Protocol wordt door de Lid-Staten aangenomen overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. 2 De Lid-Staten stellen de depositaris in kennis van de voltooiing van de procedures die overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen vereist zijn voor de aanneming van dit Protocol, alsmede van elke overeenkomstig artikel 2 afgelegde verklaring. 3 Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen Dit Protocol treedt in werking negentig dagen na de in lid 2 beoogde kennisgeving door de Staat die op de datum van aanneming door de Raad van de akte tot vaststelling van dit Protocol lid is van de Europese Unie en die als laatste deze formaliteit vervult. Het treedt evenwel ten vroegste gelijktijdig met dein werking. 1997 40 20-02-1997 16-02-2001 2002 171 27-09-2002 17-10-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Elke Staat die lid wordt van de Europese Unie kan tot dit Protocol toetreden. 2 De akten van toetreding worden nedergelegd bij de depositaris. 3 De door de Raad van de Europese Unie vastgestelde tekst van dit Protocol in de taal van de toetredende Lid-Staat is authentiek. 4 Dit Protocol treedt voor de toetredende Lid-Staat in werking negentig dagen na de datum van nederlegging van zijn toetredingsakte, of op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol indien dit na afloop van genoemde periode van negentig dagen nog niet in werking is getreden. 1997 40 20-02-1997 16-02-2001 2002 171 27-09-2002 17-10-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen artikel 12 Elke Staat die lid wordt van de Europese Unie en toetreedt tot deovereenkomstigdaarvan, moet de bepalingen van dit Protocol aanvaarden. 1997 40 20-02-1997 16-02-2001 2002 171 27-09-2002 17-10-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Elke Lid-Staat die Hoge Overeenkomstsluitende Partij is, kan wijzigingen in het Protocol voorstellen. Elk wijzigingsvoorstel wordt aan de depositaris toegezonden, die het aan de Raad mededeelt. 2 De wijzigingen worden vastgesteld door de Raad, die de aanneming daarvan door de Lid-Staten, overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen, aanbeveelt. 3 De aldus vastgestelde wijzigingen treden in werking volgens de bepalingen van artikel 4. 1997 40 20-02-1997 16-02-2001 2002 171 27-09-2002 17-10-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie is depositaris van dit Protocol. 2 De depositaris maakt de kennisgevingen, akten of mededelingen in verband met dit Protocol bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. 1997 40 20-02-1997 16-02-2001 2002 171 27-09-2002 17-10-2002