Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en de Helleense Republiek betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling
- BWB-id
- BWBV0001877
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- 2005-07-23 t/m 2022-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0001877
- ELI
- /eli/nl/verdrag/2005/bwbv0001877
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/2005/bwbv0001877/2005-07-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0001877&g=2005-07-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0001877&z=2026-06-06&g=2005-07-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0001877/2005-07-23
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/2005/bwbv0001877
Artikel 1 — Artikel 1 Toepassingsgebied#
Artikel 1 Toepassingsgebied 1 Deze overeenkomst is van toepassing op rentebetalingen die door een op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende staten gevestigde uitbetalende instantie worden verricht met als doel het mogelijk te maken dat inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen welke in een overeenkomstsluitende staat worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die een natuurlijke persoon zijn en hun woonplaats in de andere overeenkomstsluitende staat hebben, effectief worden belast overeenkomstig het nationale recht van de laatstgenoemde overeenkomstsluitende staat. 2 De werkingssfeer van deze overeenkomst is beperkt tot belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rente uit hoofde van schuldvorderingen; vraagstukken in verband met de fiscale behandeling van, onder meer, pensioenen en verzekeringsuitkeringen vallen buiten de werkingssfeer van deze overeenkomst. 3 Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt deze overeenkomst alleen voor de Nederlandse Antillen. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 2 — Artikel 2 Definities#
Artikel 2 Definities 1 Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt, tenzij de context anders vereist, verstaan onder: a. ”een overeenkomstsluitende staat” en „de andere overeenkomstsluitende staat”: het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van de Nederlandse Antillen of de Helleense Republiek, naargelang de context; b. „de Nederlandse Antillen”: het gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden dat in het Caribische gebied is gelegen en bestaat uit de eilandgebieden Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius en het Nederlandse deel van Sint-Maarten; c. de overeenkomstsluitende staat zijnde lidstaat van de Europese Unie is: de Helleense Republiek; d. Richtlijn 2003/48/EG „richtlijn”:van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, zoals van toepassing op de datum van ondertekening van deze overeenkomst; e. „uiteindelijk gerechtigde(n)”: uiteindelijk gerechtigde(n) in de zin van artikel 2 van de richtlijn; f. „uitbetalende instantie(s)”: uitbetalende instantie(s) in de zin van artikel 4 van de richtlijn; g. „bevoegde autoriteit”: i. in het geval van de Nederlandse Antillen: de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger; ii. in het geval van de Helleense Republiek: de bevoegde autoriteit van die staat in de zin van artikel 5 van de richtlijn; h. „rentebetaling(en)”: rentebetaling(en) in de zin van artikel 6 van de richtlijn, met inachtneming van artikel 15 van de richtlijn; i. aan niet anderszins omschreven termen wordt de betekenis gehecht die in de richtlijn daaraan wordt gegeven. 2 Voor de toepassing van de overeenkomst wordt in de bepalingen van de richtlijn waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen in plaats van „lidstaten” gelezen: overeenkomstsluitende staten. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde#
Artikel 3 Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde Voor de toepassing van de artikelen 4 tot en met 6 bepaalt elke overeenkomstsluitende staat de procedures die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen en draagt zorg voor de toepassing van deze procedures binnen zijn grondgebied. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen van artikel 3, leden 2 en 3, van de richtlijn, met dien verstande dat, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, wat betreft het bepaalde in lid 2, onder a), en in lid 3, onder a), de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgesteld op grond van de informatie waarover de uitbetalende instantie krachtens de toepassing van de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Nederlandse Antillen beschikt. De bestaande vrijstellingen of ontheffingen die in voorkomend geval op verzoek aan uiteindelijk gerechtigden met woonplaats in de Helleense Republiek zijn verleend, zijn evenwel niet langer van toepassing en aan die uiteindelijk gerechtigden worden geen verdere vrijstellingen of ontheffingen van dien aard verleend. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Automatische gegevensuitwisseling#
Artikel 4 Automatische gegevensuitwisseling 1 De bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende staat van de uitbetalende instantie verstrekt de in artikel 8 van de richtlijn bedoelde gegevens aan de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende staat waar de uiteindelijk gerechtigde zijn woonplaats heeft. 2 De gegevensverstrekking gebeurt automatisch en ten minste eenmaal per jaar, binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar van de overeenkomstsluitende staat van de uitbetalende instantie, voor alle gedurende dat jaar verrichte rentebetalingen. 3 Richtlijn 77/799/EEG De overeenkomstsluitende staten behandelen de gegevensuitwisseling uit hoofde van deze overeenkomst op een wijze die strookt met het bepaalde in artikel 7 van. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 5 — Artikel 5 Overgangsbepalingen#
Artikel 5 Overgangsbepalingen 1 Indien de uiteindelijk gerechtigde van de rente woonachtig is in de Helleense Republiek en de uitbetalende instantie in de Nederlandse Antillen is gevestigd, heffen de Nederlandse Antillen gedurende de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode bronbelasting, gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode tegen een tarief van 15%, gedurende de volgende drie jaar tegen een tarief van 20%, en daarna tegen een tarief van 35%. Gedurende deze periode zijn de Nederlandse Antillen niet gehouden de bepalingen van artikel 4 toe te passen. De Nederlandse Antillen ontvangen echter gegevens van de Helleense Republiek overeenkomstig dat artikel. 2 De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op de wijze als omschreven in artikel 11, leden 2 en 3, van de richtlijn. 3 Het opleggen van bronbelasting door de Nederlandse Antillen belet de Helleense Republiek niet de inkomsten te belasten overeenkomstig het nationale recht van de Helleense Republiek. 4 Tijdens de overgangsperiode kunnen de Nederlandse Antillen bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in de Helleense Republiek gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en heft hij de bronbelasting op die rente, tenzij de entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van artikel 4, lid 2. 5 Aan het einde van de overgangsperiode zullen de Nederlandse Antillen worden gevraagd de bepalingen van artikel 4 toe te passen en zullen de Nederlandse Antillen niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen. Als de Nederlandse Antillen er tijdens de overgangsperiode voor kiest de bepalingen van artikel 4 toe te passen, zullen zij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Verdeling van belastingopbrengsten#
Artikel 6 Verdeling van belastingopbrengsten 1 De Nederlandse Antillen behouden 25% van de opbrengsten van de bronbelasting als bedoeld in artikel 5, lid 1, en dragen 75% van de opbrengsten over aan de Helleense Republiek. 2 Indien de Nederlandse Antillen overeenkomstig artikel 5, lid 4, bronbelasting heffen, behouden zij 25% van de opbrengsten van de bronbelasting geheven op rentebetalingen aan in de Helleense Republiek gevestigde entiteiten als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn en dragen 75% over aan de Helleense Republiek. 3 Die overdrachten vinden uiterlijk plaats in de zes maanden volgende op het eind van het belastingjaar van de Nederlandse Antillen. 4 De Nederlandse Antillen treffen de maatregelen die nodig zijn om het systeem voor de verdeling van de belastingopbrengsten correct te doen functioneren. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Uitzonderingen op de procedure van bronbelasting#
Artikel 7 Uitzonderingen op de procedure van bronbelasting 1 De Nederlandse Antillen voorzien in één van beide of beide procedures van artikel 13, lid 1, van de richtlijn om te verzekeren dat uiteindelijk gerechtigden een verzoek kunnen indienen tot het niet-inhouden van bronbelasting. 2 Op verzoek van de uiteindelijk gerechtigde geeft de bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende staat waar deze zijn fiscale woonplaats heeft een verklaring af overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de richtlijn. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 8 — Artikel 8 Voorkomen van dubbele belasting#
Artikel 8 Voorkomen van dubbele belasting De Helleense Republiek zorgt ervoor dat het heffen van bronbelasting als bedoeld in artikel 5 niet leidt tot dubbele belasting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, leden 2 en 3, van de richtlijn, of zorgt voor restitutie van de bronbelasting. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9 Andere bronbelastingen#
Artikel 9 Andere bronbelastingen De overeenkomst belet de overeenkomstsluitende staten niet om, naast de bronbelasting als bedoeld in artikel 5, overeenkomstig hun nationale wetten en verdragen tot voorkoming van dubbele belasting, ook andere bronbelastingen te heffen. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 10 — Artikel 10 Omzetting#
Artikel 10 Omzetting De overeenkomstsluitende staten dienen vóór 1 januari 2005 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze overeenkomst te voldoen. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 11 — Artikel 11 Bijlage#
Artikel 11 Bijlage Richtlijn 77/799/EEG Richtlijn 77/799/EEG Richtlijn 77/799/EEG De teksten van de richtlijn en van artikel 7 vanvan de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en indirecte belastingen, zoals die van toepassing zijn op de datum van ondertekening van deze overeenkomst en waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen, zijn als bijlage aan deze overeenkomst gehecht en maken integraal deel daarvan uit. De tekst van artikel 7 vanin deze bijlage wordt vervangen door de tekst van dat artikel in de gewijzigdeindien deze gewijzigde richtlijn in werking treedt vóór de datum waarop de bepalingen van deze overeenkomst van kracht worden. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding#
Artikel 12 Inwerkingtreding Deze overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag na de laatste van de data waarop de respectieve regeringen elkaar er van in kennis hebben gesteld dat de in hun respectieve staten voorgeschreven grondwettelijke formaliteiten zijn vervuld en de bepalingen ervan vinden toepassing op de datum vanaf welke de richtlijn overeenkomstig artikel 17, leden 2 en 3, van de richtlijn van toepassing is. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 13 — Artikel 13 Beëindiging#
Artikel 13 Beëindiging Deze overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van beide overeenkomstsluitende staten wordt beëindigd. Elke overeenkomstsluitende staat kan de overeenkomst langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een tijdvak van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst kennis te geven van beëindiging. In dat geval houdt de overeenkomst op van toepassing te zijn voor tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van beëindiging is gegeven. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Geheimhouding#
Artikel 7 Geheimhouding 1 Alle inlichtingen waarover een lidstaat uit hoofde van deze richtlijn beschikt, worden in deze lidstaat geheim gehouden op dezelfde wijze als geschiedt met de gegevens die deze lidstaat verkrijgt uit hoofde van de eigen nationale wetgeving. Hoe dan ook mogen deze inlichtingen: 76/308/EEG Bovendien kan door de lidstaten worden bepaald dat de in de eerste alinea bedoelde inlichtingen mogen worden gebruikt om andere heffingen, rechten en belastingen vast te stellen die vallen onder artikel 2 van Richtlijn. – alleen aan die personen ter kennis worden gebracht die bij de vaststelling van de belastingschuld of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belastingschuld rechtstreeks betrokken zijn, – alleen worden onthuld in gerechtelijke procedures of in procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belastingschuld, en alleen aan die personen die rechtstreeks bij deze procedures betrokken zijn; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt, daar geen bezwaar tegen maakt op het moment dat zij de inlichtingen in eerste instantie verstrekt, – in geen geval worden gebruikt voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden of gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belastingschuld. 2 Het bepaalde in lid 1 houdt niet in dat een Lid-Staat waarvan de wetgeving of de administratieve praktijk voor nationale doeleinden verdergaande beperkingen bevatten dan die welke in dit lid zijn vervat, gehouden is tot het verstrekken van inlichtingen indien de Staat waar- voor deze zijn bestemd, zich niet verbindt deze verdergaande beperkingen in acht te nemen. 3 In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende Lid-Staat toestaan dat in de Lid-Staat die de inlichtingen ontvangt, deze ook voor andere doeleinden worden gebruikt, indien de wetgeving van de inlichtingen verstrekkende Lid- Staat in het eigen land een gelijksoortig gebruik onder overeenkomstige omstandigheden toestaat. 4 Wanneer de bevoegde autoriteit van een Lid-Staat van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde Lid-Staat, kan zij de betrokken inlichtingen met toestemming van de bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verstrekt, doorgeven aan de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Lid-Staat. 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 205 19-08-2005 23-07-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 2005 117 03-05-2005 23-06-2005 01-07-2005