Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen
- BWB-id
- BWBV0006411
- Type
- verdrag
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2018-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBV0006411
- ELI
- /eli/nl/verdrag/2018/bwbv0006411
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/verdrag/2018/bwbv0006411/2018-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBV0006411&g=2018-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBV0006411&z=2026-06-06&g=2018-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBV0006411/2018-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/verdrag/2018/bwbv0006411
Artikel 1 — Artikel 1 Doelstellingen#
Artikel 1 Doelstellingen 1 De Verdragsluitende Partijen beogen, in het besef van hun gemeenschappelijk belang en met inachtneming van de bijzondere belangen van de andere Verdragsluitende Partij, duidelijkheid te scheppen over de verdeling van bevoegdheden, rechten en verantwoordelijkheden tussen de Verdragsluitende Partijen voor bepaalde activiteiten, en voorwaarden te scheppen voor gelijkwaardige en efficiënte toegang tot de havens van beide Verdragsluitende Partijen, en de samenwerking te verzekeren met betrekking tot het scheepvaartverkeer in het door dit Verdrag bestreken gebied. 2 De Verdragsluitende Partijen zullen in de territoriale zee in het besef van hun gemeenschappelijke belangen en met inachtneming van de bijzondere belangen van de andere Verdragsluitende Partij overeenkomstig de hiernavolgende artikelen in de geest van goed nabuurschap samenwerken. 3 De Verdragsluitende Partijen streven naar het waarborgen van de bevaarbaarheid van het Vaarwater en de onbelemmerde toegang vanuit zee tot de aanvaarroutes van en naar de langs de Eems gelegen Duitse en Nederlandse havens. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 2 — Artikel 2 Definities#
Artikel 2 Definities In dit Verdrag betekent: – Eems-Dollardverdrag „” het Verdrag van 8 april 1960 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding; – artikel 7 van het Eems-Dollardverdrag paragraaf 1 van Bijlage B bij dit Verdrag „Eemsmonding” het gebied zoals bepaald inin verbinding met; – artikel 2 van het VN-zeerechtverdrag „Territoriale zee” de territoriale zee zoals bedoeld invan 10 december 1982; – artikel 6 „Lijn” de lijn als bepaald in; – „Noodsituaties voor het scheepvaartverkeer” scheepvaartongevallen, kritieke situaties en andere situaties met onmiddellijke dreiging voor schip, bemanning of milieu; – artikel 10 „Vaarwater” het vaarwater binnen de betonning overeenkomstig; – „Tonnen” de drijvende vaarwegmarkering; – artikel 13 „Verbeterwerken” het ten behoeve van de scheepvaart door baggeren, verbreden of verdiepen van het profiel van de bodem van het Vaarwater, zoals bedoeld in; – artikel 13 „Onderhoudswerken” het ten behoeve van de scheepvaart baggeren van de bodem van het Vaarwater tot instandhouding van het geldende profiel, zoals bedoeld in; – artikel 19 „Commissie” de Westereems Commissie als beschreven in. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 3 — Artikel 3 Geografische reikwijdte#
Artikel 3 Geografische reikwijdte De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing in de territoriale zee tot twaalf mijl uit de kust in het gebied ten noorden van de Eemsmonding. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 4 — Artikel 4 Sans préjudice#
Artikel 4 Sans préjudice De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de territoriale zee tussen 3 en 12 mijl uit de kust. De bepalingen van dit Verdrag zijn evenmin van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de Eemsmonding. Iedere Verdragsluitende Partij behoudt zich in dit opzicht haar rechtsstandpunt voor. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Materiële reikwijdte#
Artikel 5 Materiële reikwijdte Met betrekking tot artikel 6 is ten westen van de lijn als bepaald inuitsluitend het recht van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing en ten oosten van de lijn uitsluitend het recht van de Bondsrepubliek Duitsland. a. installaties voor hernieuwbare energie en alle andere installaties; b. kabels en pijpleidingen; c. Verdrag van 1 december 1964 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust niet-levende natuurlijke rijkdommen, ongeacht het feit dat beide Verdragsluitende Partijen zich hun positie ten aanzien van de juridische betekenis van hetin het gebied tussen 3 en 12 mijl uit de kust voorbehouden; 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 6 — Artikel 6 Lijn#
Artikel 6 Lijn 1 Aanvullende Overeenkomst van 14 mei 1962 bij het Eems-Dollardverdrag Verdrag van 1 december 1964 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust De lijn verloopt vanaf het noordelijke eindpunt c” van de in deovereengekomen lijn, die het grensgebied van de Eemsmonding in de lengterichting splitst, tot aan punt E1 zoals vastgelegd in het. De lijn valt samen met de begrenzing zoals vastgelegd in het Verdrag van 1 december 1964 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust. 2 Deze lijn wordt gevormd door een geodetische lijn die de in geografische coördinaten uitgedrukte punten c” en E1 verbindt: De ligging van de in dit artikel genoemde punten is bepaald in lengte en breedte volgens het World Geodetic System 1984 (WGS84). Breedte (Noord) Lengte (Oost) Punt c” 53° 36’ 15,4” 6° 24’ 45,4” Punt E1 53° 45’ 0,3” 6° 19’ 53,4” 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 7 — Artikel 7 Verkeersmanagement#
Artikel 7 Verkeersmanagement 1 De Verdragsluitende Partijen vestigen een gezamenlijk verkeersmanagementsysteem voor het scheepvaartverkeer in het Vaarwater van en naar de havens van beide Verdragsluitende Partijen aan de Eems. 2 artikel 19 Daartoe richten zij een gezamenlijke verkeerscentrale op die onder Duits recht valt. De werkzaamheden in deze verkeerscentrale worden uitgevoerd door de Bondsrepubliek Duitsland, op basis van verkeersregels zoals ontwikkeld en vastgesteld door de Commissie als ingesteld in. De gezamenlijke verkeerscentrale is bevoegd bindende aanwijzingen aan het scheepvaartverkeer te geven. 3 De Verdragsluitende Partijen dragen elk de helft van de kosten voor de operationele werkzaamheden van de verkeerscentrale. 4 De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor beslissingen van de verkeerscentrale draagt de Bondsrepubliek Duitsland, overeenkomstig het Duitse recht. Met betrekking tot schadevergoeding als gevolg van handelingen van de verkeerscentrale die berusten op de juiste toepassing van de gezamenlijke verkeersregels, bestaat tussen de Verdragsluitende Partijen een regresrecht naar gelijke delen. 5 Schepen zullen op basis van volgorde van aankomst worden afgehandeld. Er moet voor worden gezorgd dat diepstekende schepen telkens gebruik kunnen maken van het eerstvolgende hoogtij. De Commissie zal criteria opstellen voor gevallen waarin van deze regels kan worden afgeweken. 6 ad hoc De Commissie zal het gezamenlijke verkeersmanagementsysteem voor scheepvaartverkeer, en de uitvoering daarvan jaarlijks evalueren. Voorzover daartoe actuele behoefte bestaat kan de Commissie daarnaast opbasis overleggen over het gezamenlijke verkeersmanagementsysteem. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 8 — Artikel 8 Noodsituaties voor het scheepvaartverkeer in het Vaarwater#
Artikel 8 Noodsituaties voor het scheepvaartverkeer in het Vaarwater 1 De Verkeerscentrale meldt noodsituaties onmiddellijk aan de door de Verdragsluitende Partijen aangewezen bevoegde instantie. Van daaruit vinden de verdere beoordeling, het overleg over de te treffen maatregelen en de verdere uitwisseling van informatie plaats. 2 Ondanks de eerste aanpak door de Verkeerscentrale ten behoeve van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer geldt voor alle verdergaande maatregelen als reactie op noodsituaties, voorzover de Verdragsluitende Partijen niets anders overeenkomen, het volgende: 1. betreft het Duitse vaartuigen, dan worden deze door de Bondsrepubliek Duitsland genomen; 2. betreft het Nederlandse vaartuigen, dan worden deze door het Koninkrijk der Nederlanden genomen; 3. betreft het vaartuigen van derde staten, dan ligt de bevoegdheid bij de Verdragsluitende Partij van de eerste haven van bestemming indien zij van zee komen, of bij de Verdragsluitende Partij van de haven die zij het laatst hebben aangedaan indien zij naar zee varen; en 4. betreft het vaartuigen die niet onder de nummers 1 tot en met 3 vallen, plegen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen in individuele gevallen overleg. 3 De aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door maatregelen bedoeld in het tweede lid, wordt beoordeeld naar het recht van de Verdragsluitende Partij die de maatregel heeft getroffen. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Beloodsing#
Artikel 9 Beloodsing 1 De beloodsing op de van de volle zee komende of naar de volle zee varende schepen wordt behartigd: – door de Bondsrepubliek Duitsland indien de schepen als eerste haven een Duitse haven aanlopen of als laatste haven een Duitse haven verlaten; en – door het Koninkrijk der Nederland indien de schepen als eerste haven een Nederlandse haven aanlopen of als laatste haven een Nederlandse haven verlaten. 2 Voor de beloodsing op schepen die tussen Duitse en Nederlandse havens varen zijn de door een van beide Verdragsluitende Partijen erkende loodsen bevoegd. 3 Op de aansprakelijkheid voor schade die door loodsen is veroorzaakt is het recht van de Verdragsluitende Partij die de handelende loods heeft erkend van toepassing. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 10 — Artikel 10 Het Vaarwater#
Artikel 10 Het Vaarwater 1 De ligging van het Vaarwater in het Verdragsgebied wordt bepaald door de locatie van de betonning op de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag. 2 Wijziging in de locatie van de betonning, en daarmee in de ligging van het Vaarwater, wordt door de Commissie vastgesteld en dient door de Verdragsluitende Partijen bevestigd te worden. 3 De Verdragsluitende Partijen zullen wijzigingen in de ligging van het Vaarwater in hun officiële publicaties bekendmaken. 4 Bij geringe natuurlijke veranderingen in het verloop van het Vaarwater kunnen afzonderlijke tonposities zonder de in de leden 2 en 3 beschreven procedure worden aangepast. De Commissie legt de definitie van geringe natuurlijke veranderingen ter instemming aan de Verdragsluitende Partijen voor. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 11 — Artikel 11 Peilingen#
Artikel 11 Peilingen Iedere Verdragsluitende Partij kan ten behoeve van de verkeersveiligheid in het Vaarwater opmetingen, peilingen en hydrologisch onderzoek uitvoeren. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 12 — Artikel 12 Betonning#
Artikel 12 Betonning De Bondsrepubliek Duitsland is ook in de toekomst verantwoordelijk voor het plaatsen, verzorgen en onderhouden van de tonnen in het Vaarwater en draagt de daaraan gerelateerde kosten. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 13 — Artikel 13 Werken aan het Vaarwater#
Artikel 13 Werken aan het Vaarwater 1 Elk van de Verdragsluitende Partijen is bevoegd verbeterwerken uit te voeren aan het Vaarwater en belemmeringen voor de scheepvaart inclusief wrakken in het Vaarwater te verwijderen en verstrekt te dien einde de vereiste vergunningen. Deze werkzaamheden zullen worden uitgevoerd door en komen ten laste van de initiërende Verdragsluitende Partij, tenzij anders wordt overeengekomen. Op de werken overeenkomstig de eerste zin is het nationale recht van de uitvoerende Verdragsluitende Partij van toepassing. 2 Onderhoudswerken tot instandhouding van het profiel van het Vaarwater in de toestand zoals op de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag zullen worden uitgevoerd en komen ten laste van de Bondsrepubliek Duitsland. Onderhoudswerken die het gevolg zijn van huidige of toekomstige verbeterwerken zullen worden uitgevoerd door, en komen ten laste van de initiërende Verdragsluitende Partij tenzij anders wordt overeengekomen. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 14 — Artikel 14 Mededelingsplicht#
Artikel 14 Mededelingsplicht Indien een van beide Verdragsluitende Partijen van plan is nieuwe werkzaamheden of maatregelen ter verbetering of voor het onderhoud van het Vaarwater uit te voeren of de uitvoering ervan toe te laten, doet zij daarvan zo spoedig mogelijk voor het begin van de uitvoering mededeling aan de Commissie. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 15 — Artikel 15 Bezwaren#
Artikel 15 Bezwaren Iedere Verdragsluitende Partij kan binnen een redelijke termijn bij de Commissie bezwaar maken tegen voorgenomen of reeds begonnen werkzaamheden of maatregelen, of tegen het achterwege laten daarvan, op het gebied van de verbetering en het onderhoud, het lichten van wrakken, de verkeersveiligheidspeilingen en de betonning; deze bezwaren moeten worden gemotiveerd met een te verwachten of reeds ontstane schending van de in dit Verdrag aangegane verplichtingen. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 16 — Artikel 16 Claims#
Artikel 16 Claims 1 Ook na de beëindiging van werkzaamheden en maatregelen kan de door nadelige gevolgen getroffen Verdragsluitende Partij de aanleg en het onderhoud van voorzieningen ter voorkoming van schade of een schadevergoeding eisen, indien de nadelige gevolgen niet of niet in hun volle omvang konden worden voorzien. 2 Claims als bedoeld in lid 1 vervallen indien zij niet binnen dertig jaar na beëindiging van dat deel der werkzaamheden en maatregelen waardoor de nadelige gevolgen zijn veroorzaakt, worden geldend gemaakt. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 17 — Artikel 17 Opschorting van voorgenomen werkzaamheden of maatregelen na bezwaren#
Artikel 17 Opschorting van voorgenomen werkzaamheden of maatregelen na bezwaren 1 artikel 21, lid 1 Iedere Verdragsluitende Partij is verplicht de uitvoering van voorgenomen werkzaamheden of maatregelen waartegen de andere Verdragsluitende Partij bezwaren heeft ingediend, op te schorten tot de Regeringen van de Verdragsluitende Partijen een aanbeveling van de Commissie als bedoeld in, hebben aanvaard of de Verdragsluitende Partijen hun overleg als bedoeld in artikel 21, lid 2, hebben beëindigd, tenzij de andere Verdragsluitende Partij instemt met een andere regeling. Het afleggen van de verklaring tussen de Verdragsluitende Partijen als bedoeld in artikel 21, lid 3, wordt gelijkgesteld met de beëindiging van het overleg. 2 Lid 1 is niet van toepassing indien een Verdragsluitende Partij de uitvoering van de gewraakte werkzaamheden of maatregelen niet zonder haar belangen ernstig in gevaar te brengen kan uitstellen. Indien in die gevallen de andere Verdragsluitende Partij schade wordt toegebracht, blijft haar aanspraak op schadevergoeding en op het voorkomen van verdere schade onverminderd bestaan. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 18 — Artikel 18 Mededelingsplicht betreffende andere activiteiten#
Artikel 18 Mededelingsplicht betreffende andere activiteiten artikel 14 hoofdstuk II artikelen 15 16 17 De mededelingsplicht zoals bedoeld ingeldt overeenkomstig voor alle overige werkzaamheden of maatregelen evenals de economische exploitaties volgensvan het onderhavige Verdrag voor zover deze tot belemmeringen in het Vaarwater kunnen leiden. De,enzijn hierop niet van toepassing. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 19 — Artikel 19 De Westereems Commissie#
Artikel 19 De Westereems Commissie 1 De Verdragsluitende Partijen stellen een Permanente Commissie voor de scheepvaart in het Vaarwater in. 2 Iedere Regering benoemt drie deskundigen als Commissarissen, van wie er tenminste één vertrouwd dient te zijn met de plaatselijke omstandigheden. De eerste Commissarissen worden binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag benoemd. De Regeringen kunnen plaatsvervangers van de Commissarissen benoemen. 3 De Commissie komt tenminste eenmaal per jaar bijeen, en voorts wanneer zij dit zelf nodig oordeelt of op verzoek van een van beide Regeringen. Andere deskundigen kunnen tot de zittingen van de Commissie worden uitgenodigd. De Commissie besluit met eenparigheid van stemmen. De Commissie kan haar eigen reglement van orde vaststellen. 4 Hoofdstuk 8 van het Eems-Dollardverdrag Indien noodzakelijk overlegt de Commissie met de Eemscommissie als bedoeld inover de vraagstukken verband houdend met het werk en de bevoegdheden van beide Commissies. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 20 — Artikel 20 Taken van de Commissie#
Artikel 20 Taken van de Commissie De taken van de Commissie zijn: a. artikel 10 besluitvorming over het verloop van het Vaarwater als bedoeld in; b. artikel 10, lid 4 het definiëren van geringe natuurlijke veranderingen en het voorleggen daarvan aan de Verdragsluitende Partijen; en na instemming van de Verdragsluitende Partijen toepassing van deze criteria zoals bedoeld in; c. het ontwikkelen en vaststellen van verkeersregels die gelden in het Vaarwater; d. het ontwikkelen en vaststellen van criteria voor het afwijken van de regels voor afhandeling van schepen door het verkeerscentrum; e. regelmatige evaluatie van deze regels en criteria; f. artikel 7 het jaarlijks evalueren van het functioneren van de verkeerscentrale en het gezamenlijke verkeersmanagementsysteem, ingesteld op grond van; g. ad hoc indien noodzakelijkoverleg over het gezamenlijke verkeersmanagementsysteem; h. het kennisnemen van en uitwisselen van informatie over planning en uitvoering van alle nieuwe werkzaamheden of maatregelen ter verbetering en onderhoud van het Vaarwater; i. artikel 11 het kennisnemen van en uitwisselen van informatie over de krachtensvoorgenomen en uitgevoerde peilingen; j. overleg over kwesties op het gebied van werkzaamheden en maatregelen ter verbetering en onderhoud van het Vaarwater, het lichten van wrakken, betonning, opmetingen, peilingen en hydrologische onderzoeken, voorzover een Verdragsluitende Partij uitwerkingen vreest voor de onbelemmerde toegang tot en naar Duitse en Nederlandse havens, evenals over het gezamenlijke verkeersmanagement; k. inspecties van het Vaarwater en de betonning; en het uitbrengen van verslag over de resultaten van deze inspecties aan de Regeringen; l. het voorleggen van aanbevelingen aan de Regeringen; m. artikel 15 artikel 16 onderzoek van de uit hoofde vaningediende bezwaren en de uit hoofde vaningediende claims. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 21 — Artikel 21 Bezwaarprocedures#
Artikel 21 Bezwaarprocedures 1 letter m van artikel 20 In de gevallen bedoeld onderzal de Commissie er naar streven aan de Regeringen van de Verdragsluitende Partijen aanbevelingen voor te leggen. 2 Indien in de Commissie in de gevallen bedoeld in lid 1 geen overeenstemming wordt bereikt over een aanbeveling, of indien een Verdragsluitende Partij de andere meedeelt dat het overleg naar haar mening een stadium heeft bereikt waarin van een voortzetting geen resultaat kan worden verwacht, zullen de Verdragsluitende Partijen er naar streven tot overeenstemming te komen. 3 Indien dit niet lukt of indien de Verdragsluitende Partijen ondanks een aanbeveling van de Commissie niet tot overeenstemming kunnen komen, geldt het overleg op grond van de verklaring van een van beide Verdragsluitende Partijen als beëindigd. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 22 — Artikel 22 Scheepvaartreglement Eemsmonding#
Artikel 22 Scheepvaartreglement Eemsmonding Bijlage A van de Overeenkomst van 22 december 1986 De intussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding, gewijzigd en aangevuld door de Overeenkomst van 5 april 2001, opgenomen verkeersvoorschriften („Scheepvaartreglement Eemsmonding”) zijn van overeenkomstige toepassing in het Vaarwater. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 23 — Artikel 23 Consulatie#
Artikel 23 Consulatie Geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen betreffende de uitleg of toepassing van dit Verdrag, alsmede hun rechten en plichten op grond van dit Verdrag, worden voor zover mogelijk door onderhandelingen tussen de Regeringen van beide Verdragsluitende Partijen beslecht. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 24 — Artikel 24 Arbitrage#
Artikel 24 Arbitrage 1 Elk geschil over de uitleg en toepassing van dit Verdrag wordt op verzoek van een van de Verdragsluitende Partijen ter beslechting voorgelegd aan een scheidsgerecht op grond van het Facultatieve Reglement voor Arbitrage van Geschillen tussen twee Staten van het Permanente Hof van Arbitrage. 2 Het scheidsgerecht wordt per geval in het leven geroepen doordat iedere Verdragsluitende Partij een lid benoemt en beide leden tezamen overeenstemming bereiken over een onderdaan van een derde Staat als voorzitter die door de Regeringen van de Verdragsluitende Partijen wordt benoemd. De leden dienen binnen twee maanden en de voorzitter dient binnen drie maanden benoemd te worden, nadat de ene Verdragsluitende Partij de andere heeft mede gedeeld dat hij het geschil wenst voor te leggen aan een scheidsgerecht. 3 Indien de in het tweede lid genoemde termijnen niet in acht worden genomen, kan bij gebrek aan een andere wijze van overeenstemming elke Verdragsluitende Partij de President van het Internationaal Gerechtshof te Den Haag verzoeken de nodige benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan van een van de Verdragsluitende Partijen is of indien hij om andere redenen verhinderd is, verricht zijn vervanger de benoemingen. Indien ook de vervanger onderdaan van een van beide Verdragsluitende Partijen is of eveneens verhinderd is, verricht diens vervanger de benoemingen. 4 Het scheidsgerecht beslist met meerderheid van stemmen op grond van dit Verdrag en het volkenrecht. Zijn beslissingen zijn bindend en dienen door de Verdragsluitende Partijen geëerbiedigd te worden. Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten van de door hem benoemde scheidsman alsmede van zijn vertegenwoordiging in de procedure voor het scheidsgerecht; de kosten van de voorzitter alsmede de overige kosten worden door de Verdragsluitende Partijen gelijkelijk gedragen. Voor het overige stelt het scheidsgerecht na overleg met de Verdragsluitende Partijen en met inachtneming van procedurele beginselen die internationaal aanvaard zijn, zijn eigen procedureregels vast. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 25 — Artikel 25 Inwerkingtreding#
Artikel 25 Inwerkingtreding 1 Dit Verdrag dient bekrachtigd te worden. De akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk uitgewisseld. 2 Dit Verdrag treedt op de eerste dag van de tweede maand na uitwisseling van de akten van bekrachtiging in werking. 3 Voorafgaand aan zijn inwerkingtreding, wordt dit Verdrag met ingang van de datum van ondertekening voorlopig toegepast met in achtneming van het respectieve nationale recht van de Verdragsluitende Partijen. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 26 — Artikel 26 Registratie#
Artikel 26 Registratie artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties Dit Verdrag wordt overeenkomstigonmiddellijk na de inwerkingtreding door de Bondsrepubliek Duitsland geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties. 2014 182 24-10-2014 2018 70 06-06-2018 01-07-2018 2014 182 24-10-2014 2014 182 24-10-2014 24-10-2014
Artikel 5#
artikel 5 letter b van het Verdrag
Artikel 7#
artikel 7 van het Verdrag van 24 oktober 2014 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen
Artikel 7#
artikel 7, tweede lid, van het Verdrag