Europees Verdrag betreffende de niet-toepasselijkheid van verjaring terzake van misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven
- BWB-id
- BWBV0003956
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2003-06-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0003956
- ELI
- /eli/nl/verdrag/2003/bwbv0003956
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/2003/bwbv0003956/2003-06-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0003956&g=2003-06-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0003956&z=2026-06-06&g=2003-06-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0003956/2003-06-27
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/2003/bwbv0003956
Artikel 1 — Article 1#
Article 1 Each Contracting State undertakes to adopt any necessary measures to secure that statutory limitation shall not apply to the prosecution of the following offences, or to the enforcement of the sentences imposed for such offences, in so far as they are punishable under its domestic law: 1. Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide the crimes against humanity specified in theadopted on 9 December 1948 by the General Assembly of the United Nations; 2. (a) Article 50 of the 1949 Geneva Convention for the Amelioration of the Condition of the Wounded and Sick in Armed Forces in the Field Article 51 of the 1949 Geneva Convention for the Amelioration of the Condition of Wounded, Sick and Shipwrecked Members of Armed Forces at Sea Geneva Convention relative to the Treatment of Prisoners of War Article 147 of the 1949 Geneva Convention relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War the violations specified in,, Article 130 of the 1949and, (b) any comparable violations of the laws of war having effect at the time when this Convention enters into force and of customs of war existing at that time, which are not already provided for in the above-mentioned provisions of the Geneva Conventions, when the specific violation under consideration is of a particularly grave character by reason either of its factual and intentional elements or of the extent of its foreseeable consequences; 3. any other violation of a rule or custom of international law which may hereafter be established and which the Contracting State concerned considers according to a declaration under Article 6 as being of a comparable nature to those referred to in paragraph 1 or 2 of this Article. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 2 — Article 2#
Article 2 1 The present Convention applies to offences committed after its entry into force in respect of the Contracting State concerned. 2 It applies also to offences committed before such entry into force in those cases where the statutory limitation period had not expired at that time. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 3 — Article 3#
Article 3 1 This Convention shall be open to signature by the member States of the Council of Europe. It shall be subject to ratification or acceptance. Instruments of ratification or acceptance shall be deposited with the Secretary General of the Council of Europe. 2 The Convention shall enter into force three months after the date of deposit of the third instrument of ratification or acceptance. 3 In respect of a signatory State ratifying or accepting subsequently, the Convention shall come into force three months after the date of the deposit of its instrument of ratification or acceptance. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 4 — Article 4#
Article 4 1 After the entry into force of this Convention, the Committee of Ministers of the Council of Europe may invite any non-member State to accede thereto, provided that the resolution containing such invitation receives the unanimous agreement of the Members of the Council who have ratified the Convention. 2 Such accession shall be effected by depositing with the Secretary General of the Council of Europe an instrument of accession which shall take effect three months after the date of its deposit. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 5 — Article 5#
Article 5 1 Any State may, at the time of signature or when depositing its instrument of ratification, acceptance or accession, specify the territory or territories to which this Convention shall apply. 2 Any State may, when depositing its instrument of ratification, acceptance or accession or at any later date, by declaration addressed to the Secretary General of the Council of Europe, extend this Convention to any other territory or territories specified in the declaration and for whose international relations it is responsible or on whose behalf it is authorised to give undertakings. 3 Any declaration made in pursuance of the preceding paragraph may, in respect of any territory mentioned in such declaration, be withdrawn according to the procedure laid down in Article 7 of this Convention. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 6 — Article 6#
Article 6 1 Any Contracting State may, at any time, by declaration addressed to the Secretary General of the Council of Europe, extend this Convention to any violations provided for in Article 1, paragraph 3 of this Convention. 2 Any declaration made in pursuance of the preceding paragraph may be withdrawn according to the procedure laid down in Article 7 of this Convention. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 7 — Article 7#
Article 7 1 This Convention shall remain in force indefinitely. 2 Any Contracting State may, insofar as it is concerned, denounce this Convention by means of a notification addressed to the Secretary General of the Council of Europe. 3 Such denunciation shall take effect six months after the date of receipt by the Secretary General of such notification. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 8 — Article 8#
Article 8 The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any State which has acceded to this Convention of: (a) any signature; (b) any deposit of an instrument of ratification, acceptance or accession; (c) any date of entry into force of this Convention in accordance with Article 3 thereof; (d) any declaration received in pursuance of the provisions of Article 5 or Article 6; (e) any notification received in pursuance of the provisions of Article 7 and the date on which the denunciation takes effect. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Iedere Verdragsluitende Staat verbindt zich ertoe de noodzakelijke maatregelen te nemen om te verzekeren, dat het recht van vervolging van de volgende strafbare feiten of van tenuitvoerlegging van terzake opgelegde straffen niet verjaart, voor zover deze krachtens zijn nationale wetgeving strafbaar zijn: 1. Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide de misdrijven tegen de menselijkheid, omschreven in het, dat op 9 december 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is aanvaard; 2. (a) artikel 50 van het Verdrag van Genève van 1949 voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde artikel 51 van het Verdrag van Genève van 1949 voor de verbetering van het lot der gewonden, zieken en schipbreukelingen van de strijdkrachten ter zee artikel 130 van het Verdrag van Genève van 1949 betreffende de behandeling van krijgsgevangenen artikel 147 van het Verdrag van Genève van 1949 betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd de inbreuken, vermeld in, in, inen in, (b) alle vergelijkbare schendingen van de wetten van de oorlog, die ten tijde van de inwerkingtreding van dit Verdrag van kracht zijn, en van de gebruiken van de oorlog, die te dien tijde bestaan, voor zover die niet reeds door de bovenvermelde bepalingen van de Verdragen van Genève worden bestreken, indien de desbetreffende schending buitengewoon ernstig is, gelet op hetzij de feitelijke omstandigheden en de mate van opzet, hetzij de omvang van de voorzienbare gevolgen daarvan; 3. alle andere schendingen van de wetten of gebruiken van het volkenrecht, zoals dat in de toekomst tot stand zal komen, die door de betrokken Verdragsluitende Staat blijkens een overeenkomstig artikel 6 afgelegde verklaring worden beschouwd als van soortgelijke aard als die bedoeld in het eerste en het tweede lid van dit artikel. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Dit Verdrag is van toepassing op strafbare feiten begaan na de inwerkingtreding daarvan voor de desbetreffende Verdragsluitende Staat. 2 Het is tevens van toepassing op misdrijven begaan vóór een zodanige inwerkingtreding, in de gevallen waarin de verjaringstermijn op dat moment nog niet is verlopen. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd of aanvaard. De akten van bekrachtiging of aanvaarding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. 2 Het Verdrag treedt in werking drie maanden na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging of aanvaarding. 3 Voor elke ondertekenende Staat die het daarna bekrachtigt of aanvaardt, treedt het Verdrag in werking drie maanden na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of aanvaarding. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa iedere Staat die geen Lid is van de Raad uitnodigen toe te treden tot dit Verdrag, mits de resolutie betreffende deze uitnodiging unaniem is goedgekeurd door de Leden van de Raad die het Verdrag hebben bekrachtigd. 2 Toetreding geschiedt door nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van een akte van toetreding die van kracht wordt drie maanden na de datum van nederlegging. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen, waarop dit Verdrag van toepassing is. 2 Een Staat kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, of op elk later tijdstip door middel van een verklaring, gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied, voor welks internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is of voor hetwelk hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan. 3 Verklaringen afgelegd krachtens het voorgaande lid kunnen, wat betreft een grondgebied dat is aangewezen in deze verklaring, onder de in artikel 7 van dit Verdrag genoemde voorwaarden worden ingetrokken. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een Verdragsluitende Staat kan op ieder tijdstip door middel van een verklaring, gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, dit Verdrag uitbreiden tot de schendingen, bedoeld in artikel 1, derde lid, van dit Verdrag. 2 Verklaringen afgelegd krachtens het voorgaande lid kunnen onder de in artikel 7 van dit Verdrag genoemde voorwaarden worden ingetrokken. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Dit Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht. 2 Een Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag wat hem betreft opzeggen door een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa te zenden. 3 De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan de Lid-Staten van de Raad en aan iedere Staat die is toegetreden tot dit Verdrag kennis van: (a) ondertekeningen; (b) nederlegging van akten van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding; (c) data van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig artikel 3; (d) verklaringen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 5 of 6; (e) kennisgevingen ontvangen ingevolge het bepaalde in artikel 7 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt. 1979 69 19-04-1979 2003 94 24-06-2003 27-06-2003