Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
- BWB-id
- BWBV0001642
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2004-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0001642
- ELI
- /eli/nl/verdrag/2004/bwbv0001642
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/2004/bwbv0001642/2004-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0001642&g=2004-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0001642&z=2026-06-06&g=2004-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0001642/2004-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/2004/bwbv0001642
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek worden lid van de Europese Unie en worden Partij bij de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld. 2 De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, zijn neergelegd in de bij dit Verdrag gevoegde Akte. De bepalingen van deze Akte maken een integrerend deel van dit Verdrag uit. 3 De in de in lid 1 genoemde Verdragen voorkomende bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de lidstaten, alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Unie, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De akten van bekrachtiging zullen uiterlijk op 30 april 2004 worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek. 2 Dit Verdrag treedt in werking op 1 mei 2004, mits alle akten van bekrachtiging voor die datum zijn neergelegd. Indien echter niet alle in artikel 1, lid 1, genoemde Staten tijdig hun akten van bekrachtiging hebben neergelegd, treedt het Verdrag in werking voor de Staten die tot de nederlegging zijn overgegaan. In dit geval besluit de Raad van de Europese Unie, met eenparigheid van stemmen, onmiddellijk over de hierdoor noodzakelijk geworden aanpassingen van artikel 3 van het onderhavige Verdrag en van de artikelen 1, 6, lid 6, 11 tot en met 15, 18, 19, 25, 26, 29, 30, 31, 33, 34, 35, 46 tot en met 49, 58 en 61 van de Toetredingsakte, van de bijlagen II tot en met XV van de aanhangsels bij die Akten en van de Protocollen nr. 1 tot en met 10 die daaraan zijn gehecht; de Raad kan eveneens, met eenparigheid van stemmen, de bepalingen van voornoemde Akte, met inbegrip van de daaraan gehechte bijlagen, aanhangsels en Protocollen, waarin een Staat die zijn akte van bekrachtiging niet heeft neergelegd, met name wordt genoemd, vervallen verklaren of aanpassen. 3 In afwijking van lid 2 kunnen de Instellingen van de Unie voor de toetreding de maatregelen vaststellen bedoeld in de artikelen 6, lid 2, tweede alinea, 6, lid 6, tweede alinea, 6, lid 7, tweede en derde alinea, 6, lid 8, tweede en derde alinea, 6, lid 9, derde alinea, 21, 23, 28, lid 1, 32, lid 5, 33, lid 1, 33, lid 4, 33, lid 5, 38, 39, 41, 42, 55, 56 en 57 van de Toetredingsakte, de bijlagen III tot en met XIV van de Akte, en Protocol 2, artikel 6 van Protocol 3, artikel 2, lid 2, van Protocol 4, Protocol 8 en de artikelen 1, 2, 4 van Protocol 10. Deze maatregelen treden slechts in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige Verdrag. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In de zin van deze Akte: – worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Verdragen” bedoeld: a. Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie het(EG-Verdrag), en het(Euratom-Verdrag), zoals deze Verdragen zijn aangevuld of gewijzigd bij verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden, b. Verdrag betreffende de Europese Unie het(EU-Verdrag), zoals aangevuld of gewijzigd bij verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden; – worden met de uitdrukking „huidige lidstaten” bedoeld het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland; – EU-Verdrag wordt met de uitdrukking „de Unie” bedoeld de Unie zoals tot stand gebracht bij het; – wordt met de uitdrukking „de Gemeenschap” bedoeld één of beide van de in het eerste streepje vermelde Gemeenschappen, naargelang van het geval; – worden met de uitdrukking „nieuwe lidstaten” bedoeld de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek; – worden met de uitdrukking „Instellingen” bedoeld de bij de oorspronkelijke Verdragen opgerichte Instellingen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Onmiddellijk bij de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen en de Europese Centrale Bank vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor de nieuwe lidstaten en in deze staten toepasselijk onder de voorwaarden waarin wordt voorzien door die Verdragen en door deze Akte. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Protocol Verdrag betreffende de Europese Unie Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen door middel van hetdat is gehecht aan heten het(hierna het „Schengenprotocol” genoemd), en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten zoals zij zijn opgesomd in bijlage I bij deze Akte, evenals alle andere dergelijke rechtsbesluiten die eventueel worden aangenomen vóór de toetredingsdatum, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor en toepasselijk in de nieuwe lidstaten. 2 De bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen, en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten welke niet in lid 1 bedoeld worden, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor de nieuwe lidstaten, maar zijn in een nieuwe lidstaat slechts toepasselijk op grond van een daartoe strekkend besluit van de Raad, nadat overeenkomstig de toepasselijke Schengenevaluatieprocedures is geconstateerd dat in die nieuwe lidstaat aan de nodige voorwaarden voor de toepassing van alle onderdelen van het betreffende acquis is voldaan en na raadpleging van het Europees Parlement. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen van de leden die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten ten aanzien waarvan de bepalingen van dit lid reeds van kracht zijn en van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat ten aanzien waarvan die bepalingen van kracht moeten worden. De leden van de Raad die de regeringen van Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vertegenwoordigen, nemen aan dit besluit deel voor zover het verband houdt met de bepalingen van het Schengenacquis en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten waaraan deze lidstaten deelnemen. 3 artikel 6 van het Schengenprotocol De door de Raad uit hoofde vangesloten overeenkomsten zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor de nieuwe lidstaten. 4 EU-Verdrag De nieuwe lidstaten verbinden zich ertoe met betrekking tot die overeenkomsten of instrumenten op het gebied van Justitie en Binnenlandse zaken welke onlosmakelijk zijn verbonden met de doelstellingen van het: – Titel VI van het EU-Verdrag toe te treden tot de overeenkomsten of instrumenten die vóór de datum van toetreding zijn opengesteld voor ondertekening door de huidige lidstaten, alsmede tot de overeenkomsten of instrumenten die door de Raad overeenkomstigzijn opgesteld en waarvan hij de aanneming aan de lidstaten heeft aanbevolen; – administratieve en andere regelingen in te voeren in de trant van de regelingen die de huidige lidstaten of de Raad voor de datum van toetreding hebben aangenomen ter vergemakkelijking van de praktische samenwerking tussen de instellingen en organisaties van de lidstaten die actief zijn op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 122 van het EG-Verdrag Vanaf de datum van toetreding neemt elke nieuwe lidstaat aan de Economische en Monetaire Unie deel als lidstaat met een derogatie in de zin van. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Bij deze Akte treden de nieuwe lidstaten toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten. Zij verbinden zich ertoe op het tijdstip van de toetreding ook toe te treden tot elke andere door de huidige lidstaten gesloten overeenkomst die de werking van de Unie betreft of in nauw verband staat met het optreden van deze Unie. 2 artikel 293 van het EG-Verdrag EG-Verdrag De nieuwe lidstaten verbinden zich ertoe toe te treden tot de overeenkomsten bedoeld inen tot de overeenkomsten die niet te scheiden zijn van het bereiken van de doelstellingen van het, alsmede tot de Protocollen betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van deze overeenkomsten, die door de lidstaten zijn ondertekend, en te dien einde onderhandelingen aan te knopen met de huidige lidstaten om daarin de vereiste aanpassingen aan te brengen. 3 De nieuwe lidstaten bevinden zich ten aanzien van de verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen van de Europese Raad of de Raad, alsmede ten aanzien van die welke betrekking hebben op de Gemeenschap of de Unie en in onderling overleg tussen de lidstaten zijn aanvaard, in dezelfde situatie als de huidige lidstaten; zij zullen derhalve de beginselen en beleidslijnen die hieruit voortvloeien eerbiedigen en de maatregelen treffen die nodig zouden kunnen blijken ter verzekering van de toepassing daarvan. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 24 artikel 38 van het EU-Verdrag De door de Gemeenschap of uit hoofde vanofmet een of meer derde Staten, met een internationale organisatie dan wel met een onderdaan van een derde Staat gesloten of voorlopig toegepaste overeenkomsten of akkoorden, zijn verbindend voor de nieuwe lidstaten, en wel onder de in de oorspronkelijke Verdragen en in deze Akte neergelegde voorwaarden. 2 De nieuwe lidstaten verbinden zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de door de huidige lidstaten en de Gemeenschap gezamenlijk gesloten of voorlopig toegepaste overeenkomsten of akkoorden, alsmede tot de door deze Staten gesloten overeenkomsten die verband houden met deze overeenkomsten of akkoorden. De toetreding van de nieuwe lidstaten tot de in lid 6 genoemde overeenkomsten of akkoorden alsmede tot de overeenkomsten met Belarus, China, Chili, de Mercosur en Zwitserland die gezamenlijk zijn gesloten of ondertekend door de Gemeenschap en haar lidstaten, wordt geregeld door de sluiting van een protocol bij die overeenkomsten of akkoorden door de Raad, handelend met eenparigheid van stemmen namens de lidstaten, en het (de) betrokken derde land(en) of internationale organisatie. Deze procedure geldt onverminderd de eigen bevoegdheden van de Gemeenschap en laat de verdeling van bevoegdheden tussen de Gemeenschap en de lidstaten op het gebied van de sluiting van dergelijke overeenkomsten in de toekomst dan wel andere, niet met de toetreding verband houdende wijzigingen onverlet. De Commissie voert namens de lidstaten onderhandelingen over deze protocollen, op basis van door de Raad met eenparigheid van stemmen goedgekeurde onderhandelingsrichtsnoeren en in overleg met een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten. De Commissie dient een ontwerp van de te sluiten protocollen in bij de Raad. 3 Vanaf hun toetreding tot de in lid 2 bedoelde overeenkomsten en verdragen, verwerven de nieuwe lidstaten dezelfde rechten en verplichtingen uit hoofde van die overeenkomsten en akkoorden als de huidige lidstaten. 4 Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds 1) PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. Bij deze Akte treden de nieuwe lidstaten toe tot de, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000. 5 Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte artikel 128 van die Overeenkomst 2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3. De nieuwe lidstaten verbinden zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de, zulks overeenkomstig. 6 Vanaf de datum van toetreding, en in afwachting van de sluiting van de nodige protocollen als bedoeld in lid 2, passen de nieuwe lidstaten de bepalingen toe van de overeenkomsten die door de huidige lidstaten, gezamenlijk met de Gemeenschap, zijn gesloten met Algerije, Armenië, Azerbeidzjan, Bulgarije, Kroatië, Egypte, de VJRM, Georgië, Israël, Jordanië, Kazachstan, Kirgizië, Libanon, Mexico, Moldavië, Marokko, Roemenië, de Russische Federatie, San Marino, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Syrië, Tunesië, Turkije, Turkmenistan, Oekraïne en Oezbekistan, evenals het bepaalde in andere overeenkomsten die voor de toetreding door de huidige lidstaten, gezamenlijk met de Gemeenschap, zijn gesloten. Eventuele aanpassingen van die overeenkomsten zullen het onderwerp vormen van met de medeovereenkomstsluitende landen te sluiten protocollen overeenkomstig lid 2, tweede alinea. Indien de protocollen niet zijn gesloten op de datum van toetreding, nemen de Gemeenschap en de lidstaten, in het kader van hun respectieve bevoegdheden, de noodzakelijke maatregelen om op het tijdstip van de toetreding het hoofd te bieden aan die situatie. 7 Onmiddellijk bij de toetreding worden de door de Gemeenschap met derde landen gesloten bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen in de nieuwe lidstaten toegepast. De door de Gemeenschap toegepaste kwantitatieve beperkingen op de invoer van textielproducten en kleding worden aangepast om rekening te houden met de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de Gemeenschap. Te dien einde kan door de Gemeenschap met de betrokken derde landen nog voor de toetreding worden onderhandeld over wijzigingen van de bovengenoemde bilaterale overeenkomsten en regelingen. Indien de wijzigingen van de bilaterale textielovereenkomsten en -regelingen nog niet in werking zijn getreden op de datum van toetreding, verricht de Gemeenschap de nodige aanpassingen van haar regels betreffende de invoer van textielproducten en kleding uit derde landen om rekening te kunnen houden met de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de Gemeenschap. 8 De door de Gemeenschap toegepaste kwantitatieve beperkingen op de invoer van staal en staalproducten worden aangepast op basis van de invoer van de nieuwe lidstaten over de afgelopen jaren van staalproducten van oorsprong uit de betrokken leverancierlanden. Te dien einde wordt nog voor de toetreding onderhandeld over de nodige wijzigingen in de door de Gemeenschap met derde landen gesloten bilaterale overeenkomsten en regelingen op het gebied van staal. Indien de wijzigingen van de bilaterale overeenkomsten en regelingen nog niet in werking zijn getreden op de datum van toetreding, is de eerste alinea van toepassing. 9 Onmiddellijk bij de toetreding wordt het beheer van door de nieuwe lidstaten gesloten visserijovereenkomsten door de Gemeenschap waargenomen. De rechten en plichten die voor de nieuwe lidstaten uit deze overeenkomsten voortvloeien, blijven onverlet gedurende een periode waarin de bepalingen van deze overeenkomsten voorlopig worden gehandhaafd. Zo spoedig mogelijk, en in ieder geval vóór het verstrijken van de in de eerste alinea bedoelde overeenkomsten, stelt de Raad, in elk apart geval, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de passende besluiten vast voor het voortduren van de daaruit voortvloeiende visserijactiviteiten, met inbegrip van de mogelijkheid om bepaalde van deze overeenkomsten met ten hoogste één jaar te verlengen. 10 Met ingang van de datum van toetreding zeggen de nieuwe lidstaten elke vrijhandelsovereenkomst met derde landen, inclusief de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst, op. Voorzover de overeenkomsten tussen één of meer nieuwe lidstaten enerzijds, en één of meer derde landen anderzijds, niet verenigbaar zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit deze Akte, treft de nieuwe lidstaat alle passende maatregelen om geconstateerde onverenigbaarheden weg te werken. Indien een nieuwe lidstaat moeilijkheden ondervindt om een overeenkomst aan te passen die vóór de toetreding is gesloten met één of meer derde landen, trekt zij zich terug uit die overeenkomst met inachtneming van de daarin vervatte voorwaarden. 11 Bij deze Akte en onder de daarin neergelegde voorwaarden treden de nieuwe lidstaten toe tot de interne overeenkomsten welke door de lidstaten werden gesloten met het oog op de toepassing van de in lid 2 en de leden 4 tot en met 6 bedoelde overeenkomsten en akkoorden. 12 De nieuwe lidstaten treffen de passende maatregelen om zo nodig hun positie ten aanzien van internationale organisaties en internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap of andere lidstaten eveneens partij zijn, aan te passen aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit hun toetreding tot de Unie. Met name zeggen zij, op de datum van toetreding of zo spoedig mogelijk daarna, de internationale visserijovereenkomsten en hun lidmaatschap van internationale visserijorganisaties op waarbij ook de Gemeenschap partij is, tenzij hun lidmaatschap geen verband houdt met visserijzaken. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De bepalingen van deze Akte kunnen, tenzij anders is bepaald, uitsluitend worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken door middel van de procedures voorzien in de oorspronkelijke Verdragen die het mogelijk maken tot een herziening van die Verdragen te komen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De door de Instellingen genomen besluiten waarop de in deze Akte vastgestelde overgangsmaatregelen zijn gebaseerd, behouden hun eigen rechtskarakter; met name blijven de voor deze besluiten geldende wijzigingsprocedures van toepassing. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De bepalingen van deze Akte waarvan het doel of het gevolg is dat besluiten van de Instellingen anders dan bij wijze van overgangsmaatregel worden ingetrokken of gewijzigd, verkrijgen hetzelfde rechtskarakter als de daardoor ingetrokken of gewijzigde bepalingen en zijn onderworpen aan dezelfde regels als laatstgenoemde bepalingen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en van de door de Instellingen genomen besluiten gelden, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 07-02-1992. 2 Wijzigt het Protocol, gehecht aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de uitbreiding van de Europese Unie; Nice, 26-02-2001. 3 Indien minder dan tien nieuwe lidstaten tot de Europese Unie toetreden, wordt de drempel voor de gekwalificeerde meerderheid bij besluit van de Raad met toepassing van een strikt lineaire rekenkundige interpolatie, met afronding naar boven of naar beneden tot het dichtstbijzijnde stemmenaantal, vastgesteld op een percentage tussen 71% voor een Raad met 300 stemmen en 72,27% voor een EU met 25 lidstaten. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Wijzigt het Protocol, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, betreffende het statuut van het Hof van Justitie; Nice, 26-02-2001. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957. Wijzigt het Verdrag betreffende de Europese Unie; Maastricht, 07-02-1992. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie; Rome, 25-03-1957. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Wijzigt het Protocol betreffende de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en de Europese Centrale Bank; Maastricht, 07-02-1992. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 In de besluiten genoemd in bijlage II van deze Akte worden de aanpassingen aangebracht die in die bijlage worden omschreven. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De ingevolge de toetreding noodzakelijke aanpassingen van de besluiten genoemd in de lijst in bijlage III van deze Akte worden verricht overeenkomstig de in die bijlage vervatte richtsnoeren en volgens de procedure en op de wijze bepaald in artikel 57. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De in bijlage IV van deze Akte opgesomde maatregelen worden toegepast op de in die bijlage bepaalde wijze. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De Raad kan, met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement besluiten tot de aanpassingen van de bepalingen van deze Akte betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid welke nodig zouden kunnen blijken ten gevolge van een wijziging van de communautaire voorschriften. Die aanpassingen kunnen vóór de datum van toetreding plaatsvinden. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De in de bijlagen V tot en met XIV van deze Akte genoemde maatregelen zijn ten opzichte van de nieuwe lidstaten van toepassing op de wijze als bepaald in die bijlagen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 189 van het EG-Verdrag artikel 107, tweede alinea, van het Euratom-verdrag artikel 190, lid 2, van het EG-Verdrag artikel 108, lid 2, van het Euratom-verdrag In afwijking van de tweede alinea vanen van, en met betrekking toten, is het aantal afgevaardigden van de nieuwe lidstaten in het Europees Parlement voor de periode vanaf de datum van toetreding tot het begin van de zittingsperiode 2004–2009 van het Europees Parlement als volgt vastgesteld: 2 artikel 190, lid 1, van het EG-Verdrag artikel 108, lid 2, van het Euratom-verdrag In afwijking vanen van, worden de vertegenwoordigers in het Europees Parlement van de volkeren van de nieuwe lidstaten voor de periode vanaf de datum van toetreding tot het begin van de zittingsperiode 2004–2009 van het Europees Parlement aangewezen door de volksvertegenwoordigingen van deze Staten uit hun midden, zulks volgens de door elk dezer Staten vastgestelde procedure. Tsjechië 24 Estland 6 Cyprus 6 Letland 9 Litouwen 13 Hongarije 24 Malta 5 Polen 54 Slovenië 7 Slowakije 14 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Voor de periode tot en met 31 oktober 2004 zijn de volgende bepalingen van toepassing: a. artikel 205, lid 2, van het EG-Verdrag artikel 118, lid 2, van het Euratom-Verdrag met betrekking toten: Voor de besluiten van de Raad waarvoor een gekwalificeerde meerderheid vereist is, worden de stemmen van zijn leden als volgt gewogen: België 5 Tsjechië 5 Denemarken 3 Duitsland 10 Estland 3 Griekenland 5 Spanje 8 Frankrijk 10 Ierland 3 Italië 10 Cyprus 2 Letland 3 Litouwen 3 Luxemburg 2 Hongarije 5 Malta 2 Nederland 5 Oostenrijk 4 Polen 8 Portugal 5 Slovenië 3 Slowakije 3 Finland 3 Zweden 4 Verenigd Koninkrijk 10 b. artikel 205, lid 2, tweede en derde alinea, van het EG-Verdrag artikel 118, lid 2, van het Euratom-Verdrag met betrekking toten: De besluiten komen tot stand wanneer zij ten minste: – 88 stemmen hebben verkregen, ingeval zij krachtens dit Verdrag moeten worden genomen op voorstel van de Commissie, – 88 stemmen hebben verkregen, waarbij ten minste twee derde van de leden voorstemmen, in de overige gevallen. c. artikel 23, lid 2, derde alinea, tweede zin, van het EU-Verdrag met betrekking tot: De besluiten komen tot stand wanneer zij ten minste 88 stemmen hebben verkregen, waarbij ten minste twee derde van de leden voorstemmen. d. artikel 34, lid 3, van het EU-Verdrag met betrekking tot: artikel 205, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Ingeval voor de besluiten van de Raad een gekwalificeerde meerderheid van stemmen is vereist, worden de stemmen van de leden gewogen overeenkomstigen komen de besluiten tot stand wanneer zij ten minste 88 stemmen hebben verkregen, waarbij ten minste twee derde van de leden voorstemmen. 2 Ingeval minder dan tien nieuwe lidstaten toetreden tot de Unie, wordt de drempel voor de gekwalificeerde meerderheid tot en met 31 oktober 2004 bij besluit van de Raad zo dicht mogelijk bij 71,26% van het totale aantal stemmen vastgesteld. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 1) PB L 253 van 7.10.2000, blz. 42. De „rechten van het Gemeenschappelijke Douanetarief en andere douanerechten" genoemde ontvangsten, bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad betreffende het stelsel van de eigen middelen van de Europese Gemeenschappen, of de overeenkomstige bepaling in enig besluit dat dit vervangt, omvatten de douanerechten die worden berekend op basis van de rechten die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en alle daarmee samenhangende tariefconcessies die de Gemeenschap in het handelsverkeer van de nieuwe lidstaten met derde landen toepast., of de overeenkomstige bepaling in enig besluit dat dit vervangt, omvatten de douanerechten die worden berekend op basis van de rechten die voortvloeien uit het gemeenschappelijk douanetarief en alle daarmee samenhangende tariefconcessies die de Gemeenschap in het handelsverkeer van de nieuwe lidstaten met derde landen toepast. 2 Voor 2004 zijn de in artikel 2, lid 1, onder c), respectievelijk d), van Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad bedoelde geharmoniseerde BTW-grondslag en BNP-grondslag (bruto nationaal product) van elke nieuwe lidstaat gelijk aan twee derde van de jaarbasis. De BNP-grondslag van elke nieuwe lidstaat waarmee rekening zal worden gehouden bij de berekening van de in artikel 5, lid 1, van Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad bedoelde financiering van de correctie voor begrotingsonevenwichtigheden die aan het Verenigd Koninkrijk is toegestaan, is eveneens gelijk aan twee derde van de jaarbasis. 3 Voor de bepaling van het in artikel 2, lid 4, onder b), van Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad bedoelde „bevroren percentage" voor 2004, worden de afgetopte BTW-grondslagen voor de nieuwe lidstaten berekend op basis van twee derde van de niet-afgetopte BTW-grondslag en twee derde van hun BNP. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De algemene begroting van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2004 wordt aangepast om rekening te houden met de toetreding van de nieuwe lidstaten: dit gebeurt door middel van een wijzigingsbegroting die op 1 mei 2004 van kracht wordt. 2 De twaalf maandelijkse twaalfden van de op de BTW en op het BNP gebaseerde middelen die door de nieuwe lidstaten moeten worden betaald krachtens deze gewijzigde begroting, alsmede de aanpassing met terugwerkende kracht van de maandelijkse twaalfden voor het tijdvak januari–april 2004 die uitsluitend gelden voor de huidige lidstaten, worden omgezet in achtsten die tijdens de periode mei–december 2004 moeten worden afgedragen. De aanpassingen met terugwerkende kracht die voortvloeien uit eventuele later in 2004 aangenomen gewijzigde begrotingen, worden op dezelfde wijze omgezet in gelijke delen die tijdens de rest van het jaar moeten worden afgedragen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De Gemeenschap stort op de eerste werkdag van elke maand aan Tsjechië, Cyprus, Malta en Slovenië, uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, één achtste in 2004 vanaf de datum van toetreding en één twaalfde in 2005 en 2006 van de volgende bedragen bij wijze van tijdelijke begrotingscompensatie: 2004 2005 2006 (miljoen euro – prijzen van 1999) Tsjechië 125,4 178,0 85,1 Cyprus 68,9 119,2 112,3 Malta 37,8 65,6 62,9 Slovenië 29,5 66,4 35,5 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 De Gemeenschap stort op de eerste werkdag van elke maand aan Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, één achtste in 2004 vanaf de datum van toetreding en één twaalfde in 2005 en 2006 van de volgende bedragen bij wijze van forfaitaire speciale cash flow-faciliteit: Een in de forfaitaire speciale cash flow-faciliteit opgenomen bedrag van 1 miljard euro voor Polen en van 100 miljoen euro voor de Tsjechische Republiek wordt in aanmerking genomen voor berekeningen betreffende de verdeling van de structuurfondsen voor de jaren 2004 tot en met 2006. 2004 2005 2006 (miljoen euro – prijzen van 1999) Tsjechië 174,7 91,55 91,55 Estland 15,8 2,9 2,9 Cyprus 27,7 5,05 5,05 Letland 19,5 3,4 3,4 Litouwen 34,8 6,3 6,3 Hongarije 155,3 27,95 27,95 Malta 12,2 27,15 27,15 Polen 442,8 550,0 450,0 Slovenië 65,4 17,85 17,85 Slowakije 63,2 11,35 11,35 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 1) PB L 79 van 22.3.2002, blz. 42. De hieronder vermelde nieuwe lidstaten betalen de volgende bijdragen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal als bedoeld in Besluit 2002/234/EGKS van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 27 februari 2002 betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal: (miljoen euro – huidige prijzen) Tsjechië 39,88 Estland 2,5 Letland 2,69 Hongarije 9,93 Polen 92,46 Slovenië 2,36 Slowakije 20,11 2 De bijdragen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal worden in vier keer betaald, te beginnen in 2006, volgens het onderstaande schema, steeds op de eerste werkdag van de eerste maand van elk jaar: 2006: 15% 2007: 20% 2008: 30% 2009: 35%. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 2) Verordening (EEG) nr. 3906/89 (PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11), zoals gewijzigd. 3) Verordening (EG) nr. 2760/98 (PB L 345 van 19.12.1998, blz. 49), zoals gewijzigd. 4) Verordening (EG) nr. 555/2000 (PB L 68 van 16.3.2000, blz. 3), zoals gewijzigd. 5) Verordening (EG) nr. 1267/1999 (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 73), zoals gewijzigd. 6) Verordening (EG) nr. 1268/1999 (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 87). 7) Interinstitutioneel akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure (PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1). Voorzover in dit Verdrag niet anders is bepaald, worden na 31 december 2003 geen financiële verbintenissen aangegaan ten behoeve van de nieuwe lidstaten uit hoofde van het Phare-programma, het Phare-programma voor grensoverschrijdende samenwerking, de pretoetredingsinstrumenten voor Cyprus en Malta, het ISPA-programmaen het Sapard-programma. De nieuwe lidstaten krijgen met ingang van 1 januari 2004 dezelfde behandeling als de huidige lidstaten wat betreft uitgaven onder de eerste drie rubrieken van de financiële vooruitzichten, als bepaald in de Interinstitutionele Overeenkomst van 6 mei 1999, met inachtneming van de hieronder vermelde individuele specificaties en uitzonderingen of zoals anderszins is bepaald in dit Verdrag. De maximum aanvullende vastleggingen voor de rubrieken 1, 2, 3 en 5 van de Financiële Perspectieven in verband met de toetreding staan in bijlage XV. Voor geen enkel programma of geen enkele orgaan mogen echter financiële verbintenissen worden aangegaan uit hoofde van de begroting voor 2004 voordat de betrokken nieuwe lidstaat is toegetreden., het Phare-programma voor grensoverschrijdende samenwerking, de pretoetredingsinstrumenten voor Cyprus en Malta, het ISPA-programma en het Sapard-programma. De nieuwe lidstaten krijgen met ingang van 1 januari 2004 dezelfde behandeling als de huidige lidstaten wat betreft uitgaven onder de eerste drie rubrieken van de financiële vooruitzichten, als bepaald in de Interinstitutionele Overeenkomst van 6 mei 1999, met inachtneming van de hieronder vermelde individuele specificaties en uitzonderingen of zoals anderszins is bepaald in dit Verdrag. De maximum aanvullende vastleggingen voor de rubrieken 1, 2, 3 en 5 van de Financiële Perspectieven in verband met de toetreding staan in bijlage XV. Voor geen enkel programma of geen enkele orgaan mogen echter financiële verbintenissen worden aangegaan uit hoofde van de begroting voor 2004 voordat de betrokken nieuwe lidstaat is toegetreden. 2 Verordening (EG) nr. 1258/1999 1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103. Lid 1 is niet van toepassing op uitgaven uit hoofde van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, overeenkomstig artikel 2, lid 1, artikel 2, lid 2, en artikel 3, lid 3, vanvan de Raad betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, die pas vanaf de datum van toetreding voor communautaire financiering in aanmerking komen, overeenkomstig artikel 2 van deze Akte., die pas vanaf de datum van toetreding voor communautaire financiering in aanmerking komen, overeenkomstig artikel 2 van deze Akte. Verordening (EG) nr. 1257/1999 2) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 80. Lid 1 van dit artikel is echter wel van toepassing op uitgaven voor uit hoofde van door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde plattelandsontwikkeling, overeenkomstig artikel 47 bis vanvan de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en intrekking van een aantal verordeningen, met inachtneming van de voorwaarden daaraan verbonden in de wijziging van deze verordening in bijlage II bij deze Akte. 3 Onder voorbehoud van de laatste zin van lid 1, nemen de nieuwe lidstaten vanaf 1 januari 2004 deel aan communautaire programma's en organen, met financiering uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen volgens dezelfde regels en voorwaarden als de huidige lidstaten. De regels en voorwaarden van besluiten van de Associatieraden, overeenkomsten en memoranda van overeenstemming tussen de Europese Gemeenschappen en de nieuwe lidstaten betreffende hun deelname aan communautaire programma's en organen worden met ingang van 1 januari 2004 vervangen door de bepalingen die op deze programma's en organen van toepassing zijn. 4 Indien één van de, in artikel 1, lid 1, van het Toetredingsverdrag genoemde staten niet in de loop van 2004 tot de Gemeenschap toetreedt, dan zijn alle verzoeken van of uit dat land om uitgavensteun uit hoofde van de eerste drie rubrieken van de Financiële Perspectieven voor 2004 nietig. In dat geval blijft het betreffende besluit van de Associatieraad, de betreffende overeenkomst of het memorandum van overeenstemming ten aanzien van die staat gedurende het hele jaar 2004 van toepassing. 5 Indien er maatregelen moeten worden genomen om de overgang tussen de pretoetredingsregeling en die welke voortvloeit uit de toepassing van dit artikel te vergemakkelijken, neemt de Commissie de vereiste maatregelen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 1) Verordening (EEG) nr. 3906/89 (PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11), zoals gewijzigd. 2) Verordening (EG) nr. 2760/98 (PB L 345 van 19.12.1998, blz. 49), zoals gewijzigd. 3) Verordening (EG) nr. 555/2000 (PB L 68 van 16.3.2000, blz. 3), zoals gewijzigd. Vanaf de datum van toetreding worden de aanbesteding, de afsluiting, de uitvoering en de betaling met betrekking tot pretoetredingsmiddelen in het kader van het Phare-programma, het GS-programma in het kader van Phareen de pretoetredingsmiddelen voor Cyprus en Maltabeheerd door een uitvoeringsinstantie in de nieuwe lidstaten. Verordening (EG) nr. 1266/1999 Verordening (EEG) nr. 3906/89 4) PB L 232 van 2.9.1999, blz. 34. Van de voorafgaande goedkeuring door de Commissie in verband met de aanbesteding en de afsluiting van de overeenkomst zal worden afgezien bij een besluit van de Commissie te dien einde, na een als positief beoordeelde aanvraag voor een versterkt gedecentraliseerd uitvoeringssysteem (EDIS), overeenkomstig de criteria en de voorwaarden van de bijlage bijvan de Raad betreffende de coördinatie van de bijstand aan de kandidaat-lidstaten in het kader van de pretoetredingsstrategie en houdende wijziging van. Indien de beslissing van de Commissie om af te zien van voorafgaande goedkeuring niet is genomen vóór de toetreding, heeft dat tot gevolg dat overeenkomsten die zijn ondertekend tussen de toetredingsdatum en de datum waarop de Commissie haar beslissing neemt, niet in aanmerking komen voor pretoetredingsbijstand. Indien evenwel, bij wijze van uitzondering, de beslissing van de Commissie om af te zien van voorafgaande goedkeuring pas kan worden getroffen na de toetredingsdatum om redenen die niet kunnen worden toegeschreven aan de autoriteiten van de nieuwe lidstaat, kan de Commissie in naar behoren gemotiveerde gevallen aanvaarden dat overeenkomsten die zijn gesloten tussen de toetredingsdatum en de datum van de beslissing van de Commissie, in aanmerking komen voor pretoetredingsbijstand, en dat de uitvoering van de pretoetredingsbijstand nog gedurende een beperkte periode wordt voortgezet, op voorwaarde dat de Commissie vooraf haar goedkeuring verleent aan de aanbesteding en de afsluiting van de overeenkomst. 2 Algemene begrotingsverplichtingen die zijn aangegaan voor de toetreding krachtens de in lid 1 bedoelde financiële instrumenten voor de pretoetredingssteun, met inbegrip van de afsluiting en registratie van latere individuele vastleggingen en betalingen die na de toetreding zijn verricht, blijven vallen onder de regels en voorschriften van de financiële instrumenten in het kader van de pretoetredingsbijstand en blijven ten laste van de desbetreffende begrotingshoofdstukken tot de betrokken programma's en projecten worden afgesloten. Onverminderd hetgeen voorafgaat, worden procedures inzake overheidsopdrachten die worden ingeleid na de toetreding, uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke communautaire richtlijnen. 3 1) Zoals omschreven in de Phare-richtsnoeren (SEC(1999) 1596, bijgewerkt op 6.9.2002 bij C 3303/2). De laatste programmeringsperiode voor de in lid 1 bedoelde pretoetredingsbijstand valt samen met het laatste volledige kalenderjaar dat aan de toetreding voorafgaat. Voor de acties uit hoofde van deze programma's dient binnen de twee volgende jaren een overeenkomst te worden gesloten; de betalingen worden verricht zoals in het financieringsmemorandumis vastgesteld, normaliter tegen het einde van het derde jaar nadat de betalingsverplichting is aangegaan. Er worden geen verlengingen toegestaan voor de termijn van de overeenkomsten. Bij wijze van uitzondering en in naar behoren gemotiveerde gevallen, is een beperkte verlenging van de termijnen mogelijk voor de betalingen. is vastgesteld, normaliter tegen het einde van het derde jaar nadat de betalingsverplichting is aangegaan. Er worden geen verlengingen toegestaan voor de termijn van de overeenkomsten. Bij wijze van uitzondering en in naar behoren gemotiveerde gevallen, is een beperkte verlenging van de termijnen mogelijk voor de betalingen. 4 2) Verordening (EG) nr. 1267/99 (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 73), zoals gewijzigd. 3) PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2265/02 (PB L 347 van 20.12.2002, blz. 1). Om te zorgen voor de noodzakelijke geleidelijke beëindiging van de in lid 1 bedoelde financiële instrumenten voor de pretoetredingsbijstand en van het ISPA-programma, alsmede voor een vlotte overgang tussen de regels die voor, respectievelijk na de toetreding gelden, kan de Commissie alle passende maatregelen treffen om in de nieuwe lidstaten het nodige wettelijk vereiste personeel te handhaven gedurende een periode van maximaal 15 maanden na de toetreding. Tijdens die periode genieten de ambtenaren die in de nieuwe lidstaten voor de toetreding gedetacheerd waren en die in die lidstaten in dienst blijven na de toetreding bij wijze van uitzondering dezelfde financiële en materiële voorwaarden als die welke door de Commissie vóór de toetreding werden toegepast overeenkomstig bijlage X van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen zoals die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68. De administratieve uitgaven, met inbegrip van de salarissen van andere personeelsleden, die nodig zijn voor het beheer van de pretoetredingsbijstand, worden tijdens het gehele jaar 2004 en tot eind juli 2005 gefinancierd ten laste van de begrotingspost„ondersteuningsuitgaven voor acties" (het vroegere deel B van de begroting) of ten laste van overeenkomstige begrotingsposten voor de in lid 1 bedoelde instrumenten, alsmede het ISPA-programma, van de desbetreffende pretoetredingsbegrotingen. , alsmede voor een vlotte overgang tussen de regels die voor, respectievelijk na de toetreding gelden, kan de Commissie alle passende maatregelen treffen om in de nieuwe lidstaten het nodige wettelijk vereiste personeel te handhaven gedurende een periode van maximaal 15 maanden na de toetreding. Tijdens die periode genieten de ambtenaren die in de nieuwe lidstaten voor de toetreding gedetacheerd waren en die in die lidstaten in dienst blijven na de toetreding bij wijze van uitzondering dezelfde financiële en materiële voorwaarden als die welke door de Commissie vóór de toetreding werden toegepast overeenkomstig bijlage X van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen zoals die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68. De administratieve uitgaven, met inbegrip van de salarissen van andere personeelsleden, die nodig zijn voor het beheer van de pretoetredingsbijstand, worden tijdens het gehele jaar 2004 en tot eind juli 2005 gefinancierd ten laste van de begrotingspost„ondersteuningsuitgaven voor acties" (het vroegere deel B van de begroting) of ten laste van overeenkomstige begrotingsposten voor de in lid 1 bedoelde instrumenten, alsmede het ISPA-programma, van de desbetreffende pretoetredingsbegrotingen. 5 Verordening (EG) nr. 1268/1999 Verordening (EG) nr. 1260/1999 1) Verordening (EG) nr. 1447/2001 PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij(PB L 198 van 21.7.2001, blz. 1). Wanneer krachtensgoedgekeurde projecten niet langer uit hoofde van dat instrument kunnen worden gefinancierd, kunnen zij worden geïntegreerd in de programmering inzake plattelandsontwikkeling en gefinancierd door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw. Indien in dit verband specifieke overgangsmaatregelen nodig zijn, worden deze door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 50, lid 2, vanvan de Raad houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Tussen de datum van toetreding en eind 2006 verstrekt de Unie aan de nieuwe lidstaten tijdelijke financiële bijstand (hierna de „overgangsfaciliteit" te noemen) voor de ontwikkeling en versterking van hun administratieve capaciteit om de communautaire wetgeving uit te voeren en te handhaven, en de uitwisseling van beste praktijken tussen overeenkomstige instanties in verschillende landen te bevorderen. 2 Deze bijstand is gericht op de blijvende noodzaak om de institutionele capaciteit op bepaalde terreinen te versterken door middel van maatregelen die niet door de structuurfondsen kunnen worden gefinancierd, in het bijzonder op de volgende gebieden: – justitie en binnenlandse zaken (versterking van het rechtssysteem, controle aan de buitengrenzen, anticorruptiestrategie, versterking van de wetshandhavingscapaciteiten); – financiële controle; – bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en fraudebestrijding; – interne markt, met inbegrip van douane-unie; – milieu; – veterinaire diensten, en opbouw van de administratieve capaciteit in verband met de voedselveiligheid; – structuren op het stuk van bestuur en controle voor landbouw en plattelandsontwikkeling, met inbegrip van het GBCS (Geïntegreerd beheers- en controlesysteem); – nucleaire veiligheid (versterking van de effectiviteit en de competentie van de voor nucleaire veiligheid verantwoordelijke autoriteiten en van de organisaties die hen op technisch vlak bijstaan, alsook van de openbare instanties voor het beheer van radioactief afval); – statistiek; – versterking van de overheidsdiensten overeenkomstig de behoeften die worden gesignaleerd in het alomvattende Monitoringverslag van de Commissie en die niet onder de structuurfondsen vallen. 3 Verordening (EEG) nr. 3906/89 1) Verordening (EG) nr. 2500/2001 PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij(PB L 342 van 27.12.2001, blz. 1). Over de bijstand uit hoofde van de overgangsfaciliteit wordt besloten overeenkomstig de procedure van artikel 8 vanvan de Raad betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen van Midden- en Oost-Europa. 4 2) Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1). Het programma wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 53, lid 1, onder a) en b), van het financieel reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Voor samenwerkingsverbonden tussen overheidsinstanties met het oog op institutionele ontwikkeling blijft de procedure met betrekking tot het doen van voorstellen via het netwerk van contactpunten in de huidige lidstaten van toepassing; deze procedure is vastgelegd in de kaderovereenkomsten met de huidige lidstaten met betrekking tot de pretoetredingssteun.. Voor samenwerkingsverbonden tussen overheidsinstanties met het oog op institutionele ontwikkeling blijft de procedure met betrekking tot het doen van voorstellen via het netwerk van contactpunten in de huidige lidstaten van toepassing; deze procedure is vastgelegd in de kaderovereenkomsten met de huidige lidstaten met betrekking tot de pretoetredingssteun. De vastleggingen voor de overgangsfaciliteit bedragen, tegen de prijzen van 1999, 200 miljoen euro voor 2004, 120 miljoen euro in 2005 en 60 miljoen euro in 2006. De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegekend binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Hierbij wordt een Schengenfaciliteit als tijdelijk instrument ingesteld om de begunstigde lidstaten vanaf de datum van toetreding tot eind 2006 te helpen bij de financiering van acties aan de nieuwe buitengrenzen van de Unie met het oog op de uitvoering van het Schengenacquis en de controle aan de buitengrenzen. Om de bij de voorbereiding voor deelname aan Schengen ontdekte tekortkomingen te verhelpen, komen de volgende soorten acties in aanmerking voor financiering uit hoofde van de Schengenfaciliteit: – investering in bouw, renovatie of verbetering van de infrastructuur aan grensovergangen en daarmee verband houdende gebouwen; – investeringen in alle soorten van werkmaterieel (bv. laboratoriumapparatuur, detectieapparatuur, apparatuur en programmatuur voor het Schengeninformatiesysteem SIS 2, vervoersmiddelen); – opleiding van grenswachten; – ondersteuning van logistieke en operationele kosten. 2 De volgende bedragen worden in het kader van de Schengenfaciliteit beschikbaar gesteld en als forfaitaire steunbetalingen uitgekeerd aan de onderstaande begunstigde lidstaten: 2004 2005 2006 (miljoen euro – prijzen van 1999) Estland 22,9 22,9 22,9 Letland 23,7 23,7 23,7 Litouwen 44,78 61,07 29,85 Hongarije 49,3 49,3 49,3 Polen 93,34 93,33 93,33 Slovenië 35,64 35,63 35,63 Slowakije 15,94 15,93 15,93 3 Het is de taak van de begunstigde lidstaten om de afzonderlijke operaties overeenkomstig dit artikel te selecteren en uit te voeren. Zij zijn tevens verantwoordelijk voor het coördineren van het gebruik van de faciliteit met steun uit andere communautaire instrumenten, voor de compatibiliteit met het beleid en de maatregelen van de Gemeenschap en voor de naleving van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. De forfaitaire steunbetalingen worden binnen drie jaar na de eerste betaling gebruikt en ongebruikte of onterecht uitgegeven middelen worden teruggevorderd door de Commissie. De begunstigde lidstaten dienen, uiterlijk zes maanden na de termijn van drie jaar, een overzichtsverslag in over de wijze waarop de forfaitaire steunbetalingen zijn gebruikt, met een verklaring waarin de uitgaven worden gerechtvaardigd. De begunstigde lidstaat oefent deze verantwoordelijkheid uit onverminderd de bevoegdheden van de Commissie inzake de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en overeenkomstig het bepaalde in het financieel reglement betreffende gedecentraliseerd beheer. 4 De Commissie houdt een toetsingsrecht via het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). De Commissie en de Rekenkamer kunnen tevens controles ter plaatse uitvoeren volgens de passende procedures. 5 De Commissie kan de voor de werking van deze faciliteit noodzakelijke technische bepalingen aannemen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 De in de artikelen 29, 30, 34 en 35 genoemde bedragen worden jaarlijks aangepast in het kader van de technische aanpassing op grond van punt 15 van het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Indien zich voor het einde van een periode van ten hoogste drie jaar na de toetreding ernstige en mogelijk aanhoudende moeilijkheden voordoen in een sector van het economische leven, dan wel moeilijkheden die de economische toestand van een bepaalde streek ernstig kunnen verstoren, kan een nieuwe lidstaat machtiging vragen om beschermingsmaatregelen te nemen, zodat de toestand weer in evenwicht kan worden gebracht en de betrokken sector kan worden aangepast aan de economie van de gemeenschappelijke markt. Onder dezelfde voorwaarden kan een van de huidige lidstaten verzoeken gemachtigd te worden beschermingsmaatregelen te nemen ten opzichte van een of meer van de nieuwe lidstaten. 2 Op verzoek van de betrokken staat stelt de Commissie door middel van een spoedprocedure onverwijld de beschermingsmaatregelen vast welke zij noodzakelijk acht, waarbij zij de voorwaarden en praktische regels voor de toepassing ervan aangeeft. In geval van ernstige economische moeilijkheden spreekt de Commissie zich op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken lidstaat uit binnen een termijn van vijf werkdagen na de ontvangst van het met redenen omkleed verzoek. De aldus getroffen maatregelen zijn onmiddellijk van toepassing, houden rekening met de belangen van alle betrokken partijen en leiden niet tot grenscontroles. 3 EG-Verdrag De overeenkomstig lid 2 toegestane maatregelen kunnen afwijkingen van de regels van heten van deze Akte inhouden, voorzover en voor zolang zij strikt noodzakelijk zijn om de in lid 1 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de gemeenschappelijke markt het minst verstoren. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Bij niet-naleving door een nieuwe lidstaat van in het kader van de toetredingsonderhandelingen aangegane verbintenissen waardoor de werking van de interne markt ernstig wordt verstoord, met inbegrip van verbintenissen inzake sectoraal beleid betreffende economische activiteiten met grensoverschrijdende gevolgen, of bij onmiddellijke dreiging van een dergelijke verstoring, kan de Commissie tot aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Akte op een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat dan wel op eigen initiatief passende maatregelen treffen. Deze maatregelen moeten evenredig zijn en er moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de werking van de interne markt het minst verstoren en, in voorkomend geval, aan de toepassing van de bestaande sectorale vrijwaringsmechanismen. Deze vrijwaringsmaatregelen mogen echter niet worden gebruikt als middel tot willekeurige discriminatie noch als verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten. Op een vrijwaringsclausule kan zelfs vóór de toetreding een beroep gedaan worden op basis van de bevindingen van het toezicht, en de clausule kan vanaf de datum van toetreding van kracht worden. De maatregelen worden niet langer gehandhaafd dan strikt noodzakelijk is en zij worden in elk geval ingetrokken wanneer de betrokken verplichting is nagekomen. Zij kunnen evenwel tot na de in de eerste alinea bedoelde periode worden toegepast indien de betrokken verplichtingen niet zijn nagekomen. In antwoord op de vooruitgang die door de betrokken nieuwe lidstaat bij het nakomen van zijn verplichtingen is geboekt, kan de Commissie in voorkomend geval de maatregelen aanpassen. De Commissie stelt de Raad tijdig in kennis alvorens zij vrijwaringsmaatregelen intrekt, en zij houdt terdege rekening met de desbetreffende opmerkingen van de Raad. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 titel VI van het EU-Verdrag titel IV van het EG-verdrag Indien er zich in een nieuwe lidstaat ernstige tekortkomingen of directe risico's op dergelijke tekortkomingen voordoen bij de omzetting, de stand van de uitvoering of de toepassing van de kaderbesluiten of andere ter zake doende verbintenissen, samenwerkingsinstrumenten en besluiten betreffende wederzijdse erkenning in strafzaken uit hoofde vanen richtlijnen en verordeningen inzake wederzijdse erkenning in burgerlijke zaken uit hoofde van, kan de Commissie tot aan het einde van een periode van ten hoogste drie jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Akte op een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat dan wel op eigen initiatief en na overleg met de lidstaten passende maatregelen treffen, waarbij zij de voorwaarden en praktische regels voor de toepassing ervan aangeeft. Deze maatregelen kunnen de vorm aannemen van een tijdelijke schorsing van de toepassing van de betrokken bepalingen en besluiten in de betrekkingen tussen een nieuwe lidstaat en een andere lidstaat of andere lidstaten, zonder afbreuk te doen aan de verdere nauwe justitiële samenwerking. Op een vrijwaringsclausule kan zelfs vóór de toetreding een beroep gedaan worden op basis van de bevindingen van het toezicht, en de clausule kan vanaf de datum van toetreding van kracht worden. De maatregelen worden niet langer gehandhaafd dan strikt noodzakelijk is en zij worden in elk geval ingetrokken wanneer de betrokken tekortkomingen zijn verholpen. Zij kunnen evenwel tot na de in de eerste alinea bedoelde periode worden toegepast zo lang de betrokken tekortkomingen blijven bestaan. In antwoord op de vooruitgang die door de betrokken nieuwe lidstaat bij het verhelpen van de aangegeven tekortkomingen is geboekt, kan de Commissie in voorkomend geval de maatregelen aanpassen na overleg met de lidstaten. De Commissie stelt de Raad tijdig in kennis alvorens zij vrijwaringsmaatregelen intrekt, en zij houdt terdege rekening met de desbetreffende opmerkingen van de Raad. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Teneinde de goede werking van de interne markt niet te verstoren mag de tenuitvoerlegging van de nationale voorschriften van de nieuwe lidstaten gedurende de in de bijlagen V tot en met XIV bedoelde overgangsperioden niet leiden tot grenscontroles tussen de lidstaten. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Verordening (EG) nr. 1260/2001 1) PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1. Indien overgangsmaatregelen nodig zijn ter vergemakkelijking van de overgang van de in de nieuwe lidstaten bestaande regeling naar die welke voortvloeit uit de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid overeenkomstig het bepaalde in deze Akte, worden deze maatregelen door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 42, lid 2, vanvan de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suikerof, naargelang van het geval, van de desbetreffende artikelen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten of volgens de desbetreffende comitéprocedure van de toepasselijke wetgeving. De in dit artikel bedoelde overgangsmaatregelen kunnen worden genomen gedurende een tijdvak dat drie jaar na de datum van toetreding verstrijkt; de toepassing ervan is beperkt tot dat tijdvak. De Raad kan dit tijdvak met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement verlengen. De overgangsmaatregelen die betrekking hebben op de toepassing van ingevolge de toetreding vereiste maar niet in deze Akte gespecificeerde instrumenten betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid, worden vóór de datum van toetreding door de Raad op voorstel van de Commissie met een gekwalificeerde meerderheid aangenomen of, indien die maatregelen gevolgen hebben voor oorspronkelijk door de Commissie aangenomen instrumenten, door de Commissie volgens de procedure die is vereist voor de aanneming van de betrokken instrumenten. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Indien er overgangsmaatregelen nodig zijn om de overgang te vergemakkelijken van de in de nieuwe lidstaten bestaande regeling naar de regeling die voortvloeit uit de toepassing van de communautaire veterinaire en fytosanitaire wetgeving, dienen deze maatregelen door de Commissie volgens de in de toepasselijke wetgeving vastgestelde comitologieprocedure te worden aangenomen. Deze maatregelen worden genomen gedurende een tijdvak dat drie jaar na de datum van toetreding verstrijkt; de toepassing ervan is beperkt tot dat tijdvak. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Het Europees Parlement brengt in zijn Reglement de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 De Raad brengt in zijn Reglement van Orde de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Elke staat die toetreedt heeft het recht om een van zijn onderdanen tot lid van de Commissie te doen benoemen. 2 artikel 213, lid 1 artikel 241, lid 1, eerste alinea artikel 214, lid 2, van het EG-Verdrag artikel 126 van het Euratom-Verdrag Niettegenstaande het bepaalde in,,en: a. wordt op de dag van toetreding een onderdaan van elke nieuwe lidstaat benoemd tot lid van de Commissie. De nieuwe leden van de Commissie worden met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en in overeenstemming met de voorzitter van de Commissie door de Raad benoemd, b. verstrijkt de ambtstermijn van de overeenkomstig punt a) benoemde leden en van de per 23 januari 2000 benoemde leden op 31 oktober 2004, c. treedt op 1 november 2004 een nieuwe Commissie aan, bestaande uit één onderdaan van elke lidstaat; de ambtstermijn van de leden van die nieuwe Commissie verstrijkt op 31 oktober 2009, d. wordt in artikel 4, lid 1, van het aan het EU-Verdrag en het EG-Verdrag gehechte Protocol betreffende de uitbreiding van de Europese Unie de datum „1 januari 2005” vervangen door „1 november 2004”. 3 De Commissie brengt in haar Reglement van Orde de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Bij het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg worden tien rechters benoemd. 2 a. De ambtstermijn van vijf van de overeenkomstig lid 1 benoemde rechters bij het Hof van Justitie loopt af op 6 oktober 2006. Deze rechters worden door het lot aangewezen. De ambtstermijn van de andere rechters loopt af op 6 oktober 2009. b. De ambtstermijn van vijf van de overeenkomstig lid 1 benoemde rechters bij het Gerecht van Eerste Aanleg loopt af op 31 augustus 2004. Deze rechters worden door het lot aangewezen. De ambtstermijn van de andere rechters loopt af op 31 augustus 2007. 3 a. Het Hof van Justitie brengt in zijn reglement voor de procesvoering de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. b. Het Gerecht van eerste aanleg brengt in overeenstemming met het Hof van Justitie in zijn reglement voor de procesvoering de aanpassingen aan die door de toetreding noodzakelijk zijn geworden. c. Het aldus aangepaste reglement voor de procesvoering moet door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden goedgekeurd. 4 Voor het wijzen van vonnis in zaken die op de datum van toetreding bij het Hof of het Gerecht aanhangig zijn en waarvoor de mondelinge procedure vóór deze datum is geopend, komen het Hof en het Gerecht in voltallige zitting of de Kamers bijeen in de samenstelling van voor de toetreding en passen zij het reglement voor de procesvoering toe zoals dit op de dag voor de toetredingsdatum gold. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 De Rekenkamer wordt aangevuld door de benoeming van tien extra leden met een ambtstermijn van zes jaar. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Het Economisch en Sociaal Comité wordt aangevuld door de benoeming van 95 leden die de verschillende economische en sociale componenten van de georganiseerde civiele samenleving in de nieuwe lidstaten vertegenwoordigen. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt tegelijk met het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Het Comité van de Regio's wordt aangevuld door de benoeming van 95 leden die een regionaal of lokaal lichaam uit de nieuwe lidstaten vertegenwoordigen, en die ofwel in een regionaal of lokaal lichaam gekozen zijn ofwel politiek verantwoording schuldig zijn aan een gekozen vergadering. Het mandaat van de aldus benoemde leden eindigt tegelijk met het mandaat van de leden die op het tijdstip van toetreding in functie zijn. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 134, lid 2, van het Euratom-Verdrag De ambtstermijn van de huidige leden van het Wetenschappelijk en Technisch Comité uit hoofde vanverstrijkt op de dag van inwerkingtreding van deze Akte. 2 artikel 134, lid 2, van het Euratom-Verdrag Bij de toetreding benoemt de Raad de nieuwe leden van het Wetenschappelijk en Technisch Comité volgens de procedure van. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 De door de toetreding noodzakelijk geworden aanpassingen van de statuten en van de reglementen van orde van de bij de oorspronkelijke Verdragen ingestelde comités geschieden zo spoedig mogelijk na de toetreding. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Voor wat de in bijlage XVI vermelde, bij de Verdragen en door de wetgever opgerichte comités, groepen en andere instanties betreft, verstrijkt de ambtstermijn der nieuwe leden tegelijk met de ambtstermijn van de leden die op het tijdstip van de toetreding in functie zijn. 2 De ambtstermijn van de nieuwe leden van de in bijlage XVII vermelde, door de Commissie opgerichte comités en groepen verstrijkt tegelijk met de ambtstermijn van de leden die op het tijdstip van de toetreding in functie zijn. 3 De in bijlage XVIII vermelde comités worden bij de toetreding volledig vernieuwd. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 artikel 249 van het EG-Verdrag artikel 161 van het Euratom-Verdrag artikel 254, leden 1 en 2, van het EG-Verdrag Vanaf het tijdstip van toetreding wordt ervan uitgegaan dat de richtlijnen en beschikkingen in de zin vanen van, eveneens tot de nieuwe lidstaten zijn gericht, voorzover deze richtlijnen en beschikkingen tot alle huidige lidstaten zijn gericht. Behoudens wat betreft richtlijnen en beschikkingen die in werking treden overeenkomstig, wordt ervan uitgegaan dat van deze richtlijnen en beschikkingen onmiddellijk bij de toetreding kennis is gegeven aan de nieuwe lidstaten. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 249 van het EG-Verdrag artikel 161 van het Euratom-Verdrag De nieuwe lidstaten stellen de maatregelen in werking die nodig zijn om vanaf het tijdstip van toetreding uitvoering te geven aan de richtlijnen en beschikkingen in de zin vanen van, tenzij in de in artikel 24 bedoelde bijlagen of in andere bepalingen van de onderhavige Akte of de bijlagen daarvan een andere termijn is vastgesteld. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Op een met redenen omkleed verzoek van een van de nieuwe lidstaten kan de Raad, met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie vóór 1 mei 2004 maatregelen treffen die tijdelijke afwijkingen behelzen van de door de instellingen tussen 1 november 2002 en de datum van ondertekening van het Toetredingsverdrag genomen besluiten. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Behoudens andersluidende bepalingen, stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de maatregelen vast die nodig zijn ter uitvoering van het bepaalde in de bijlagen II, III en IV, waarnaar wordt verwezen in de artikelen 20, 21 en 22 van deze Akte. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Indien besluiten van de Instellingen van vóór de toetreding in verband met de toetreding moeten worden aangepast, en in deze Akte of de bijlagen daarvan niet in de noodzakelijke aanpassingen is voorzien, worden deze aanpassingen aangebracht overeenkomstig de procedure van lid 2. Deze aanpassingen treden onmiddellijk bij de toetreding in werking. 2 De daartoe noodzakelijke teksten worden, op voorstel van de Commissie, door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, of door de Commissie vastgesteld, naargelang de oorspronkelijke besluiten door de ene dan wel door de andere Instelling zijn aangenomen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 De teksten van de vóór de toetreding aangenomen besluiten van de Instellingen en van de Europese Centrale Bank die door de Raad, de Commissie of de Europese Centrale Bank in de Estse, de Hongaarse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Sloveense, de Slowaakse en de Tsjechische taal zijn vastgesteld, zijn vanaf het tijdstip van toetreding op gelijke wijze authentiek als de in de elf huidige talen vastgestelde teksten. Zij worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt, wanneer de teksten in de huidige talen aldus zijn bekendgemaakt. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikel 33 van het Euratom-Verdrag De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de bescherming van de gezondheid van de werknemers en van de bevolking op het grondgebied van de nieuwe lidstaten tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren worden overeenkomstigdoor deze staten aan de Commissie medegedeeld binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de toetreding. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 De aan deze Akte gehechte bijlagen I tot en met XVIII, de aanhangsels daarbij en de Protocollen 1 tot en met 10 maken daar een integrerend deel van uit. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Verdrag betreffende de Europese Unie Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van de nieuwe lidstaten een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal toe van het, heten heten de Verdragen tot wijziging of aanvulling daarvan, met inbegrip van het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, het Verdrag betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, het Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie. De teksten van deze Verdragen in de Estse, de Hongaarse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Sloveense, de Slowaakse, en de Tsjechische taal worden aan de onderhavige Akte gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van de in de eerste alinea genoemde Verdragen die zijn opgesteld in de huidige talen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie zal een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de internationale overeenkomsten die zijn nedergelegd in het archief van het secretariaat-generaal, aan de Regeringen van de nieuwe lidstaten toezenden. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wijzigt het Protocol betreffende de Statuten van de Europese Investeringsbank; Rome, 25-03-1957. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1) Bij deze data wordt uitgegaan van de daadwerkelijke toetreding van de nieuwe lidstaten uiterlijk twee maanden vóór 30/09/2004. Het Koninkrijk Spanje stort het bedrag van 309 686 775 euro, als aandeel in het kapitaal gestort voor de verhoging van het geplaatste kapitaal. Deze bijdrage wordt gestort in acht gelijke termijnen die vervallen op 30/09/2004, 30/09/2005, 30/09/2006, 31/03/2007, 30/09/2007, 31/03/2008, 30/09/2008 en 31/03/2009. Het Koninkrijk Spanje draagt in acht gelijke termijnen die vervallen op de bovengenoemde data bij tot de reserves en de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede tot het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken bedrag, bevattende het saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze aan het einde van de maand voorafgaande aan de toetreding zijn vastgesteld en in de balans van de Bank voorkomen, door storting van bedragen die overeenkomen met 4,1292% van de reserves en voorzieningen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1) De genoemde cijfers zijn indicatief en zijn gebaseerd op de voor 2002 door Eurostat (New Cronos) gepubliceerde ramingen. Vanaf de datum van toetreding storten de nieuwe lidstaten de volgende bedragen overeenkomende met hun aandeel in het kapitaal gestort voor het geplaatste kapitaal als gedefinieerd in artikel 4 van de statuten: 2) Bij deze data wordt uitgegaan van de effectieve toetreding van de nieuwe lidstaten uiterlijk twee maanden vóór 30/09/2004. Deze bijdragen worden gestort in acht gelijke termijnen die vervallen op 30/09/2004, 30/09/2005, 30/09/2006, 31/03/2007, 30/09/2007, 31/03/2008, 30/09/2008 en 31/03/2009. Polen EUR 181 751 525 Tsjechië EUR 60 629 500 Hongarije EUR 56 079 150 Slowakije EUR 20 424 475 Slovenië EUR 18 971 450 Litouwen EUR 12 542 600 Cyprus EUR 9 037 350 Letland EUR 7 809 625 Estland EUR 5 758 600 Malta EUR 3 692 450 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 3) De genoemde cijfers zijn indicatief en zijn gebaseerd op de voor 2002 door Eurostat (New Cronos) gepubliceerde ramingen. De nieuwe lidstaten dragen in acht gelijke termijnen die vervallen op de in artikel 3 genoemde data bij tot de reserves, de met reserves gelijk te stellen voorzieningen, alsmede tot het nog naar de reserves en voorzieningen over te boeken bedrag, bevattende het saldo van de verlies- en winstrekening, zoals deze aan het einde van de maand voorafgaande aan de toetreding zijn vastgesteld en in de balans van de Bank voorkomen, door storting van bedragen die overeenkomen met de volgende percentages van de reserves en voorzieningen: Polen 2,4234% Tsjechië 0,8084% Hongarije 0,7477% Slowakije 0,2723% Slovenië 0,2530% Litouwen 0,1672% Cyprus 0,1205% Letland 0,1041% Estland 0,0768% Malta 0,0492% 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De in de artikelen 2, 3 en 4 van dit Protocol bedoelde stortingen worden door het Koninkrijk Spanje en de nieuwe lidstaten verricht in contanten in euro, behoudens afwijkingen waartoe door de Raad van gouverneurs met eenparigheid van stemmen wordt besloten. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij de toetreding benoemt de Raad van gouverneurs overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de statuten voor elk van de nieuwe lidstaten een bewindvoerder, alsook plaatsvervangers. 2 De ambtsperiode van de aldus benoemde bewindvoerders en plaatsvervangers loopt af aan het einde van de jaarvergadering van de Raad van gouverneurs tijdens welke het jaarverslag over het boekjaar 2007 wordt behandeld. 3 Bij de toetreding coöpteert de Raad van bewind de deskundigen en hun plaatsvervangers. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25-03-1957. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De SBA's worden opgenomen in het douanegebied van de Gemeenschap; hiertoe zijn de in deel I van de bijlage bij dit protocol opgesomde instrumenten op het gebied van douane en gemeenschappelijk handelsbeleid, met de in de Bijlage vermelde wijzigingen, van toepassing op de SBA's. 2 De besluiten inzake omzetbelasting, accijnzen en andere vormen van indirecte belasting in deel II van de bijlage bij dit protocol zijn, met de in de bijlage vermelde wijzigingen, van toepassing op de SBA's, alsook de relevante bepalingen die van toepassing zijn op Cyprus, als vervat in de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie. 3 De besluiten in deel III van de bijlage bij dit protocol worden in de in de bijlage uiteengezette zin gewijzigd om het Verenigd Koninkrijk in staat te stellen de in het Oprichtingsverdrag vastgelegde verminderingen en vrijstellingen van rechten en heffingen op leveringen aan zijn strijdkrachten en daarmee geassocieerd personeel, te handhaven. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De volgende bepalingen van het verdrag en daarmee verband houdende bepalingen zijn van toepassing op de SBA's: a. Titel II van het derde deel van het EG-Verdrag over landbouw en de op basis daarvan vastgestelde bepalingen; b. artikel 152, lid 4, onder b), van het EG-Verdrag de krachtensvastgestelde maatregelen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Verordening (EEG) nr. 1408/71 1) PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2. Personen die wonen of werken op het grondgebied van de SBA's en die krachtens de regelingen die zijn getroffen uit hoofde van het Oprichtingsverdrag en de daarmee verband houdende notawisseling van 16 augustus 1960 onderworpen zijn aan de socialezekerheidswetgeving van de Republiek Cyprus, worden voorvan de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsenbehandeld alsof zij op het grondgebied van de Republiek Cyprus wonen of werken. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De Republiek Cyprus behoeft geen controle uit te oefenen op personen die haar land- en zeegrenzen met een SBA overschrijden; op dergelijke personen zijn eventuele communautaire beperkingen op overschrijding van de buitengrenzen niet van toepassing. 2 Het Verenigd Koninkrijk oefent conform de verbintenissen in deel IV van de bijlage bij dit protocol controle uit op personen die de buitengrenzen van een SBA overschrijden. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 EG-Verdrag De Raad kan, in het belang van een doeltreffende uitvoering van de doelstellingen van dit protocol, met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie de artikelen 2 tot en met 5 alsook de bijlage wijzigen, dan wel andere bepalingen van heten daarmee verband houdende communautaire wetgeving op de door hem bepaalde wijze en voorwaarden op de SBA's toepassen. De Commissie raadpleegt het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Cyprus alvorens een voorstel in te dienen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onverminderd lid 2 is het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk voor de uitvoering van dit protocol in de SBA's. In het bijzonder geldt het volgende: a. het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor de toepassing van de in dit protocol gespecificeerde communautaire maatregelen op het gebied van douane, indirecte belastingen en het gemeenschappelijk handelsbeleid met betrekking tot goederen die Cyprus binnenkomen of verlaten via een haven of luchthaven binnen een SBA; b. goederen die door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk via een haven of luchthaven in de Republiek Cyprus in Cyprus zijn ingevoerd, c.q. uit Cyprus zijn uitgevoerd kunnen binnen de SBA's aan douanecontrole worden onderworpen; c. het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor de afgifte van de vergunningen en certificaten die krachtens toepasselijke communautaire maatregelen vereist zijn met betrekking tot goederen die door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk in Cyprus zijn ingevoerd, c.q. uit Cyprus zijn uitgevoerd. 2 De Republiek Cyprus is verantwoordelijk voor het beheer en de uitbetaling van de gelden waarvoor personen in de SBA's krachtens artikel 3 van dit protocol uit hoofde van de toepassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in de SBA's in aanmerking komen; de Republiek Cyprus legt aan de Commissie verantwoording af voor dergelijke uitgaven. 3 Onverminderd de leden 1 en 2 kan het Verenigd Koninkrijk de uitoefening van taken die bij of krachtens een bepaling als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 aan een lidstaat zijn opgelegd, in overeenstemming met de regelingen die krachtens het Oprichtingsverdrag zijn getroffen, overdragen aan de bevoegde autoriteiten van de Republiek Cyprus. 4 Het Verenigd Koninkrijk en de Republiek Cyprus werken samen in het belang van de doeltreffende uitvoering van dit protocol in de SBA's, en sluiten in voorkomend geval nadere akkoorden voor de overdracht van de uitvoering van bepalingen als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5. Van dergelijke akkoorden wordt een afschrift verstrekt aan de Commissie. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 299 van het Verdrag De in dit protocol vastgelegde regeling heeft uitsluitend betrekking op de speciale situatie van de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen en kan op geen enkel ander grondgebied van de Gemeenschap worden toegepast, noch geheel of gedeeltelijk als precedent dienen voor enige andere speciale regeling die reeds bestaat of kan worden ingevoerd op een ander Europees grondgebied als bedoeld in. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De Commissie brengt om de vijf jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van dit protocol. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Uit erkentelijkheid voor de bereidheid van de Unie om voldoende aanvullende communautaire steun te verlenen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina door Litouwen en ter onderstreping van dit blijk van solidariteit, zegt Litouwen toe reactor 1 en reactor 2 van de kerncentrale van Ignalina uiterlijk op respectievelijk 31 december 2005 en 31 december 2009 te zullen sluiten en vervolgens te zullen ontmantelen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 In de periode 2004–2006 zal de Gemeenschap Litouwen aanvullende financiële steun verlenen ter ondersteuning van de ontmanteling en om de gevolgen van de sluiting en ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina te ondervangen (hierna „het Ignalina-programma” genoemd). 2 Verordening (EEG) nr. 3906/89 Verordening (EG) nr. 2500/2001 1) PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11. 2) PB L 342 van 27.12.2001, blz. 1. De maatregelen in het kader van het Ignalina-programma worden vastgesteld en uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde invan de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa, laatstelijk gewijzigd bij. 3 Het Ignalina-programma omvat onder meer het volgende: maatregelen ter ondersteuning van de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina; maatregelen voor aanpassing aan de milieu-eisen overeenkomstig het acquis en voor modernisering van de conventionele elektriciteitsopwekkingscapaciteit ter vervanging van de productiecapaciteit van de twee reactoren van de kerncentrale van Ignalina; andere maatregelen die voortvloeien uit het besluit tot sluiting en ontmanteling van deze centrale en die bijdragen tot de noodzakelijke herstructurering, aanpassing aan de milieu-eisen en modernisering van de sectoren voor de productie, het transport en de distributie van energie in Litouwen, alsook tot de verbetering van de energievoorzieningszekerheid en van de energie-efficiëntie in Litouwen. 4 Het Ignalina-programma omvat maatregelen die ertoe moeten bijdragen dat het personeel van de centrale een hoog niveau van operationele veiligheid van de kerncentrale van Ignalina kan handhaven in de perioden voorafgaand aan de sluiting en tijdens de ontmanteling van de beide reactoren. 5 Voor de periode 2004–2006 zal het Ignalina-programma 285 miljoen euro aan vastleggingskredieten belopen, vast te leggen in gelijke bedragen per jaar. 6 De bijdrage in het kader van het Ignalina-programma kan voor bepaalde maatregelen tot 100% van de totale uitgaven belopen. Alles moet in het werk gesteld worden om de medefinanciering in het kader van de pretoetredingssteun voor de ontmantelingswerkzaamheden van Litouwen voort te zetten, en om, waar nodig, medefinanciering uit andere bronnen aan te trekken. 7 De steun in het kader van het Ignalina-programma, of delen daarvan, kan beschikbaar worden gesteld in de vorm van een bijdrage van de Gemeenschap aan het Internationale steunfonds voor de ontmanteling van Ignalina, dat beheerd wordt door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. 8 Staatssteun uit nationale, communautaire en internationale bronnen: EG-Verdrag dient verenigbaar te zijn met de interne markt als omschreven in het. – voor de aanpassing aan de milieu-eisen overeenkomstig het acquis en de modernisering van de Litouwse thermische centrale in Elektrenai als belangrijkste vervanging voor de opwekkingscapaciteit van de twee reactoren van de Ignalina-kerncentrale; en – voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina 9 EG-Verdrag Staatssteun uit nationale, communautaire en internationale bronnen ter ondersteuning van de inspanningen van Litouwen om de gevolgen van de sluiting en ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina te ondervangen, mag voor elk afzonderlijk geval geacht worden – in het kader van het– verenigbaar te zijn met de interne markt, met name wanneer het gaat om staatssteun ter verbetering van de energievoorzieningszekerheid. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De EU geeft er zich rekenschap van dat de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina een langetermijnproject is en voor Litouwen uitzonderlijke financiële lasten met zich meebrengt, belasting die niet in verhouding staat tot de omvang en de economische draagkracht van het land, en bevestigt uit solidariteit met Litouwen bereid te zijn ook na 2006 voldoende aanvullende communautaire steun voor de ontmanteling te zullen blijven verlenen. 2 Met het oog hierop wordt het Ignalina-programma ononderbroken voortgezet en verlengd tot na 2006. De uitvoeringsbepalingen voor het verlengde Ignalina-programma worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 56 van de Akte van toetreding en treden uiterlijk op de einddatum van de huidige financiële vooruitzichten in werking. 3 Het overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, van dit Protocol verlengde Ignalina-programma is gebaseerd op dezelfde elementen en beginselen als omschreven in artikel 2 van dit Protocol. 4 Voor de periode van de volgende financiële vooruitzichten zullen de algemene gemiddelde vastleggingen in het kader van het verlengde Ignalina-programma toereikend zijn. De programmering van deze middelen zal gebaseerd zijn op de feitelijke betalingsbehoeften en opnamecapaciteit. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Onverminderd het bepaalde in artikel 1 is tot en met 31 december 2012 de algemene vrijwaringsclausule bedoeld in artikel 37 van de Akte van toetreding van toepassing indien de energievoorziening in Litouwen verstoord wordt. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Verordening (EG) nr. 693/2003 1) PB L 99 van 17.4.2003, blz. 8. De communautaire voorschriften en regelingen voor de doorreis van personen over land tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie, met namevan de Raad van 14 april 2003 tot invoering van een specifiek Doorreisfaciliteringsdocument (FTD), een Doorreisfaciliteringsdocument voor treinreizigers (FRTD) en tot wijziging van de Gemeenschappelijke Visum-instructie en het Gemeenschappelijk Handboek, vormen als zodanig geen reden tot uitstel of belemmering voor de volledige deelname van Litouwen aan het Schengenacquis, inclusief de opheffing van de binnengrenscontroles. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De Gemeenschap staat Litouwen bij bij de implementatie van de voorschriften en regelingen voor de doorreis van personen tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie, opdat Litouwen zo spoedig mogelijk volledig aan het Schengenacquis kan deelnemen. De Gemeenschap staat Litouwen bij bij het beheer van de doorreis van personen tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie en neemt met name alle extra kosten voor de implementatie van de specifieke bepalingen van het acquis voor deze doorreis voor haar rekening. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Onverminderd de soevereine rechten van Litouwen zullen latere besluiten inzake de doorreis van personen tussen de regio Kaliningrad en andere delen van de Russische Federatie pas na de toetreding van Litouwen worden genomen; de Raad neemt deze besluiten met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Slowakije verbindt zich ertoe reactor 1 en reactor 2 van de V1-kerncentrale van Bohunice uiterlijk op respectievelijk 31 december 2006 en 31 december 2008 te sluiten en vervolgens te ontmantelen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 In de periode 2004–2006 zal de Gemeenschap Slowakije financiële steun verlenen ter ondersteuning van de ontmanteling en om de gevolgen van de sluiting en ontmanteling van reactor 1 en reactor 2 van de V1-kerncentrale in Bohunice te ondervangen (hierna „de steun" genoemd). 2 Verordening (EEG) nr. 3906/89 Verordening (EG) nr. 2500/2001 1) PB L 375 van 23.12.1989, blz. 11. 2) PB L 342 van 27.12.2001, blz. 1. De steun wordt vastgesteld en uitgevoerd – ook na de toetreding van Slowakije tot de Unie – overeenkomstig het bepaalde vanvan de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp ten gunste van bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa, laatstelijk gewijzigd bij. 3 Voor de periode 2004–2006 zal de steun 90 miljoen euro aan vastleggingskredieten belopen, vast te leggen in gelijke bedragen per jaar. 4 De steun of delen daarvan kunnen beschikbaar worden gesteld als bijdrage van de Gemeenschap aan het Internationale steunfonds voor de ontmanteling van Bohunice, dat beheerd wordt door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De Europese Unie is zich ervan bewust dat de ontmanteling van de V1-kerncentrale van Bohunice ook na afloop van de huidige financiële vooruitzichten zal moeten voortduren en dat deze inspanning een aanzienlijke financiële last vormt voor Slowakije. Bij besluiten over de voortzetting van EU-steun op dit gebied na 2006 zal met deze situatie rekening worden gehouden. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 De invoering van het acquis wordt opgeschort in de zones van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent. 2 De Raad besluit, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen over de intrekking van de in lid 1 bedoelde opschorting. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen de voorwaarden vast waaronder de rechtsvoorschriften van de EU gelden ten aanzien van de grens tussen de in artikel 1 bedoelde gebieden en de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent. 2 De grens tussen de oostelijke zone onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de in artikel 1 bedoelde zones wordt, voor de toepassing van deel IV van de bijlage bij het Protocol betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen, beschouwd als een deel van de buitengrenzen van de zones die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen, zulks voor de duur van de opschorting van de invoering van het acquis uit hoofde van artikel 1. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Dit Protocol vormt in geen enkel opzicht een beletsel voor maatregelen die worden getroffen ter bevordering van de economische ontwikkeling van de in artikel 1 bedoelde zones. 2 Die maatregelen laten onverlet, de toepassing van het acquis in alle andere gebiedsdelen van de Republiek Cyprus, volgens de voorwaarden van het Toetredingsverdrag. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Indien een regeling tot stand komt, besluit de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen omtrent over de aanpassingen die met betrekking tot de Turks-Cypriotische gemeenschap worden aangebracht in de voorwaarden betreffende de toetreding van Cyprus tot de Europese Unie. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel I — I#
I 1 Teneinde te waarborgen dat de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, hierna „toetredende staten" te noemen, voldoende worden ingelicht, worden alle voorstellen, mededelingen, aanbevelingen of initiatieven die kunnen leiden tot besluiten van de instellingen of organen van de Europese Unie, na toezending aan de Raad ter kennis van de toetredende staten gebracht. 2 Er wordt overleg gepleegd op een met redenen omkleed verzoek van een toetredende staat, die daarin zijn belangen als toekomstig lid van de Unie dient uiteen te zetten en zijn opmerkingen daarin neerlegt. 3 Besluiten inzake beheer vormen in het algemeen geen aanleiding tot overleg. 4 Het overleg vindt plaats in een Interimcomité, samengesteld uit vertegenwoordigers van de Unie en van de toetredende staten. 5 Aan de zijde van de Unie zijn de leden van het Interimcomité de leden van het Comité van permanente vertegenwoordigers of diegenen die deze laatsten daarvoor aanwijzen. De Commissie wordt uitgenodigd zich bij deze werkzaamheden te doen vertegenwoordigen. 6 Het Interimcomité wordt bijgestaan door een secretariaat, dat het secretariaat van de Conferentie is, dat tot dat doel in functie blijft. 7 Het overleg vindt normaliter plaats zodra de voorbereidende werkzaamheden op communautair niveau met het oog op de aanvaarding van besluiten door de Raad zover zijn gevorderd dat de gemeenschappelijke strekking ervan het mogelijk maakt een dergelijk overleg met vrucht te organiseren. 8 Mochten er na het overleg nog ernstige moeilijkheden bestaan, dan kan het probleem op verzoek van een toetredende staat op ministerieel niveau worden besproken. 9 Bovenstaande bepalingen worden mutatis mutandis toegepast op de besluiten van de Raad van Gouverneurs van de Europese Investeringsbank. 10 De in de voorgaande punten omschreven procedure is eveneens van toepassing op alle door de toetredende staten te nemen besluiten die van invloed kunnen zijn op de verbintenissen die voortvloeien uit hun hoedanigheid van toekomstige leden van de Unie. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel II — II#
II 1 artikel 13 artikel 14 artikel 15 van het Verdrag betreffende de Europese Unie Onverminderd de hiernavolgende bepalingen is de onder I bedoelde procedure mutatis mutandis van toepassing op de ontwerpen van gemeenschappelijke strategieën van de Raad in de zin van, de ontwerpen van gemeenschappelijke optredens van de Raad in de zin vanen de ontwerpen van gemeenschappelijke standpunten van de Raad in de zin van. 2 Het staat aan de voorzitter deze ontwerpen onder de aandacht van de toetredende staten te brengen wanneer het voorstel of de mededeling afkomstig is van een lidstaat. 3 Behoudens een met redenen omkleed bezwaar van een toetredende staat mag overleg plaatsvinden in de vorm van een uitwisseling van berichten langs elektronische weg. 4 Indien overleg plaatsvindt in het Interimcomité, kunnen de leden van dat Comité die lid zijn van de Unie, waar passend, bestaan uit de leden van het Politiek en Veiligheidscomité. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel III — III#
III 1 artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie Onverminderd de hiernavolgende bepalingen is de onder I bedoelde procedure mutatis mutandis van toepassing op de ontwerpen van gemeenschappelijke standpunten, kaderbesluiten en besluiten van de Raad in de zin van, alsmede op de opstelling van overeenkomsten als bedoeld in dat artikel. 2 Het staat aan de voorzitter deze ontwerpen onder de aandacht van de toetredende staten te brengen wanneer het voorstel of de mededeling afkomstig is van een lidstaat. 3 artikel 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie Indien overleg plaatsvindt in het Interimcomité, kunnen de leden van dat Comité die lid zijn van de Unie, waar passend, bestaan uit de leden van het inbedoelde Comité. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel IV — IV#
IV 1 De Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek nemen de nodige maatregelen om hun toetreding tot de in artikel 3, lid 4, artikel 5, lid 1, tweede zin, artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 2, eerste alinea en artikel 6, lid 5, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing van de Verdragen bedoelde overeenkomsten of akkoorden voorzover mogelijk, en overeenkomstig het in die Akte bepaalde, te doen samenvallen met de inwerkingtreding van het toetredingsverdrag. Voorzover de in artikel 3, lid 4, artikel 5, lid 1, tweede zin en artikel 5, lid 2, bedoelde overeenkomsten of akkoorden slechts in de vorm van een ontwerp bestaan, nog niet zijn ondertekend en waarschijnlijk in het tijdvak dat aan de toetreding voorafgaat niet meer kunnen worden ondertekend, zullen de toetredende Staten worden uitgenodigd om na de ondertekening van het Verdrag betreffende de toetreding volgens passende procedures deel te nemen aan de uitwerking, in positieve zin, en zodanig dat de sluiting daarvan wordt bevorderd, van die ontwerpen. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel V — V#
V Ten aanzien van de onderhandelingen over overgangs- en aanpassingsprotocollen met de in artikel 6, leden 2 en 6, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden genoemde landen worden de vertegenwoordigers van de toetredende Staten als waarnemers bij de werkzaamheden betrokken, naast de vertegenwoordigers van de huidige lidstaten. Bepaalde door de Gemeenschap gesloten niet-preferentiële akkoorden die ook na de datum van toetreding blijven gelden, kunnen worden aangepast om rekening te houden met de uitbreiding van de Unie. De Unie zal de vertegenwoordigers van de toetredende staten overeenkomstig de in de vorige alinea omschreven procedure bij de onderhandelingen over deze aanpassing betrekken. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004
Artikel VI — VI#
VI De Instellingen van de Unie stellen tijdig de in de artikelen 58 en 61 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing van de Verdragen bedoelde bepalingen vast. 2003 74 27-05-2003 21-04-2004 2004 119 14-05-2004 01-05-2004