Opiumwet 1960 BES
- BWB-id
- BWBR0028519
- Type
- wet-BES
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028519
- ELI
- /eli/nl/wet-bes/2010/opiumwet-1960-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet-bes/2010/opiumwet-1960-bes/2025-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028519&g=2025-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028519&z=2026-06-06&g=2025-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028519/2025-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet-bes/2010/opiumwet-1960-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Deze wet verstaat onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. ruw opium: het sap, vanzelf gestremd, verkregen uit de plant van de soort Papaver somniferum L. en dat slechts de bewerkingen heeft ondergaan die nodig zijn voor de verpakking en het vervoer, ongeacht het morfinegehalte; c. medicinaal opium: ruw opium dat de nodige bereidingen heeft ondergaan teneinde het geschikt te maken voor geneeskundig gebruik, hetzij in poedervorm of in korrelachtige toestand, hetzij vermengd met neutrale stoffen, overeenkomstig de eisen van de farmacopee; d. cocablad: het blad van de plant van een van de soorten van het geslacht Erythroxylon met uitzondering van een blad waaruit alle ecgonine, cocaïne en alle andere ecgonine alkaloïden zijn verwijderd; e. ruwe cocaïne: alle producten, getrokken uit het cocablad, die rechtstreeks of middellijk kunnen dienen voor de vervaardiging van cocaïne; f. ecgonine: de linksdraaiende ecgonine ([a] 9 15 3 2 = 45.6 bepaald in een oplossing van 5% in water) met de formule CHNOHO, en alle derivaten van deze ecgonine, die in de industrie gebruikt zouden kunnen worden om opnieuw ecgonine te maken; g. morfine: 17 19 3 het voornaamste alcaloïde van opium, met de scheikundige formule CHNO; h. diacetylmorfine: 21 23 5 diacetylmorfine (diamorfine, heroïne) dat de formule heeft CHNO; i. cocaïne: de methylester van de linksdraaiende benzoyl-ecgonine ([a] 17 21 4 = –16.4 bepaald in een oplossing van 20% in chloroform) met de formule CHNO; j. hennep: de bloeiende of vruchtdragende toppen, of delen daarvan, van iedere plant van het geslacht cannabis (met uitzondering van de zaden en bladeren indien deze niet vergezeld gaan van de toppen) waaruit de hars niet is geëxtraheerd, met welke naam ook aangeduid; k. bereid opium: het product, verkregen van ruw opium door een reeks van bijzondere bewerkingen, en in het bijzonder door oplossing, opbruising, roostering en gisting, en ten doel hebbende om het te vervormen tot een extract, geschikt voor het gebruik, daaronder mede verstaan de droesen en al het andere afval van het gerookte opium; l. Enkelvoudig Verdrag: het op 30 maart 1961 te New York tot stand gekomen Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, met bijlagen (Trb. 1963, 81); m. zelfstandigheid: stof van menselijke, dierlijke, plantaardige of chemische oorsprong, daaronder mede verstaan dieren, planten, delen van dieren of planten, alsmede micro-organismen; n. bereiding: een vast of vloeibaar mengsel van zelfstandigheden; o. middel: zelfstandigheid of bereiding; p. Verdrag tegen sluikhandel: het op 20 december 1988 tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 1989, 97); q. Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag tegen sluikhandel: het op 31 januari 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 2010, 165 en 239). 2 artikelen 3 4 Onder het invoeren van middelen, bedoeld in deen, wordt mede verstaan: het invoeren van de voorwerpen of goederen, waarin de middelen verpakt of geborgen zijn en elke op het verder vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling van wie het ook zij, met betrekking tot de hier te lande aanwezige, niet in het vrije verkeer gebrachte middelen zelf of tot de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn. 3 artikelen 3 4 Onder het uitvoeren van middelen, bedoeld in deen, wordt mede verstaan: het uitvoeren van de voorwerpen of goederen, waarin de middelen verpakt of geborgen zijn en het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden, het ten uitvoer aangeven en het in, op of aan een naar het buitenland bestemd vaar- of voertuig aanwezig hebben van de zich hier te lande in het vrije verkeer bevindende middelen zelve, of van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De verbouw van planten van de soort Papaver somniferum L. en van een der soorten van het geslacht Erythroxylon is verboden. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a De verbouw van planten van het geslacht Cannabis is verboden. 2010 641 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het is verboden: a. opium, waaronder te verstaan ruw opium en medicinaal opium; b. bereid opium; c. ruwe cocaïne en ecgonine; d. morfine, diacetylmorfine, cocaïne en hun respectieve zouten; e. enige bereiding van de onder a, b, c of d bedoelde stoffen; f. de door Onze Minister aan te wijzen middelen die onder de werking van het Enkelvoudig Verdrag zijn gebracht en bewustzijnsbeïnvloedende middelen die bij aanwending bij de mens kunnen leiden tot schade voor zijn gezondheid of tot schade voor de samenleving; A. in, uit of door te voeren; B. te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren; C. te bezitten, aanwezig te hebben of aan te wenden; D. te vervaardigen, waaronder begrepen raffineren en omzetten. 2 Onze Minister kan bereidingen aanwijzen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, waarop het eerste lid geheel of ten dele niet van toepassing is. 3 Bereiding van preparaten, rechtstreeks van ruw opium of medicinaal opium en meer dan 20% morfine bevattende, wordt aangemerkt als vervaardiging van morfine. 4 Onder omzetten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel D, wordt alleen het omzetten langs scheikundige weg verstaan. Daaronder wordt niet het omzetten verstaan van alkaloïden in hun zouten. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde middelen regels worden gesteld om de naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en van het bij of krachtens deze wet gestelde te verzekeren en misbruik te voorkomen. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024 Abusievelijk is voor het vijfde lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Het is verboden extract en tinctuur van hennep: A. in, uit of door te voeren; B. te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren; C. te bezitten, aanwezig te hebben of aan te wenden. 2 Artikel 3, vierde en vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het is verboden: a. cocabladeren; b. hennep; c. de hars die uit hennep wordt getrokken; d. de gebruikelijke bereidingen waaraan deze hars ten grondslag ligt zoals hasjiesj, esrar, chiras en djamba; A. in, uit of door te voeren; B. te bezitten, aanwezig te hebben of aan te wenden. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid, onderdeel B, niet geldt. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde middelen regels worden gesteld om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en van het bij of krachtens deze wet te verzekeren en misbruik te voorkomen. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 3 3a Het voorschrijven op recept van enig middel als bedoeld in deenmag slechts geschieden, wanneer dit recept voldoet aan nader door Onze Minister te geven voorschriften. 2 artikelen 3 3a artikel 7, eerste lid Het bestellen van enig middel als bedoeld in deendoor houders van een verlof als bedoeld in, en door apothekers, geneeskundigen tot het afleveren van geneesmiddelen bevoegd en dierenartsen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, mag slechts geschieden met inachtneming van nader door Onze Minister te geven voorschriften. 3 artikel 3 Het is verboden een vals of vervalst recept aan te bieden ter verkrijging van enig middel als bedoeld in. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Artikel 3, eerste lid, onderdeel A artikel 4, eerste lid, onderdeel A , en, zijn niet van toepassing in geval de in-, uit- of doorvoer, al dan niet gepaard gaande met opslag in entrepots of andere douanebergplaatsen, geschiedt met verlof van Onze Minister en met inachtneming van de door of vanwege Onze Minister te geven voorschriften. Deze voorschriften kunnen verschillen voor de onderscheiden middelen, in die artikelen bedoeld. De in-, uit- en doorvoer van bereid opium en van bereidingen van bereid opium mag slechts plaatshebben voor wetenschappelijke of politionele doeleinden. 2 Voor een verlof kan een vergoeding worden geheven overeenkomstig een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Artikel 3, eerste lid, onderdelen B tot en met D artikel 3a, eerste lid, onderdelen B tot en met D artikel 4, eerste lid, onderdeel B ,en, zijn niet van toepassing: Voor een verlof kan een jaarlijkse vergoeding worden geheven overeenkomstig een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief. a. artikel 3, eerste lid, onderdeel f voor zover Onze Minister dit heeft bepaald ten aanzien van een in, bedoeld middel; b. voor zover Onze Minister schriftelijk verlof heeft gegeven tot het verrichten van een of meer van de daar bedoelde handelingen. 2 artikelen 3, eerste lid, onderdelen a, c, d, e en f 3a artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b Behoudens bij algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften is het verbod tot het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van de in de, en, eerste lid bedoelde middelen en tot het bezitten en aanwezig hebben van die middelen en van de in, bedoelde middelen niet van toepassing: a. Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES op gevestigde apothekers en geneeskundigen tot het afleveren van geneesmiddelen bevoegd, mits zij deze middelen slechts voor geneeskundig doel bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, bezitten of aanwezig hebben, en bij een en ander in acht nemen de bepalingen van deof de bepalingen die deze wet te eniger tijd vervangen, en de nadere voorschriften door Onze Minister te geven om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag te verzekeren; b. op gevestigde dierenartsen, mits zij deze middelen slechts voor geneeskundig doel ten behoeve van dieren bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, bezitten of aanwezig hebben, en bij een en ander in acht nemen de voorschriften door Onze Minister te geven om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag te verzekeren. 3 De volgende verboden zijn niet van toepassing op hen die aantonen dat zij deze middelen in de bevonden hoeveelheid nodig hebben voor de uitoefening van de geneeskunde, tandheelkunde of diergeneeskunde of voor eigen geneeskundig gebruik of volgens wettelijk voorschrift in voorraad moeten hebben en langs wettige weg verkregen hebben: a. artikel 3, eerste lid, onderdeel B , voor zover het betreft het vervoeren; b. artikel 3, eerste lid, onderdeel C , voor zover het betreft de in dat lid, onderdelen a, c, d, e en f genoemde middelen; c. artikel 3a, eerste lid, onderdeel C ; d. artikel 4, eerste lid, onderdeel B , voor zover het betreft de in dat lid, onderdelen a en b genoemde middelen. 4 De volgende verboden zijn niet van toepassing op hen die aantonen dat zij deze middelen vervoeren in opdracht van een daartoe bevoegde: a. artikel 3, eerste lid, onderdeel B , voor zover het betreft het vervoeren; b. artikel 3, eerste lid, onderdeel C , voor zover het betreft het bezitten en aanwezig hebben; c. artikel 3a, eerste lid, onderdeel B , voor zover het betreft het vervoeren; d. artikel 3a, eerste lid, onderdeel C , voor zover het betreft het bezitten en aanwezig hebben; e. artikel 4, eerste lid, onderdeel B , met betrekking tot de in dat lid, onderdelen a en b, bedoelde middelen en voor zover het betreft het bezitten en aanwezig hebben. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, eerste lid Onze Minister kan het verlof, bedoeld in, slechts verlenen: a. voor zuiver wetenschappelijke doeleinden of demonstraties; b. aan hen die ten genoegen van Onze Minister aantonen dat zij handel in het groot in geneesmiddelen of soortgelijke stoffen drijven en die niet over de toonbank verkopen en geen open winkel houden, tenzij als gevestigd apotheker; c. aan hen die ten genoegen van Onze Minister aantonen dat zij in het groot geneesmiddelen bereiden; d. artikel 3, eerste lid, onderdelen c, d of f aan hen die ten genoegen van Onze Minister aantonen dat zij de inbedoelde middelen in bepaald aangewezen en nauwkeurig omschreven lokaliteiten vervaardigen. 2 Onze Minister stelt bij het verlof de voorwaarden die hij nodig acht om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en van deze wet te verzekeren en misbruik te voorkomen. 3 Een verlof is steeds herroepbaar. 4 De herroeping geschiedt bij een beschikking van Onze Minister, die de gronden vermeldt waarop zij berust. Daarbij kan een termijn worden gesteld waarin de handelaar of de fabrikant zich van zijn vóór de herroeping op wettige wijze verkregen voorraad zal kunnen ontdoen met inachtneming van de voorwaarden, door Onze Minister te stellen. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast: a. de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren; b. artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering Bonaire, Sint Eustatius en Saba de bijaangewezen ambtenaren; c. de ambtenaren van de belastingdienst, bevoegd inzake douane. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 9 artikelen 3 3a 4 De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd alle plaatsen met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, waar, naar zij redelijkerwijs kunnen vermoeden, in verband met de uitoefening van een bedrijf, middelen of bereidingen als bedoeld in de,enaanwezig zijn, te betreden, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak met betrekking tot deze wet nodig is. Zij zijn bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hen zijn aangewezen, voor zover dit voor het doel van het betreden redelijkerwijs nodig is. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met behulp van de sterke arm. 2 artikel 9, onderdelen a en b artikelen 3 3a 4 De in, bedoelde ambtenaren hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen waar, naar zij redelijkerwijze kunnen vermoeden, middelen of bereidingen als bedoeld in de,enaanwezig zijn en kunnen op die plaatsen ter inbeslagneming huiszoeking doen. Is de plaats een woning, tevens een woning of alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij deze zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner niet binnen dan op algemene of bijzondere schriftelijke last van de officier van justitie of op een bijzondere schriftelijke last van een hulpofficier van justitie. Van het binnentreden wordt door hen proces-verbaal opgemaakt, dat binnen twee maal vierentwintig uur aan degene wiens woning is binnengetreden in afschrift wordt toegezonden. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikel 9 artikelen 3 3a 4 De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd ladingen waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat middelen of bereidingen als bedoeld in de,endaarvan deel uitmaken, aan onderzoekingen te onderwerpen en van zaken monsters te nemen, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak met betrekking tot deze wet nodig is. Daartoe kunnen zij vorderen dat de verpakking van goederen wordt geopend en dat ook overigens de medewerking wordt verleend die voor die onderzoekingen is vereist. 2 Indien het onderzoek of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c 1 artikel 9 artikel 7, eerste lid, onderdeel b De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd van houders van een verlof als bedoeld in, en van de personen, bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, alle inlichtingen te verlangen die redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak met betrekking tot deze wet nodig zijn. 2 Zij zijn bevoegd van de in het eerste lid bedoelde houders en personen inzage te verlangen van boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak met betrekking tot deze wet nodig is. 3 Zij zijn bevoegd van de boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden kopieën te maken. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs. 4 De personen van wie inlichtingen of inzage van boeken en andere zakelijke gegevens en bescheiden worden verlangd, zijn verplicht die onverwijld te verstrekken. 5 Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen van het verschaffen van inlichtingen, doch uitsluitend voor zover het betreft hetgeen hun in hun hoedanigheid is toevertrouwd. Zij kunnen voorts het verlenen van medewerking weigeren, voor zover hun plicht tot geheimhouding zich daartoe uitstrekt. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd een persoon, verdacht van overtreding van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze aan lichaam en kleding te onderzoeken. 2 Zij zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen. 2010 641 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 9, onderdeel a artikelen 3, eerste lid, onderdelen A, B of D 3a, eerste lid, onderdelen A, B of D 4, eerste lid, onderdeel A De in, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd te vorderen dat de verpakking van goederen, met inbegrip van reisbagage, wordt geopend, indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat op grond van een gepleegd strafbaar feit, waarbij gehandeld is in strijd met het in de,, of, gestelde verbod, of op grond van aanwijzingen dat een dergelijk strafbaar feit zal worden gepleegd. 2 De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan slechts worden uitgeoefend tegen bepaalde personen, indien daartoe jegens hen aanleiding bestaat. De officier van justitie kan bij schriftelijk bevel gelasten dat deze bevoegdheid tegenover een ieder kan worden uitgeoefend. Het bevel is met redenen omkleed. 3 Indien geen medewerking wordt verleend, kunnen de in het eerste lid bedoelde ambtenaren en personen, op kosten en risico van de houder van de goederen, in het nodige voorzien. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 artikel 9, onderdeel a artikelen 3, eerste lid, onderdelen A, B of D 3a, eerste lid, onderdelen A, B of D 4, eerste lid, onderdeel A De in, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd vervoermiddelen te onderzoeken, indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat op grond van een gepleegd strafbaar feit, waarbij gehandeld is in strijd met het in de,, of, gestelde verbod, of op grond van aanwijzingen dat een dergelijk strafbaar feit zal worden gepleegd. 2 De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan slechts worden uitgeoefend ten aanzien van bepaalde vervoermiddelen, indien daartoe jegens deze aanleiding bestaat. De officier van justitie kan bij schriftelijke bevel gelasten dat deze bevoegdheid tegenover elk vervoermiddel kan worden uitgeoefend. Het bevel is met redenen omkleed. 3 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen van de bestuurders van voertuigen en van de schippers van vaartuigen daartoe vorderen dat deze de vervoermiddelen tot stilstand brengen, deze vervoermiddelen naar een door hen aangewezen plaats overbrengen en overeenkomstig hun aanwijzingen terzake medewerking verlenen. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 10c — Artikel 10c#
Artikel 10c 1 artikel 9, onderdeel a artikelen 3, eerste lid, onderdelen A, B, of D 3a, eerste lid, onderdelen, A, B of D 4, eerste lid, onderdeel A De in, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd van personen die zich op de openbare weg of op enige voor het publiek toegankelijke plaats bevinden, te vorderen dat deze hun medewerking verlenen aan een onderzoek aan de kleding, indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat op grond van een gepleegd strafbaar feit, waarbij gehandeld is in strijd met het in de,, of, gestelde verbod, of op grond van aanwijzingen dat een dergelijk strafbaar feit zal worden gepleegd. 2 De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan slechts worden uitgeoefend tegen bepaalde personen, indien daartoe jegens hen aanleiding bestaat. De officier van justitie kan bij schriftelijk bevel gelasten dat deze bevoegdheid tegenover een ieder kan worden uitgeoefend. Het bevel is met redenen omkleed. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 2 3, eerste lid 5 Degene die handelt in strijd met,, of, voor zover het betreft de in artikel 3, eerste lid, genoemde middelen, dan wel met een krachtens artikel 3, vijfde lid, gestelde regel wordt gestraft: a. indien degene het feit opzettelijk heeft gepleegd: 1. hetzij met levenslange gevangenisstraf; 2. hetzij met een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vierentwintig jaren; 3. hetzij met een geldboete van de vijfde categorie of vervangende hechtenis van ten hoogste tweeënzeventig maanden; 4. hetzij met beide straffen als bedoeld in de subonderdelen 2 en 3; b. in de overige gevallen: 1. hetzij met een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren; 2. hetzij met een geldboete van de vijfde categorie of vervangende hechtenis van ten hoogste zesendertig maanden; 3. hetzij met beide straffen als bedoeld in de subonderdelen 1 en 2. 2 artikel 2a 3a, eerste lid 4, eerste lid 5 artikel 6 7 8 Degene die handelt in strijd met,,, of, voor zover het betreft de in artikel 3a, eerste lid, genoemde middelen, dan wel met een krachtens artikel 3a, tweede lid, of 4, derde lid, gestelde regel, dan wel met een voorwaarde of voorschrift gesteld krachtens,of, wordt gestraft: a. indien degene het feit opzettelijk heeft gepleegd: 1. hetzij met levenslange gevangenisstraf; 2. hetzij met een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vierentwintig jaren; 3. hetzij met een geldboete van de vijfde categorie of vervangende hechtenis van ten hoogste tweeënzeventig maanden; 4. hetzij met beide straffen als bedoeld in de subonderdelen 2 en 3. b. in de overige gevallen: 1. hetzij met een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren; 2. hetzij met een geldboete van de vijfde categorie of vervangende hechtenis van ten hoogste zesendertig maanden; 3. hetzij met beide straffen als bedoeld in de subonderdelen 1 en 2. 3 artikel 9c, vierde lid artikel 10b, derde lid artikel 10c, eerste lid Degene die handelt in strijd met, of niet voldoet aan een vordering als bedoeld in, of, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van de derde categorie, dan wel met beide straffen. 4 artikelen 3 3a 4, eerste lid De gebruiker, huurder of eigenaar van een voertuig, vaartuig of luchtvaartuig, gebouw, erf of besloten terrein, waar een of meer van de in de,en, bedoelde middelen aanwezig worden bevonden, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van de derde categorie, dan wel met beide straffen, indien niet blijkt dat die aanwezigheid aldaar geoorloofd is. Degene is niet strafbaar, indien blijkt dat diegene alle nodige maatregelen heeft genomen om de ongeoorloofde aanwezigheid van de middelen te voorkomen. 5 Al hetgeen, naar redelijkerwijze vermoed kan worden, gediend heeft of bestemd geweest is tot het plegen van een overtreding van deze wet, alsmede al hetgeen voorwerp van het begane strafbare feit heeft uitgemaakt, kan verbeurd worden verklaard, voor zover het zesde lid niet van toepassing was. 6 artikelen 3 3a 4, eerste lid Alle, onverschillig waar, ongeoorloofd aanwezig bevonden middelen als bedoeld in de,en, vervallen met de voorwerpen die tot hun verpakking of berging gediend hebben, van rechtswege in eigendom aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, tenzij de eigenaar van de goederen binnen de tijd van drie maanden na de aanhaling bewijst dat deze ten onrechte is geschied of dat hij de goederen heeft, of dat deze aan hem ontvreemd zijn en hij deze op geoorloofde wijze aanwezig heeft gehad, in welke gevallen hem de aangehaalde middelen met de voorwerpen die tot hun verpakking of berging hebben gediend, voor zover deze voorwerpen hem in eigendom toebehoorden, worden teruggegeven. 7 De verbeurdverklaarde of aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba vervallen middelen worden, met inachtneming van de door Onze Minister gegeven voorschriften, slechts verkocht, afgeleverd of verstrekt aan personen die deze in bezit of aanwezig mogen hebben. Zo nodig worden zij op last van Onze Minister onbruikbaar gemaakt of vernietigd. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a artikel 3, eerste lid, onderdeel A, B of D 3a, eerste lid, onderdeel A of B, artikel 4, eerste lid, onderdeel A Degene die om een feit als bedoeld in,voor zover opzettelijk gepleegd, of, voor zover opzettelijk gepleegd, voor te bereiden of te bevorderen: a. een ander tracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen; b. zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit tracht te verschaffen; c. voorwerpen voorhanden heeft, waarvan degene weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, wordt gestraft: a. hetzij met levenslange gevangenisstraf; b. hetzij met een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vierentwintig jaren; c. hetzij met een geldboete van de vijfde categorie; d. hetzij met beide straffen als bedoeld in de onderdelen b en c. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 Degene die opzettelijk enig voorwerp dat is verkregen door een in deze wet strafbaar gesteld misdrijf, koopt, huurt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt of uit winstbejag verkoopt, verhuurt, verruilt, in pand geeft, vervoert, bewaart of verbergt, wordt gestraft: a. hetzij met een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vierentwintig jaren; b. hetzij met een geldboete van de vijfde categorie; c. hetzij met beide straffen als bedoeld in de onderdelen a en b. 2 Dezelfde straf wordt opgelegd aan degene die opzettelijk uit de opbrengst van enig voorwerp als bedoeld in het eerste lid, voordeel trekt. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 Degene die enig voorwerp koopt, huurt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt of uit winstbejag verkoopt, verhuurt, verruilt, in pand geeft, vervoert, bewaart of verbergt, wordt, indien aan zijn schuld te wijten is dat zijn handeling een door een in deze wet strafbaar gesteld misdrijf verkregen voorwerp betreft, gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, hetzij met geldboete van de vijfde categorie, hetzij met beide straffen. 2 Dezelfde straf wordt opgelegd aan degene die uit de opbrengst van enig voorwerp voordeel trekt, indien aan zijn schuld te wijten is dat zijn handeling een door een in deze wet strafbaar gesteld misdrijf verkregen voorwerp betreft. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 11d — Artikel 11d#
Artikel 11d artikelen 11a tot en met 11c Voor de toepassing van deworden onder voorwerpen mede verstaan voer- en vaartuigen en stoffen. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 11e — Artikel 11e#
Artikel 11e [vervallen] 2010 641 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 [vervallen] 2010 641 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 [vervallen] 2010 641 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 2 2a 3, eerste lid 3a, eerste lid 4, eerste lid 5 artikelen 6 7 8 artikelen 11a tot en met 11c artikel 11, derde lid De bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten worden, voor zover zij bestaan in overtredingen van de,,,,, enof van de regels gesteld krachtens artikel 3, vijfde lid, 3a, tweede lid, of 4, derde lid, of in het niet voldoen aan de voorwaarden of voorschriften bij een verlof als bedoeld in de,enof bij de herroeping van een zodanig verlof gesteld, beschouwd als misdrijven en anders als overtredingen. De in destrafbaar gestelde feiten worden beschouwd als misdrijven, die in, als overtredingen. 2 Op feiten die vallen onder een strafbepaling van deze wet, zijn de strafbepalingen niet van toepassing die voorkomen in wetten die gaan over de invoerrechten en accijnzen. 3 Wetboek van Strafrecht BES Hetis toepasselijk op ieder die zich buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba schuldig maakt aan: a. artikel 11a artikel 3, eerste lid, onderdeel A artikel 3a, eerste lid, onderdeel A een van de instrafbaar gestelde feiten voor zover die zijn gepleegd om opzettelijk handelen in strijd met, of, voor te bereiden of te bevorderen; b. artikel 3, eerste lid, onderdeel A artikel 3a, eerste lid, onderdeel A artikel 4, eerste lid, onderdeel A poging tot of deelneming aan het opzettelijk handelen in strijd met,, of. 4 Wetboek van Strafrecht BES artikelen 11, eerste en tweede lid 11a tot en met 11c Hetis toepasselijk op een van de in de, enstrafbaar gestelde feiten, indien het feit is gepleegd aan boord van een buitenlands vaartuig dan wel een vaartuig zonder nationaliteit of een daarmee gelijk gesteld vaartuig uit hoofde van het internationale recht, op open zee, en wordt opgetreden in het kader van de toepassing van het Verdrag ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag tegen sluikhandel. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 De gezaghebber is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf: a. artikelen 3 3a een middel als bedoeld in deenwordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; b. artikel 11a, onderdeel c een voorwerp als bedoeld in, voorhanden is. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een voorwerp mede verstaan een stof. 3 Het eerste lid is niet van toepassing, indien de woning, het lokaal of het daarbij behorende erf gebruikt wordt ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, geneeskunst, tandheelkunst of diergeneeskunde door onderscheidenlijk een apotheker, arts, tandarts of dierenarts. 4 Artikel 1:1, vierde lid titels 4.4 5.1 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 4:85, tweede en derde lid 4:88 4:91, tweede lid 4:95 4:96, tweede lid 4:100 4:107 4:108 4:109 4:111, tweede lid, onderdeel c 4:118 4:120, tweede lid 5:10a , en de,enzijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de,,,,,,,,,,,, en, en met dien verstande dat: a. artikel 4:89, tweede lid in, in plaats van «euro» wordt gelezen «US dollar»; b. artikelen 4:93, derde lid 4:98, eerste en derde lid 4:105, eerste lid 4:110, derde lid in de,,, en, in plaats van «Burgerlijk Wetboek» wordt gelezen «Burgerlijk Wetboek BES»; c. artikel 4:98, eerste lid in, in plaats van «artikel 120, eerste lid,» wordt gelezen «artikel 120»; d. artikel 4:98, tweede lid in plaats van, wordt gelezen: «Wettelijke rente is niet verschuldigd indien het bedrag ervan bij enige of laatste betaling minder bedraagt dan USD 22.»; e. artikel 4:113, eerste lid, tweede zin in, in plaats van de daar genoemde bedragen achtereenvolgens wordt gelezen «USD 8», «USD 550», «USD 18» en «USD 550»; f. artikel 4:116 4:123 inenin plaats van «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» wordt gelezen «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES»; g. artikel 5:1, derde lid, tweede zin in, in plaats van «artikel 51, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht» wordt gelezen «artikel 53, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES»; h. artikel 5:27, tweede lid in plaats van, wordt gelezen: «De titels X en XI van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, met dien verstande dat de zinsnede «en zoveel mogelijk de grond van de verdenking» vervalt, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging in afwijking van artikel 156, eerste lid, wordt verleend door de gezaghebber, het legitimatiebewijs in afwijking van artikel 162, derde lid, eerste zin, wordt uitgegeven door de gezaghebber en het schriftelijk verslag in afwijking van artikel 163, derde lid, eerste zin, wordt toegezonden aan de gezaghebber.». 5 De in het vierde lid, onderdelen d en e, genoemde bedragen kunnen bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. 6 De gezaghebber kan de geldschuld die voortvloeit uit het besluit, bedoeld in het eerste lid, invorderen bij dwangbevel. 2024 377 03-12-2024 20-11-2024 36462 2025 18 29-01-2025 23-01-2025 01-04-2025
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze wet wordt aangehaald als: Opiumwet 1960 BES. 2010 641 01-10-2010 27-09-2010 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.