Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, in verband met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
- BWB-id
- BWBV0001660
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2008-08-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0001660
- ELI
- /eli/nl/verdrag/2008/bwbv0001660
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/2008/bwbv0001660/2008-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0001660&g=2008-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0001660&z=2026-06-06&g=2008-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0001660/2008-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/2008/bwbv0001660
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek worden partij bij de Euro-mediterrane overeenkomst en dienen, op dezelfde wijze als de andere lidstaten van de Gemeenschap, de teksten van de overeenkomst, alsmede de gemeenschappelijke verklaringen, de verklaringen en de briefwisselingen respectievelijk goed te keuren en er nota van te nemen. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Teneinde rekening te houden met de recente institutionele ontwikkelingen binnen de Europese Unie, komen de partijen overeen dat na het aflopen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal de bestaande bepalingen van de overeenkomst die naar de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal verwijzen, geacht worden te verwijzen naar de Europese Gemeenschap, die alle door de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal aangegane rechten en verplichtingen heeft overgenomen. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3 Landbouwproducten#
Artikel 3 Landbouwproducten Wijzigt de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds; Brussel, 17-07-1995. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4 Oorsprongsregels#
Artikel 4 Oorsprongsregels Wijzigt de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds; Brussel, 17-07-1995. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 5 — Artikel 5 Voorzitterschap van het associatiecomité#
Artikel 5 Voorzitterschap van het associatiecomité Wijzigt de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds; Brussel, 17-07-1995. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 6 — Artikel 6 Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking#
Artikel 6 Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking 1 Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze zijn afgegeven door Tunesië of een nieuwe lidstaat in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die tussen hen van toepassing zijn, worden, krachtens dit protocol, in de desbetreffende landen aanvaard, op voorwaarde dat: Indien goederen vóór de datum van toetreding ten invoer zijn aangegeven in Tunesië of een nieuwe lidstaat op grond van op dat tijdstip tussen Tunesië en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen achteraf op grond van die overeenkomsten of regelingen achteraf afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd. a. aanvaarding van dergelijke oorsprong betekent dat een preferentiële tariefbehandeling wordt toegepast op basis van de preferentiële tariefmaatregelen die in de overeenkomst tussen de Europese Unie en Tunesië zijn opgenomen of op basis van het communautaire stelsel van algemene tariefpreferenties; b. het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven; c. het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten wordt ingediend. 2 Tunesië en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur’’ is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits: Deze vergunningen moeten uiterlijk één jaar na de datum van toetreding worden vervangen door nieuwe vergunningen die onder de voorwaarden van de overeenkomst zijn afgegeven. a. een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Tunesië vóór de toetredingsdatum met de Gemeenschap gesloten overeenkomst; b. de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die overeenkomst toepassen. 3 Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de preferentiële overeenkomsten en autonome regelingen zoals bedoeld in de leden 1 en 2, moeten gedurende drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong worden aanvaard door de bevoegde douaneautoriteiten van Tunesië of de nieuwe lidstaten en kunnen gedurende een periode van drie jaar vanaf de aanvaarding van het bewijs van oorsprong nog worden gedaan door die autoriteiten ter rechtvaardiging van een invoeraangifte. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 7 — Artikel 7 Goederen geplaatst onder de regeling douanevervoer#
Artikel 7 Goederen geplaatst onder de regeling douanevervoer 1 De bepalingen van de overeenkomst zijn van toepassing op goederen die worden uitgevoerd uit Tunesië naar een van de nieuwe lidstaten of uit een van de nieuwe lidstaten naar Tunesië, die voldoen aan het bepaalde in Protocol nr. 4 en die op de dag van toetreding onderweg zijn of zich in tijdelijke opslag bevinden in een douane-entrepot of in een vrije zone in Tunesië of de betrokken nieuwe lidstaat. 2 In dergelijke gevallen mag preferentiële behandeling worden verleend, mits binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten van het land van invoer een bewijs van oorsprong wordt ingediend dat achteraf is afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Tunesië verbindt zich ertoe geen claim, verzoek of beroep in te dienen, noch concessies te wijzigen of in te trekken op grond van de artikelen XXIV.6 en XXVIII van de GATT naar aanleiding van deze uitbreiding van de Gemeenschap. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Voor 2004 zal de verhoging van het bestaande tariefcontingent voor de invoer van niet bewerkte olijfolie berekend worden naar rato van de basisvolumen, rekening houdend met de tijd die is verstreken vóór de in artikel 12, lid 2, bedoelde datum. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit protocol vormt een integrerend deel van de Euro-mediterrane overeenkomst. De bijlagen bij dit protocol zijn een integrerend onderdeel van dit protocol. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Dit protocol wordt door de Gemeenschap, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door Tunesië volgens hun eigen procedures goedgekeurd. 2 De partijen geven elkaar kennis van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde overeenkomstige procedures. De akten van goedkeuring worden neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na de datum van nederlegging van de laatste akte van goedkeuring. 2 Dit protocol is voorlopig van toepassing vanaf 1 mei 2004. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit protocol is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De tekst van de Euro-mediterrane overeenkomst, de bijlagen en de protocollen die daarvan een integrerend deel vormen, de slotakte en de daaraan gehechte verklaringen worden opgemaakt in de Estse, de Hongaarse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Sloveense, de Slowaakse en de Tsjechische taal, en die teksten zijn evenzeer authentiek als de oorspronkelijke teksten. De Associatieraad moet deze teksten goedkeuren. 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2008 172 08-09-2008 01-08-2008 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 2005 308 18-01-2006 01-05-2004 01-05-2004