Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen
- BWB-id
- BWBV0001500
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-12-15
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0001500
- ELI
- /eli/nl/verdrag/2002/bwbv0001500
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/2002/bwbv0001500/2020-12-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0001500&g=2020-12-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0001500&z=2026-06-06&g=2020-12-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0001500/2020-12-15
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/2002/bwbv0001500
Artikel 1 — Artikel 1 Doel#
Artikel 1 Doel Deze Overeenkomst beoogt met betrekking tot onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland het volgende: a. het toekennen van het recht op toegang tot het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen en op het verblijf, de toegang tot een economische activiteit in loondienst, de vestiging als zelfstandige, alsmede op voortzetting van het verblijf op dit grondgebied; b. het vergemakkelijken van de verlening van diensten op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen, met name het liberaliseren van de verlening van diensten van korte duur; c. het toekennen van het recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen voor personen die in het ontvangende land geen economische activiteit uitoefenen; d. het toekennen van dezelfde levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden als die welke voor de eigen onderdanen gelden. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 2 — Artikel 2 Non-discriminatie#
Artikel 2 Non-discriminatie Onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen die legaal verblijven op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij ondervinden bij de toepassing van deze overeenkomst en overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III, geen discriminatie op grond van hun nationaliteit. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 3 — Artikel 3 Recht op toegang tot het grondgebied#
Artikel 3 Recht op toegang tot het grondgebied Het recht op toegang van de onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen tot het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wordt gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in bijlage I. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 4 — Artikel 4 Recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit#
Artikel 4 Recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit Het recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit wordt gewaarborgd, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 10 en overeenkomstig het bepaalde in bijlage I. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 5 — Artikel 5 Dienstverleners#
Artikel 5 Dienstverleners 1 Onverminderd het bepaalde in andere specifieke overeenkomsten tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst betreffende overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten), hebben dienstverleners, met inbegrip van vennootschappen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I het recht op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij een dienst te verlenen, mits de daadwerkelijke arbeidsduur niet meer dan negentig dagen per kalenderjaar bedraagt. 2 Dienstverleners hebben recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, a. indien zij op grond van het bepaalde in lid 1 of krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1 het recht hebben een dienst te verlenen; b. of, wanneer aan de voorwaarden onder a niet wordt voldaan, mits hun door de bevoegde autoriteiten van de betrokken overeenkomstsluitende partij toestemming is verleend om een dienst te verlenen. 3 Natuurlijke personen die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland en zich uitsluitend als ontvanger van diensten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen begeven, hebben het recht op toegang en verblijf. 4 De in dit artikel bedoelde rechten worden gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III. Op de in dit artikel bedoelde personen zijn de kwantitatieve beperkingen bedoeld in artikel 10 niet van toepassing. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 6 — Artikel 6 Verblijfsrecht voor personen die geen economische activiteit uitoefenen#
Artikel 6 Verblijfsrecht voor personen die geen economische activiteit uitoefenen Het recht op verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij wordt toegekend aan personen die geen economische activiteit uitoefenen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I betreffende de niet-actieve leden van de beroepsbevolking. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 7 — Artikel 7 Andere rechten#
Artikel 7 Andere rechten Overeenkomstig bijlage I regelen de overeenkomstsluitende partijen met name de hierna genoemde rechten met betrekking tot het vrije verkeer van personen: a. het recht op gelijke behandeling als de eigen onderdanen ten aanzien van de toegang tot een economische activiteit en de uitoefening daarvan, alsmede ten aanzien van de levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden; b. het recht op professionele en geografische mobiliteit, waardoor onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen zich vrij kunnen verplaatsen op het grondgebied van de ontvangende staat en daar het beroep van hun keuze kunnen uitoefenen; c. het recht om na beëindiging van een economische activiteit hun verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij voort te zetten; d. het verblijfsrecht voor gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit; e. het recht ten gunste van de gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, om een economische activiteit uit te oefenen; f. het recht om onroerend goed te verwerven, voorzover dit verband houdt met het uitoefenen van de rechten die krachtens deze Overeenkomst worden toegekend; g. tijdens de overgangsperiode: het recht op terugkeer naar het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij na het beëindigen van een economische activiteit of een verblijf op dat grondgebied, teneinde een economische activiteit uit te oefenen, alsmede het recht op omzetting van een tijdelijke verblijfsvergunning in een permanente verblijfsvergunning. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 8 — Artikel 8 Coördinatie van de stelsels voor sociale zekerheid#
Artikel 8 Coördinatie van de stelsels voor sociale zekerheid De overeenkomstsluitende partijen coördineren overeenkomstig bijlage II hun stelsels voor sociale zekerheid, met name met het oog op: a. gelijke behandeling; b. vaststelling van de toepasselijke wetgeving; c. cumulatie van de perioden die volgens de verschillende nationale wetgevingen bepalend zijn voor het verkrijgen en behouden van het recht op uitkeringen en voor het berekenen van deze uitkeringen; d. betaling van uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen verblijven; e. wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking tussen de autoriteiten en de instellingen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 9 — Artikel 9 Diploma's, certificaten en andere getuigschriften#
Artikel 9 Diploma's, certificaten en andere getuigschriften Teneinde voor onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland de toegang tot en het uitoefenen van werkzaamheden in loondienst en als zelfstandige, alsmede het verlenen van diensten, te vereenvoudigen, nemen de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig bijlage III de nodige maatregelen met betrekking tot de wederzijdse erkenning van diploma's, en andere getuigschriften en de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de toegang tot en het verrichten van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, en het verlenen van diensten. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 10 — Artikel 10 Overgangsbepalingen en ontwikkeling van de Overeenkomst#
Artikel 10 Overgangsbepalingen en ontwikkeling van de Overeenkomst 1 Gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan Zwitserland kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang tot een economische activiteit voor de volgende categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen. Vanaf het begin van het zesde jaar worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap afgeschaft. 1bis Zwitserland kan tot en met 31 mei 2007 kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang in Zwitserland van werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en zulks voor de volgende categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen. Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van de nieuwe lidstaten. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van in Zwitserland werkzame werknemers zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen tot en met 31 mei 2009. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op 31 mei 2007. Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek afgeschaft. Deze lidstaten kunnen voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van Zwitserse onderdanen invoeren. 1ter Protocol bij deze Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië Zwitserland kan gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het, kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang in Zwitserland van werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Republiek Bulgarije en Roemenië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen kwantitatieve beperkingen. Protocol Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van de nieuwe lidstaten. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van in Zwitserland werkzame werknemers zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar. Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de Republiek Bulgarije en Roemenië afgeschaft. Deze lidstaten kunnen voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van Zwitserse onderdanen invoeren. 1quater protocol bij deze overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië Zwitserland kan gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het, kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang van werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van Kroatië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen. protocol Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van Kroatië. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van werknemers die in Zwitserland in loondienst zijn zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode aan het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar. Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Kroatië afgeschaft. Kroatië kan voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Zwitserland invoeren. 2 artikel 5 Gedurende ten hoogste twee jaar kunnen de overeenkomstsluitende partijen de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij, waaronder de inbedoelde personen die dienstverleners zijn. Vóór het einde van het eerste jaar onderzoekt het Gemengd Comité of het noodzakelijk is deze beperkingen te handhaven. Het Gemengd Comité kan de maximale periode van twee jaar verkorten. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen betreffende het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst inzake de sector overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten) zijn geliberaliseerd. 2bis Verordening (EEG) nr. 3037/90 Verordening (EG) nr. 29/2002 NACE:van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bijvan de Commissie van 19 december 2001 (PB L 6 van 10.1.2002, blz. 3). Werknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 bis vermelde contigenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. artikel 5, lid 1 Zwitserland en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek kunnen tot en met 31 mei 2007 voor werknemers van een van die andere overeenkomstsluitende partij die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: diensten in verband met de tuinbouw, bouwnijverheid en aanverwante activiteiten, beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACE-codes 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in, van de Overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 bis, 2 bis, 3 bis en 4 bis vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers die onderdaan van de nieuwe lidstaten zijn boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maandenen voor personen die diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren, waarnaar in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst wordt verwezen. Vóór 31 mei 2007 onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door één van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk op 31 mei 2007 kan de overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen tot 31 mei 2009. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op 31 mei 2007. Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft. 2ter Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en van Roemenië Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten 1) NACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1). 2) Werknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 ter vermelde contingenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. artikel 5, lid 1 Zwitserland en de Republiek Bulgarije en Roemenië kunnen gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het, voor werknemers van een van die andere overeenkomstsluitende partijen die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: diensten in verband met de tuinbouw, bouwnijverheid en aanverwante activiteiten, beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACE-codes 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in, van de Overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 ter, 2 ter, 3 ter en 4 quater vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers die onderdaan van de nieuwe lidstaten zijn boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maandenen voor personen die diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren, waarnaar in artikel 5, lid 1, van deze Overeenkomst wordt verwezen. Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het, onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door één van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol kan de overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar. Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft. 2quater protocol bij deze overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië 2) NACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1). 3) Werknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 quater vermelde contingenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. artikel 5, lid 1 artikel 5, lid 1 Zwitserland en Kroatië kunnen gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het, voor werknemers van een van deze overeenkomstsluitende partijen die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: tuinbouw; bouwnijverheid en aanverwante activiteiten; beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACE-codes01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in, van de overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 quater, 2 quater, 3 quater en 4 quinquies vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers van Kroatië boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voor zover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maandenen voor personen die de in, van deze overeenkomst bedoelde diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren. protocol bij deze overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het, onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door elk van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol kan een overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode aan het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar. Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft. 3 Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst reserveert Zwitserland, tot het einde van het vijfde jaar, binnen zijn totale contingenten de volgende minimale aantallen nieuwe verblijfsvergunningen voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap: verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer: 15 000 per jaar; verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar: 115 000 per jaar. 3bis Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de hieronder genoemde nieuwe lidstaten Deze vergunningen worden verleend naast de in artikel 10 van de Overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de Overeenkomst (21 juni 1999) of onderdaan zijn van de Republiek Cyprus en de Republiek Malta. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten inzake de uitwisseling van stagiairs. Vanaf de inwerkingtreding van heten tot het einde van de in lid 1 bis bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (pro rata temporis) binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor in Zwitserland werkzame werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningenovereenkomstig het volgende schema: Tot en met Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar 31 mei 2005 900 9000 31 mei 2006 1 300 12 400 31 mei 2007 1 700 15 800 31 mei 2008 2 200 19 200 31 mei 2009 2 600 22 600 3ter Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië 3) Deze vergunningen worden verleend naast het in artikel 10 van de Overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de Overeenkomst (21 juni 1999) en van de lidstaten die door het Protocol van 2004 overeenkomstsluitende partij werden bij deze Overeenkomst. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de nieuwe lidstaten inzake de uitwisseling van stagiairs. Vanaf de inwerkingtreding van heten tot het einde van de in lid 1 ter bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (pro rata temporis) binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor in Zwitserland werkzame werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de nieuwe lidstaten een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningenovereenkomstig het volgende schema: Periode Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar Tot het einde van het eerste jaar 362 3 620 Tot het einde van het tweede jaar 523 4 987 Tot het einde van het derde jaar 684 6 355 Tot het einde van het vierde jaar 885 7 722 Tot het einde van het vijfde jaar 1 046 9 090 3quater protocol bij de overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië pro rata temporis 4) Deze vergunningen worden verleend naast de in artikel 10 van de overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de overeenkomst (21 juni 1999) en van de lidstaten die door de protocollen van 2004 en 2008 overeenkomstsluitende partij werden bij deze overeenkomst. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de nieuwe lidstaten inzake de uitwisseling van stagiairs. Vanaf de inwerkingtreding van heten tot het einde van de in lid 1 quater bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (), binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van Kroatië een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningenovereenkomstig het volgende schema: Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar Eerste jaar 54 543 Tweede jaar 78 748 Derde jaar 103 953 Vierde jaar 133 1.158 Vijfde jaar 250 2.000 3quinquies Indien Zwitserland en/of Kroatië op werknemers die op hun eigen grondgebied werken, de maatregelen toepassen die worden beschreven in de leden 1 quater, 2 quater en 3 quater als gevolg van ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of de dreiging daarvan, stellen zij het Gemengd Comité voor het einde van de in lid 1 quater bedoelde termijn in kennis van de omstandigheden. Het Gemengd Comité beslist of het kennisgevende land overgangsmaatregelen kan blijven toepassen op basis van de kennisgeving. Als het comité een gunstig advies geeft, kan het kennisgevende land de in de leden 1 quater, 2 quater en 3 quater bedoelde maatregelen gedurende zeven jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 quater bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan: . Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar Zesde jaar 260 2.100 Zevende jaar 300 2.300 4 Ongeacht het bepaalde in lid 3 wordt door de overeenkomstsluitende partijen het volgende overeengekomen: indien na vijf jaar, doch niet langer dan twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de in lid 1 bedoelde categorieën dat in een bepaald jaar is afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap meer dan 10% hoger is dan het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, kan Zwitserland voor het volgende jaar het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van die categorie voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5%. Het volgende jaar kan het aantal tot datzelfde niveau worden beperkt. Ongeacht het bepaalde in de voorgaande alinea mag het aantal nieuw af te geven verblijfsvergunningen aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap niet worden beperkt tot minder dan 15 000 per jaar voor nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer en 115 000 per jaar voor nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar. 4bis Aan het einde van de in lid 1 bis en in onderhavig lid bedoelde periode en tot twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, zijn de bepalingen van artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst van toepassing. In geval van ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of gevaar voor zulke verstoringen stellen Zwitserland en elk van de nieuwe lidstaten die de overgangsregeling hebben toegepast, het Gemengd Comité daarvan uiterlijk op 31 mei 2009 in kennis. In dat geval kan het kennisgevende land de in de leden 1 bis, 2 bis en 3 bis bedoelde maatregelen tot 30 april 2011 blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 bis bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan: Tot en met Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar 31 mei 2010 2 800 26 000 30 april 2011 3 000 29 000 4ter Wanneer Malta verstoringen van de arbeidsmarkt ondervindt of voorziet die een serieuze bedreiging kunnen vormen voor de levensstandaard of het werkgelegenheidspeil in een bepaalde regio of binnen een bepaalde beroepsgroep, en besluit de bepalingen van afdeling 2 „Vrij verkeer van personen” van bijlage XI bij de Toetredingsakte toe te passen, kunnen de beperkende maatregelen die Malta ten aanzien van de overige EU-lidstaten heeft getroffen ook op Zwitserland worden toegepast. In dat geval kan Zwitserland gelijkwaardige maatregelen nemen ten aanzien van Malta. Malta en Zwitserland kunnen van deze procedure gebruik maken tot 30 april 2011. 4quater Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië artikel 10, lid 4 Aan het einde van de in lid 1 ter en in onderhavig lid bedoelde periode en tot tien jaar na de inwerkingtreding van het, zijn de bepalingen van, van deze Overeenkomst van toepassing op onderdanen van die nieuwe lidstaten. In het geval van ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of gevaar voor zulke verstoringen stellen Zwitserland en elk van de nieuwe lidstaten die de overgangsregeling hebben toegepast, het Gemengd Comité daarvan in kennis vóór het einde van de in lid 2 ter, tweede alinea, bedoelde overgangsperiode van vijf jaar. In dat geval kan het kennisgevende land de in de leden 1 ter, 2 ter en 3 ter bedoelde maatregelen gedurende zeven jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 ter bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan: Periode Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar Tot het einde van het zesde jaar 1 126 10 457 Tot het einde van het zevende jaar 1 207 11 664 4quinquies Aan het eind van de in de leden 1 quater en 3 quinquies beschreven periode en tot aan het einde van het tiende jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij de overeenkomst inzake de deelname van Kroatië als overeenkomstsluitende partij, zijn de volgende bepalingen van toepassing: Indien het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de categorieën als bedoeld in lid 1 quater, afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen van Kroatië in een bepaald jaar meer dan 10 % hoger is dan het gemiddelde over de laatste drie jaar voorafgaand aan het referentiejaar, kan Zwitserland, voor het toepassingsjaar, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5 %, en het aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 10 %. Vergunningen kunnen worden beperkt tot hetzelfde aantal voor het jaar volgende op het toepassingsjaar. In afwijking van de voorgaande alinea kunnen aan het einde van het zesde en zevende referentiejaar de volgende bepalingen gelden: Indien het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de categorieën als bedoeld in lid 1 quater, afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië in een bepaald jaar meer dan 10 % hoger is dan het gemiddelde over het laatste jaar voorafgaand aan het referentiejaar, kan Zwitserland, voor het toepassingsjaar, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5 %, en het aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 10 %. Vergunningen kunnen worden beperkt tot hetzelfde aantal voor het jaar volgende op het toepassingsjaar. 4sexies Voor de toepassing van artikel 4 quinquies gelden de volgende definities: 1) „referentiejaar”: een bepaald jaar dat wordt berekend vanaf de eerste dag van de maand waarin het protocol in werking treedt; 2) „toepassingsjaar”: het jaar volgende op het referentiejaar. 5 artikel 7 De overgangsbepalingen van de leden 1 tot en met 4, met name die van lid 2 inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op geografische en professionele mobiliteit. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in. 5bis De overgangsbepalingen van de leden 1 bis, 2 bis, 3 bis, 4 bis en 4 ter, en met name die van lid 2 bis inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de hieronder genoemde nieuwe lidstaten reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op professionele en geografische mobiliteit. artikel 7 Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in. 5ter Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en van Roemenië De overgangsbepalingen van de leden 1 ter, 2 ter, 3 ter, en 4 quater, en met name die van lid 2 ter inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van hetreeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op professionele en geografische mobiliteit. artikel 7 Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van voornoemd Protocol de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in. 5quater De overgangsbepalingen van de leden 1 quater, 2 quater, 3 quater, en 4 quinquies, en met name die van lid 2 quater inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van het protocol bij de overeenkomst betreffende de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Die personen hebben met name recht op beroepsmobiliteit en geografische mobiliteit. artikel 7 Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van voornoemd protocol de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze overeenkomst, in het bijzonder in. 6 Zwitserland verstrekt het Gemengd Comité regelmatig en tijdig de relevante statistieken en inlichtingen, met inbegrip van de maatregelen ter uitvoering van lid 2. Elk van de overeenkomstsluitende partijen kan verzoeken om een onderzoek van de situatie door het Gemengd Comité. 7 Voor grensarbeiders gelden geen kwantitatieve beperkingen. 8 Overgangsbepalingen met betrekking tot de sociale zekerheid en de teruggave van werkloosheidsverzekeringspremies zijn opgenomen in het Protocol in bijlage II. 2017 8 17-01-2017 2017 8 17-01-2017 01-01-2017 Art. 3 van Trb. 2017/8 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 11 — Artikel 11 Behandeling van beroep#
Artikel 11 Behandeling van beroep 1 De personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is, hebben het recht bij de bevoegde autoriteiten beroep aan te tekenen met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst. 2 Het beroep dient binnen een redelijke termijn te worden behandeld. 3 Bij een beslissing in een beroepsprocedure, of indien niet binnen een redelijke termijn een besluit wordt genomen, kunnen de personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is in beroep gaan bij de nationale bevoegde rechterlijke instantie. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 12 — Artikel 12 Gunstiger bepalingen#
Artikel 12 Gunstiger bepalingen Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan eventuele gunstigere nationale bepalingen ten aanzien van de onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen en hun gezinsleden. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 13 — Artikel 13 Standstill#
Artikel 13 Standstill De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe ten aanzien van onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij geen nieuwe beperkende maatregelen te treffen met betrekking tot het toepassingsgebied van de Overeenkomst. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 14 — Artikel 14 Gemengd Comité#
Artikel 14 Gemengd Comité 1 Er wordt een Gemengd Comité ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen, dat belast wordt met het beheer en de correcte toepassing van de Overeenkomst. Dit Comité doet daartoe aanbevelingen. Het neemt besluiten in de gevallen waarin de Overeenkomst voorziet. Het Gemengd Comité doet zijn uitspraken in onderlinge overeenstemming. 2 In geval van ernstige problemen van economische of sociale aard komt het Gemengd Comité op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen bijeen teneinde te onderzoeken welke maatregelen kunnen worden genomen om deze problemen op te lossen. Het Gemengd Comité kan een besluit nemen over de te nemen maatregelen binnen zestig dagen na de datum van het verzoek. Deze termijn kan door het Gemengd Comité worden verlengd. De maatregelen zijn, wat hun toepassingsgebied en hun duur betreft, beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om voor de situatie een oplossing te vinden. Bij de keuze van maatregelen moet de voorkeur worden gegeven aan maatregelen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren. 3 Met het oog op de correcte tenuitvoerlegging van de Overeenkomst wisselen de overeenkomstsluitende partijen regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen overleg in het Gemengd Comité. 4 Het Gemengd Comité komt bijeen wanneer daaraan behoefte bestaat, doch ten minste éénmaal per jaar. Elk overeenkomstsluitende partij kan een verzoek indienen om een vergadering te beleggen. Het Gemengd Comité komt bijeen binnen vijftien dagen na de indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek. 5 Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde op, waarin onder meer voorschriften voor het bijeenroepen van een vergadering, de aanwijzing van de voorzitter en de vaststelling van diens taken zijn vervat. 6 Het Gemengd Comité kan besluiten werkgroepen of groepen van deskundigen op te richten om zich bij de uitvoering van zijn taken te laten bijstaan. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 15 — Artikel 15 Bijlagen en protocollen#
Artikel 15 Bijlagen en protocollen De bijlagen en protocollen bij deze Overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel. Verklaringen zijn opgenomen in de slotakte. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 16 — Artikel 16 Verwijzing naar het Gemeenschapsrecht#
Artikel 16 Verwijzing naar het Gemeenschapsrecht 1 Om de doeleinden van de Overeenkomst te bereiken nemen de overeenkomstsluitende partijen alle maatregelen die vereist zijn om in hun betrekkingen rechten en verplichtingen toe te passen die gelijkwaardig zijn met die welke zijn vervat in de rechtsbesluiten van de Europese Gemeenschap waarnaar wordt verwezen. 2 Voor zover de toepassing van deze Overeenkomst begrippen van het Gemeenschapsrecht, beroert, wordt de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die vóór de datum van ondertekening van de Overeenkomst tot stand is gekomen in aanmerking genomen. Jurisprudentie die na de ondertekening van de Overeenkomst tot stand komt wordt ter kennis gebracht van Zwitserland. Met het oog op de goede werking van de Overeenkomst bepaalt het Gemengd Comité op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen welke de implicaties van deze jurisprudentie zijn. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 17 — Artikel 17 Ontwikkeling van het recht#
Artikel 17 Ontwikkeling van het recht 1 Zodra een der overeenkomstsluitende partijen een aanvang maakt met de procedure voor aanname van een wijziging van haar interne wetgeving, of op een van de gebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is een wijziging optreedt in de jurisprudentie van de rechtsinstanties van de overeenkomstsluitende partijen wier beslissingen in het kader van het interne recht niet voor beroep ontvankelijk zijn, stelt deze overeenkomstsluitende partij de andere overeenkomstsluitende partijen daarvan in kennis via het Gemengd Comité. 2 Het Gemengd Comité bespreekt de gevolgen die een dergelijke wijziging zou kunnen hebben voor de goede werking van de Overeenkomst. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 18 — Artikel 18 Wijziging van de Overeenkomst#
Artikel 18 Wijziging van de Overeenkomst Indien een der overeenkomstsluitende partijen de Overeenkomst wenst te wijzigen, legt zij een voorstel daartoe aan het Gemengd Comité voor. De wijziging van de Overeenkomst treedt in werking zodra de overeenkomstsluitende partijen hun respectieve interne procedures hebben voltooid; wijzigingen van de bijlagen II of III worden echter vastgesteld door het Gemengd Comité en kunnen onmiddellijk na het daartoe strekkende besluit in werking treden. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 19 — Artikel 19 Beslechting van geschillen#
Artikel 19 Beslechting van geschillen 1 De overeenkomstsluitende partijen kunnen elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van de Overeenkomst aan het Gemengd Comité voorleggen. 2 Het Gemengd Comité kan het geschil beslechten. Het Gemengd Comité krijgt de beschikking over alle nuttige inlichtingen om de situatie diepgaand te onderzoeken en een aanvaardbare oplossing te vinden. Het Gemengd Comité onderzoekt hiertoe alle mogelijkheden waardoor de goede werking van de Overeenkomst behouden kan blijven. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 20 — Artikel 20 Verband met bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid#
Artikel 20 Verband met bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid Behoudens uit bijlage II voortvloeiende andersluidende bepalingen, worden bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Gemeenschap inzake sociale zekerheid met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst opgeschort, voorzover dezelfde materie bij de onderhavige Overeenkomst wordt geregeld. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 21 — Artikel 21 Verband met bilaterale overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing#
Artikel 21 Verband met bilaterale overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing 1 Aan het bepaalde in bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Gemeenschap inzake dubbele belastingheffing wordt geen afbreuk gedaan door het bepaalde in de onderhavige Overeenkomst. Het bepaalde in de onderhavige Overeenkomst heeft met name geen gevolgen voor de definitie van het begrip „grensarbeider" volgens overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing. 2 Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst kan worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de overeenkomstsluitende partijen om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscale wetgeving onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich in verschillende situaties bevinden, met name wat hun woonplaats betreft. 3 Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst vormt een beletsel voor de overeenkomstsluitende partijen om een maatregel vast te stellen of toe te passen met het oog op de heffing, betaling en doeltreffende inning van belastingen of ter vermijding van belastingontduiking, overeenkomstig de nationale fiscale wetgeving van een overeenkomstsluitende partij, overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing waarbij enerzijds Zwitserland en anderzijds een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn gebonden, of andere fiscale regelingen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 22 — Artikel 22 Verband met bilaterale overeenkomsten op andere gebieden dan sociale zekerheid of dubbele belastingheffing#
Artikel 22 Verband met bilaterale overeenkomsten op andere gebieden dan sociale zekerheid of dubbele belastingheffing 1 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 20 en 21 is deze Overeenkomst niet van invloed op overeenkomsten waarbij enerzijds Zwitserland en anderzijds een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn gebonden, zoals overeenkomsten inzake particulieren, economische subjecten, grensoverschrijdende samenwerking of klein grensverkeer, voorzover deze overeenkomsten met de onderhavige Overeenkomst verenigbaar zijn. 2 Zijn deze overeenkomsten niet verenigbaar met de onderhavige Overeenkomst, dan prevaleert deze laatste. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 23 — Artikel 23 Verworven rechten#
Artikel 23 Verworven rechten Wanneer de Overeenkomst wordt opgezegd of niet wordt verlengd, worden de door particulieren verworven rechten niet aangetast. De overeenkomstsluitende partijen treffen in onderling overleg een regeling voor gevallen waarin rechten nog niet volledig zijn verworven. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 24 — Artikel 24 Territoriaal toepassingsgebied#
Artikel 24 Territoriaal toepassingsgebied Deze Overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied van Zwitserland en anderzijds de grondgebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de voorwaarden waarin dat Verdrag voorziet. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 25 — Artikel 25 Inwerkingtreding en looptijd#
Artikel 25 Inwerkingtreding en looptijd 1 Deze Overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen procedures. De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van de laatste kennisgeving van nederlegging van de akten van bekrachtiging of goedkeuring voor elk van de onderstaande zeven overeenkomsten: – Overeenkomst over het vrije verkeer van personen; – Overeenkomst inzake luchtvervoer; – Overeenkomst inzake het goederen- en personenvervoer per spoor en over de weg; – Overeenkomst inzake de handel in landbouwproducten; – Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling; – Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten; – Overeenkomst betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking. 2 Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van zeven jaar. Zij wordt daarna voor onbepaalde tijd verlengd, tenzij de Europese Gemeenschap of Zwitserland vóór het einde van de eerste periode aan de andere overeenkomstsluitende partij kennisgeving doet van het tegendeel. Wordt een dergelijke kennisgeving verricht, dan is lid 4 van toepassing. 3 De Europese Gemeenschap en Zwitserland kunnen de Overeenkomst opzeggen door de andere overeenkomstsluitende partij daarvan kennisgeving te doen. Wordt een dergelijke kennisgeving verricht, dan is lid 4 van toepassing. 4 Zes maanden na de ontvangst van de kennisgeving van niet-verlenging bedoeld in lid 2 of van de kennisgeving van opzegging bedoeld in lid 3, houden de in lid 1 genoemde zeven overeenkomsten op van toepassing te zijn. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 1 — Artikel 1 Toegang tot en verlaten van het grondgebied#
Artikel 1 Toegang tot en verlaten van het grondgebied 1 De overeenkomstsluitende partijen laten onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen, hun gezinsleden als bedoeld in artikel 3 van deze bijlage, alsmede uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage, toe tot hun grondgebied op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of een geldig paspoort. Er mag geen visumplicht of gelijkwaardige verplichting worden ingesteld, behalve voor gezinsleden of uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage die niet de nationaliteit van een overeenkomstsluitende partij bezitten. De betrokken overeenkomstsluitende partij verleent deze personen alle faciliteiten om de eventueel benodigde visa te verkrijgen. 2 De overeenkomstsluitende partijen erkennen het recht van de onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen, van hun gezinsleden als bedoeld in artikel 3 van deze bijlage, alsmede van uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage, om hun grondgebied te verlaten op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of een geldig paspoort. De overeenkomstsluitende partijen mogen de onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen niet verplichten over een uitreisvisum te beschikken of hun een andere gelijkwaardige verplichting opleggen. De overeenkomstsluitende partijen verstrekken deze onderdanen, overeenkomstig hun wetgeving, een identiteitsbewijs of een paspoort waarin onder meer hun nationaliteit wordt vermeld, of verlengen dit. Het paspoort dient geldig te zijn voor ten minste alle overeenkomstsluitende partijen en tussenliggende landen. Indien het paspoort het enige geldige reisdocument is waarmee het land mag worden verlaten, dient de geldigheidsduur ten minste vijf jaar te bedragen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 2 — Artikel 2 Verblijf en economische activiteit#
Artikel 2 Verblijf en economische activiteit 1 Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen in het kader van de overgangsperiode, zoals vastgesteld in artikel 10 van de Overeenkomst en in hoofdstuk VII van deze bijlage, hebben de onderdanen van een overeenkomstsluitende partij het recht te verblijven en een economische activiteit uit te oefenen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met IV. Dit recht blijkt uit de afgifte van een verblijfsvergunning of een specifieke vergunning voor grensarbeiders. Onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen hebben tevens het recht zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij te begeven, dan wel hun verblijf voort te zetten na afloop van een dienstverband van minder dan één jaar, teneinde daar werk te zoeken en gedurende een redelijke termijn, die zes maanden mag duren, te verblijven, zodat zij kennis kunnen nemen van arbeidsmogelijkheden die met hun beroepskwalificaties overeenstemmen, en in voorkomend geval het nodige kunnen doen om een arbeidsplaats te verwerven. Werkzoekenden hebben op het grondgebied van de desbetreffende overeenkomstsluitende partij recht op dezelfde bijstand als door de arbeidsbureaus van dat land wordt verleend aan de eigen onderdanen. Zij kunnen gedurende dit verblijf worden uitgesloten van sociale bijstand. 2 Onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen die in de ontvangende Staat geen economische activiteit uitoefenen en geen verblijfsrecht genieten uit hoofde van andere bepalingen van deze Overeenkomst, genieten een verblijfsrecht wanneer zij voldoen aan de in hoofdstuk V gestelde voorwaarden. Dit recht blijkt uit de afgifte van een verblijfsvergunning. 3 De verblijfsvergunning of de bijzondere vergunning voor onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen wordt kosteloos afgegeven en verlengd, of tegen betaling van een bedrag dat niet hoger is dan de leges die voor de afgifte van identiteitsbewijzen aan de eigen onderdanen worden geheven. De overeenkomstsluitende partijen nemen de nodige maatregelen om de formaliteiten en procedures voor het verkrijgen van deze documenten zo veel mogelijk te vereenvoudigen. 4 De overeenkomstsluitende partijen kunnen de onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen verplichten hun aanwezigheid op hun grondgebied te melden. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 3 — Artikel 3 Gezinsleden#
Artikel 3 Gezinsleden 1 De gezinsleden van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij die over een verblijfstitel beschikt hebben het recht zich bij deze persoon te vestigen. Werknemers dienen te beschikken over woonruimte voor hun gezin die gebruikelijk kan worden geacht voor de nationale werknemers in de regio waar zij werkzaam zijn; deze bepaling mag echter niet leiden tot discriminatie tussen nationale werknemers en werknemers afkomstig uit de andere overeenkomstsluitende partij. 2 Als gezinsleden van een werknemer worden beschouwd, ongeacht hun nationaliteit: De overeenkomstsluitende partijen begunstigen de toelating van gezinsleden die niet onder de bepalingen van a, b of c van dit lid vallen, indien deze gezinsleden ten laste komen van de onderdaan van een overeenkomstsluitende partij, of in het land van herkomst bij hem wonen. a. de echtgenoot en de nakomelingen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt of die ten laste van de werknemer komen; b. de (voor)ouders en de (voor)ouders van de echtgenoot, indien die ten laste van de werknemer komen; c. in het geval van studerenden: de echtgenoot en de ten laste komende kinderen. 3 Voor de afgifte van een verblijfsvergunning aan de gezinsleden van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij mogen de overeenkomstsluitende partijen geen andere documenten verlangen dan de hierna genoemde: a. het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen; b. een door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of van herkomst afgegeven document waaruit de graad van verwantschap blijkt; c. voor ten laste komende personen: een door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of van herkomst afgegeven document waaruit blijkt dat de betrokken persoon ten laste komt van de in lid 1 bedoelde persoon, of in dat land bij die persoon woont. 4 De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning die aan een gezinslid wordt afgegeven is gelijk aan die van de verblijfsvergunning die is afgegeven aan de persoon van wie het gezinslid afhankelijk is. 5 De echtgenoot en de kinderen van minder dan 21 jaar van een persoon die een verblijfsrecht heeft of die te zijnen laste komen, hebben ongeacht hun nationaliteit het recht op toegang tot een economische activiteit. 6 De kinderen van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij die op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij al dan niet een economische activiteit uitoefent of heeft uitgeoefend, worden tot het algemeen onderwijs, het leerlingstelsel en het beroepsonderwijs toegelaten onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van het ontvangende land, indien deze kinderen op het grondgebied van dit land verblijven. De overeenkomstsluitende partijen bevorderen initiatieven die beogen dat deze kinderen het eerder genoemde onderwijs onder de best mogelijke omstandigheden kunnen volgen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 4 — Artikel 4 Recht op voortzetting van het verblijf#
Artikel 4 Recht op voortzetting van het verblijf 1 Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij en hun gezinsleden hebben het recht op voortzetting van hun verblijf op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij na beëindiging van hun economische activiteit. 2 Verordening (EEG) nr. 1251/70 Richtlijn 75/34/EEG 1) Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. 1 Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naar(PB L 142 van 30.6.1970, blz. 24)en(PB L 14 van 20.1.1975, blz. 10). 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 5 — Artikel 5 Openbare orde#
Artikel 5 Openbare orde 1 De krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst verleende rechten kunnen slechts worden beperkt door maatregelen ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid. 2 Richtlijnen 64/221/EEG 1 Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. 1 Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. 1 Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naar de(PB 56 van 4.4.1964, blz. 850), 72/194/EEG (PB L 121 van 26.5.1972, blz. 32)en 75/35/EEG (PB L 14 van 20.1.1975, blz. 10). 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 6 — Artikel 6 Regels betreffende het verblijf#
Artikel 6 Regels betreffende het verblijf 1 Aan werknemers in loondienst die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij (hierna „werknemers" genoemd) en die gedurende ten minste één jaar werkzaam zijn bij een werkgever in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar vanaf de datum van afgifte. Deze verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar. Bij de eerste verlenging kan de geldigheidsduur worden beperkt, echter niet tot minder dan één jaar, wanneer de houder op dat moment gedurende meer dan twaalf achtereenvolgende maanden onvrijwillig werkloos is geweest. 2 Aan werknemers die gedurende een periode van meer dan drie maanden, doch minder dan één jaar, werkzaam zijn bij een werkgever in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur die gelijk is aan de looptijd van de arbeidsovereenkomst. Werknemers die gedurende minder dan drie maanden werkzaam zijn, hebben geen verblijfsvergunning nodig. 3 Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van werknemers geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde: a. het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen; b. een verklaring van de werkgever waarin deze verklaart dat de betrokken persoon bij hem of haar in loondienst werkzaam is of zal zijn. 4 De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven. 5 Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning. 6 Intrekking van een geldige verblijfsvergunning van een werknemer, uitsluitend omdat deze geen werkzaamheden meer verricht, is niet toegestaan; dit geldt zowel wanneer de betrokkene als gevolg van een ziekte of ongeval tijdelijk arbeidsongeschikt is, als wanneer hij of zij onvrijwillig werkloos is en als zodanig bij het bevoegde arbeidsbureau is ingeschreven. 7 De vervulling van de formaliteiten voor de verkrijging van de verblijfsvergunning mag geen beletsel vormen voor de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de arbeidsovereenkomst die door de aanvrager is gesloten. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 86 23-08-2000 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 7 — Artikel 7 Grensarbeiders#
Artikel 7 Grensarbeiders 1 Een grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij, en die in loondienst werkzaam is op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar woning terugkeert, of ten minste eenmaal per week. 2 Grensarbeiders hebben geen verblijfsvergunning nodig. Niettemin kan de bevoegde autoriteit van de staat waar een grensarbeider werkzaam is, deze een bijzondere vergunning verstrekken voor een periode van ten minste vijf jaar of voor de duur van zijn of haar dienstverband, indien die meer bedraagt dan drie maanden, doch minder dan één jaar. De verblijfsvergunning wordt voor een periode van ten minste vijf jaar verlengd, mits de grensarbeider kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit uitoefent. 3 De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 86 23-08-2000 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 8 — Artikel 8 Professionele en geografische mobiliteit#
Artikel 8 Professionele en geografische mobiliteit 1 Werknemers in loondienst hebben het recht op professionele en geografische mobiliteit op het gehele grondgebied van het ontvangende land. 2 Professionele mobiliteit houdt in verandering van werkgever, van dienstverband en van beroep en verwisseling van werkzaamheden in loondienst voor werkzaamheden als zelfstandige. Geografische mobiliteit houdt in verandering van arbeids- en verblijfplaats. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 86 23-08-2000 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 9 — Artikel 9 Gelijke behandeling#
Artikel 9 Gelijke behandeling 1 Ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, met name op het gebied van bezoldiging, ontslag en herintreding en herplaatsing na een periode van werkloosheid, mogen werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij niet op grond van hun nationaliteit anders worden behandeld dan nationale werknemers. 2 Werknemers in loondienst en hun in artikel 3 van deze bijlage bedoelde gezinsleden genieten op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij dezelfde fiscale en sociale voordelen als nationale werknemers en hun gezinsleden. 3 Zij genieten tevens op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als nationale werknemers recht op onderwijs aan instellingen voor beroepsonderwijs en instellingen voor herscholing en bijscholing. 4 Bepalingen van collectieve of individuele arbeidsovereenkomsten, alsmede andere collectieve overeenkomsten betreffende de toegang tot een arbeidsplaats, de arbeid, de bezoldiging en andere arbeidsvoorwaarden en regels voor ontslag, zijn van rechtswege nietig, indien daarin voorwaarden zijn vervat of toegestaan die discriminerend zijn voor niet-nationale werknemers die onderdaan zijn van de overeenkomstsluitende partijen. 5 Werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij en werkzaam zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, genieten gelijke behandeling ten aanzien van het lidmaatschap van vakbondsorganisaties en de uitoefening van vakbondsrechten, waaronder het stemrecht en het recht op toegang tot een bestuursfunctie in een vakbondsorganisatie; deze werknemers kunnen worden uitgesloten van deelname aan het beheer van publiekrechtelijke instellingen en de uitoefening van een publiekrechtelijke taak. Deze werknemers hebben tevens het recht om te worden verkozen in vertegenwoordigende lichamen van werknemers in een onderneming. Deze bepalingen doen geen afbreuk aan wet- of regelgeving waarin in de ontvangende staat aan werknemers die afkomstig zijn van de andere overeenkomstsluitende partij ruimere rechten worden toegekend. 6 Onverminderd het bepaalde in artikel 26 van deze bijlage, komen werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij en werkzaam zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, in aanmerking voor alle rechten en alle voordelen die worden toegekend aan nationale werknemers ten aanzien van huisvesting, waaronder de mogelijkheid om de benodigde huisvesting in eigendom te verwerven. Deze werknemers kunnen zich in de regio waar zij werkzaam zijn, op dezelfde wijze als nationale werknemers, laten inschrijven als woningzoekende wanneer woningzoekenden daar worden geregistreerd; zij genieten de voordelen en urgentiebepalingen die daaruit voortvloeien. Gezinsleden van deze werknemers die in het land van herkomst zijn achtergebleven worden in dit verband geacht in dezelfde regio woonachtig te zijn, mits voor nationale werknemers een soortgelijke bepaling geldt. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 10 — Artikel 10 Werkzaamheden in overheidsdienst#
Artikel 10 Werkzaamheden in overheidsdienst Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die werkzaamheden in loondienst verrichten, kunnen worden uitgesloten van overheidsambten die verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag en ten doel hebben de algemene belangen van de staat of van andere overheden te behartigen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 11 — Artikel 11 Samenwerking op het gebied van arbeidsbemiddeling#
Artikel 11 Samenwerking op het gebied van arbeidsbemiddeling European Employment Services De overeenkomstsluitende partijen werken samen in het kader van het Eures-netwerk (), met name om werkzoekenden en potentiële werkgevers met elkaar in contact te brengen en aangeboden en gevraagde arbeidsplaatsen onderling te compenseren, alsmede om informatie uit te wisselen over de situatie op de arbeidsmarkt en levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 12 — Artikel 12 Regels betreffende het verblijf#
Artikel 12 Regels betreffende het verblijf 1 Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wensen te vestigen teneinde anders dan in loondienst een activiteit uit te oefenen (hierna „zelfstandigen" genoemd), wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van afgifte, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten kunnen aantonen dat zij zich met dat doel hebben gevestigd of wensen te vestigen. 2 De verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar, mits de zelfstandige bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit anders dan in loondienst uitoefent. 3 Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van zelfstandigen geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde: a. het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen; b. het in lid l of lid 2 bedoelde bewijsstuk. 4 De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven. 5 Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning. 6 Een geldige verblijfsvergunning mag ten aanzien van de in lid l bedoelde personen niet worden ingetrokken uitsluitend op grond van de omstandigheid dat deze geen werkzaamheden meer verrichten in verband met tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ziekte of een ongeval. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 13 — Artikel 13 Zelfstandige grensarbeiders#
Artikel 13 Zelfstandige grensarbeiders 1 Een zelfstandige grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is op het grondgebied van de ene overeenkomstsluitende partij, en die als zelfstandige een activiteit uitoefent op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar woning terugkeert, of ten minste eenmaal per week. 2 Zelfstandige grensarbeiders hebben geen verblijfsvergunning nodig. De bevoegde autoriteit van de betrokken staat kan een zelfstandige grensarbeider echter een bijzondere vergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar verlenen, mits deze bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een activiteit als zelfstandige uitoefent of wenst uit te oefenen. De bijzondere vergunning wordt voor een periode van ten minste vijf jaar verlengd, mits de zelfstandige grensarbeider kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit als zelfstandige uitoefent. 3 De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 14 — Artikel 14 Professionele en geografische mobiliteit#
Artikel 14 Professionele en geografische mobiliteit 1 Zelfstandigen hebben recht op professionele en geografische mobiliteit op het gehele grondgebied van het ontvangende land. 2 Professionele mobiliteit houdt in verandering van beroep en verwisseling van werkzaamheden als zelfstandige voor werkzaamheden in loondienst. Geografische mobiliteit houdt in verandering van arbeids- en verblijfplaats. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 15 — Artikel 15 Gelijke behandeling#
Artikel 15 Gelijke behandeling 1 Ten aanzien van de toegang tot en de uitoefening van werkzaamheden als zelfstandige genieten zelfstandigen in het ontvangende land een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die de eigen onderdanen genieten. 2 De bepalingen van artikel 9 van deze bijlage zijn van overeenkomstige toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde zelfstandigen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 16 — Artikel 16 Uitoefening van het openbaar gezag#
Artikel 16 Uitoefening van het openbaar gezag Zelfstandigen kunnen worden uitgesloten van het recht om werkzaamheden te verrichten die, ook indien zulks slechts incidenteel het geval is, uitoefening van het openbaar gezag inhouden. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 17 — Artikel 17 Dienstverleners#
Artikel 17 Dienstverleners Ten aanzien van het verlenen van diensten is overeenkomstig artikel 5 van de Overeenkomst het volgende verboden: a. Alle beperkingen op grensoverschrijdende dienstverlening op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij waarvan de duur niet meer bedraagt dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen per kalenderjaar. b. Alle beperkingen op de toegang tot en verblijf op het grondgebied in de gevallen bedoeld in artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst ten aanzien van: i. onderdanen van lidstaten van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland die dienstverleners zijn en gevestigd zijn op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij dan de ontvanger van de diensten; ii. werknemers, ongeacht hun nationaliteit, in loondienst bij een dienstverlener die geïntegreerd zijn in de reguliere arbeidsmarkt van een overeenkomstsluitende partij en uitgezonden zijn met het oog op het verlenen van een dienst op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij, onverminderd het bepaalde in artikel 1. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het bepaalde in artikel 17 van deze bijlage is van toepassing op vennootschappen die opgericht zijn volgens het recht van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland, en waarvan het hoofdkantoor, de centrale administratie of de belangrijkste vestiging zich op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij bevindt. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dienstverleners die het recht of de toestemming hebben om een dienst te verlenen, kunnen ten behoeve van het leveren van deze dienst tijdelijk hun werkzaamheden uitoefenen in het land waar de dienst wordt geleverd, onder dezelfde voorwaarden als die welke in dat land gelden voor de eigen onderdanen, overeenkomstig het bepaalde in deze bijlage en de bijlagen II en III. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De in artikel 17, onder b, van deze bijlage bedoelde personen die het recht hebben een dienst te verlenen, hebben geen verblijfsvergunning nodig voor een verblijf dat de duur van 90 dagen niet overschrijdt. De in artikel 1 bedoelde documenten onder dekking waarvan deze personen het grondgebied zijn binnengekomen, zijn tevens geldig voor hun verblijf. 2 De in artikel 17, onder b, van deze bijlage bedoelde personen die het recht hebben een dienst te verlenen waarvan de duur meer dan 90 dagen bedraagt, of die de toestemming hebben verkregen om een dienst te verlenen, ontvangen ten bewijze daarvan een verblijfsvergunning waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan de duur van de dienstverlening. 3 Dit verblijfsrecht geldt voor het gehele grondgebied van Zwitserland of van de betrokken lidstaat van de Europese Gemeenschap. 4 Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van de in artikel 17, onder b, van deze bijlage bedoelde personen geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde: a. het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen; b. een bewijsstuk dat zij een dienst verlenen of voornemens zijn die te verlenen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De totale duur van een dienstverlening als bedoeld in artikel 17, onder a, van deze bijlage ongeacht of het een ononderbroken periode of achtereenvolgende perioden betreft, mag niet meer bedragen dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen per kalenderjaar. 2 Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan de vervulling van de wettelijke verplichtingen van de verrichter van diensten ten aanzien van de verplichte waarborg jegens de ontvanger van diensten, en is niet van toepassing in geval van overmacht. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Het bepaalde in de artikelen 17 en 19 van deze bijlage is niet van toepassing op werkzaamheden, ook indien deze van tijdelijke aard zijn, in verband met de uitoefening van het openbaar gezag op het grondgebied van de betrokken overeenkomstsluitende partij. 2 Richtlijn 96/71/EG 1) Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. Het bepaalde in de artikelen 17 en 19, alsmede maatregelen die op grond daarvan zijn getroffen, doet geen afbreuk aan de toepassing van wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen op de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van werknemers die in het kader van een dienstverlening zijn uitgezonden. Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naarvan 16 december 1996 (PB L 18 van 21.01.1997, blz. 1)betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten. betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten. 3 Het bepaalde in artikel 17, onder a, en artikel 19 van deze bijlage doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die in elke overeenkomstsluitende partij bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van kracht zijn inzake: i. de activiteiten van uitzendorganisaties en bureaus voor tijdelijke arbeid; ii. financiële diensten voor de verstrekking waarvan op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij voorafgaande toestemming vereist is, en waarvan de verstrekker onderworpen is aan prudentieel toezicht van de overheid van deze overeenkomstsluitende partij. 4 Het bepaalde in artikel 17, onder a, en artikel 19 doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke overeenkomstsluitende partij ten aanzien van het verlenen van diensten waarvan de duur niet meer dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen bedraagt, indien deze maatregelen gerechtvaardigd zijn op grond van dwingende redenen van algemeen belang. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 23 — Artikel 23 Ontvangers van diensten#
Artikel 23 Ontvangers van diensten 1 Ontvangers van diensten als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de onderhavige Overeenkomst hebben geen verblijfsvergunning nodig voor een verblijf van niet meer dan drie maanden. Voor een verblijf van meer dan drie maanden wordt aan ontvangers van diensten een verblijfsvergunning verstrekt waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan de duur van de dienstverlening. Ontvangers van diensten kunnen gedurende hun verblijf van sociale bijstand worden uitgesloten. 2 De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 24 — Artikel 24 Regels betreffende het verblijf#
Artikel 24 Regels betreffende het verblijf 1 Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die in het land waar zij hun woonplaats hebben geen economische activiteit uitoefenen, en die niet beschikken over een verblijfsvergunning krachtens andere bepalingen van de onderhavige Overeenkomst, wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten kunnen aantonen dat zij voor zichzelf en hun gezinsleden beschikken over: a. voldoende financiële middelen om voor de duur van hun verblijf geen beroep te hoeven doen op sociale bijstand; b. 1) In Zwitserland dient de dekking van een ziektekostenverzekering voor personen die daar niet hun woonplaats vestigen ook verstrekkingen in natura bij ongevallen en moederschap te omvatten. een ziektekostenverzekering die alle risico's dekt. Indien zij zulks noodzakelijk achten, kunnen de overeenkomstsluitende partijen verlangen dat na afloop van de eerste twee jaar van het verblijf opnieuw wordt aangetoond dat aan de voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning is voldaan. 2 Als voldoende financiële middelen worden beschouwd: financiële middelen die meer bedragen dan het bedrag waaronder de eigen onderdanen, hun persoonlijke situatie en die van hun eventuele gezinsleden in aanmerking genomen, aanspraak kunnen maken op een bijstandsuitkering. Indien deze voorwaarde niet kan worden toegepast, worden de financiële middelen waarover de aanvrager beschikt geacht voldoende te zijn, indien zij meer bedragen dan het minimumpensioen dat het ontvangende land in het kader van de sociale zekerheid verstrekt. 3 Personen die op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij gedurende minder dan een jaar een arbeidsbetrekking hebben vervuld, hebben het recht hun verblijf voort te zetten, mits zij aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel voldoen. De werkloosheidsuitkeringen waarop zij recht hebben overeenkomstig de nationale wetgeving, eventueel aangevuld met het bepaalde in bijlage II, worden beschouwd als financiële middelen als bedoeld in lid 1, onder a, en lid 2 van dit artikel. 4 Aan studerenden die niet op grond van een andere bepaling van de Overeenkomst een verblijfsrecht hebben op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, en die de bevoegde nationale autoriteit, door middel van een verklaring of naar keuze op een andere ten minste gelijkwaardige wijze, ervan verzekeren dat zij beschikken over zodanige financiële middelen dat zij en hun echtgenoot en de te hunnen laste komende kinderen gedurende hun verblijf geen beroep behoeven te doen op sociale bijstand in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur die beperkt is tot de duur van de gevolgde opleiding, of tot één jaar, indien de duur van de opleiding meer dan één jaar bedraagt, op voorwaarde dat zij zijn ingeschreven aan een erkende onderwijsinstelling met het oog op het volgen van een beroepsopleiding als hoofdactiviteit, en dat zij beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's dekt. De toegang tot beroepsopleidingen en de bijstand aan de in dit artikel bedoelde studerenden om in hun onderhoud te kunnen voorzien, worden niet bij deze Overeenkomst geregeld. 5 De verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar, mits nog steeds aan de voorwaarden voor toelating wordt voldaan. Ten aanzien van studerenden wordt de verblijfsvergunning jaarlijks verlengd voor een periode die overeenkomt met de duur van het resterende deel van de opleiding. 6 Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning. 7 De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven. 8 Het verblijfsrecht blijft van kracht zolang de begunstigde van dit recht aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden voldoet. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die een verblijfsrecht genieten en hun hoofdverblijfplaats kiezen in de ontvangende staat, genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed dezelfde rechten als de onderdanen van de ontvangende staat. Zij kunnen, ongeacht de duur van hun dienstverband, te allen tijde in de ontvangende staat overeenkomstig de nationale regels hun hoofdverblijfplaats vestigen. Vertrek uit de ontvangende staat houdt geen verplichting tot vervreemding in. 2 Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die een verblijfsrecht genieten en niet hun hoofdverblijfplaats kiezen in de ontvangende staat, genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed ten behoeve van de uitoefening van een economische activiteit dezelfde rechten als de onderdanen van de ontvangende staat; deze rechten houden geen verplichting tot vervreemding in bij vertrek uit de ontvangende staat. Deze personen kan tevens worden toegestaan een tweede woning of een vakantiewoning te verwerven. Voor deze categorie personen doet de overeenkomst geen afbreuk aan de geldende voorschriften inzake zuivere kapitaalbeleggingen en de handel in onbebouwde grond en in woningen. 3 Grensarbeiders genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed ten behoeve van de uitoefening van een economische activiteit of als tweede woning dezelfde rechten als nationale onderdanen; deze rechten houden geen verplichting tot vervreemding in bij vertrek uit de ontvangende staat. Deze personen kan tevens worden toegestaan een vakantiewoning te verwerven. Voor deze categorie personen doet de overeenkomst geen afbreuk aan de in de ontvangende staat geldende voorschriften inzake zuivere kapitaalbeleggingen en de handel in onbebouwde grond en in woningen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 26 — Artikel 26 Algemene bepalingen#
Artikel 26 Algemene bepalingen 1 De in dit hoofdstuk vervatte bepalingen completeren respectievelijk vervangen de overige bepalingen in deze bijlage gedurende de periode waarin de in artikel 10 van de Overeenkomst genoemde beperkingen van toepassing zijn. 2 Gedurende de periode waarin de in artikel 10 van de Overeenkomst genoemde beperkingen van toepassing zijn, is voor de uitoefening van een economische activiteit een verblijfsvergunning en/of een werkvergunning vereist. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 27 — Artikel 27 Regels betreffende het verblijf van werknemers in loondienst#
Artikel 27 Regels betreffende het verblijf van werknemers in loondienst 1 artikel 10 artikel 24 De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van een werknemer in loondienst die een arbeidsovereenkomst heeft met een looptijd van minder dan één jaar, wordt verlengd tot maximaal twaalf maanden, mits de werknemer in loondienst bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit kan uitoefenen. Een nieuwe verblijfsvergunning wordt verstrekt, mits de werknemer in loondienst aantoont dat hij of zij een economische activiteit kan uitoefenen en de invan de Overeenkomst genoemde kwantitatieve beperkingen nog niet zijn bereikt. Overeenkomstigvan deze bijlage is er geen verplichting om in de periode tussen twee arbeidsovereenkomsten het land te verlaten. 2 artikel 10, leden 2 ter, 2 quater, 4 quater en 4 quinquies Gedurende de periode bedoeld invan de Overeenkomst kan een overeenkomstsluitende partij voor het verstrekken van een eerste verblijfsvergunning verlangen dat een schriftelijke arbeidsovereenkomst of een arbeidsaanbod wordt overgelegd. 3 a. 1) Zij zijn niet onderworpen aan de voorrang voor binnenlandse werknemers of de controle op de eerbiediging van de salariërings- en arbeidsvoorwaarden in de betrokken branche en op de betrokken plaats. Personen die gedurende ten minste dertig maanden tijdelijke arbeid hebben verricht op het grondgebied van het ontvangende land, hebben automatisch het recht een dienstverband voor onbepaalde duur te aanvaarden.De kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing.. De kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. b. Personen die in de loop van de laatste vijftien jaar gedurende een totale periode van ten minste vijftig maanden seizoensarbeid hebben verricht op het grondgebied van het ontvangende land en die niet voldoen aan de voorwaarden op grond waarvan zij in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning volgens het bepaalde onder a van dit lid, hebben automatisch het recht een dienstverband voor onbepaalde duur te aanvaarden. 2017 8 17-01-2017 2017 8 17-01-2017 01-01-2017 Art. 3 van Trb. 2017/8 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 28 — Artikel 28 Grensarbeiders in loondienst#
Artikel 28 Grensarbeiders in loondienst 1 Een grensarbeider in loondienst is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden en die in loondienst werkzaam is in de grensgebieden van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar hoofdverblijfplaats terugkeert, of ten minste eenmaal per week. Als grensgebieden in de zin van deze Overeenkomst worden beschouwd: de gebieden die als zodanig worden gedefinieerd in de overeenkomsten tussen Zwitserland en zijn buurlanden betreffende het grensverkeer. 2 De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grensgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 29 — Artikel 29 Recht van werknemers in loondienst om terug te keren#
Artikel 29 Recht van werknemers in loondienst om terug te keren 1 Werknemers in loondienst die bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst houder waren van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van ten minste één jaar en die het ontvangende land hebben verlaten, hebben binnen een termijn van zes jaar na hun vertrek recht op voorrang binnen het contingent dat van toepassing is op hun verblijfsvergunning, mits zij aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen. 2 Grensarbeiders hebben binnen een termijn van zes jaar na beëindiging van hun vorige activiteit, mits deze gedurende een ononderbroken periode van ten minste drie jaar is uitgeoefend, recht op een nieuwe bijzondere vergunning, gedurende de twee jaren volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst onder voorbehoud van controle van de salariërings- en arbeidsvoorwaarden indien zij werknemer in loondienst zijn, en mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen. 3 Jongeren die het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij hebben verlaten na daar vóór het bereiken van de leeftijd van 21 jaar gedurende ten minste vijf jaar te hebben gewoond, hebben gedurende een periode van vier jaar het recht daar terug te keren en een economische activiteit uit te oefenen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 30 — Artikel 30 Geografische en professionele mobiliteit van werknemers in loondienst#
Artikel 30 Geografische en professionele mobiliteit van werknemers in loondienst 1 Werknemers in loondienst die houder zijn van een verblijfsvergunning voor een periode van minder dan één jaar, hebben gedurende de twaalf maanden die volgen op de aanvang van het dienstverband het recht op geografische en professionele mobiliteit. Het verwisselen van werkzaamheden in loondienst voor werkzaamheden als zelfstandige is mogelijk met inachtneming van het bepaalde in artikel 10 van de Overeenkomst. 2 De aan grensarbeiders in loondienst afgegeven bijzondere vergunningen geven recht op professionele en geografische mobiliteit binnen het gehele grensgebied van Zwitserland of de buurlanden van Zwitserland. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 31 — Artikel 31 Regels betreffende het verblijf van zelfstandige werknemers#
Artikel 31 Regels betreffende het verblijf van zelfstandige werknemers Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wensen te vestigen, teneinde daar een activiteit als zelfstandige uit te oefenen (hierna „zelfstandigen" genoemd), wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur van zes maanden. Aan deze personen wordt een verblijfsvergunning verstrekt voor een periode van ten minste vijf jaar, mits zij vóór het verstrijken van de periode van zes maanden bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een activiteit als zelfstandige uitoefenen. Deze periode van zes maanden kan in voorkomend geval met maximaal twee maanden worden verlengd, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat dit bewijs dan kan worden geleverd. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 32 — Artikel 32 Zelfstandige grensarbeiders#
Artikel 32 Zelfstandige grensarbeiders 1 Een zelfstandige grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens hoofdverblijfplaats gelegen is in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden en die, anders dan in loondienst, werkzaam is in de grensgebieden van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar hoofdverblijfplaats terugkeert, of ten minste eenmaal per week. Als grensgebieden in de zin van deze Overeenkomst worden beschouwd: de gebieden die worden gedefinieerd in de overeenkomsten tussen Zwitserland en zijn buurlanden betreffende het grensverkeer. 2 Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die als zelfstandige grensarbeider een activiteit wensen uit te oefenen in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden wordt een voorlopige bijzondere vergunning verstrekt met een geldigheidsduur van zes maanden. Zij ontvangen een bijzondere vergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, mits zij vóór het verstrijken van de periode van zes maanden bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een activiteit als zelfstandige uitoefenen. Deze periode van zes maanden kan in voorkomend geval met maximaal twee maanden worden verlengd, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat dit bewijs kan worden geleverd. 3 De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grensgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 33 — Artikel 33 Recht van zelfstandigen om terug te keren#
Artikel 33 Recht van zelfstandigen om terug te keren 1 Zelfstandigen die houder zijn geweest van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar en die het ontvangende land hebben verlaten, hebben binnen een termijn van zes jaar na hun vertrek recht op een nieuwe verblijfsvergunning, mits zij reeds gedurende een ononderbroken periode van drie jaar in het ontvangende land hebben gewerkt en bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen. 2 Zelfstandige grensarbeiders hebben binnen een termijn van zes jaar na beëindiging van hun vorige activiteit, mits deze gedurende een ononderbroken periode van vier jaar is uitgeoefend, recht op een nieuwe bijzondere vergunning, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen. 3 Jongeren die het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij hebben verlaten na daar vóór het bereiken van de leeftijd van 21 jaar gedurende ten minste vijf jaar te hebben gewoond, hebben gedurende een periode van vier jaar het recht daar terug te keren en een economische activiteit uit te oefenen. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 34 — Artikel 34 Geografische en professionele mobiliteit van zelfstandigen#
Artikel 34 Geografische en professionele mobiliteit van zelfstandigen De aan zelfstandige grensarbeiders verstrekte bijzondere vergunningen verlenen het recht op geografische en professionele mobiliteit in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden. Voorlopige verblijfsvergunningen (voor grensarbeiders: bijzondere vergunningen) met een geldigheidsduur van zes maanden verlenen slechts het recht op geografische mobiliteit. 2000 16 28-02-2000 16-11-2001 2002 104 06-06-2002 01-06-2002
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 deel A De overeenkomstsluitende partijen komen overeen ten aanzien van de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels onderling de rechtshandelingen van de Europese Unie toe te passen zoals vermeld in en gewijzigd bijvan deze bijlage, of daarmee gelijkwaardige regels. 2 deel A In de invan deze bijlage genoemde rechtshandelingen omvat de uitdrukking „lidstaat/lidstaten” niet alleen de staten die vallen onder de desbetreffende rechtshandelingen van de Europese Unie, maar tevens Zwitserland. 2016 77 15-06-2016 2016 77 15-06-2016 01-04-2012
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 deel B Voor de toepassing van deze bijlage nemen de overeenkomstsluitende partijen goede nota van de rechtshandelingen van de Europese Unie vermeld invan deze bijlage. 2 deel C Voor de toepassing van deze bijlage nemen de overeenkomstsluitende partijen nota van de rechtshandelingen van de Europese Unie vermeld invan deze bijlage. 2016 77 15-06-2016 2016 77 15-06-2016 01-04-2012
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Bijzondere bepalingen betreffende de overgangsregelingen voor de werkloosheidsverzekering voor onderdanen van bepaalde lidstaten van de Europese Unie die beschikken over een Zwitserse verblijfsvergunning van minder dan één jaar, betreffende de Zwitserse uitkeringen voor steunbehoevenden, alsook betreffende de ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen van het wettelijke beroepsgebonden verzekeringsstelsel worden in Protocol I bij deze bijlage opgesomd. 2 Protocol I maakt integrerend deel uit van deze bijlage. 2021 68 12-05-2021 2021 68 12-05-2021 15-12-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Protocol II De regelingen die als gevolg van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie van toepassing zijn voor de bescherming van rechten die particulieren uit hoofde van deze Overeenkomst hebben verworven, zijn opgenomen inbij deze bijlage. 2 Protocol II maakt integrerend deel uit van deze bijlage. 2021 68 12-05-2021 2021 68 12-05-2021 15-12-2020
Artikel I — I Werkloosheidsverzekering#
I Werkloosheidsverzekering 1 Ten aanzien van de werkloosheidsverzekering van werknemers in loondienst die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor minder dan een jaar, is de volgende regeling van toepassing: 1.1 1) Thans 6 maanden, 12 maanden bij herhaalde werkloosheid. Alleen de werknemers die in Zwitserland premies hebben betaald gedurende de minimumperiode als voorgeschreven door de federale wet inzake de verplichte werkloosheidsverzekering en de vergoeding in geval van insolvabiliteit (LACI)en die voldoen aan de overige voorwaarden om aanspraak te maken op een werkloosheidsuitkering, hebben recht op de uitkeringen van de werkloosheidsverzekering onder de in de wet vastgestelde voorwaarden. 1.2 Een gedeelte van het product van de ontvangen premies voor de werknemers die gedurende een te korte periode premies hebben betaald om in Zwitserland overeenkomstig punt 1.1 recht te hebben op een werkloosheidsuitkering, wordt overeenkomstig het bepaalde in punt 1.3 aan hun landen van herkomst terugbetaald als bijdrage in de kosten van de uitkeringen aan deze werknemers bij volledige werkloosheid; deze werknemers hebben bijgevolg geen recht op de uitkeringen van de werkloosheidsverzekering bij volledige werkloosheid in Zwitserland. Zij hebben echter recht op de vergoedingen bij weerverlet en insolvabiliteit van de werkgever. De uitkeringen bij volledige werkloosheid worden door het land van herkomst uitbetaald op voorwaarde dat de werknemers zich ter beschikking van de diensten voor arbeidsvoorziening stellen. De in Zwitserland vervulde tijdvakken van verzekering worden in aanmerking genomen alsof zij in het land van herkomst waren vervuld. 1.3 Het gedeelte van de voor de werknemers volgens punt 1.2 ontvangen premies wordt jaarlijks terugbetaald overeenkomstig de onderstaande bepalingen. a. a. Het product van de premies van deze werknemers wordt per land berekend op grond van het jaarlijkse aantal tewerkgesteldewerknemers en het gemiddelde van de voor elke werknemer betaalde jaarlijkse premies (werkgevers- en werknemerspremies). b. 1) Terugbetaalde premies voor de werknemers die hun recht op een werkloosheidsuitkering in Zwitserland zullen uitoefenen na premies te hebben betaald gedurende ten minste zes maanden – tijdens verscheidene verblijven – over een periode van twee jaar. b. Van het aldus berekende bedrag zal een met het percentage van de werkloosheidsuitkeringen ten opzichte van alle andere soorten uitkeringen, als vermeld in punt 1.2, overeenkomend gedeelte worden terugbetaald aan de landen van herkomst van de werknemers en voor Zwitserland zal een reserve voor latere uitkeringen worden aangelegd. c. c. Zwitserland verstrekt elk jaar een afrekening van de terugbetaalde premies. Zij zal aan de landen van herkomst, als deze daarom verzoeken, de berekeningsbases en het bedrag van de terugbetalingen meedelen. De landen van herkomst delen jaarlijks aan Zwitserland het aantal personen mee, die in aanmerking komen voor werkloosheidsuitkeringen volgens punt 1.2. 2 De terugbetaling van de door de grensarbeiders aan de Zwitserse werkloosheidsverzekering afgedragen premies, zoals geregeld in de respectieve bilaterale overeenkomsten, blijft van toepassing. 3 Het stelsel volgens de punten 1.1 tot 1.4 is van toepassing voor een periode van 7 jaar vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst. Mochten er zich na afloop van de periode van 7 jaar voor een lidstaat moeilijkheden met het einde van het terugbetalingsstelsel of voor Zwitserland met het samentellingssysteem voordoen, dan kan door een van de overeenkomstsluitende partijen het gemengd comité worden ingeschakeld. 2016 77 15-06-2016 2016 77 15-06-2016 01-04-2012 Voorheen ongenummerd. Voor werknemers die onderdaan zijn van de Republiek Kroatië van
toepassing gedurende zeven jaar vanaf 1 januari 2017 (Trb. 2017/8).
Artikel II — II Uitkeringen voor gehandicapten#
II Uitkeringen voor gehandicapten Verordening nr. 1408/71 De uitkeringen voor gehandicapten van de federale wet inzake de ouderdoms- en nabestaandenverzekering en de federale wet inzake de invaliditeitsverzekering zullen bij besluit van het gemengd comité in de tekst van bijlage II bij de Overeenkomst betreffende het vrije verkeer van personen en in bijlage II bis vanworden opgenomen na de inwerkingtreding van de herziening van deze wetten die bepaalt dat deze uitkeringen uitsluitend door de overheid worden gefinancierd. 2016 77 15-06-2016 2016 77 15-06-2016 01-04-2012 Voorheen ongenummerd.
Artikel III — III Beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen#
III Beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen Verordening (EEG) nr. 1408/71 Niettegenstaande artikel 10, lid 2, vanzal de vertrekuitkering, als bedoeld in de federale wet van 17 december1993 inzake de vrije overgang in de beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen, worden uitbetaald op verzoek van een werknemer of een zelfstandige die voornemens is Zwitserland definitief te verlaten en die niet meer onderworpen zal zijn aan de Zwitserse wetgeving overeenkomstig de bepalingen van Titel II van de verordening, op voorwaarde dat deze persoon Zwitserland verlaat binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst. 2016 77 15-06-2016 2016 77 15-06-2016 01-04-2012 Voorheen ongenummerd.